text
stringlengths
181
1.69M
label
stringclasses
11 values
num_pages
float64
1
502
split
stringclasses
4 values
VN2022-007786 Tijdelijke Algemene Raadscommissie Economische Zaken x Gemeente JEE 9 TAR % Amsterdam Voordracht voor de Tijdelijke Algemene Raadscommissie van o7 april 2022 Ter kennisneming Portefeuille Economische Zaken Agendapunt 3 Datum besluit College 1 februari 2022 Onderwerp Kennisnemen van raadsinformatiebrief over vervolgactiviteiten voor het instellen van een verbod op de verkoop op Amsterdamse markten van bont, levende kreeften en krabben De commissie wordt gevraagd Kennis te nemen van bijgevoegde raadsinformatiebrief over vervolgactiviteiten voor het instellen van een verbod op de verkoop op Amsterdamse markten van bont, levende kreeften en krabben, met name over de noodzaak van nader onderzoek en het voorbereiden van herziening van de Marktverordening, alvórens het verbod in te stellen. Wettelijke grondslag Gemeentewet, Artikel 169. 1. Het college en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan de raad verantwoording schuldig over het door het college gevoerde bestuur. 2. Zij geven de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. Bestuurlijke achtergrond In het Coalitieakkoord 2018-2022, 'Een nieuwe lente en een nieuw geluid’, is een verbod op de verkoop op markten van bont, levende kreeften en krabben als voorgenomen maatregel opgenomen. Dat verbod is in de periode van wethouder Kock voorbereid. Door de wisseling van wethouders en de pandemie is de voorbereiding in die periode niet afgerond en is de inspraak vertraagd. In 2021 is een nieuwe start gemaakt en is een concept aanwijzingsbesluit van verboden waren (hierna: het verbod) vrijgegeven voor inspraak. De inspraakperiode was van 20 september tot en met 29 oktober 2021. EZ heeft meerdere inspraakreacties (13 in totaal) ontvangen van marktondernemers, de Centrale Vereniging voor de Ambulante Handel (CVAH) en van enkele advocatenkantoren en juristen, die (verenigingen van) marktondernemers vertegenwoordigen. In vrijwel al deze inspraakreacties wordt bezwaar geuit tegen het op handen zijnde verbod (zie verslag inspraakreacties). De inhoud van de reacties kan - grofweg - worden verdeeld in drie categorieën, te weten: 1) de gemeentelijke publieke belangen zijn onvoldoende afgebakend, 2) het verbod is onvoldoende (juridisch) noodzakelijk en gerechtvaardigd, geschikt en evenredig en 3) de gemeente heeft niet de juiste procedure gevolgd. Naar aanleiding van deze inspraakreacties heeft EZ advocatenkantoor Pels Rijcken gevraagd om advies over de juridische houdbaarheid van het voorgenomen verbod. Volgens Pels Rijcken betreft het voorgenomen verbod een concretiserend besluit van algemene strekking. Dat betekent dat het besluit rechtstreeks ter toetsing aan de bestuursrechter kan worden voorgelegd. Pels Rijcken acht de kans hierop zeer groot. De kans dat het verbod een dergelijke bestuursrechtelijke toetsing doorstaat wordt viterst laag ingeschat. Bij de huidige stand van zaken raadt het advocatenkantoor dan ook af om het verbod in te stellen: het verbod is juridisch gezien onvoldoende houdbaar. Op 1 februari 2022 is de brief verspreid via de dagmail. De brief ging tegelijkertijd naar pers en betrokken ondernemers. Reden bespreking Gegenereerd: vl.10 1 VN2022-007786 % Gemeente Tijdelijke Algemene Raadscommissie Economische Zaken 9 Amsterdam Jee 9 TAR % Voordracht voor de Tijdelijke Algemene Raadscommissie van o7 april 2022 Ter kennisneming N.v.t. Uitkomsten extern advies Advisering door Pels Rijcken. Geheimhouding N.v.t. Uitgenodigde andere raadscommissies N.v.t. Wordt hiermee een toezegging of motie afgedaan? N.v.t. Welke stukken treft v aan? AD2022-026931 1 BRIEF Vervolg verbod bont levende kreeften en krabben.pdf (pdf) AD2022-026929 | 2 Conceptbesluit Verboden waren. pdf (pdf) 3 Advies verbod verkoop bont en levende kreeften en krabben op AD2022-026930 markten.pdf (pdf) AD2022-026926 Tijdelijke Algemene Raadscommissie Voordracht (pdf) Ter Inzage Behandelend ambtenaar of indienend raadslid (naam, telefoonnummer en e-mailadres) EZC, Jerzy Straatmeijer, 06 3445 0813, j.straatmeijer®amsterdam.nl Gegenereerd: vl.10 2
Voordracht
2
discard
Gemeente Amsterdam % Gemeenteraad R % Gemeenteblad % Motie Jaar 2013 Afdeling 1 Nummer 466 Publicatiedatum 26 juni 2013 Ingekomen onder M' Ingekomen op woensdag 12 juni 2013 Behandeld op woensdag 12 juni 2013 Status Aangenomen Onderwerp Motie van de raadsleden de heer Flos, de heer Ivens en de heer Van Drooge inzake een nieuw bestuurlijk stelsel vanaf 2014 (fractiebudgetten). Aan de gemeenteraad Ondergetekenden hebben de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over de voordrachten van het college van burgemeester en wethouders van 7 mei 2013 inzake: — _ een nieuw bestuurlijk stelsel vanaf 2014 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 437); — intrekken van de Verordening op de stadsdelen en vaststellen van de Verordening op de bestuurscommissies 2013 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 438); Constaterende dat: — deelraden momenteel zelf de hoogte van het totale budget aan fractievergoedingen vaststellen; Overwegende dat — de verschillen in fractiebudgetten in 2012 enorm waren, waarbij bijvoorbeeld in stadsdeel Zuid in totaal 21.307 euro (minst) hieraan werd besteed en in West 239.395 euro (meest); — de uitschieters aan fractiebudgetten tot stand zijn gekomen door de wens om personele ondersteuning ter beschikking te stellen aan de deelraadsfracties; — door het verminderen van de taken en bevoegdheden een dergelijke ondersteuning niet langer wenselijk en nodig is, Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: vóór het einde van het jaar met een voorstel omtrent een uniforme regeling voor de fractievergoedingen van de bestuurscommissies te komen, waarbij als richtlijn geldt dat zij zowel sober als toereikend moeten zijn. De leden van de gemeenteraad R.E. Flos LGF. vens Â.H. van Drooge 1
Motie
1
discard
Gemeente Amsterdam % Gemeenteraad R Gemeenteblad % Motie Jaar 2016 Afdeling 1 Nummer 713 Publicatiedatum 1 juli 2016 Ingekomen onder G Ingekomen op woensdag 22 juni 2016 Behandeld op woensdag 22 juni 2016 Status Ingetrokken Onderwerp Motie van het lid Boldewijn inzake het maatregelpakket “Schone Lucht voor Amsterdam: op weg naar een uitstootvrij 2025" (financiële prikkels aanschaf emissieloze bestelwagens). Aan de gemeenteraad Ondergetekende heeft de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over het maatregelpakket “Schone Lucht voor Amsterdam: op weg naar een uitstootvrij 2025" (Gemeenteblad afd. 1, nr. 656). Overwegende dat: — inde voordracht “Naar een uitstootvrij Amsterdam in 2025" m.b.t de verschoning van particuliere voertuigen, nauwelijks financiële inspanning van Gemeentewege wordt overwogen om particulieren te prikkelen tot aanschaf van 100 % emissieloze voertuigen dan wel tot conversie van bestaande vervuilende auto's over te gaan; — de Rijksoverheid voor de aanschaf van emissieloze auto's tot 2020 middels een nultarief van de Aanschafbelasting (BPM), een nultarief voor de Motorrijtuigenbelasting (MRB) en een bijtelling van 4 % tot 2018, wel financiële prikkels geeft; — de aanschafprijs van de 3' generatie 100% elektrische auto's nog altijd substantieel hoger ligt dan auto's met een fossiele brandstof aandrijflijn. Voorts overwegende dat: — het Formule E Team dat elektrisch rijden promoot onlangs een landelijke subsidiebedrag van in totaal 136 miljoen bepleit om de transitie naar emissieloos/elektrisch rijden in Nederland sneller te laten verlopen en daarbij de volgende voorstellen doet aan het Minister Kamp: 1. bovenop fiscale voordelen zoals lagere aanschafbelasting en motorrijtuigenbelasting, tussen de 6000 (in 2017) en 1500 euro (in 2020) bij de aanschaf van een elektrische auto te subsidiëren. In totaal is dat een bedrag van 78 miljoen euro; 2. mensen die een 2e hands elektrische auto zouden willen kopen een oplaadtegoed van 1000 euro te geven. Die regeling zou maximaal 58 miljoen euro kosten en zou ook gelden voor hybrides om zo de bulk aan 2e hands hybrides binnen Nederland te houden. 1 Jaar 2016 Gemeente Amsterdam R Afdeling 1 Gemeenteblad Nummer 713 Moti Datum _ 1 juli 2016 one Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: — te onderzoeken op welke effectieve wijze de gemeente Amsterdam met aanvullende financiële prikkels gefinancierd vanuit het AKEF/Duurzaamheidfonds dan wel uit andere Gemeentelijke bronnen, de aanschaf en gebruik van emissieloze voertuigen door Amsterdamse burgers gestimuleerd kan worden, opdat de eigen missie om naar een uitstootvrij Amsterdam in 2025 te geraken, gerealiseerd kan worden; — de uitkomst van dit onderzoek aan de raad te rapporteren. Het lid van de gemeenteraad H.B. Boldewijn 2
Motie
2
discard
x Gemeente Amsterdam R Gemeenteraad % Gemeenteblad % Motie Jaar 2016 Afdeling 1 Nummer 917 Publicatiedatum 29 juli 2016 Ingekomen op 13 juli 2016 Ingekomen onder 800’ Behandeld op 14 juli 2016 Uitslag Aangenomen Onderwerp Motie van de leden Poot en Bosman inzake de Voorjaarsnota 2016 (geen leges voor duurzame investeringen). Aan de gemeenteraad Ondergetekenden hebben de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over de Voorjaarsnota 2016 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 449). Overwegende dat: — voor het plaatsen of nemen van duurzame maatregelen en investeringen in woningen of bedrijfspanden vergunningen zijn vereist, waarvoor leges moeten worden afgedragen; — deze leges mogelijk een belemmering kunnen zijn voor het nemen van verduurzamingsmaatregelen. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: — te onderzoeken of voor bijvoorbeeld een periode van 2 jaar geen leges kunnen worden geheven over vergunningsaanvragen ten behoeve van duurzame investeringen in woningen of bedrijfspanden; — de uitkomsten van dit onderzoek voor te leggen aan de gemeenteraad. De leden van de gemeenteraad M.C.G. Poot A.M. Bosman 1
Motie
1
discard
NOTITIE over de Commissie voor Welstand en Monumenten | De Welstandscommissie | adviseert voor het Stadsdeel Centrum de aanvragen voor bouw- en sloopvergunning. Deze betreffen ruim 40 % van het totaal aantal aanvragen voor de gehele gemeente Amsterdam. Daarmee is het Stadsdeel Centrum veruit de grootste ‘afnemer’ van Welstandsadviezen. De Welstandscommissie voor Stadsdeel Centrum is de Commissie |, als onderdeel van de grotere Commissie voor Welstand en Monumenten. Het Stadsdeel Zuidoost is voor nog geen 5 % afnemer van Welstandsadviezen. Toch heeft het een ‘eigen’ Welstandscommissie en Stadsdeel Centrum niet. De status van de Commissie ligt vast in de Verordening op de Commissie voor Welstand en Monumenten 2005 (ingaande 1 januari 2006) en de Bouwverordening Amsterdam 2003, Hoofdstuk 9: Welstandscommissie. De Commissie | voor Welstand en Monumenten bestaat uit: - 2 architectleden - 2 restauratiespecialisten (art. 2 lid 2 a) Tevens zijn er adviseurs van Monumentenzorg en Bouwtoezicht. Er kunnen tegenwoordig ook ‘terzake kundige’ burgers worden benoemd. In de Commissie Il is dat oud-stadsdeelvoorzitter Martin Werkman. In andere gemeenten is dat meer usance dan in Amsterdam. Overweging Het Stadsdeel stelt eisen aan particuliere beroepsgroepen zoals taxichauffeurs. Deze moeten in een toetsing blijk geven van voldoende stratenkennis. Aan haar adviseurs - zoals leden van de Welstandscommissie - worden die eisen niet gesteld, althans wordt die kennis niet aantoonbaar getoetst. Het overgrote deel van de architecten van de Welstandscommissie heeft nog niet 1 project gerealiseerd in het gebied waar zij adviseren. Algemeen Het gaat er niet om dat het financieringsbeleid van de Welstandscommissie wordt gewijzigd, maar het benoemingsbeleid. De financiering wordt immers voldaan uit de legesopbrengst van ingediende bouwaanvragen. Samenstelling Commissie De samenstelling van de Commissie is op grond van de Verordening op de Welstandscommissie van de Gemeente Amsterdam. Deze is voor commissie | aangegeven als volgt: - 2 architectleden - 2 restauratiedeskundigen De omschrijving “architect” is verbonden aan een persoon die is ingeschreven in het Architectenregister. Aan de omschrijving “restauratiedeskundige" is die voorwaarde niet verbonden. Onder deze noemer worden kunsthistorici en burgers benoemd. Het voorzitterschap van de commissie rouleert onder 3 leden: 2 architecten en 1 restauratiedeskundige. Om de "restauratiebloedgroep" in de Commissie te verstevigen, zou de navolgende samenstelling wenselijk zijn: — 2 restauratiearchitecten met aantoonbare ervaring (of 1 van hen: de adviseur van Bureau Monumenten en Archeologie als volwaardig lid) — _1 architect met aantoonbare ervaring in stedelijke projecten (geen Vinex bouwer) — 1 deskundige (niet-architect) De adviescomponent 'kunsthistorie' kan door het Bureau Monumentenzorg en Archeologie worden geleverd (in plaats van de huidige Monumentenadviseur). De kunsthistorici zijn al vertegenwoordigd in Commissie IV: de plaatsingscommissie voor de gemeentelijke- en/of rijksmonumentenlijst. In Almere zat als deskundige (niet-architect) een industrieel vormgever in de Commissie. In Amsterdam zou dat ook een actievoerder kunnen zijn. De benoeming van de Welstandscommissie gebeurt door de Gemeenteraad gehoord de Stadsdelen. Voor Stadsdeel Centrum zou dat dus door de Stadsdeelraad moeten gebeuren. Samenvatting/ conclusie In de Welstandscommissie voor Stadsdeel Centrum (Commissie I) zijn ‘moderne! architecten oververtegenwoordigd t.o.v. architecten met een restauratieve ervaring/praktijk. Het commissielid met een kunsthistorische achtergrond kan worden gewijzigd in een kunsthistorisch adviseur. Actualiteit Nieuwe leden worden eerst drie jaar benoemd als plaatsvervangers en worden daarna 3 jaar volwaardig lid. Vanwege deze ‘doorlooptijd’ dient dus tijdig met deze koerswijziging te worden ingezet.
Actualiteit
2
train
VN2021-022161 Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, CTO innovatieteam x Gemeente , en in . 9 … KD D Amsterdam Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk D Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en % Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering, Inkoop Voordracht voor de Commissie KDD van o1 september 2021 Ter kennisneming Portefeuille Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit Agendapunt 21 Datum besluit 6 juli 2021 Onderwerp Uitkomsten van het project luchtkwaliteit metingen in Amsterdam uitgevoerd door Google en de Universiteit Utrecht in de periode mei 2019 — 2021 onder de naam Air View De commissie wordt gevraagd Kennis te nemen van de raadsinformatiebrief over de vitkomsten van het project luchtkwaliteit metingen in Amsterdam uitgevoerd door Google en de Universiteit Utrecht in de periode mei 2019 — 2021 onder de naam Air View. Wettelijke grondslag Artikel 169 van de Gemeentewet Bestuurlijke achtergrond Op 14 mei 2019 heeft het college van B&W ingestemd met de samenwerking met Google en de Universiteit Utrecht op het project Air View. Op 15 mei 2019 zijn in de commissie KDD door het raadslid De Graaf mondelinge vragen gesteld naar aanleiding van het persbericht over de samenwerking met Google en Universiteit Utrecht ten aanzien van het meten van de luchtkwaliteit in Amsterdam. Aan de raad is toegezegd hen te informeren over de vitkomstenvan het project. De raadsinformatiebrief wordt zowel TKN geagendeerd voor de commissie KKD, als MLW. Reden bespreking nvt. Uitkomsten extern advies nvt. Geheimhouding nvt. Uitgenodigde andere raadscommissies nvt. Wordt hiermee een toezegging of motie afgedaan? nvt. Welke stukken treft v aan? Gegenereerd: vl.4 1 VN2021-022161 % Gemeente Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, K D D TO i i msterdam CTO innovatieteam % Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering, Inkoop Voordracht voor de Commissie KDD van o1 september 2021 Ter kennisneming B - 58 Verkeer Vervoer en Luchtkwaliteit (4,0) AD2021-082764 . On vas: Raadsinformatiebrief_AirView_.pdf (pdf) AD2021-082765 Commissie KDD Voordracht (pdf) Ter Inzage Registratienr. Naam Behandelend ambtenaar of indienend raadslid (naam, telefoonnummer en e-mailadres) CTO Innovatieteam, S. van Gelder, 06-38313171, [email protected] Gegenereerd: vl.4 2
Voordracht
2
discard
X Gemeente Amsterdam R Gemeenteraad % Gemeenteblad % Schriftelijke vragen Jaar 2014 Afdeling 1 Nummer 175 Datum akkoord college van b&w van 18 februari 2014 Publicatiedatum 19 februari 2014 Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen van de raadsleden mevrouw G.A.M. van Doorninck en de heer J. Hoek van 10 december 2013 inzake de panden De Slang en Langgewagt. Aan de gemeenteraad inleiding door vragenstellers: In de Spuistraat staan de kraakpanden De Slang en Langgewagt. Al meer dan 30 jaar de thuisbasis van Amsterdamse kunstenaars en, belangrijker nog, een plek waar Amsterdamse kunst wordt gemaakt. Al die jaren werden de panden doorverkocht en doorverkocht door partijen die waarschijnlijk hoopten er ooit appartementen in te bouwen en op die manier veel geld te verdienen in hartje Amsterdam. De panden behoren tot de sleutelprojecten van het Project 1012, zodat zowel stadsdeel als centrale stad bij hun wedervaren betrokken zijn en belang hebben. De laatste partij die de panden kocht, in 2008, vlak voor de val van Lehman Brothers, was woningcorporatie De Key. Deze corporatie leek oorspronkelijk een breuk te willen maken met het verleden. Zij trad in overleg met de kunstenaars om te bezien hoe hun activiteiten konden worden gecontinueerd in woon/werkruimten voor kunstenaars en een plek waar manifestaties, voorstellingen en tentoonstellingen konden worden gehouden. Stadsdeel Amsterdam Centrum was bereid om, onder voorwaarden, in de totstandkoming van een publieke kunst functie te participeren, op basis van voorstellen van Langgewagt en De Slang, en maakte daartoe € 900.000 vrij. Tussen stadsdeel Centrum en De Key werden afspraken gemaakt die werden vastgelegd in een convenant. Hoewel de kunstenaar-bewoners aanvankelijk nauw betrokken waren, zijn zij om onduidelijke redenen geen partij bij deze overeenkomst. De val van Lehman luidde een ongekende crisis in, waarvan ook De Key slachtoffer was. In de jaren daarna wendde De Key de steven en zette meer dan voorheen in op optimalisatie van de inkomsten en minder op de realisatie van maatschappelijke winst. Slachtoffer daarvan waren ook de plannen voor de panden De Slang en Langgewagt. De Key zette alleen nog maar in op een Art Mall in de kelder, wat ‘verborgen’ ateliers en koopwoningen die qua prijspeil niet toegankelijk waren voor de huidige groep kunstenaars. Wellicht niet in strijd met de letter van de gesloten overeenkomst tussen Stadsdeel en De Key, maar zeker in strijd met de geest daarvan. De Key vorderde ontruiming van de kraakpanden en werd door de rechter in het gelijk gesteld. 1 Jaar 2014 Gemeente Amsterdam R Neeing Ios Gemeenteblad Datum 28 februari 2014 Schriftelijke vragen, dinsdag 10 december 2013 Kunstenaars en Stadsdeel lieten het er niet bij zitten. Zij ondernamen verschillende pogingen om (een deel van) de oorspronkelijke plannen alsnog door te zetten. Deze pogingen leken succesvol en leidden er toe dat er dit jaar eindelijk een onderhandelingsproces op gang kwam. Doel van het proces was behoud van het pand De Slang als woon/werkruimte voor kunstenaars met een openbare manifestatieruimte op de begaande grond. Inzet was aankoop van het pand door Stichting BOEI, al dan niet met het stadsdeel als tussenpartij. De Key zou dan het vrijwillig te verlaten pand Langgewagt kunnen herontwikkelen als appartementen- complex en zo alsnog kunnen werken aan zijn inkomsten. Eind november 2013 kwamen de onderhandelingen in een eindfase, waarbij gemikt werd op besluitvorming in december. In de laatste fase lijkt De Key evenwel terugtrekkende bewegingen te maken, en terug te komen op eerdere afspraken. Oplevering door De Key zou volgens alle eerdere afspraken ‘turnkey’ geschieden, maar op het laatste moment meldt De Key echter per brief dat zij nu uitgaat van ‘casco’ oplevering, zonder de vraagprijs te verlagen. Een budgetneutrale A-B-C- transactie wordt hierdoor onmogelijk. Het Dagelijks Bestuur van stadsdeel Centrum spreek over de handelswijze van De Key in een brief aan de deelraad haar ongenoegen en verbazing uit. Uit de brief blijkt tevens dat het stadsdeel geen verdere mogelijkheden tot behoud van het Slangenpand ziet. Uit de brief blijkt niet dat zij daartoe de Centrale Stad heeft benaderd. Dit terwijl de lange voorgeschiedenis, het belang van het project binnen het Coalitieproject 1012 en de bestuurlijk onfatsoenlijke handelswijze van De Key daartoe wel aanleiding geven. Gezien het vorenstaande hebben vragenstellers op 10 december 2013, namens de fractie van GroenLinks, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen tot het college van burgemeester en wethouders gericht: 1. Is het college bekend met de onderhandelingen tussen stadsdeel, De Key en BOEi, gericht op behoud van De Slang als woon-/werkruimte voor kunstenaars — van de Slang en Langgewagt — met openbare manifestatieruimte op de begane grond? Deelt u de opvatting dat hiermee recht zou worden gedaan aan de doelstellingen van het Project 1012 en dat de Amsterdamse binnenstad daarmee een markante plek voor kunst en cultuur zou behouden? Zo niet, waarom niet? Antwoord: Wij zijn bekend met de besprekingen tussen stadsdeel, de Key en BOEI over de Art Mall en ateliers. De Art Mall en ateliers passen binnen de doelstellingen van project 1012. 2. Is het college met vragenstellers van mening dat de beoogde herontwikkeling van het pand De Slang voldoet aan de vereisten om in aanmerking te komen voor aanvullende financiering uit het Project 1012? Zo niet, waarom niet? Antwoord: De herontwikkeling van het pand Spuistraat 199 zoals voorgesteld door BOEI en Langgewacht voldoet niet aan de vereisten om in aanmerking te komen voor aanvullende financiering uit het project 1012. De gereserveerde budgetten zijn bedoeld voor uitkering van planschades bij aankopen van raambordelen. Er is binnen deze budgetten geen ruimte om deze anderszins te besteden. Geen van de 10 aangewezen sleutelprojecten doet een beroep 2 Jaar 2014 Gemeente Amsterdam R Neeing Ios Gemeenteblad Datum 28 februari 2014 Schriftelijke vragen, dinsdag 10 december 2013 op deze financieringsbron. eparaat kan het stadsdeel Centrum wel subsidie verstrekken en dat is in dit geval ook toegezegd. 3. is het college met vragenstellers van mening dat het op de weg van De Key zou liggen om — in de geest van het gesloten convenant tussen stadsdeel en De Key — in de onderhandelingen genoegen te nemen met een prijs die de huidige (verslechterde) vastgoedmarkt weerspiegelt en in ieder geval niet meer dan de prijs die De Key in 2008 voor het pand heeft betaald? Zo niet, waarom niet? Antwoord: In het convenant is overeen gekomen dat de Key werkeenheden ten behoeve van de creatieve industrie (ateliers en/of andere creatieve/culturele bedrijfsruimten) en een Art Mall (creatieve bedrijfsruimte in combinatie met een periodieke kunstmarkt) realiseert. De vergunde bouwaanvraag voldoet daaraan. Een belangrijk onderdeel van het convenant is de verlaging van de huur voor een periode van 10 jaar en de bijdrage die stadsdeel Centrum wil verstrekken om dat mogelijk te maken. De Key was en is bereid om huren gedurende tien jaar voor de werkeenheden en de Art Mall te verlagen. De Key houdt zich aan de overeenkomst. In het convenant zijn géén afspraken gemaakt over de boekwaarde van de panden of over aan- of verkoopprijzen. De verkoopprijs van het Slangenpand is gebaseerd op meerdere actuele taxaties. Het ligt gezien het bovenstaande niet voor de hand dat de Key genoegen moet nemen met een lagere verkoopprijs dan recentelijk getaxeerd 4. Is het college bekend met het feit dat De Key voornemens is, dan wel serieus overweegt, om de panden na ontruiming door te verkopen aan een andere ontwikkelaar? Wat is daarover uw oordeel, in het licht van de taak van corporaties in de samenleving, het convenant tussen stadsdeel en De Key en de zorgvuldig- heid die partijen dienen te betrachten in onderhandelingen? Kan het college het antwoord toelichten? Antwoord: De Key heeft onlangs aan de stadsdeelraad laten weten dat zij het complex niet in eigendom wil houden maar dat zij in principe wel de ontwikkeling voor haar rekening neemt. Wij hebben daar - in het licht van de discussie over kerntaken van corporaties — geen bezwaren tegen. Er wordt zorgvuldig onderhandeld. 5. Is het college bereid zich in te zetten voor het behoud van het pand De Slang als plek voor alternatieve kunst en cultuur in een binnenstad waar dergelijke functies steeds schaarser worden? Antwoord: Wij blijven bereid ons in te zetten voor werkeenheden ten behoeve van de creatieve industrie en een Art Mall in de Tabakspanden. Wij zijn bereid om een aanvullend budget vanuit Broedplaatsen beschikbaar te stellen van maximaal. € 250.000,- en hebben dit inmiddels gecommuniceerd aan Stichting Boei. 3 Jaar 2014 Gemeente Amsterdam R Neng Ios Gemeenteblad mmer = su . Datum 28 februari 2014 Schriftelijke vragen, dinsdag 10 december 2013 Beide partijen zijn tot de conclusie gekomen dat het financiële tekort te groot blijft. Op dit moment worden nog steeds gesprekken gevoerd tussen de Stichting Boei, De Key en stadsdeel Centrum om te kijken of er alternatieve mogelijkheden zijn om het tekort te dekken. Burgemeester en wethouders van Amsterdam A.H.P. van Gils, secretaris E.E. van der Laan, burgemeester 4
Schriftelijke Vraag
4
train
Gemeente Amsterdam % Gemeenteraad R % Gemeenteblad % Motie Jaar 2014 Afdeling 1 Nummer 1268 Publicatiedatum 9 januari 2015 Ingekomen onder u Ingekomen op donderdag 18 december 2014 Behandeld op donderdag 18 december 2014 Status Aangenomen Onderwerp Motie van de raadsleden de heer Van der Ree, de heer Van Osselaer en de heer Flentge inzake het Actieplan woningbouw 2014-2018, getiteld: ‘Amsterdam gaat meer woningen bouwen: 7 impulsen’ (organiseren van een Bouwoverleg). Aan de gemeenteraad Ondergetekenden hebben de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over de voordracht van het college van burgemeester en wethouders van 18 november 2014 inzake het Actieplan woningbouw 2014-2018, getiteld: ‘Amsterdam gaat meer woningen bouwen: 7 impulsen’ (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1193); Constaterende dat: — impuls 5 van het actieplan luidt: ‘Uitgestoken hand naar bouwers’; — in het actieplan wordt gesteld dat het niet de gemeente, maar de marktpartijen, woningcorporaties en particuliere investeerders zijn die uiteindelijk opdracht geven tot het bouwen van woningen; — impuls 7 van het actieplan luidt: Blijvend Innoveren’; — ín het actieplan wordt gesteld dat het van belang is permanent open te staan voor initiatieven vanuit marktpartijen om te komen tot versnelling; Overwegende dat: — tot de invoering van het stadsdeelstelsel een Bouwoverleg tussen Bouwend Nederland en de gemeente Amsterdam bestond; — Bouwend Nederland de vertegenwoordiger van bouwende partijen in Nederland is; — Bouwend Nederland te kennen heeft te geven bijzonder veel prijs te stellen op een Bouwoverleg; — goed overleg tussen Bouwend Nederland en de gemeente Amsterdam kan bijdragen aan het behalen van gemeentelijke doelstellingen op het gebied van woning- en utiliteitsbouw en grond-, weg- en waterbouw; — in een Bouwoverleg nieuw beleid, nieuwe ontwikkelingen en problemen met bouwers en ontwikkelaars besproken kunnen worden en algemene informatie- uitwisseling gefaciliteerd kan worden, 1 Jaar 2014 Gemeente Amsterdam R Afdeling 1 Gemeenteblad Nummer 1268 Moti Datum _ 9 januari 2015 otie Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: — opnieuw een overleg op te starten, dat tweemaal per jaar plaats heeft, tussen bouwers en ontwikkelaars, de wethouders Bouwen en Wonen, Verkeer en Vervoer en Grondzaken; — hierbij te kiezen voor een zelf geselecteerd, klein gezelschap van bouwers en ontwikkelaars, waarvan de leden maximaal twee jaar aan het overleg deelnemen en/of een vertegenwoordiging van Bouwend Nederland, of een combinatie hiervan. De leden van de gemeenteraad, D.A. van der Ree J.P.D. van Osselaer EA. Flentge 2
Motie
2
train
x Gemeente Amsterdam R Gemeenteraad % Gemeenteblad % Motie Jaar 2017 Afdeling 1 Nummer 1089 Publicatiedatum 4 oktober 2017 Ingekomen onder L Ingekomen op woensdag 27 september 2017 Behandeld op woensdag 27 september 2017 Status Verworpen Onderwerp Motie van het lid N.T. Bakker inzake het bestemmen van middelen voor de ‘Digital Society School’. Aan de gemeenteraad Ondergetekende heeft de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie het bestemmen van middelen voor de ‘Digital Society School’ 2018-2022 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1030). Constaterende dat: — hetcollege 3,7 miljoen euro wil uittrekken om mee te helpen de Digital Society School (DSS) op te zetten; — in de plannen staat dat de ambitie is om ongeveer 60% van de studenten te werven uit het buitenland, de overige 40% bestaat uit zij-instromers en zogenoemde ‘midcareer studenten’; Overwegende dat: — _Doorstromers vanuit het MBO alle ruimte moeten krijgen om door te leren in het ICT-vakgebied; — een streefcijfer voor internationale studenten doorstroom vanuit het MBO in de weg kan zitten; — een onbedoeld bijeffect van zo'n streefcijfer ook kan zijn dat er een braindrain op gang wordt gezet vanuit ontwikkelende landen terwijl die landen zelf ook grote behoefte hebben aan kundige ICT'ers. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: De Amsterdamse bijdrage alleen te doen als het streefcijfer voor het aandeel internationale studenten wordt geschrapt. Het lid van de gemeenteraad N.T. Bakker 1
Motie
1
discard
4 Gemeente Amsterdam R x Gemeenteraad % Motie Jaar 2020 Afdeling 1 Nummer 1510 Status Verworpen bij schriftelijke stemming op 30 november 2020 Onderwerp Motie van de leden Marttin, Boomsma en Van Soest inzake de pilot knip Weesperstraat (Niet uitvoeren pilot) Aan de gemeenteraad Ondergetekenden hebben de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over het plan van aanpak voor de pilot knip Weesperstraat (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1463). Constaterende dat: -— Er onvoldoende draagvlak is onder brancheorganisaties van leveranciers en ondernemers; — Er onvoldoende participatie is geweest om draagvlak te peilen alvorens de beslissing tot het experiment te maken; — Er door corona geen eerlijke representatieve resultaten verwacht kunnen worden. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: De knip Weesperstraat niet uit te voeren. Het lid van de gemeenteraad A.A.M. Marttin D.T. Boomsma W. van Soest 1
Motie
1
discard
> < gemeente Raadsinformatiebrief | msterdam Afdoening motie Aan: De leden van de gemeenteraad van Amsterdam Datum 16 augustus 2021 Portefeuille(s) Openbare Orde en Veiligheid Portefeuillehouder(s): Femke Halsema Behandeld door OOV, [email protected] Onderwerp Afdoening motie 301 van de leden Van Dantzig (D66), Khan (DENK), Veldhuyzen (BlJ1) en Ernsting (GL) Geachte leden van de gemeenteraad, In de vergadering van de gemeenteraad van 26 en 27 mei 2021 heeft uw raad bij de behandeling van agendapunt 22 motie 301 van de leden Van Dantzig, Khan, Veldhuyzen en Ernsting inzake het afzien van de proef gerichte wapencontroles, aangenomen. De motie behelst een verzoek om de proef gerichte wapencontroles geen doorgang te laten vinden. Tijdens dezelfde raadsvergadering van 26 mei heb ik de uitwerking van de proef gerichte wapencontroles met u besproken. Daarbij heb ik aangegeven — alles in overweging nemende — het noodzakelijk te vinden het middel van gerichte wapencontroles te onderzoeken en de proef doorgang te laten vinden. Dit is in het belang van een veilige stad voor alle bewoners en bezoekers van Amsterdam. Uw motie zal ik dan ook niet tot uitvoer brengen. Het college beschouwt de motie hiermee als afgehandeld. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, et Femke Halsema Burgemeester Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief Datum 2 oktober 2020 Pagina 2 van 2 Een routebeschrijving vindt v op amsterdam.nl
Motie
2
discard
> < Gemeente Raadsinformatiebrief Amsterdam Aan: De leden van de gemeenteraad van Amsterdam Datum 28 maart 2023 Portefeuille(s) Bezoekerseconomie Portefevillehouder(s): _ Sofyan Mbarki Behandeld door Jelmer Peter, [email protected] Onderwerp Overzicht bezoekerscampagnes Geachte leden van de gemeenteraad, Met deze brief informeert het college v over het volgende. Tijdens de raadsbehandeling van de maatregelen en visie bezoekerseconomie 2035 van 21 december jl. uitte lid Boomsma (CDA) de wens om meer te weten te komen over aangekondigde Stay Away campagne, en in bredere zin welke verschillende bezoekers gerelateerde campagnes er lopen of op korte termijn ontwikkeld worden. Nu de Stay Away campagne deze maand van start gaat deelt het college graag de stand van zaken rondom de verschillende campagnes die erop gericht zijn om bij te dragen aan een respectvol bezoek aan Amsterdam. De ontwikkeling van deze campagnes zijn door de raad vastgesteld in december, in de visie en het maatregelenpakket voor de bezoekerseconomie. Vanaf deze week start de gemeente Amsterdam met de campagne ‘Stay Away’. Deze ontmoedigingscampagne is bedoeld voor bezoekers die de intentie hebben om ‘los te gaan’ in Amsterdam en daarmee overlast veroorzaken. De campagne speelt in op het voorgenomen gedrag van feesten, het gebruik van cannabis en alcohol, en de mogelijke risico’s en gevolgen daarvan. De ontmoedigingscampagne is een van de maatregelen van het totale pakket dat in december door de raad is aangenomen. De campagne loopt eerst in Groot-Brittannië, gericht op mannen in de leeftijdscategorie 18 tot 35 jaar die naar Amsterdam willen komen en zich online oriënteren met verschillende zoektermen in zoekmachines, zoals ‘stag party amsterdam’, ‘cheap hotel amsterdam’ en ‘pub crawl Amsterdam’. Ze worden getarget op basis van deze interesses; als ze van plan zijn om te komen feesten, alcohol en drugs te gebruiken, krijgen de boodschap ‘Stay Away’ oftewel blijf weg. Zij krijgen verschillende waarschuwingsadvertenties te zien, die de mogelijke risico’s en gevolgen in beeld brengen van het van los gaan, drugs gebruiken en overlast veroorzaken, zoals boetes, opgepakt worden, een strafblad, in het ziekenhuis belanden en gezondheidsschade. Door te waarschuwen voor de risico's en mogelijke gevolgen, wordt een deel van de bezoekers ontmoedigd om naar Amsterdam te komen. De campagne is in verschillende rondes onder de doelgroep getest. In de loop van het jaar wordt de campagne geëvalueerd en verder ontwikkeld richting potentiële overlastgevende toeristen uit Nederland en andere EU-landen. Eerder dit jaar is ook de 'How to Amsterdam'-campagne gestart, speciaal gericht op bezoekers die al in de stad zijn. Bezoekers worden hierbij zowel online als offline geïnformeerd over hoe zij zich het beste kunnen gedragen om overlast in de stad te verminderen. Zo worden bezoekers via Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief Datum 28 maart 2023 Pagina 2 van 2 Instagram op de hoogte gehouden en worden er waarschuwingsborden geplaatst met informatie over het verbod op wildplassen, dronkenschap, geluidsoverlast en het kopen van drugs bij straatdealers. Ook geven hotels het hele jaar door informatie aan bezoekers via lcd-schermen in de lobby en door plattegronden uit te delen. Daarnaast worden er in het wallengebied hosts ingezet om bezoekers aan te spreken bij het uitgaan. De ‘Stay Away-'en ‘How to Amsterdam-’ campagnes hebben als doel om overlastgevend toerisme terug te dringen. Tegelijkertijd zet het college in het kader van de Visie bezoekerseconomie ook in op het beter spreiden van bezoek over stad en regio en aan het bouwen van een nieuw imago. Hier is o.a. de City Card Amsterdam voor. Dit initiatief loopt al sinds langere tijd en is gericht op (inter)nationale bezoekers. Door het afnemen van een City Card komen bezoekers in contact met een divers cultureel aanbod, verspreid over de hele stad en regio. Hiermee draagt de City Card bij aan het doel van spreiding, het stimuleren van kwalitatief bezoek en het bijdragen aan cultuurparticipatie. Om te komen tot een nieuw imago, werkt amsterdam&partners aan de ontwikkeling van campagnes voor bewoners en bezoekers. De planning is om voor het zomerreces met deze campagne te starten, waarbij de campagne eerst op bewoners is gericht en kort daaropvolgend de (inter)nationale bezoekerscampagne volgt. Deze campagnes hebben als doel uit te dragen wat voor een stad we wel willen zijn voor bezoekers (kwalitatief, onderscheidend en divers aanbod verspreid over de stad), en dragen bij aan het beeld en de uitgangspunten van de Visie bezoekerseconomie in Amsterdam 2035. Met deze totale campagne-inzet gericht op internationaal bezoek aan Amsterdam wil het college zowel het overlast gevend bezoek actief weren en gewenst gedrag stimuleren, als een nieuw imago van Amsterdam uitdragen, dat de respectvolle bezoeker in contact brengt met het culturele aanbod in de hele stad en regio. Hopende u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, Ne Ks hk Sofyan Mbarki Wethouder Economische Zaken en Aanpak Binnenstad Een routebeschrijving vindt v op amsterdam.nl
Brief
2
train
> Gemeente Amsterdam 2 Motie Datum raadsvergadering 7 juni 2023 Ingekomen onder 359 nummer Status Ingetrokken Onderwerp Motie van het lid Nanninga inzake het afschaffen van verkoopthema's van markten Onderwerp Themagebonden markten af te schaffen en marktondernemers zelf te laten bepalen wat zij willen verkopen Aan de gemeenteraad Ondergetekende heeft de eer voor te stellen: De Raad, Gehoord de beraadslaging, Constaterende dat: -__In de marktvisie themagebonden markten opgenomen zijn; -__ deze thema’s, zoals voor het Waterlooplein, niet vastgesteld zijn in samenspraak met de marktondernemers zelf; Overwegende dat: -__marktondernemers niet gevraagd hebben om deze verkoopthema's; -__ deze marktondernemers in veel gevallen volledig afhankelijk zijn de inkomsten die zij maken met de verkoop van hun marktwaren; -_marktondernemers zelf het beste weten wat zij kunnen en willen verkopen; Verzoekt het college van burgemeester en wethouders deze opgelegde verkoopthema’s voor de markten af te schaffen en marktondernemers zelf te laten bepalen welke waar ze verkopen. Indiener(s), A. Nanninga (JA21)
Motie
1
discard
Gemeente Amsterdam % Gemeenteraad R Gemeenteblad % Motie Jaar 2017 Afdeling 1 Nummer 291 Publicatiedatum 13 april 2017 Ingekomen onder w Ingekomen op donderdag 6 april 2017 Behandeld op donderdag 6 april 2017 Status Ingetrokken Onderwerp Motie van het lid Van Dantzig inzake de uitwerking van de Samenwerkingsafspraken met woningcorporaties (verduurzaming). Aan de gemeenteraad Ondergetekende heeft de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over de uitwerking van de Samenwerkingsafspraken naar aanleiding van het bestuurlijk overleg (Gemeenteblad afd. 1, nr. 240). Overwegende dat: — elke Nederlandse gemeente de dure plicht heeft haar bijdrage te leveren aan het behalen van de doelstellingen uit het Klimaatakkoord van Parijs; — _woningcorporaties in 2012 beloofd hebben aan de minister van Volkshuisvesting dat de huizen van corporaties in 2020 gemiddeld energielabel B zullen hebben en in 2030 label A; — die doelstelling herbevestigd werd in het energie-akkoord uit 2013, ook wel het SER-akkoord genoemd; — de Amsterdamse gemeenteraad de wens deze doelstellingen ook nog onderstreept heeft in een motie op 2 juli 2015, waarin opgeroepen wordt in de uitwerking van de Samenwerkingsafspraken met de huurders en corporaties afspraken te maken met als inzet het behalen van de afspraken uit het energieakkoord in 2020. Voorts overwegende dat: — afspraak 39 van de Samenwerkingsafspraken aangeeft dat extra inkomsten ingezet dienen te worden op beschikbaarheid, betaalbaarheid en duurzaamheid; — die extra inzet op duurzaamheid in geen enkel opzicht naar voren komt in de uitkomsten. Constaterende dat: — het behalen van de 2020 doelstellingen uit het energieakkoord door verschillende organisaties al in twijfel is getrokken door de beperkte en soms zelfs afwezige tussentijdse resultaten; — 2020 nog maar 3 jaar van ons verwijderd is, maar ieder zicht op de realiseerbaarheid van de doelstellingen ontbreekt. 1 Jaar 2017 Gemeente Amsterdam R Afdeling 1 Gemeenteraad Nummer 291 Moti Datum _ 13 april 2017 one Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: 1. opnieuw met woningcorporaties aan de onderhandelingstafel te gaan zitten om bindende afspraken te maken die onderbouwd worden met een plan van aanpak en een tijdspad, teneinde de doelstellingen geformuleerd in het energieakkoord te behalen: 2. hier een blijvende prioriteit van te maken binnen de samenwerkingsafspraken teneinde de doelstellingen te behalen, conform de unaniem aangenomen motie Van Dantzig, Flentge, Moorman en Van Soest van 2 juli 2015. Het lid van de gemeenteraad R.H. van Dantzig 2
Motie
2
train
X Gemeente Amsterdam R Gemeenteraad x Gemeenteblad x Motie Jaar 2014 Afdeling 1 Nummer 737 Publicatiedatum 15 oktober 2014 Ingekomen op 8 oktober 2014 Ingekomen in raadscommissie JC Te behandelen op 5/6 november 2014 Onderwerp Motie van de raadsleden de heer Blom en de heer Mbarki inzake de begroting voor 2015 (evalueren van de communicatie en de veranderingen in de jeugdzorg). Aan de gemeenteraad Ondergetekenden hebben de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over de begroting voor 2015; Overwegende dat: — cliënten de belangrijkste partij zijn die in een stem moeten hebben in de evaluatie van de transitie en transformatie van de jeugdzorg; — goede communicatie naar cliënten een zeer wezenlijk onderdeel zal zijn van het slagen van de transitie, ook zeker in de eerste maanden; — vooral in de beginfase van de transitie het van belang is om de communicatie en alle veranderingen te evalueren zodat verbeterpunten die vanuit cliënten komen direct kunnen worden opgepakt, Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: met een voorstel te komen hoe de gemeente de communicatie en veranderingen in de jeugdzorg kan evalueren en indien nodig hiervoor middelen beschikbaar te stellen. De leden van de gemeenteraad, S.R.H. Blom S. Mbarki 1
Motie
1
discard
x Gemeente Amsterdam R Gemeenteraad % Gemeenteblad % Schriftelijke vragen Jaar 2019 Afdeling 1 Nummer 1016 Datum indiening 11 april 2019 Datum akkoord 14 juni 2019 Publicatiedatum 18 juni 2019 Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen van de leden Groen en De Fockert inzake het verduurzamen van schoolgebouwen. Aan de gemeenteraad Toelichting door vragenstellers: Op 11 april 2019 deden Bernard Wientjes en Etty Schippers een oproep in Trouw. Zij spraken de zorg uit dat het te langzaam gaat met het verduurzamen van schoolgebouwen in Nederland en deden een oproep aan de overheid om in te grijpen:. In de Routekaart Klimaatneutraal staat over schoolgebouwen: “Een mooi streven in dat kader is om uiterlijk 2022 vijf vooroorlogse schoolgebouwen aardgasvrij te laten zijn. Alle nieuwe schoolgebouwen die vanaf nu worden gebouwd zijn energieneutraal.” Naast deze doelstelling in de Routekaart heeft de gemeente op het gebied van verduurzaming van schoolgebouwen onder andere het Plan Gezonde Scholen. Deze bevat een aantal maatregelen gebaseerd op de Agenda Duurzaamheid uit de vorige periode. Die zijn echter vooral gericht op het binnenklimaat. De gemeentelijke rol is die van facilitator en verbinder. “Schoolbesturen moeten hier aan mee willen doen en deelname is afhankelijk van de propositie. Veel schoolbesturen zeggen al een erg laag energietarief te hebben. De extra risico's zijn planning en medewerking van de schoolbesturen”. De fractie van GroenLinks vraagt zich af of deze aanpak toereikend is om de ambities van de stad Amsterdam, zoals vastgelegd in het Coalitieakkoord, te verwezenlijken. Klimaatneutrale scholen dragen niet alleen bij aan de duurzaamheidsambities van de stad. Het is de plek waar toekomstige generaties worden klaargestoomd voor een wereld waarin het vanzelfsprekend is om binnen de grenzen te leven van wat de aarde kan dragen. Gezien het vorenstaande hebben de leden Groen en De Fockert, beiden namens de fractie van GroenLinks, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders gesteld: 1 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Neng Tote Gemeenteblad Datum 18 juni 2019 Schriftelijke vragen, 11 april 2019 1. Heeft het college kennisgenomen van het artikel in Trouw en de oproep van Bernard Wientjes en Etty Schippers? Antwoord: Ja. 2. Zo ja, wat is de reactie van het college op deze oproep? Antwoord: De oproep om sneller te verduurzamen is een positief initiatief. Het college onderschrijft deze ambitie en daarom wordt in Amsterdam op verschillende manieren samengewerkt met schoolbesturen aan het verduurzamen van schoolgebouwen en pleinen. Het College is voornemens om energietransitie & scholen op te nemen in de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal en onderzoekt samen met de scholenkoepels de mogelijkheden en randvoorwaarden. 3. Watis het huidige beleid van het college ten aanzien van het verduurzamen van de bestaande schoolgebouwen in Amsterdam? Antwoord: De gemeente werkt op verschillende manieren samen met de schoolbesturen aan de verduurzaming van Amsterdamse schoolgebouwen en pleinen: e De gemeenteraad heeft begin 2019 ingestemd met de aanpassing van de normvergoeding voor schoolgebouwen waarmee Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) de standaard is geworden bij de realisatie van nieuwe schoolgebouwen én bij de speciale regeling in de vervangings- en renovatieopgaven van de onderwijsgebouwen in de stad. Jaarlijks worden er circa 5 — 10 schoolgebouwen ingrijpend gerenoveerd dan wel vervangen. BENG is in Amsterdam het uitgangspunt bij zowel nieuwbouw als bij renovaties. e De gemeente en schoolbesturen investeren via het project Gezonde Schoolgebouwen Amsterdam (GSA) gezamenlijk in een gezond binnenklimaat van bestaande scholen. De toename aan energieverbruik (door het plaatsen luchtbehandeling systemen) wordt gecompenseerd door het nemen van energiemaatregelen zoals het plaatsen zonnepanelen. e De gemeente en schoolbesturen investeren via Amsterdamse Impuls Schoolpleinen (AIS) in groene schoolpleinen in de stad. Stenen pleinen worden omgebouwd tot groene pleinen. Hiermee is er al circa 25.000 m2 aan extra groen toegevoegd in de stad worden de schoolpleinen zo ingericht dat deze bijdragen aan een betere afwatering van regenwater. e Schoolbesturen worden door de gemeente ondersteund in de verdere verduurzaming van hun schoolgebouwen. Ruimte & Duurzaamheid biedt vanuit Amsterdam Klimaatneutraal ondersteuning aan scholen en haar besturen om te komen tot zonne-energie op scholen. Een goed voorbeeld hiervan is het project in Nieuw-West waar sinds dit voorjaar achttien scholen met ruim 6000 zonnepanelen eigen energie opwekken. 2 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Neng Tote Gemeenteblad Datum 18 juni 2019 Schriftelijke vragen, 11 april 2019 4. Welk bestuurlijk instrumentarium heeft de gemeente Amsterdam om schoolgebouwen te verduurzamen? Antwoord: Het instrumentarium bestaat in hoofdlijn uit drie onderdelen: e De gemeente stelt de normvergoeding onderwijshuisvesting vast met de daarbij behorende gebouw gebonden eisen voor grote renovaties en nieuwbouw van schoolgebouwen. e Vrijwel alle bestaande schoolgebouwen zijn in (juridisch) eigendom van het schoolbestuur. Het schoolbestuur ontvangt vanuit de Rijksoverheid een vergoeding voor het beheer, onderhoud en aanpassing van het schoolgebouw. Het (tussentijds) verduurzamen van bestaande schoolgebouwen kan op vrijwillige basis via programma's als Gezonde Schoolgebouwen Amsterdam en Amsterdamse Impuls Schoolpleinen worden gestimuleerd. e Hetfaciliteren van schoolbesturen door ze vanuit de gemeente te ondersteunen in kennis, middelen zoals het duurzaamheidsfonds en/of Klimaatfonds, en adviserende en uitvoerende capaciteit. 5. Volstaat dit beleid om er voor te zorgen dat alle schoolgebouwen in Amsterdam uiterlijk 2040 klimaatneutraal zijn? Antwoord: In de bouwregelgeving wordt de term energieneutraal gehanteerd. Bij nieuwe gebouwen en bij de vervanging van bestaande schoolgebouwen is de eis (waar technisch mogelijk) ‘Bijna Energie Neutraal’ (BENG). Dit is nog niet 100% energieneutraal. Met de gemiddelde levensduur van een schoolgebouw en uitgaande van het jaarlijkse vervangingsritme zullen in 2040 nog niet alle schoolgebouwen energieneutraal zijn. Daarom heeft de gemeenteraad in de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal de ambitie opgenomen om de verduurzaming van schoolgebouwen te versnellen. Wethouder onderwijs en wethouder duurzaamheid komen in 2020 met een voorstel om deze versnelling te realiseren. 6. Hoe wordt het verduurzamen van schoolgebouwen verwerkt in de Routekaart Klimaatneutraal? Antwoord: Vanuit de Routekaart zet de gemeente in op vier onderdelen: e Hetstimuleren van zonne-energieprojecten op scholen in navolging van het succes in Nieuw-West. e Inzetten op gasloze schoolgebouwen met de ambitie om in 2022 vijf scholen van het gas af te krijgen. e De mogelijkheden en financiële haalbaarheid onderzoeken om nieuwe schoolgebouwen energieneutraal te realiseren. e De mogelijkheden en financiële haalbaarheid onderzoeken om bestaande scholen aanmerkelijk energie-efficiënter te maken. 3 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 1 Gemeenteblad Nummer 48 ton 2019 Schriftelijke vragen, 11 april 2019 7. Hoeveel klimaatneutrale scholen zijn er al in Amsterdam? Antwoord: De ons bekende energie neutrale scholen zijn: — De Capelle — De Wereldboom — _4° Gymnasium — Zeven Zeeën — Immanuel (in aanbouw) Daarnaast is er een aantal scholen Bijna Energie Neutraal (BENG). — Hyperion — Amsterdams Beroepscollege Noorderlicht — Cburgcollege — IJburgcollege 2 — Altra College Kortvoort (deel uitbreiding) — VSO Heldringschool Noord Er zijn op dit moment vier ‘BENG'’ scholen in aanbouw (of onderdeel van renovatie) en er zijn op dit moment circa twintig 'BENG’ scholen in voorbereiding. 8. Hoeveel zonnepaneelprojecten zijn er op dit moment gerealiseerd op scholen? Antwoord: De laatste jaren zien we steeds meer schoolbesturen die zonnepanelen plaatsen op schoolgebouwen. Een voorbeeld daarvan is het gezamenlijke project in Nieuw West. Het aantal zonnepaneelprojecten wordt niet door de gemeente Amsterdam geregistreerd. De gebouwen zijn immers geen eigendom gemeente en er is geen registratieplicht. De schooldakrevolutie heeft in opdracht van de gemeente Amsterdam een inventarisatie gedaan van de schooldaken. De actuele stand voor de schoolgebouwen is volgens de Schooldakrevolutie: 25% van de scholen maakt nu gebruik van zonnestroom van eigen dak, maar slechts 10% maakt gebruik van het gehele dak voor de opwek van zonnestroom. 15% gebruikt een deel van het dak voor opwek. 9. Voert het college gesprekken met OSVO en andere partners in het onderwijs in het kader van het Klimaatakkoord? Antwoord: Ja, verduurzaming van bestaande voortgezet onderwijs gebouwen is onderdeel van de reguliere gesprekken over huisvesting tussen gemeente en het OSVO. In het kader van het Klimaatakkoord heeft Amsterdam recentelijk het zonne- energieproject op scholen (primair en voortgezet onderwijs) in Nieuw West afgerond. Dit project wordt zichtbaar in het Klimaatakkoord. Amsterdam Klimaat Neutraal is met de schoolbesturen in gesprek om een verdere uitrol over de rest van de stad te verkennen. Burgemeester en wethouders van Amsterdam Femke Halsema, burgemeester Peter Teesink, secretaris 4 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R weing Tote Gemeenteblad ummer wees: . Datum 18 juni 2019 Schriftelijke vragen, 11 april 2019 5
Schriftelijke Vraag
5
train
Verzonden: dinsdag 16 juni 2015 1:57 Aan: Dikhout George; Burgemeester; Blokhuis Thomas; Willems Rob; [email protected]; Alberts Remine; Boldewijn, Henk; Pe Marijke; Paternotte Jan; Groot Wassink, Rutger Onderwerp: winnend concept tegen drugs in het Zuiden”, Drugscriminaliteit in Zuid- Nederland versus regulering softdrugs | Gemeenteraad van Amsterdam | Raadscommissie Algemene Zaken van de Gemeente Amsterdam | College van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam | OFFICIEEL RAADSADRES vr groeten Subject: “winnend concept tegen drugs in het Zuiden". Drugscriminaliteit in Zuid- Nederland versus regulering softdrugs Date: Tue, 16 Jun 2015 01:41:10 +0200 Subject: “winnend concept tegen drugs in het Zuiden". Drugscriminaliteit in Zuid- | Nederland versus regulering softdrugs Date: Tue, 16 Jun 2015 00:34:05 +0200 L AAN: Minister van Veiligheid en Justitie College van Procureurs-Generaal Openbaar Ministerie Vaste Commissie van Veiligheid en Justitie van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Gemeentebesturen steden Provincie Noord-Brabant en Limburg Bondsbesturen Politiebonden in NL Zeer Geachte Heer/Mevrouw/College, In de Volkskrant van zaterdag 13 juni 2015 in de Collumn van Bert Wagendorp, stond een interessante beschouwing over de drugscriminaliteit en de bestrijding hiervan. “Winnend concept tegen drugs in het Zuiden”, stond er in een artikel van een dag eerder over een stuk van Jan Tromp. Daarin mocht burgemeester Noordanus van Tilburg opscheppen over het succes van de nieuwe aanpak van de drugscriminaliteit. Er zijn xtc-labs en hennepkwekerijen opgerold en drugsbendes “aangepakt”: eindelijk is het lek boven water en dit dankzij het “winnende concept”. Al een halve eeuw voeren we de "War on Drugs", Die heeft hele landen ontwricht, miljoenen mensenlevens gekost en tot niets anders geleid dan mooie prijzen voor de | drugsmaffia en terreurbewegingen. Maar zie daar : In Tilburg e.o. begint de Victorie. Er is een “winnend concept", bedacht door Peter Noordanus, de PvdA-burgemeester van de stad waar de | productie van drugs de grootste economische sector is. Het winnend concept bestaat uit extra agenten en betere samenwerking tussen overheidsinstanties. Ook in Limburg werkt het. De Limburgse hoofdofficier van | Justitie Bos zei dat criminelen in zijn provincie het nieuwe beleid als “bijzonder | vervelend" ervaren. Als dat geen vooruitgang is, in de strijd. | De afgelopen maanden schreef Jan Tromp in de zaterdagse bijlage Vonk van de Volkskrant indringende verhalen over de toenemende greep van de criminaliteit op het openbaar bestuur, in het bijzonder in Noord-Brabant binnenkort het Sicilie van Nederland. Soms is domheid ingegeven door onwetendheid, soms door valse voorlichting. Maar er is ook een vorm van domheid die je kunt omschrijven als een hardnekkige vorm van ontkenning van harde feiten, van een stug volgehouden geloof in onzin, van het volgen van een route waarvan je zeker weet dat hij doodloopt. Het "winnend concept" van Peter Noordanus c.s. is daarvan een pregnant voorbeeld. Het winnend concept is een gotspe. Er verkassen hooguit een paar criminelen van A naar B, er worden wat xtc- L laboratoria verplaatst naar Belgie en een paar minkukels opgesloten- het probleem blijft fundamenteel het zelfde. Dat miste ik, in de serie van Tromp: een ander geluid dan de roep om meer politie en meer geld voor de bestrijding van drugsgerelateerde criminaliteit. We weten uit talloze wetenschappelijke onderzoeken dat de consumptie, de handel en de productie van drugs niet afnemen door repressie. Dat repressie zinloos is staat net zo vast als dat de aarde rond is. Toch blijven we het doen. Repressie kost ons miljarden euro's per jaar en een groot deel van de politie- justitie- en gevangeniscapaciteit. Drugscriminelen steken hun illegaal verworven kapitaal in andere illegale activiteiten - of ze kopen er een wethouder mee om. Repressie lost het probleem niet op, het verstrekt het = slechts dweilen met de kraan open. | Regulering van (soft) drugs is het enige “winnende concept”. Het levert belasting op voor de overheid (zoals ook bij de andere legale schadelijke drugs als tabak en alcohol, trouwens aan tabak en overmatig alcoholgebruik sterven helaas relatief veel meer mensen, toch zijn deze drugs gewoon in de vrije productie en handel en voor volwassen vrij verkrijgbaar), de politie kan zich gaan bezighouden met andere nuttige taken, het ontneemt de crimineel zijn miljoenenhandel en het belangrijkste het: is beter voor de gezondheid van de gebruikers, dus beter is voorlichting en preventie ten aanzien van het drugsgebruik. | “De Burgemeester als maat van de drugscrimineel”: De Noordanussen van deze wereld zijn ongewild de beste maatjes van de drugscrimineel: die heeft baat bij repressie, want dat leidt juist tot hogere prijzen. Voorlopig is het “winnend concept” in handen van de drugsmaffia. Het voorbeeld: de poging tot “drooglegging” in de V.S. in de jaren twintig van de vorige eeuw, die juist de zware criminaliteit versterkte. Trouwens drugsgebruik is een Volksgezondheidsprobleem, dient uiteindelijk uit het strafrecht te verdwijnen, dat vereist afstand nemen van de geschetste “tunnelvisie”, dat vereist durf en onorthodoxe middelen van het openbaar bestuur. Ook zitten er în sommige geneesmiddelen ook opiaten, die een heilzame werking kunnen hebben bij verschillende kwalen. Zie ook het boek van Prof. Dr. Egbert Tellegen, oud-hoogleraar Milieukunde, in zijn wetenschappelijk boek “Het utopisme van de drugsbestrijding"”, waar ook o.a. in L blijkt dat twee derde van de Gerechtelijke macht voor legalisatie van softdrugs is, dus voor regulering van cannabis teelt, handel en gebruik. … Vroeger was Nederland in Europa en de wereld een “gidsland” , hadden we een voortrekkersrol, nu lijkt het omgekeerde „lopen we nu wel erg achter op de feiten. In Barcelona (Catalanie, Spanje) is de nieuw gekozen burgemeester en het gemeentebestuur , een coalitie van de nieuwe linkse-alternatieve burgerbeweging Podemos bezig met experimenten met gemeentelijke legale wietplantages, om de teelt en handel te reguleren van soft drugs. Dat geeft nieuwe hoop in Europa. Dat lijkt mij in het belang van de gezondheid van de gebruiker (controle en kwaliteit waarborgen) en in het belang van de samenleving als geheel. Hopende U hiermede voldoende te hebben ingelicht, hopende dat dit een kleine bijdrage kan zijn in nieuwe meningsvorming en onderzoek omtrent dit probleem. Vriendelijke groeten, Voetnoot: Van de miljarden die nu deze repressie kost kan o.a. de lage middenklasse: zoals de gewone politieagent, onderwijzers, peuterleidsters, verzorgende, verpleegkundigen, conducteurs, buschauffeurs enz. ( om in het jargon van de rechts-liberale VVD te spreken de “hard werkende Nederlander" ) een behoorlijke loonsverhoging krijgen en betere arbeidsvoorwaarden, ook een extraatje voor de mensen in de onderklasse van der maatschappij, zeker gezien de alsmaar stijgende woonlasten en zorgkosten. Ook een sterkte impuls aan overheidsinvesteringen in de zorgsector, openbaar vervoer, duurzame energie en energie-neutraal bouwen en renovatie enz. (volgens de bekende Britse sociaal-econoom John M. Keynes), nu ziet men vooral publieke armoede van de overheid, versus private rijkdom in de bovenklasse. |
Raadsadres
4
train
Gemeente Amsterdam % Gemeenteraad R % Gemeenteblad % Schriftelijke vragen Jaar 2020 Afdeling 1 Nummer 1088 Datum indiening 3 september 2020 Datum akkoord 29 september 2020 Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen van het lid Van Lammeren inzake de mogelijkheid voor het zwart verven van de wieken van windmolens. Aan de gemeenteraad Toelichting door vragensteller: Windmolens leveren duurzame energie. Toch zijn er veel (trek)vogels en vleermuizen die zich te pletter vliegen tegen de draaiende wieken, omdat ze die niet goed zien. Recent onderzoek van Universiteit Wageningen! concludeert dat de gevolgen van aanvaringen met windmolens voor sommige vogelpopulaties desastreus kunnen zijn. Vooral voor de spreeuw, de bruine kiekendief en de visdief zijn de effecten van windmolensterfte volgens de geldende ‘1-procentmortaliteitsnorm’ groter dan gedacht. Volgens nieuw onderzoek? van het Noorse Institute for Nature Research zou het verven van de wieken meer zichtbaar contrast opleveren, waardoor de vogels eerder kunnen uitwijken. Het idee daarvoor is afkomstig uit Amerikaanse onderzoek, waaruit bleek dat de Amerikaanse torenvalk het best reageert op contrast met zwart. De Noorse wetenschappers zien dat bevestigt na experimenten in het Noorse windmolenpark van Smgla. Verven van de wieken heeft daar geleid tot 70 procent minder vogelaanvaringen.” Gezien het vorenstaande heeft het lid Van Lammeren, namens de fractie van de Partij voor de Dieren, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders aan het college van burgemeester en wethouders gesteld: 1. Is het college bekend met het artikel in de Volkskrant: “Te veel vogels krijgen klap van de windmolen, maar wieken verven kan helpen”? Antwoord: Ja, daar heeft het college kennis van genomen. 1 httos://www.wur.nl/nl/Onderzoek-Resultaten/Onderzoeksinstituten/Environmental- Research/show-wenr/lmpact-van-windturbines-op-vogelsterfte-vaak-onderschat.htm 2 https:/www.nina.no/english/News/News-article/Articleld/5037/S-229-effektive-er- tiltakene-for-fuglevennlig-vindkraft 3 httos://www.volkskrant.nl/wetenschap/te-veel-vogels-krijgen-klap-van-de-windmolen- maar-wieken-verven-kan-helpen-bb9c9278/ 1 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam R Afdeling 1 Gemeenteblad Amer 29 sert ember 2020 Schriftelijke vragen, woensdag 2 september 2020 2. Heeft het college cijfers over de vogelsterfte door windmolens in Amsterdam? Antwoord: Het college heeft geen cijfers over de vogelsterfte door windmolens in Amsterdam in algemene zin. Op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) staat dat windmolens een klein deel van de vogelslachtoffers veroorzaken die door menselijk handelen om het leven komen. Op basis van vindplaatsen van geringde vogels zijn hoge gebouwen en het verkeer voor roofvogels en uilen veel belangrijkere doodsoorzaken dan windmolens (website RVO, soortenbescherming, bezocht op 15 september 2020). Milieucentraal geeft op haar website aan dat het aantal botsingen tussen vogels en windmolens meevalt als je dit vergelijkt met het verkeer. Volgens schattingen sterven er door 1.800 Nederlandse windmolens zo'n 50.000 vogels per jaar. In het verkeer sterven jaarlijks 2 miljoen vogels (website Milieucentraal, windenergie, bezocht op 15 september 2020). Bij de besluitvorming over ieder windpark met een opgesteld vermogen van <15 MW is een vormvrije MER verplicht, waarin het effect op vogels en vleermuizen is beschreven. 3. Zijn er manieren voor het college om te sturen op een ander uiterlijk van Amsterdamse windmolens? Zo ja, welke? Antwoord: Ja, het college kan op meerdere manieren sturen op het uiterlijk van windmolens. Ten eerste kan het college initiatiefnemers van windmolenprojecten vragen of zij de wieken van windmolens zwart willen verven. Ten tweede kan het uiterlijk van windmolens worden voorgeschreven in beleid. Ten derde kan het uiterlijk van windmolens worden uitgevraagd bij gronduitgifte-tenders en/of in aanbestedingen. Tenslotte kan dit worden geregeld via erfpacht- en opstalrechtbepalingen. 4. Wie is er verantwoordelijk voor de productie van windmolens in Amsterdam? Wat voor mogelijkheden zijn er voor het college om dit productieproces aan te passen, zodat de wieken van windmolens zwart worden? Antwoord: De productie van windmolens in Amsterdam wordt niet specifiek door één bedrijf gedaan. Het is aan de initiatiefnemers van een windmolenproject om een productiebedrijf te selecteren. De gemeente kan initiatiefnemers sturen om windmolens met een bepaald uiterlijk in te kopen (zie antwoord op voorgaande vraag). B. Is het mogelijk om, net als in Eemshaven, ook in Amsterdam een proef te doen met zwarte wieken? Antwoord: Ja, dat is mogelijk. De vraag is of het zinvol is om een dergelijke proef te doen. In het NRC artikel “Waarom zijn windmolens altijd wit” d.d. 11 september 2020 zijn twee redenen genoemd waarom windmolens doorgaans wit zijn: 1) omdat wit minder opvalt vanaf de grond en 2) zodat ze uit de lucht goed zichtbaar zijn voor 2 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam Neng {088 Gemeenteblad R Datum 29 september 2020 Schriftelijke vragen, woensdag 2 september 2020 piloten. Door het aanpassen van de kleur van de wieken zullen er mogelijk minder roofvogels tegen de wieken aanbotsen (omdat zij getraind zijn om bewegingen waar te nemen), maar het is onduidelijk of andere soorten vogels ook zo reageren op een zwarte wiek. In het Volkskrant artikel “Te veel vogels krijgen klap van de windmolen, maar wieken verven kan helpen” d.d. 31 augustus 2020 geeft onderzoeker Ralph Buij aan dat het verven van een wiek niet overal hoeft, ‘maar specifiek op die plekken en voor die soorten waarvan we weten dat ze negatieve effecten ondervinden’. Welke plekken dit zijn hangt af van welke soorten in een gebied voorkomen en van migratieroutes. Dit wordt op lokaal niveau inzichtelijk gemaakt in de verplichte vormvrije MER (zie antwoord vraag 2). Daarnaast heeft de commissie MER in september 2020 een strategische milieueffectrapportage opgeleverd voor de concept RES Noord-Holland Zuid. Daarin staat dat op landelijk niveau migratieroutes op zee en land in kaart zijn gebracht onder coördinatie van Rijkswaterstaat en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Geadviseerd wordt na te gaan hoe deze informatie ook voor de regio Noord-Holland Zuid kan worden benut. Door de informatie te combineren met de mogelijke locaties voor windmolens kan al bij de beoordeling van de RES 1.0 een gedegen inschatting gemaakt worden van de effecten op vogels en vleermuizen. Afhankelijk van de uitkomsten kan worden beoordeeld of het verstandig is om bijvoorbeeld windmolens stil te zetten tijdens migratieperiodes en/of om wieken zwart te verven. De mogelijke voordelen van het zwart verven van de wieken moeten ook worden afgewogen tegen de mogelijke nadelen voor het zicht van bijvoorbeeld helikopter-en vliegtuigpiloten in het havengebied of tegen de mogelijke extra visuele hinder met betrekking tot windmolens in het landschap buiten het havengebied. Burgemeester en wethouders van Amsterdam Femke Halsema, burgemeester Peter Teesink, secretaris 3
Schriftelijke Vraag
3
discard
Stadsdeelcommissie Oost Agenda Datum 10-01-2023 Aanvang 19:30 Locatie Oranje-Vrijstaatplein 2 Overlegvergadering stadsdeelcommissie en dagelijks bestuur Algemeen 1 Opening en vaststelling agenda 2 Mededelingen 3 Vaststellen van het conceptverslag van de vergadering van 20 december 2022 5/1: Op verzoek van het lid Van Boven is een wijziging voorgesteld. Zie pag. 3 van het bijgewerkte conceptverslag. 4 Mededelingen van de ingekomen stukken 5 Het woord aan bewoners, ondernemers en instellingen Besluitvormend 6 Energiearmoede 5/1: Ongevraagde advies toegevoegd. 4/1: Agendapuntformulier toegevoegd. Het ongevraagde advies volgt later. 3/1: Stukken volgen in de loop van week 1. Voorbereidend 7 Ontwerpbestemmingsplan Surinamekade en Sumatrakade Algemeen 8 Vooruitblik Doel bespreking: voorbespreken agenda komende vergaderingen en of agenda en lijst met moties, adviezen en toezeggingen nog actueel is 10/1: MAT lijst en termijnagenda toegevoegd. 3/1: MAT lijst en termijnagenda volgen 10 januari. 9 Rondvraag en sluiten vergadering Ingekomen stukken 1 Bericht met handhavingsverzoek van Vrienden van het Diemerpark over de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022 Voorgesteld wordt, dít bericht met bijlage in handen te stellen van het dagelijks bestuur ter afhandeling. 2 Bericht van Vrienden van het Diemerpark over voorlichting over het Diemerpark Voorgesteld wordt, dít bericht met bijlage in handen te stellen van het dagelijks bestuur ter afhandeling. Insprekerslijst Geen aanmeldingen ontvangen. Verslag Informatie Locatie en opnamen Deze overlegvergadering met de stadsdeelcommissieleden en het dagelijks bestuur vindt plaats in de Raadszaal van het stadsdeelkantoor. De overlegvergaderingen zijn openbaar toegankelijk. Van de vergaderingen op het stadsdeelkantoor worden geluid- en beeldregistraties gemaakt. De vergaderingen zijn daarmee live te volgen en achteraf terug te bekijken via deze pagina. Inspreken en daarvoor aanmelden Inspreken kan live (fysiek of virtueel) ter vergadering, of schriftelijk. Aanmelden voor (live of schriftelijk) inspreken kan tot uiterlijk 24 uur voor aanvang van de vergadering via het online aanmeldformulier: htips://www.amsterdam.nl/@338353/inspreken-commissievergaderingen/
Agenda
3
train
x Gemeente Amsterdam R Gemeenteraad % Gemeenteblad % Motie Jaar 2018 Afdeling 1 Nummer 203 Publicatiedatum 21 februari 2018 Ingekomen onder AW Ingekomen op donderdag 15 februari 2018 Behandeld op donderdag 15 februari 2018 Status Verworpen Onderwerp Motie van de leden De Heer, Groen, Boomsma en Van Lammeren inzake het beleid rond het gemeentelijk vastgoed (herijk de verkoop). Aan de gemeenteraad Ondergetekenden hebben de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over de actualiteit van de leden De Heer, Boomsma en Groen inzake het beleid rond het gemeentelijk vastgoed (Gemeenteblad afd. 1, nr. 143). Overwegende dat: — Verschillende maatschappelijke organisaties de dupe zijn van de verkoop van gemeentelijk vastgoed; — Beleidsrve's en stadsdelen binnen het huidige beleid moeten aangeven of een activiteit een beleidsdoel dient; — Dit echter geen rekening houdt met een eventuele wens van de raad om die activiteiten en het pand waarin zij plaatsvinden te behouden. Van mening dat: — Erop veel plekken in de stad te weinig ruimte is voor kleinschalige cultuur, maatschappelijke activiteiten en ontmoeting en het gemeentelijk vastgoed daar juist een plek aan kan bieden; — De gemeente zijn vastgoed kan inzetten als sturingsmiddel om de leefbaarheid en toegankelijkheid van de stad te bevorderen. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: 1. Het beleid omtrent het verkopen van gemeentelijk vastgoed te herijken om meer recht te doen aan de mogelijkheid vastgoed in te zetten als sturingsmiddel om de leefbaarheid, diversiteit aan functies, en toegankelijkheid van de stad te bevorderen; 2. Daarbij ook te onderzoeken in hoeverre een fonds een rol zou kunnen spelen; 3. Tot die herijking is afgerond te stoppen met het verkopen van gemeentelijk vastgoed. 1 Jaar 2018 Gemeente Amsterdam R Afdeling 1 Gemeenteraad Nummer 203 Motie Datum 21 februari 2018 De leden van de gemeenteraad A.C. de Heer R.J. Groen D.T. Boomsma J.F.W. van Lammeren 2
Motie
2
discard
x Gemeente Amsterdam R Gemeenteraad % Gemeenteblad % Schriftelijke vragen Jaar 2019 Afdeling 1 Nummer 1383 Datum indiening 21 mei 2019 Datum akkoord 3 september 2019 Publicatiedatum 3 september 2019 Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen van het lid Mbarki inzake sluiting van Amsterdamse drugspanden. Aan de gemeenteraad Toelichting door vragensteller: Geregeld worden er in Amsterdamse woningen door de politie vondsten gedaan van (hard)drugs, attributen voor het vervaardigen van drugs en grote sommen contant geld'*. De gemeente gaat vervolgens vaak over tot het sluiten van dergelijke panden. De aanwezigheid van grote stappels drugs en contant geld kunnen een bedreiging vormen voor omwonenden. Daarbij kan een grote hoeveelheid contant (zwart)geld een ondermijnende werking hebben op de samenleving. De fractie van de PvdA is van mening dat drugshandel een grote ondermijnende factor is in de stad, zowel drugshandel als de inkomsten uit de drugs die worden geïnvesteerd in de stad. Daarom zouden we graag meer duidelijkheid hebben over de omvang en de acties tegen drugspanden in de stad. Gezien het vorenstaande heeft het lid Mbarki, namens de fractie van de PvdA, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders gesteld: 1. Het afgelopen jaar zijn meerdere malen panden gesloten door het overtreden van de Opiumwet. Kan het college aangeven hoeveel kilo drugs en contant geld er in 2017 en 2018 opgespoord zijn in de regio Amsterdam in panden? Antwoord: Het college kan dit niet aangeven, de politie heeft hierover geen cijfers beschikbaar. 2. Iser sprake van een stijging in het aantal sluitingen van panden door de vondst van drugs in afgelopen jaren? Graag een toelichting met onderverdeling in soft en harddrugs. 1 https://www.nu.nl/amsterdam/5616527/politie-vindt-159000-euro-en-tien-kilo-cocaine-in-woning-nieuw- west.html ? https:/www.parool.nl/amsterdam/woning-in-west-gesloten-na-vondst-60-kilo-cocaine-bce33111/ 1 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam Neng aes Gemeenteblad R Datum 3 september 2019 Schriftelijke vragen, dinsdag 21 mei 2019 Antwoord: In Amsterdam is er de afgelopen jaren geen stijging te zien van het aantal panden dat gesloten is nadat er drugs is aangetroffen. Het gaat om de volgende aantallen: Jaar __|Harddrugs | Hennepkwekerijen | Softdrugs | Combinatie | Totaal _ 2017 [A [40 2D O4 PE half juli) Jaar _|Harddrugs | Hennepkwekerijen | Softdrugs | Combinatie | Totaal _ 207 |A J8 A [6 {9 | me Pe half juli) In sommige gevallen wordt er in plaats van een sluiting, een waarschuwing gegeven. Dit gebeurt met name bij bewoonde woningen. Ook heeft de gemeente Amsterdam met onder meer woningcorporaties, netbeheer Liander en politie zogenaamde Doorzon’ en ‘Zoeklicht convenanten afgesloten waarin onder andere afspraken zijn gemaakt over het nemen van bestuurs- en civielrechtelijke acties om onrechtmatig gebruik van woningen tegen te gaan. Onderdeel hiervan is dat corporaties zelf maatregelen nemen — zoals ontbinding van het huurcontract — indien in een woning een hennepplantage is aangetroffen. Deze woningen worden door de gemeente in beginsel niet gesloten. In 2017 en 2018 ging het in totaal om 220 woningen van corporaties waarin drugs is aangetroffen. 3. Op welke locaties in de stad wordt vooral drugs aangetroffen in panden? Ziet het college hier wellicht een patroon in? Antwoord: In de hele stad wordt drugs aangetroffen. In stadsdelen Nieuw-West en Zuidoost zijn de afgelopen jaren de meeste panden gesloten. 4. Iser binnen de gemeente en/of politie sprake van een speciaal team die bezig is met opsporing van drugs en geld in Amsterdamse panden, of gaat het veelal om toevalstreffers waarbij de drugs worden aangetroffen? Antwoord: De politie doet — onder gezag van het Openbaar Ministerie — doorzoekingen in panden naar aanleiding van meldingen of in het kader van lopende opsporingsonderzoeken naar (o.a.) drugshandel. Daarnaast doen de gemeente en politie gezamenlijke maandelijkse spookburgeracties. De acties zijn gericht op het bevorderen van de veiligheid rond wonen en het aanpakken van crimineel gebruik van de woning (bijvoorbeeld voor drugshandel). Hierbij wordt gecontroleerd of er mensen wonen in woningen 2 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R weing aes Gemeenteblad Datum 3 september 2019 Schriftelijke vragen, dinsdag 21 mei 2019 waar niemand staat ingeschreven bij het Bevolkingsregister. Criminelen of mensen die anoniem wensen te blijven, schrijven zich veelal niet in op een adres met het oog om deze anonimiteit te waarborgen. Bij deze controles worden regelmatig grote hoeveelheden drugs, geld of vuurwapens aangetroffen. Vaak worden deze panden gebruikt door buitenlandse drugscriminelen afkomstig uit landen als Albanië, Colombia, Italië, Kroatië en Engeland. 5. Hoe beoordeelt het college het middel ‘het sluiten van panden’ in haar strijd tegen drugshandel en de ondermijnende effecten van deze drugshandel? Antwoord: Een sluiting van een pand is een van de (bestuurlijke) maatregelen die een bijdrage levert aan de aanpak van ondermijning. Met een sluiting wordt de openbare orde hersteld, het risico op herhaling verkleind en er wordt een signaal afgegeven richting de buitenwereld dat het pand niet langer gebruikt kan worden voor criminele activiteiten. 6. Welk doel heeft het sluiten van panden na het vinden van drugs, geld of materialen die gebruikt worden bij de productie van drugs”? Antwoord: Zie de beantwoording van vraag 5. 7. Kan het college aangeven of de aangetroffen drugs in Amsterdamse woningen en panden voor de ‘lokale’ markt bedoeld waren of voor de (inter)nationale handel? Wat is de verhouding lokale markt versus (inter)nationale handel? Antwoord: De politie heeft geen cijfers beschikbaar over de verhouding tussen aangetroffen drugs in panden bestemd voor de lokale markt versus (intern)nationale handel. Voor een effectieve aanpak van drughandel is meer zicht nodig op de achterkant van het bedrijfsproces (bijvoorbeeld hoe de financiering loopt, met welke bedrijven en financiële instellingen wordt samengewerkt etc.) Pieter Tops en Jan Tromp hebben in opdracht van de gemeente in het kader van de aanpak ondermijning een onderzoek uitgevoerd naar de financieringsstromen van drugs, dat binnenkort wordt gepresenteerd. 8. Kan het college aangeven welke andere bestuurlijke middelen, naast het sluiten van panden er zijn die ingezet kunnen worden zonder tussenkomst van de rechter? Antwoord: De aanpak van drugshandel is een focuspunt binnen de gemeente en ook regionaal en landelijk worden de ondermijnende effecten van drugshandel steviger aangepakt. Bestuurlijk instrumentarium vormt daarin een onderdeel. Naast het sluiten van panden zijn er meer pandgerichte bestuurlijke middelen. Zoals bij de beantwoording van vraag vier aangegeven worden er zogenaamde spookburgeracties gehouden bij woningen waarbij wordt gecontroleerd op inschrijving in het bevolkingsregister. Verder is de dienst Wonen op dit moment aan het inventariseren welke andere bestuurlijke middelen ingezet kunnen 3 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R weing aes Gemeenteblad ummer - …. . . Datum 3 september 2019 Schriftelijke vragen, dinsdag 21 mei 2019 worden tegen het onttrekken van woningen aan de woonvoorraad, nadat er in een woning een hennepplantage is aangetroffen. Wanneer het pand waar drugs is aangetroffen een vergunning plichtige zaak betreft, zoals horeca, kunnen bestuurlijke maatregelen in het kader van de vergunning worden getroffen en in het uiterste geval kan de exploitatievergunning worden ingetrokken. Burgemeester en wethouders van Amsterdam Femke Halsema, burgemeester Peter Teesink, secretaris 4
Schriftelijke Vraag
4
train
x Gemeente Amsterdam R Gemeenteraad % Gemeenteblad % Motie Jaar 2019 Afdeling 1 Nummer 1621 Publicatiedatum 16 oktober 2019 Ingekomen onder AZ Ingekomen op donderdag 10 oktober 2019 Behandeld op donderdag 10 oktober 2019 Status Aangenomen Onderwerp Motie van de leden Poot, Hammelburg, Boomsma, Boutkan, Ceder, Simons, Ernsting, Temmink, Van Lammeren, Van Soest, Taimounti en Nanninga inzake het verlenen van subsidie op basis van de Subsidieverordening Joodse Erfpachttegoeden (bezwaar kunnen maken tegen het advies van de adviescommissie Joodse Erfpachttegoeden en het besluit van de gemeenteraad hierover) Aan de gemeenteraad Ondergetekenden hebben de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over het verlenen van subsidie op basis van de Subsidieverordening Joodse Erfpachttegoeden (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1520). Overwegende dat: — De raad er aan hecht de toekenning van de subsidies zeer zorgvuldig te doen; — Uit de inspraakreacties bleek dat er vragen leven over de verdeling; — Ernog geen mogelijkheid is geweest voor partijen om bezwaar te maken; — Bezwaar maken pas mogelijk is als de Raad een besluit heeft genomen; — De bezwaarschriftencommissie van de Raad een orgaan is wat toegerust is om bezwaren af te handelen. Verzoekt de bezwaarschriftencommissie van de raad: — De taak op zich te nemen om bezwaren van partijen aangaande de toekenning van de subsidies beschikbaar gesteld door de gemeente in het kader van de Subsidieverordening Joodse Erfpachttegoeden af te handelen; — Zich hierbij nadrukkelijk te laten adviseren door de Commissie Joodse erfpachttegoeden en indien nodig ook elders advies in te winnen; — De raadte adviseren over de uitkomst. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: — Gericht te communiceren dat bezwaar maken tegen het besluit van de gemeenteraad aangaande de verdeling van de Joodse Erfpachttegoeden mogelijk is; — Partijen die bezwaar willen maken en zich wenden tot het college of ambtelijke organisatie, zo goed mogelijk te verwijzen naar de bezwaarschriftencommissie. 1 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 1 Gemeenteraad Nummer 1621 Motie Datum 16 oktober 2019 De leden van de gemeenteraad M.C.G. Poot A.R. Hammelburg D.T. Boomsma D.F. Boutkan D.G.M. Ceder S.H. Simons Z.D. Ernsting N.G.J. Temmink J.F.W. van Lammeren W. van Soest M. Taimounti A. Nanninga 2
Motie
2
discard
X Gemeente Amsterdam % Stadsdeel West Stadsdeelcommissie West Agenda Datum 03-10-2023 Aanvang 19:45 Locatie Raadszaal Stadsloket Bos en Lommerplein 250 Eindtijd 23:00 8 Dagelijks Bestuur: Adviesaanvraag Beleidskader Inclusie en Antidiscriminatiebeleid 0 Agenda 1 Opening, agenda vaststellen, mededelingen Starttijd 19:45 Eindtijd 20:00 11 Benoeming Charles Vaneker 2 Bewoners aan het woord Starttijd 20:00 Eindtijd 20:15 Wilt u langskomen om in te spreken? Graag ontvangen wij uiterlijk 24 uur voor aanvang van de bijeenkomst uw aanmelding via [email protected] onder vermelding van het onderwerp. En vergeet uw telefoonnummer niet te noteren, dan kunnen wij u even bellen. 2.1 Sumeyye Yasar - ‘horeca overlast’ 1 X Gemeente Amsterdam % Stadsdeel West 22 Jantine de Jong - ‘gevaarlijke situatie op Brettenpad/Sloterdijkerweg’ 2.3 Egon van Wees - ‘Bewonersparticipatie, energietransitie in de Pieter van der Does- Tromp buurt - hoe het niet moet! - Cornelis Dirkszstraat gebrekkige communicatie, bewonersparticipatie en zorgen over de buurt bij voorgenomen plaatsen transformatorhuisje’ 24 Margot Nieuwenhuis - ‘Gat van de Kinkerbuurt’ 3 Actualiteiten Starttijd 20:15 Eindtijd 20:30 Ruimte voor inbreng van actualiteiten[1]. [1] De agendacommissie beslist voorafgaand aan de bijeenkomst of iets een actualiteit is. 3.1 Anneke Veenhoff - Bestuurlijk stelsel bevoegdheden 4 Vragen half uur Starttijd 20:30 Eindtijd 21:00 Ruimte voor inbreng van mondelinge vragen{[1]. [1] De agendacommissie beslist voorafgaand aan de bijeenkomst of iets mondelinge vragen zijn. 41 VVD - Mondelinge vragen explosie fietsenwinkel Admiraal de Ruijterweg 2 x Gemeente Amsterdam % Stadsdeel West 42 D66 - Uitbreiding Ketelhuis 4,3 GroenLinks - Ontwikkelingen Westerpark 5 Dagelijks Bestuur: Adviesaanvraag op Concept Uitvoeringsprogramma Bouw & Gebruik 2023 Starttijd 21:00 Eindtijd 21:30 Oordeelsvormend Deadline 17 oktober 2023 Portefeuillehouder: Thomas Hermans 6 Stadsdeelcommissie: Energietransitie Starttijd 21:30 Eindtijd 22:00 Oordeelsvormend Geagendeerd GroenLinks Portefeuillehouder: 7 Dagelijks Bestuur: Actualisatie Beleidskader Puccinimethode Starttijd 22:00 Eindtijd 22:30 Oordeelsvormend Deadline: 17 oktober 2023 Portefeuillehouder: Ester Fabriek 3 x Gemeente Amsterdam % Stadsdeel West 8 Dagelijks Bestuur: Adviesaanvraag Beleidskader Inclusie en Antidiscriminatiebeleid Starttijd 22:30 Eindtijd 22:45 Besluitvormend Deadline: 6 oktober 2023 Portefeuillehouder: Fenna Ulichki Ne) Dagelijks Bestuur: Adviesaanvraag VO Sloterdijk | Zuid Starttijd 22:45 Eindtijd 23:00 Besluitvormend Portefeuillehouder: Ester Fabriek Deadline 25 september 2023 10 Sluiting vergadering Starttijd 23:00 11 TKN Dagelijks Bestuur: Sprong over het IJ Deadline 10 oktober 2023 Portefeuillehouder: Thomas Hermans 4
Agenda
4
val
VN2020-029607 N% Gemeente Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en RO do ruimte en Marineterrein, Energietransitie vurzaamheid N Amsterdam Voordracht voor de Commissie RO van 24 maart 2021 Ter advisering aan de raad Portefeuille Ruimtelijke Ordening Openbare Ruimte en Groen (24) Agendapunt 12 Datum besluit 2 maart 2021, college van B&W Onderwerp Vaststellen Ruimtelijk Toetsingskader Noorder IJ-plas De commissie wordt gevraagd Aan de gemeenteraad het volgende advies uit te brengen 1. Kennis te nemen van en te betrekken bij de voorliggende besluitvorming: a. naar aanleiding van de terinzagelegging van het ontwerp Ruimtelijke Toetsingskader Noorder IJ- plas, ingebrachte 141 inspraakreacties van bewoners en belanghebbenden. b. het advies van de stadsdeelcommissie Noord dat positief is over het concept toetsingskader om sturing te geven aan de ontwikkeling van het gebied. c. het negatieve advies van de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur (TAC) waarin wordt gesteld dat het concept toetsingskader het gebied onvoldoende beschermt en dat plafonds moeten worden ingebouwd om het risico van ongewenste initiatieven te beperken. 2. Kennis te nemen van de Nota van Beantwoording en Wijziging op de inspraakreacties en adviezen op het ontwerp Ruimtelijk Toetsingskader Noorder IJ-plas 2020-2030 met als belangrijkste punten: a. Beter wordt aangegeven dat de ontwikkeling van het gebied tot toekomstig stadspark niet ten koste gaat van de natuur in het gebied b. Verwezen wordt naar de concept Regionale Energiestrategie (RES). als basis voor het beleid met betrekking tot de eventuele plaatsing van windturbines en zonnepanelen op water in het gebied. c. Mountainbiken in het gebied blijft vooralsnog gedoogd maar wordt niet gefaciliteerd in het Toetsingskader. d. Naar aanleiding van het TAC advies om plafonds in te voeren worden in het Toetsingskader grootschalige activiteiten, motorboten, terreinuitgifte aan particulieren en realisatie van een doorbraak naar het kanaal expliciet vitgesloten en worden overnachtingen bij vitzondering toegestaan. 3. Met inachtneming van de wijzigingsvoorstellen zoals beschreven in de Nota van Beantwoording en Wijziging vat te stellen het Ruimtelijk Toetsingskader Noorder IJ-plas 2020-2030, met als belangrijkste punten: a. het toetsingskader bepaalt waaraan initiatieven in het plangebied moeten voldoen. Het vooruitzicht op de toekomstige functie van de plas als verbindend stadspark tussen Zaanstad en Amsterdam is daarbij leidend. Gegenereerd: vl.l1 1 VN2020-029607 % Gemeente Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en R rve ruimte en % Amsterdam ‚ ‚ . duurzaamheid % Marineterrein, Energietransitie Voordracht voor de Commissie RO van 24 maart 2021 Ter advisering aan de raad b. Het toetsingskader bevat ruimtelijke vitgangspunten die sturing geven aan de geleidelijke ontwikkeling van de Noorder IJ tot verbindend stadspark waarbij kwaliteit en toegankelijkheid van het open groenblauwe gebied als groene long tussen beide steden wordt vergroot. c. Het toetsingskader bevestigt en verruimt het zoekgebied voor de plaatsing van windturbines en zonnepanelen conform het beleid en de doelstellingen die in de Windvisie 2012 en de Routekaart Amsterdam Klimaat Neutraal zijn vastgelegd. Daarbinnen kan nader onderzoek naar een veilige en landschappelijk ingepaste plaatsing van windturbines plaatsvinden. 4. In te stemmen om af te wijken van de Hoofdgroenstructuur, als onderdeel van de geldende Structuurvisie Amsterdam, ten behoeve van ruimtelijke initiatieven die voldoen aan het toetsingskader vit het onder beslispunt 3 vastgestelde Ruimtelijk Toetsingskader Noorder IJ-plas. Wettelijke grondslag Gemeentewet, artikel 108, eerste lid jo artikel 147, tweede lid De gemeenteraad is bevoegd tot regeling en bestuur inzake de huishouding van de gemeente en stelt deze kaders vast. Structuurvisie, Deel 3 — Instrumentarium, $ 2.5 (Afwijking en interpretatieruimte) Bij ingrepen in de Hoofdgroenstructuur waarbij het college ondanks een negatief advies van de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur met een plan wil instemmen, zal de gemeenteraad met de afwijking akkoord moeten gaan. Bestuurlijke achtergrond Ontwikkelstrategie Haven-Stad De Gemeenteraad heeft op 21 december 2017 de Ontwikkelstrategie Haven-Stad vastgesteld (bd 2017 — 013059). In de Ontwikkelstrategie zijn als vitwerking van de Transformatiestrategie Haven- Stad de voorwaarden en mogelijkheden voor ontwikkeling van Haven-Stad uitgewerkt. Hierbij zijn de ambities verhoogd, ingezet wordt op: - verdere verdichting met 40.ooo tot 70.000 woningen (vergelijkbaar met een middelgrote stad), -een mengstrategie die extra banen creëert, - een mobiliteitsshift van auto naar OV en fiets, - het hanteren van de duurzaamheidsdoelstellingen voor 2040. Deze ontwikkeling zal gedurende enkele decennia plaatsvinden. En stad bouwen ter grootte van een middelgrote gemeente (zoals Haarlem of Leiden) vereist o.a. voldoende ruimtereservering voor maatschappelijke voorzieningen en groenvoorzieningen. De aanleg van stadsparken hoort hier vanzelfsprekend bij. Parken zijn belangrijke bronnen voor de leefkwaliteit van de stad en de gezondheid van de stedeling. De Noordelijke IJ-plas is bestemd als toekomstig (metropolitaan) stadspark, te midden van de toekomstige dicht bebouwde stedelijke wijken. De Noorder IJ-plas heeft hierin een bijzondere plek: het vormt de groene long tussen de ontwikkelgebieden van Amsterdam en Zaanstad. Gegenereerd: vl.l1 2 VN2020-029607 9 Gemeente Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en rve ruimte en % Amsterdam RO duurzaamheid % Marineterrein, Energietransitie Voordracht voor de Commissie RO van 24 maart 2021 Ter advisering aan de raad MER Haven-Stad en actualisatie via monitoring Het milieveffectrapport (MER) Haven-Stad, bij de besluitvorming over de Ontwikkelstrategie Haven-Stad ter kennisgeving door de Gemeenteraad aangenomen op 21 december 2017, vormt een belangrijke bouwsteen voor de Ontwikkelstrategie. De ambities en de vitgangspunten van de Ontwikkelstrategie zijn in het MER getoetst en de vitkomsten van het MER zijn verwerkt in de Ontwikkelstrategie en een spelregelkader voor toekomstige planvorming in de deelgebieden van Haven-Stad. Bij de besluitvorming over de MER en de Ontwikkelstrategie is in de voordracht aangegeven dat er een tweejaarlijks monitoringsrapport wordt gemaakt waarmee het college de Gemeenteraad informeert over de voortgang van de transformatie en de belangrijkste wijzigingen in de leefomgevingsfoto en het spelregelkader. Dit sluit goed aan op de systematiek van de Omgevingswet en geeft de mogelijkheid om ‘vinger aan de pols’ te houden. Het monitoringsplan Haven-Stad is op 15 janvari 2019 door het college vastgesteld. Een van de belangrijke relevante toetsingscriteria hiervoor is de groennorm, die moet waarborgen dat elke inwoner een park in de buurt heeft. De Noorder IJ-plas kan hier vanaf nu in worden meegenomen en bijdragen aan de stedelijke groennorm. Koers 2025 - Ruimte voor de Stad Op 1 april 2015 heeft het college ingestemd met de bestuursopdracht Ruimte voor de Stad. Het doel van Ruimte voor de Stad - Ontwikkelstrategie Amsterdam 2025 is het creëren van voldoende projecten voor aantrekkelijke nieuwe stedelijke milieus in Amsterdam om de sterke groei van bevolking, bedrijvigheid en toerisme op te kunnen vangen. Dit past bij de ambitie van het College de woningproductie op te voeren. Om de woningbouwproductie op de korte termijn veilig te stellen worden, als onderdeel van het programma Ruimte voor de Stad, versnellingslocaties ontwikkeld. Naast bevolkingsgroei is er ook sprake van economische groei. Amsterdam en de omliggende gemeenten vormen samen als metropool een handels- en kennisregio met een positie op wereldniveau. De ambitie is om tot de top-5 van economische regio’s van Europa te horen. De haven vervult een belangrijke rol in het aanjagen van de economie. De haven heeft de ambitie om een duurzame en flexibele haven te worden, die snel kan inspelen op veranderende behoeften van bedrijven. Structuurvisie, Transformatiestrategie In de Structuurvisie Amsterdam 2040, vastgesteld door de Gemeenteraad in februari 2014, is Haven- Stad, de westelijke havengebieden binnen de -Ring Azo, als transformatiegebied opgenomen. In de daaropvolgende Transformatiestrategie Haven-Stad, vastgesteld door de Gemeenteraad in juli 2013, staat beschreven hoe door aanpassing van de geluidszonering van Westpoort delen van de Sloterdijken en de Noordelijke IJ-oever zich in de komende decennia kunnen ontwikkelen tot gemengd stedelijk gebied met circa 9.000 woningen. In 2025 neemt de gemeenteraad een besluit over het moment en de wijze van transformatie van het Coen- en Vlothavengebied. Intussen wordt in Haven-Stad de transformatie naar een gemengde woon-werkwijk vitgevoerd in Sloterdijk Centrum en Sloterdijk 1 zuid, zonder dat havenbedrijven verplaatst hoeven te worden. De ontwikkeling van de Noorder IJ-plas als verbindend park tussen Zaanstad en Amsterdam geeft uitvoering aan het verbeteren van de verbinding tussen deze twee steden. De nabijheid van Zaanstad als stedelijke lob van Amsterdam kan mede worden benut om de woningschaarste te bedwingen. Zaanstad en Amsterdam werken daarom samen aan de transformatiestrategieën aan beide zijden van de Noorder IJ-plas. Structuurvisie, Hoofd Groenstructuur Gegenereerd: vl.ll 3 VN2020-029607 % Gemeente Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en RO rve ruimte en % Amsterdam ‚ ‚ . duurzaamheid % Marineterrein, Energietransitie Voordracht voor de Commissie RO van 24 maart 2021 Ter advisering aan de raad In de structuurvisie is de Hoofdgroenstructuur opgenomen. Het bevat de minimale hoeveelheid groen die Amsterdam wil borgen en die een onmisbare functie vervult voor groene recreatie, verbetering leefklimaat, waterhuishouding, hittedemping, verbetering luchtkwaliteit, biodiversiteit en voedselproductie. De oevers van de Noorder IJ-plas vallen onder het groentype ‘ruigtegebied/ struinnatuur’. Dit zijn wild ogende gebieden die voor Amsterdam zeldzame planten en dieren bevatten. Ze mogen niet opgevuld raken met andere functies of andersoortige groenfuncties (volkstuinen, sportparken, parken, e.d). Volgens (pagina 209 van) de structuurvisie moet de gemeenteraad met betrekking tot ingrepen in de Hoofdgroenstructuur akkoord gaan met een (incidentele) afwijking van de structuurvisie, als de TAC negatief heeft geadviseerd. Windvisie en de Routekaart Amsterdam Klimaat Neutraal (als basis voor Ruimtelijke Energiestrategie Amsterdam) Amsterdam wil een wezenlijke bijdrage leveren aan het halen van de klimaatdoelstellingen van Parijs, en heeft daarom de ambitie de CO2 uitstoot in Amsterdam terug te dringen met 55% in 2030 en 95% in 2050. In de Routekaart Amsterdam Klimaat Neutraal 2050, vastgesteld door de Gemeenteraad in 2020, heeft Amsterdam zichzelf opgelegd om 5oMW extra op te wekken door windturbines op het land (boven op de 100 MW die reeds vergund is in Westpoort) en 250 MW door zon (1 miljoen zonnepanelen). Dat betekent dat binnen de stadsgrenzen ruimte gevonden moet worden voor 17 extra windmolens van 2 tot 3 MW. In Amsterdam is slechts beperkt ruimte om 5o MW aan windenergie op te wekken. In de Windvisie (vastgesteld door de Gemeenteraad in 2012) is de Noorder IJ-plas samen met het havengebied als meest kansrijk zoekgebied voor windmolens bestemd. Ze vormen voor het college belangrijke plaatsen om de winddoelstelling te halen en komen zodoende terug in de Concept RES. Voor verdere toelichting wordt v verwezen naar de raadsvoordracht. Reden bespreking Nvt. Uitkomsten extern advies Nvt. Geheimhouding Nvt. Uitgenodigde andere raadscommissies Nvt. Welke stukken treft v aan? Gegenereerd: vl.l1 4 VN2020-029607 % Gemeente Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en re ruimte en % Amsterdam Marineterrein, Energietransitie duurzaamheid % annetertein, -nergletrans Voordracht voor de Commissie RO van 24 maart 2021 Ter advisering aan de raad 1. KABINET Inspraakreacties Niet Anoniem Toetsingsader NIJ-plas.pdf (pdf) 2 201118_NvB NIJP_ Geanonimiseerde inspraak reacties.pdf (pdf) AD2021-022243 3 advies stadsdeel Noord RTNIJP.pdf (pdf) 4 DEF TAC advies Ruimtelijk Toetsingskader Noorder IJ-plas 20 08 2020.pdf AD2021-022245 (pdf) 5 Nota van Beantwoording_ Ruimtelijk Toetsingskader Noorder IJ-plas. pdf AD2021-022247 (pdf) AD2021-022248 6 Ruimtelijk Toetsingskader Noorder IJ plas. pdf (pdf) AD2020-096411 Commissie RO Voordracht (pdf) Gemeenteraad Voordracht.pdf (pdf) Ter Inzage agar [en Behandelend ambtenaar of indienend raadslid (naam, telefoonnummer en e-mailadres) Ruimte en Duurzaamheid, Saskia Hoogstraten, 06 53449871, [email protected] Gegenereerd: vl.l1 5
Voordracht
5
train
x Gemeente Amsterdam R Gemeenteraad x% Gemeenteblad % Motie Jaar 2015 Afdeling 1 Nummer 1230 Publicatiedatum 13 november 2015 Ingekomen onder AU Ingekomen op donderdag 5 november 2015 Behandeld op donderdag 5 november 2015 Status Aangenomen Onderwerp Motie van de leden Groot Wassink en Moorman inzake de toekomstige samenwerking met Tel Aviv en Ramallah (geld oormerken voor mensenrechten- organisaties). Aan de gemeenteraad Ondergetekenden hebben de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over de toekomstige samenwerking met Tel Aviv en Ramallah (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1177); Overwegende dat: — het college het voornemen heeft met Tel Aviv en Ramallah een samenwerking aan te gaan; — deze samenwerking vorm zal krijgen in verschillende samenwerkingsprojecten; — er geen financiële uitwerking bij het voorstel is opgenomen en dat het college heeft toegezegd dit op korte termijn te leveren; — de samenwerking op basis van een ‘people-to-people'-benadering zal worden opgezet; — samenwerking met ngo’s op het vlak van mensenrechten zinvol is. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: in de financiële uitwerkingen van de verschillende samenwerkingsprojecten een substantieel bedrag te oormerken voor mensenrechtenorganisaties. De leden van de gemeenteraad B.R. Groot Wassink M. Moorman 1
Motie
1
discard
> Gemeente Amsterdam Motie Datum raadsvergadering 27 mei 2021 Ingekomen onder nummer 375 Status Verworpen Onderwerp Motie van de leden Boomsma, Kreuger, Khan en Van Soest inzake de Regionale Energie Strategie Noord-Holland Zuid (aansprakelijkheid bij initiatiefnemer) Aan de gemeenteraad Ondergetekenden hebben de eer voor te stellen: De Raad, Gehoord de discussie over het vaststellen van de Regionale Energiestrategie Noord-Holland Zuid, Overwegende dat: — de aanleg van windturbines schade kan toebrengen aan de omgeving en aan omwonenden; — deze schade moet worden hersteld, en/of gecompenseerd, Verzoekt het college van burgemeester en wethouders — Bij een eventuele vergunningverlening vast te stellen dat de initiatiefnemer van een windturbine volledig aansprakelijk wordt gesteld voor alle eventuele schade aan derden, en dat deze aansprakelijkheid wordt vastgelegd, en bij verkoop aan een nieuwe eigenaar, wordt overgedragen aan de nieuwe eigenaar na opstellen van een overdrachtsovereenkomst; — Hiertoe een schadeprotocol te ontwikkelen dat schade betrekt in de vorm van dalende huizenprijzen, gezondheidsschade aan derden, alsmede herstelmaatregelen om ecologische schade te compenseren. Indieners D.T. Boomsma K.M. Kreuger S.Y. Khan W. van Soest
Motie
1
discard
AGENDA (concept) Raadscommissie RUIMTELIJKE ONTWIKKELING Datum: Woensdag 2 oktober 2013 Aanvang: 20.00 uur Zaal: Raadzaal Stadsdeelhuis, Buikslotermeerplein 2000 Blok A Procedureel Nr. [Onderwerp _____________________\Nadereinfo Opening/Mededelingen DO Vaststellen agenda 3. Vragenkwartiertje Vrije inspraak op niet-geagendeerde onderwerpen Verslag 11 september 2013 6. _ [Mededelingen portefeuillehouder(s Blok B Bespreking beleidsonderwerpen Nr. |Onderwerp ____________________\Nadereinfo |Regnr. 7. _| Vaststelling bestemmingsplan Mosveld en besluit Ter advisering 6072 hogere waarden Wet geluidhinder voor bestemmingsplan Mosveld Conceptverklaring van geen bedenkingen voor het Ter advisering 5982 verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan Schelllingwoude door het innemen van een ligplaats met de woonboot Liberté op de lokatie Schellingwouderdijk 332F Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Derde partiële | Ter advisering 6056 herziening bestemmingsplan Buiksloterham Investeringsbesluit zelfbouwkavels Noorder IJdijk 6055 Investeringsbesluit zelfbouwkavels Buiksloterweg 6060 Voorbereidingsbesluit Sixhaven 6048 Vaststelling Zevende partiële herziening Oud Noord 6074 Blok C Algemeen ‚Nr. [Onderwerp Belanghebbenden die bij één van de agendapunten wensen in te spreken kunnen tot 24 uur vóór de vergadering zich aanmelden bij de Raadsgriffie, tel. 020-6349924 of raadsgriffie @noord.amsterdam.nl. De raads- en commissievergaderingen worden live uitgezonden via internet. De uitzending is ook achteraf te raadplegen. www.noord.amsterdam.nl/deelraad
Agenda
1
train
VN2023-013151 ee Gite X Gemeente aars timanaungen toeren cormaneste ruswezsen AZ % Amsterdam gren 9 Í Raadsaangelegenheden Voordracht voor de Commissie AZ van o1 juni 2023 Ter bespreking en ter kennisneming Portefeuille Openbare Orde en Veiligheid Agendapunt 8 Datum besluit n.v.t. Onderwerp Uitbesteden politietaken en capaciteitstekort Amsterdamse politie De commissie wordt gevraagd Kennis te nemen van: * beantwoording schriftelijke vragen van het lid R. Alberts (SP) het uitbesteden taken van de Amsterdamse politie. e brief minister van Justitie en Veiligheid. Wettelijke grondslag Artikel 26 Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Amsterdam: Lid 3. Elk lid van de commissie kan voorstellen doen tot behandeling van onderwerpen die niet op de agenda staan met uitzondering van initiatiefvoorstellen. Het lid van de commissie dient het voorstel daartoe minstens vijf werkdagen voor de vergadering schriftelijk bij de commissiegriffier in. Bestuurlijke achtergrond Op 3 juli 2023 zal een separaat LOVP plaatsvinden waarbij er specifiek gesproken gaat worden over de visie op de politiefunctie. De burgemeester neemt in haar rol als regioburgemeester van de politie-eenheid Amsterdam en als voorzitter van de regioburgemeesters deel aan het LOVP. De SP wil voor dit overleg graag in gesprek met de burgemeester over wat er op tafel gelegd gaat worden namens Amsterdam (en wat deze visie dan is). Ook gaan wij graag in gesprek met andere partijen over hun visie op de politiefunctie, het vit handen geven van politietaken, en het samenwerken met andere instanties om zo het tekort aan capaciteit bij de Amsterdamse politie aan te pakken. Reden bespreking o.v.v. het lid Alberts (SP). Uitkomsten extern advies nvt. Geheimhouding nvt. Uitgenodigde andere raadscommissies nvt. Gegenereerd: vl.13 1 VN2023-013151 % Gemeente Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Griffie % Amsterdam ‚ ‚ ‚ % Veiligheid, Handhaving en Toezicht, Communicatie, Juridische Zaken, Raadsaangelegenheden Voordracht voor de Commissie AZ van o1 juni 2023 Ter bespreking en ter kennisneming Wordt hiermee een toezegging of motie afgedaan? hee Welke stukken treft v aan? Beantwoording schriftelijke vragen Alberts inzake Uitbesteden taken van AD2023-040292 er de Amsterdamse politie.pdf (pdf) Beantwoording schriftelijke vragen Alberts inzake Uitbesteden taken van AD2023-040303 er de Amsterdamse politie.pdf (pdf) Brief minister van justitie Contouren voor een visie op de politiefunctie. pdf AD2023-040291 (pdf) AD2023-040278 Commissie AZ Voordracht (pdf) Ter Inzage Registratienr. Naam Behandelend ambtenaar of indienend raadslid (naam, telefoonnummer en e-mailadres) Het lid Alberts (SP) Gegenereerd: vl.13 2
Voordracht
2
train
Gemeente X Amsterdam % Zuidoost Overlegvergadering stadsdeelcommissie Zuidoost Datum : dinsdag 7 februari 2023 Aanvang : 19.00 UUr Locatie : raadzaal, 1° verdieping stadsdeelkantoor Voorzitter : Michel Idsinga Secretaris : Peter Vrieler Agenda 1. Opening en vaststellen agenda 19.00 2. Bewoners aan het woord 19.05 3. Mededelingen 19.15 4. Vaststellen (concept) Besluitenlijst 31 januari 2023 19.20 5. a. Mondelinge vragen 19.25 - Dhr. Heuvel (PvdA) b. Moties 6. Ingekomen stukken 19.55 BESPREEKPUNTEN Gevraagde adviezen 7. Ontwerp-paraplubestemmingsplan Darkstores Ruimtelijk afwegingskader 20.00 Flitsbezorging vanuit darkstores (vaststellen) 8. Ontwerpbestemmingsplan Luttenbergweg 8 20.05 (bespreken) g. Voorontwerpwijziging Omgevingsplan Amsterdam (bespreken) 20.20 10. Beleidsvoornemen invoering betaald parkeren (bespreken) 20.35 11. Rondvraag en sluiting 20.55 Ter kennisname: Toezeggingenlijst SDC februari 2023
Agenda
1
discard
x Gemeente Amsterdam R Gemeenteraad % Gemeenteblad % Motie Jaar 2017 Afdeling 1 Nummer 1520 Publicatiedatum 6 december 2017 Ingekomen onder R Ingekomen op woensdag 29 november 2017 Behandeld op woensdag 29 november 2017 Status Verworpen Onderwerp Motie van het lid Boomsma inzake het investeringsbesluit Elzenhagen Zuid in Amsterdam-Noord (transparantie over financiering). Aan de gemeenteraad Ondergetekende heeft de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over het investeringsbesluit Elzenhagen Zuid in Amsterdam- Noord (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1337). Overwegende dat: — _na vaststelling van het investeringsbesluit het college een optieovereenkomst zal sluiten met Stichting Boven IJ ten behoeve van de realisatie van een nieuwe moskee, en deze stichting is aangesloten bij Diyanet, waarbij Diyanet garant staat voor een deel van de financiering van de nieuwe moskee: — Diyanet nauwe banden heeft met het Turkse departement van religieuze zaken in Ankara, dat onder controle staat van de regering Erdogan: — o.a. via Diyanet de afgelopen jaren in toenemende mate is geprobeerd om ook politieke invloed uit te oefenen vanuit Ankara op Nederlandse burgers met een Turkse achtergrond (de lange arm’); — in het regeerakkoord als speerpunt is opgenomen: “Beïnvloeding vanuit onvrije landen en organisaties (…) door de financiering van organisaties in Nederland is onwenselijk. Voorkomen moet worden dat vanuit het buitenland via geldstromen naar politieke, maatschappelijke en religieuze organisaties onwenselijke invloed wordt gekocht. Daartoe zullen deze geldstromen meer transparant gemaakt worden. Wederkerigheid vormt hierbij een belangrijke toetssteen. Geldstromen vanuit onvrije landen, waarbij misbruik wordt gemaakt van onze vrijheden, zullen zoveel mogelijk worden beperkt.” Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: Vóór het opstellen van de optieovereenkomst met Stichting Boven IJ voor de realisatie van de nieuwe moskee in gesprek te gaan met de initiatiefnemers om de financiering transparant te maken en onwenselijke beïnvloeding vanuit onvrije landen te voorkomen. Het lid van de gemeenteraad D.T. Boomsma 1 2
Motie
2
discard
> 4 Gemeente Raadsinformatiebrief Amsterdam Aan: De leden van de gemeenteraad van Amsterdam Datum 16 mei 2023 Portefeuille(s) Raadsaangelegenheden Portefeuillehouder(s): Presidium Behandeld door Raadsgriffie, [email protected] Onderwerp Aangepaste inzet Methode Duisenberg Geachte leden van de gemeenteraad, Met deze brief informeert het presidium v over een aantal aanpassingen ten aanzien van het gebruik van de methode Duisenberg. Inleiding Sinds 2017 past de Amsterdamse raad bij de begroting en de jaarrekening de methode Duisenberg toe. Voor sommige raadsleden en fracties is dit naar tevredenheid, andere leden en fracties zijn hier minder positief over. Daarom heeft de griffie op het verzoek van het presidium de inzet van de methode in de afgelopen jaren geëvalueerd en ook gekeken naar de ervaringen met de methode in Utrecht en een eventuele rol van de Rekenkamer. Dit heeft geleid tot een aantal bevindingen waarbij de vraag centraal stond ‘op welke manier gaat de Amsterdamse raad verder met de methode Duisenberg?’ Aanpassingen inzet methode Duisenberg Op basis van deze evalvatie en bevindingen? heeft het Presidium geconcludeerd dat de inzet van de methode Duisenberg nog steeds een waardevol instrument is, maar dat toepassing van de methode op twee momenten in het jaar en voor meerdere commissies niet in verhouding staat tot de kosten, tijd en opbrengsten. Daarnaast zou — in navolging van de gemeente Utrecht — een zo groot mogelijk deel van een programma of een heel programma onderzocht moeten worden (in plaats van een deelonderwerp). Om het animo voor het rapporteurschap te vergroten en om de druk op raadsleden te verminderen, is het bovendien belangrijk dat fractievertegenwoordigers (commissieleden) ook rapporteur kunnen zijn. Kortom, het presidium heeft besloten om door te gaan met de methode Duisenberg, maar vanaf heden onder de volgende voorwaarden: e _ Alleen bij de jaarrekening e Bij één commissie per jaar e _ Zoveel mogelijk voor een deel van een programma en niet alleen een deelonderwerp. ‘Een samenvatting van de bevindingen staat in de bijlage. De achterliggende documenten zijn op te vragen bij de griffie. Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief Datum 16 mei 2023 Pagina 2 van 2 e _Rapporteurs kunnen ook fractievertegenwoordigers zijn. e Erwordt een extern bureau ingehuurd voor de begeleiding. Het presidium hoopt u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, 8 Namens het presidium van de TE Kune Burgers ken Houtman voorzitter griffier Bijlagen 1. Bijlage 2 - Samenvatting evaluatie methode Duisenberg en betrokkenheid Rekenkamer 2 Fractievertegenwoordigers kunnen het onderzoek echter niet in de raad toelichten. Wanneer beide rapporteurs fractievertegenwoordiger zijn, zou eventueel gebruik gemaakt kunnen worden van artikel 62 RvO: ‘De raad kan bepalen dat anderen dan de leden van de raad, de burgemeester of de leden van het college tijdens de raadsvergadering mogen deelnemen aan de beraadslaging’. Een routebeschrijving vindt v op amsterdam.nl
Brief
2
train
x Gemeente Amsterdam R Gemeenteraad % Gemeenteblad % Motie Jaar 2018 Afdeling 1 Nummer 1401 Publicatiedatum 28 december 2018 Ingekomen onder P Ingekomen op woensdag 19 december 2018 Behandeld op woensdag 19 december 2018 Status Aangenomen Onderwerp Motie van de leden Boomsma, Kreuger, Van der Burg, Van Soest, Yilmaz en Ceder inzake de Verordening Parkeerbelastingen 2019 (houd parkeren bij ziekenhuizen betaalbaar) Aan de gemeenteraad Ondergetekenden hebben de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over de Verordening Parkeerbelastingen 2019 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1355). Overwegende dat: — De tarieven voor parkeren op het terrein van ziekenhuizen momenteel overal minimaal dezelfde prijs bedragen als parkeren op straat; — de parkeertarieven op straat middels de Verordening Parkeerbelastingen 2019 fors verhoogd worden, en derhalve de parkeertarieven van ziekenhuizen waarschijnlijk mee zullen stijgen; — wanneer ziekenhuizen een lagere prijs hanteren dan het straattarief zij het risico lopen dat ook automobilisten die geen (bezoeker van een) patiënt zijn hun auto op het terrein van het ziekenhuis parkeren; — ziekenhuizen dit kunnen voorkomen door maatregelen te nemen, bijvoorbeeld bij het betalen en verkrijgen van een uitrijkaart; — het wenselijk is dat parkeren bij ziekenhuizen betaalbaar blijft voor (bezoekers van) patiënten. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: met de Amsterdamse ziekenhuizen in gesprek te gaan over hoe (bezoekers van) patiënten betaalbare parkeergelegenheid kan worden geboden. De leden van de gemeenteraad, D.T. Boomsma K.M. Kreuger E. van der Burg W. van Soest N. Yilmaz D.G.M. Ceder 1
Motie
1
discard
> Gemeente Amsterdam % Stadsdeel Zuid Z Agenda van de openbare Commissie Samenleving van 6 december 2011 Vergaderdatum dinsdag 6 december 2011 Tijd 20:00 23.00 uur Locatie Raadzaal te President Kennedylaan 923 Voorzitter dhr. E. Linthorst Griffier mw. M.J. Oosterbaan 1. Opening en vaststellen agenda 2. Mededelingen en vragen over actualiteiten aan het DB 3. Vaststellen verslag van de vergadering van 1 november 2011 4. Toezeggingen en termijnagenda 5. Keuzenotitie Inburgering en nadere subsidieregeling Inburgering jaarlijks 6. Nadere subsidieregelingen: herdenkingen éénmalig, participatie éénma- lig, sportstimulatie éénmalig en aanvullingen en aanpassingen 2012. 7. Sluiting Ter kennisname stukken In het presidium van 9 november 2011 is afgesproken dat de ter kennisname stukken vanaf heden alleen digitaal beschikbaar zijn. Vernieuwd Welzijn 2012 beschikkingen (toezeggingen van 1 nov. jl) Budgetten bewonersinitiatieven in het kader van buurtgericht werken (toezegging van 1 nov. jl) Stand van zaken bezuinigingen en vernieuwing bibliotheekwerk decem- ber 2011 Motie 74 2010 van VVD: Normering overhead en salariskosten directies welzijnsorganisaties 1 Commissie Samenleving - dinsdag 6 december 2011 Stand van zaken brede talentontwikkeling 12+ Jongerenwerk Onderzoek PoVo mentoraten (Primair Onderwijs - Voorgezet Onderwijs mentoraten) Stand van zaken Kunst- en Cultuureducatie Zuid Implementatieplannen woonservicewijken De Pijp/Marathonbuurt 2
Agenda
2
train
Gemeente Amsterdam 8 Gemeenteraad R % Definitieve raadsagenda, woensdag 28 en donderdag 29 juni 2017 De burgemeester van Amsterdam nodigt de leden van de gemeenteraad uit voor de raadsvergadering. Datum en tijd woensdag 28 juni 2017 13.00 uur en 19.30 uur Datum en tijd donderdag 29 juni 2017 13.00 uur en 19.30 uur Locatie Raadzaal Algemeen 1 Mededelingen. 2 Notulen van de raadsvergadering op 7 en 8 juni 2017. 3 Vaststellen van de agenda. 4 Mededeling van de ingekomen stukken. 5 Afscheid van het raadslid mevr. |. Saadi. 6 Onderzoek van de ingezonden bescheiden en installatie van het kandidaat — raadslid dhr. T.A.J. Geenen. 7 __Mondelingevragenuur Openbare Orde en Veiligheid 8 Positief adviseren ten aanzien van de jaarrekening 2016, Ontwerpprogrammabegroting 2018 en actualisatie 2017 van de Veiligheidsregio Amsterdam — Amstelland. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 653) 9 Instemmen met de aanvulling op het besluit herijking van het project 1012 met daarin toegevoegd het adres Enge Kerksteeg 1 als open te houden raambordeel. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 654) Financiën 10 Verslag van de Rekeningencommissie over de Jaarrekening 2016. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 651) Voorstel is om dit gevoegd fe behandelen met 11, 12 en 13. 1 Gemeente Amsterdam Gemeenteraad R Definitieve raadsagenda, woensdag 28 en donderdag 29 juni 2017 11 Reactie college op het verslag van de Rekeningencommissie over de Jaarrekening 2016. Voorstel is om dit gevoegd behandelen met 10, 12 en 13. Stukken zullen per supplementagenda worden verspreid. 12 Kennisnemen van de bestuurlijke reactie op het Generaal Verslag 2016 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 665) Voorstel is om dit gevoegd te behandelen met 10, 11 en 13. 13 Vaststellen van het Jaarverslag 2016 van de gemeente Amsterdam. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 664) Voorstel is om dit gevoegd te behandelen met 10, 11 en 12. 14 Instemmen met het wijzigen van de Begroting 2017 en Begroting 2018-2020 ten gevolg van de conversie naar AFS 2.0 en kennisnemen van de Begroting 2017 op productniveau. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 663) Verkeer en Vervoer 15 Kennisnemen van het Actieplan Bloeiende Stationsomgevingen Oostlijn 2.0. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 643) 16 Kennisnemen van de Evaluatie pilotmaatregelen Groenburgwalgebied. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 644) 17 Aanpassen van de reikwijdte van het project Raadhuisstraat-Rozengracht en het beschikbaar stellen van een voorbereidingsbudget. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 645) 18 Vaststellen van de Nota van Uitgangspunten voor Openbaar Vervoer knoop (OV- knoop) Sloterdijk en het beschikbaar stellen van een voorbereidingskrediet. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 646) Bouwen en Wonen 19 Kennisnemen van het rapport van de Rekenkamer: “Subsidies bewonersondersteuning en belangenbehartiging” en het college verzoeken de aanbevelingen uit te voeren. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 647) Werk, Participatie en Inkomen 20 Intrekken van de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Amsterdam en vaststellen van de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Amsterdam 2017. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 648) 2 Gemeente Amsterdam Gemeenteraad R Definitieve raadsagenda, woensdag 28 en donderdag 29 juni 2017 Deelnemingen 21 Kennisnemen van de opvolging naar aanleiding van de herijking De Amsterdamse Compagnie (DAC). (Gemeenteblad afd. 1, nr. 649) 22 Kennisnemen van de uitkomst van het onderzoek opvolging herijking ODE Energie BV en kennisnemen van de start van de uitvoeringsfase. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 652) Economie 23 Instemmen met het bestemmen van maximaal £2,5 miljoen uit de middelen voor Economische Structuurversterking om het programma House of Skills als uitvoering van de regionale aanpak Leven Lang Ontwikkelen (2017-2020) mede te financieren. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 657) 24 Instemmen met het intrekken van vijf verordeningen met betrekking tot bedrijfsinvesteringszones (Bl-zone). (Gemeenteblad afd. 1, nr. 658) 25 Instemmen met het wijzigen van de tarieventabel van de heffingsverordening markt- en staanplaatsgelden 2017. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 659) Lucht- en Zeehaven 26 Kennisnemen van de concept jaarrekening 2016 en de ontwerpbegroting 2018 van de Gemeenschappelijke Regeling Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 660) Kunst en Cultuur 27 Uiten van wensen en bedenkingen inzake de verzelfstandiging van het Centrum Beeldende Kunst Zuidoost. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 661) Onderwijs 28 Vaststellen van de verordening tot wijziging van de Verordening op het Lokaal Onderwijs Beleid in de gemeente Amsterdam 2014. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 666) 29 Intrekken van de Verordening Leerlingenvervoer Gemeente Amsterdam en vaststellen van de nieuwe Verordening Leerlingenvervoer Gemeente Amsterdam. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 667) 30 Kennisnemen van de Voortgangsrapportage Amsterdamse Lerarenagenda. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 668) 31 Kennisnemen van de Voortgangsbrief Plan van Aanpak Lerarentekort. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 669) 3 Gemeente Amsterdam Gemeenteraad R Definitieve raadsagenda, woensdag 28 en donderdag 29 juni 2017 Openbare Ruimte en Groen 32 Instemmen met de financiële jaarstukken van de recreatieschappen T wiske- Waterland, Spaarnwoude en Groengebied Amstelland en een zienswijze in te dienen op de begroting 2018 van Groengebied Amstelland. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 672) Duurzaamheid 33 Kennisnemen van jaarstukken 2016 en meerjarenraming 2019-2021 van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied en instemmen met het niet indienen van een zienswijze op de ontwerp begroting 2018. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 670) 34 Instemmen met het afwijken van het bestedingskader van de Versnellingsmiddelen Duurzaamheid voor de vergroening van de gemeentelijke elektriciteitsinkoop met Garanties van Oorsprong voor 100% wind. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 671) Zorg en Welzijn 35 Instemmen met het niet indienen van een zienswijze op de begroting 2018 van de Gemeenschappelijke regeling Veilig Thuis en Centrum Seksueel Geweld Amsterdam Amstelland. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 673) 36 Vaststellen verordening tot wijzigen van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2015. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 674) 3/7 Instemmen met het actieplan: Age Friendly City - Naar een levensloopbestendig Amsterdam. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 675) 38 Instemmen met de verlenging van de geldigheidsduur van het “Stedelijk kader afspraken basisvoorzieningen in de stadsdelen 2017-2018” met een jaar. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 676) Ruimtelijke Ordening 39 Kennisnemen van de Principe nota Amstelstation — Amsteloever instemmen met de uitgangspunten voor het vervolgproces en bekrachtigen van de geheimhouding. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 678) 40 Vaststellen van het bestemmingsplan Nieuw Sloten. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 679) 41 Vaststellen van de Beleidsregel wonen en vliegen 20 Ke-contour Schiphol. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 681) 4 Gemeente Amsterdam Gemeenteraad R Definitieve raadsagenda, woensdag 28 en donderdag 29 juni 2017 Grondzaken 42 Instemmen met het collegebesluit tot vaststelling van de Overstapregeling van voortdurende naar eeuwigdurende erfpacht voor woonbestemmingen 2017. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 683) Voorstel is om dit gevoegd te behandelen met 43 en 44. 43 Instemmen met het collegebesluit tot vaststelling van het beleid Grondwaardebepaling voor bestaande erfpachtrechten 2017. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 682) Voorstel is om dit gevoegd te behandelen met 42 en 44. 44 Instemmen met het collegebesluit tot vaststelling van het aanvullend erfpachtbeleid voor bestaande erfpachtrechten. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 684) Voorstel is om dit gevoegd te behandelen met 42 en 43. 45 Vaststellen van de Verordening gronduitgifte met gebruikmaking van erfpacht Amsterdam 2017. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 425) Raadsaangelegenheden 46 Vaststellen van de financiële bijdragen betreffende de fractieondersteuning over 2016. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 650) Juridische zaken/ Raadsaangelegenheden 47 Beslissing op de bezwaarschriften gericht tegen het besluit van de gemeenteraad van 15 maart 2017 om op grond van artikel 4 Wet voorkeursrecht gemeenten een voorkeursrecht te vestigen op de locatie Klaprozenweg Noordoost te Amsterdam (bedrijventerrein Metaalbewerkerweg). (Gemeenteblad afd. 1, nr. 656) VERGADERING ACHTER GESLOTEN DEUREN Juridische Zaken 48 Bekrachtigen van de geheimhouding. Deelnemingen 49 GEHEIM (Gemeenteblad afd. 1, nr. 662) Sport en recreatie 50 GEHEIM (Gemeenteblad afd. 1, nr. 677) 5 Gemeente Amsterdam R Gemeenteraad Definitieve raadsagenda, woensdag 28 en donderdag 29 juni 2017 Ruimtelijke Ordening 51 GEHEIM (Gemeenteblad afd. 1, nr. 680) 6 Gemeente Amsterdam Gemeenteraad R Definitieve raadsagenda, woensdag 28 en donderdag 29 juni 2017 Ingekomen stukken 1 Brief van burgemeester E.E. van der Laan van 2 juni 2017 inzake de uitvoering van de amendementen 1347 van het lid Torn c.s, 1348 van het voormalig lid Yesilgöz-Zegerius c.s. en 1349 van het lid Ruigrok c.s. van 10 november 2016 over schoner Amsterdam, aanpak straatintimidatie en straattuig en handhaving openbare ruimte. Voorgesteld wordt, deze brief desgewenst te betrekken bij de behandeling van de Voorjaarsnota 2017 in de raadscommissie voor Algemene Zaken c.a. van 6 juli en in de raad van 19/20 juli 2017. 2 Brief van het college van burgemeester en wethouders van 30 mei 2017 inzake de afhandeling van moties 1763 en 1765 van 22 december 2016 van respectievelijk de leden Van Osselaer en Dijk, en Van Lammeren over “opportunity costs". Voorgesteld wordt, de raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (inclusief Erfpacht) op 21 juni 2017 kennis te laten nemen van de uitvoering van deze moties en na goedkeuring de moties als uitgevoerd te beschouwen. 3 Brief van het college van burgemeester en wethouders van 6 juni 2017 inzake de beantwoording van motie 268 van 5 april 2017 van de leden Groen, Bosman, Van Lammeren, Alberts en Van den Berg over de beheerkosten van Groengebied Amstelland. Voorgesteld wordt, deze brief desgewenst te betrekken bij de behandeling van agendapunt 32, Instemmen met de financiële jaarstukken van de recreatie- schappen Twiske-Waterland, Spaarnwoude en Groengebied Amstelland en een zienswijze in te dienen op de begroting 2018 van Groengebied Amstelland. 4 Raadsadres van G. van Oudenallen, namens Verkeersgroepen Amsterdam, van 2 juni 2017 inzake de opheffing van twee tramhaltes in de Vijzelstraat. Voorgesteld wordt, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afhandeling en een kopie van het antwoord te sturen naar de leden van de raadscommissie voor Verkeer en Vervoer, Openbare Ruimte en Groen, Duurzaamheid en ICT. 5 Raadsadres van de Buurtvereniging ‘Buren om de school’, de Yogaschool Noord en omwonenden van 2 juni 2017 inzake de verkoop van de monumentale panden aan de Nachtegaalstraat 157 in Amsterdam-Noord. Voorgesteld wordt, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afhandeling en een kopie van het antwoord te sturen naar de leden van de raadscommissie voor Bouwen, Wonen, Wijkaanpak en Dierenwelzijn. 7 Gemeente Amsterdam Gemeenteraad R Definitieve raadsagenda, woensdag 28 en donderdag 29 juni 2017 6 Raadsadres van BABA-reizen van 31 mei 2017 inzake de milieuzone voor touringcars vanaf 1 januari 2018. Voorgesteld wordt, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afhandeling en een kopie van het antwoord te sturen naar de leden van de raadscommissie voor Verkeer en Vervoer, Openbare Ruimte en Groen, Duurzaamheid en ICT. 7 _Raadsadres van een burger van 6 juni 2017 inzake het voorzien van alle stegen in historisch Amsterdam van een straatnaambordje. Voorgesteld wordt, de afhandeling van dit raadsadres over te laten aan de leden van de gemeenteraad. 8 Kopie van een brief, gericht aan het Openbaar Ministerie van Justitie (OM), van een burger van 31 mei 2017 inzake de aangifte bij het OM tegen het college van burgemeester en wethouders vanwege overtreding van de artikelen 136d-f wegens het opzetten van bordelen in het Centrum. Voorgesteld wordt, deze brief voor kennisgeving aan te nemen. 9 Brief van de stuurgroep van Vrijstaat de Stellingen van de Stellingwerven van 4 juni 2017 inzake het uitroepen van Vrijstaat de Stellingen!. Voorgesteld wordt, deze brief voor kennisgeving aan te nemen. 10 Raadsadres van een burger van 6 juni 2017 inzake geluidsoverlast door het Fly Dutch festival in het Olympisch Stadion op 3 juni 2017. Voorgesteld wordt, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afhandeling en een kopie van het antwoord te sturen naar de leden van de raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Project 1012, Dienstverlening, Bestuurlijk Stelsel en Raadsaangelegenheden. 11 Brieven van een burger van 2, 6, 8, 9, 11, 14 en 17 juni 2017 inzake de fraudezaak rond de Amsterdam ArenA. Voorgesteld wordt, deze brieven voor kennis aan te nemen, onder verwijzing naar de brief van het college van burgemeester en wethouders van 8 augustus 2011, kenmerk nr. 2011/5273. 12 Raadsadres van de bewonersvereniging Amstelveenseweg, Hoornsloot en Omstreken van 31 mei 2017 inzake de aanleg van een fietspad langs het Amsterdamse Bos. Voorgesteld wordt, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afhandeling en een kopie van het antwoord te sturen naar de leden van de raadscommissie voor Verkeer en Vervoer, Openbare Ruimte en Groen, Duurzaamheid en ICT. 8 Gemeente Amsterdam Gemeenteraad R Definitieve raadsagenda, woensdag 28 en donderdag 29 juni 2017 13 Raadsadres van Whitewood van 7 juni 2017 inzake de transformatie van een kantoor naar een hotel aan het Orlyplein in het kader van Sloterdijk, laatste fase. Voorgesteld wordt, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afhandeling en een kopie van het antwoord te sturen naar de leden van de raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (inclusief Erfpacht). 14 Raadsadres van een burger van 4 juni 2017 inzake een aanvulling op zijn raadsadres van 15 maart 2017 over de postbezorging per scooter door Van Straaten Post. Voorgesteld wordt, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afhandeling en een kopie van het antwoord te sturen naar de leden van de raadscommissie voor Financiën, Coördinatie Aanpak Subsidies, Aanpak Belastingen, Waterbeheer, Vastgoed, Inkoop en Personeel en Organisatie. 15 Raadsadres van een burger van 9 juni 2017 inzake onjuiste informatie- verstrekking met betrekking tot erfpacht. Voorgesteld wordt, dit raadsadres desgewenst te betrekken bij de behandeling van de agendapunten 42 tot en met 44, het erfpachtbeleid. 16 Raadsadres van een burger van 12 juni 2017 inzake het incident op het Stationsplein in Amsterdam. Voorgesteld wordt, dit raadsadres door te geleiden naar de Burgemeester ter afhandeling. 17 Raadsadres van de Bewonersraad Nieuwmarkt Groot Waterloo van 11 juni 2017 inzake de verbetering van de luchtkwaliteit op het gebied van stikstofdioxide in de Valkenburgerstraat. Voorgesteld wordt, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afhandeling en een kopie van het antwoord te sturen naar de leden van de raadscommissie voor Verkeer en Vervoer, Openbare Ruimte en Groen, Duurzaamheid en ICT. 18 Open brief van een burger van 7 juni 2017 inzake zelfrijdend vervoer voor gehandicapten op IJburg. Voorgesteld wordt, deze open brief voor kennisgeving aan te nemen. 19 Brief van mevrouw |. Saadi van 12 juni 2017 inzake haar ontslag als lid van de gemeenteraad per direct. Voorgesteld wordt, deze brief te betrekken bij agendapunt 5, Afscheid van het raadslid mevrouw |. Saadi. 9 Gemeente Amsterdam R Gemeenteraad Definitieve raadsagenda, woensdag 28 en donderdag 29 juni 2017 20 Raadsadres van Labré advocaten van 9 juni 2017 inzake de problematiek rond woningdelen. Voorgesteld wordt, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afhandeling en een kopie van het antwoord te sturen naar de leden van de raadscommissie voor Bouwen, Wonen, Wijkaanpak en Dierenwelzijn. 21 Raadsadres van een burger van 13 juni 2017 inzake de aanpassing van de Algemene Plaatselijke Verordening betreffende stationair draaiende motoren van voertuigen. Voorgesteld wordt, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afhandeling en een kopie van het antwoord te sturen naar de leden van de raadscommissie voor Verkeer en Vervoer, Openbare Ruimte en Groen, Duurzaamheid en ICT. 22 Kopie van een brief van drs. M.J. van Rijn, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, gericht aan het college van burgemeester en wethouders, van 13 juni 2017 inzake de actuele landelijke ontwikkelingen betreffende het sociaal domein. Voorgesteld wordt, deze brief voor kennisgeving aan te nemen. 23 Zienswijze van een burger, gericht aan stadsdeel West, van 12 juni 2017 inzake een aanvraag van een evenementenvergunning voor een café in de Toussainstraat in stadsdeel West. Voorgesteld wordt, deze zienswijze voor kennisgeving aan te nemen. 24 Raadsadres van de Stichting Diensten en Onderzoek Centrum Palestine van 14 juni 2017 inzake de samenwerking van Amsterdam met Tel Aviv en Ramallah. Voorgesteld wordt, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afhandeling en een kopie van het antwoord te sturen naar de leden van de raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Project 1012, Dienstverlening, Bestuurlijk Stelsel en Raadsaangelegenheden. 25 Raadsadres van een burger van 1 juni 2017 inzake een klacht over het Meldpunt Zorg en Overlast betreffende de aanpak van overlastgevende bewoners en treiteraars. Voorgesteld wordt, dit raadsadres voor kennisgeving aan te nemen. 10 Gemeente Amsterdam Gemeenteraad R Definitieve raadsagenda, woensdag 28 en donderdag 29 juni 2017 26 Brief van burgemeester E.E. van der Laan van 13 juni 2017 inzake de uitvoering van moties 783 en 1/13 van 2016 van respectievelijk het voormalig lid Shahsavari-Jansen c.s. en het lid N.T. Bakker c.s. en 195 van 2017 van het lid Mbarki c.s. over handhaving. Voorgesteld wordt, deze brief desgewenst betrekken bij de behandeling van de Voorjaarsnota 2017 in de raadscommissie voor Algemene Zaken c.a. van 6 juli en in de raad van 19/20 juli 2017. 27 Raadsadres van een burger van 12 juni 2017 inzake de Jaarrekening 2016 van de gemeente Amsterdam. Voorgesteld wordt, dit raadsadres desgewenst te betrekken bij de behandeling van de agendapunten 10 tot en met 13, de Jaarrekening 2016. 28 Brief van het NOC*NSF van 15 juni 2017 inzake de aanbieding van het rapport “Investeren en meedoen! met als doel om het onderdeel sport op te nemen in de verkiezingsprogramma's voor de gemeenteraadsverkiezingen in 2018. Voorgesteld wordt, de afhandeling van deze brief over te laten aan de leden van de gemeenteraad. 11
Agenda
11
discard
x Gemeente Amsterdam Z M % Raadscommissie voor Zorg, Milieu, Personeel en Organisatie, Openbare ruimte en Groen % Agenda, woensdag 6 mei 2009 Hierbij wordt u uitgenodigd voor de openbare vergadering van de Raadscommissie voor Zorg, Milieu, Personeel en Organisatie, Openbare ruimte en Groen Tijd 09.00 tot 12.30 uur Locatie 0239 Algemeen 1 Opening 2 Mededelingen 3 Vaststellen agenda 4 _Inspreekhalfuur publiek 5 Conceptverslag openbare vergadering van 08-04-2009 e _ Tekstuele wijzigingen worden voor de vergadering aan de commissiegriffier doorgegeven, commissieZM @raadsgriffie.amsterdam.nl 6 Actualiteiten 7 Openstaande toezeggingen 8 Termijnagenda 9 _Rondvraag/T KN-lijst Degenen die bij één van de agendapunten wensen in te spreken kunnen tot 24 uur voor de aanvang van de vergadering spreektijd aanvragen bij de raadsgriffie telefoon 020-5522062. De vermelde aanvangstijden zijn slechts richtlijnen waaraan geen rechten zijn te ontlenen. Men dient derhalve tijdig aanwezig te zijn. Voor degenen die gebruik willen maken van het “inspreekhalfuur” geldt het bovenstaande ook, met dien verstande dat men het onderwerp dient aan te geven en dat het onderwerp niet als agendapunt op de agenda staat. De vergaderingen zijn openbaar en hiervan worden geluids- en beeldregistraties gemaakt. De agenda van de raadscommissie is ook te vinden via internet: www.gemeenteraad.amsterdam.nl. Voor algemene informatie: info @raadsgriffie.amsterdam.nl 1 Gemeente Amsterdam Z M Raadscommissie voor Zorg, Milieu, Personeel en Organisatie, Openbare ruimte en Groen Agenda, woensdag 6 mei 2009 Zorg 10 Onderzoek van Bureau Beke: " Weg achter het raam?" naar de effecten van het sluiten van raambordelen op prostituees. Nr. BD2009-002643 _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. e De Burgemeester zal hierbij aanwezig zijn. e _Ditagendapunt zal in verband met de aanwezigheid van de Burgemeester rond 10.00 uur aan de orde komen. * De commissie AZ is hierbij uitgenodigd. 11 Instellen werkgroep Niet-rechthebbende vreemdelingen en de Maatschappelijke Opvang en beschikbaar stellen van een eenmalig budget in 2009 ten behoeve van noodzakelijke ondersteuning van specifieke gevallen Nr. BD2009-002034 _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. * De commissie AZ is hierbij uitgenodigd. 12 Toevoeging ingaande 2009 van € 1,2 miljoen extra middelen in gemeentefonds aan Wmo ter compensatie van het vervallen van de grondslag psychosociaal voor ondersteunende begeleiding aan ontregelde gezinnen Nr. BD2009-000144 e De Gemeenteraad te adviseren in te stemmen met de raadsvoordracht (20.05.2009). Milieu 13 Besluit bodemkwaliteit plaatsen op de A-lijst bij de Verordening op de stadsdelen Nr. BD2009-002736 e De Gemeenteraad te adviseren in te stemmen met de raadsvoordracht (10.06.2009). 14 Initiatiefvoorstel D66- Inzake gebruik Ecofont professional door de gemeente Amsterdam Nr. BD2009-003070 e De Gemeenteraad te adviseren in te stemmen met de raadsvoordracht (nog onbekend). 2 Gemeente Amsterdam Z M Raadscommissie voor Zorg, Milieu, Personeel en Organisatie, Openbare ruimte en Groen Agenda, woensdag 6 mei 2009 Openbare Ruimte en Groen 15 Preadvies op de notitie van het raadslid Van Doorninck, getiteld: Lekker leven in Amsterdam; een gezonde stad voor kinderen Nr. BD2009-002362 e De Gemeenteraad te adviseren in te stemmen met de raadsvoordracht ((20.05.2009). De indienster, raadslid mevrouw Van Doorninck, wordt hierbij uitgenodigd. 16 Rapport Rekenkamer Schoonhouden Openbare Ruimte-straatreiniging in 8 Amsterdamse stadsdelen vergeleken Nr. BD2009-003045 _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. e Geagendeerd op verzoek van raadslid de heer Van Drooge. , De heer Eiff, directeur van de Rekenkamer, wordt hierbij uitgenodigd. 3
Agenda
3
train
x Gemeente Amsterdam KD D % Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiseriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale x Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering, Inkoop Agenda, woensdag 5 september 2018 Hierbij wordt u uitgenodigd voor de openbare vergadering van de Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering, Inkoop Tijd 13:30 tot 17:00 uur Locatie De Commissiezaal Algemeen 1 Opening procedureel gedeelte 2 Mededelingen 3 Vaststellen agenda 4 Conceptverslag van de openbare vergadering van de Raadscommissie KDD d.d. 04.07.2018. e Tekstuele wijzigingen worden voor de vergadering aan de commissiegriffier doorgegeven, commissieKDD @raadsgriffie.amsterdam.nl 5 Termijnagenda, per portefeuille 6 _TKN-lijst 7 Opening inhoudelijke gedeelte 8 _Inspreekhalfuur Publiek 9 Actualiteiten en Mededelingen 10 Rondvraag Degenen die bij één van de agendapunten wensen in te spreken, kunnen tot 24 uur voor de aanvang van de vergadering spreektijd aanvragen bij de raadsgriffie telefoon 020-5522062. De vermelde aanvangstijden zijn slechts richtlijnen waaraan geen rechten kunnen worden ontleend. Men dient derhalve tijdig aanwezig te zijn. Voor degenen die gebruik willen maken van het “inspreekhalfuur” geldt het bovenstaande ook, met dien verstande dat men het onderwerp dient aan te geven en dat het onderwerp niet als agendapunt op de agenda staat. De vergaderingen en de verslaglegging daarvan zijn openbaar. Van deze vergaderingen worden geluids- en beeldregistraties gemaakt. De agenda van de raadscommissie is ook te vinden op internet: www.gemeenteraad.amsterdam.nl. Voor algemene informatie: info @gemeenteraad.amsterdam.nl 1 Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Kunst en Cultuur Monumenten en Erfgoed, Diversiteit en KD D Antidiseriminatiebeleid, Democratisering, Gemeentelijk Vastgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Coördinatie bedrijfsvoering, Inkoop Agenda, woensdag 5 september 2018 ICT en Digitale Stad 11 Afhandeling moties 796 en 882 van NT Bakker en toezeggingen over connectiviteit Nr. BD2018-009770 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. Kunst en Cultuur, Monumenten en Erfgoed 12 Invoering gids “Woorden doen ertoe” bij alle musea in Amsterdam Nr. BD2018- 010031 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. e Geagendeerd op verzoek van de leden Mangal (DENK) en Karaman (GL). Gemeentelijk Vastgoed 13 Kennis nemen van uitstel invoering kostprijsdekkende huur voor maatschappelijk vastgoed Nr. BD2018-010018 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. e Geagendeerd op verzoek van het lid El Abd (GL). e Was TKN 5 in de vergadering van 04.07.2018. Kunst en Cultuur, Monumenten en Erfgoed 14 Jaarrapportage 2017 Bureau Broedplaatsen Nr. BD2018-010019 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. e _ Uitgesteld in de vergadering van 04.07.2018. e _ Gevoegd behandelen met agendapunt 15, 15 Kennis te nemen van de voortgang ijzeren voorraad CAWA-ateliers en broedplaatsen Nr. BD2018-010020 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. e _ Uitgesteld in de vergadering van 04.07.2018. e _ Gevoegd behandelen met agendapunt 14, 16 Evaluatie totstandkoming Kunstenplan 2017-2020 en bestuurlijke reactie Nr. BD2018-010112 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. 2
Agenda
2
discard
x Gemeente Amsterdam R % Gemeenteraad Gemeenteblad % Motie Jaar 2019 Afdeling 1 Nummer 1622 Publicatiedatum 16 oktober 2019 Ingekomen onder BA Ingekomen op donderdag 10 oktober 2019 Behandeld op woensdag 9 oktober 2019 Status Verworpen Onderwerp Motie van het lid Nanninga inzake (juridische/financiële helpdesk voor raadsleden inzake AEB) Aan de gemeenteraad Ondergetekende heeft de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over verzoek om liquiditeitssteun AEB. Constaterende dat: de casus AEB zowel in juridisch als financieel oogpunt een complex dossier is; - er op de behandelde stukken in dit dossier vaak geheimhouding van toepassing is, waardoor de stukken niet in het openbaar besproken mogen worden en ook niet met derden - het voor raadsleden hierdoor onmogelijk is juridische en/of financiële kennis in te winnen bij derden. Overwegende dat: - het voor raadsleden belangrijk is dat zij over voldoende juridische kennis beschikken om een goede afweging te kunnen maken; - de inzet van ambtelijke bijstand praktisch onmogelijk is gelet de korte termijn waarop de raad al meerdere malen knopen heeft moeten doorhakken in het AEB-dossier. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders Een onafhankelijke juridische en financiële helpdesk in te richten waar raadsleden op korte termijn terecht kunnen met vragen inzake AEB. Het lid van de gemeenteraad A. Nanninga 1
Motie
1
discard
Gemeente Amsterdam % Gemeenteraad R % Gemeenteblad % Motie Jaar 2020 Afdeling 1 Nummer 456 Ingekomen op woensdag 22 april 2020 Behandeld op woensdag 22 april 2020 Status Aangenomen via schriftelijke stemming op 28 april 2020 Onderwerp Motie van de leden El Ksaihi, Grooten, Kilig en Simons inzake inkoop (hoog)specialistische jeugdhulp (versterken samenwerking strategische partners en kleinere ketenpartners) Aan de gemeenteraad Ondergetekenden hebben de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over het raadsbesluit Instemmen met de hoofdlijnen inkoop (hoog)specialistische jeugdhulp 2021-2026 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 405). Constaterende dat: -__ Inde brief wordt het hoofdlijnenbesluit toegelicht, dat de kaders schetst voor de nieuwe inkoop van (hoog)specialistische jeugdhulp 2021-2026 - Een van de aanpassingen is de aanbesteding van (hoog)specialistische jeugdhulp (huidig segment C) voor de periode 2021 tot en met 2026 - Minder aanbieders, betere hulp een aanpassing is. - Het aantal aanbieders dat (hoog)specialistische hulp aanbiedt, wordt teruggebracht. - Bij de contractering erop wordt toegezien dat de aanbieders gezamenlijk het benodigde zorgaanbod kunnen leveren. Overwegende dat: - __ Het streven is om met een beperkt aantal aanbieders het jeugdstelsel te ontwikkelen door gezamenlijk te sturen - Een strategische aanbieder kan een combinatie van partijen worden waardoor niet een enkele partij in eigen beheer moet zorgen voor al het aanbod in de stad. -__ Uitgangspunt is dat kleine aanbieders aansluiting vinden bij een strategische aanbieder. Ook is mogelijk dat kleine partijen zich gezamenlijk groeperen zodat ze alle vormen van zorg kunnen bedienen, met elkaar een strategische aanbieder vormen en op deze manier inschrijven. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: 1. Samenwerking tussen kleinere en grotere aanbieders te stimuleren om te komen tot een strategisch partner samenwerking 2. Te waarborgen dat maatwerk in de wijken door strategische en ketenpartners wordt gestimuleerd en uitgevoerd 3. Erop toe te zien dat kleinere aanbieders geholpen worden met hun hulpvragen en coulance te betrachten in de planning en deadlines. 1 De leden van de gemeenteraad Y. el Ksaihi L. Grooten A. Kilic S.H. Simons 2
Motie
2
discard
X Gemeente Amsterdam R Gemeenteraad % Gemeenteblad % Schriftelijke vragen Jaar 2014 Afdeling 1 Nummer 689 Datum akkoord 7 oktober 2014 Publicatiedatum 8 oktober 2014 Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen van het raadslid mevrouw Â.M. Bosman van 10 september 2014 inzake het wegnemen van obstakels bij het opwekken van lokale energie. Aan de gemeenteraad inleiding door vragenstelster. In september 2013 hebben verschillende partijen, waaronder de VNG, een nationaal akkoord gesloten over de opwek van duurzame energie, energiebesparing en de beperking van COs-uitstoot. Onder andere is daar afgesproken dat in 2020 minimaal 1 miljoen huishoudens of mkb'ers zichzelf voorzien van duurzame, decentrale energie. In mijn vragen ga ik specifiek in op de versnelling van het opwekken van duurzame energie door buurtbewoners, omdat de fractie van D66 dit bij uitstek als één van de kansen op energiegebied ziet. Daarnaast is juist dit een doelstelling uit het SER-energieakkoord waar het bestuur op gemeentelijk niveau een grote rol kan spelen. De afspraken uit het energieakkoord zijn nu een jaar oud. Jaarlijks brengen het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en Energiecentrum Nederland (ECN) de ‘Nationale Energie Verkenning' uit. Deze zal eind september uitkomen en nu zullen voor het eerst de doelen uit het SER-energieakkoord centraal staan. Trouw meldt op basis van interne bronnen dat PBL en ECN somber nieuws gaan brengen: de nationale doelstelling betreft het opwekken van lokale schone energie zou onhaalbaar zijn. Dat maakt de fractie van D66 ongerust, zeker omdat wij al langer pleiten voor ambitieuzere doelstellingen dan die uit het SER-akkoord. De fractie van D66 wil mensen de ruimte te geven om zelf initiatieven te nemen. Nu blijkt onder andere dat ‘van onderop'’-initiatieven in wijken en buurten tegen obstakels oplopen, administratieve vereisten die de business case van met name zonne- energie geweld aan doen. Diverse oorzaken worden hierbij genoemd, zoals een te klein postcodegebied bij de postcoderoos-regeling, onhandige criteria van de belastingdienst en hoge kosten voor de installatie van een (technisch gezien onnodige) energiemeter. Gezien het vorenstaande heeft vragenstelster op 10 september 2014, namens de fractie van D66, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen tot het college van burgemeester en wethouders gericht: 1 Jaar 2014 Gemeente Amsterdam R Neeing deo Gemeenteblad Datum 8 oktober 2014 Schriftelijke vragen, woensdag 10 september 2014 1. In het SER-energieakkoord is afgesproken dat gemeenten een loket zullen inrichten, waar burgerinitiatieven advies kunnen inwinnen over hoe zij zelf hun energie kunnen opwekken, en hoe ze dit administratief het beste aan kunnen pakken. Op de webpagina van het Amsterdamse Klimaatbureau staat wel een contactformulier, leidt dit tot het loket? Op welke manier wordt dit loket in Amsterdam ingericht? Antwoord: Deze afspraak uit het Energieakkoord is bij het college bekend. De VNG heeft een coördinerende rol gekregen om deze afspraak landelijk ten uitvoer te brengen en heeft samen met het ministerie van BZK de randvoorwaarden bepaald. Per regio wordt ook wat procesgeld ter beschikking gesteld. Amsterdam heeft voor de zomer een aanvraag ingediend samen met gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Haarlemmermeer, Ouder-Amstel, Uithoorn en Ronde Venen (regio Amsterdam - Amstelland- Meerlanden, ofwel de AM-regio). Deze aanvraag is inmiddels gehonoreerd. De exacte manier waarop de informatievoorziening in de AM-regio wordt georganiseerd zal de komende maanden nader worden uitgewerkt. Bewoners kunnen intussen gewoon terecht op de website www.amsterdam.nl/zon voor algemene informatie over maatregelen, subsidies, leveranciers en regelgeving t.a.v. het zelf opwekken van duurzame energie. Vragen die via het contactformulier van deze website binnenkomen worden afgehandeld door de betreffende back-office. In de Agenda Duurzaamheid zal een voorstel worden gedaan voor de verdere stroomlijning en verbetering van de ondersteuning van bewonersinitiatieven, inclusief de invulling van relevante afspraken uit het SER-Energieakkoord. 2. In het SER-energieakkoord is afgesproken om het verdienmodel om zelf energie op te wekken aantrekkelijker te maken. Per 1 januari 2014 is een belastingkorting ingevoerd voor hernieuwbare energie die in coöperatief verband of door een vereniging van eigenaren (VvE) wordt opgewekt en gebruikt door kleinverbruikers en waarbij de leden van de coöperaties/VvE's en de installatie(s) zich in een zogenaamde ‘postcoderoos’ (viercijferige postcode plus aangrenzende postcodes) bevinden. De Trouw van 4 september 2014 meldde dat de postcode- roosregeling nauwelijks wordt gebruikt. Heeft u inzicht in het gebruik van de postcoderoos in Amsterdam? Hoeveel projecten maken er momenteel gebruik van? Hoe beoordeelt het college het succes van de postcoderoos in Amsterdam? Wat kan er op lokaal niveau door het college gedaan worden om het gebruik van de postcoderoos voor bewoners en ondernemers te vergemakkelijken? Antwoord: Er zijn geen officiële cijfers bekend over het gebruik van de postcoderoosregeling in Amsterdam. Enkele bewonersinitiatieven die mogelijk met deze regeling willen gaan werken hebben via de eerste en tweede tenderregeling van het Amsterdams Investeringsfonds een lening van de gemeente gekregen. Op het moment van schrijven zit geen van deze initiatieven al in de uitvoerings- fase; één project is wel zover dat ze elk moment de panelen kunnen gaan aanschaffen. 2 Jaar 2014 Gemeente Amsterdam R Neeing deo Gemeenteblad Datum 8 oktober 2014 Schriftelijke vragen, woensdag 10 september 2014 Wat precies de effecten zullen zijn van de postcoderoosregeling op de toename van het aantal collectieve duurzame energieprojecten in Amsterdam is nog onduidelijk. Uit recent onderzoek!) blijkt dat de huidige regeling slechts in enkele gevallen een echte verbetering van de business case oplevert. Begin juli 2014 heeft minister Kamp aangekondigd dat hij de postcoderoosregeling zal vereenvoudigen. Of de regeling daarmee in meer gevallen een betere business case zal opleveren is nog niet bekend. Het college kan de postcoderoosregeling zelf niet eenvoudiger maken: dit is de verantwoordelijkheid van de betrokken minister. Wel kan de gemeente bewoners informeren over het gebruik van de regeling. Zie hiervoor het antwoord op vraag 1. 3. Ziet het college naast het inrichten van een loket mogelijkheden om het gezamenlijk belastingvrij energie opwekken door mensen in de buurt pro-actiever te stimuleren? Zo ja, welke”? Antwoord: Behalve het informeren van bewoners zoals genoemd onder vraag 1, onderzoekt het college de mogelijkheden om bewonersinitiatieven te ondersteunen door het beschikbaar stellen van gemeentedaken. Op 10 december 2013 heeft het vorige college besloten om bij wijze van proef enkele gemeentedaken ter beschikking te stellen aan Amsterdamse energie-coöperaties. Dit project is nu in uitvoering en wordt in 2015 geëvalueerd. Op dat moment zal ook worden bekeken of het wenselijk is om meer gemeentedaken ter beschikking te stellen aan bewonersinitiatieven. 4. Het SER-Energieakkoord meldt: “De VNG zal de bestaande Lokale Duurzaamheidsmeter aanpassen en uitvoeren om de voortgang van de inzet op lokaal niveau inzichtelijk te maken.” De voortgang van het SER-energieakoord wordt gemonitord door een borgingscommissie onder leiding van Ed Nijpels. Rapporteert de gemeente Amsterdam direct of via de VNG aan de borgings- commissie? Zo ja, wat is de input van Amsterdam in deze landelijke evaluatie en kan de raad de inhoud en resultaten daarvan inzien? Antwoord: De VNG zal namens alle gemeenten rapporteren over de lokale voortgang van de afspraken uit het SER Energieakkoord. Daarvoor ontwikkelt de VNG momenteel een speciale module in aanvulling op de bestaande Lokale Duurzaamheidsmeter. Het is nog niet bekend welke vragen er in deze module gesteld zullen worden en wanneer Amsterdam gevraagd zal worden om deze in te vullen. Op dit moment kan het college dus nog niet zeggen hoe de Amsterdamse input eruit gaat zien. In de Agenda duurzaamheid worden voorstellen gedaan voor de lokale uitwerking van de afspraken uit het Energieakkoord. De raad zal ieder jaar over de voortgang van de Agenda Duurzaamheid worden geïnformeerd via de jaarrekening. 1) Business Case Postcoderoos Co-creatie, uitgevoerd door Atrivé in opdracht van Aedes, NetbeheerNederland, ASN Bank, provincie Gelderland, provincie Friesland, gemeente Leeuwarden en de woningcorporaties Wonion, De Woonschakel en WoonFriesland, augustus 2014. 3 Jaar 2014 Gemeente Amsterdam R Afdeling 1 Gemeenteblad Demmer Adober 2014 Schriftelijke vragen, woensdag 10 september 2014 5. In juni 2014 sloeg de borgingscommissie van het Energieakkoord alarm door drie punten te benoemen bij de Minister van Economische zaken die op korte termijn aandacht behoeven. Eén daarvan was het wegnemen van belemmeringen voor lokale duurzame energie. Er werd overleg aangekondigd tussen het Ministerie en ‘andere betrokken partijen bij lokale energieopwekking’ in een brief aan de Tweede Kamer op 20 juni 2014. Is de gemeente Amsterdam betrokken bij dit overleg? Zo ja, op welke manier en wat is de inbreng? Antwoord: Nee, de gemeente Amsterdam is hier niet bij betrokken. 6. Naast de vastgestelde maatregelen uit het SER-energieakkoord, is een AMvB (algemene maatregel van bestuur) met betrekking tot het regelvrij experimenteren met het lokaal opwekken van elektriciteit naar de Tweede kamer gestuurd: ‘Experiment afwijken van de Elektriciteitswet 1998 voor decentrale opwekking van duurzame elektriciteit (Besluit experimenten decentrale duurzame elektriciteitsopwekking)’. Hierin staat onder andere dat de Minister gedurende vier jaar na de inwerkingtreding van dit besluit bij wege van experiment op aanvraag ontheffing mag verlenen van een verbod. Er zullen maximum aantallen van kleine en grote experimenten worden vastgesteld. D66 ziet hier kansen om Amsterdamse initiatieven te ontlasten van belemmerende regelgeving. Kan de gemeente Amsterdam pro-actief op de kansen van deze AMvB inspelen door middel van een inventarisatie van Amsterdamse lokale energie projecten die hiervoor in aanmerking komen? Graag een toelichting hierbij. Antwoord: Het college is op de hoogte van deze AMvB. Tot nu toe zijn er geen initiatieven bekend bij de gemeente die baat zouden hebben bij deze regeling. Het college houdt oren en ogen open voor mogelijke kansen op dit gebied en roept iedereen met concrete ideeën op om zich te melden. Burgemeester en wethouders van Amsterdam A.H.P. van Gils, secretaris E.E. van der Laan, burgemeester 4
Schriftelijke Vraag
4
discard
Gemeente Amsterdam % Gemeenteraad R % Gemeenteblad % Schriftelijke vragen Jaar 2013 Afdeling 1 Nummer 733 Publicatiedatum 20 september 2013 Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen van het raadslid mevrouw M.C.G. Poot van 21 augustus 2013 inzake het stopzetten van de uitkering bij het niet meewerken aan re-integratieverplichtingen. Amsterdam, 18 september 2013 Aan de gemeenteraad inleiding door vragenstelster: De Volkskrant publiceerde 12 augustus 2013 een interview met Christien Bronda, directeur van de Dienst Werk en Inkomen, over de aanpak van bijstandsfraude. In dit interview wordt vermeld dat vorig jaar maar liefst 40 procent van de Amsterdamse cliënten niet kwam opdagen bij hun re-integratie afspraken. De bescheiden kortingen van 10 procent op hun uitkering maakten geen indruk en waren al ingecalculeerd. Sinds 1 juli 2013 is de Wet Werk en Bijstand aangescherpt. Hierdoor is het mogelijk om de uitkeringen van cliënten die niet meewerken aan de verplichte re-integratie, op te schorten. In Amsterdam wordt volgens Bronda de uitkering momenteel ‘even geblokkeerd’ in het geval dat iemand niet meewerkt door meerdere keren niet op te komen dagen en niks van zich laat horen. VVD Amsterdam wil dat bij het herhaaldelijk in gebreke blijven van de re-integratie verplichtingen, de uitkering wordt stopgezet. Het raadslid mevrouw Poot heeft hier namens VVD Amsterdam — middels een actualiteit in de vergadering van de raadscommissie voor Werk, Inkomen en Participatie, Diversiteit en Integratie, Inburgering, Armoede en Programma Maatschappelijke Investeringen op 10 januari 2013 — al eerder voor gepleit. Toen werd voorgesteld om zo snel mogelijk te starten met een proef, waarbij (vooruitlopend op de wet) uitkeringen van mensen die geen legitieme reden hebben om niet bij een re-integratietraject te verschijnen, stop te zetten. Inmiddels is een proef niet meer nodig, aangezien het volgens de wet al mogelijk is. Gezien het vorenstaande heeft vragenstelster op 21 augustus 2013, namens de fractie van de VVD, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen tot het college van burgemeester en wethouders gericht: 1 Jaar 2013 Gemeente Amsterdam R Neeing Jaa Gemeenteblad Datum 20 september 2013 Schriftelijke vragen, woensdag 21 augustus 2013 1. Kan het college aangeven of er gestructureerd wordt bijgehouden of mensen wel of niet voldoen aan hun re-integratieverplichtingen? Zo ja, kan het college hier cijfers over verstrekken? Antwoord: Als mensen niet voldoen aan hun re-integratieverplichtingen kan het college een maatregel opleggen. Bijgehouden wordt bij hoeveel mensen dit het geval is. Zo is in de eerste helft van 2013 ruim 1.100 maal een formele waarschuwing uitgegaan naar een bijstandsgerechtigde wegens het verwijtbaar niet verschijnen op een oproep voor een re-integratiegesprek. Een financiële sanctie wegens onvoldoende inzet voor arbeidsintegratie is in deze periode 480 maal aan de orde geweest. Het gemiddelde bedrag per sanctie bedroeg bijna € 300. 2. Momenteel is het volgens de wet mogelijk om de uitkering van een cliënt, die herhaaldelijk niet meewerkt aan zijn re-integratieverplichtingen, te blokkeren. Kan het college aangeven of zij van plan is om in geval van het herhaaldelijk niet voldoen aan de re-integratieverplichtingen ook daadwerkelijk de uitkering van de betreffende cliënt te stoppen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe ziet dit beleid eruit en wanneer gaat dit in? Kan het college, indien het beleid al is ingegaan, aangeven van hoeveel cliënten de uitkering inmiddels is geblokkeerd en hoeveel daar op korte termijn voor in aanmerking komen? Antwoord: Met ingang van 1 juli 2013 is een wetswijziging doorgevoerd waarmee het mogelijk wordt om voor een klant die geen gehoor geeft aan een oproep voor een gesprek over re-integratie, de bijstand op te schorten. De wetswijziging is mede op verzoek van de gemeente Amsterdam tot stand gekomen. Door de bijstand op te schorten stopt de betaling van de bijstandsuitkering; dit kan al direct de eerste keer dat iemand niet verschijnt. Bij het besluit tot opschorting wordt aan de klant een nieuw tijdstip aangegeven waarop hij of zij verwacht wordt. Komt iemand ook niet bij deze tweede gelegenheid, dan wordt het recht op bijstand ingetrokken vanaf de eerste datum van niet-verschijnen. Dit gebeurt uiteraard niet als de klant een goede reden heeft waarom hij of zij niet bij deze afspraak kan zijn. De nieuwe werkwijze wordt volgens planning per 1 oktober 2013 geïmplementeerd. Het college zal de raad informeren over het effect van de toepassing van de nieuwe werkwijze. 3. Deelt het college de mening van VVD Amsterdam dat het uiterst belangrijk is om structureel en consequent gebruik te maken van de nieuwe mogelijkheden rondom het stopzetten van uitkeringen, om zo het hoge percentage cliënten, dat niet komt opdagen bij hun re-integratieverplichtingen, terug te dringen? Zo ja, wat is de ambitie van het college op dit gebied? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Het college deelt deze opvatting. Overigens reageren de meeste bijstands- gerechtigden adequaat op een individuele uitnodiging voor een gesprek. Het college streeft naar een maximale respons op uitnodigingen. Als bijstands- gerechtigden geen gehoor geven aan een oproep voor een gesprek zal consequent gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid van opschorten en, zo nodig, intrekken van de uitkering. Dit zijn instrumenten om een maximale nalevingsbereidheid bij bijstandsgerechtigden te bereiken. 2 Jaar 2013 Gemeente Amsterdam R Neeing Jaa Gemeenteblad Datum 20 september 2013 Schriftelijke vragen, woensdag 21 augustus 2013 Citaat uit het interview met Christien Bronda: “Stel: iemand komt niet opdagen op een eerste afspraak: helemaal vergeten. Op de tweede afspraak komt diegene wéér niet opdagen. Dan begint diens reintegratietraject, bijvoorbeeld werk met behoud van uitkering in de horeca. Nog een keer verschijnt deze persoon niet en laat niets van zich horen. Nu kunnen we in zo'n geval zeggen: we blokkeren even de uitkering”. 4. Kan het college een nadere toelichting geven van wat er precies bedoeld wordt met het ‘even blokkeren van de uitkering’? Wat zijn de richtlijnen om een uitkering te blokkeren en op basis van welke criteria wordt de uitkering weer gedeblokkeerd? Antwoord: Met het blokkeren van de uitkering wordt gedoeld op de wettelijke bevoegdheid om, onder meer bij het geen gehoor geven aan een oproep, ‘het recht op bijstand op te schorten’. Dit kan vanaf de eerste dag dat de klant in verzuim is (artikel 54, eerste lid, van de Wet werk en bijstand). Wanneer een WWB-klant niet verschijnt op een oproep, zal het blokkeren van de uitkering altijd aan de orde zijn. Alleen wanneer de klant vooraf een zwaarwegende reden aangeeft waardoor hij of zij is verhinderd, zal geen opschorting plaatsvinden. De klant krijgt over de opschorting een beschikking toegestuurd; daarin wordt aan de klant de mogelijkheid geboden binnen bepaalde termijn het verzuim te herstellen, c.q. wordt een nieuw tijdstip aangegeven waarop deze wordt verwacht voor een gesprek. Wanneer de klant zijn verzuim tijdig herstelt door in tweede instantie wel gehoor te geven aan de oproep, wordt de uitkering gedeblokkeerd. Wel wordt dan de toepassing van een maatregel overwogen: een formele waarschuwing of verlaging van de uitkering wegens het verwijtbaar niet nakomen van WWB-verplichtingen. Het maatregelenbeleid is uitgewerkt in de gemeentelijke Verordening maatregelen, handhaving en verrekenen bestuurlijke boete inkomensvoorzieningen 2013. Burgemeester en wethouders van Amsterdam A.H.P. van Gils, secretaris E.E. van der Laan, burgemeester 3
Schriftelijke Vraag
3
train
x Gemeente Amsterdam R Gemeenteraad % Gemeenteblad % Schriftelijke vragen Jaar 2019 Afdeling 1 Nummer 231 Datum indiening 18 januari 2019 Datum akkoord 26 februari 2019 Publicatiedatum 26 februari 2019 Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen van de leden Poot en Boomsma inzake verleende subsidies en financieringen in het kader van de aanpak radicalisering en polarisatie. Aan de gemeenteraad Toelichting door vragenstellers: Op 4 augustus 2017 heeft het lid Boomsma, namens de fractie van het CDA, via schriftelijke vragen het college verzocht om: “Een overzicht van de subsidies/ bijdragen die de afgelopen vijf jaar zijn verstrekt aan personen/organisaties/bureaus etc. in het kader van de preventie en/of bestrijding van radicalisering, polarisatie en het begeleiden van personen die radicaliseren of waarvan het vermoeden bestaat dat ze dat mogelijk zouden kunnen doen (waaronder o.a. uitgaven voor projecten vanuit de afdelingen sport, diversiteit, en de Integrale, Persoonsgerichte Aanpak Radicalisering (IPGA-r)? Op welke manier is toegezien op de besteding van deze subsidies, de doelmatigheid en effectiviteit ervan?" (zie nr. 1062 van 2017). De beantwoording hiervan was enige tijd uitgesteld, in verband met het lopende onderzoek naar mogelijke belangenverstrengeling. In een commissievergadering Algemene Zaken heeft de fractie van het CDA nogmaals verzocht om het gevraagde overzicht te verstrekken. Dit overzicht is op woensdag 16 januari jl. gestuurd. Dit overzicht roept nog een aantal vragen op. Gezien het vorenstaande hebben de leden Poot en Boomsma, respectievelijk namens de fracties van de VVD en het CDA, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders gesteld: 1. In de schriftelijke vragen van het CDA van 4 augustus 2017 werd ook gevraagd: ‘Op welke manier is toegezien op de besteding van deze subsidies, de doelmatigheid en effectiviteit ervan”. Kan het college deze vraag alsnog beantwoorden? Antwoord: Ten tijde van het integriteitsonderzoek in 2017 zijn ook alle subsidies en inkoop van externe personen en partijen ten laste van het budget voor de bestrijding van radicalisering en polarisatie onderwerp geweest van het onderzoek van de taskforce. De onderzoeken hebben geleid tot stopzetting van alle lopende contracten waar mogelijk sprake zou zijn geweest van “oneigenlijke inkoop”. 1 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 1 Gemeenteblad Nummer oe lebruar 2019 Schriftelijke vragen, vrijdag 18 januari 2019 Over de uitkomsten van het integriteitsonderzoek alsmede de bevindingen van de taskforce is de raad middels een brief op 19 februari 2018 geïnformeerd. Het College van Burgemeester en Wethouders legt jaarlijks verantwoording af aan de gemeenteraad over de besteding van de bedragen op de begroting. Dat is al gebeurd voor de begroting van de jaren 2013 t/m 2017. 2. Wil het college per verleende subsidie/financiering toelichten: a. Wat voor bedrijf, instelling of organisatie het betreft; b. Wat voor activiteiten of projecten er zijn/worden gefinancierd/gesubsidieerd; c. Wat het beoogde doel en bereik hiervan was/is; d. In hoeverre dit doel is/wordt bereikt en wat de concreter resultaten zijn; e. Of er inkoopvoorwaarden van de gemeente zijn overtreden. Antwoord: Zie de beantwoording van vraag 1. 3. In hoeverre is onderzocht of getoetst in hoeverre de ontvangers van deze organisaties en instellingen over de benodigde capaciteiten beschikten om radicalisering dan wel polarisatie te bestrijden? En in hoeverre of er geen integriteitsregels van gemeente zijn geschonden? Antwoord: Bij elk traject waarin externe organisaties worden ingehuurd wordt bekeken wat nodig is om een bepaalde opdracht te verrichten, en wie die opdracht kan verrichten, en welke voorwaarden voor het verrichten van de opdracht van toepassing zijn. Dat kan gaan over inhoudelijke kennis of het contact kunnen leggen met de doelgroep. De algemene inkoopvoorwaarden van de gemeente Amsterdam zijn voorts van toepassing. Naast contractmanagement is het ook belangrijk om als gemeente zicht te hebben op de uitvoering, zodat er een eigen beeld is van de deelnemers, sfeer, en impact. 4. Onder de ontvangers bevinden zich ook hotels en een restaurant (grillroom). Kan het college toelichten met welke beoogde doelen zulke bedrijven zijn gefinancierd en in hoeverre deze doelen hebben bijgedragen aan deradicalisering? Antwoord: Het college kan de context van deze specifieke rekening niet meer achterhalen. Wel is het gebruikelijk dat bij (kleinschalige) projecten gericht op preventie, bijeenkomsten zijn gefaciliteerd met een locatie, lunch of diner. Dit werd en wordt vooraf met de gemeente afgestemd. 5. Hoeveel van de organisaties of adviesbureaus die subsidie hebben ontvangen zijn op dit moment opgeheven of niet meer actief? Antwoord: Het college beschikt niet over deze informatie. Burgemeester en wethouders van Amsterdam 2 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R weing Jt Gemeenteblad ummer seat . . Datum 26 februari 2019 Schriftelijke vragen, vrijdag 18 januari 2019 Femke Halsema, burgemeester Peter Teesink, secretaris 3
Schriftelijke Vraag
3
train
x Gemeente Amsterdam R Gemeenteraad % Gemeenteblad % Motie Jaar 2018 Afdeling 1 Nummer 74 Publicatiedatum 31 januari 2018 Ingekomen onder w Ingekomen op donderdag 25 januari 2018 Behandeld op donderdag 25 januari 2018 Status Aangenomen Onderwerp Motie van de leden N.T. Bakker, Boutkan, Groen en Van Soest inzake het onderzoek opvolging herijking VGA NV. Aan de gemeenteraad Ondergetekenden hebben de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over het onderzoek opvolging herijking VGA NV (Gemeenteblad afd. 1, nr. 7). Constaterende dat voorgesteld wordt, een onderzoek te starten naar de optimale positionering van VGA; Overwegende dat: — het voor zelfstandigen en (kleine) ondernemers belangrijk is zich goed en voldoende te verzekeren; — zzp'ers gemiddeld € 9000 kwijt zijn aan pensioen- en andere verzekeringen; — collectieve inkoop meestal een beter en voordeliger pakket oplevert. Draagt het college van burgemeester en wethouders op: naast genoemd onderzoek ook te onderzoeken of VGA voortaan ook verzekeringspakketten kan leveren aan zelfstandigen en (kleine) ondernemers. De leden van de gemeenteraad N.T. Bakker D.F. Boutkan R.J. Groen W. van Soest 1
Motie
1
discard
> Gemeente Amsterdam DS Motie Datum raadsvergadering _ 11 november 2021 Ingekomen onder nummer 755 Status Aangenomen Onderwerp Motie van het lid Boomsma nzake de Begroting 2022 (met vertrouwen door de crisis: geen harde prestatie- aan A-bis kunstinstellingen in 2022 en 2023) Aan de gemeenteraad Ondergetekende heeft de eer voor te stellen: De Raad, Gehoord de discussie over de Begroting 2022 Overwegende dat: — _kunstinstellingen zwaar getroffen zijn door de Coronacrisis, nog altijd in grote onzekerheid verkeren, en de gevolgen van de coronacrisis nog jaren zullen doorwerken; — het college vorig jaar heeft besloten dat in het jaar 2021 coulance zou worden betracht met betrekking tot het vaststellen van de subsidies op basis van kwantitatieve prestaties, gezien de grote onzekerheid over het verdere verloop van de coronacrisis; — deze onzekerheid nog altijd bestaat en de verwachting is dat het nog lang zal duren voor het publiek weer op het oude niveau zal terugkeren; — instellingen tijd en ruimte nodig hebben om te werken aan een duurzaam herstel. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders In 2022 en 2023 geen harde prestatie-eisen te stellen aan kunstinstellingen in de A-bis, maar wel de financiële ontwikkelingen goed te monitoren teneinde instellingen meer ruimte te geven om te werken aan duurzaam herstel uit de crisis. Indiener D.T. Boomsma
Motie
1
discard
VN2021-000480 G Raadscommissie voor Financiën, Economische Zaken, Deelnemingen emeente ! ! ' do ruimte en % Lucht- en Zeehaven, Duurzaamheid en Circulaire Economie F E D vurzaamheid x Amsterdam Voordracht voor de Commissie FED van o4 februari 2021 Ter kennisneming Portefeuille Duurzaamheid en Circulaire Economie Agendapunt 20 Datum besluit College 5 januari 2021 Onderwerp Instemmen met de reactie op motie 1732 van de raadsleden Simons (Bija) en Van Lammeren (PvD) inzake de Begroting 2020 (Klimaatparagraaf } De commissie wordt gevraagd Kennis te nemen van de schriftelijke reactie van het college op motie 1732 van de raadsleden Simons (Bija) en Van Lammeren (PvD) inzake de Begroting 2020 (Klimaatparagraaf) met als belangrijkste punten: a. Het college vindt het van belang dat de klimaatdoelstellingen worden meegenomen als vitgangspunt bij het maken van strategisch beleid door het opnemen van een aparte klimaatparagraaf. b. Door de verscheidenheid aan strategische beleidsonderwerpen is het niet effectief om een generiek toepasbaar toetsingskader te ontwikkelen. c. De jaarlijkse rapportage over de Routekaart en de bijbehorende actualisatie van de klimaatbegroting geven de handvatten om te monitoren én op voorhand in kaart te brengen welke maatregelen en welk beleid nodig zijn om de klimaatdoelstellingen te realiseren. d. Om effectief uitvoering te kunnen geven aan de motie is een is een inventarisatie gedaan van strategische beleidsdocumenten nv en de komende periode of het daaruit voortkomende beleid dat invloed heeft op de (beperking van) uitstoot van broeikasgassen. Wettelijke grondslag Reglement van Orde voor de raad van Amsterdam, artikel 4,2. Gemeentewet, artikel 169: Het college van burgemeester en wethouders en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan de Gemeenteraad verantwoording schuldig over het door het college gevoerde bestuur (lid 2). Zij geven de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft (lid 2). Zij geven de raad mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang (lid 3). Bestuurlijke achtergrond In de vergadering van de gemeenteraad van 7 november 2019 heeft de raad bij de behandeling van agendapunt 17 ‘Vaststellen van de Begroting 2020’ motie 1732 van de raadsleden Simons (Bijz) en Van Lammeren (PvD) inzake de Begroting 2020 (Klimaatparagraaf) aangenomen waarin het college gevraagd wordt om: Gegenereerd: vl.5 1 VN2021-000480 % Gemeente Raadscommissie voor Financiën, Economische Zaken, Deelnemingen, rve ruimte en % Amsterdam ‚ ‚ ‚ ‚ . Lucht- en Zeehaven, Duurzaamheid en Circulaire Economie duurzaamheid % Voordracht voor de Commissie FED van o4 februari 2021 Ter kennisneming Vóór de zomer van 2020 de mogelijkheden van een toetsingskader te onderzoeken waarmee de gevolgen van de uitstoot van broeikasgassen kunnen worden meegenomen in de bestuurlijke besluitvorming bij strategische beleidsdocumenten zoals de Omgevingsvisie, het programma Autoluw of de Groenvisie” Voor een verdere reactie op de motie wordt verwezen naar de bijgevoegde brief. Reden bespreking n.v.t. Uitkomsten extern advies n.v.t. Geheimhouding n.v.t. Uitgenodigde andere raadscommissies n.v.t. Welke stukken treft v aan? Meegestuurd Registratienr. | Naam AD2021-001725 1. Motie_Klimaatparagraaf_1732.19.docx (msw22) AD2021-001724 2. Brief motie 1732.pdf (pdf) Abzoaroorgza ___ |commisieFeD voordracht | Ter Inzage | Registratienr. Naam Behandelend ambtenaar of indienend raadslid (naam, telefoonnummer en e-mailadres) Ruimte en duurzaamheid, Art van der Giessen, 06- 83627709, [email protected] Gegenereerd: vl.5 2
Voordracht
2
train
Gemeente Amsterdam % Gemeenteraad R % Gemeenteblad % Schriftelijke vragen Jaar 2013 Afdeling 1 Nummer 409 Publicatiedatum 31 mei 2013 Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen van het raadslid de heer W.L. Toonk van 27 maart 2013 inzake de uitloting van leerlingen in het voortgezet onderwijs in Amsterdam. Amsterdam, 30 mei 2013 Aan de gemeenteraad inleiding van vragensteller. Volgens cijfers van de Stichting Vrije Schoolkeuze Amsterdam (VSA) dreigen dit jaar 650 leerlingen uitgeloot te worden voor de middelbare school van hun eerste keuze. Ook zal uitloting in de tweede ronde naar alle waarschijnlijkheid voorkomen. Ondanks de uitbreiding van het aanbod overstijgen de aanmeldingen de capaciteit op kwalitatief goede scholen. Het is hierbij al lang niet meer uitsluitend een probleem voor kinderen die naar de categorale gymnasia in Zuid willen, maar een probleem dat zich steeds verder over de stad uitbreidt. VSA geeft concreet aan dat ook kinderen die zich inschrijven voor een havo- of vmbo-school op IJburg of in de Bijlmer ermee te maken krijgen. Gezien het vorenstaande heeft vragensteller op 27 maart 2013, namens de fractie van de VVD, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen tot het college van burgemeester en wethouders gericht: 1. Hoeveel kinderen hebben zich ingeschreven om komend schooljaar voortgezet onderwijs in Amsterdam te volgen? Hoeveel van deze kinderen komen van buiten Amsterdam? Antwoord: Er hebben zich in totaal 7.972 leerlingen aangemeld voor komend schooljaar op het Amsterdamse VO. Het aantal geplaatste leerlingen is nog niet definitief. Hiervan kwamen 1.109 aanmeldingen van leerlingen van buiten Amsterdam, ongeveer 14%. Daarvan komt een groot deel uit plaatsen zonder VO, zoals Abcoude, Diemen, Landsmeer, Waterlant en Ouder-Amstel. Dit aantal ligt in de lijn van vorig jaar. Tegelijk melden jaarlijks zo'n 400 Amsterdamse leerlingen zich op een school buiten Amsterdam, zoals op een school in Amstelveen of op een particuliere school. 1 Jaar 2013 Gemeente Amsterdam Neeing oe Gemeenteblad R Datum 31 mei 2013 Schriftelijke vragen, woensdag 27 maart 2013 2. Hoeveel kinderen zullen volgens het college aanstaand schooljaar naar de school van hun eerste keuze kunnen gaan? Komen deze cijfers overeen met de cijfers van VSA? Zo nee, hoe verklaart het college het verschil? Antwoord: In de eerste ronde waren er 7.859 aanmeldingen en zijn 402 leerlingen uitgeloot. Dat betekent dat bijna 95% op de school van hun eerste voorkeur start. Dit aantal is gebaseerd op de gegevens uit het Elektronisch Loket Kernprocedure en contact met de scholen. De Stichting VSA telde op een zeker moment 650 uitlotingen. Bij dit aantal waren (over)aanmeldingen meegeteld van leerlingen die de scholen naar onze informatie uiteindelijk toch opnemen. Gelukkig is een loting in de 2° aanmeldingsronde uitgebleven, mede dankzij de extra gymnasiumklas op het Cygnus Gymnasium. 3. Deelt het college de mening van VVD Amsterdam dat loting in strijd is met de keuzevrijheid van leerlingen? Graag met motivatie. Antwoord: Nee, het College deelt deze mening niet. Loting is niet geheel te voorkomen in Amsterdam als gevolg van de populariteit van enkele scholen. Ouders en leerlingen hebben keuzevrijheid bij het kiezen van een VO-school. Daarbij moeten zij zelf het risico afwegen dat er mogelijk geloot wordt. Een deel van de lotingscholen kan en wil niet uitbreiden gelet op het waarborgen van kwaliteit, organiseerbaarheid, gewenste schoolgrootte en/of de beschikbare capaciteit. Het College pleit wel voor voldoende aantrekkelijk aanbod van voldoende kwaliteit, zodat alle leerlingen een plek krijgen passend bij hun niveau en voorkeur. Het vergroten van transparantie en actuele informatie over aanbod, aanmeldingen en lotingen is belangrijk voor ouders en leerlingen om een goede keuze te kunnen maken. 4. Welke prognoses gebruiken het college en OSVO om de capaciteit van het voortgezet onderwijs in Amsterdam te plannen? Kan het college aangeven op welke termijn capaciteit en vraag wel overeen zullen komen? Antwoord: Het College hanteert de jaarlijkse prognose door Pronexus op basis van bevolkingsprognoses van O&S. De schoolbesturen zijn zelf verantwoordelijk voor het creëren van voldoende capaciteit. Daarover zijn afspraken gemaakt in het Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen (RPO) en geconcretiseerd in ‘De Kaarten Uitgelegd' (DKU) in 2011. Op dit moment is er voldoende aanbod van voldoende niveau. Het College pleit echter wel voor een ruimer en meer geprofileerd aanbod van VO in Amsterdam, zodat ouders en leerlingen iets te kiezen hebben. Het College gaat binnenkort met de schoolbesturen in gesprek over de afspraken voor een nieuw RPO, dat volgend jaar moet worden ingediend bij OCW. 2 Jaar 2013 Gemeente Amsterdam R Neeing oe Gemeenteblad Datum 31 mei 2013 Schriftelijke vragen, woensdag 27 maart 2013 5. Kan het college aangeven welke concrete maatregen worden genomen om de capaciteit in Amsterdam op korte termijn te vergroten? Antwoord: Het College is in gesprek geweest met een aantal schoolbesturen. Dat heeft er in geresulteerd dat voor de 2e ronde extra plaatsen zijn gecreëerd voor havo en havo/vwo op het Pieter Nieuwland in hun nieuwe dependance De Linnaeushof en een extra klas op het Cygnus Gymnasium. Hiermee is het aantrekkelijk aanbod verruimd voor de niveaus waar de grootste krapte was. Daarnaast hebben diverse scholen (o.a. het Caland Lyceum, Hyperion en Damstede) ondanks overaanmeldingen toch niet geloot. Daardoor zijn ongeveer 175 kinderen meer geplaatst op de school van hun voorkeur in de 1e ronde. Anders was het aantal uitgelote leerlingen nog veel hoger geweest dan de uiteindelijke 402. 6. Wat vindt het college van populaire scholen die hun capaciteit verminderen? Kan het college voorbeelden geven van scholen die dit recent hebben gedaan? Welke maatregelen kunnen worden genomen om dit tegen te houden? Antwoord: Het College betreurt het als scholen hun capaciteit verminderen voor niveaus waar veel vraag naar is. Een recent voorbeeld dat ook bij u bekend is, is de beperkte opname van leerlingen met een mono havoadvies door het St. Nicolaas Lyceum en het Fons Vitae. We zien bij deze scholen ook leerlingen die uitgeloot worden. Het College spreekt met de bestuurders over deze werkwijze. De OSVO slaagt er helaas niet in om onderling duidelijke afspraken te maken en alle schoolbesturen daaraan te houden. Noch om tijdig goede alternatieven voor kinderen klaar te hebben. 7. Is het college op basis van deze nieuwe cijfers ondertussen bereid om het geldende verbod voor populaire scholen in Zuid op te heffen, zoals de VVD in 2012 heeft verzocht in de gemeenteraad”? Antwoord: De afspraken uit het huidige RPO over het niet uitbreiden van scholen in Centrum/Zuid golden tot afgelopen jaar. Dat betekent dat er geen belemmering is voor scholen om uit te breiden. Echter, in de praktijk willen of kunnen veel scholen dit zelf niet. Het college volgt verder nauwlettend het onderzoek van hoogleraar Gautier en zijn collega's van de VU en Uv naar ‘matching’. Als er uitkomsten zijn die tot een betere loting- en verdeelsystematiek kunnen leiden dan zal het college dat opnemen met de schoolbesturen. Dit kan wellicht de druk op populaire scholen verlichten en meer recht doen aan de tweede of derde schoolkeuze van ouders en leerlingen. Burgemeester en wethouders van Amsterdam A.H.P. van Gils, secretaris E.E. van der Laan, burgemeester 3
Schriftelijke Vraag
3
train
AGENDA (concept) Raadscommissie SOCIALE ZAKEN Datum: 12 april 2012 Aanvang: 20.00 uur Zaal: Restaurant, Stadsdeelhuis, Buikslotermeerplein 2000 Blok A Procedureel Nr. \Onderwerp ____________________\Nadereinfo | Opening/Mededelingen DO Vaststellen agenda Ter vaststelling 3. Vragenkwartiertje Vrije inspraak op niet-geagendeerde onderwerpen Verslag 7 maart 2012 Ter vaststelling Openstaande toezeggingen 6. _ [Mededelingen portefeuillehouder(s) Blok B Bespreking beleidsonderwerpen ‚Nr. \Onderwerp __________________\Nadereinfo [Reg.nr | Investeringsbesluit OKC Wingerdweg 5088 8. | Cliëntprofielen basisinfrastructuur Ter bespreking | Blok C Algemeen Nr. \Onderwerp 9. _\Rondvraag Belanghebbenden die bij één van de agendapunten wensen in te spreken kunnen tot 24 uur vóór de vergadering zich aanmelden bij de Raadsgriffie, tel. 020-6349924.
Agenda
1
discard
x Gemeente Amsterdam WE % Raadscommissie voor Werk en Inkomen, Participatie, Armoede, Economie, Zeehaven en Luchthaven en Gemeentelijke Deelnemingen % Gewijzigde agenda, woensdag 17 september 2014 Hierbij wordt u uitgenodigd voor de openbare vergadering van de Raadscommissie voor Werk en Inkomen, Participatie, Armoede, Economie, Zeehaven en Luchthaven en Gemeentelijke Deelnemingen Tijd 13:30 tot 17:00 uur en zo nodig vanaf 19.30 uur tot 22.30 Locatie De Rooszaal, 0239, stadhuis Algemeen Procedureel gedeelte van 13.30 uur tot 13.45 uur 1 __ Opening procedureel gedeelte 2 Mededelingen 3 Vaststellen agenda 4 Conceptverslag van de openbare vergadering van de Raadscommissie WE d.d. 27 augustus 2014 e Tekstuele wijzigingen worden voor de vergadering aan de commissiegriffier doorgegeven, commissieWE@raadsgriffie. amsterdam.nl 5 Termijnagenda, per portefeuille e Termijnagenda per portefeuille niet bijgevoegd. U ontvangt op de vrijdag voorafgaande aan de vergadering per mail bijgewerkte exemplaren. 6 TKN-lijst Degenen die bij één van de agendapunten wensen in te spreken, kunnen tot 24 uur voor de aanvang van de vergadering spreektijd aanvragen bij de raadsgriffie telefoon 020-5522062. De vermelde aanvangstijden zijn slechts richtlijnen waaraan geen rechten kunnen worden ontleend. Men dient derhalve tijdig aanwezig te zijn. Voor degenen die gebruik willen maken van het “inspreekhalfuur” geldt het bovenstaande ook, met dien verstande dat men het onderwerp dient aan te geven en dat het onderwerp niet als agendapunt op de agenda staat. De vergaderingen en de verslaglegging daarvan zijn openbaar. Van deze vergaderingen worden geluids- en beeldregistraties gemaakt. De agenda van de raadscommissie is ook te vinden op internet: www.gemeenteraad.amsterdam.nl. Voor algemene informatie: [email protected] 1 Gemeente Amsterdam WE Raadscommissie voor Werk en Inkomen, Participatie, Armoede, Economie, Zeehaven en Luchthaven en Gemeentelijke Deelnemingen Gewijzigde agenda, woensdag 17 september 2014 Inhoudelijk gedeelte vanaf 13.45 uur 7 _ Opening inhoudelijk gedeelte 8 _Inspreekhalfuur Publiek 9 Actualiteiten en mededelingen 10 Rondvraag Deelnemingen 11 Bespreken Jaarverslag en Jaarrekening 2013 Havenbedrijf Amsterdam N.V. Nr. BD2014-007866 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. 12 GVB: brief aan de raad mbt staking schoonmakers Nr. BD2014-007821 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. Geagendeerd op verzoek van het raadslid Saadi (PvdA). e Was TKN 5 in de Commissievergadering WE van 27 augustus 2014, Werk, Inkomen en Participatie 13 Opvolgingsonderzoek van de rekenkamer naar armoedebeleid Nr. BD2014- 006234 e De gemeenteraad te adviseren in te stemmen met de raadsvoordracht (gemeenteraad d.d. 1 oktober 2014). 2 Gemeente Amsterdam WE Raadscommissie voor Werk en Inkomen, Participatie, Armoede, Economie, Zeehaven en Luchthaven en Gemeentelijke Deelnemingen Gewijzigde agenda, woensdag 17 september 2014 14 Stand van zaken diverse toezeggingen aan Commissie WPA Nr. BD2014-007822 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. e Geagendeerd op verzoek van de raadsleden Poot (VVD) en Van der Pligt (SP). e Was TKN 9 in de Commissievergadering WE van 27 augustus 2014, 15 UVA- en VU-onderzoeken effectiviteit re-integratie-instrumenten en registratie van werkzoekenden bij uitzendbureaus Nr. BD2014-007846 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. e Voorgesteld wordt gevoegd te behandelen met agendapunt 16. 16 VU-onderzoek effectiviteit re-integratieinstrumentarium voor werkzoekenden met een korte afstand tot betaald werk (trede 4 van de Participatieladder) Nr. BD2014-007823 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. Geagendeerd op verzoek van het raadslid Poot (VVD). e Was TKN 10 in de Commissievergadering WE van 27 augustus 2014, e Voorgesteld wordt gevoegd te behandelen met agendapunt 15. 17 Factsheet Jeugdwerkloosheid: nieuwste cijfers 2014 Nr. BD2014-007824 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. e Geagendeerd op verzoek van het raadslid Boutkan (PvdA). e Was TKN 11 in de Commissievergadering WE van 27 augustus 2014, e _Deleden van de Raadscommissie voor Jeugd en Cultuur zijn hierbij uitgenodigd. 18 Jaarverslag 2013 Cliëntenraad Nr. BD2014-007770 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. e Geagendeerd op verzoek van het raadslid Van der Pligt (SP). 3 Gemeente Amsterdam WE Raadscommissie voor Werk en Inkomen, Participatie, Armoede, Economie, Zeehaven en Luchthaven en Gemeentelijke Deelnemingen Gewijzigde agenda, woensdag 17 september 2014 TOEGEVOEGDE AGENDAPUNTEN Economie 19 Raadsadres Vereniging Ondernemerskring Bedrijvencentrum Osdorp d.d. 28 januari 2014. (BD2014-007810) e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. e Geagendeerd op verzoek van het raadslid mevrouw Ruigrok (VVD). e Was oorspronkelijk TKN 9. Deelnemingen 20 Beantwoording schriftelijke vragen van het raadslid mevrouw A.C. de Heer van 28 juli 2014 inzake de werkomstandigheden van beveiligers op Schiphol. Nr. BD2014-008500 e Ter bespreking en voor kennisgeving aannemen. e Geagendeerd op verzoek van het raadslid mevrouw De Heer (PvdA). 4
Agenda
4
discard
Amsterdam 17-01-2017 a E EEEN LOTTE De Gemeenteraad van Amsterdam, aoe Ae kk a MA Hd | INAS ne IN en AN B A ae es | le - s hd Ee ze jj EZ i 7 er me 4 Onderwerp Milieuzone voor MR eN en en De brom en snorfietsen vanaf 1 januari 2018 RRA Á EL men raf Geachte gemeenteraad, | In de tweede helft van 2017 zal door een verkeersbesluit de milieuzone voor brom en snorfietsen vastgesteld worden. Graag wil ik onder de aandacht brengen dat | hiermee onterecht ook andere vervoersmiddelen uitgesloten gaan worden. Het betreft hier de Brombakfiets. Het uit de zone bannen op het criterium van ouderdom is onzinnig. Een brombakfiets is een duurzaam transportvoertuig. De meesten zijn al ouder dan 30 jaar en in gebruik bij creatieve kleine ambachtelijke maak- | bedrijven. Al deze Brombakfietsen worden imiddels aangedreven door het | legendarische Honda SS50 4 taktmotorblok dat uiterst zuinig rijdt en niets met een | extreem vies scootermotortje te maken heeft. Wij kunnen met de brombakfiets in de binnenstad grote werkstukken vervoeren waar anders bestelautos voor zouden moeten rijden. Voor velen onder ons is het hebben van een bestelwagen niet haalbaar. Bij deze verzoek ik u onder andere namens de 9 gebruikers van de Brombakfietsen op de foto een voorziening te treffen zodat wij langer van ons toch echt wel duurzame transportmiddel gebruik kunnen blijven maken. Namens alle Brombakfietsgebruikers, In kmr È, |
Raadsadres
1
train
x Gemeente Amsterdam WP A % Raadscommissie voor Werk, Inkomen en Participatie, Diversiteit en Integratie, Inburgering, Armoede, Programma Maatschappelijke Investeringen % Agenda, donderdag 4 november 2010 Hierbij wordt u uitgenodigd voor de openbare vergadering van de Raadscommissie voor Werk, Inkomen en Participatie, Diversiteit en Integratie, Inburgering, Armoede, Programma Maatschappelijke Investeringen Tijd 09.00 tot 12.30 uur en zonodig van 19.30 tot 22.30 Locatie 0239 Algemeen 1 Opening 2 Mededelingen 3 Vaststellen agenda 4 _Inspreekhalfuur publiek 5 Actualiteiten 6 Conceptverslag van de openbare vergadering van de commissie Werk en Participatie van 07.10.2010 e Tekstuele wijzigingen worden voor de vergadering aan de commissiegriffier doorgegeven, commissie WPA@raadsgriffie. amsterdam.nl 7 Openstaande toezeggingen 8 Termijnagenda 9 Openstaande Schriftelijke vragen 10 Rondvraag - Tkn lijst Degenen die bij één van de agendapunten wensen in te spreken kunnen tot 24 uur voor de aanvang van de vergadering spreektijd aanvragen bij de raadsgriffie telefoon 020-5522062. De vermelde aanvangstijden zijn slechts richtlijnen waaraan geen rechten zijn te ontlenen. Men dient derhalve tijdig aanwezig te zijn. Voor degenen die gebruik willen maken van het “inspreekhalfuur” geldt het bovenstaande ook, met dien verstande dat men het onderwerp dient aan te geven en dat het onderwerp niet als agendapunt op de agenda staat. De vergaderingen zijn openbaar en hiervan worden geluids- en beeldregistraties gemaakt. De agenda van de raadscommissie is ook te vinden via internet: www.gemeenteraad.amsterdam.nl. Voor algemene informatie: [email protected] 1 Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Werk, Inkomen en Participatie, Diversiteit en Integratie, Inburgering, WPA Armoede, Programma Maatschappelijke Investeringen Agenda, donderdag 4 november 2010 Financiën 11 Begroting 2011 Gemeente Amsterdam Nr. BD2010-005307 Resultaatgebiedsgewijze bespreking van de ontwerpbegroting 2011. Portefeuilles Werk, Inkomen en Participatie, Diversiteit en Integratie, Inburgering, Armoede, Programma Maatschappelijke Investeringen. e De gemeenteraad te adviseren in te stemmen met de raadsvoordracht. Het Begrotingsboek 2011 is separaat aan alle (duo)raadsleden gezonden; e Bespreking eerste termijn van de Begroting 2011 en het indienen van moties/ amendementen. Armoede 12 Armoedemonitor 2009 Nr. BD2010-006642 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. 13 Meerjarenbeleidsplan Inkomen en Armoedebestrijding 2011-2014 Nr. BD2010- 006643 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. Werk, Inkomen en Participatie 14 Presentatie Meerjarenbeleidsplan Participatie 2011-2014 Nr. BD2010-0067 14 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. e Op verzoek van wethouder Van Es. 15 Rapporten Gemeentelijke Ombudsman DWI eerste, tweede en derde kwartaal 2010 Nr. BD2010-006712 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. e De ombudsman is hierbij uitgenodigd. 16 Bestuurlijke reactie n.a.v. rapporten Gemeentelijke Ombudsman inzake DWI 1e, 2e en 3e kwartaal 2010 Nr. BD2010-006674 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. e De ombudsman is hierbij uitgenodigd. 2 Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Werk, Inkomen en Participatie, Diversiteit en Integratie, Inburgering, WPA Armoede, Programma Maatschappelijke Investeringen Agenda, donderdag 4 november 2010 Diversiteit en Integratie 17 Vaststellen Programma Caraïbische Amsterdammers Nr. BD2010-005396 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. 18 Vervolgaanpak Discriminatie en Voortgang Aanpak Discriminatie 2009-2010 en Actieprogramma Amsterdam Gay Capital 2009-2011 Nr. BD2010-006700 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. 19 Beantwoording Schriftelijke vragen Raadslid Flos inzake islamitisch begraven op begraafplaats Westgaarde Nr. BD2010-006797 e _Terbespreking en voor kennisgeving aannemen. e Geagendeerd op verzoek van raadslid Flos (VVD). 20 Motie C (Flos) inzake de notitie ‘Aanpak Discriminatie Amsterdam 2009-2010, openstelling functies voor iedereen bij ingehuurde organisaties’ (nr. 835) Nr. BD2010-006855 e De gemeenteraad te adviseren in te stemmen met de raadsvoordracht. Inburgering 21 Verordening Inburgering 2detranche definitief Nr. BD2010-005972 e De gemeenteraad te adviseren in te stemmen met de raadsvoordracht. 3
Agenda
3
train
x Gemeente Amsterdam R Gemeenteraad x% Gemeenteblad % Motie Jaar 2015 Afdeling 1 Nummer 850 Publicatiedatum 18 september 2015 Ingekomen onder j Ingekomen op 9 september 2015 Behandeld op 9 september 2015 Status Aangenomen Onderwerp Motie van het raadslid de heer Kayar inzake het Meerjarenprogramma 2015-2018 Amsterdamse aanpak gezond gewicht (specifieke doelgroepbeleid, community- aanpak). Aan de gemeenteraad Ondergetekende heeft de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over het Meerjarenprogramma 2015-2018 Amsterdamse aanpak gezond gewicht (Gemeenteblad afd. 1, nr. 620); Constaterende dat: — elk kind dat opgroeit in deze stad een gezonde jeugd en goede toekomst verdient, ongeacht zijn uitganspositie; — kinderen die opgroeien in gezinnen met een lage(re) maatschappelijke positie een verhoogde kans hebben om ongezond gewicht te ontwikkelen; — juist voor deze groep een anti-obesitas aanpak moet worden ontwikkeld; Overwegende dat: — een geslaagde community-aanpak leunt op een brede en breed gedragen bewustwording in de buurt; — door mensen in te zetten die bijvoorbeeld etnisch of cultureel aansluiten bij de doelgroep de aanpak effectiever kan worden. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: een actieve samenwerking aan te gaan met bewonersgroepen, verenigingen, ondernemers en alle relevante instellingen in de buurten waar de risicogroepen zich bevinden om de aanpak nog gerichter en effectiever te maken. Het lid van de gemeenteraad O. Kayar 1
Motie
1
discard
> < Gemeente Amsterdam Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: sterke winkelgebieden in een groeiende stad SN 8 Der bn Ate, ee B k gel IS; F belette dh LEE EE en If \ B di f jk il: | eene f Kael ; a EN & ih pek df EC LE rdt. Irie Ie Ares EI L OT ee Re Te ed BEUL teef A at ien El EN IR EEE ge A WN an k ER “ mi y KE je , EE, an | Ì S 8 Î dine een At En N ” | margt ia LEED) NE ie die im El en 8 Nn Be wr Br | ech ! | | ia 2 REN alijp Et | rn At allin EN Ala es Je TS _ iS ET de Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: 26 oktober 2017 sterke winkelgebieden in een groeiende stad Voorwoord Amsterdam heeft de afgelopen jaren ingezet op het gezond houden van winkelgebieden en het beperken van de winkelleegstand. Met succes: de detailhandel functioneert redelijk tot uitstekend. Omzetten stijgen, het aantal banen groeit, relatief weinig winkels staan leeg en de winkelhuren ontwikkelen zich op de meeste plekken in de stad gunstig. Ondanks deze positieve ontwikkelingen, zijn er ook aandachtspunten voor winkels. Door veranderd consumentengedrag is er minder vraag naar winkels. Tegelijkertijd groeit het aantal inwoners en bezoekers en is er mogelijk meer behoefte aan winkels. Leegstand ligt nog op de loer in een aantal winkelgebieden. Ook de diversiteit van het winkelaanbod staat in sommige winkelstraten onder druk doordat het vooral gericht is op bezoekers. Welke ontwikkelingen Amsterdam voor ogen heeft voor winkels geven we weer in dit detailhandelsbeleid. Amsterdam kiest voor aantrekkelijke en sterke winkelgebieden verspreid over de stad en voor dagelijkse boodschappen op loopafstand. Dat betekent selectief ruimte voor uitbreiding van winkels, zoals in de ontwikkelgebieden. We bieden mogelijkheden voor het omzetten van winkels naar andere commerciële functies als het toekomstperspectief voor de winkel ontbreekt. Winkels zijn geclusterd in winkelgebieden, wat handig is voor de consument en waarmee ook efficiënt gebruikgemaakt wordt van de ruimte. Winkelen kan in meerdere aantrekkelijke winkelgebieden met weinig leegstand, ook buiten de binnenstad. Hiermee willen we ook de drukte meer te spreiden, zoals als doel gesteld is in het programma Stad in Balans. Vanwege bovenstaande ontwikkelingen is er gemeentelijk detailhandelsbeleid nodig. Dit detailhandelsbeleid kan gebruikt worden voor het beoordelen van en/of het aanvragen van (omgevings)vergunningen voor (ver)bouw van winkelpanden. Ook geldt het als richtinggevend beleidskader voor het ontwerpen en actualiseren van bestemmingsplannen.* Voor ontwikkelaars biedt het beleid duidelijkheid over waar de stad mogelijkheden ziet. Bij het vitwerken van plannen voor woningbouw gebruiken we dit beleid voor een zorgvuldige afweging of er meer winkels nodig zijn in de nieuwe woongebieden die in kaart zijn gebracht in Koers 2025: Ruimte voor de stad. Naast dit beleid zijn er andere concrete maatregelen die Amsterdam neemt voor sterke winkelgebieden. Zo experimenten we samen met ondernemers en bewoners met freezones in drie winkelgebieden met een winkelleegstand en in een tweetal winkelstraten onderzoeken we wat de impact is van meer ruimte voor mengformules. Met vastgoedeigenaren en ondernemers zetten we in op een diverse winkelaanbod, door bijvoorbeeld samen een visie voor de straat op te stellen en deze te bekrachtigen in een convenant. Ook is de reclamebelasting en precario® voor ondernemers afgeschaft. Daarnaast is er een breed scala aan stimuleringsregelingen voor het opzetten van een bedrijveninvesteringszones door ondernemers, het (door)starten van een ondernemersvereniging, het aanstellen van straatmanagement, het gezamenlijk ‘branden’ van een gebied door ondernemers en andere ondernemersinitiatieven in winkelstraten. Als winkeliers en de gemeente in een winkelgebied extra inzet willen plegen, kan daar door de bestuurscommissie prioriteit aan worden gegeven in de jaarlijkse gebiedsplannen. Kortom, met actueel beleid én een pakket aan maatregelen voor de detailhandel gaan we de komende jaren de vitdagingen aan voor gevarieerde, sterke winkelgebieden in een groeiende stad. Wethouder Economie Wethouder Ruimtelijke Ordening * Voor het openen van een winkel is op dit moment geen exploitatievergunning vereist. * Dit met uitzondering van de precario die wordt geheven voor terrassen 3 Alle punten uit (de actualisatie van) het coalitieakkoord Amsterdam 2014-2018 ‘Amsterdam is van iedereen’ gericht op ondernemers zijn opgenomen in het Amsterdams Ondernemersprogramma 2015-2018. 2 Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: 26 oktober 2017 sterke winkelgebieden in een groeiende stad Inhoud Voorwoord anssen eren eerennensnenenrenneneennenennenvenverenenennenvennenvenvenvennenennnenenenenneerenvenrn 2 Samenvatting .… sss snsnnnsneneereseersenennnnenenseenersensnnnneerenenseennnnsnenrennenvenvnnnnnenenenvervenn 5 De winkelmarkt verandert sterk: complete, compacte en comfortabele winkelgebieden de beste overlevingskansen … … nun nnee enenseenenenvenvenenenvenrenvennensveneeenvenveneeenerenensvenvenvensvenveenvenee B Amsterdam als een populaire winkelstad en economisch gezonde detailhandel … … … 6 Amsterdam groeit en verandert in samenstelling … nana vaneen eneen eneen eneeneenvenveneenenen Ó Twee beleidsdoelstellingen voor een economisch gezonde winkelmarkt … ee. 6 Algemene beleidsregels voor winkelgebieden in heel Amsterdam … nanne eneen 7 Drie zones met specifiek beleid: kernzone, centrumzone en stadszone … nanne eneen. Ô Versterken winkelgebieden vereist maatwerk en samenwerking … nanne enne enerneeneeen 11 1 Inleiding ……………..nnnsnnnnnn eneen verrenenennenenrenrereesenennsnenvenensennnsnenrenrenvenvnnnnnenenenvervenenene 12 1.1 Waarom is beleid voor detailhandel nodig? … nnen eenen envenvenvenvenneeneeneeeneen 12 1.2 Voor wie is dit beleid? … nanne enne eenneneneeenennerennenvenneenennnnenenenneenenneeeenseneneenennnneenerenneee 13 1.3 Hoe zit het met gedane toezeggingen op basis van het vorig beleid? … ee. 13 1.4 Hoe verhoudt het detailhandelsbeleid zich tot de Omgevingswet? … nnen eenen eneen 13 1.5 Welke afspraken heeft Amsterdam gemaakt met de regiogemeenten? … nnen 1d 1.6 Voor welke periode geldt dit beleid? … nonnen eneen enveneenneenveenveneeneeenvenvenee eneen Ll 1.7 Leeswijzer … nennen eenenenennenneneneenenenseneeeenenenenennneenenensenenvenseeeveeneevevvenseeevnenseere verveend 2 Trends en ontwikkelingen detailhandel … ……… ………… …..nsnsussnorren ennn en eenenennenenrene ereen 16 2.1 De economische betekenis van detailhandel …… nonnen eeenen enen enen enen eneeenneveneeeneren 16 2.2 De vraag naar detailhandel … … nennen neenvenevenveenennvenenenveneenneenvenvenseenvereererenee 17 2.3 Het aanbod van detailhandel … nnen neee ennereennenenneenennereeneevenseneneenennenenenenseeeennnneen 1 2.4 De winkelstructuur en het functioneren van detailhandel … nnen eneen enne enneennennneeen 10 2.5 Samenvatting van aantal kwaliteiten, kansen en uitdagingen voor Amsterdam als winkelstad 3 Van ambities naar een (gebiedsgerichte) visie ………… …….….…sssssneonoenvereesennnneneneeenereenenn 23 3.1 Een winkelgebied versterken: maatwerk, samenwerking en integraal … nnee 23 3.2 Beleidsdoelstellingen voor de detailhandel … nennen enneneenneeneeenenennenenveneeneenene 2b 3.3 Een specifieke koers voor detailhandel in verschillende gebieden … nnn nennen 25 3.4 Visie op detailhandel in de kernzone: de binnenstad en Museumkwartier, samen het kernwinkelgebied … nnen enenneenenenveneenenenvenvenveenenneenenenvenvenenenvenereevenverveeneenveenveneene 27 3.4.1 Meer diversiteit in het winkelaanbod … no anse ener enseererenneerereneererenseeneeenseerveensenreeer 27 3.4.2 Versmarkten en staanplaatsen als aanvulling op dagelijks winkelaanbod … … 28 3-4-3 Topwinkels óók buiten de kernzone … ..nnnunnnnnnnrennenennseneeenneenneneneneneneneneneereneenneenernverneeen 20 3.4.4 Selectieve ruimte voor vernieuwing van detailhandel … nennen eenvenneenneerneee 29 3.4.5 Geen winkels aan de grachten in de binnenstad … … annen enneenneeneeense rene renner 30 3.5 Visie op de detailhandel in de centrumzone: de 19°- en vroeg 20° -eeuwse gordel van West, Zuid, Oost nanne eneneneneenennenenneenennenennenennnanenneenennenenneenenneeeennenvenenenneeeenerennenenneeneneeenenen. JO 3.5.1 De boodschappenfunctie geborgd in clusterpunten van detailhandel in gemengde stadsstraten … nnn anneenenneen ener enneenenneenennerennenenneeneennerenseneneeeennereenenenneenenneenenerenneeenseeeennn IL 3.5.2 Uitbreiding van supermarkten mogelijk in kansrijke winkelgebieden … 31 3.5.3 Nadere afweging ruimte voor nieuwe versmarkten … unne enen eneen enveneenneeneenverneeneeen 31 3.5.4 Het stimuleren van meer ‘winkelbeleving’ … … nennen eneen eneen enne ennvennvenneerneren 32 3.5.5 Experimenten met mengformules … nonnen enen eerenserserneenenenveneennvenvennennvenvenvenneeneeen eenn 32 3 Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: 26 oktober 2017 sterke winkelgebieden in een groeiende stad 3.7 Visie op detailhandel in de stadszone: Nieuw-West, Noord, Zuidoost, Westpoort, Zuid (Buitenveldert), Houthavens, Amstelkwartier, Zuidas, Zeeburgereiland, Oostelijke Eilanden, IJburg en noordelijke IJ-oevers … nnen enen eneen enveneenneenvenvenveenennvenenenvenveneeenvenvenneenvenvenerenne 33 3.7.1 Optimaliseren structuur van wijkcentra … neve eeeneeeneneneeenenenerennvenneeeevenseeenereneeenn 33 3.7.2 Ruimte voor kleine gemakssupermarkten verderaf van het winkelgebied … 34 3-7-3 Ruimte voor functietransformatie in minder kansrijke centra … annen ennen vene enne eneen 3d 3.7.4 Wenselijkheid van (waren)markten kritisch beoordeeld in minder kansrijke centra … 35 3.7.5 Meer mogelijkheden voor een fijnmazige winkelstructuur in de groeigebieden … 35 3.7.6 Winkelen in aantrekkelijkere stadsdeelcentra zonder winkelleegstand … … 35 3.7.7 Mogelijkheden voor winkelen in ontwikkelgebieden bespreekbaar onder voorwaarden … …. 37 3.7.8 Experimenteren met mengformules in freezone … nun ensennennveneeeneeneenenenveneennvenvenvernen eneen 37 4 Algemene beleidsregels voor sterke winkelgebieden … sss soon voneesnneneenen: 38 4-1 Meer diversiteit in het winkelaanbod … nanne ennen rennenenneerennenenneneneenennerrnenenneenenseerennen: 3Ö 4.2 Geen losstaande winkels, maar clustering van winkels … unsure anne ene ene eene renee 30 4.3 Selectieve groei winkel(meter)s ter voorkoming van winkelleegstand … nnen. 39 4.4 Winkelvernieuwing in winkelgebieden met toekomstperspectief … nnen eneen neren 42 4.5 Vernieuwing of uitbreiding voor supermarkten … nnn ennene ennen venvenneeneerneeneeneneneenenennenenr bh 4.6 Winkels en winkelgebieden in (potentiële) stadsstraten … nennen enen eenvenneenneerneene 45 4.7 Ruimte voor horeca en mengformules in winkelgebieden … unne eneen eenen eenen eneen 7 4.8 Eén voldoende onderscheidend stadsdeelcentrum per stadsdeel … nnn nennen 48 4.9 Het omzetten van winkelpanden naar ruimere en andere functies bij langdurige leegstand … 49 4.10 Kleine verspreide winkels in een winkelkwartier … nun ann ennn envennvensverseeenereneeen 5O 4-11 Op termijn minder perifere detailhandelslocaties … … nennen ennen ennenveneenneeneenverneeneenn BL 4.12 Minder grootschalige detailhandelVestigingslocaties … nnen enne ennen eneen 53 4-13 Traffic locaties versterken in convenience karakter … nnen enen enneenen enen enne enneenneennerrnereen D3 4-14 Afhaalpunten en online winkels …… nnn unne eenen enen enerene eenn eenneneneneneneenvenenenneenneeneenernnerenn D3 4.15 Markten en verkooppunten in de openbare ruimte versterkend aan winkelgebied … … 55 4-16 Gezonder aanbod via detailhandel anneer enennerennenenneenenneerenneneneenenseenenerenee ee DE | Instrumenten voor sterkere winkelgebieden … sss snsssrrss ennn eneesenennenenreneeren 56 Il Overzicht winkelgebieden in Amsterdam … …………….…snnsnn oo vonnenenneennneneneeereneensnennsnerren: 6O Il Checklist nieuwe en uitbreiding winkelinitiatieven …… sss. orsn nn ennenennenenreneeren 65 IV Ontwikkelingen detailhandel … nun sooon enen enrrneenensenennenenvenrenensennnneneneenern 72 Economische betekenis van de detailhandel … none eenee en enseerenenserenenseereeeeeneernenseeree nnn 2 Structuur van de detailhandel: aantal vestigingen, oppervlakte, spreiding winkels … … … 72 Waardering winkelvoorzieningen in de stad … nennen eneeneenenenveneenenenveneeeenenveevenseenveen 77 Koopkrachtbinding consument … nennen en veneenneenvennveneeenenseeenvenvenveneenvenvenveenvenvenenenn JO Winkelhuren en winkelleegstand… annen envenvenneense oneens eens envenvenvenvenvensvenveevenene OO Kwaliteiten winkelomgeving … unne eneen ennvenee oneens envenvenvenseenennveneeenvenveneeenveneennveeeeven. O5 V: Indicatieve spreiding supermarkten in Amsterdam … ……….nunss oo ssoreneneerneeeneer vennen 88 VI Begrippenlijst … … sous sns on oeneennnennenneneneenrenenennnnenenrenenenennnnnenrenrenvevvnennnneres Ö) VII Geraadpleegde bronnen … nnn orrseenerssenreneerrneneerrsneneervennnenersvennneervvvnnenns Qh 4 Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: 26 oktober 2017 sterke winkelgebieden in een groeiende stad Samenvatting Amsterdam gaat de komende jaren flink groeien, transformeren en verdichten. In Koers 2025: Ruimte voor de stad zijn locaties voor woningbouw in kaart gebracht. Actueel beleid voor detailhandel is nodig voor het maken of updaten van bestemmingsplannen. Het is een hulpmiddel om te bepalen hoeveel en waar winkels nodig zijn, ook in nieuwbouwgebieden, zodat bewoners dichtbij de woning boodschappen kunnen doen. Voor bestaande winkelgebieden is het nodig dat Amsterdam duidelijkheid geeft aan ontwikkelaars wanneer Amsterdam gaat meewerken aan omgevingsvergunningen voor winkels die willen vernieuwen, uitbreiden of verbouwen. Omdat het detailhandelsbeleid Amsterdam winkelstad: een diversiteit aan winkelgebieden (2011) algemene kaders geeft, is er behoefte aan een update. Om met betrokken partijen te werken aan een sterker en aantrekkelijker winkelgebied, geven we in dit beleid aan hoe je dit aan kunt pakken en met welke instrumenten. Wat doet Amsterdam al voor ondernemers in winkelstraten? Dit beleid is aanvullend op het Amsterdams Ondernemersprogramma 2015-2018: Ruimte voor Ondernemers, waarin Amsterdam bureaucratie en regelgeving voor ondernemers wegneemt en ondernemerschap stimuleert. Zo biedt Amsterdam ondernemers vanuit dit programma mogelijkheden om zich te verenigen in een bedrijveninvesteringszone (hierna 'BIZ') en gezamenlijk te doen aan gebiedsbranding in het winkelgebied. In de pilots freezones en mengformules experimenteren we met het loslaten van regelgeving om vernieuwende concepten de ruimte te geven. Voor de specifieke winkelgebieden, neemt de gemeente jaarlijks extra acties op in de gebiedsplannen. Voorbeelden van acties voor een sterker winkelgebied in gebiedsplannen zijn meer schoonmaken of afvalbakken plaatsen, het opstellen van een visie voor de winkelstraat met betrokken partijen zoals pandeigenaren en ondernemers of het plaatsen van bankjes zodat bewoners naast het boodschappen doen of winkelen ook anderen kunnen ontmoeten. De winkelmarkt verandert sterk: complete, compacte en comfortabele winkelgebieden de beste overlevingskansen De manier van winkelen verandert sterk door de snelle ontwikkeling van de technologie. Niet- dagelijkse inkopen zoals kleding, wit- en bruingoed, luxe-en vrije tijdsartikelen worden bijvoorbeeld steeds meer via internet gekocht en bezorgd aan huis of op een locatie af te halen. Muziek, literatuur, film wordt steeds meer digitaal. Daardoor zijn in de toekomst minder winkelmeters nodig. Eten en drinken koopt de consument nog wel liever in een ‘fysieke’ winkel. De consument wil daarbij wel steeds meer gemak: alle boodschappen op één plek, kant-en-klaarproducten en thuisbezorgd. Supermarkten spelen daarop in gemakkelijk boodschappen doen, de snelle hap, een ruimer productaanbod met een stukje ‘beleving’: voedsel wordt ter plekke bereid en je kunt van alles proeven. Winkelen wordt ook steeds meer een dagje uit. De eisen die we stellen aan aanbod en sfeer in een winkelgebied worden steeds hoger. Winkelen combineren we graag met een bezoek aan de horeca, een museum, een kapper of nagelsalon. Hierdoor ontstaan nieuwe concepten en mengvormen zoals een winkel die ook een kop koffie en hapje serveert of een winkel waar de klant ook een verzekering kan afsluiten. De trends en ontwikkelingen pakken verschillend vit voor winkels en winkelgebieden in de stad. Winkelgebieden die kunnen inspelen op de trend van sfeer en beleving, zijn kansrijk. Voor het boodschappen doen geldt dat complete, compacte en comfortabele winkelgebieden de beste overlevingskansen hebben, met supermarkten als belangrijkste publiekstrekker. 5 Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: 26 oktober 2017 sterke winkelgebieden in een groeiende stad Amsterdam als een populaire winkelstad en economisch gezonde detailhandel Amsterdam is uitgeroepen tot de aantrekkelijkste winkelstad van de Benelux.“ Retailers met internationale vernieuwende concepten weten de stad te vinden. De meeste Amsterdammers zijn tevreden over de winkels en winkelgebieden in de stad. Verder gaat het goed met veel winkels en winkelgebieden in Amsterdam. Relatief weinig winkelpanden staan leeg. Een aantal winkelgebieden zijn aantrekkelijker geworden, wat we terugzien in de soms sterk gestegen huurprijzen. De omzet stijgt en de werkgelegenheid in de detailhandel groeit. In 2016 boden winkels maar liefst 39.507 banen, wat staat voor 6% van de totale werkgelegenheid in Amsterdam. Uitdagingen voor de detailhandel: leegstand op specifieke plekken, kritiek op het winkelaanbod en stijgende huurprijzen Er is ook kritiek op het winkelaanbod, stijgende winkelhuren en er zijn ook winkelgebieden waar het niet goed gaat. Vooral in sommige stadsdeelcentra, kleine winkelstrips en perifeer gelegen winkelgebieden staat de detailhandel onder druk. Winkelgebieden zoals Boven ‘t Y (Noord) en de Amsterdamse Poort (Zuidoost) kampen met leegstand door vertrek van winkelketens in het middensegment, minder divers (mode-)aanbod en gebrek aan sfeer. Sommige perifere detailhandelsgebieden met aanbod van grote artikelen zoals bouwmarkten en meubelzaken staan onder druk. Eris net niet voldoende keuze, de uitstraling kan beter en er is concurrentie van vergelijkbare winkelgebieden in regiogemeenten. In de binnenstad zien we hele andere ontwikkelingen. Naast de vestiging van nieuwe internationale winkelformules, richten in een aantal straten steeds meer ondernemers hun productaanbod op bezoekers en niet meer op bewoners. In sommige populaire straten zijn winkelhuurprijzen sterk gestegen, waardoor bepaalde ondernemers vertrekken of stoppen. Amsterdam groeit en verandert in samenstelling De bevolking in Amsterdam groeit de komende jaren door tot circa één miljoen in 2034 en de bevolkingssamenstelling wordt sociaal en cultureel steeds diverser. Wel zien we in sommige gebieden relatief meer minimahuishoudens en in andere gebieden juist relatief meer hogere inkomens. Ook het aantal bezoekers en forensen blijft groeien. De verwachting is dat het (inter-) nationaal toerisme zal stijgen tot 18-23 miljoen per jaar. De groei van het aantal bewoners en bezoekers betekent meer economisch draagvlak voor de gevestigde detailhandel, voor vernieuwende concepten en andere voorzieningen in diverse winkelgebieden in de stad. In de ring rondom de binnenstad leven winkelstraten op. Daar is een aaneenschakelingen van horeca, afhaalzaken, mengformules, supermarkten en kleine speciaalzaken. Dit komt mede doordat (meer) bewoners met een andere levensstijl in dit gebied zijn gaan wonen en bezoekers uit binnen- en buitenland die deze winkelgebieden steeds beter te vinden. Twee beleidsdoelstellingen voor een economisch gezonde winkelmarkt Amsterdam wil een aantrekkelijke stad zijn voor zowel bewoners als bezoekers, als winkeliers. Voor de detailhandel heeft Amsterdam twee hoofdbeleidsdoelstellingen. Doel 1: boodschappen dichtbij voor bewoners EE Met dit beleid wil Amsterdam in de eerste plaats dat bewoners op redelijke afstand van de woning (maximaal 750 meter loopafstand) dagelijkse boodschappen kunnen doen. È Doel 2: meerdere aantrekkelijke winkelgebieden, ook buiten de binnenstad Amsterdam wil meerdere aantrekkelijke winkelgebieden, ook buiten de binnenstad, waar je kunt winkelen voor producten die je niet elke dag koopt. * Destination Retail Benelux 2016, JJL 6 Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: 26 oktober 2017 sterke winkelgebieden in een groeiende stad Algemene beleidsregels voor winkelgebieden in heel Amsterdam De volgende beleidsregels voor het detailhandelsbeleid gelden voor heel Amsterdam. 1) Meer diversiteit in het winkelaanbod: voor een Typologie winkelgebieden Amsterdam varieerder winkelaanbod is samenwerkin = Buurtcentrum: < 2.500 m? winkelvloeroppervlak (w.v.o.), gevariee © ‚ 9 veelal één supermarkt, enkele aanvullende winkels en een noodzakelijk tussen vastgoedeigenaren, enkele dienstverlener. Buurtbewoners doen hier vooral hun ondernemers en andere betrokkenen. ee winkel ak . … =_ Wijkcentrum klein: 2.500 — 7.500 m° winkelvloeroppervlak, Amsterdam reikt een pakket aan mogelijke verzorgt meer dan een buurt, bevat minimaal een maatregelen aan’ en onderzoekt extra supermarkt, aanvullende winkels, dienstverleners en beperkt juridisch-planologische instrumenten voor horeca. Bewoners uit de wijk komen hier vooral hun bal inh inkel bod. Welk . di boodschappen doen. alans In het winkelaanbod. Welke acties nodig =__ Wijkcentrum groot: 7.500 — 15.000 m? w.v.o., minimaal twee zijn in een specifiek winkelgebied, is maatwerk. supermarkten, aanvullende winkels, dienstverleners, horeca, 2) Geen losstaande winkels, maar een clusterin > 85% van de bestedingen komt uit eigen stadsdeel. Andere , , , , consumenten zijn bezoekers zoals passanten en werknemers. van het winkelaanbod in winkelgebieden: = _ Stadsdeelcentrum: > 10.000 m? w.v.0., minimaal twee grote ondernemers profiteren van elkaars supermarkten, één of twee warenhuizen, breed aanbod in bezoekersstromen. Winkels bij elkaar betekent mode, bekende formules en een grotere functiemix dan wijkcentrum. Stadsdeelverzorgend, 60-85% van de gemak voor de consument. bestedingen uit eigen stadsdeel, soms ook de regio (min 3) Selectieve groei van het aantal winkel(meter)s 10%). ter voorkomina van winkelleeastand: in =__Stadsstraat: de ruimere, drukkere straten in of tussen qd qd : 7 , , buurten, meestal met een belangrijke verkeersgeleidende en gebieden met groeiend draagvlak door En eee eN woningbouw: Amsterdam is bedachtzaam in Een stadsstraat trekt bewoners, reizigers en overige . bezoekers. het toestaan van extra winkels om te - . ‚ » __Traffic-locatie: vaak op openbaar vervoerlocaties, aanbod voorkomen dat er in de toekomst met name gericht op reizigers, consumptie direct na aankoop, winkelleegstand ontstaat. Afhankelijk van het kleine units. aantal nieuwe bewoners. is er ruimte voor = _ Solitaire of losstaande winkel: een apart gelegen winkel, ‚ ! geïsoleerd van andere winkelgebieden of daarmee geen winkels. samenhangend deel vormt. Doelgroep is afhankelijk van het 4) Versterken van winkelgebieden met potentie, winkelaanbod. de ‘toek tbestendiqe’ of = __PDV: perifere detailhandelsvestiging: doe-het-zelf zogenaamde LOEKOMSTDESLENAIGE 0 bouwmarkt, meubels en woninginrichting. Deze kansrijke winkelgebieden. In deze winkelgebieden trekken consumenten uit de buurt en soms winkelgebieden zijn er — onder voorwaarden — de regio. n lijkhed itbreidi =__GDV: grootschalige detailhandelsvestiging , winkels > 1.500 mogelijkheden voor uitbreiding van m? ongeacht de branche, vitgezonderd zijn dagelijkse winkeloppervlakte, zodat in Amsterdam de artikelen. Deze winkelgebieden trekken consumenten uit de winkelleegstand laag blijft. buurt dan wel de stad en soms de regio. 5) Behoud, vernieuwing of uitbreiding van Zie in bijlage Il een overzicht van de huidige winkelgebieden supermarkten als belangrijke trekkers is mogelijk in kansrijke winkelgebieden. Van belang is dat deze ruimtelijk inpasbaar zijn en dus geen onnodige overlast of druk veroorzaken op het woon- en leefklimaat in de buurt. In gebieden die meer dan 750 meter afliggen van een supermarkt, wordt mogelijk ruimte geboden aan een gemakssupermarkt van maximaal 300 m° winkelvloeroppervlak. 6) Winkels in dagelijkse artikelen worden in stadsstraten geclusterd rondom de supermarkt(en}): in de straten die een belangrijke verbindende functie hebben tussen delen van de stad, de stadsstraten, worden winkels geclusterd zodat er een duidelijk boodschappencentrum is en winkels niet overal verspreid zitten. Buiten het winkelcluster in de stadsstraat, is er een mix aan functies zoals dienstverlenende bedrijven, horeca, kantoren naast winkels toegestaan. 7) Ruimte voor horeca en mengformules in winkelgebieden in afwachting van de evaluatie van de pilot mengformules: de aanwezigheid van horeca en mengformules zijn steeds belangrijker vanwege de beleving en de groeiende markt. Amsterdam experimenteert al 5 Sturen op een divers winkelgebied: bevindingen bestuursopdracht Diversiteit winkel- en voorzieningenaanbod, februari 2017. 7 Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: 26 oktober 2017 sterke winkelgebieden in een groeiende stad met freezones en mengformules. Na afloop van deze experiment, bepaalt Amsterdam of beleidswijzigingen nodig zijn. 8) Amsterdam ziet ruimte voor één voldoende onderscheidend hoofdwinkelcentrum per stadsdeel waar een breder aanbod is dan in wijkwinkelcentra. Je kunt er ook terecht voor de film, cultuur, horeca of een zorg- of maatschappelijke voorziening. 9) Het omzetten van winkelpanden naar ruimere en andere functies is mogelijk in aanloopstraten in minder kansrijke winkelgebieden. Bij langdurige leegstand kunnen winkelpanden omgezet worden naar een andere publiekgerichte functie. Hiermee krijgen de winkelpanden meer betekenis voor de buurt en wordt verdere leegstand van winkels en verloedering voorkomen. 10) Maatwerk voor kleinschalige winkels in een winkelkwartier: op termijn is er de mogelijkheid voor kleinschalig winkelaanbod in winkelkwartieren buiten een winkelgebied. Hiermee kan een woonbuurt aantrekkelijker worden voor bewoners, bezoekers en ondernemers. 11) Op termijn gaat Amsterdam voor minder perifere detailhandelsvestigingslocaties (afgekort als ‘'PDV’) met doe-het-zelf- en woninginrichtingwinkels. Binnen nu en vijf jaar werkt Amsterdam een plan vit met mogelijkheden voor minder perifere detailhandelslocaties.® We doen dit onderzoek in afstemming met de regiogemeenten, omdat keuzes van Amsterdam over dit soort locaties ook een regionaal effect kunnen hebben. 12) Amsterdam vermindert het aantal grootschalige detailhandelsvestigingslocaties (GDV) gelet op de afnemende behoefte aan winkelmeters op dergelijke locaties. Het consumentengedrag is ingrijpend veranderd en kan op termijn tot leegstand leiden. 13) Amsterdam gaat voor het versterken van het gemakskarakter op trafficlocaties zoals stations voor openbaar vervoer. Winkels op trafficlocaties zijn maximaal 300 m2 winkelvloeroppervlak per unit. Door kleine winkelpanden in het bestemmingsplan blijft er een focus op gemaksboodschappen voor reizigers en ontstaat er geen gewoon winkelgebied op stations. 14) Afhaalpunten voor online winkels zijn bij voorkeur in bestaande winkelgebieden waar al bezoekersstromen zijn. Deze gebieden zijn al toegerust op laden en lossen van goederen. Online winkels mogen in woningen en op bedrijfsbestemmingen als er géén bezoekersfunctie en vitstalfunctie is. 15) Markten en staanplaatsen zijn versterkend aan het winkelaanbod. Samen bieden zij een totaalaanbod voor de dagelijkse boodschappen. Er is apart beleid voor de markten en voor de verkooppunten in de openbare ruimte’ in ontwikkeling. 16) Amsterdam wil ongezond voedselaanbod en rookwaren beperken en gezond aanbod stimuleren. Het college werkt nadere voorstellen vit voor gezonder aanbod via detailhandel die na vaststelling onderdeel worden van het detailhandelsbeleid, dan wel van ander relevant beleid. Een initiatiefnemer van een winkelplan kan met behulp van de checklist in de bijlage nagaan of er een kans bestaat dat de gemeente via vergunningverlening wil meewerken aan het initiatief. Drie zones met specifiek beleid: kernzone, centrumzone en stadszone Naast de bovengenoemde algemene beleidslijnen voor heel Amsterdam, spelen er ook lokale uitdagingen en kansen. Amsterdam is onderverdeeld in drie zones: de kernzone, centrumzone en stadszone, zoals aangegeven op de plattegrond. Ze verschillen in het al aanwezige winkelaanbod, $ Hiertoe heeft het college van B en W besloten op 13 juni 2017. 7_In 2018 wordt het beleid op markten en verkooppunten in de openbare ruimte voorgelegd ter besluitvorming aan de gemeenteraad. 8 Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: 26 oktober 2017 sterke winkelgebieden in een groeiende stad de stedenbouwkundige structuur en het verzorgingsgebied. Naast de Amsterdam-brede beleidslijnen kiezen we voor elk van de drie zones een specifieke koers. 4 4, 7 st br \ en gf nn p SNN { <, Le / Drie zones van het detailhandelsbeleid kh B Kernzore BB Centrumzone Jk 3 BR Stadszone n a /J Overzicht woningbouwplannen N BEN Uitvoering in voorbereiding B Verkenning (principebesluit) IN ES Strategische ruimte TS N Kernzone: de binnenstad en het Museumkwartier, samen het kernwinkelgebied Dagelijkse boodschappen op de markt of in een verkooppunt op straat Naast de eerder genoemde beleidsregels die relevant zijn voor het kernwinkelgebied, zoals het bevorderen van een gevarieerder winkelaanbod, wil Amsterdam borgen dat bewoners dichtbij boodschappen kunnen blijven doen. In de eerste plaats kunnen bewoners voor de boodschappen terecht in winkels. Daarnaast zijn er mogelijkheden voor versmarkten op straat in of net buiten de kernzone. Of en in welke mate (extra) markten mogelijk zijn, wordt in samenhang bekeken met het aanbod van overdekte versmarkten in winkelpanden. Zoals eerder aangekondigd, werkt Amsterdam in apart beleid vit waar ruimte wordt geboden aan markten en verkooppunten in de openbare ruimte. Op de plekken waar op straat ruimte is voor staanplaatsen en kiosken, richten deze zich bij voorkeur op behoeften van bewoners. Dit betekent niet dat elke plek waar een staanplaats of kiosk ruimtelijk mogelijk is ook benut hoeft te worden. Uitbreiding van detailhandel alleen in uitzonderlijke gevallen In de kernzone is (grootschalige) niet-dagelijkse detailhandel op veel locaties mogelijk met een gemengde bestemming op panden in de bestemmingsplannen. Uitbreiding van ruimtes voor detailhandel of het toevoegen van nieuwe (grote) detailhandel in panden die nu bestemd zijn voor een andere functie zoals wonen, is niet wenselijk en mogelijk. Intensieve bevoorrading en extra bezoekersstromen leggen dan teveel extra druk op het leefklimaat voor omwonenden. Op sommige locaties in de kernzone kan een vestiging een welkome toevoeging zijn als het gaat om een zeer bijzondere, nog niet in Amsterdam gevestigde retailer, die helpt om de drukte te spreiden en een positieve impuls geeft aan de delicate balans tussen wonen, werken en recreatie. 9 Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: 26 oktober 2017 sterke winkelgebieden in een groeiende stad Blijven werken aan spreiding van drukte noodzakelijk voor functionerende winkelgebieden Blijvend onderhoud aan de openbare ruimte is cruciaal voor goed functionerende winkelgebieden. Voor het functioneren van de winkelgebieden moet Amsterdam ook blijven werken aan spreiding en geleiding van drukte. Nieuwe interessante trekkers ziet Amsterdam liever in andere delen van de stad. Om de winkelgebieden buiten de kernzone aantrekkelijk te houden, stimuleren we dat ook daar meer ‘beleving’ wordt toegevoegd. Zo wordt geëxperimenteerd met mengformules en kunnen ondernemersverenigingen of bedrijveninvesteringszones (BIZ-en) subsidie aanvragen voor gebiedsbranding om samen te bepalen wat de onderscheidende kenmerken zijn van de winkelstraat.” Gebiedsbranding kan in winkelstraten eveneens behulpzaam zijn in het trekken van specifiek publiek. Centrumzone: de 19°- en vroeg 20°-eeuwse gordel van West, Zuid, Oost Ruim aanbod waren- en versmarkten, staanplaatsen en kiosken Naast de eerder genoemde beleidsregels die relevant zijn voor de centrumzone (de clusterpunten van dagelijkse boodschappen in de stadsstraten én ruimte voor uitbreiding van supermarkten in kansrijke winkelgebieden), is er in deze zone al een ruim aanbod aan algemene warenmarkten, staanplaatsen, kiosken en een aantal versmarkten. In het (in ontwikkeling zijnde) marktbeleid wordt onderzocht of er ruimte is voor toevoeging van enkele nieuwe versmarkten in dit gebied. Stadszone: Nieuw-West, Noord, Zuidoost, Westpoort, Zuid (Buitenveldert), Houthavens, Amstelkwartier, Zuidas, Zeeburgereiland, Oostelijke eilanden, IJburg en de noordelijke IJ-oevers De stadszone is een gebied met veel gezichten: hier doemen de grootste problemen op met leegstand en verloedering. Tegelijkertijd staat het dynamische gebied aan een vooravond van grootse ontwikkelingen met nieuwe woongebieden en verbeterde verbindingen. Het is zaak zowel voor de problemen als kansen ogen te hebben. Voor het aanbod van dagelijkse boodschappen kiezen we ervoor de structuur van kansrijke wijkcentra, de wat grotere winkelgebieden, te versterken. Uitbreiding van supermarkten is mogelijk in toekomstbestendige bestaande wijkcentra en stadsdeelcentra op voorwaarde dat het woon- en leefklimaat aanzienlijk verbetert en/of het draagvlak toeneemt: er komen méér bewoners door woningbouw. In gebieden die meer dan 750 meter af liggen van een supermarkt, wordt mogelijk ruimte geboden aan een gemakssupermarkt van maximaal 300 m°. Dit geldt overigens overal in de stad. Of er ruimte is voor winkels in gemengde ‘stadsstraten’, hangt af van de ligging ten opzichte van al bestaande winkelgebieden. Staanplaatsen en kiosken op straat kunnen in de beginfase van een nieuw woongebied deze ontwikkeling ondersteunen. Voor de aanloopstraten en winkelgebieden met langdurige winkelleegstand zijn er mogelijkheden voor het omzetten van winkels naar andere publieksgerichte commerciële functies zoals horeca, dienstverlening of maatschappelijk functies. Markten en staanplaatsen en kiosken in relatie tot de winkelgebieden Voor de stadszone gaat de gemeente het aantal en type markten beter afstemmen op elkaar en op de winkelgebieden. Een markt moet versterkend werken op een bestaand winkelgebied en andersom. Staanplaatsen en kiosken zijn kunnen een welkome aanvulling zijn in de wijkcentra op het bestaande aanbod. In niet-toekomstbestendige winkelgebieden biedt een markt geen meerwaarde en zal de wenselijkheid van nieuwe staanplaatsen en kiosken kritisch beoordeeld worden.” Sterkere stadsdeelcentra Osdorpplein, Boven 't Y en Amsterdamse Poort De stadsdeelcentra Osdorpplein, Boven ‘t Y en Amsterdamse Poort moeten toekomstbestendiger worden gemaakt. De gemeente blijft met pandeigenaren, ondernemers en andere betrokkenen in gesprek om deze stadsdeelcentra zichtbaar een nieuw elan te geven. Eén van deze centra mag en ® Deze subsidieregeling is overigens ook beschikbaar in andere gebieden in de stad. ® Details worden uitgewerkt in beleid op markten en verkooppunten in de openbare ruimte. 10 Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: 26 oktober 2017 sterke winkelgebieden in een groeiende stad kan - gezien de marktruimte - doorgroeien tot bijzonder centrum met bovenlokale aantrekkingskracht. Het realiseren van nieuwe winkelcentra of dwaalkwartieren in nieuwe ‘hippe! gebieden zoals de Noordelijke IJ-oevers zijn pas bespreekbaar als het winkelgebied Boven ‘t Y zichtbare stappen heeft gemaakt in vernieuwing.” Versterken winkelgebieden vereist maatwerk en samenwerking De aanleiding om acties te ondernemen in een winkelgebied kan per winkelgebied verschillend zijn. Betrokken partijen zoals ondernemers, pandeigenaren en de gemeente zien kansen of problemen. Het kan zijn dat betrokkenen er voor willen zorgen dat een winkelgebied economisch gezond blijft, gelet op allerlei ontwikkelingen in het (winkel)gebied en de detailhandel. Onder regie van de gemeente of een andere initiatiefnemer kan samen met de betrokkenen onderzocht worden wat de problemen precies zijn en wat oplossingen kunnen zijn. Het werken aan sterke aantrekkelijke winkelgebieden is een kwestie van maatwerk. Het vereist verder samenwerking tussen vastgoedeigenaren en ondernemers en de gemeente. Het functioneren van een winkelgebied valt of staat met een veelheid aan aspecten waar alle betrokken partijen een rol hebben: denk aan branchering, uitstraling van panden, evenementen en activiteiten, parkeren, veiligheid en een aantrekkelijke openbare ruimte. Gereedschappen om winkelgebieden te versterken We bieden een overzicht van instrumenten om winkelgebieden te versterken in het vitgebreide detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022, waar betrokkenen mee aan de slag kunnen. Allereerst heeft de gemeente publiekrechtelijke instrumenten waarmee kan gestuurd worden op functiebehoud dan wel meer of minder winkelruimte. Ten tweede zijn er privaatrechtelijke instrumenten zoals erfpachtcontracten, huurcontracten en andere privaatrechtelijke overeenkomsten. Een derde middel zijn de stimuleringsmaatregelen, die grotendeels zijn opgenomen in het Amsterdams Ondernemersprogramma 2015-2018: Ruimte voor ondernemers: straatmanagement, gebiedsbranding, oprichten van een Bedrijven Investeringszone (BIZ) of een ondernemersvereniging, gebiedsgerichte subsidiemogelijkheden of city marketing om winkelgebieden op de kaart te zetten. Tot slot zijn er (in de bijlage) randvoorwaardelijke instrumenten en beleid benoemd die impact kunnen hebben op winkelgebieden: horeca, markten, bereikbaarheid, parkeren, inrichting openbare ruimte, reclame- en uitstallingenbeleid, duurzaamheid. ® Met zichtbare stappen worden drie elementen in de fasering van een project bedoeld: vergaande planvorming, uitvoering of realisatie. Vergaande planvorming betreft een project- of investeringsbesluit, realisatieovereenkomsten met projectontwikkelaars, een toegekende omgevingsvergunning of bestemmingsplanwijziging met betrekking tot het gehele projectgebied of een omvangrijk project binnen het projectgebied. 11 Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: 26 oktober 2017 sterke winkelgebieden in een groeiende stad 1 Inleiding Goede winkelvoorzieningen maken Amsterdam aantrekkelijk voor bewoners en bezoekers. Detailhandel vormt een belangrijke bron van werkgelegenheid en inkomsten. Over het algemeen gaat het economisch goed met de Amsterdamse detailhandel. Dit blijkt onder andere uit cijfers over winkelleegstand en huurprijzen van winkelvastgoed. Daar waar winkelpanden in trek zijn, kan een huurprijs een indicatie zijn dat winkels een goede afzetmarkt hebben. Terwijl sommige steden kampen met forse leegstand van winkelpanden, gaat het met Amsterdamse winkelgebieden relatief goed. Dit is ook te danken aan het tot nu toe terughoudende beleid van Amsterdam als het gaat om toevoegen van extra winkelmeters en losse winkels buiten winkelgebieden.” De detailhandelssector staat echter in sommige delen van de stad onder druk door diverse (marktjontwikkelingen, wat vraagt om duidelijke kaders en keuzes in een actueel detailhandelsbeleid om de relatief goede positie van de sector te behouden. 1.1 Waarom is beleid voor detailhandel nodig? Duidelijke kaders voor de detailhandel zijn nodig om initiatieven voor nieuwe winkels of uitbreiding van winkels in Amsterdam te kunnen toetsen: in welke gevallen wil de gemeente hier aan mee werken of niet. Ook is het detailhandelsbeleid een leidraad voor vernieuwing van bestemmingsplannen en het ontwerpen van plannen voor ontwikkelgebieden in de stad. Voorheen was er detailhandelsbeleid op stadsdeelniveau met concrete richtlijnen per winkelgebied, maar dat is op 19 maart 2016 vervallen. Daarom is een update nodig van het stedelijke detailhandelsbeleid Amsterdam Winkelstad: een kwaliteit aan winkelgebieden (2011), dat alleen algemene kaders geeft. Deze bieden te weinig houvast om winkelinitiatieven zorgvuldig te beoordelen: Amsterdam kent een grote verscheidenheid aan winkelgebieden en woonwijken. Indirect merken Amsterdammers, werkenden, forenzen en bezoekers uit binnen- en buitenland de gevolgen van duidelijke spelregels voor de detailhandel. Het vergunnen van winkels op plekken ver van woningen af, kan bijvoorbeeld betekenen dat de consument veel verder moet reizen voor boodschappen. Als te veel grote winkels worden toegestaan, kan het betekenen dat de woonomgeving te veel wordt belast. Ook ondernemers hebben baat bij spelregels voor aantrekkelijke, gevarieerde en sterke winkelgebieden: het levert klandizie op voor henzelf en andere ondernemers in het gebied. Vastgoedpartijen hebben belang bij economisch vitale winkelgebieden vanwege de rentabiliteit van het vastgoed. Zij vragen de gemeente ook om duidelijke kaders zodat zij weten welke ontwikkelingen voor winkels (on)wenselijk zijn in Amsterdam. Duidelijkheid is ook nodig om willekeur te voorkomen bij de beoordeling van (omgevings)vergunningaanvragen voor (ver)bouwingen van winkelpanden en/of extra winkelmeters. Met dit beleid wil Amsterdam een duidelijk en gelijk speelveld bieden voor ondernemers in de stad. “Bij het meewerken aan initiatieven voor extra winkels, heeft de adviescommissie detailhandel (ADZ, voorheen commissie winkelplanning) geadviseerd of de extra winkelruimte op specifieke plekken wenselijk was. 12 Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: 26 oktober 2017 sterke winkelgebieden in een groeiende stad 1.2 Voor wie is dit beleid? Ondernemers hebben geen exploitatievergunning nodig om een winkel te kunnen beginnen in Amsterdam. Er zijn vele panden in de stad die al bestemd zijn voor detailhandel. Een ondernemer, ontwikkelaar of verhuurder heeft wél een omgevingsvergunning nodig voor de (ver)bouw, sloop en/of doorbraak van panden die gebruikt gaan worden voor een winkel in een pand of op een locatie die daar niet voor is bedoeld. Of voor het vullen van een winkelpand met iets anders zoals horeca wanneer het bestemmingsplan hiervoor geen ruimte geeft. Dit beleid is geschreven voor partijen die plannen hebben voor ontwikkeling van winkelinitiatieven. Verder is het bedoeld als handleiding voor ambtenaren binnen de gemeente die aan de slag gaan met projecten in ontwikkelgebieden, met bestemmingsplannen, het beoordelen van (omgevings)vergunningaanvragen en/of het versterken van een winkelgebied. 1.3 Hoe zit het met gedane toezeggingen op basis van het vorig beleid? Dit detailhandelsbeleid maakt een aantal beleidskeuzes concreter ten opzichte van het vorige detailhandelsbeleid. Dit betekent op een aantal plekken meer of minder mogelijkheden voor winkels. De schriftelijk vastgelegde intenties en toezeggingen en verleende (omgevings)vergunningen blijven ook na inwerkingtreding van het detailhandelsbeleid 2018 — 2022 gelden. Voor omgevingsvergunningen geldt dit tot het einde van hun looptijd. Toezeggingen en intenties behouden hun waarde, mits binnen redelijk afzienbare tijd (dat is maximaal twee jaar) een concreet vervolg komt in de vorm van een gemeentelijk besluit, (concept)aanvraag omgevingsvergunning of bestemmingsplanwijziging. Voor (omgevings)vergunningaanvragen die zijn ingediend vóór inwerkingtreding van dit beleid blijft het beleid zoals geformuleerd in de beleidsnota Amsterdam Winkelstad: Een kwaliteit aan winkelgebieden 2011-2015 van toepassing. Hetzelfde geldt voor bezwaarschriften die zijn ingediend vóór inwerkingtreding van dit beleid en waarop tijdens de inwerkingtreding van dit beleid nog niet is beslist. 1.4 Hoe verhoudt het detailhandelsbeleid zich tot de Omgevingswet? Omdat er een grote verscheidenheid in winkelgebieden is, doen we in dit beleid richtinggevende uitspraken voor detailhandel in verschillende delen van de stad. Zo anticiperen wij alvast op de nieuwe Omgevingswet, die naar verwachting in 2021 van kracht wordt. Met deze nieuwe wet wordt geldend beleid opgenomen in een omgevingsplan. Zo wordt gemakkelijk inzichtelijk welke regels er gelden in welk gebied. In deze nota wordt vitgaan van de vigerende ruimtelijke wet- en regelgeving en de daarin gehanteerde terminologie zoals het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet dient in deze nota in ieder geval de term bestemmingsplan gelezen te worden als omgevingsplan. Met de implementatie van de Omgevingswet in Amsterdam zal aandacht besteed worden aan de overgang naar de nieuwe instrumenten in relatie tot de stedelijke kaders. 13 Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: 26 oktober 2017 sterke winkelgebieden in een groeiende stad 1.5 Welke afspraken heeft Amsterdam gemaakt met de regiogemeenten? Consumenten zijn bij het winkelen niet gebonden aan (gemeente)grenzen. Behalve de grenzeloze aankoopmogelijkheden op het internet, winkelen bewoners ook over de gemeentegrens heen. Dit betekent dat bij het beleid over (toekomstige) winkellocaties ook rekening moet worden gehouden met ontwikkelingen in andere gemeenten. Regionale afstemming kan onnodige verstoring van de detailhandelsmarkt voorkomen, hetgeen ook in de landelijke Retail Agenda wordt onderkend.”* Voor een sterke detailhandelsstructuur is regionale afstemming met de gemeenten uit de Metropool Regio Amsterdam essentieel, omdat deze samenwerking de economische positie van de detailhandel in de regio en daarmee Amsterdam sterker maakt. Gemeenten uit de Metropool Regio Amsterdam hebben een convenant ondertekend voor samenwerking op het gebied van onder andere detailhandel. Zo worden er bijvoorbeeld voorbereidingen getroffen voor een gezamenlijk regionaal marktruimteonderzoek. In het stadsregionale’® en provinciale detailhandelsbeleid zijn ook specifieke uitspraken gedaan voor een aantal typen winkelgebieden, waar Amsterdam zich aan te houden heeft. De ruimtelijke detailhandelsstructuur wordt lokaal vastgelegd in dit detailhandelsbeleid, zoals is afgesproken in de stadsregio Amsterdam en met de provincie Noord-Holland. 1.6 Voor welke periode geldt dit beleid? Dit detailhandelsbeleid is opgesteld voor de periode 1 januari 2018 tot en met 31 december 2022. Dit beleid blijft na deze periode van kracht, totdat de gemeenteraad nieuw detailhandelsbeleid vaststelt. 1.7 Leeswijzer Het detailhandelsbeleid bestaat vit een analyse van trends en ontwikkelingen, de ambities en visie op de detailhandel in diverse delen van de stad en algemene beleidsregels voor de detailhandel in de hele stad. Hoofdstuk 2: actuele trends en ontwikkelingen en functioneren van de detailhandel Dit hoofdstuk beschrijft de veranderende vraag en het consumentengedrag: wat gebeurt er op dit moment in de stad en welke ontwikkelingen zijn nog te verwachten? Ook gaan we in op het veranderend aanbod: welke opvallende ontwikkelingen zijn er als het gaat om dagelijkse boodschappen en om de niet-dagelijkse boodschappen? Verder komt het functioneren van de detailhandelssector in de stad aan bod: hoe winkels zich ontwikkelen qua oppervlakte en spreiding in de stad, winkelleegstand en winkelhuren. Ook gaan we in op de ontwikkeling van de koopkracht van de verschillende doelgroepen die winkelgebieden bezoeken. Verder wordt beschreven welke andere ontwikkelingen samenhangen met het functioneren van detailhandel zoals de werkgelegenheid en de beoordeling van winkelgebieden door de consument. “ Zoals in het Amsterdams Ondernemers Programma 2015-2018 al is vermeld, ziet Amsterdam veel van haar inspanningen zoals subsidieregelingen voor onder andere winkelstraatmanagement, pilot freezones en mengformules terug in de retailagenda. S Regionaal detailhandelsbeleid Stadsregio Amsterdam2016-2020, Stadsregio, 15 maart 2016 14 Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: 26 oktober 2017 sterke winkelgebieden in een groeiende stad Hoofdstuk 3: van ambities naar een (gebiedsgerichte) visie Hier worden de ambities van Amsterdam als stad beschreven die relevant zijn voor de detailhandel. Vervolgens geven we een visie op de aanpak van uitdagingen in winkelgebieden en vertalen we twee doelstellingen voor de detailhandel naar een koers voor de detailhandel in de verschillende delen van de stad. In de koers voor de detailhandel wordt onderscheid gemaakt in drie zones, die met uiteenlopende vraagstukken voor winkels geconfronteerd worden. Hoofdstuk 4: algemene beleidsregels voor sterke winkelgebieden In dit hoofdstuk komen de algemene beleidsregels aan bod die gelden voor winkels in de hele stad zoals het diverser maken van het winkelaanbod, clusteren van winkels en mengformules. Ook de vestiging en de uitbreiding van detailhandel in de stad, waaronder supermarkten, komt aan bod. Dit hoofdstuk biedt verder handvatten voor de uitbreiding van detailhandel voor gebieden die de komende jaren in bevolkingsaantallen gaan groeien. Ook zijn er beleidsregels voor detailhandel in (te ontwikkelen) stadsstraten, oftewel verbindingsstraten die delen van de stad aan elkaar verbinden en een belangrijke verblijfs- en economische functie hebben. Bijlagen: hulpmiddelen zz ú Voor het versterken van winkelgebieden, inzicht in (het functioneren van Ze detailhandel in) winkelgebieden, het indienen of toetsen van winkelinitiatieven zijn hulpmiddelen opgenomen in de bijlagen: |___Instrumenten voor sterkere winkelgebieden IL Een overzicht van de winkelgebieden in Amsterdam IL Checklist nieuwe en uitbreiding van winkelinitiatieven (voor aanvragers of toetsers van (omgevings) vergunningen) IV. _ Verdiepende analyses van verschillende winkelgebieden in Amsterdam V. _ Indicatieve spreiding van supermarkten VI. Begrippenlijst VII. __Bronnenoverzicht 15 Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: 26 oktober 2017 sterke winkelgebieden in een groeiende stad 2 Trends en ontwikkelingen detailhandel De manier waarop de consument winkelt en boodschappen doet verandert. Dit komt zowel door ontwikkelingen in de markt als de technologie. Daardoor veranderen vraag en aanbod en de manier waarop dit samenkomt. Ook de stad en haar gebruikers veranderen: er komen nieuwe bewoners en bezoekers bij met mogelijk andere wensen. Veranderingen in de manier van winkelen zijn van alle tijden, maar zijn de laatste jaren ingrijpender en volgen elkaar sneller op. Hoe de toekomst er voor de detailhandel uit ziet, is dan ook lastig te voorspellen. Internationale trends kunnen een voorspeller zijn voor Nederland. Retaildeskundigen verwachten aanzienlijke wijzigingen in de Nederlandse detailhandel en consumentendienstverlening, met zichtbare gevolgen in de winkelgebieden. Deze veranderingen bieden zowel kansen als de nodige uitdagingen voor de stad.** Hierna volgt een korte weergave van belangrijke ontwikkelingen. In de bijlagen is een verdiepende analyse te vinden. 2.1 De economische betekenis van detailhandel De detailhandel is een sector met een groot economisch belang voor de stad. Voor velen is het voeren van of werken in een winkel een bron van inkomsten. In 2016 lag de totale omzet van 5030 detailhandelsbedrijven 11% hoger dan in 2013. Dit betekende een totale omzet van € 2,4 miljard in 2016. Ook het aantal banen in de detailhandel is toegenomen. Winkels zijn goed voor 6% van de totale werkgelegenheid in de stad in 2016. De werkgelegenheid in de detailhandel is in de afgelopen tien jaar gegroeid met 15% tot 39.507 banen in 2016. Het gaat dan vooral om werkgelegenheidsgroei in het dagelijks segment (dus de winkels die levensmiddelen verkopen) en in kleine banen die vit minder dan twaalf vur per week bestaan. Met deze cijfers staat de detailhandel op de zesde plaats van de sectoren die de meeste werkgelegenheid genereren.” Aantal banen in detailhandel Amsterdam (groot = 12+ uur per week; klein = minder dan 12 uur per week) 45000 40000 35000 30000 25000 20000 15000 10000 5000 2006 0 m 2016 É É È & ® Ds 2 xö Ë Ë ö Se EN 22 ë A & Si ge Ean RM £ ® ® £ & M Eris geput vit diverse bronnen en publicaties. Deze worden vermeld in de verdiepende analyses in de bijlagen en in het overzicht van geraadpleegde bronnen in de bijlage. S Bron: Onderzoek, Informatie en Statistiek, bewerking Economie, gemeente Amsterdam 16 Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: 26 oktober 2017 sterke winkelgebieden in een groeiende stad 2.2 De vraag naar detailhandel De stad groeit: groter potentieel aan klanten en economisch draagvlak voor detailhandel Het inwoneraantal ligt anno 2016 op 835.000 en groeit naar verwacht tot circa 2 miljoen in 2034. ° In de prognoses” behoudt Amsterdam een relatief jonge bevolking, een grote aanwezigheid van alleenstaande huishoudens en een groeiend aandeel Amsterdammers met een buitenlandse afkomst. We zien daarnaast een toename van hogere inkomenshuishoudens in verschillende gebieden, maar lagere inkomensgroepen blijven relatief meer vertegenwoordigd in Zuidoost, Noord en Nieuw-West.** Dit heeft invloed op de consumentenbehoeften, productaanbod en andere voorzieningen in de gebieden in de stad. Amsterdam maakt tot 2025 de bouw mogelijk van minimaal 50.000 woningen binnen de stadsgrenzen. Nieuwe woningen worden gerealiseerd in nieuwbouwprojecten en door transformatie van bedrijfsruimten tot woningen. De vitbreidingsplannen bieden naast meer woningen ook meer ruimte voor voorzieningen als detailhandel.*® Het groeiend economisch draagvlak biedt, indien omvangrijk genoeg, mogelijkheden voor nieuwe winkels en andere (commerciële) voorzieningen. Het kan daarmee een impuls geven aan winkelgebieden die op dit moment economisch niet goed functioneren. De ontwikkeling van nieuwe woongebieden, transformatie van werklocaties en verdichting in de stad kan vooral voor gebieden in Oost, Noord en de ringzone A10 meer draagvlak voor detailhandel bieden. Ook het aantal bezoekers stijgt Het aantal (inter)nationale bezoekers blijft groeien. De sterkst stijgende groep bezoekers is afkomstig uit Nederland en Duitsland. De prognoses geven een verdere groei aan van in totaal 17 miljoen in 2015 tot 23 miljoen bezoekers in 2025.°° De activiteiten van bezoekers zijn divers, maar 50% geeft aan (ook) te gaan winkelen. Een deel van de bezoekers komt gericht om te winkelen. In 2015 gaf 2% van alle bezoekers winkelen als belangrijkste bezoekreden voor Amsterdam aan. Voor de meeste anderen is het één van de activiteiten die zij in de stad ondernemen.” Amsterdam blijft een magneet voor werknemers uit de regio. In 2015 was het aantal forensen 288.000, waarvan 57% uit de Metropoolregio Amsterdam.** Inwoners hiii Ô i iii sees FTTETEETIE TT me neppe» 2016: 835.000 2034: 1 miljoen TTI TT It De groei van de stad zorgt enerzijds voor meer draagvlak en vitbreidingsmogelijkheden voor detailhandel in verschillende gebieden. Anderzijds is er grotere drukte, op sommige plekken meer overlast en is het productaanbod van detailhandel eenzijdiger op bezoekers gericht. Dit laatste zien we vooral in de binnenstad. 6 Prognose CBS/Planbureau voor de Leefomgeving 1 miljoen, prognose OIS 936.000 (2030). Verschillende verwachtingen ten aanzien van woningbouw en huishoudgrootte 7 Onderzoek, Informatie en Statistiek - Trendanalyse diversiteit van de Amsterdamse bevolking, augustus 2016 ® Onderzoek, Informatie en Statistiek, gebiedsanalyses 2015 ‘® De uitbreidingslocaties staan op hoofdlijnen aangegeven in Koers 2025: Ruimte voor de stad (2016), een integrale en stadsbrede inventarisatie van woningbouwlocaties”, Een kaart van locaties van de geplande gebiedsontwikkeling 2016-2025 met de drie zones voor de detailhandel is opgenomen in de samenvatting en hoofdstuk 3. 2 Bron: Onderzoek, Informatie en Statistiek, Amsterdam Marketing, bewerking Economie, gemeente Amsterdam “Stand van de Balans”, Gemeente Amsterdam, juni 2016 en “Bezoekersonderzoek Metropoolregio Amsterdam”, Amsterdam Marketing, juni 2016 “* Economische Verkenningen MRA, gemeente Amsterdam, maart 2017. 17 Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: 26 oktober 2017 sterke winkelgebieden in een groeiende stad Consument koopt meer op internet, zoekt meer gemak, wil meer beleving Opvallende ontwikkelingen in de vraag van de consument zijn: = De internetaankopen voor niet-dagelijkse producten zijn in de afgelopen jaren sterk gestegen van 11% in 2014 tot gemiddeld 20% van de totale bestedingen aan niet-dagelijkse producten in 2016. Het gaat vooral om producten zoals kleding, schoenen, boeken, muziek en elektronica.” = __ Slechts 2% van de totale bestedingen voor dagelijkse artikelen wordt via internet aangeschaft. =De consument gaat steeds meer voor gemak. Dit betekent een voorkeur voor one-stop- shopping (supermarkt, winkelcentra) en een groeiende populariteit van kant-en- klaarproducten en thuisbezorging. In 2016 wordt in Amsterdam 73% van de uitgaven aan dagelijkse boodschappen in de supermarkten gedaan. Dit is een redelijk stabiele ontwikkeling ten opzichte van voorgaande jaren. = Behoefte aan winkelbeleving: winkels en winkelgebieden blijven aantrekkelijk om producten te kunnen zien, aan te kunnen raken, te passen en producten direct te hebben. Winkelen wordt ook steeds meer een vrijetijdsbesteding, een beleving of een dagje uit. = Eisen aan winkelomgeving: de consument stelt voor recreatief winkelen (steeds) hogere eisen aan het productaanbod en de winkelomgeving (onderscheidend karakter, sfeer en service) dan bij het doen van de dagelijkse boodschappen (keuze in aanbod, bereikbaarheid en dergelijke). "Amsterdammers kopen in 2016 iets minder vaak op de markt dan in 2014: 60% koopt vaak of soms op een warenmarkt. Zij besteden er gemiddeld 6% van hun totale bestedingen voor dagelijkse artikelen. Dit is procentueel iets minder dan in 2014. Amsterdammers komen er voor gezelligheid, kwaliteit en variatie in productaanbod. Argumenten om de markten niet te bezoeken zijn afstand, prijsniveau en geen tijd. Dagelijkse bestedingen 2% online 2016 6% enden (o.a. boer) markt overige wer | 7 3% ) supermarkten Niet-dagelijkse Vr vie internet gekocht artikelen 2016: 20% via internet gekocht Bron: Onderzoek Informatie Statistiek, bewerking Economie, gemeente Amsterdam 2.3 Het aanbod van detailhandel Het winkelaanbod verandert snel en ingrijpend. Zo zien we de volgende ontwikkelingen: = Traditionele scheidslijnen tussen sectoren vervagen door combinaties van detailhandel met andere functies als horeca en consumentendienstverlening. Dit wordt blurring genoemd. = _ Het aantal vestigingen van internationale formules in zowel goedkope als luxe segmenten in de stad groeit. Vooral de binnenstad en Museumkwartier zijn in trek bij internationale retailers. 3 Onderzoek Informatie en Statistiek, gemeente Amsterdam, Monitor Detailhandel 2014 en resultaten consumenten enquête 2015-2016. 18 Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: 26 oktober 2017 sterke winkelgebieden in een groeiende stad " _Detrend van nieuwe winkelconcepten en superspecialisatie zoals flagshipshores, eventwinkels, pop-up-stores en winkels gericht op specifiek product zet door. " _Eensteeds verder vitdijend deel van wijken rondom de binnenstad neemt een binnenstadkarakter aan met grootstedelijke voorzieningen, sfeer, meer horeca, mengformules en niche winkelaanbod. = Technologische ontwikkelingen bepalen in hoog tempo hoe, waar en wanneer producten worden gekocht én geleverd. De noodzaak om winkels te bezoeken neemt af met internetfaciliteiten, virtual reality techniek en dergelijke, wat in de toekomst kan leiden tot verdere afname in de behoefte aan winkelruimte. Internetaankopen leiden daarnaast tot een toename van rondrijdende bestelbussen in woonwijken. = Door de concurrentie en populariteit van supermarkten, groei in internetaankopen en gebrek aan ondernemers die een buurtwinkel willen openen, neemt het aantal traditionele buurtwinkels af. In sommige gebieden vergroot dit de afstand van winkels voor bewoners. "Supermarkten worden grootschaliger, met een breder assortiment en toevoeging van functies als een afgifteloket, kookeilanden waar ter plekke eten wordt bereid en horeca waarmee supermarkten qua beleving een ‘verstheater’ worden. Tegelijkertijd komen er ook meer kleinschaligere concepten op in winkelgebieden en op drukke passantenroutes. = __ Winkelformules vertrekken of gaan failliet in vooral het middensegment zoals V&D, Halfords en Dixons. Dergelijke formules, verliezen de concurrentieslag met webwinkels en innovatieve winkelconcepten die aantrekkelijker zijn in prijs, beleving, service en flexibeler inspelen op snelle veranderingen in de consumentenbehoeften. = In aantal en assortiment groeit het winkelaanbod op zogenoemde trafficlocaties zoals trein-, metro- en benzinestations. 2.4 De winkelstructuur en het functioneren van detailhandel In de winkelstructuur zien we de volgende opvallende ontwikkelingen: "__ Amsterdam heeft een diverse winkelstructuur met 5.476 fysieke winkels vooral gevestigd in ruim 130 winkelgebieden. De functie van de winkelgebieden varieert van vooral boodschappencentrum tot winkelgebieden met een breed niet-dagelijks aanbod en een recreatieve functie voor het winkelend publiek. = Het aantal fysieke winkels is in de afgelopen tien jaar gedaald, vooral voor het niet- dagelijks aanbod door de sterke groei in internetaankopen, schaalvergroting, het beperken van aantal =__ Nieuwe winkelketens vestigen zich en winkelformules verdwijnen. = __ Vervit de meeste winkels en winkelgebieden zijn te vinden in de binnenstad, Zuid en West. Dit betreft vooral winkels met niet-dagelijks aanbod. In Nieuw-West, Noord en Zuidoost is een beperkter aantal winkelgebieden, met relatief minder winkels. Door de lagere bevolkingsdichtheid ten opzichte van de binnenstad en 19°/20° eeuwse gordel, is de winkelstructuur in deze gebieden grofmaziger. = De diversiteit van het winkelaanbod staat in sommige winkelgebieden onder druk. In enkele gebieden in de binnenstad zien we een sterke groei van winkels die zich meer richten op bezoekers en minder op bewoners. Het gaat dan om producten zoals ijs, wafels, kaas en souvenirs. = Het aantal mengformules in de stad groeit, vooral de combinatie van detailhandel met ondersteunende horecafunctie. Dit biedt kansen voor nieuwe concepten en meer inkomsten voor ondernemers. Als mengformules veel op horeca lijken, leidt dat tot zorgen om behoud van een evenwichtige balans in verschillende functies zoals winkels, horeca en andere functies. Dit speelt met name in de binnenstad en delen van Zuid. 19 Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: 26 oktober 2017 sterke winkelgebieden in een groeiende stad Figuur: winkels in Amsterdam 2006-2016 Bron: Onderzoek, Informatie en Statistiek, bewerking Economie, gemeente Amsterdam nn. Aantal Oppervlakte dagelijks -2% + 28% niet-dagelijks - 10% + 10% totaal - 8% + 14% Figuur: tevredenheid consument over dagelijks winkelaanbod (2016) Tevredenheid over het Variatie in aanbod? dagelijks winkelaanbod 14% niet tevr 39% 2 enig tevr 3 6%, en Waardering winkelvoorzieningen en koopkrachtbinding bewoners” Over de waardering van winkelvoorzieningen zien we de volgende ontwikkelingen: "Amsterdammers waarderen de winkelvoorzieningen in (winkel)gebieden sterk verschillend met een rapportcijfer tussen 6 en 8,5 in de periode 2015-2016. Zij waarderen daarbij de keuzemogelijkheden voor food hoger dan die voor non-food. 1" Eenderde van de bewoners vindt dat er veel variatie in het winkelaanbod in hun buurt is, een derde juist dat er (te) weinig variatie is (zie bovenstaand figuur). Meest positief over de winkelvariatie zijn bewoners in delen van Zuid en Oost. Meest negatief over de variatie zijn bewoners in delen van Nieuw West, Oost, Centrum en Noord. = _ Bewoners blijven hun dagelijkse boodschappen vooral in de omgeving van hun woning kopen. = __ De koopkrachtbinding (dat is het deel van de bestedingen die bewoners in hun eigen buurt doen) voor dagelijkse producten blijft dan ook redelijk stabiel. Dat geldt niet voor de niet-dagelijkse artikelen waarvoor de koopkrachtbinding in de afgelopen tien jaar sterk is gedaald wat vooral is toe te schrijven aan de stijging van de internetaankopen. = De verschillen in koopkrachtbinding tussen de stadsdelen zijn daarbij aanmerkelijk groter bij niet-dagelijkse bestedingen. Voor dagelijkse bestedingen varieert dit tussen 81-91%, terwijl dit voor niet-dagelijkse bestedingen varieert tussen 32-57%. = In 2016 gaven Amsterdammers 3% van hun totale dagelijkse bestedingen uit in andere gemeenten van de Metropool Regio Amsterdam. Voor de niet-dagelijkse producten was dit 6%. = _ Als je kijkt naar een groter gebied, het niveau van de Randstad, besteden Amsterdammers nu relatief minder in andere Randstadgemeenten dan vijf jaar geleden (-1%). 2 Bron: Onderzoek Informatie Statistiek, bewerking Economie, gemeente Amsterdam 20 Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: 26 oktober 2017 sterke winkelgebieden in een groeiende stad = _ Bewoners uit de omliggende gemeenten komen meer naar Amsterdam voor aankopen van vooral niet-dagelijkse goederen. Ook in de monitor detailhandel (van Onderzoek, Informatie en Statistiek van de gemeente Amsterdam) van 2014 werd al gesignaleerd dat Amsterdam voor regiobewoners aantrekkelijker is geworden. "Amsterdam is een internationaal aantrekkelijke winkelstad. In 2016 werd de stad uitgeroepen tot meest aantrekkelijke winkelstad van de Benelux gelet op winkelaanbod en internationale allure.” Winkelhuren In Amsterdam bestaan grote verschillen in winkelhuvurprijzen, variërend van 65 euro tot 3.000 euro per m°/per jaar, met de Kalverstraat als duurste winkelstraat in de stad. Tussen 2005-2017 waren er sterke stijgingen (tot 220%)) van de winkelhuren vooral in winkelgebieden in Centrum en Zuid. In dezelfde periode was sprake van winkelhuurprijsdalingen (tot 36%) in een aantal winkelgebieden in de stadszone. Winkelhuren stijgen bijvoorbeeld door de groeiende populariteit van stad en winkelgebieden onder (internationale) bezoekers, gestegen populariteit van omliggende woongebieden, de komst van nieuwe winkelformules in de winkelgebieden en het opknappen van de openbare ruimte of de winkelpanden zelf. Huren dalen onder andere door een afname van het aantal passanten, toegenomen concurrentie van andere winkelgebieden, vestiging van ander typen winkels, lagere omzetpotenties en overlast gevende infrastructurele werken, al dan niet met bijkomende leegstand in het winkelgebied. Waar huurprijsstijgingen reden voor vertrek is van sommige ondernemers, bieden huurprijsdalingen juist weer kansen voor vestiging van nieuwe (startende) ondernemers. Overigens blijkt in de praktijk dat ondernemers niet altijd bewust zijn van hun huurrechten zoals mogelijkheden voor huurprijsbescherming, die soelaas kunnen bieden in het geval van een onterechte huurprijsverhoging. Winkelleegstand De leegstand van winkelverkooppunten is gedaald naar gemiddeld 3,6% en is lager dan het landelijk gemiddelde en ook lager dan in andere grote steden. Maar de verschillen tussen de winkelgebieden in de stad zijn groot. Waar de leegstand in de binnenstad procentueel zeer laag bleef, steeg de leegstand in ruim twintig winkelgebieden in vooral Zuidoost, Nieuw West en Noord naar 6% tot bijna 20% van de winkelpanden in 2017.Qua type winkelgebied is er relatief hogere en langdurigere leegstand in stadsdeelcentra als de Amsterdamse Poort (Zuidoost) en Boven ‘t Y aan het Buikslotermeerplein (Noord) en in grootschalige (perifeer gelegen) winkelconcentraties zoals Westpoort (Nieuw-West) en Villa Arena (Zuidoost). Ook een deel van de kleinere buurt-/wijkcentra zoals Bezaanjachtplein (Noord), Postjesweg (West) en Caleido (Nieuw-West) blijkt kwetsbaar. Figuur: winkelleegstand in Amsterdam en in Nederland 2017 Bron: Locatus, bewerking Economie, gemeente Amsterdam $ u # Amsterdam Nederland LEES, 36% 7,6% Aantal jar 4,5% 7,4% Oppervlakte Een breed scala aan factoren heeft invloed op het economisch functioneren en daarmee op de leegstand voor korte en langere perioden. Oorzaken kunnen liggen in tekortkomingen in de (basis)kwaliteiten van het winkelgebied zoals de locatie, kwaliteit van het vastgoed en de ® Destination Retail Benelux 2016 van JLL. 21 Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: 26 oktober 2017 sterke winkelgebieden in een groeiende stad bereikbaarheid, maar ook de groeiende concurrentie van internet voor bepaalde branches (witgoed, elektronica) en een relatief slechtere concurrentiepositie ten opzichte van andere winkelgebieden in de stad door minder aantrekkelijk aanbod, weinig onderscheidend zijn, afwezigheid van aantrekkelijke andere voorzieningen en een minder prettig verblijfsklimaat. Waardering van de winkelomgeving In onderzoek naar de waardering van de winkelomgeving komen de volgende bevindingen naar voren: = In de ontwikkeling van detailhandel is naast winkelaanbod ook de winkelomgeving een bepalende succesfactor. In flankerend beleid, zoals beleid op parkeren en horeca, kan de gemeente zorgen dat verschillende randvoorwaarden op orde zijn voor het economisch functioneren van winkelgebieden. De waardering van bewoners voor de winkelomgeving is op diverse onderdelen redelijk tot uitstekend. De inrichting en onderhoud van de openbare ruimte wordt door bewoners, bezoekers en ondernemers gewaardeerd als redelijk tot uitstekend. Aandachtspunten zijn onder andere afval en fietswrakken. = Bewoners en bezoekers vinden de bereikbaarheid van winkelgebieden vaak goed tot uitstekend. = _Parkeermogelijkheden voor auto en fiets zijn volgens bewoners en ondernemers in veel winkelgebieden onvoldoende. = _ Bewoners en bezoekers zijn tevreden over de veiligheid in winkelgebieden, ondernemers zijn kritischer. = Bewoners en ondernemers laten zich positief vit over de uitstraling van bedrijfspanden in winkelgebieden, die is (ruim) voldoende tot uitstekend. = __ De waardering van de consument voor de aanwezige horeca in winkelgebieden die overdag open is loopt sterk uiteen: het oordeel varieert van onvoldoende tot uitstekend. 2.5 Samenvatting van aantal kwaliteiten, kansen en uitdagingen voor Amsterdam als winkelstad KANSEN UITDAGINGEN e _ Toename potentiële klandizie voor detailhandel e _ Daling in behoefte aan winkelruimten met risico door bevolkingsgroei en toename koopkracht in op leegstand in kwetsbare winkelgebieden. verschillende gebieden. e _ Sterke stijging winkelhuren in populaire e _ Potentiële toename diversiteit met niches en/of winkelgebieden met risico op verdringing en speciaalzaken door toegenomen interesse eenzijdig winkelaanbod. consumenten voor duurzaam, biologisch en ‘van de boer’. e _ Technologische ontwikkelingen die impuls geven aan vernieuwende concepten, meer mogelijkheden voor winkelbeleving en marketing winkelgebieden. e _ Ruime vestigingsmogelijkheden detailhandel in stadsdeelcentra. e _ Experimenten mengvormen met mogelijk meer ruimte voor vernieuwing in aanbod. 22 Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: 26 oktober 2017 sterke winkelgebieden in een groeiende stad 3 Van ambities naar een (gebiedsgerichte) visie Amsterdam wil een aantrekkelijke stad zijn voor bewoners én bezoekers.” Aantrekkelijke detailhandel maakt de stad interessant als plek om te wonen, te bezoeken, te werken of voor (internationale) ondernemingen om zich te vestigen. Winkels kunnen in positieve zin ook bijdragen aan het woon- en werkklimaat in een gebied, de gezondheid van de Amsterdammer en een verbetering in de sociale veiligheid op straat. Eventueel leegstaande winkelpanden worden gevuld, de buurt wordt interessanter met meer voorzieningen en een aantrekkelijke uitstraling van gevels. Andersom is het woon- en leefklimaat van invloed op het functioneren van de detailhandel. Daar waar sprake is van leegstand, onveiligheid, gevaarlijke wegsituaties of slecht onderhouden panden, zal het voor de zittende winkeliers moeilijker zijn om een goed lopende winkel te voeren. In zulke situaties kunnen vastgoedeigenaren meer moeite hebben nieuwe ondernemers aan te trekken, die het gebied vit het slop kunnen trekken. Diverse, aantrekkelijke en gespreide detailhandel kan bijdragen aan de inspanningen van Amsterdam om in 2018 tenminste plaats 10 in de top 10 op de ranglijst van Europese toeristensteden” te behouden. Ook dragen aantrekkelijke winkelgebieden bij aan Amsterdam als een stad met een aantrekkelijk vestigingsmilieu voor internationale bedrijven en hun werknemers.” Amsterdam beoogt verder om bezoekers uit binnen- en buitenland meer te spreiden. Concreet wil Amsterdam 25% meer (intern)nationale toeristen de stadsdelen buiten het centrum en de Metropoolregio Amsterdam laten bezoeken”? Amsterdam wil ook de detailhandel stimuleren om bij te dragen aan de gezondheidsdoelen van de stad. In dit hoofdstuk beschrijven wij de visie en doelstellingen voor de detailhandel in verschillende delen van de stad die aansluiten op de hierboven beschreven ambities van Amsterdam. In het volgende hoofdstuk vertalen we deze visie naar algemene beleidsregels voor de detailhandel die overal in Amsterdam gelden. 3.1 Een winkelgebied versterken: maatwerk, samenwerking en integraal De redenen om actie te ondernemen in een winkelgebied kunnen divers zijn. Er zijn kansen voor het winkelgebied zoals bevolkingsontwikkelingen of problemen zoals winkelleegstand of minder diversiteit in het winkelaanbod. Een reden tot actie kan ook zijn dat ondernemers en 2 Structuurvisie Amsterdam 2014: economisch sterk en duurzaam, startdocument Stad in Balans (2015), visie openbare ruimte 2025: de huiskamer van álle Amsterdammers (2017)Startdocument Stad in Balans, Gemeente Amsterdam, 28 mei 2015 7 Dashboard Citymarketing 2012-2018, | AMsterdam 28 Nu behoort Amsterdam tot de top 5 van Europese steden met het meest aantrekkelijke vestigingsmilieu. De ambitie om die positie te behouden is vastgelegd in de Structuurvisie Amsterdam 2040: economisch sterk en duurzaam, Gemeente Amsterdam (2011) *® Dashboard Citymarketing 2012-2018, | AMsterdam (ten opzichte van de nulmeting in 2012) 2 Vanuit het gezondheidsbeleid van de gemeente Amsterdam (2017) wordt nader onderzocht op welke manier de detailhandel kan bijdragen aan gezond voedselaanbod. 23 Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: 26 oktober 2017 sterke winkelgebieden in een groeiende stad vastgoedpartijen willen dat het winkelgebied economisch gezond blijft. De consument wordt steeds kritischer in de keuze. Het is noodzakelijk om als winkelgebied onderscheidend te blijven. Drie aspecten zijn van belang als het gaat om het versterken van winkelgebieden. In de eerste plaats is het versterken van een winkelgebied maatwerk. Elk winkelgebied heeft namelijk eigen kwaliteiten, kansen en knelpunten. Wat in het ene gebied positief werkt, hoeft ook niet te werken in andere gebieden. Daarnaast kan ingrijpen in het ene winkelgebied invloed hebben op klantenstromen en daarmee het economisch functioneren van andere winkelgebieden. Het is belangrijk te beseffen dat elk individueel winkelgebied daarmee een rol en positie heeft in de winkelstructuur als geheel in Amsterdam. In de tweede plaats is samenwerking tussen ondernemers, vastgoedeigenaren, bewoners en gemeente cruciaal. Gesprekken over het winkelgebied kunnen gevoerd worden onder regie van de gemeente of een andere initiatiefnemer. Een redelijke organisatiegraad én de wil om iets te veranderen maakt het gemakkelijker om vervolgens samen stappen te zetten voor een sterker winkelgebied. Ten derde is het noodzaak om een brede blik te hebben. Andere (commerciële) functies in het gebied zoals horeca, kleinschalige bedrijven, markten en de bedrijfsomgeving bepalen mee hoe de detailhandel zich kan ontwikkelen. Verder moet de basis op orde zijn in een winkelgebied. Voor het functioneren van een winkelgebied zijn bijvoorbeeld een schone, hele en veilige openbare ruimte, mogelijkheden voor parkeren en voldoende ruimte voor bevoorrading van winkels belangrijke voorwaarden. De stedelijke kaders voor deze specifieke onderwerpen zijn opgenomen in flankerend beleid.” Specifieke acties - aanvullend op de standaardinzet van de gemeente Amsterdam - zoals extra schoonmaken, het werken aan een betere bereikbaarheid, meer inzet op de leefbaarheid en veiligheid worden jaarlijks opgenomen in gebiedsplannen. 3-2 Beleidsdoelstellingen voor de detailhandel Amsterdam heeft twee hoofdbeleidsdoelstellingen voor ogen voor de detailhandel: WEE Doel 1: dagelijkse boodschappen zijn op redelijke afstand van de woning sg verkrijgbaar” Dit betekent: "een redelijke afstand van de woning is maximaal circa 750 meter op loopafstand”; "een evenwichtig verdeeld dagelijks winkelaanbod dat meegroeit met de verwachte bevolkingstoename in delen van de stad; = clustering van dagelijks winkelaanbod, eventueel gecombineerd met andere (commerciële) functies zoals een kapper, fietsreparateur, stomerij, schoenmaker en dergelijke, zodat voldoende draagvlak is om economisch goed te kunnen functioneren; = ruimte voor dagelijks winkelaanbod in de winkelgebieden om mee te bewegen en te vernieuwen met veranderingen in consumentenbehoeften; 3! De relevante randvoorwaarden en flankerend beleid die van invloed zijn op het functioneren van detailhandel, zijn benoemd in bijlage |. 3 Deze doelstelling is eveneens opgenomen in het Regionaal detailhandelsbeleid Stadsregio Amsterdam2016- 2020, Stadsregio, 15 maart 2016 3 In bijlage V is een kaart met indicatieve spreiding van supermarkten met een straal van 750 meter loopafstand opgenomen (situatie zomer 2017) 24 Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: 26 oktober 2017 sterke winkelgebieden in een groeiende stad "een gezond woon- en leefklimaat in de buurten en wijken, hetgeen enerzijds het functioneren van de detailhandel ten goede komt en anderzijds Amsterdam een prettige woonstad laat blijven: het woon- en leefklimaat van omwonenden van een winkelgebied mag niet onevenredig benadeeld worden; = winkelgebieden voor de dagelijkse boodschappen die goed bereikbaar en toegankelijk zijn, waar ook de basiskwaliteiten schoon, heel en veilig op orde zijn. Doel 2: Amsterdam heeft, als dé hoofdstedelijke winkelstad, verschillende aantrekkelijke winkelgebieden, ook buiten de binnenstad Amsterdam wil een actueel en gevarieerd winkelaanbod, waarin nadrukkelijk plaats is voor (inter)nationale en vernieuwende formules in meerdere aantrekkelijke winkellocaties. Deze bevinden zich zowel binnen als buiten de binnenstad. Het aanbod moet voorzien in uiteenlopende behoeftes van bewoners en bezoekers, in diverse segmenten en op allerlei inkomensniveaus. Dit vraagt: = een binnenstad met een evenwichtige mix{branchering in horeca, detailhandel en andere voorzieningen; "clustering van winkelaanbod in winkelgebieden; ®__ruim aanbod in niche-top-luxe segment en internationale formules; * ruimte voor winkelaanbod in de winkelgebieden om mee te bewegen met veranderingen in consumentenbehoeften. = ruimte om te experimenteren met vernieuwende (tijdelijke) concepten en (meng)formules, zodat ook de leegstand laag blijft; = in aanbod, uitstraling en beleving meer onderscheidende, aantrekkelijke winkelgebieden buiten de binnenstad; = inde stadsstraten vooral een mix van winkel- en niet-winkelfuncties; "op termijn is er ruimte voor een zogenaamd winkelkwartier. Dit is een gebied dat grenst aan bestaande winkelgebied en waarbinnen, solitair gelegen, dus buiten de winkelgebieden, kleinschalig (winkel)aanbod wordt toegestaan; " __eensterkere winkelstructuur in de stadszone (zie voor een toelichting de volgende paragraaf) door het clusteren van niet-dagelijks aanbod in vooral de grotere winkelgebieden; =_ inspanningen om de drie stadsdeelcentra Boven ‘t Y, Osdorpplein{Centrum Nieuw West en Amsterdamse Poort toekomstbestendig te maken en de leegstand afneemt; "ruime vestigingsmogelijkheden voor niet-winkelfuncties in aanloopgebieden en kansarme (veelal kleine) winkelgebieden om de leegstand terug te dringen; = winkelgebieden met de basiskwaliteiten schoon, heel en veilig op orde, een goede bereikbaarheid en toegankelijkheid en een prettig verblijfsklimaat; = __ winkelgebieden met een goed woon- en leefklimaat: een winkelgebied mag het woon- en leefklimaat van omwonenden niet onevenredig benadelen. 3.3 Een specifieke koers voor detailhandel in verschillende gebieden De zojuist beschreven doelstellingen vormen de basis voor de (ruimtelijke) ambities van Amsterdam voor winkels voor de dagelijkse en niet-dagelijkse inkopen. Om die ambities waar te maken in de verschillende delen van de stad, is Amsterdam verdeeld in drie zones (zie onderstaande kaart). Dit zijn de volgende zones: 1. De kernzone met de verschillende deelgebieden die samen het kernwinkelgebied vormen inclusief het Museumkwartier tot en met de P.C. Hooftstraat en de van Baerlestraat. 2. De centrumzone met de 19° en vroeg 20° eeuwse gordel van West, Zuid, Oost. 25 Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: 26 oktober 2017 sterke winkelgebieden in een groeiende stad 3. De stadszone met de gebieden van Noord, Zuidoost, Nieuw-West, Westpoort, maar ook de nieuwere gebieden Houthavens, Zeeburgereiland, Oostelijke eilanden, ZuidAs, Noordelijke IJ-oevers en IJburg. Er is voor een indeling naar drie zones gekozen omdat zij onderling verschillen in onder andere de stedenbouwkundige structuur, het aantal en type winkelgebieden, het verzorgingsgebied (zoals de samenstelling en dichtheid van de bevolking en de aanwezigheid van andere doelgroepen dan bewoners). Ook komen winkeltrends in deze gebieden met specifieke kansen en opgaven voor de detailhandel op verschillende manieren tot viting. De verschillende eigenschappen staan hieronder in een tabel samengevat. Sommige gebieden zoals de noordelijke IJ-oevers of de Zuidas zouden qua criteria zowel kunnen passen in de centrumzone als de stadszone. In de indeling van gebieden naar deze ringen is ervoor gekozen om de stedenbouwkundige structuur en het winkelaanbod te laten prevaleren boven het verzorgingsgebied. De Noordelijke IJ-oevers en Zuidas trekken naast bewoners ook bezoekers. Deze doelgroep is hier alleen niet (primair) om te winkelen, maar is hier voor vrijetijdsbesteding, werk, bezoek aan cultuur of een andere bezoekreden. Het winkelaanbod is vooralsnog beperkt of gericht op gemak. Kaart: de drie zones voor de detailhandel 4 ee | ‚ Pe Ar 8 > Att ( «, ok Drie zones van het detailhandelsbeleid N EEN Kernzone 1 N B Centrumzone ä GE $ | WN Stadszone nd ik JF Overzicht woningbouwplannen 5 : k BE Uitvoering in voorbereiding WR Verkenning (principebesluit) LA ES Strategische ruimte zn N 9 N 26 Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: 26 oktober 2017 sterke winkelgebieden in een groeiende stad Tabel: de verschillende eigenschappen en opgaven voor detailhandel in de drie zones Gebied Accent winkelaanbod Verzorgingsgebied Stedenbouw-kundige Opgaven voor de detailhandel structuur LOT dent Internationaal, niet- Primair bezoekers Oude historische B Geleiding en spreiding van dagelijks aanbod (regio, Nederland en binnenstad, 17e en drukte (veel modisch), luxe internationaal), secundair 18e eeuw B Aanpak diversiteit segment bewoners winkelaanbod B Meer beleving in winkelgebieden B Bij uitzondering nieuwe (grootschalige) winkels B Aandacht voor borging dagelijks aanbod Leisure Mix van dagelijks Primair bewoners buurt, 19e en 20e eeuw B Borging boodschappen in en niet-dagelijks, in wijk en stadsdeel, maar stadsstraten en bestaande toenemende mate toenemend aantal winkelgebieden toegespitst op de bezoekers uit regio en B Ruimte voor nieuwe formules groeiende koopkracht _ internationaal en concepten Stadszone Mix van dagelijks en Bewoners uit buurt, wijk Naoorlogse en plan- B Uitrol centrummilieu/ steeds minder niet- en stadsdeel matige bouw transformatie van functies. dagelijks, toegespitst B Toekomstbestendig maken op de couleur locale, van de stadsdeelcentra B Aanpak leegstand We gaan onderstaand in op de gewenste ontwikkelrichting voor de detailhandel in de drie zones: het profiel van het gebied en hoe kan worden ingespeeld op de marktontwikkelingen die zich nu afspelen in deze drie gebieden. 3-4 Visie op detailhandel in de kernzone: de binnenstad en Museumkwartier, samen het kernwinkelgebied Hét belangrijkste winkelgebied van Nederland is te vinden in de binnenstad en het Museumkwartier. Dit gebied biedt een grote diversiteit aan winkelstraten en winkels die op andere plaatsen in Nederland niet te vinden zijn. De verschillende delen van de binnenstad hebben elk een eigen kwaliteit, profiel en dynamiek. Het samenspel van alle voorzieningen en kwaliteiten draagt bij aan de aantrekkingskracht van Amsterdam als geheel. Met een divers en aantrekkelijk winkelaanbod trekt de stad consumenten vit Amsterdam en consumenten uit binnen-en buitenland. Door deze aantrekkingskracht is het in de binnenstad al jaren een uitdaging de balans te bewaren tussen wonen, werken en recreëren. Verder dreigt een disbalans te ontstaan in het winkelaanbod met het groeiend aantal bezoekers die naar Amsterdam komen. In de kernzone ligt er dan ook vooral een opgave voor een gevarieerder en evenwichtiger voorzieningenaanbod. Hoe de doelen voor de detailhandel (vooral) vertaald worden in de kernzone, leest u hieronder. EE Doel 1: dagelijkse boodschappen op redelijke afstand van de woning verkrijgbaar ee Hoe willen we dit doel bereiken? 3.4.1 Meer diversiteit in het winkelaanbod De kernzone heeft een divers en hoofdzakelijk (niet-)dagelijks winkelaanbod. In een aantal straten staat de diversiteit van het winkelaanbod onder druk. Er is veel van hetzelfde type winkel met aanbod van voedsel zoals wafels, kaas en ijs, primair gericht op de bezoeker uit binnen-en buitenland. Amsterdam vindt het van belang dat de winkelstraten in de binnenstad niet alleen bezoekers, maar ook bewoners blijft bedienen. Daarom is in het kader van Stad in Balans en in 27 Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: 26 oktober 2017 sterke winkelgebieden in een groeiende stad reactie op een motie vanuit de gemeenteraad, een rapport met aanbevelingen uitgewerkt? om de diversiteit van het winkelaanbod te stimuleren na signalen vanuit een groep bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden dat steeds meer winkels te veel gericht zijn op bezoekers. Met de aanbevelingen uit dit rapport kunnen de diverse betrokken partijen zoals pandeigenaren, ondernemers en gemeente aan de slag. Inmiddels worden in een aantal winkelstraten allianties gevormd tussen ondernemers, vastgoedeigenaren en de gemeente om op straatniveau te bekijken hoe het winkelaanbod gevarieerder kan worden of blijven.” Per winkelstraat vergt het maatwerk om te bepalen welke combinatie van instrumenten leidt tot een gevarieerder winkelaanbod. Het ontwikkelen van een gezamenlijke visie voor de winkelstraat door ondernemers, pandeignaren en waar mogelijk bewoners is daarbij een goed vertrekpunt. Ervaringen die worden opgedaan in de binnenstad, kunnen mogelijk leiden tot best practices die ook in andere delen van de stad ingezet kunnen worden voor een diverser winkelaanbod. Aanvullend op de verzamelde sturingsmogelijkheden voor een gevarieerd winkelaanbod, onderzoekt Amsterdam extra juridisch-planologische instrumenten. Vooruitlopend op de invoering van de nieuwe omgevingswet is de rijksoverheid akkoord gegaan met het voorstel van Amsterdam om te experimenteren met instrumenten uit de nieuwe Omgevingswet voor meer balans en diversiteit in het winkelaanbod. Verder heeft de gemeenteraad een voorbereidingsbesluit?® genomen vooruitlopend op het nieuw op te stellen bestemmingsplan. In het postcodegebied 1012 en circa 40 winkelstraten die aan het gebied grenzen geldt een verbod voor nieuwe winkels en voorzieningen waarvan het aanbod alleen op toeristen en passanten is gericht. Nieuwe winkels die eten verkopen dat wordt meegegeven om direct te consumeren zijn met het voorbereidingsbesluit ook niet meer toegestaan. Met het van kracht worden van het voorbereidingsbesluit zijn mengformules in nieuwe winkels met een voedselwarenassortiment niet langer meer toegestaan. 3.4.2 Versmarkten en staanplaatsen als aanvulling op dagelijks winkelaanbod Bewoners moeten terecht kunnen in de eigen buurt voor de dagelijkse boodschappen. Alhoewel het dagelijks aanbod als geheel gegroeid is, verliezen in sommige delen van de kernzone de dagelijkse winkels gericht op de Amsterdammer terrein ten gunste van de winkels met toeristisch karakter. Dit komt door een sterke groei van bezoekers én door veranderd koopgedrag van bewoners, die de dagelijkse boodschappen vooral in de supermarkt doen. In populaire druk bezochte winkelstraten in de kernzone, zien we de huurprijzen sterk stijgen en staat het functioneren van de traditionele buurtwinkels door beide ontwikkelingen onder druk. De supermarkten vormen voor bewoners de basis van het aanbod voor dagelijkse boodschappen. Amsterdam ziet het winkelaanbod in fysieke winkelpanden als de basis van de voorzieningen voor dagelijkse en niet-dagelijkse boodschappen in Amsterdam. Het aanbod in staanplaatsen in de openbare ruimte wordt gezien als een aanvulling op het winkelaanbod in winkelpanden. Dit Sturen op een divers winkelgebied: bevindingen bestuursopdracht Diversiteit winkel- en voorzieningenaanbod’, februari 2017 3 Op straatniveau worden onder regie van CentrumXL (een samenwerking tussen gemeente Amsterdam, MKB Amsterdam, Koninklijke Horeca Nederland en Vereniging Amsterdam City) met de betrokken partijen gewerkt aan een gezamenlijke straatvisie ten behoeve van een divers winkelaanbod. De eerste straten waar deze maatwerkaanpak wordt toegepast zijn de Spuistraat, Damstraat en het cluster oude en Nieuwe Hoogstraat, Sint Antoniesbreestraat en Jodenbreestraat. 3 voorbereidingsbesluit divers winkel- en voorzieningenaanbod stadsdeel Centrum is van kracht vanaf 6 oktober 2017. Dit besluit heeft betrekking op de kernzone en een deel van de centrumzone. 28 Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: 26 oktober 2017 sterke winkelgebieden in een groeiende stad betekent dat niet elke plek waar een staanplaats of kiosk ruimtelijk mogelijk is ook benut hoeft te worden. Doel 2: Amsterdam heeft verschillende aantrekkelijke winkelgebieden Hoe willen we dit doel bereiken? Continue investeren in kwaliteit en diversiteit van het winkelaanbod door marktpartijen is cruciaal, wil Amsterdam een innovatieve en hoofdstedelijke winkelstad zijn en blijven. Vernieuwende (buitenlandse) concepten dragen bij aan een divers winkelaanbod. Amsterdam ziet ‘topwinkels’ dan ook graag vestigen in Amsterdam.” Er zijn in de kernzone volop mogelijkheden voor vestiging van vernieuwende retailers in panden een gemengde bestemming. Ook bieden winkelgebieden in de centrum- en stadsring vestigingsmogelijkheden voor (buitenlandse) retailers die het liefst in grotere panden een winkel openen. 3.4.3 Topwinkels óók buiten de kernzone Het toevoegen van nieuwe (grote) detailhandel, is niet altijd wenselijk en mogelijk in de kernzone vanwege de al bestaande druk op het woon- en leefklimaat door intensieve bevoorrading en extra bezoekersstromen. De binnenstad staat al enige tijd onder druk door de vele bezoekers uit binnen- en buitenland, wat al vraagt om continue maatregelen om de drukte in goede banen te leiden.” Amsterdam zet daarom liever in op spreiding van de drukte van bezoekers over verschillende interessante gebieden in de stad. Eris om deze reden een positievere grondhouding vanuit de gemeente ten aanzien van uitbreiding van winkel(oppervlakte) in winkelgebieden met toekomstperspectief (zie 4.4) in de centrumzone of stadszone. We zien potentie voor winkelgebieden die nu al een stadsdeelverzorgend karakter hebben zoals Oostpoort, Kinkerbuurt, Ferdinand Bolstraat e.o. en de Albert Cuypstraat in de centrumzone en de stadsdeelcentra Boven 't Y, Osdorpplein en Amsterdamse Poort in de stadszone. Zie meer hierover in de visie op detailhandel in de centrumzone (3.5) en de stadszone (3.6). 3.4.4 Selectieve ruimte voor vernieuwing van detailhandel In vitzonderlijke gevallen komen er in de kernzone panden met een maatschappelijke bestemming vrij, die de eigenaar wenst om te zetten naar een winkel. In dergelijke unieke situaties, maakt Amsterdam mogelijk wél een uitzondering in het toestaan van winkelinitiatieven in die panden in de kernzone als aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan: = De initiatiefnemer kan aantonen dat het initiatief een kwalitatieve meerwaarde heeft voor de lokale en/of regionale detailhandelsstructuur. Deze meerwaarde uit zich in een toename van de keuzemogelijkheden voor de consument, bijvoorbeeld omdat een thema of branche zwak vertegenwoordigd is. Of als er sprake is van een nieuwe formule die nog niet gevestigd is in Amsterdam en zich onderscheidt door kwaliteit, specialisatie en/of gerichtheid op één of meer bepaalde doelgroepen. Met vestiging van de specifieke winkel wordt een positieve impuls gegeven aan het winkelaanbod. 7 Deze ambitie is reeds vastgelegd in de Structuurvisie Amsterdam 2014: Economisch sterk en duurzaam (2011) ® Het College zet gericht maatregelen in vanuit het programma Stad in Balans. De maatregelen verschillen per locatie. In sommige winkelstraten worden hosts ingezet om bezoekers die niet komen winkelen te verwijzen naar alternatieve looproutes. Op andere plekken wordt de stoep vrijgemaakt van winkeluitstallingen. 29 Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: 26 oktober 2017 sterke winkelgebieden in een groeiende stad = het initiatief verbetert de leefbaarheid van een gebied en leidt tot een betere spreiding van het aantal bezoekers en (dus) niet tot een extra concentratie van drukte. = het initiatief leidt niet tot ongewenste en niet oplosbare ruimtelijke effecten, zoals onvoldoende ruimte voor veilig laden en lossen, negatieve effecten op de ruimtelijke kwaliteit van het historisch erfgoed of een verkeersaantrekkende werking. = __hetinitiatief heeft aangetoond dat het gebied het meest gebaat is bij de functie van winkel (en dus niet een andere functie, bijvoorbeeld een kantoor-, gezondheidszorg of cultuurfunctie }) gezien het streven naar een evenwichtige mix in functies en voorzieningen. 1 het initiatief streeft naar behoud van de functiemix binnen het pand (dus er is detailhandel op bijvoorbeeld straatniveau en daarboven een andere functie). = __hetinitiatief heeft aantoonbaar geen (blijvende) negatieve effecten op de bestaande detailhandelsstructuur in stad en regio en/of in het beleid aangegeven ontwikkeling daarvan. Onder negatieve effecten wordt in ieder geval substantiële leegstand verstaan of dat de keuzemogelijkheden voor de inwoners van een (kern in een) tot de regio behorende gemeente onaanvaardbaar minder worden. Bij aanvragen van (omgevings)vergunningen toetst de gemeente of aan alle bovenstaande criteria wordt voldaan. 3.4.5 Geen winkels aan de grachten in de binnenstad Binnen de bestemming gemengd zijn detailhandel en consumentverzorgende dienstverlening in de binnenstad overal toegestaan, met uitzondering van de meeste grachten. Winkels worden niet toegestaan langs de grachten om het rustige karakter van de grachten te bewaren.” Uitzonderingen van grachten waar detailhandel en consumentverzorgende dienstverlening wel zijn toegestaan o.a. aan de Jordaanzijde van de Prinsengracht en langs de Oudezijds Achterburgwal (het deel tussen de Oude Doelenstraat en de Oude Hoogstraat). Daarnaast zijn winkels langs de gracht toegestaan waar ze qua bestemmingsplan al zijn toegestaan.*® 3.5 Visie op de detailhandel in de centrumzone: de 19°- en vroeg 20° - eeuwse gordel van West, Zuid, Oost Rond de binnenstad liggen verschillende gebieden waar veel winkels te vinden zijn, naast andere commerciële voorzieningen zoals horeca, dienstverlenende bedrijven en bedrijfsruimtes. In veel gevallen zijn de winkels in de stadsstraten zoals de Kinkerstraat, Jan Evertsenstraat, Overtoom, Ferdinand Bolstraat, Ceintuurbaan, Linneausstraat en Middenweg. Zoals blijkt vit de (verdiepende) analyses in bijlage IV, heeft de gentrification** in deze buurten een groot effect gehad op het functioneren van deze straten. Over het algemeen functioneert de detailhandel hier goed. In de centrumzone is er weinig noodzaak om de zittende winkels te transformeren naar een 29 Dit moet worden begrepen vanuit de historisch morfologisch stedenbouwkundige structuur. Van oudsher waren de grachten waar werd gewoond en/of gewerkt (pakhuizen). In de straten die de verbinding vormen tussen de grachten waren de winkels en ambachtslieden gevestigd. Dit patroon was al aanwezig op de Wallen en kwam later ook weer terug in de grachtengordel. De Negen Straatjes zijn daar nog het bewijs van. Het is één van de kernmerken van de grachtengordel als UNESCO Wereld Erfgoedgebied. “© In dat geval staat op www.ruimtelijkeplannen.nl op de digitale verbeelding aangeduid waar en welke bouwlaag detailhandel mogelijk is. “ Gentrification is een proces waarbij stedelijke buurten opnieuw of voor het eerst worden bewoond door mensen met relatief hoge inkomens. Hierdoor treedt verandering op sociaal, cultureel en economische gebied op, wat gepaard gaat met een stijging van de prijzen voor onroerend goed en de huurprijzen. 30 Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: 26 oktober 2017 sterke winkelgebieden in een groeiende stad andere functie. In sommige gebieden zijn er minder winkels gekomen, maar daarvoor in de plaats vooral mengformules, persoonlijke dienstverlening en horeca. Soms schiet dit door met een concentratie van een specifiek type winkel of dienstverlening of branchevervaging. Vernieuwing van de detailhandel is in de centrumzone welkom. Zo is er vernieuwing denkbaar in het productaanbod, de inrichting en uitstraling van bedrijfspanden, een verbetering van de markten, de aantrekkelijkheid van de openbare ruimte, beschikbaarheid van geschikte bedrijfspanden, een digitale en logistieke infrastructuur die meebeweegt met veranderende behoeften en regelgeving die deze vernieuwing faciliteert. Daarnaast is er nadrukkelijk aandacht nodig voor profilering en branding van kansrijke winkelgebieden en daaraan gekoppelde markten. Hoe de doelen voor de detailhandel vertaald worden voor vooral de centrumzone, leest u hieronder. EE Doel 1: dagelijkse boodschappen op redelijke afstand van de woning verkrijgbaar ee Hoe willen we dit doel bereiken? 3.5.1 De boodschappenfunctie geborgd in clusterpunten van detailhandel in gemengde stadsstraten Voor de stadsstraten geldt dat er ruimte moet zijn voor winkelen, ontmoeten en gemak. De boodschappenfunctie moet geborgd en geclusterd worden en een onderdeel blijven van deze gemengde straten. Daarom wijzen we clusterpunten van detailhandel aan in de stadsstraten die als winkelgebied voor dagelijkse boodschappen worden benoemd. In 4.6 wordt aangegeven hoe we clusterpunten van detailhandel in stadsstraten borgen. In bijlage Il is een overzicht opgenomen van de benoemde winkelgebieden in stadsstraten. 3.5.2 Uitbreiding van supermarkten mogelijk in kansrijke winkelgebieden In kansrijke winkelgebieden zien we in de centrumzone mogelijkheden voor uitbreiding van supermarkten onder specifieke voorwaarden. Deze zijn te vinden in paragraaf 4.5: vernieuwing of uitbreiding van supermarkten. 3.5.3 Nadere afweging ruimte voor nieuwe versmarkten In de centrumzone is er een aantal algemene warenmarkten met een zelfstandige aantrekkingskracht zoals de Dappermarkt, Noordermarkt en Albert Cuypmarkt. Deze markten zijn een belangrijke aanvulling op de winkelstructuur. Verder kenmerkt de centrumzone zich door een breed palet aan speciaalzaken. Daarom vergt eventuele instelling van nieuwe versmarkten een zorgvuldige afweging. Beleid op markten en verkooppunten in de openbare ruimte wordt nader uitgewerkt. 31 Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: 26 oktober 2017 sterke winkelgebieden in een groeiende stad Doel 2: Amsterdam heeft verschillende aantrekkelijke winkelgebieden Hoe willen we dit doel bereiken? 3.5.4 Het stimuleren van meer ‘winkelbeleving’ Zoals beschreven onder de trends en ontwikkelingen in hoofdstuk 2, richten winkels - mede onder invloed van aankopen via internet - zich steeds meer op het bieden van een ‘beleving’. Een winkel is steeds meer verworden tot méér dan alleen een directe aankoopplaats. Op die trend speelt de detailhandel in, ook in winkelgebieden rondom het directe centrum. In de verschillende bestaande winkelstraten kunnen de onderlinge sferen verder versterkt worden. Om de winkelgebieden te profileren zijn er mogelijkheden voor branding van de gebieden/winkelstraten. Hiervoor kunnen ondernemers- of BIZ“*-verenigingen, al dan niet in onderlinge samenwerking, bij de gemeente Amsterdam subsidie aanvragen.“ Zo kunnen winkelgebieden zich onderscheiden op specifieke thema’s zoals duurzaamheid, gezondheid, groen en/of op het soort winkelaanbod: mode, voeding, etcetera. Ook met de aanwezigheid van horeca, valt er meer te beleven in een winkelgebied. De rol van de horeca in winkelgebieden wordt steeds belangrijker. Een positieve horecaontwikkeling versterkt namelijk het verblijfsklimaat in het gebied en kan een verlenging van de verblijfsduur van consumenten bevorderen. Lees hierover meer in 4.7. De wenselijkheid van horeca op een specifieke plek wordt afgewogen op basis van het horecabeleid. 3.5.5 Experimenten met mengformules In de centrumzone biedt de gemeente ondernemers de ruimte om te experimenteren in bestaande winkelgebieden met nieuwe formules en concepten.“* Een winkel met een gevelzitplaatsje, pop-up horeca in een leegstand pand of een koffiebar waar je bijvoorbeeld een workshop graffiti kunt volgen. Juist om deze mengvormen vragen consumenten steeds meer. Dit is wat de levendigheid en gezelligheid in de centrumzone kan vergroten en waar kansen liggen voor verdere ontwikkeling. Door de experimenten met mengformules en het loslaten van regels in de freezones*®, kunnen ondernemers in Amsterdam een hogere kwaliteit of diversiteit aan nieuwe concepten realiseren. In de evaluatie van deze proeven komt aan bod in hoeverre de ruimere mengformules versterkend zijn voor de horeca- en winkelbeleving, mits er oog blijft voor de effecten voor het woon- en leefklimaat. Amsterdam wacht de evaluatie van de experimenten met mengformules af om te bezien of er nieuwe regels voor mengformules nodig zijn. Regels voor mengformules die voor de hele stad gelden, zijn te vinden onder de algemene beleidsregels in paragraaf 4.7: ruimte voor horeca en mengformules in winkelgebieden. “* BIZ staat voor bedrijveninvesteringszone. #3 Deze subsidieregeling is overigens ook beschikbaar in andere gebieden in de stad. 4 Zoals in het Amsterdams Ondernemersprogramma is opgenomen, worden experimenten uitgevoerd in de freezones Rijnstraat, Jan Evertsenstraat en het Osdorpplein (Stadszone). $ Bij wijze van experiment gelden er ruimere regels voor mengformules in de Czaar Peterstraat en Westerstraat. In de freezones Rijnstraat, Osdorpplein en Jan Evertsenstraat wordt geëxperimenteerd met het loslaten van wet- en regelgeving. Na de evaluaties worden beleidsregels over mengformules verder uitgewerkt. 32 Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: 26 oktober 2017 sterke winkelgebieden in een groeiende stad 3-7 Visie op detailhandel in de stadszone: Nieuw-West, Noord, Zuidoost, Westpoort, Zuid (Buitenveldert), Houthavens, Amstelkwartier, Zuidas, Zeeburgereiland, Oostelijke Eilanden, IJburg en noordelijke IJ-oevers De stadszone is een gebied met vele gezichten. Van alle gebieden in de stad doemen hier de grootste problemen op. Tegelijkertijd staan deze gebieden aan de vooravond van een grootscheepse vernieuwing of het verzilveren van andere kansen zoals verbetering van de bereikbaarheid met de Noord-Zuidlijn of Sprong over het IJ. Niet alleen de gestuurde ontwikkeling van gebieden, maar ook autonome processen als gentrification maken dat vooral de overgangszones tussen de centrumzone en stadszone kansrijk zijn voor nieuwe winkels. Het is zaak om oog te hebben voor zowel de kansen als de problemen. De huidige structuur kenmerkt zich door een grotendeels planmatige winkelstructuur met buurt- en wijkwinkelgebieden. Voor de dagelijkse boodschappen functioneren nieuwere en/of grotere winkelcentra met voldoende aanbod en omvang voldoende tot goed. Deze boodschappencentra zijn dan ook de kansrijkere gebieden met het oog op huidige trends en te verwachten doorzetting ervan in de toekomst. Oudere en kleinere winkelgebieden, maar ook sommige aanloopstraten, hebben een afnemende concurrentiekracht. Veel winkelgebieden functioneerden sinds de opening in de jaren ‘50-'6o tot de jaren ‘8o wél goed. Alle gebruikelijke (niet-)dagelijkse branches waren er te vinden en versterkten elkaar. Nabijheid is nu echter lang niet de enige factor die bepaalt waar een consument zijn inkopen doet. Door meer schaalvergroting, filialisering en toegenomen mobiliteit van de consument is in een aantal gebieden de loop verdwenen. De afwezigheid van vraag heeft gezorgd voor teloorgang van het aanbod, niet in de laatste plaats omdat de groep oorspronkelijke stedelingen in aantallen de afgelopen decennia is ingehaald door de groep migranten. In sommige gebieden is leegstand of een tamelijk eenzijdig aanbod ontstaan (onder meer door kopieergedrag van ondernemers). Vernieuwing is nodig om de bestaande kansrijke winkelgebieden toekomstbestendig te houden. Aandachtspunten zijn vernieuwing in het productaanbod, de inrichting en uitstraling van bedrijfspanden en markten, de aantrekkelijkheid van de openbare ruimte, beschikbaarheid van geschikte bedrijfspanden, een digitale en logistieke infrastructuur die meebeweegt met veranderende behoeften en regelgeving die vernieuwing faciliteert. Daarnaast is er nadrukkelijk aandacht voor profilering en branding van kansrijke winkelgebieden en daaraan gekoppelde markten. Hoe de doelen voor de detailhandel met name vertaald worden in de stadszone, leest u hieronder. EE Doel 1: dagelijkse boodschappen op redelijke afstand van de woning verkrijgbaar ® ® Hoe willen we dit doel bereiken? 3.7.1 Optimaliseren structuur van wijkcentra Behoud van een optimale dagelijkse winkelstructuur is het beste gewaarborgd wanneer kansrijke wijkcentra worden versterkt. De wijkwinkelcentra hebben de meeste overlevingskansen. Supermarkten hebben in deze wijkwinkelcentra een centrale plek. We staan niet zonder meer groei en/of vernieuwing van bestaande supermarkten toe. Voor het versterken van de wijkcentra hanteert Amsterdam de volgende beleidsregels: 33 Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: 26 oktober 2017 sterke winkelgebieden in een groeiende stad = _ Alleen planinitiatieven voor beperkte uitbreiding van bestaande supermarkten in kansrijke winkelgebieden“? die bijdragen aan de versterking van het woon- en leefklimaat, kunnen rekenen op een positief ontvangst. Of wanneer er sprake is van toegenomen draagvlak, oftewel de extra bewoners die boodschappen komen doen door woningbouw. "Vestiging van nieuwe supermarkten of echt substantiële uitbreiding supermarkten in kansrijke wijk- of stadsdeelcentra is denkbaar wanneer sprake is van aanzienlijke verdichting van het aantal woningen, dus bouw van extra woningen met bewoners die boodschappen komen doen. "Aanvullende functies in wijkcentra kunnen horeca, dienstverlening of maatschappelijke voorzieningen zijn, maar ook markten en staanplaatsen/kiosken in de openbare ruimte. Voor alle wijkcentra zijn veiligheid, goede parkeervoorzieningen en aantrekkelijke uitstraling van het winkelgebied en openbare ruimte belangrijke randvoorwaarden om economisch goed te functioneren als winkelgebied. 3.7-2 Ruimte voor kleine gemakssupermarkten verderaf van het winkelgebied Door de keuze voor een wijkwinkelstructuur, is de redelijke maximale afstand (750 meter) tot een winkelgebied met een supermarkt niet altijd te waarborgen. Dan kan het voorkomen dat bewoners in deze gebieden dus relatief verder moeten reizen voor hun boodschappen. Om deze afstand te verkleinen, maakt Amsterdam maakt het mogelijk dat een gemakssupermarkt van maximaal 300 m° winkelvloeroppervlak zich kan vestigen in deze gebieden. Hiervoor is het niet noodzakelijk dat het aantal woningen of inwoners toeneemt. Hiermee kunnen kantoorlocaties die wat verder van het bewoonde gebied afliggen (bijvoorbeeld Amstel III of Rieker Business Park) en waar een transformatieopgave ligt, ook een basisvoorzieningenniveau voor de dagelijkse boodschappen realiseren. 3.7-3 Ruimte voor functietransformatie in minder kansrijke centra Een aanloopstraat is bij vitstek de plek om ruimte te bieden voor startende ondernemers, niet in de laatste plaats vanwege de schaalgrootte van de panden. Voor de aanloopstraten van de wijkcentra of minder kansrijke winkelgebieden (meestal de kleinere centra of winkelstrips) geldt dat daar ruimte is voor functietransformatie. De functie detailhandel op het pand mag verbreed worden naar een gemengde bestemming zodat het voor verschillende publieksgerichte commerciële en maatschappelijke doeleinden gebruikt kan worden. Er wordt in eerste aanleg geopteerd voor het verbreden van de bestemming in plaats van het wijzigen van de bestemming. De reden is dat hierdoor het risico op planschade beperkt wordt. Uiteindelijk moet de detailhandelsfunctie op de niet-kansrijke locatie wel verdwijnen, want de locatie is als winkelgebied niet meer kansrijk. Door actief beleid te voeren op deze locatie — gericht op het afbouwen van de winkelfunctie-, kan voor de markt ‘voorzienbaarheid’ van de beleidsvoornemen worden gecreëerd ten behoeve van een nieuw bestemmingsplan, waarin de winkelfunctie is geschrapt. 4 Een checklist die gebruikt kan worden om te beoordelen of een winkelgebied (in potentie) kansrijk wordt gezien, is opgenomen onder paragraaf 5.2.3. 34 Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: 26 oktober 2017 sterke winkelgebieden in een groeiende stad 3.7.4 Wenselijkheid van (waren)markten kritisch beoordeeld in minder kansrijke centra In minder kansrijke centra biedt een (waren)markt geen meerwaarde en zal de wenselijkheid van nieuwe staanplaatsen en kiosken kritisch beoordeeld worden. Hoe kansrijk een winkelgebied is, kan beoordeeld worden met behulp van een leidraad in hoofdstuk 4. 3.7.5 Meer mogelijkheden voor een fijnmazige winkelstructuur in de groeigebieden Veel van ontwikkelgebieden“”/liggen in de stadszone, dicht tegen de centrumzone. Hier neemt het aantal woningen flink toe. Bij de koppeling van de centrumzone en de stadszone via stadsstraten, komt de keuze om de hoek kijken hoe om te gaan met de bestaande winkelgebieden in de stadszone. Amsterdam hanteert de volgende beleidsregels: = Bestaande kansrijke winkelgebieden moeten eerst worden versterkt (in plaats van nieuwe winkelcentra ontwikkelen). Een bestaand winkelgebied overeind houden én een nieuw winkelgebied ontwikkelen is economisch meestal niet haalbaar, de ‘koek! is te klein voor een gezond economisch functioneren van twee centra. = Erzijn mogelijkheden voor nieuwe winkels in een bestaande stadsstraat wanneer het bestaande winkelgebied (vrijwel) aansluitend is op de stadsstraat en de deze een belangrijke verbindingsfunctie of een langzaam verkeersfunctie heeft naar de centrumzone. Bijvoorbeeld de Jan Evertsenstraat, Lelylaan/Schipluidenlaan. Er zijn mogelijkheden voor nieuwe winkels in een potentiële stadsstraat bij voldoende verdichting, dus extra woningbouw. Bij beide geldt dat: -_ Nieuwe detailhandel met als basis een supermarkt is geconcentreerd in een zogenaamd clusterpunt in de (potentiële) stadsstraat (zie 4.2.1). De hoeveelheid en het type detailhandel is maatwerk en onder andere afhankelijk van de omvang woningbouw, de bestaande kansrijke winkelgebieden in de omgeving en het verwachte druktebeeld zoals andere doelgroepen naast bewoners zoals werkenden, studenten, dagjesmensen en toeristen. -_Buiten het hierboven genoemde clusterpunt van dagelijkse boodschappen in de stadsstraat, is het mogelijk om in de rest van de stadsstraat detailhandel als onderdeel van een brede, gemengde bestemming te realiseren. Deze verruiming is nodig om het hoogstedelijk milieu verantwoord door te geleiden in de stadszone. " __Indetijdelijkheid of beginfase van de ontwikkelgebieden kunnen staanplaatsen of kiosken de ontwikkeling van een stadsstraat ondersteunen. Doel 2: Amsterdam heeft verschillende aantrekkelijke winkelgebieden Hoe willen we dit doel bereiken? 3.7.6 Winkelen in aantrekkelijkere stadsdeelcentra zonder winkelleegstand Voor-niet dagelijks aanbod kunnen consumenten terecht in de grotere wijkcentra en het stadsdeelcentrum. Voor de stadsdeelcentra Osdorpplein (Nieuw-West), Boven ‘t Y (Noord) en Amsterdamse Poort (Zuidoost) is er ruimte voor kwalitatieve vernieuwing en een betere functiemix om toekomstbestendig te blijven. Op dit moment liggen leegstand, een sfeerloze winkelomgeving en verschraalde branchering op de loer in de drie stadsdeelcentra (zie de 7 Ontwikkelgebieden heeft de gemeente in kaart gebracht in ‘Koers 2025: Ruimte voor de stad’ (2016) 35 Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: 26 oktober 2017 sterke winkelgebieden in een groeiende stad verdiepende analyses in bijlage IV). Voor deze winkelgebieden in de stadszone liggen er de komende jaren met de geplande woningbouw en het rijden van de Noord-Zuidlijn ook grote kansen. In de genoemde winkelgebieden zijn vastgoedpartijen, ondernemers en de gemeente al met elkaar in gesprek over vernieuwing. Centra waar eigenaren en/of ondernemers al samenwerken en op één lijn zitten, kunnen rekenen op meer inspanningen vanuit de gemeente om het doel te bereiken. Amsterdam ziet de volgende mogelijkheden voor aantrekkelijkere stadsdeelcentra: Eén aantrekkelijk stadsdeelcentrum met bovenlokale aantrekkingskracht De komende jaren ziet Amsterdam mogelijkheden om in de stadszone nog iets bijzonders voor het winkelend publiek te creëren. Zo is er marktruimte voor één aantrekkelijk stadsdeelcentrum in de stadszone met bovenlokale aantrekkingskracht. Eén aantrekkelijk stadsdeelcentrum kan versterkt worden met de aanwezigheid van voorzieningen zoals een bioscoop, horeca, theater of zorg-/ maatschappelijke voorzieningen. Amsterdam heeft daarom een positieve grondhouding voor doorontwikkeling en/of opschaling van één van de bestaande grootste stadsdeelcentra (Osdorpplein, Boven t Y en Voorbeelden van inspanningen vanuit de Amsterdamse Poort“®) tot een bijzonder centrum met regionale gemeente ter versterking van aantrekkingskracht. Er is onvoldoende marktruimte om alle drie raasden centre Ee et afgeven van stadsdeelcentra uit te laten groeien tot winkelcentra die op (omgevings)vergunningen voor termijn ook interessant zijn voor regiobezoekers.* verbouwingen van winkelpanden . extra acties voor het winkelgebied De (opvolger van de) bestuurscommissies van de stadsdelen gemaand) Pe van de kunnen het college van ben w een voorstel doen aan het college . ondersteuning van een retailloods voor het toekennen van de beleidsmatige status van bijzonder bij vestiging van interessante centrum met regionale aantrekkingskracht. Op basis van een retailers in de stadsdeelcenta. aantal criteria besluit het college van ben w of deze status toegekend wordt. In ieder geval worden de volgende elementen spelen daarin meegenomen: " een centrale ligging in de metropoolregio, met een ultieme en multimodale bereikbaarheid; "een groot verzorgingsbereik en draagvlak; "een dynamisch marktgebied, concentratie en groei van (internationale) inwoners, toerisme en werkgelegenheid; = aansluiting bij de wensen van de (internationale) retailers en potenties die in de winkelgebied zelf; = besloten ligging (mede op grond van huidige omvang, functie, bereikbaarheid en fysieke vitbreidingsmogelijkheden); =__investeringsbereidheid van alle partijen, vooral de pandeigenaren. = het ontwikkeltempo en innovatiekracht van vergelijkbare centra in de regio. Versterken van stadsdeelcentra Amsterdam staat positief tegenover initiatieven ter verbetering van alle stadsdeelcentra. Naast opschaling naar een bijzonder centrum zijn twee andere richtingen denkbaar voor vernieuwing: de winkelcentra kunnen inzetten op het versterken van het winkelcentrum als stadsdeelcentrum. Dit kan bijvoorbeeld gerealiseerd worden door vestiging van nieuwe interessante retailers, horeca of culturele, maatschappelijke voorzieningen die bezoekers uit het hele stadsdeel trekken. De tweede koers die de stadsdeelcentra kunnen varen is afschaling naar een aantrekkelijk, groter wijkwinkelcentrum. Bij een groot wijkcentrum is er ruim aanbod van supermarkten (zie een 8 pit winkelgebied wordt geprofileerd als ‘Arena Poort’. Beleidsmatig is er onderscheid tussen het winkelgebied Amsterdamse Poort dat bestaat uit reguliere detailhandel. Het Arena-gebied is een PDV- en GDV-locatie. Omdat er beleidsmatig een onderscheid is, wordt in dit beleid onderscheid gemaakt tussen Amsterdamse Poort en de Arenaboulevard. # Dit blijkt vit meerdere gesprekken die vanuit de gemeente zijn gevoerd met vastgoed- en retailpartijen. 36 Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: 26 oktober 2017 sterke winkelgebieden in een groeiende stad toelichting op de verschillende type winkelgebieden in bijlage II), aanvullende winkels en dienstverleners, enige ondersteunende horeca. Afhankelijk van de visie van de betrokken pandeigenaren in het winkelgebied, is vestiging van grotere supermarkten in dit soort winkelgebieden denkbaar. Ook kunnen deze winkelgebieden interessant zijn als alternatieve vestigingsplek voor woonwinkels en doe-het-zelf-winkels. In de toekomst is het denkbaar dat winkeliers in niet goed functionerende perifeer gelegen detailhandelslocaties zoals meubelbovlevards, worden benaderd om zich te vestigen in een kansrijk stadsdeelcentrum.”® 3.7-7 Mogelijkheden voor winkelen in ontwikkelgebieden bespreekbaar onder voorwaarden Verder zijn er ontwikkelgebieden in de stadszone zoals de noordelijke IJ-oevers met de NDSM- werf, het Hamerstraatgebied en de Zuidas waar ‘muziek! in zit als hier op termijn meer winkels dan alleen voor de dagelijkse benodigdheden komen. Het zijn gebieden die door een gestuurde ontwikkeling in opkomst zijn en nu al kunnen rekenen op meer bewoners én bezoekers. Nieuwe winkelgebieden met niet-dagelijks aanbod in straten waarbij allerlei soorten winkels een bonte schakering vormen met andere functies zoals werk, vrijetijd en cultuur zouden hier op zich passend kunnen zijn. Dit is bespreekbaar onder de voorwaarde dat het bestaande hoofdwinkelcentrum eerst zichtbare stappen heeft gezet om een toekomstbestendige positie te krijgen. Met zichtbare stappen worden drie elementen in de fasering van een project bedoeld: vergaande planvorming, uitvoering of realisatie. Vergaande planvorming betreft een project- of investeringsbesluit, realisatieovereenkomsten met projectontwikkelaars, een toegekende omgevingsvergunning of bestemmingsplanwijziging met betrekking tot het gehele projectgebied of een omvangrijk project binnen het projectgebied. Verder is natuurlijk van belang dat er sprake is van toename van het aantal bewoners. Anders is er geen voldoende draagvlak voor de extra winkelmeters. Als nu al wordt gekozen voor ruime vitbreidingsmogelijkheden in deze gebieden, is de verwachting dat de investeringsbereidheid in de stadsdeelcentra achter blijft en het probleem met leegstand en verschraling niet opgelost wordt. 3.7.8 Experimenteren met mengformules in freezone Mogelijkheden worden geboden voor vernieuwing in het productaanbod en initiatieven in de openbare ruimte via een experiment met mengformules in de freezone op het Osdorpplein (tot juni 2018). Zie hiervoor meer in het volgende hoofdstuk. *® Hiermee geeft Amsterdam een vertaling aan het speerpunt ‘Nieuw voor Oud!’ vit het regionaal detailhandelsbeleid van de Stadsregio (2016). Amsterdam ziet mogelijkheden voor nieuwe detailhandel in groei- en transformatiegebieden, maar heeft tegelijk ook oog voor minder kansrijke locaties door daar mee te werken aan verkleuring waardoor het aandeel van de functie detailhandel verkleint. Uitruil van ‘oude’ voor ‘nieuwe’ meters is een uitgangspunt, dat tijdig en daarmee voorzienbaar in de planvorming wordt opgenomen. De uitruil hoeft echter niet gelijk op te gaan, noch in tijd noch in winkelmeters. 37 Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: 26 oktober 2017 sterke winkelgebieden in een groeiende stad 4 Algemene beleidsregels voor sterke winkelgebieden Naast gebiedsgericht beleid gelden er algemene beleidsregels voor alle winkelgebieden. In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van deze algemene beleidsregels die gelden voor zowel winkelgebieden met dagelijkse boodschappen als winkelgebieden voor niet-dagelijkse boodschappen. 4-1 Meer diversiteit in het winkelaanbod De diversiteit van het winkelaanbod staat onder druk in diverse winkelgebieden in de binnenstad, zoals beschreven in hoofdstuk 2 (trends en ontwikkeling) en 3 (visie op detailhandel voor in de kernzone). Zoals al gesteld, is actie ondernemen voor een gevarieerder winkelaanbod per winkelstraat een kwestie van maatwerk. Het opstellen van een gezamenlijke visie van vastgoedpartijen, ondernemers en de gemeente voor het winkelgebied is een behulpzaam vertrekpunt. Om de diversiteit van het winkelaanbod te stimuleren in de winkelstraat is er een pakket aan maatregelen uitgewerkt,” waarvan een aantal is opgenomen in bijlage |. Aanvullend op de verzamelde sturingsmogelijkheden voor een gevarieerd winkelaanbod, onderzoekt Amsterdam de toepassingsmogelijkheden van juridisch-planologische instrumenten. Opgedane ervaringen in pilotgebieden in de binnenstad®* kunnen (op termijn) dienen als inspiratie voor andere gebieden in de stad. 4.2 Geen losstaande winkels, maar clustering van winkels Winkels in Amsterdam worden geclusterd in winkelgebieden. Amsterdam staat de vestiging van nieuwe winkelfuncties buiten de winkelgebieden in principe niet toe®* met het verlenen van een omgevingsvergunning. Een vergunning wordt ook niet verleend voor uitbreiding van bestaande losstaande winkels of winkels naast solitaire winkels. Deze spelregels gelden om verschillende redenen. In de eerste plaats heeft clustering van winkels voordelen voor ondernemers én consumenten: alle benodigde boodschappen zijn vlakbij elkaar Sturen op een divers winkelgebied: bevindingen bestuursopdracht Diversiteit winkel- en voorzieningenaanbod’, februari 2017 * Vanaf 2017 zijn de betrokken partijen in een drietal (winkelstraten aan de slag gegaan met een maatwerk- aanpak voor een diverser winkelaanbod. Daarnaast heeft de gemeenteraad een voorbereidingsbesluit genomen voor divers winkel- en voorzieningenaanbod in stadsdeel Centrum. Deze is van kracht vanaf 6 oktober 2017 en is vooruitlopend op het nieuw op te stellen bestemmingsplan. In het postcodegebied 1012 en circa 40 winkelstraten die aan het gebied grenzen geldt een verbod voor nieuwe winkels waarvan het aanbod alleen op toeristen is gericht. Nieuwe winkels die eten verkopen dat wordt meegegeven om direct te consumeren zijn met het voorbereidingsbesluvit ook niet meer toegestaan. Met het van kracht worden van het voorbereidingsbesluit zijn mengformules in nieuwe winkels met een voedselwarenassortiment niet langer meer toegestaan. ® Deze beleidsregel is eveneens opgenomen in het Regionaal detailhandelsbeleid Stadsregio Amsterdam2016- 2020, Stadsregio, 15 maart 2016. Hiermee wordt ingezet op een stevige en overzichtelijke detailhandelsstructuur, zoals het regionaal detailhandelsbeleid Amsterdam voorschrijft: Regionaal detailhandelsbeleid Stadsregio Amsterdam2016-2020, Stadsregio, 15 maart 2016 38 Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: 26 oktober 2017 sterke winkelgebieden in een groeiende stad verkrijgbaar. In de tweede plaats profiteren ondernemers in winkelconcentraties van elkaars bezoekersstromen. Verder is het voor de overheid efficiënter en duurzamer om een concentratie van winkels te faciliteren met bijvoorbeeld laad- en losplekken voor bevoorrading, voorzieningen voor fietsen, et cetera. Het clusteren van detailhandel, en daarmee efficiëntere bevoorrading, draagt indirect bij aan de ambities van Amsterdam voor een schonere luchtkwaliteit. Bestaande solitaire winkels in woonbuurten hoeven bij een actualisatie van een bestemmingsplan niet geschrapt te worden uit het bestemmingsplan. Zo lang een winkelier op die plek wil blijven ondernemen, kan die winkel daar blijven. Mocht de pandeigenaar toch een andere invulling willen geven aan het pand, dan gelden de spelregels zoals vitgewerkt in 4.9. Drie uitzonderingen op clusteringsvereiste Er zijn drie uitzonderingen op de regel dat detailhandel wordt geclusterd: 1. Nieuwe kleinschalige winkels (kleiner dan circa 300 m° winkelvloeroppervlak) mogen zich vestigen in bedrijfspanden in nader aan te wijzen winkelkwartieren (zie paragraaf 4.10: kleinschalige winkels in een winkelkwartier); 2. De vestiging van een solitaire convenience supermarkt (dat is maximaal 300 m? winkelvloeroppervlak), oftewel een gemakssupermarkt, is mogelijk wanneer er binnen een straal van 750 meter loopafstand van de bewoning geen supermarkt aanwezig is. Zie 4-3. 3. Ondergeschikte detailhandel binnen een andere functie zijnde een ambachtelijk bedrijf, consumenten dienstverlening, alcoholvrije horeca®* of cultuurinstelling is wél “mogelijk buiten de winkelgebieden. Detailhandel is ondergeschikt wanneer maximaal 20% (met een plafond van 5o m°) van het bruto vloeroppervlakte van het bedrijfspand, horecaruimte, kantoor of de cultuurinstelling bestaat vit winkelruimte. Verder geldt de regel dat de exploitant van de ondergeschikte detailhandel dezelfde exploitant is als die van de hoofdfunctie, waardoor de ondergeschikte detailhandel in het verlengde ligt van de hoofdfunctie. 4.3 Selectieve groei winkel(meter)s ter voorkoming van winkelleegstand Amsterdam gaat de komende jaren flink groeien. Nieuwe woningbouw in ontwikkelgebieden®® bieden kansen voor bestaande winkelgebieden. Met een potentieel aan nieuwe consumenten, kan een winkelgebied economisch sterker worden. In sommige gebieden waar de komende jaren woningbouw wordt gerealiseerd, zijn ook nieuwe winkels nodig waar bewoners onder meer de dagelijkse boodschappen kunnen doen. Het toevoegen van (nieuwe) detailhandel is alleen toegestaan als er een flink aantal woningen worden bijgebouwd. De ruimte voor winkels in ontwikkelgebieden hangt af van het aantal nieuwe bewoners. Amsterdam wil namelijk geen winkels bouwen die uiteindelijk leeg komen te staan. De supermarkt is een belangrijke trekker van consumenten naar boodschappencentra. De aanwezigheid van een supermarkt is daarom cruciaal in of nabij winkelcentra. We hanteren verschillende regels voor vestiging van nieuwe (grootschalige) supermarkten, uitbreiding en differentiatie van supermarkten. De regels met betrekking tot een nieuwe supermarkt zijn: $ Alcoholvrije horeca betreft horeca waar geen Drank en Horecawet-vergunning voor nodig is. S Er is niet direct sprake van een overtreding als naast het toegestane gebruik ook andere activiteiten worden uitgeoefend: al heel lang wordt in de jurisprudentie geaccepteerd dat incidentele of ondergeschikte activiteiten zijn toegestaan, zolang dat geen afbreuk doet aan het hoofdgebruik. 5 Het betreft hier ontwikkelgebieden in lopende gebiedsontwikkeling en versnellingslocaties zoals vastgesteld in Koers 2025: Ruimte voor de stad (2016), dan wel nog door het college van B &W aan te wijzen gebieden voor woningbouw (bijvoorbeeld de nadere gebiedsuitwerkingen vit Koers 2025). 39 Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: 26 oktober 2017 sterke winkelgebieden in een groeiende stad a) Vestiging van (grootschalige) supermarkten buiten de bestaande (of toekomstige) winkelgebieden is niet toegestaan. Deze initiatieven worden afgewezen, omdat ze strijdig zijn met de beleidsregel dat winkels geclusterd zijn (zie 4.2). b) Kleine solitaire gemakssupermarkten: wanneer blijkt dat er door woningbouw of transformatie ruimte behoefte is aan dagelijkse detailhandel, maar er in een straal van 750 meter loopafstand geen supermarkt aanwezig is, dan is de vestiging van een kleine nieuwe solitaire gemakssupermarkt mogelijk. c) Tijdelijke supermarkt: bij voldoende woningen in een nieuwe woonwijk, kan er sprake zijn van voldoende draagvlak voor een nieuw winkelcentrum. Het kan echter niet rendabel zijn om direct een nieuw volledig winkelcentrum te realiseren, omdat in het begin nog te weinig mensen wonen. Maar ook deze mensen hebben toegang tot dagelijkse artikelen nodig. Daarom is het mogelijk in ontwikkelgebieden om eerst een tijdelijke winkelvoorziening te laten vestigen met een tijdelijke omgevingsvergunning. Dit kan bijvoorbeeld een tijdelijke kleine supermarkt al dan niet in een tijdelijk bouwwerk. Tijdelijke detailhandel kan ook vergund worden in de vorm van staanplaatsen op straat of kiosken. Om de ruimte voor detailhandel te bepalen in plannen waar woningen zy gebouwd worden, kan het afwegingskader op de volgende pagina gebruikt Zi worden. Z 40 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 Afwegingskader voor toevoeging van een supermarkt In bijlage Ill is een checklist opgenomen voor alle type initiatieven. Kleine groei Middelmatige groei Hoge groei Minder dan 1,500 nieuwe woningen Tussen 1.500 en 4.000 nieuwe wo- Meer dan 4.000 nieuwe woningen dan wel 3.000 nieuwe bewoners ningen dan wel 3.000 — 8.000 nieuwe dan wel meer dan 8.000 bewoners bewoners m_Tot 10.000 bewoners: ruimte Is a op mnd, dan 750 À er op we 750 meter vaarleenbuurtcentrim' meter loopafstand een ae oopa paed één o meerdere m_ bij meer dan 10.000 supermarkt (groter led m: zn eee de a bewonererruimte vooreen w.v.o.) aanwezig? agelijkse boodschappen? wijkwinkelcentrum Goede plekken daarvoor zijn: potentiële stadsstraten Maak wel een analyse van de Nee? Cr winkelplannen in omgeving om Gemakssupermarkt de ele overaanbod te voorkomen. ageren NAE TTE iS el ase van gebiedsontwikkeling: m _Beginfase: een gemaks- supermarkt (max. 300 m? 5 w.v.o.) mogelijk, al dan hak niet op een tijdelijke plek pan klade B Eindfase: één nieuwe en ed) ” MEN: pn npe Is ei ellela REE: mogelijk (tenzij ENEN (gebruik de leidraad)? Of zijn er al vastgelegd in ETA plannen om dit Klaske besluiten) Ee toekomstbestendig te maken? functies. Potentieel geschikte plekken: B (potentiële) stadsstraten, B_nabij openbaar vervoerknooppunt, Cd B _andere clusters van Onderzoek of de ondernemers publieke voorzieningen of Ek verplaatst kunnen worden naar bedrijven, Kies dan voor versterking van dit een nieuwe/betere locatie, waar- m_hoekpanden of pleinen. lied eh mee het bestaande niet-kansrijke winkelgebied getransformeerd kan worden. Uitgangspunt is dat én-én niet toegestaan is. Net, Uitzondering: EEN EA ligt het winkelgebied in aansluiting op een (nieuwe) stadsstraat die Batse Ata NE 0 Te (2 naar de kernzone of centrumzone toegaat? stadsstraat. De hoeveelheid en type is maatwerk. Andere, niet- dagelijkse detailhandel mag zich verspreid over de stadsstraat Nee? vestigen. Geen nieuwe supermarkt toegestaan. Er is geen afwegingskader voor niet-dagelijks aanbod in ontwikkelgebieden omdat het maatwerk is om te bepalen hoeveel niet-dagelijks aanbod kan komen in een ontwikkelgebied. In veel gevallen kan de motivering gevonden worden in toegenomen draagvlak, dus het aantal bewoners die boodschappen komen doen. Echter, de ene winkel is de andere niet. Een grote elektronicawinkel van 4.000 m° heeft een groter verzorgingsgebied dan een kleine sieradenwinkel. 41 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 4.4 Winkelvernieuwing in winkelgebieden met toekomstperspectief Kleinere winkelgebieden voor dagelijkse boodschappen functioneren in economisch opzicht vaak slechter dan grotere winkelgebieden, blijkt uit de (verdiepende) analyses (zie hoofdstuk 2 en bijlage IV). De consument kan in kleine winkelgebieden vaak niet alle boodschappen in één keer halen. Omdat de consument steeds meer gemak wil en in één keer alle benodigdheden in huis wil halen, is de verwachting dat de meeste kleinere winkelgebieden het in de toekomst alleen nog maar moeilijker krijgen. Om deze reden wil Amsterdam alleen nog nieuwe winkels of uitbreiding toestaan in winkelgebieden die toekomstperspectief hebben, de kansrijke winkelgebieden. Dit doet Amsterdam door bijvoorbeeld het verlenen van een (omgevings)vergunning voor vitbreiding van winkeloppervlaktes. Wanneer is een winkelgebied (in potentie) toekomstbestendig, c.q. kansrijk? Een winkelgebied kan een positieve impuls krijgen wanneer er ruimte is voor een nieuwe winkel of vernieuwing en/of uitbreiding van bestaande winkels. Het versterken van een winkelgebied met een omgevingsvergunning voor een uitbreiding van winkel(oppervlakte)s, heeft vooral zin als het winkelgebied toekomstperspectief heeft. Als er geen sprake is van een kansrijk winkelgebied, dan is de kans groot dat de winkels in dit niet-kansrijke winkelgebied op termijn weer leeg komen te staan, terwijl we de leegstand laag willen houden. Hierna volgt een leidraad op basis waarvan beoordeeld kan worden hoeverre een winkelgebied nu of in de toekomst perspectief heeft.” Hoe meer onderstaande elementen in een winkelgebied aanwezig zijn, hoe beter de papieren zijn voor een goed functioneren van het winkelgebied. De leidraad kan ook gebruikt worden om te bepalen waar binnen een stadsstraat een clusterpunt van detailhandel zich bevindt of moet landen (zie verderop onder 4.6 over winkels in stadsstraten). Welke ruimte is er voor winkelinitiatieven in winkelgebieden met toekomstperspectief? Voor winkelinitiatieven in een winkelgebied hanteren we de volgende spelregels: = Heeft het winkelgebied toekomstperspectief? Dan geldt er een ‘ja, mits’ voor (aanvragen voor een omgevingsvergunning voor) planinitiatieven voor uitbreiding van winkels. Het kan gaan om een aanvraag voor extra oppervlakte en/of het toevoegen van detailhandel op een pand waar detailhandel niet mogelijk is in kansrijke centra. Om te toetsen of hier aan wordt voldaan, gebruik de onderstaande leidraad en het afwegingskader voor nieuwe supermarkten of uitbreiding van supermarkten in 4.3 en 4.5. " _Isergeentoekomstperspectief voor een winkelgebied? Dan geldt een ‘nee’ voor (aanvragen voor omgevingsvergunningen voor) planinitiatieven voor uitbreiding van winkels. Het kan gaan om een aanvraag voor extra oppervlakte en/of toevoegen detailhandel op een pand zonder bestemming detailhandel. ” Eris in deze detailhandelsnota niet gekozen voor het bepalen van de kansrijkheid van elk winkelgebied in Amsterdam anno 2018. De reden is dat de manier van winkelen snel kan veranderen, waardoor een lijst met toekomstbestendige winkelgebieden op moment van publicatie alweer achterhaald kan zijn. Het opnemen van een lijst met toekomstbestendige winkelgebieden in deze nota, leidt er namelijk toe dat deze in beton is gegoten en niet meer in kan spelen op toekomstige ontwikkelingen. De kansrijkheid, die in voorliggende nota aan een winkelgebied zou zijn toegekend, kan door veranderd consumentengedrag over bijvoorbeeld een jaar totaal zijn uitgehold. Andersom kan het zo zijn dat een minder kansrijk winkelgebied nú door ontwikkelingen (die nu nog onbekend zijn) straks een kansrijk gebied blijkt te zijn. Om deze redenen is er gekozen voor het opnemen van een leidraad op basis waarvan op ieder moment beoordeeld kan worden of het winkelgebied toekomstbestendig is. 42 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 "Inde kernzone selectief ruimte voor uitbreiding van detailhandel, zoals al aan de orde kwam in 3.4.4. Is er geen sprake van een kansrijk winkelgebied? Dan zijn er transformatiemogelijkheden, oftewel de winkel kan omgezet worden naar een andere functie. Zie meer over deze mogelijkheden voor het omzetten van winkels in paragraaf 4.9. Tabel: Leidraad ‘is het winkelgebied toekomstbestendig c.q. kansrijk?’ zi Kernzone & B Het winkelgebied heeft een minimale omvang van 2.500 m? winkelvloeroppervlak en) W centrumzone B Minimaal twee supermarkten (waarvan minimaal één > 800 m?) of één grote supermarkt (> 1.200 Z m?) Ww B Het winkelgebied heeft een verzorgingsgebied van circa 10.000 inwoners. es B Naast de supermarkt(en) is er een mix van winkels met dagelijks aanbod passend bij de wijk, aangevuld met voldoende diverse aanbod met andere functies zoals: - koffiezaken en lunchrooms die overdag open zijn - dienstverlening zoals kappers en fietsenmakers - maatschappelijke voorzieningen zoals een fysiotherapeut, buurthuis of bibliotheek. B De winkelfunctie is het meest dominant aanwezig in het winkelgebied. B De opzet van het winkelcentrum is bij voorkeur compact en overzichtelijk. B De winkelomgeving is functioneel comfortabel, dus schoon, heel en veilig, goed bereikbaar en toegankelijk. B De leegstand van winkels is structureel (dat is langer dan één jaar) op of rond frictieniveau (dat is minder dan 5%) en de verwachting is dat de leegstand stabiel blijft. B De ondernemers en/of pandeigenaren zijn georganiseerd in een vereniging, BIZ of VvE. Er is sprake van bereidheid bij pandeigenaren, winkeliers en gemeente tot - indien noodzakelijk - investeren, het ontplooien van (placemaking) activiteiten en/of het huurmodel aan te passen. 'Stadszone ________W Een minimale omvang van 2.500 m? winkelvloeroppervlak B Minimaal twee supermarkten (waarvan minimaal één groter is dan 1.000 m?) of één grote WW supermarkt (dat is groter dan 1.500 m?). B Het winkelgebied heeft een verzorgingsgebied van circa 10.000 - 15.000 inwoners . B Naast de supermarkt(en) is er een mix van winkels met dagelijks aanbod passend bij de wijk, aangevuld met voldoende divers aanbod met andere functies zoals: - koffiezaken en lunchrooms die overdag open zijn - dienstverlening zoals kappers en fietsenmakers - maatschappelijke voorzieningen zoals een fysiotherapeut, buurthuis of bibliotheek. B De winkelfunctie is het meest dominant aanwezig in het winkelgebied. B De opzet van het winkelcentrum is compact en overzichtelijk. B De winkelomgeving is functioneel comfortabel dus schoon, heel en veilig, goed bereikbaar en toegankelijk, voldoende parkeergelegenheid zoals beschreven in de Nota Parkeernormen Auto. B De leegstand is structureel (langer dan één jaar) op of rond frictieniveau (kleiner dan 6%) en de verwachting is dat de leegstand stabiel blijft. B De ondernemers en/of eigenaren zijn georganiseerd in een vereniging, BIZ of VvE. Er is sprake van bereidheid bij pandeigenaren, winkeliers en gemeente tot - indien noodzakelijk - investeren, het ontplooien van (place making) activiteiten en/of het huurmodel aan te passen. Centrumzone B Het streven naar een concentratie van niet-dagelijks aanbod in grotere centra (die zijn groter dan & stadszone 7.500 m? winkelvloeroppervlakte), waarbij in: B winkelcentra kleiner dan 10.000 m? winkelvloeroppervlakte meerdere supermarkten, een klein A warenhuis en enig mode-aanbod verwacht wordt. WW B winkelcentra groter dan 10.000 m? winkelvloeroppervlakte meerdere grote supermarkten, één of twee warenhuizen, breed aanbod in mode, bekende formules en een grotere functiemix verwacht wordt. Er is een strategische verdeling van publiekstrekkers, een aantrekkelijk verblijfsklimaat en professioneel beheer. Legenda: WW Winkelgebied voor dagelijkse w Winkelgebied voor niet-dagelijkse es boodschappen boodschappen 43 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 Checklist: is een winkelinitiatief wenselijk op een specifieke plek? Als het winkelgebied inderdaad kansrijk wordt bevonden voor een eventuele uitbreiding van detailhandel, dan kan de aanvrager aan de slag met een aanvraag voor een omgevingsvergunning. In bijlage Ill is een checklist opgenomen die een Zy initiatiefnemer dient te doorlopen bij het indienen van een (omgevings)vergunningaanvraag. Welke informatie de gemeente Amsterdam wil ontvangen is daar ook aangegeven. Met deze informatie kan een medewerker van de gemeente beoordelen of een plan voor een winkelinitiatief wenselijk of mogelijk is op een specifieke plek. Afweging van belangen van bewoners in winkelplannen Amsterdam vindt het belangrijk dat de initiatiefnemer de belangen van de buurt betrekt in het plan. Zo dient de initiatiefnemer aan te geven op welke wijze tegemoet wordt getreden aan de behoeftes van omwonenden. Omdat grote winkels een grotere impact kunnen hebben op de omgeving, is het betrekken van bewoners verplicht bij winkelplannen groter dan 1.500 m° w.v.o. Bij winkelplannen gelegen in de Amsterdamse binnenstad, Amsterdamse Poort en Boven ‘t Y (Buikslotermeerplein) geldt hiervoor een minimumomvang van 3.000 mé. 4.5 Vernieuwing of uitbreiding voor supermarkten De supermarkt is een belangrijke trekker van consumenten naar boodschappencentra. De aanwezigheid van een supermarkt is daarom cruciaal in of nabij winkelcentra. We hanteren verschillende regels voor vestiging van nieuwe (grootschalige) supermarkten, uitbreiding en differentiatie van supermarkten. De regels met betrekking tot een nieuwe supermarkt zijn te lezen in 4.3: selectieve groei winkel(meter)s ter voorkoming van winkelleegstand. Hieronder volgen de regels met betrekking tot uitbreiding. Uitbreiding van supermarkten in een winkelgebied is mogelijk in bestaande kansrijke winkelgebieden: de supermarktbranche moet de gelegenheid krijgen om meer differentiatie door te voeren om toekomstbestendig te blijven. Denk bijvoorbeeld aan grotere, meer onderscheidende supermarktconcepten (‘verstheaters’) of gemakssupermarkten, gericht op de snelle boodschap. De benodigde uitbreiding kan beperkt of groot zijn. De schaalsprong van de supermarkt en daarmee het winkelgebied moet aantoonbaar passen op de specifieke locatie. Beperkte uitbreiding van bestaande supermarkten (dat is maximaal een toename van 30% van het winkelvloeroppervlak) is toegestaan, als: "dit leidt tot versterking van het winkelgebied en/of een aanzienlijke verbetering van het woon- en leefklimaat (doorloop de checklist in bijlage III); "en/of als het draagvlak toeneemt, wat een groei van het aantal bewoners dat boodschappen komt doen inhoudt (zie paragraaf 4.3: selectieve groei winkel(meter)s ter voorkoming van winkelleegstand). bh Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 Grote uitbreiding (dat is meer dan 30% toename van het winkelvloeroppervlak) van bestaande supermarkten ín het kansrijke winkelgebied is toegestaan als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: * uit het afwegingskader in paragraaf 4.3 of een distributieve analyse®“blijkt dat het draagvlak voldoende toegenomen is; = _ergeen sprake is van aantasting van de lokale en regionale winkelstructuur; " hetleidttoteen versterking van het winkelgebied en/of woon- en leefklimaat. De uitkomst van de vragen hierover in de checklist in bijlage III zijn dus positief. Waar let de gemeente ruimtelijk op bij aanvragen voor uitbreiding van supermarkten? zi Bij aanvragen voor uitbreidingen, of ze nu beperkt of groot zijn, wordt beoordeeld of de z zZd uitbreiding ruimtelijk inpasbaar is. Dat wil zeggen: _ "de voorzieningen in de openbare ruimte zijn toegerust voor frequent laden- en lossen. De bevoorrading van de supermarkt leidt dus niet tot substantiële overlast voor het woon- en leefklimaat; =de openbare ruimte biedt ruimte voor het parkeren van fietsen (en indien relevant auto's) en eventuele toestroom van verkeer; "de stoepen zijn breed genoeg voor intensief gebruik door bezoekers; "de uitbreiding van de supermarkt heeft geen negatief effect op de verkeers- en sociale veiligheid; =de supermarkt heeft een open uitstraling, dus geen afgesloten puien. 4.6 Winkels en winkelgebieden In (potentiële) stadsstraten De sfeer van het centrum van Amsterdam is steeds Wat zijn stadsstraten? meer buiten het centrum te vinden: er is een mix van Het onderzoeksrapport stadsstraten (2017) hillende functies: bevat de volgende definitie die in deze Vverschiende TUNCUÊS: VOOrzIEnIngen voor beleidsnota wordt gehanteerd : “straat met een bedrijvigheid, recreatie zoals kunst en cultuur, al dan belangrijke verblijfs- en economisch- niet met een stedelijke aantrekkingskracht. Deze sfeer | maatschappelijke functie op verschillende wordt ook wel ‘centrummilieu’ genoemd. Het uitrollen schaalniveaus met daarnaast een belangrijke n verkeersfunctie”.De stadsstraat heeft ten minste van het centrummilieu naar de centrumzone en de volgende karakteristieken: stadszone is een cruciaal onderdeel van de verbetering "Ligt altijd in intensief bebouwd gebied en ontwikkeling van stadsstraten en —-pleinen. *_Heeft verblijfs- én verkeersfunctie(s) = __ Ligt in verkeersnetwerken: fiets, OV, a. . auto Stadsstraten zijn in het algemeen de ruimere, drukkere = Bevat tal van voorzieningen straten in of tussen buurten. Het zijn de stedelijke =_srelatief druk openbare ontmoetings- en vitwisselingsruimtes bij *_ls doorgaans brede(re) en lange(re) itstek. Ze hebben vaak een belangrijk eraan uitstek. Ze hebben vaak een belangrijke «Is bekende(re) straat’ verkeersgeleidende en een winkel- of horecafunctie. = _ Bevat grote(re), hoge(re), Potentiële hoogstedelijke gebieden gaan door representatieve(re) gebouwen 5 Distributieplanologisch onderzoek: een analyse van de marktruimte voor en de effecten van de toevoeging van de supermarkt op het bestaande winkelaanbod. Kort gezegd ook wel ‘DPO’, 45 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 stadsstraten en -pleinen definitief deel vitmaken van het centrum. Verschillende milieus binnen het centrum zoals de Zuidas en de Pijp worden op een natuurlijke manier met elkaar verbonden. Nieuwere uitbreidingsgebieden worden door stadsstraten en -pleinen aan ‘de stad’ gekoppeld”? Voor winkels c.q. winkelgebieden in stadsstraten hanteert Amsterdam de volgende beleidsregels: " Bestaande winkelgebieden versterken heeft prioriteit boven het realiseren van nieuwe winkelgebieden in de stadsstraten: er is niet genoeg economisch draagvlak om bestaande winkelgebieden economisch gezond te houden én ruimte te bieden voor ontwikkeling van nieuwe detailhandel in zo’n potentiële of bestaande stadsstraat. Om deze reden is vanuit het detailhandelsperspectief het uitgangspunt dat bestaande kansrijke winkelgebieden eerst worden versterkt. = __ Winkels in stadsstraten hebben een blik naar buiten: in stadsstraten waar gewerkt wordt aan het mengen van verschillende voorzieningen, is in het geval van vestiging van winkels een blik naar buiten belangrijk. Amsterdam wil geen overdekte winkelcentra in zulke straten, waar winkels aan de binnenkant gesitveerd zijn. Een open uitstraling van winkels draagt namelijk bij aan een levendige stad en biedt meer flexibiliteit voor de toekomst. Indien de populariteit van een winkelgebied afneemt is bij een overdekt of naar binnen gekeerd winkelcentrum invulling met andere functies zoals bedrijven en kantoren minder makkelijk. Voor winkels in de stadsstraten gelden verder de volgende richtlijnen in de verschillende zones. = _ Boodschappen doen in een cluster van detailhandel: bij de ontwikkeling tot een stadsstraat WEE moet detailhandel voor dagelijkse boodschappen geclusterd worden. Verspreide winkels ee met dagelijkse boodschappen zonder een duidelijk begin en einde over een hele stadsstraat is niet wenselijk. Voor de consument is het namelijk gemakkelijker om boodschappen te doen in een ‘boodschappencluster’. De winkels in dagelijkse artikelen zijn dan ook in een stadsstraat geclusterd rondom de supermarkt(en). Bovendien kan een cluster van detailhandel gemakkelijker gefaciliteerd worden met onder andere plaatsen voor bevoorrading. Bij het clusterpunt van detailhandel voert de winkelbestemming de boventoon. Dit kan bereikt worden door alleen detailhandel en consumentverzorgende dienstverlening toe te staan én minimaal één grote supermarktbestemming of twee middelgrote supermarktbestemmingen vast te leggen in het bestemmingsplan. In het geval van een lange stadsstraat, zijn er mogelijk meerdere clusterpunten nodig. Uiteraard moet ook een bestaand winkelgebied buiten de stadsstraat worden betrokken bij het aanwijzen van clusterpunten. De hoeveelheid en het type detailhandel is maatwerk en onder andere afhankelijk van de omvang woningbouw, de bestaande kansrijke winkelgebieden in de omgeving en het verwachte druktebeeld zoals andere doelgroepen naast bewoners zoals werkenden, studenten, dagjesmensen en toeristen. De afstand tussen de clusterpunten is een radius van ongeveer 750 meter. Dit betekent dat supermarkten die niet in, maar wel nabij een stadsstraat zijn gelegen, ook worden meegewogen in de positionering van het clusterpunt. 59 Structuurvisie: Amsterdam 2040: economisch sterk en duurzaam, gemeente Amsterdam, 2011 46 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 n Kleine winkels buiten het boodschappencluster in stadsstraten: buiten de clusterpunten ni van dagelijkse detailhandel in een stadsstraat staan we een brede functiemix toe voor met name andere economische functies. Buiten de winkelclusters zijn we terughoudend in het toestaan van (schaal)vergroting van winkels. Niche-aanbod mag bij uitstek hier behouden blijven of landen door vast te houden aan kleine units van bijvoorbeeld 250-300 m° winkelvloeroppervlak) en schaalverkleining toe te staan. Dit kan worden bereikt door in het bestemmingsplan de winkelbestemming onderdeel te maken van een brede gemengde bestemming. De winkelfunctie hoeft in dit deel van de stadsstraat niet de boventoon te voeren. Met de gemengde bestemming in het bestemmingsplan kunnen we veranderende marktontwikkelingen de ruimte geven. Omzetting van panden met de bestemming detailhandel naar een woonbestemming is in deze straten niet wenselijk omdat we in de stadsstraten juist levendige functies willen behouden. zy Om te bepalen waar het beperkte cluster van detailhandel is, gelden de criteria voor kansrijke wijkverzorgende winkelgebieden (zie kader onder 4.4: winkelvernieuwing in winkelgebieden met toekomstperspectief). Het versterken van het winkelaanbod in bestaande winkelgebieden, heeft de voorkeur boven het creëren van nieuwe detailhandel in bestaande of potentiële stadsstraten. Bij lange stadsstraten kunnen het twee of meer clusters van detailhandel zijn. Stadszone In de stadszone gelden de volgende aanvullende bepalingen: = Nieuwe winkels in een bestaande stadsstraat zijn mogelijk wanneer een bestaand winkelgebied (vrijwel) aansluitend is op de stadsstraat en de stadsstraat een belangrijke verbindingsfunctie of een langzaam verkeersfunctie heeft naar de centrumzone. Bijvoorbeeld de Jan Evertsenstraat, Lelylaan/Schipluidenlaan. = Erzijn mogelijkheden voor nieuwe winkels in een potentiële stadsstraat bij voldoende verdichting, dus extra woningbouw. Zie hierover meer in het afwegingskader onder paragraaf 4.3: selectieve groei winkel(meter)s ter voorkoming van winkelleegstand. 4.7 Ruimte voor horeca en mengformules in winkelgebieden De rol van de horeca in winkelgebieden wordt steeds belangrijker. Winkelgebieden voor dagelijkse boodschappen worden sterker en aantrekkelijker met de aanwezigheid van een paar, kleinere horecazaken die overdag open zijn. Winkelgebieden waar de consument voor het plezier gaat shoppen, moeten méér bieden dan alleen winkels om bezoekers te trekken. Winkelen wordt steeds namelijk meer afgewisseld met bezoek aan de horeca voor een kop koffie, lunch of een borrel. Een bezoek aan de horeca wordt ook wel gezien als hét nieuwe winkelen. In winkelgebieden met niet- dagelijkse boodschappen versterkt een goede mix van verschillende soorten horecabedrijven het winkelgebied. Afwegen wenselijkheid van horeca op basis van horecabeleid De wenselijkheid van horeca op een specifieke plek wordt afgewogen op basis van het horecabeleid. In het horecabeleid worden de mogelijkheden benoemd voor horeca in verschillende 47 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 gebieden in de stad zoals horecaconcentratiegebieden, gemengde gebieden (waaronder winkelgebieden) en horecaluwe woonbuurten. Regels voor mengformules De grenzen tussen winkels, horeca, consumentendienstverlening en distributie vervagen steeds meer, zoals al eerder is opgemerkt. In de huidige regelgeving zijn mengformules zonder exploitatievergunning mogelijk onder de volgende voorwaarden: . het horecadeel bevat maximaal 20% van het netto vloeroppervlak van de winkel met een maximum van 20 mé. . De horeca-activiteit wordt door dezelfde ondernemer geëxploiteerd; . De horeca-activiteit wordt alleen uitgeoefend gedurende de tijden dat de winkel geopend is; . er wordt geen alcohol geschonken (hiervoor is een drankvergunning nodig); . er wordt geen terras geëxploiteerd (hiervoor is een terrasvergunning nodig). Het kan zijn dat in sommige bestemmingsplannen nadere voorwaarden zijn opgenomen. Mengformules ín nieuwe winkels met een voedselwarenassortiment in Centrum De gemeenteraad een voorbereidingsbesluit®® genomen vooruitlopend op het nieuw op te stellen bestemmingsplan in het postcodegebied 1012 en circa 40 winkelstraten die aan het gebied grenzen. Daar geldt met ingang van 6 oktober 2017 een verbod voor nieuwe winkels waarvan het aanbod alleen op toeristen is gericht. Nieuwe winkels die eten verkopen dat wordt meegegeven om direct te consumeren zijn met het voorbereidingsbesluit ook niet meer toegestaan. Met het van kracht worden van het voorbereidingsbesluit zijn mengformules in nieuwe winkels met een voedselwarenassortiment niet langer meer toegestaan. Experimenten met het loslaten van regels voor mengformules Amsterdam wil een stad zijn waar nieuwe initiatieven zich kunnen ontwikkelen. Zoals in het vorige hoofdstuk aan de orde kwam, loopt er een proef in vijf winkelgebieden met mengformules. Zo is er een experiment in de Czaar Peterstraat, de Westerstraat en de freezones Rijnstraat, Osdorpplein en Jan Evertsenstraat. Tijdelijk gelden in die winkelgebieden er ruimere regels. Op basis van de resultaten wordt bekeken of de mengformules het functioneren als winkelgebied heeft verbeterd zonder afbreuk te doen aan de leefbaarheid en aantrekkelijkheid als winkelgebied. Na een evaluatie van de experimenten bepaalt de gemeente of de regels voor mengformules moeten worden aangepast. 4.8 Eén voldoende onderscheidend stadsdeelcentrum per stadsdeel Elke bewoner moet niet-dagelijkse inkopen kunnen doen in een groot hoofdwinkelcentrum, oftewel een stadsdeelcentrum, in zijn buurt. Hierdoor hoeven Amsterdammers niet altijd naar de binnenstad of verte reizen voor niet dagelijkse producten. In Amsterdam zijn er zeven van deze centra, namelijk: %° Voorbereidingsbesluit divers winkel- en voorzieningenaanbod stadsdeel Centrum is van kracht vanaf 6 oktober 2017. Dit besluit heeft betrekking op de kernzone en een deel van de centrumzone. 48 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 1. Kinkerstraat/De Hallen e.o. in West 2. Gelderlandplein in Zuid 3. Ferdinand Bolstraat e.o. in Zuid 4. Oostpoort e.o. in Oost 5. Boven ’tY in Noord 6. Osdorpplein e.o. in Nieuw-West 7. Amsterdamse Poort in Zuidoost. Het streven is om één stadsdeelcentrum per stadsdeel te hebben (in Zuid zijn dit er twee) dat voldoende onderscheidend is ten opzichte van de grotere wijkcentra, ten opzichte van elkaar en ten opzichte van de regiogemeenten. Een stadsdeelcentrum onderscheidt zich van een wijkcentrum in winkelaanbod, aanwezige andere voorzieningen zoals een bioscoop, theater of zorg-/ maatschappelijke voorzieningen, het verblijfsklimaat en/of uitstraling. 4.9 Het omzetten van winkelpanden naar ruimere en andere functies bij langdurige leegstand Kleinere winkelgebieden zijn kwetsbaar als winkelgebied, is geconstateerd. Er zijn kleinere winkelgebieden waar omwonenden niet meer regelmatig boodschappen doen. Om die reden wil de gemeente het mogelijk maken om op dit soort locaties nieuwe functies toe te staan in winkelpanden, zoals kleinschalige bedrijfsruimtes, maatschappelijke, sportvoorzieningen of creatieve broedplaatsen. Hiermee kunnen de winkelruimtes gevuld worden met voorzieningen waar in de buurt behoefte aan is. Een gezamenlijk nieuw toekomstbeeld is nodig wanneer vastgoedpartijen, ondernemers en de gemeente samen tot de conclusie komen dat de winkelpanden beter anders ingevuld kunnen worden. Een gedeelde visie op het gewenste nieuwe toekomstbeeld biedt een gebied en de buurt meer houvast dan wanneer de transformatie qua tempo en functies aan de markt overgelaten wordt. Bij een projectmatige aanpak van een te transformeren winkelgebied, kan de gemeente winkeliers benaderen of zij zich willen vestigen in een kansrijker winkelgebied. Op deze manier kan de winkelier van het niet-kansrijke winkelgebied zich vestigen in een winkelgebied met perspectief. Winkelmeters op de niet-kansrijke locatie kunnen (al dan niet op termijn) vit de markt worden genomen.” Voor het omzetten van winkelpanden naar een andere functie, gelden de volgende regels: "Verbreding van functies met een gemengde bestemming is toegestaan bij vernieuwing van het bestemmingsplan. De focus moet wel blijven liggen op behoud van publieksgerichte voorzieningen op straatniveau. Functies die op bezoekers gericht zijn, zijn bijvoorbeeld $1 Hiermee geeft Amsterdam een vertaling aan het speerpunt ‘Nieuw voor Oud!’ uit het regionaal detailhandelsbeleid van de Stadsregio (2016). Amsterdam ziet mogelijkheden voor nieuwe detailhandel in groei- en transformatiegebieden, maar heeft tegelijk ook oog voor minder kansrijke locaties door daar mee te werken aan verkleuring waardoor het aandeel van de functie detailhandel verkleint. Uitruil van ‘oude’ voor ‘nieuwe’ meters is een vitgangspunt, dat tijdig en daarmee voorzienbaar in de planvorming wordt opgenomen. De uitruil hoeft echter niet gelijk op te gaan, noch in tijd noch in winkelmeters. 49 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 bedrijven en instanties op het gebied van horeca, maatschappelijke of persoonlijke dienstverlening, sport of vrijetijd, broedplaatsen, cultuur, gezondheidszorg, kleinschalige bedrijvigheid of kantoren. = Transformatie naar wonen is alleen mogelijk indien blijkt dat andere economische functies niet levensvatbaar of wenselijk zijn op die plek, wat dan blijkt vit langdurige leegstand (op pandniveau > 1 jaar) bij een marktconforme huur en voldoende verhuurinspanningen. Hoe kunnen winkelpanden omgezet worden? In de eerste plaats is het omzetten van winkels mogelijk via een aanvraag van een omgevingsvergunning voor een bestemmingswijziging van het pand naar een niet- winkelbestemming.“ Een tweede mogelijkheid is om bij de actualisatie van bestemmingsplannen op termijn de detailhandelsbestemming van panden er af te halen wanneer deze panden niet meer gebruikt worden als winkels. Een aandachtspunt is het voorkomen van planschade. Door actief beleid te voeren op deze locatie gericht op het afbouwen van de winkelfunctie, kan voor de markt ‘voorzienbaarheid’ van de beleidsvoornemen worden gecreëerd. De afweging om tot die maatregel over te gaan is per definitie maatwerk en kan worden toegepast via bijvoorbeeld een wijzigingsbevoegdheid. 4-10 Kleine verspreide winkels in een winkelkwartier Zoals gebleken uit de beschreven ontwikkelingen in hoofdstuk 2, zien we in verschillende winkelgebieden we de winkelhuren stijgen. Vooral voor kleine, zelfstandige ondernemingen zijn deze huren niet altijd meer betaalbaar en reden om te vertrekken of te stoppen. Hierdoor kan de winkeldiversiteit in deze gebieden onder druk komen te staan. Om kleinschalige ondernemers kansen te bieden op meer betaalbare winkelruimte, de winkeldiversiteit in het gebied te stimuleren of om buurten te verlevendigen, is het onder voorwaarden mogelijk dat kleinschalige verspreide winkels zich in bedrijfspanden vestigen buiten de aangegeven (geclusterde winkels in) winkelgebieden. Daarvoor gelden de volgende voorwaarden: " _ De winkel bestaat vit een maximale winkelvloeroppervlakte van 300 m.* = Vestiging van supermarkten/dagelijks aanbod buiten de winkelgebieden is uitgesloten, tenzij er in een straal van 750 loopafstand geen supermarkt aanwezig is. In dat geval kan een gemaks- (of convenience) supermarkt van maximaal 300 m°* winkelvloeroppervlak worden toegestaan. = De kleine winkels bevinden zich in een winkelkwartier binnen een nader af te bakenen geografisch gebied. = Binnen het winkelkwartier is er een evenwichtige balans tussen ruimte voor kleinschalige (ambachtelijke) bedrijvigheid en het winkelaanbod. Deze voorwaarden worden gesteld omdat uitbreiding van het aantal winkelmeters en versplintering van het winkelaanbod een risico is voor een goed functionerende winkelstructuur in de stad. Daarnaast beperkt het de vestigingsmogelijkheden van andere functies in de buurten en kan het een onevenredige belasting van het woon- en leefklimaat betekenen. 50 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 De (opvolger van de) bestuurscommissies van de stadsdelen kunnen het college van B en W een voorstel doen aan het college over gebieden waar deze ruimere vestigingsmogelijkheden voor kleinschalige winkels gewenst zijn. Het vergt nader onderzoek en maatwerk om te bepalen in welke gebieden en op welke termijn de mogelijkheden bestaan voor vestiging van kleinschalige winkels buiten de winkelgebieden. Van invloed hierop zijn onder andere het huidige winkelaanbod in het gebied, de stand van zaken in omliggende winkelgebieden, ontwikkelingen in de huurprijzen, de aantrekkingskracht van het gebied op bezoekers uit binnen- en buitenland, en ontwikkelingen in draagvlak gelet op bevolkingssamenstelling en koopkracht. Op basis van het onderzoek besluit het college van b en w of een winkelkwartier op een specifieke plek wenselijk is. 4.11 Op termijn minder perifere detailhandelslocaties Perifere detailhandelsvestigingen (afgekort als PDV) bieden plaats aan aanvullend en complementair aanbod ten opzichte van het stadscentrum, stadsdeelcentra en buurt- en wijkcentra. Op deze perifere detailhandelslocaties zijn winkels in volumineuze goederen, te weten doe-het-zelf bouwmarkten en winkels in meubels en woninginrichting te vinden. Hierbij geldt het gedachtegoed van het PDV-beleid zoals door de provincie en stadsregio is vastgesteld.°* In Amsterdam zijn er acht perifere detailhandelsclusters (PDV-clusters): 1. Bedrijvencentrum Westerkwartier 2. Landlust 3. Schinkel 4. Spaklerweg 5. Klaprozenweg 6. Villa ArenA 7. Riva-terrein Zuidoost 8. Woon- en Bouwcentrum Westpoort inclusief Hornbach/Praxis Noordzeeweg. Bij de oorspronkelijk negende PDV-locatie, Molukkenstraat in Oost, is in het bestemmingsplan ‘algemene!’ detailhandel mogelijk gemaakt. Verder zijn er nog zes solitaire PDV-winkels (Ikea Zuidoost, Praxis Zuidoost, Gamma Nieuwe Hemweg, Gamma Aletta Jacobslaan, Praxis Trompenburgerstraat). Op een aantal van deze locaties speelt langdurige leegstand. De oplossing voor deze leegstand is maatwerk per locatie. Welke regels gelden er voor PDV-locaties? 1. Verbreding van het perifeer aanbod naar andere niet-dagelijkse branches is in ieder geval niet toegestaan als oplossing voor eventuele leegstand. ”® 2. Toevoeging van winkels voor dagelijkse boodschappen en supermarkten is niet toegestaan. Dus ook niet als nevenassortiment (zie onder het punt hieronder). 2 Regionaal detailhandelsbeleid Stadsregio Amsterdam 2016-2029, Stadsregio, 15 maart 2016 en Detailhandelsbeleid 2015-2020, Provincie Noord-Holland, februari 2015 © Dit is eveneens bepaald in het Regionaal detailhandelsbeleid Stadsregio Amsterdam 2016-2020, waar Amsterdam zich aan dient te houden. 51 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 3. Om het onderscheidend karakter te waarborgen, is het nodig regels te stellen voor het nevenassortiment. Als vitzondering op de eerste regel, is er beperkt ruimte voor nevenassortiment in perifere winkels op perifere locaties mogelijk. Nevenassortiment is afwijkend van de hoofdbranches (doe-het-zelf bouwmarkten, meubels en woninginrichting, maar ligt wel in het verlengde ervan.” Dagelijkse artikelen zijn uitgesloten als nevenassortiment. Bij PDV-winkels geldt dat nevenassortiment is toegestaan tot een maximum van 20% (maximaal 5oo m°) van het winkelvloeroppervlak. Verder geldt de regel dat de exploitant van het nevenassortiment dezelfde exploitant is als die van de hoofdbranches, waardoor het nevenassortiment in het verlengde ligt van de hoofdbranches. 4. Verdere uitbreiding van losstaande perifere winkels zoals de Gamma aan de Nieuwe Hemweg of toevoeging van nieuwe detailhandel aan losse perifere winkels is niet toegestaan. Dit is strijdig met de clusteringsgedachte, zoals beschreven in paragraaf 4.2 5. Terughoudendheid voor lukrake toevoeging van andere economische functies zonder dat er een gezamenlijk toekomstplan als onderligger aanwezig is. Invulling met bedrijven is uiteraard wel mogelijk gezien de gebieden van herkomst vaak bedrijventerreinen zijn of waren. De lagere huurprijzen per m? trekken soms functies waarvan de meerwaarde voor het gebied als geheel niet direct aanwezig is. Denk bijvoorbeeld aan maatschappelijke opvang, een dierenasiel of religieuze bewegingen of functies die beter meer in de wijk kunnen liggen zoals een huisarts of tandarts. Op termijn minder PDV-locaties® Vooralsnog kiest Amsterdam voor behoud van de PDV-locaties, maar er zijn twee ontwikkelingen die maakt dat Amsterdam op termijn open staat voor een reductie van het aantal perifere locaties. Zo hebben de locaties niet allemaal een voldoende grote omvang om een aanbod te bieden dat voldoende keuze biedt. Verder kampt een aantal perifere locaties met leegstand en een verouderde uitstraling. De gemeente Amsterdam werkt daarom binnen vijf jaar een plan vit in de context van het totaalaanbod van PDV-locaties in de regio én in afstemming met de regiogemeenten. °°Dit is tevens opgenomen in het detailhandelsbeleid van de Stadsregio Amsterdam, tegenwoordig de Metropool Regio Amsterdam (MRA). Bij PDV-locaties die liggen in of aansluitend op een (toekomstige) verdichtings- en woningbouwopgave, is het denkbaar dat deze opgaan in deze ontwikkeling. Het is maatwerk in hoeverre de bestaande PDV-locatie getransformeerd kunnen worden naar een winkelgebied voor dagelijkse boodschappen. Soms is het beter om een bestaand PDV-cluster te slopen en winkels daar of elders onder te brengen in een nieuw te bouwen winkelgebied. Op deze manier kan de bestaande PDV zich concentreren op andere resterende winkellocaties hiervoor. °5 Hiermee geeft Amsterdam een vertaling aan het speerpunt ‘Nieuw voor Oud’ vit het regionaal detailhandelsbeleid van de Stadsregio (2016). Amsterdam ziet mogelijkheden voor nieuwe detailhandel in groei- en transformatiegebieden, maar heeft tegelijk ook oog voor minder kansrijke locaties door daar mee te werken aan verkleuring waardoor het aandeel van de functie detailhandel verkleint. Uitruil van ‘oude’ voor ‘nieuwe’ meters is een vitgangspunt, dat tijdig en daarmee voorzienbaar in de planvorming wordt opgenomen. De uitruil hoeft echter niet gelijk op te gaan, noch in tijd noch in winkelmeters. °$ Het college van B en W heeft hiertoe besloten op 13 juni 2017. 52 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 4-12 Minder grootschalige detailhandelVestigingslocaties Grootschalige DetailhandelVestingslocaties (ook wel “GDV' genoemd) zijn locaties waar grootschalige winkels zijn van meer dan 1.500m® winkelvloeroppervlak per unit zonder brancheringseisen (uitgezonderd dagelijkse goederen, te weten levensmiddelen en persoonlijke verzorging). Grootschalige winkels zijn bij voorkeur welkom in de stadsdeelcentra en daarnaast selectief in de kernzone (zie hoofdstuk 3: van ambities naar een (gebiedsgerichte) visie) om de markt-, regio of internationale positie te versterken. Grootschalige (GDV-)winkels zijn sinds 2006 beleidsmatig toegestaan op een aantal aangewezen GDV-locaties. Toen is een beleidsmogelijkheid gecreëerd om GDV-winkels toe te staan op de PDV- locaties Keurenplein/Bedrijvencentrum Osdorp, Westerkwartier, Spaklerweg en Schinkel. De Arenaboulevard was toen al een bestaande GDV-locatie. Alleen bij Keurenplein/Bedrijvencentrum Osdorp is daar ook daadwerkelijk gebruik van gemaakt door grootschalige detailhandel in het bestemmingsplan toe te staan. Dat betekent dat Keurenplein/Bedrijvencentrum Osdorp en de ArenAboulevard gehandhaafd blijven als GDV-locatie. Daarnaast is in het bestemmingsplan van de locatie Landlust ook grootschalige detailhandel mogelijk gemaakt. Extra grootschalige winkels zijn, indien de bestemmingsplanruimte volledig gebruikt is, op deze locaties niet toegestaan. Bij de Spaklerweg, Schinkel en Van Slingelandstraat/Bedrijventerrein Westerkwartier vervalt vanwege het ontbreken van behoefte de mogelijkheid om grootschalige winkels (GDV) toe te staan. Op de locaties kunnen — conform het bestemmingsplan — alleen nog winkels landen met volumineuze goederen (PDV). 4-13 Traffic locaties versterken in convenience karakter Uitbreiding van winkelvoorzieningen op traffic locaties zoals benzinestations en openbaar vervoerknooppunten dient in samenhang plaats te vinden met de ruimtelijke situering in de stad en het type gebied. Winkeluitbreiding bij solitaire trafficlocaties zoals benzinestations is niet toegestaan. Winkeluitbreiding op geconcentreerde traffic locaties, zoals bij treinstations, is mogelijk zolang de reiziger de doelgroep blijft. Hiervoor is het nodig om de oppervlakte per unit in het bestemmingsplan te begrenzen tot maximaal 300 m° winkelvloeroppervlakte, zodat het convenience, oftewel gemaks-, karakter in stand blijft. De totale omvang van winkels op een traffic locatie is maatwerk. Terughoudendheid is noodzakelijk als het gaat om het toestaan van buurt overstijgende functies op traffic locaties, zoals vrijetijdsvoorzieningen en cultuur. Een traffic locatie dient te allen tijde aanvullend te zijn aan de bestaande winkelcentra en niet concurrerend. 4.14 Afhaalpunten en online winkels De trend van toegenomen internetverkopen is duidelijk waarneembaar in de detailhandel. Dit heeft logistieke gevolgen voor de stad: steeds meer wordt bezorgd aan huis. Ook zijn er initiatieven voor afhaalpunten van internetaankopen. We zien diverse verschijningsvormen zoals afhaalpunten geïntegreerd in een buurtwinkel, op bedrijventerreinen, pakketkluizen, maar ook recentere 53 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 initiatieven zoals ViaTim en Homerr, waarbij alle pakketjes worden bezorgd bij een bewoner in de buurt, die daarna als afhaalpunt fungeert. Het hoeft geen betoog dat een ‘webwinkel’ die niet of slechts beperkt toegankelijk is voor particulieren qua uitstraling een heel ander karakter heeft dan een gewone winkel.” De situatie wordt anders wanneer aan de internetverkoop aan consumenten aanvullende functies of combinaties daarvan worden toegevoegd zoals: afhaalmogelijkheden, het ter plekke kunnen afrekenen en het tonen van producten ter plaatse. Door internetverkoop te combineren met een afhaalpunt, waar ook goederen getoond en afgerekend kunnen worden, krijgen een woon- of bedrijfsfunctie feitelijk een winkelfunctie. Zo'n afhaalpunt in een niet-winkelgebied mag niet langzaamaan winkelkenmerken krijgen met een bezoekersfunctie en, uitstal- én verkoopfaciliteiten, omdat dit de winkelstructuur kan aantasten. Bij voorkeur worden deze afhaalpunten dus geïntegreerd in de bestaande winkelgebieden waar uitgroei naar uitstalling en verkoop in principe wel mogelijk is. Alleen als er uitsluitend sprake is van een logistieke functie (de ruimte heeft dus geen uitstalling van goederen, die toegankelijk is voor consumenten), dan is (bij voorkeur geclusterde) vestiging in een niet-winkelgebied toegestaan, zoals op een bedrijventerrein. Er is geen ondergeschikte detailhandel toegestaan. Regelgeving per type internetwinkel Samenvattend, zijn er vier soorten internetwinkels. Voor de goede orde, zijn de geldende wet- en regelgeving voor alle vormen van internet winkels in beeld gebracht. Vorm 1 Internetbedrijf met afhaalmogelijkheid en mogelijkheid de goederen ter plaatse te bekijken (in showroom/uitstalling) en/of af te rekenen. Zowel binnen de woon- als bedrijfsbestemming ontoelaatbaar. Dit soort internetwinkels dient zich te vestigen op een locatie met een detailhandels-{winkelbestemming. * Er wordt om die reden geen omgevingsvergunning verleend voor locaties waarop detailhandel niet al is toegestaan. Vorm 2 Afhaalpunt internetaankopen Binnen een woonbestemming zijn afhaalpunten voor internetaankopen beperkt toelaatbaar via de ‘bedrijf aan huisregeling’ in het bestemmingsplan. Als dat ontbreekt kan een omgevingsvergunning aangevraagd worden voor een ‘bedrijf aan huis’, waar getoetst wordt aan onder andere verkeers- en publieksaantrekkende werking en andere effecten die het woon- en leefklimaat niet onaanvaardbaar mogen aantasten. Binnen een bedrijfsbestemming eveneens toelaatbaar. Er is geen omgevingsvergunning nodig, omdat er uitsluitend een logistieke functie is. Dan is (bij voorkeur geclusterde) vestiging in een niet-winkelgebied toegestaan, zoals op een bedrijventerrein. De ruimte heeft dus geen uitstalling van goederen, die toegankelijk is voor consumenten. Er is geen ondergeschikte detailhandel toegestaan. Vorm 3 Internetwinkel waar alleen een elektronische transactie tot stand komt Een internetwinkel waar op het woon- of bedrijfsadres alleen een elektronische transactie tot stand komt en die dus verder geen ruimtelijke uitstraling heeft (zoals parkeer- en verkeeroverlast) en past binnen de bestemming wonen of bedrijf. Er is geen toegang voor consumenten of bedrijven. Vorm 4 Internetwinkel met opslag- en verzendfunctie Binnen een woonbestemming toelaatbaar via de ‘bedrijf aan huisregeling’ in het bestemmingsplan en als dat ontbreekt, via een omgevingsvergunning voor een ‘bedrijf aan huis’. De activiteiten dienen ondergeschikt te blijven aan de woonfunctie. 57 Op grond van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 15 februari 2006, LJN: AV 1819 kan het volgende worden geconcludeerd: “voor zover detailhandelsactiviteiten, die vanaf een bepaald perceel louter via internet verlopen, geen ruimtelijke uitstraling hebben, zijn zij om die reden niet strijdig met het vigerende bestemmingsplan.” © Dit is eveneens bepaald in het Regionaal detailhandelsbeleid Stadsregio Amsterdam2016-2020. 54 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 Binnen een bedrijfsbestemming is dit eveneens toelaatbaar, er is echter geen omgevingsvergunning nodig voor de opslag- en verzendactiviteiten, omdat er uitsluitend sprake van een logistieke functie is. De ruimte heeft dus geen uitstalling van goederen die toegankelijk is voor consumenten. Er is geen ondergeschikte detailhandel toegestaan. 4.15 Markten en verkooppunten in de openbare ruimte versterkend aan winkelgebied Markten en verkooppunten in de openbare ruimte kunnen de branchering van een winkelgebied versterken en samen een gevarieerd aanbod aan dagelijkse producten bieden. In hoofdstuk 3 zijn enkele aandachtspunten voor de verschillende zones benoemd. In het beleid voor de markten en voor de verkooppunten in de openbare ruimte®® worden de mogelijkheden uitgewerkt. 4-16 Gezonder aanbod via detailhandel De Amsterdamse detailhandel is de leverancier van gezonde en ongezonde levensmiddelen en goederen en is daarom van groot belang bij het realiseren van gezondheidsdoelstellingen van de stad. Het aanbod van voedsel en tabak kan een ongezonde leefstijl vergemakkelijken. Amsterdam wil daarom het ongezonde voedselaanbod en rookwaren in de stad beperken en het gezonde aanbod stimuleren. Daarbij gaat het met name om detailhandelsplekken waar relatief veel jeugdigen komen. Het college werkt hiervoor nadere voorstellen uit die na vaststelling onderdeel worden van het detailhandelsbeleid, dan wel ander relevant beleid. °9_n 2018 wordt het beleid op markten en verkooppunten in de openbare ruimte ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad. 55 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 | Instrumenten voor sterkere winkelgebieden Zd =H . Zg ee Hieronder volgt een overzicht van allerlei instrumenten die ingezet kunnen worden voor de gebiedspecifieke aanpak bij individuele winkelgebieden.” De maatregelen kunnen in wisselende combinatie wordt ingezet. Om een effectieve selectie te maken moet het voor betrokken partijen duidelijk zijn waarom de instrumenten ingezet worden, door wie en op welke termijn. Om een goede keuze te maken is dan ook een gezamenlijke analyse en visie op het gebied nodig. Typen instrumenten Ter versterking van winkelgebieden zijn er verschillende typen instrumenten die ingezet kunnen worden: 1. Publiekrechtelijke instrumenten - deze regelen de verhouding tussen burgers, ondernemers en overheid — wat zich uit de juridisch-planologische instrumenten van het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning. Hiermee kan gestuurd worden op functiebehoud, functieversterking (meer m° winkelruimte) of functietransformatie (minder m° winkelruimte). 2. Privaatrechtelijke instrumenten — deze regelen de verhoudingen tussen burgers en ondernemers, of ondernemers en vastgoedeigenaren - zoals erfpachtcontracten, huurcontracten en andere privaatrechtelijke overeenkomsten; 3. Stimuleringsmaatregelen: straatmanagement, gebiedsbranding, oprichten van een Bedrijven Investeringszone (BIZ) of een ondernemersvereniging, gebiedsgerichte subsidiemogelijkheden of city marketing; 4. Randvoorwaardelijke instrumenten en beleid: flankerende beleidskaders op onderwerpen zoals horeca, bereikbaarheid, parkeren, inrichting openbare ruimte, reclame- en uitstallingenbeleid, duurzaamheid. In de volgende paragraaf zijn deze instrumenten, in willekeurige volgorde, gekoppeld aan de verschillende partijen die in een gebied aan zet zijn. Gereedschap gemeente De rol van de gemeente ligt vooral in de randvoorwaarden (openbare ruimte, infrastructuur), partijen ondersteunen (professionalisering, winkelstraatmanagement), partijen verbinden en eventueel op gebiedsniveau tijdelijk een regierol oppakken. De samenwerking tussen ondernemers en professionalisering van ondernemersverenigingen stimuleren en ondersteunen we dan ook. Hieronder staat een lijst instrumenten waarmee de gemeente invloed kan uitoefenen op winkelgebieden en flankerend beleid waarmee we ook rekening moeten houden. 7? De maatregelen zijn opgesomd, niet volledig vitgewerkt. Daarvoor verwijzen wij naar diverse publicaties die uitvoerig ingaan de werking en mogelijkheden, zoals het Handboek Wijkeconomie (2010) van het Ministerie van Economische Zaken, Winkelgebied van de toekomst: bouwstenen voor publiek-private samenwerking (2015) van Platform31 en Winkelgebied van de toekomst: lessen voor de praktijk (2015) van Platform 31, n.a.v. de nationale Retailagenda uit 2014. Ook Sturen op een divers winkelgebied: bevindingen bestuursopdracht Diversiteit winkel- en voorzieningenaanbod (februari 2017) gaat nader in op de werking van de instrumenten om branchering te verbeteren. Niet in de laatste plaats geeft het Amsterdams Ondernemers Programma: Ruimte voor Ondernemers 2015 — 2018 een beschrijving van op welke wijze de gemeente de instrumenten daadwerkelijk inzet of beschikbaar stelt. 56 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 Figuur: publiek(rechtelijke) instrumenten en privaat-rechtelijke instrumenten gemeente Type Instrument Beschrijving instru- ment en FN Bestemmingsplan Het bestemmingsplan bepaalt welke functies zijn 2 toegestaan in bepaalde panden/gebieden. Hiermee 2 kan de gemeente onder meer ontwikkelingen in stimuleren en/of toestaan of juist tegengaan”: a = winkelconcentratie (via een beperkte bestemming voor panden) r u vestiging van meerdere functies in de aanloopgebieden (door toestaan omzetting naar niet-winkelfuncties; niet meewerken aan uitbreiding detailhandel). = beperkte branchering in bestemmingsplannen = schaalvergroting/verkleining van bepaalde bedrijfspanden = vestiging van (on)gewenste bedrijfsbranches Omgevingsvergunning Een initiatiefnemer kan een omgevingsvergunning voor bouwen of wijziging gebruik (WABO) aanvragen, waarna de gemeente bepaalt* of zij instemt met de voorgestelde activiteit die niet past in het bestemmingsplan. Bijvoorbeeld de vestiging van een winkel in een kantoorpand of omzetting van een winkelpand naar een horecazaak Stimulerings- De gemeente Amsterdam biedt diverse maatregelen stimuleringsregelingen, zie voor een actueel overzicht op www.amsterdam.nl/subsidies = Straatmanagement = Gebieds- en streetbranding voor het positioneren en profileren van een winkelstraat = Oprichten ondernemersvereniging of BIZ u Gebiedsgebonden ondernemersinitiatieven voor initiatieven op het gebied van schoon, heel en veilig; n= Projectvoorbereiding duurzame initiatieven in winkelstraten/ bedrijventerreinen = Groensubsidies Kansen voor West II = Wonen boven bedrijven = Economische ontwikkeling en innovatie in de Metropoolregio Amsterdam FEM Erfpacht, kettingbeding Bij de gronduitgifte in erfpacht kunnen bijzondere Ea dl bepalingen zoals een kettingbeding over de EE, branchering worden opgenomen. ai Van Traabepalingen Met Van Traabepalingen is goedkeuring van de gemeente nodig bij voorgenomen verkoop van gs panden of heeft de gemeente het eerste recht van aankoop bij vervreemding. Andere Pandeigenaren, retailers, winkeliersverenigingen overeenkomsten en gemeente kunnen (privaatrechtelijke) afspraken maken over de winkelstraat. De inzet is maatwerk per gebied. 57 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 Figuur: randvoorwaardelijke instrumenten gemeente Type Type Beschrijving instru- instrument ment D Beleid Voor detailhandel relevante stedelijke ontwikkelingsvisies en beleid: 5 = Structuurvisie Amsterdam 2040: economisch sterk en duurzaam & m Koers 2025: Ruimte voor de stad =) . f ej m Ruimte voor de Economie van Morgen 2. m Visie openbare ruimte: ‘de huiskamer van álle Amsterdammers: richtlijnen 8 voor ontwikkeling en beheer van de Amsterdamse openbare ruimte’ 8 m Horecabeleid 5 = Beleid (in ontwikkeling) op markten en verkooppunten in de openbare ruimte Ed =m Overnachtingsbeleid Uitvoerings- = Jaarplannen gebieden agenda's m Stad in Balans m Agenda Duurzaam Amsterdam m Uitvoeringsagenda Stedelijke Logistiek m City marketing m Amsterdamse Aanpak Gezond Gewicht Experimenten wm Freezones Osdorpplein, Jan Evertsenstraat en Rijnstraat = Verruimen mogelijkheden voor mengformules m Voedselwagens Dienst- = Gebiedsmakelaars: eén aanspreekpunt vanuit de gemeente voor verlening initiatieven in een specifiek gebied, zie www.amsterdam.nl/ondernemen m Stadsloods: verbindt vraag en aanbod van bedrijfs-/winkelruimtes in de stad m Retailloods: assisteert gewenste winkelformules bij vestiging in Amsterdam. = Voorlichting over huurrechten (o.a. huurprijsbescherming) aan ondernemers Beheer en on- u Beheer, onderhoud en reiniging openbare ruimte derhoud open- mw Toezicht en handhaving op overtredingen (APV-)regels over afval, bare ruimte wildplak, graffiti, fiets/scooterparkeren, fietswrakken, buitenreclame, uitstallingen) Veiligheid m Inzet preventiemaatregelen veiligheid in winkelgebieden Parkeren en m Aanleg en onderhoud openbare weg bereikbaarheid wm Realisatie (tijdelijke) voorziening parkeerplaatsen voor auto’s, scooters en fietsen um Parkeertariefsystemen (Nota Parkeernormen Auto) = Verkeersbeleid/routing Regelgeving = Algemeen Plaatselijke Verordening en m Welstandsnota ‘De Schoonheid van Amsterdam’ vergunningen _m Aanschrijvingsprocedure aanpak achterstallig onderhoud m Wet BIBOB en integriteitsscreening m Winkeltijdenverordening m Marktverordening en verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten u Parkeerverordening m EED (Energy Efficiency Directive) voor grote winkels en voor ketens 58 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 Gereedschap vastgoedeigenaren Type instrument Beschrijving Privaatrechtelijk B Huurrecht: met het huurcontract hebben pandeigenaren het krachtigste stuk gereedschap in handen om te bepalen welke ondernemers het pand huren, voor welke periodeen tegen - = welke prijs. Aanvullend kunnen voorwaarden gesteld worden over bv. de branchering, openingstijden, promotiegelden. B Stedelijke herverkaveling: op een slimme manier ruilen van gronden tussen private partijen om nieuwe ontwikkelingen in stedelijk gebied mogelijk te maken. Dit kan al op basis van vrijwilligheid en gezamenlijk initiatief van private partijen, een wettelijke basis zal deel uit gaan maken van de Omgevingswet. Stimuleringsmaatregelen Geven van huurstimulances zoals ingroeihuren, omzetgerelateerde huren of pop-up a huurcontracten. Overig EB Beheer panden , EB schoonhouden en onderhoud bedrijfsruimten N EB samenvoegen / opdelen / pandenruil EB gebruik lege etalages B vernieuwing, investeren in kwaliteit bedrijfsruimten B Betrokkenheid B met ondernemers gedragen branchering(svisie) EB ondernemerschap EB mogelijk maken van sharing / shop in the shop E tijdelijkheid faciliteren zoals pop-up store / horeca / ambacht Gereedschap ondernemers Ondernemersverenigingen (inclusief Bedrijven Investerings Zone) worden gestimuleerd de regie in het winkelstraatmanagement op te pakken. Specifiek aandachtspunt voor de ondernemers en de eigenaren ligt in een gezamenlijk gedragen visie op de branchering van winkelgebieden. Zij worden nadrukkelijk vitgenodigd mee te werken aan die branchering die de winkelgebieden meer onderscheiden en sterker maken. Type instrument Beschrijving Privaatrechtelijk “indeplaatsstelling': waarmee een ondernemer zijn huurcontract over kan naar een andere partij - - Stimuleringsmaatregelen E Inzet van winkelstraatmanagers als de schakel tussen stadsdeel en private partijen. Zij adviseren en begeleiden op het gebied van branchering, leegstand, qd) uitstraling, ondernemerschap, samenwerking ondernemers, promotie e.d. Vanuit het Amsterdams Ondernemers Programma2015-2018 heeft Amsterdam een subsidieregeling opgesteld voor winkelstraatmanagement. Overig B Bedrijfsvoering - Assortiment N - Dienstverlening S - Klantbinding - Naamsbekendheid via website, sociale media - Innovatie B Uitstraling binnenkant pand en gevel B Betrokkenheid - veiligheidsinitiatieven binnen / buiten winkel - merk- en marketingplan met promotionele activiteiten - evenementen Gereedschap bewoners Bewoners bepalen grotendeels met hun aankopen het voortbestaan van winkels in de buurt. Bewoners die graag een aantrekkelijke winkelstraat in de buurt zien, moeten zelf kritisch blijven over het eigen koopgedrag. Bewoners kunnen in hun eigen buurt ook een steentje bijdragen aan een aantrekkelijk winkelgebied door problemen bij de gemeente te (blijven) melden. Verder 59 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 kunnen bewoners bij de gemeente ideeën aandragen voor hun buurt/winkelgebied via het gebiedsplan dat jaarlijks opgesteld wordt. Type instrument Beschrijving Overig m Kopen bij lokale ondernemers „ m Melden overlast / doorgeven schoon en heel-problemen XN = Community of buurtplatform/whatsapp-groep starten m Organiseren evenementen of activiteiten via regeling bewonersinitiatie- ven IO icht winkelgebieden in Amsterd Dit overzicht is gebaseerd op het databestand winkelvloeroppervlak van Onderzoek, Informatie en Statistiek (OIS), stand 1 janvari 2017, zonder rekening te houden met markten. Het winkeldeel in de hieronder genoemde straten is begrensd door de geografische afbakening van —ú OIS. Dit overzicht kan uitgebreid worden, indien het college van B en W besluit tot instelling van og Ei nieuwe winkelgebieden in bijvoorbeeld nieuwe woongebieden. me Ts Á ee Verklaring gebruikte afkortingen en uitleg gegevens: K kernwinkelgebied: overwegend stadoverstijgend en niet-dagelijks aanbod, met name mode-aanbod BU buurtcentrum: veelal één supermarkt, enkele aanvullende winkels en een enkele dienstverlener, omvang tot 2.500 m* winkelvloeroppervlak (w.v.o.) WK wijkcentrum klein (verzorgt meer dan één buurt, bevat minimaal één supermarkt, aanvullende winkels en dienstverleners, omvang 2.500 - 7.500 m° w.v.o. WG wijkcentrum groot: > 85% van de bestedingen komt uit eigen stadsdeel, minimaal twee supermarkten, aanvullende winkels en dienstverleners, enige ondersteunende horeca, 7.500 - 15.000 m° w.v.o. SC stadsdeelcentra, > 10.000 m° w.v.o. minimaal twee supermarkten en aanvullend dagelijks, divers niet-dagelijks aanbod waaronder mode, verschillende segmenten, stadsdeelverzorgend, 60-85% van bestedingen uit eigen stadsdeel soms ook regio (min. 10%) ST Stadsstraat (stand van zaken o.b.v. onderzoeksrapport Stadsstraten d.d. 22 augustus 2017) PDV locatie voor perifere winkels ( doe-het-zelf bouwmarkten, winkels in meubels en woninginrichting) GDV locatie voor grootschalige detailhandel (winkelvestiging > 1.500 m°) ongeacht de branche, vitgezonderd zijn dagelijkse artikelen PDV/GDV gemengde locatie voor PDV/GDV TR ‘traffic-locatie’, vaak op openbaar vervoer-locaties, met winkelaanbod vooral gericht op reizigers, consumptie direct na verkoop, kleine units SOL solitair gelegen winkel, geïsoleerd van winkelgebieden of daarmee geen samenhangend deel vormend nvt. Dit betreft een zogenaamde ‘restcategorie”: het zijn verspreide winkels die niet in een aaneengesloten winkelgebied zitten en/of het zijn te weinig winkels om als winkelgebied gedefinieerd te worden. * Omvang winkelgebieden betreft alleen de functie detailhandel, vermeld in m* winkelvloeroppervlak. 60 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 Gebiedsnaam Omvang* _ Indeling Gebied uit Gelegen in een detailhandelsbeleid stadsstraat 1e Constantijn Huijgensstraat 2.014 BU Centrumzone Ja 1e Oosterparkstraat 4,133 WK Centrumzone Ja 1e van de Helststraat 1.168 BU Centrumzone 1e van Swindenstraat 5.595 WK Centrumzone Ja 2e Goudsbloemdwarsstraat 420 BU Centrumzone 2e Leliedwarsstraat/2e Anjeliers- 758 BU Centrumzone dwarsstraat 2e Nassaustraat - Van Limburg 2.663 WK Centrumzone Ja Stirumstraat Albert Camuslaan 869 BU Stadszone Albert Cuypstraat 10.539 WG Centrumzone Amstelstation 666 TR Centrumzone Amstelveense weg 3.400 WK Centrumzone Ja Amsterdamse Poort 29.856 SC Stadszone Arena gebied 15.832 PDV/GDV _Stadszone August Allebéplein 3.172 WK Stadszone Banne Centrum/Bezaanjachtplein 5.194 WK Stadszone Bedrijvencentrum Osdorp 19.458 PDV/GDV Stadszone Bedrijvencentrum Westerkwartier 9,119 PDV Centrumzone Beethovenstraat 5.833 WK Centrumzone Ja Belgiëplein 3.128 WK Stadszone Beukenplein 1.732 BU Centrumzone Bilderdijkstraat 11.480 WG Centrumzone Ja Binnenstad overig 41.044 n.v.t. Kernzone/centrumzone Bos en Lommer overig 10.861 nvt. Centrumzone Bos en Lommerweg 4.835 WK Centrumzone Ja Brazilië 4.315 WK Stadszone Brink Betondorp 223 BU Centrumzone Buikslotermeerplein (Boven 't Y) 30.548 SC Stadszone Buitenveldert overig 6.284 nvt. Stadszone/centrumzo- ne Burgemeester van Leeuwenlaan 1.966 BU Stadszone Burgemeester de Vlugtlaan 3.765 WK Stadszone Ja Caleido 1.587 BU Stadszone Ceintuurbaan West 4,389 WK Centrumzone Ja Centraal Station 3.578 TR Kernzone Christiaan Huygensplein 5.278 WK Centrumzone Cornelis Schuytstraat 3.444 WK Centrumzone Czaar Peterstraat 1.938 BU Centrumzone Dam/ Magna Plaza 24.260 K Kernzone Damstraat/Hoogstraten 3.402 K Kernzone Dapperstraat/Dapperplein 3.124 WK Centrumzone De Aker (De Dukaat) 2.804 WK Stadszone De Baarsjes overig 8.140 nvt. Centrumzone De Clercqstraat 3.090 WK Centrumzone Ja 61 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 Gebiedsnaam Omvang* _ Indeling Gebied uit Gelegen in een detailhandelsbeleid stadsstraat De Kameleon 6.191 WK Stadszone De negen straatjes 7.895 K Kernzone De Pijp overig 13.363 n.v.t. Centrumzone De Schinkel 7.856 PDV Centrumzone De Wieken 3.250 WK Stadszone Delflandplein 2.467 WK Stadszone Dijkgraafplein 1.451 BU Stadszone Eilandenboulevard 1.140 BU Stadszone Elandsgracht/Hazenstraat 3.955 WK Centrumzone Ja Europaplein 1.446 BU Centrumzone Ferdinand Bolstraat, Heinekenplein 11.067 SC Centrumzone Ja Frederik Hendrikbuurt overig 484 nvt. Centrumzone Gamma Aletta Jacobslaan 5.200 PDVSOL _Stadszone Gamma Nieuwe Hemweg 3.838 PDVSOL _Stadszone Ganzenhoef/Ganzenpoort 3.655 WK Stadszone Gelderlandplein 17.235 SC Stadszone Geuzenveld/Slotermeer overig 3.262 n.v.t. Stadszone Grimburgwal 840 K Kernzone Gulden Winckel-plantsoen/-markt _ 8.322 WG Centrumzone Haarlemmerstraat/Haarlemmerdijk 10.937 K Kernzone Ja Herenstraat/Prinsenstraat 2.032 K Kernzone Holendrechtplein 2.997 WK Stadszone Hugo de Grootplein 3.742 WK Centrumzone IKEA (Zuidoost) 17.800 SOL Stadszone J.P. Heyestraat 3,047 WK Centrumzone Ja Jan Evertsenstraat en omgeving 7.502 WK Centrumzone Ja Jan van Galenstraat 3.693 WK Centrumzone Ja Javastraat 6.146 WK Centrumzone Ja Johan Huizingalaan 5ó1 BU Stadszone Ja Jordaan/Westelijke grachtengordel 11.501 K Kernzone/centrumzone overig Kalverstraat/Heilige Weg/Rokin 44.989 K Kernzone Kinkerbuurt overig 2.213 nvt. Centrumzone Kinkerstraat 13.606 SC Centrumzone Ja Klaprozenweg 28.079 PDV Stadszone Lambertus Zijlplein 4.084 WK Stadszone Leidseplein/Max Euweplein 1.811 K Kernzone Leidsestraat/ Koningsplein 7.804 K Kernzone Leliegracht/O Leliestraat 888 BU Kernzone Linnaeusstraat 4,372 WK Centrumzone Ja Maasstraat 3.340 WK Centrumzone Mercuriusplein 204 BU Stadszone Middenweg 4.899 WK Centrumzone ja! Molukkenstraat 2.339 WK Centrumzone 'Tot Hogeweg 62 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 Gebiedsnaam Omvang* _ Indeling Gebied uit Gelegen in een detailhandelsbeleid stadsstraat Molukkenstraat (Ooster Ringdijk) 3.885 WK Centrumzone Mosveld/Hagedoornweg 3.707 BU Centrumzone Nieuwe Spiegelstraat/Spiegel- 6.447 K Kernzone gracht Nieuw Zeeburg overig 3.897 nvt. Stadszone Nieuwendijk/Damrak 31.013 K Kernzone Ja? Nieuwmarkt /Gelderse kade 1.792 K Kernzone Nieuwmarktbuurt/Burgwallen ove- 3.914 K Kernzone rig Noord overig 22.609 nvt. Stadszone Olympiaplein/Stadionweg 2.766 WK Centrumzone Ja? Oostelijke eilanden 638 BU Kernzone Oostpoort 10.383 SC Centrumzone Osdorp overig 13.445 n.v.t. Stadszone Osdorperban/Hoekenes 3.303 WK Stadszone Osdorpplein/Tussenmeer 24.823 SC Stadszone Ja* Oud Oost overig 3.406 n.v.t. Centrumzone Oud West overig 3.966 nvt. Centrumzone Oud Zeeburg overig 8.875 nvt. Centrumzone Oud Zuid overig 17.929 n.vt. Centrumzone Overtoom 8.663 WG Centrumzone Ja P.C. Hooftstraat 13.516 K Kernzone Plein 40-45 15.160 WG Stadszone Postjesweg 4.224 WK Centrumzone Ja® Praxis Noordzeeweg 16.216 PDV Stadszone Praxis Trompenburgerstraat 1.995 PDVSOL Centrumzone Praxis Zuidoost 11.344 PDV Stadszone Pretoriusstraat 2.900 WK Centrumzone Purmerplein 1.031 BU Stadszone Reguliersbreestraat/Munt 2.291 BU Kernzone Reigersbos 5.932 WK Stadszone Rijnstraat 9,320 WG Centrumzone Ja Riva-terrein Zuidoost 21.050 PDV Stadszone Rivierenbuurt overig 7.197 n.vt. Centrumzone Roelof Hartststraat 1.038 BU Centrumzone Ja Rooswijk 3.701 WK Stadszone Rozengracht/Raadhuisstraat 8.003 K Kernzone/centrumzone Ja Sarphatipark W 406 BU Centrumzone Scheldestraat 2.895 WK Centrumzone Ja Sierplein 5.689 WK Stadszone Singel/Reguliersdwarsstraat 3.167 K Kernzone Sint Anthoniesbreestraat 1,104 K Kernzone Slotervaart/Overtoomse Veld 3.413 nvt. Stadszone overig 2 Alleen Damrak * Alleen Olympialein * Alleen Tussenmeer * Alleen oostelijke deel 63 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 Gebiedsnaam Omvang* Indeling Gebied uit Gelegen in een detailhandelsbeleid stadsstraat Spaarndammerbuurt overig 1.840 nvt. Centrumzone Spaarndammerstraat 2.120 WK Centrumzone Ja Spaklerweg 4,147 PDV Centrumzone Staalstraat 790 K Kernzone Staatliedenbuurt overig 1.975 nvt. Centrumzone Stadionplein 1.885 WK Centrumzone Ja Station Sloterdijk 695 TR Stadszone Ten Katestraat 802 BU Centrumzone Tussenmeer midden 3.315 WK Stadszone Ja Utrechtsestraat 5.983 K Kernzone Ja van Baerlestraat 8.721 K Kernzone Ja van der Pekstraat 1.122 BU Centrumzone Ja van Woustraat/Ceintuurbaan O 7.342 WG Centrumzone Ja Vijzelstraat/Vijzelgracht 3.388 K Kernzone Ja Villa Arena 40.462 PDV/GDV _Stadszone Waddenweg 780 BU Stadszone/ eentumone Warmoesstraat/Lange Niezel 2.301 K Kernzone Watergraafsmeer overig 12423 nvt. Centrumzone Waterlandplein 7.461 WK Stadszone Waterlooplein/Jodenbreestraat 4,571 K Kernzone Westelijk Havengebied overig 217 nvt. Stadszone Westerstraat 3.557 WK Centrumzone Ja Winkelcentrum IJburg 4,578 WK Stadszone Wisseloordplein (Gein) 1.539 BU Stadszone Woon- en Bouwcentrum Westpoort 12.632 PDV Stadszone Zeedijk 1.357 K Kernzone Zeilstraat/Hoofddorpplein 4,473 WK Centrumzone Zonneplein 340 BU Stadszone Zuidas Noord overig gebied 2.952 n.v.t. Centrumzone Zuidoost overig 3.340 n.v.t. Stadszone Zuidplein/Station Zuid 1.214 TR Centrumzone Totaal 1.062.782 64 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 HI Checklist nieuwe en uitbreiding Ze re zi winkelinitiatieven Ze Waarvoor is deze checklist bedoeld? Onderstaande checklist is bedoeld als werkinstructie voor: 1. ambtenaren van de gemeente Amsterdam om een nieuw winkelinitiatief te kunnen beoordelen in een pand waar in het bestemmingsplan geen detailhandel toegestaan is. 2. initiatiefnemers, die deze elementen nodig hebben in de motivering van hun initiatief. In geval er voor een winkelinitiatief afgeweken moet worden van het bestemmingsplan, dient er een ruimtelijke toets te worden doorstaan: er dient goed gekeken worden of een winkel past op een specifieke plek en of de openbare ruimte toegerust is op bijvoorbeeld extra bevoorrading. Als die toets positief is doorstaan, dan kan de gemeente Amsterdam een positief oordeel geven op een aanvraag van een omgevingsvergunning voor detailhandel. Om een winkelinitiatief ruimtelijk te toetsen, is er informatie nodig over het plan. Onderstaande checklist dient daartoe. Deze checklist is een nadere lokale vitwerking van de wettelijke Ladder Duurzame Verstedelijking, passend bij de beleidsuitgangspunten van het regionaal detailhandelsbeleid. Wat is een winkelinitiatief? Een winkelinitiatief is een (omgevings)vergunningaanvraag voor het realiseren van een nieuw winkelgebied of een winkel (indien niet passend in het bestemmingsplan), sloop, uitbreiding, herontwikkeling, brancheverruiming of andere bestemmingsplanwijzigingen, nieuwe bestemmingsplannen, gebiedsvisies van projectbureaus. Het gaat om alle vormen van detailhandel, dus zowel dagelijkse als niet-dagelijkse boodschappen. Waarom heeft Amsterdam deze checklist ontwikkeld? Om een aantrekkelijke stad te zijn, streeft Amsterdam naar fijnmazige en aantrekkelijke winkelgebieden passend bij een hoofdstad waar je prettig kunt wonen, werken en verblijven. Amsterdam wil detailhandel de ruimte geven om mee te bewegen met een groei van de bevolking en veranderingen in vraag en aanbod van de detailhandel. Tegelijkertijd wil Amsterdam voorkomen dat nieuwe winkelinitiatieven ter plaatse of elders, bijvoorbeeld in omliggende winkelgebieden, leiden tot leegstand van winkelpanden. Flinke leegstand van winkelruimtes geven onder meer problemen op het gebied van leefbaarheid en veiligheid in wijken en buurten. De gemeente kan dus geen medewerking verlenen aan winkelinitiatieven die leiden tot meer leegstand en daarmee verslechtering van het woon- en leefklimaat. Indicatoren om verbeteringen van het winkelgebied en de impact op het woon-/en leefklimaat te toetsen: = __ Voorzieningenniveau: er is sprake van aanvulling op het bestaande voorzieningenaanbod in plaats van meer van hetzelfde. " Leegstand: de leegstand neemt af binnen het gebied en er is geen negatief effect op leegstand in aangrenzende gebieden. 65 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 "Uitstraling van het pand: de gevel is doorzichtig (dus de bedrijfsactiviteiten achter de gevel zijn te zien), heeft een aantrekkelijke beeldkwaliteit en het pand is ‘s avonds verlicht. = Sociale veiligheid: daling in criminaliteit, toename in veiligheidsbeleving overdag en 's avonds, meer sociale controle/cohesie, groei passantenstromen, geen{minder overlastgevende personen. = _Bedrijfsomgeving: minder overlast in gebied v.w.b. geluidsoverlast, (zwerf)afval, verkeersbewegingen, laden en lossen, auto-/fietsparkeren. Wat gebeurt er als de initiatiefnemer deze checklist niet doorloopt? Op grond van artikel 4:5 eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Abw) is de mogelijkheid opgenomen voor het bevoegd gezag om te besluiten de aanvraag niet te behandelen, indien: "de aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag; "of de aanvraag geheel of gedeeltelijk is geweigerd op grond van artikel 2:15 Abw; " of de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking (lees: de omgevingsvergunning), mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen. Dit biedt de mogelijkheid voor het bevoegd gezag om gegevens voor een goede ruimtelijke beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving aan de aanvrager te vragen. Het voorgaande op straffen van het buiten behandeling laten van de aanvraag. Samenvattend, betekent dit dat de initiatiefnemer (aanvrager) niet persé de hele checklist hoeft te doorlopen voordat de aanvraag in behandeling wordt genomen. Het kan zijn dat de aanvrager vindt dat bij het initiatief bepaalde elementen vit de checklist niet van toepassing zijn. De gemeente kan echter van mening zijn dat toch (cruciale) gegevens ontbreken, waardoor de aanvraag — in het kader van een goede ruimtelijke ordening - niet direct in behandeling kan worden genomen. De aanvrager wordt in dat geval in de gelegenheid gesteld om de gevraagde informatie alsnog aan te leveren. Leeswijzer checklist Hieronder staan stappen met vragen over het winkelinitiatief. Het doorlopen van de stappen in de checklist helpt een initiatiefnemer om te kunnen inschatten of het plan kans van slagen heeft bij de gemeente. Stap | betreft feitelijke informatie van het beoogde winkelinitiatief. De overige drie stappen hebben betrekking op de beleidsdoelstellingen en beleidsregels. Stap 1: Algemene basisinformatie van het winkelinitiatief Voor een goede ruimtelijke beoordeling van de gevolgen van de activiteit (detailhandel) op de fysieke leefomgeving is het nodig dat de initiatiefnemer — voor zover van toepassing” - de volgende feitelijke gegevens’* aanlevert: = Plattegrond (of plankaart) van de locatie "Omvang in m? (b.v.o. en w.v.o.) 7-Bij een initiatief (bijvoorbeeld bestemmingplan) kunnen sommige vragen niet van toepassing zijn of nog niet bekend. 72 Het betreffen louter gegevens die een beeld geven van het initiatief. Er is bij stap 1 geen goed of fout antwoord. 66 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 =__ Aantal winkelunits en omvang per unit = Toelichting of het een uitbreiding of vervanging van de winkelruimte betreft = Betreft het initiatief een winkel met aanbod in dagelijkse artikelen (levensmiddelen en persoonlijke verzorging) of niet-dagelijkse artikelen? =__In of nabij welk winkelgebied is het initiatief gepland (zie bijlage II)? = Iser sprake van branchebeperking of brancheverruiming in het winkelgebied? = __ Wie zijn de gebruikers (naam winkeliers of winkelformule)? "Hoe is de demografische opbouw en het segmentatieprofiel van de bezoekers (nv en in de toekomst)? n= __Isersprake van toename van het aantal inwoners? "Vormt het initiatief een risico voor de fijnmazigheid van de detailhandelsstructuur, dus dat bewoners hun dagelijkse boodschappen niet meer op redelijke loopafstand (750 meter) van de woning kunnen doen? 1 __Op welke manier (fiets, lopend, auto, openbaar vervoer) komen de klanten naar de winkel(s)? "Is de infrastructuur (weg, stoep en openbaar vervoer) toereikend? "Worden er voldoende auto- en fietsparkeerplaatsen gerealiseerd? (minimaal 4 per 100 m° w.v.o. in de stadszone, in de kernzone en centrumzone is dit eerder een richtlijn). = Iser noodzaak voor parkeerregulering? = Is sprake van meervoudig ruimtegebruik van het bouwwerk? Meervoudig ruimtegebruik betekent dat er meerdere functies (kantoor, winkel, dienstverlening, etc) een pand gebruiken, tegelijk of elkaar opvolgend, verdeeld over de dag. "Is het initiatief toekomstbestendig in de zin van alternatief gebruik, dat (later) mogelijk is? = Leidt het initiatief niet tot substantiële leegstand in de omgeving? " Verbetert de leefbaarheid zoals sociale veiligheid en uitstraling met een open plint (dus panden op straatniveau) in de buurt? "Leidt het initiatief tot een onnodig c.q. onevenredig ruimtebeslag van het benodigde kavel, zodanig dat in de ruimtevraag van andere gebruikers niet meer kan worden voorzien? = __ Komen door het initiatief andere functies (wonen, werken) in het gedrang? "In hoeverre doet de initiatiefnemer aan duurzaamheid in gebouw, distributie en concept (denk aan ecologische duurzaamheid, of sociale duurzaamheid zoals sociaal ondernemen)? = Een bevoorradingsplan. In een bevoorradingsplan wordt (onder meer) aangegeven of sprake is van inpandige bevoorrading of bevoorrading in de openbare ruimte, aantal laad-losplekken, frequentie bevoorrading, aansluiting bij de lokale venstertijden, omvang en brandstoftype van de bevoorradingswagens. Stap 2: Strijdigheid met beleidsdoelstellingen, algemene beleidsregels en specifieke beleidsregels per zone Leeswijzer: hieronder staan de beleidsdoelstellingen en beleidsregels vermeld, waaraan een winkelinitiatief moet voldoen. Datgene wat juridisch-planologisch van aard is, is blauw gekleurd. De overige beleidsdoelstellingen en beleidsregels zijn groen gekleurd. De beleidsdoelstellingen hebben geen aparte kleur, omdat deze nader worden uitgewerkt in beleidsregels. Voor de beleidsregels per zone wordt verwezen naar paragraaf 3.4 tot en met 3.7. 67 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 Á. Beleidsdoelstellingen De initiatiefnemer dient aan te geven in hoeverre het initiatief bijdraagt aan een of beide doelstellingen van het detailhandelsbeleid, te weten: (2) zijn dagelijkse boodschappen op redelijke afstand van de woning verkrijgbaar? Dit betekent: " _Eenredelijke afstand van de woning is circa 750 meter loopafstand; " een evenwichtig verdeeld dagelijks winkelaanbod dat meegroeit met de verwachte bevolkingstoename in delen van de stad; "clustering van dagelijks winkelaanbod, eventueel gecombineerd met andere (commerciële) functies zoals een kapper, fietsreparateur, stomerij, schoenmaker en dergelijke, zodat er voldoende draagvlak is om economisch goed te kunnen functioneren; = ruimte voor dagelijks winkelaanbod in de winkelgebieden om mee te bewegen met veranderingen in consumentenbehoeften/-gedrag; "een gezond woon- en leefklimaat in de buurten en wijken, hetgeen enerzijds het functioneren van de detailhandel ten goede komt en anderzijds Amsterdam een prettige woonstad laat blijven: het woon- en leefklimaat van omwonenden van een winkelgebied mag niet onevenredig benadeeld worden; = winkelgebieden voor de dagelijkse boodschappen die goed bereikbaar en toegankelijk zijn, waar eveneens de basiskwaliteiten schoon, heel en veilig op orde zijn. (2) wordt Amsterdam, als dé hoofdstedelijke winkelstad aantrekkelijker met verschillende aantrekkelijke winkelgebieden, ook buiten de binnenstad? Dit vraagt: = __een binnenstad met een evenwichtige mix{branchering in horeca, detailhandel en andere voorzieningen; = clustering van winkelaanbod in winkelgebieden; 1__ruim aanbod in niche-top-luxe segment en internationale formules; = ruimte voor winkelaanbod in de winkelgebieden om mee te bewegen met veranderingen in consumentenbehoeften/gedrag "ruimte omte experimenteren met vernieuwende (tijdelijke) concepten en (meng)formules, zodat ook de leegstand laag blijft; = in aanbod, uitstraling en beleving meer onderscheidende, aantrekkelijke winkelgebieden buiten de binnenstad; = inde stadsstraten vooral een mix van winkel- en niet-winkelfuncties; =op termijn is er ruimte voor een zogenaamd winkelkwartier. Dit is een gebied dat grenst aan bestaande winkelgebied en waarbinnen, solitair gelegen kleinschalig (winkel)aanbod wordt toegestaan; = __eensterkere winkelstructuur in de stadszone door het clusteren van niet-dagelijks aanbod in vooral de grotere winkelgebieden; = inspanningen om de drie stadsdeelcentra Boven ‘t Y‚, Osdorpplein/Centrum Nieuw West en Amsterdamse Poort toekomstbestendig te maken en de leegstand afneemt; "ruime vestigingsmogelijkheden voor niet-winkelfuncties in aanloopgebieden en kansarme (veelal kleine) winkelgebieden om de leegstand terug te dringen; = winkelgebieden met de basiskwaliteiten schoon, heel en veilig op orde, een goede bereikbaarheid en toegankelijkheid en een prettig verblijfsklimaat voor de consument; = winkelgebieden met een goed woon- en leefklimaat, want een aantrekkelijk winkelgebied mag het woon- en leefklimaat van omwonenden niet onevenredig benadelen. 68 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 Bevoorradingsplan als voorwaardelijke verplichting Wordt voor detailhandel een nieuw bestemmingsplan opgesteld of wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld waarin ook detailhandel wordt mogelijk gemaakt, dan moet het aanleveren van een bevoorradingsplan - dat een goed woon- en leef klimaat borgt - als voorwaardelijke verplichting worden opgenomen. Dan voldoet de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de detailhandelsvestiging aan het bestemmingsplan als het bevoorradingsplan het goede woon- en leefklimaat borgt. B. Algemene beleidsregels De initiatiefnemer moet de volgende beleidsregels beantwoorden: 1. Iser sprake van vergroting van de diversiteit van het winkelaanbod? 2. Isersprake van clustering van winkelaanbod in winkelgebieden? 3. Is ersprake van bevolkingsgroei (selectieve groei van het aantal winkel(meter)s)? 4. Isersprake van een versterking van een kansrijk/ftoekomstbestendig winkelgebied? 5. Isersprake van behoud, vernieuwing of uitbreiding van supermarkten in een toekomstbestendig winkelgebied? Gebruik het afwegingskader voor toevoeging van een (nieuwe) supermarkt (paragraaf 4.3: selectieve groei winkelmeters) of de criteria voor (beperkte of grote) vitbreiding van een bestaande supermarkt (paragraaf 4.5: vernieuwing of uitbreiding voor supermarkten). Gebruik ook de uitkomsten van het Koopstromenonderzoek Randstad 2016. Is er sprake van een gemakssupermarkt die verder ligt dan 750 meter van een bestaande, reguliere supermarkt? 6. Indien het initiatief is geprojecteerd in een stadsstraat, wordt dan voldaan aan de criteria van 4.6: winkels en winkelgebieden in (potentiële) stadsstraten? 7. Indien het initiatief een mengformule betreft, wordt dan voldaan aan de criteria van 4.7? 8. Isersprake van één voldoende onderscheidende hoofdwinkelcentrum per stadsdeel? g. Isersprake van ruimere en/of andere functies in aanloopstraten en/of minder toekomstbestendige winkelgebieden? 10. Is er sprake van de realisatie van een winkelkwartier? 11. Iser sprake van een plan dat leidt tot een reductie van PDV-locaties? 12. Is sprake van reductie van GDV-locaties? 13. Is er sprake van een maximale unitgrootte van 300 m° w.v.o. indien het initiatief is gelegen op een trafficlocatie? 14. In geval het initiatief een afhaalpunt is, is er dan sprake van vestiging in een winkelgebied? Of ligt het afhaalpunt buiten een winkelgebied en is het ontoegankelijk voor consumenten? 15. Is er sprake van samenhang met warenmarkten? (zie 4.15). 16. Is er sprake van een vastgesteld voorstel over gezond aanbod via detailhandel, waaraan initiatieven getoetst moeten worden? C. Zone specifieke beleidsregels Vervolgens dient de initiatiefnemer aan te geven in hoeverre het initiatief uit gaat van de specifieke beleidsregels per (gebieds)zone. Raadpleeg daarvoor de genoemde beleidsregels in paragraaf 3.4 69 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 toten met 3.7. Sommige zijn juridisch-planologisch van aard, sommige vallen in de categorie overig. D. Buurtbetrokkenheid De initiatiefnemer dient de belangen van de buurt te betrekken. De initiatiefnemer dient aan te geven op welke wijze tegemoet wordt getreden aan de behoeftes van omwonenden. Hiervan dient de initiatiefnemer een onderzoeksverslag te presenteren. Het betrekken van bewoners is nodig bij winkelplannen groter dan 1.500 m? w.v.o. Bij winkelplannen gelegen in de Amsterdamse binnenstad, Amsterdamse Poort en Boven ‘t Y (Buikslotermeerplein) geldt hiervoor een minimumvang van 3.000 m°. Stap 3: Voorkomen toename leegstand Indien het initiatief de toets in stap 2 succesvol heeft doorstaan, dient op basis van onderzoek te worden aangegeven in hoeverre het initiatief al dan niet leidt tot substantiële toename van de leegstand en daarmee aantasting van het woon- en leefklimaat. n= __Wieis de doelgroep (klanten), met andere woorden is er behoefte aan het initiatief? Het bieden van Inzicht in de (regionale) behoefte is overigens ook wettelijk verplicht uit hoofde van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking.” = __Watis het primaire en secundaire verzorgingsgebied? = Iser marktruimte voor toevoeging van het initiatief? " _Isergeen sprake van toename van de leegstand ter plaatse of elders als gevolg van het initiatief? " _Treedtergeen verslechtering op van het woon- en leefklimaat? Stap 4: Regionale afstemming Als het initiatief de stappen 1 en 2 doorstaat, moet bij initiatieven voor meer dan 1.500 m° w.v.o. de gemeente advies aanvragen bij de regionale adviescommissie van de provincie Noord-Holland. De reden hiervoor is om te voorkomen dat een initiatief in Amsterdam onevenredige effecten sorteert in omliggende gemeenten en zo is bepaald in artikel 5 van de Provinciale Ruimtelijke Verordening dat een advies van regionale adviescommissie vereist is bij winkelinitiatieven vanaf 1.500 m° w.v.o. Bij het Amsterdamse Centrum, winkelcentra Amsterdamse Poort en boven 'Y (Buikslotermeerplein) is de drempel 3.000 m’ w.v.o. De werkzaamheden van de regionale adviescommissie worden voor het grondgebied van Amsterdam uitgevoerd door de Advies Commissie Detailhandel Noord-Holland Zuid (ADZ). In het genoemde artikel 5 staan de criteria op basis waaraan de ADZ haar advies opstelt. Conclusie: Bij de (omgevings)vergunningverlening gebruikt de gemeente alle verstrekte informatie voor een zorgvuldige afweging of het winkelinitiatief op de betreffende plek wenselijk is. Indien de vragen in stap 2 tot en met 4 met Ja zijn beantwoord, dan is kans op medewerking van de gemeente groot. 73 De ladder Duurzame Verstedelijking heeft geen minimumomvang van een ontwikkeling gedefinieerd. Uit jurisprudentie ABRVS 11 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:347, r.0. 15.11 en ABRvS 25 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1542, r.0. 5.2 blijkt dat de Ladder in ieder geval toegepast moet worden bij supermarkten. 70 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 Indien enkele vragen met Nee zijn beantwoord, is advies van Economie, gemeente Amsterdam nodig. 71 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 nn | zy IV Ontwikkelingen detailhandel Zi me Economische betekenis van de detailhandel Amsterdam internationaal aantrekkelijke winkelstad en de gemiddelde omzet stijgt Amsterdam is onlangs uitgeroepen tot de meest aantrekkelijke winkelstad van de Benelux. Wat winkelaanbod en allure betreffen doet Amsterdam het beter dan concurrenten als Brussel, Antwerpen, Luxemburg en Rotterdam. Daarbij wordt gekeken naar de groeipotentie van de steden, de kansen en obstakels in de markt, de vitaliteit en aantrekkelijkheid van de steden. De hoofdstad van Nederland biedt veel internationale allure waardoor nationale en internationale retailers, zoals Rituals, Ted Baker, Primark en Hudson's Bay Company, zich graag willen vestigen. De stad profiteert van een groot aantal toeristen, waar zowel het mainstream- als het luxe segment van profiteert.”* De aantrekkelijkheid zien we ook terug in de gestegen omzetcijfers van detailhandel in de stad. In 2016 lag de gemiddelde omzet in Amsterdam 11% hoger dan in 2023, in Centrum XL zelfs 13%. Anno 2016 gaf dit voor 5030 detailhandelsbedrijven in Amsterdam een totaal omzetniveau van €2,4 miljard, voor de 2250 betrokken detailhandelsbedrijven in Centrum XL een omzetniveau van 1,2 miljard euro.” Groei werkgelegenheid: vooral in kleine banen en in dagelijks aanbod Met 6% van het totaal aantal werkzame personen in de stad anno 2016 is de detailhandelsector een belangrijke bron van werkgelegenheid in de stad. Tussen 2006-2016 groeide het aantal banen in de detailhandel met 15% tot 39.507 banen. Het ging hierbij vooral om groei in het dagelijks segment (+45%). In het niet-dagelijks segment was er een lichte daling (-1%) van de werkgelegenheid. Meest opvallend is dat de werkgelegenheidsgroei alleen van toepassing was bij de kleine banen (=minder dan 12 vur per week). Een trend die in heel Nederland zichtbaar is. Het aantal kleine banen groeide met 57%, het aantal grote banen (12+ vur per week) nam juist af (-1%).7° De sector wordt aantrekkelijker voor personen op zoek naar een parttime baan of bijverdiensten, maar minder voor diegenen die op zoek zijn naar een fulltime baan in de detailhandelssector. Structuur van de detailhandel: aantal vestigingen, oppervlakte, spreiding winkels De detailhandelstructuur in Amsterdam omvat in totaal 9604 vestigingen.” Het gaat daarbij om fysieke winkels, warenmarkten, staanplaatsen/kiosken, winkels op NS/metrostations en winkelfuncties op benzinestations en op Amsterdamse adressen geregistreerde webwinkels. Fysieke winkels zijn vooral gevestigd in de ruim 130 winkelgebieden, variërend in omvang van een kleine buurtwinkelstrip tot een grootschalig winkelcentrum of perifere grootschalige detailhandelslocatie. De functie varieert van vooral boodschappencentrum, een winkelgebied met ruime keuze in bepaalde branche(s) tot winkelgebieden met vooral een recreatieve functie. Amsterdam heeft daarnaast een brede variëteit aan dagmarkten, periodieke markten en markten op evenementenbasis verspreid over de stad en meestal gevestigd in of nabij de winkelgebieden. 7% JLL Destination Retail Benelux 2016, november 2016 75 Amsterdam City Index 2017 — barometer grote Centrum=gebied dat ligt tussen CS, Cornelis Schuytstraat, Haarlemmerbuurt en Theater Carré. Omzet door CBS gemeten in periode 2012-2016 bij panel van bedrijven (4410 tot 5030 detailhandelsbedrijven in Amsterdam, 2060-2250 winkels in Centrum XL) met maximaal 5o miljoen euro jaaromzet. Aangegeven groeicijfers gecorrigeerd voor inflatie; Amsterdam City 7 Consumentenenquête 2015-2016, Onderzoek Informatie en Statistiek 7 Jaarboek 2016, Onderzoek Informatie en Statistiek, gemeente Amsterdam 72 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 - “a … B . ni Ar As MR om S k 5 enn A0 te Sam en -— SE mf @ a _ 1 e Ar ars Î Pk Es de - _ . nt & 5 + NG =_ 5 u d Li =… d == = 5 u ne & * Bes Derma . e se” mm maen: D3 DOT » = DK LE, nl matetreen OuderAaml En ” ' Bron: regionaal detailhandelsbeleid 2016-2020, Stadsregio, 15 maart 2016 Aantal fysieke winkels daalt, maar de oppervlakte stijgt Het aantal fysieke winkels is in Amsterdam in de afgelopen 10 jaar gedaald met 8% tot 5.476 winkels in 2016. De daling was veel sterker voor winkels met niet-dagelijks aanbod (-10%) dan voor dagelijks aanbod (-2%). Tegelijkertijd is de totale winkeloppervlakte juist gestegen in deze periode, vooral in het dagelijks aanbod, wat duidt op schaalvergroting en zichtbaar in de toename en uitbreiding van supermarkten en het verdwijnen van de kleinschalige, traditionele buurtwinkels (slager, groenteman e.d). De afname in niet-dagelijks winkelaanbod is te verklaren door de sterke stijging in internetaankopen in diverse branches, het verminderen van vestigingen of geheel verdwijnen van winkelformules en schaalvergroting om een breder assortiment te kunnen bieden of extra functies (horeca, afhaalpunt) toe te voegen. % toe-/afname winkelaanbod naar branche 2006-2016 Amsterdam 40% 30% 20% NZ 0, me 10% oppervlakte 0% Se JJ A A BM mvesteineen -10% FS NS Ò RN 4 qd © & & Ss) © SEE RLSES 20% go 0 5 S > AN ö R ” & ® & $ Te 10% se 2 Bron: Onderzoek, Informatie en Statistiek, bewerking Economie, gemeente Amsterdam 73 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 Ongelijke spreiding winkels over de stad De spreiding van winkels over de stad is ongelijk, zoals onderstaande figuren (exclusief Westpoort) laten zien . Gebieden verschillen sterk in aantal vestigingen en totale winkelvloeroppervlakte. Veruit de meeste winkels, vooral in het niet-dagelijks aanbod, en meeste winkelgebieden zijn te vinden in gebieden in Centrum, gevolgd door Zuid en West. Met de in aantal en formule verspreide supermarkten, aangevuld door vers speciaalzaken en markten kunnen bewoners in deze gebieden ook op redelijke afstand van de woning hun boodschappen doen. Bewoners in Nieuw West, Noord en Zuidoost hebben relatief minder winkels in hun gebied voor zowel dagelijkse als niet-dagelijkse artikelen. De winkels zijn ook gevestigd in een beperkter aantal winkelgebieden. De winkelstructuur is daardoor grofmaziger dan in andere delen van de stad wat te verklaren is vit de lagere bevolkingsdichtheid en daarmee meer gespreid economisch draagvlak voor de dagelijkse voorzieningen. Dit betekent wel dat bewoners in deze gebieden hun dagelijkse boodschappen op grotere afstand van de woning moeten doen dan in andere delen van de stad. Figuur: aantal vestigingen dagelijks aanbod per gebied Figuur: aantal vestigingen niet-dagelijks aanbod per gebied Aantal vestigingen dagelijks Aantal vestigingen niet- aanbod per 1.000 inwoners dagelijks aanbod 5,0 per 1.000 inwoners 4,0 25,0 3,0 20,0 2,0 Ee 2006 15,0 Lo 10,0 2006 , m 2011 5,0 0,0 0,0 m 2011 Egyugsss me EUGEEEES Esso8NSsD EEso8NsSp MAO c Z 5 U < 2 5 U ù z 5 + u z 3 + IS) 5 N @ oo 5 N @ D E vw E Z 4 Z T Bron: Onderzoek, Informatie en Statistiek, bewerking Economie, gemeente Amsterdam % toe- en afname winkelaanbod 2006-2016 (excl. Westpoort) oppervlakte en vestigingen (niet)dagelijks aanbod 60 40 VT opp.dag 20 En TN _ __ Hopp.nd vest.dag. 0 8 . m vest.nd zo & eN Re & © & S ES vesL.n 7 c% SS A5 se Ss? NS Bron: Onderzoek, Informatie en Statistiek, bewerking Economie, gemeente Amsterdam Volgens de laatste consumentenenquête ervaart een meerderheid van de bewoners dat er meer (31%) of in aantal gelijk gebleven (45%) winkelaanbod voor de dagelijkse boodschappen is ten 74 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 opzichte van twee jaar geleden. Vermindering wordt vooral (25+%) ervaren in de gebieden Aker/Nieuw Sloten, Bijlmer-centrum/oost, Geuzenveld{Slotervaart, Osdorp en Centrum-oost.”® Groei in aantal mengformules In diverse winkelgebieden zien we een groei van mengvormen van detailhandel met andere economische functies, vooral de combinatie detailhandel en horeca. Daarbij worden de grenzen in de praktijk opgezocht. Er wordt wisselend gedacht over mengformules. De ene partij ziet de mengformule als een positief voorbeeld van meebewegen met de behoeften van consumenten, dat ondernemers kansen biedt voor (ver)nieuwe({nde) concepten, meer inkomsten en het aantrekken van nieuwe of meer bezoekers. Anderen zien mengformules als oneigenlijke concurrentie voor de horeca. Het mengformule concept staat nu vaak dichtbij horeca en leidt soms tot overlast. Er zijn zorgen in Centrum over de druk op de zorgvuldig geplande functiemenging met een balans tussen winkelfuncties, horecafuncties, dienstverlenende bedrijven en andere functies. We zien een toename van foodconcepten vooral in Centrum en de winkelgebieden in de 19°/20° eeuwse gordel. Dat wordt ook zo ervaren door veel bewoners in de stad. Gemiddeld 55% van de Amsterdammers heeft het idee dat er meer horecazaken, traiteurs, delicatessezaken in hun buurt zijn gekomen in de afgelopen twee jaar, vooral in gebieden in Centrum, West, Zuid en Oost. Voor 27% van de bewoners was dit gelijk gebleven en 10% van de bewoners gaf aan dat dergelijk aanbod juist was verminderd in de buurt. Minder wordt vooral (24-35% van de bewoners) genoemd in de gebieden Noord Oost, Noord West, Aker/Nieuw Sloten en Bijlmer Oost.” Spreiding supermarkten in Amsterdam (Bron: Onderzoek, Informatie en Statistiek, gemeente Amsterdam) - ie …e ® ® và @ 9 ” 5 ® DP ” DS es ® 8 ® ee ® ee) sake —® jee" el “es ee: » ® ® $ ee) Ì s ® e® 8 , © ee vee ° J 5 « Nn . @ 8 @ se » ° ee © es 5 e "2e Ù $-® es Ad supermarkten in Amsterdam 2016 e e ® ® Albert Heijn 2 es è ® Dirk vd Broek e ® Lidl ® e® @ en ” e " ® Aldi ® » Deen e e Coop 5 ® Eko Plaza . 3 eo ® Marat J ® 5 Ovari ” . ® ge ò a 3 7 Consumentenenquête 2015-2016, Onderzoek, Informatie en Statistiek, gemeente Amsterdam 7 Consumentenenquête 2015-2016, Onderzoek, Informatie en Statistiek, gemeente Amsterdam 75 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 Diversiteit winkelaanbod en mix van zelfstandige, economische functies onder druk De diversiteit in het winkelaanbod verandert. Verklaringen voor de veranderingen in diversiteit van het winkelaanbod zijn te vinden in: = __De verschuiving van het koopgedrag naar het internet. Door groei in internetaankopen verminderen of verdwijnen vestigingen van bepaalde branches vit de winkelstraten, zoals in de branches elektronica, wit/bruingoed en vrijetijdsartikelen (boeken, muziek, sport e.d). = Het verdwijnen van traditionele buurtwinkels zoals de slager, de bakker, mede door grotere voorkeur van consumenten voor one-stop-shopping in een supermarkt. = __ Demografische ontwikkelingen waardoor vraag en aanbod in type of prijsklasse producten in gebieden veranderen en niet altijd tot tevredenheid van alle bewoners. = __ Vervanging winkelfuncties door niet-winkelfuncties als horeca, dienstverlening (sportschool, nagelstudio's, kappers, uitzendbureaus, kinderopvang e.d). = Schaalvergroting, met onder andere uitbreiding en toename van het aantal supermarkten, en minder kleinschalige vers speciaalzaken in het dagelijks aanbod. = In het niet-dagelijks aanbod zien we ook grote partijen als bouwmarkten naast vestigingen op PDV/GDV-locaties ook juist kleinschaligere vestigingen openen in winkelgebieden. = Opvallende groei van op toerisme en snelle consumptie gerichte winkels in gebieden in Centrum. Het dagelijks aanbod is in enkele gebieden in Centrum opvallend gestegen. Zowel in aantal als oppervlakte. Hierbij ging het echter meer om aanbod dat voornamelijk gericht is op toeristen. Van de 229 winkels voor de dagelijkse boodschappen, was circa 68% in 2016 gericht op toeristen.” Denk hierbij aan groentezaken die fungeren als minisupermarkten, bakkers en slagers die ook (luxe) toeristische broodjes verkopen, luxe koffiezaken en ijswinkels, kaas/zuivelwinkels die getransformeerd zijn tot kaaswinkels, slijterijen en tabakszaken met het karakter van een souvenirshop. De sterke groei in dergelijk aanbod wordt als een potentieel risico gezien voor de diversiteit van het (dagelijks) winkelaanbod en het economisch functioneren van deze winkelgebieden. Figuur: winkels met dagelijkse boodschappen in de binnenstad (2016) e 3 Winkels voor “dagelijkse boodschappen” % ® met een toeristische functie ke # met buurtgerichte functie des EE % > e £ , ol Á eres De 5 "7 En ZEN Vd / Sos 4 ECI SS de d Bron: Onderzoek, Informatie en Statistiek, gemeente Amsterdam 80 Onderzoek Informatie en Statistiek, gemeente Amsterdam 76 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 Door alle ontwikkelingen groeit in de gebieden de behoefte aan meer sturingsmogelijkheden op de branchering om de diversiteit in het winkelaanbod in winkelgebieden te bewaken of te verbeteren. Daarnaast is er vooral in de binnenstad een roep om meer mogelijkheden om ongewenst aanbod te kunnen beperken én variatie in het winkelaanbod te stimuleren. Een ander punt van aandacht is dat individuele winkelgebieden en warenmarkten zich te weinig onderscheiden. Tussen winkels en warenmarkten en warenmarkten onderling is vaak ook nog gebrek aan synergie. Hierdoor blijven mogelijke kansen liggen om de concurrentiepositie en het economisch functioneren van zowel winkels als warenmarkten te versterken. Concurrentie tussen winkelgebieden neemt toe, positie stadsdeelcentra onder druk Consumenten zijn kritischer, druk bezet, door internet beter geïnformeerd en mobieler. De binding aan nabijgelegen winkelgebieden neemt al geruime tijd af, vooral voor niet-dagelijkse artikelen. De onderlinge concurrentie tussen winkelgebieden is toegenomen. Winkelketens kijken op hun beurt kritischer naar het aantal vestigingen en de locaties waar zij winkels willen vestigen. In de praktijk betekent dit vaak minder vestigingen en voorkeur voor locaties met grotere bezoekersstromen. In een aantal winkelcentra leiden deze ontwikkelingen tot langdurige winkelleegstand. Vooral de positie van planmatig ontwikkelde centra, zoals stadsdeelcentra (bijvoorbeeld Boven 't Y, Amsterdamse Poort e.d.) is de afgelopen jaren verslechterd en staan onder druk. In veel gevallen is sprake van een verouderd productaanbod zowel voor de dagelijks als niet-dagelijks aanbod. De stadsdeelcentra zijn in functionaliteit voorbij gestreefd door internetverkoop en de onderliggende wijkcentra. Qua beleving leggen ze het bovendien af tegen de grote (historische) binnensteden. Tel daarbij de demografische en technologische verschuivingen en de sterk veranderende consumentenvoorkeuren op en de conclusie is duidelijk. Ongeveer 5o jaar na de introductie van de stadsdeelcentra in Nederland moeten ze hun bestaansrecht opnieuw bewijzen. * Waardering winkelvoorzieningen in de stad®? Bezoekers aan de stad waarderen het winkelaanbod gemiddeld met rapportcijfer 8.” De algemene waardering van bewoners voor 57 winkelgebieden in de stad varieerde in de periode 2015-2016 tussen rapportcijfer 6 en 8,5. Daarbij zien we wel grote verschillen in de waardering van keuzemogelijkheden food versus non-food.°* De rapportcijfers voor keuzemogelijkheden food variëren tussen 5 en 8, die voor keuzemogelijkheden non-food liggen lager tussen rapportcijfers 3 en7. Buurtenquêtes in 2016 wijzen uit dat gemiddeld 35% van de bewoners vindt dat er veel variatie is in het winkelaanbod in hun buurt. Meest positief waren de bewoners in Oud-Zuid, De Pijp- Rivierenbuurt en Oud-Oost. Aan de andere vindt 36% juist dat er (te) weinig variatie is. Het gaat dan vooral om bewoners in Geuzenveld/Slotermeer, IJburg/Zeeburgereiland en Slotervaart en in iets mindere mate in andere gebieden in Nieuw West en Noord. Het aantal winkels is in deze gebieden ook relatief minder wat mogelijk meespeelt in de ervaren diversiteit van het winkelaanbod. Een verklaring voor de ontevredenheid in gebied Centrum West wordt gezocht in de % Functioneren en Toekomstperspectief van de stadsdeelcentra in Nederland, Bureau Stedelijke Planning, mei 2016 ® Consumenten enquête Onderzoek Informatie en Statistiek, 2015-2016. Alleen de 57 winkelgebieden waarvoor meer dan 20 respondenten rapportcijfers hebben gegeven, zijn in de rapportage van OIS meegenomen. Minder dan 20 respondenten wordt als niet representatieve score beschouwd. 8 Bezoekersonderzoek Metropoolregio Amsterdam 2016, Amsterdam Marketing $% Consumenten enquête Onderzoek Informatie en Statistiek, 2015-2016 71 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 aanwezigheid van grote ketens en de explosieve opkomst van ijs-, kaas- en wafelwinkels en toeristenkantoren. Waardering winkelvoorzieningen % Te weinig variatie in winkelaanbod Range 6,1 (licht) - 8,2 (donker) Range 4,8-10% (licht) tot 23-28% (donker) 6 A | MM an a ä ER [Ar N DEE pen U Ow LZ % ai ‘ A nt ®& md 0,0 zot 1 En 5 pes Zer À @ ts Ore 20 Legenda © 23,0 tor 28,0 en mn Bren: CE 201 Bron: OIS/Wonen in Amsterdam, 2015 Bron: OIS/Stand van de Balans, 2016 De recente consumentenenquête van Onderzoek, Informatie en Statistiek geeft aan dat Amsterdammers in meerderheid tevreden (63%) of enigszins tevreden (23%) zijn over het winkelaanbod voor de dagelijkse boodschappen. Maar er zijn wel duidelijke verschillen tussen de gebieden in de stad. Relatief meer ontevredenheid is er in gebieden in Nieuw West, Noord en Zuidoost. De hoogste tevredenheid is onder bewoners in gebied De Pijp/Rivierenbuurt en Oud- . n . … 8 Oost, de minste tevredenheid in de gebieden Bijlmer-Oost en Centrum-Oost.”° Tevredenheid over winkelaanbod voor dagelijkse boodschappen in eigen buurt man ZO-Gaasperdam/Driemond : Nn ZO-Bijlmer Oost : ne ZO-Bijlmer Centrum mn Z-Oud-Zuid : nn Z-De Pijp/Rivierenbuurt ee Z-Buitenveldert/Zuidas mn W-Westerpark | W-Oud-West/De Baarsjes —_— W-Bos en Lommer en je O-Watergraafsmeer rn O-Oud-Oost mn B enigszins O-Indische Buurt/Oostelijk Havengebied | | —_ m nee O-lJburg/Zeeburgereiland KN Ì NW-Slotervaart nn m weet ik niet, geen antwoord WOsdop NW-Geuzenveld/Slotermeer ET NW-De Aker/Nieuw Sloten T I I I I T T T T | N-Oud-Noord nn N-Noord West : [ [ [ gn N-Noord Oost mpm C-Centrum West mmm C-Centrum Oost 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Bron: Onderzoek Informatie en Statistiek, bewerking Economie, gemeente Amsterdam 85 Consumentenenquête 2015-2016, Onderzoek Informatie en Statistiek, gemeente Amsterdam 78 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 Warenmarkten: daling marktbezoek In 2016 gaven bewoners gemiddeld 6% van hun bestedingen voor dagelijkse artikelen vit op een warenmarkt. Een lichte daling ten opzichte van 2014. In de laatste consumenten enquête gaf 22% aan vaak op de markt te kopen, 38% soms en 40% zelden of nooit. Groenten, fruit, vis, andere etenswaren en bloemen/tuinplanten zijn de belangrijkste producten waarvoor men naar de markt komt. Gezelligheid en sfeer op de markt en kwaliteit en variatie van het productaanbod trekken bewoners naar de markt. Te grote afstand, te hoog prijsniveau en gebrek aan tijd zijn juist redenen om de markt niet te bezoeken. De drie markten waarop vooral gekocht wordt zijn de Albert Cuypmarkt, de Ten Katemarkt en Dappermarkt. Een nadere analyse van het functioneren van de warenmarkten in de stad wordtin een afzonderlijke warenmarkt(beleids)notitie meegenomen. Koopkrachtbinding consument Koopkrachtbinding dagelijks aanbod vrij stabiel, niet-dagelijks blijft dalen De waardering van winkelaanbod en winkelgebieden vertaalt zich in de koopkrachtbinding“” van bewoners en is daarmee indicatief voor het functioneren van detailhandel in de winkelgebieden. De koopkrachtbinding voor dagelijkse producten is in Amsterdam (95% in 2016) al jaren stabiel en varieert in 2016 op stadsdeelniveau tussen 81% (Centrum) en 91% (Zuid). De koopkrachtbinding voor niet-dagelijkse producten blijft dalen. Op het niveau van Amsterdam van 87% in 2006 naar 7o% in 2016. Een belangrijke verklaring ligt in de sterke groei van de internetaankopen bij niet-dagelijkse producten. Koopkrachtbinding stad en eigen stadsdeel 2006-2016 120% 100% 80% _ dagelijkse goederen 2006 60% | if B dagelijkse goederen 2016 40% — —_ Ek — niet-dagelijkse goederen 20% 2006 5 m niet-dagelijkse goederen 0% 2016 € £ * f we 5 & e Ri Ka & SE A” ar © Bron: Onderzoek Informatie en Statistiek, bewerking Economie, gemeente Amsterdam Minder koopstromen van en naar andere gemeenten In de afgelopen vijf jaar daalde de bestedingen van Amsterdammers in andere Randgemeenten (-1%). Maar ook het aandeel van bestedingen in de stad vanuit andere Randstadgemeenten daalde voor zowel dagelijkse als niet-dagelijkse artikelen (-3%). Een verklaring hiervoor ligt in een groeiende populariteit voor lokaal boodschappen doen en de groei in internetaankopen. 3e Consumentenenquête Onderzoek Informatie en Statistiek, 2015-2016 7 Definitie koopkrachtbinding OIS: dat deel van de koopkracht dat bewoners van een stad of stadsdeel in eigen stad of stadsdeel besteden. 79 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 Bij de niet-dagelijkse bestedingen blijkt Amstelveen in vergelijking met andere gemeenten relatief meer bestedingen vanuit Amsterdam naar zich toe te trekken. Andersom is ook Amsterdam voor bewoners in Amstelveen, naast Diemen, Zaanstad en Almere, aantrekkelijk voor de niet-dagelijkse bestedingen. Netto zien we bij de dagelijkse artikelen relatief meer bestedingen afvloeien naar andere Randstadgemeenten dan er binnenkomt. Bij niet-dagelijkse bestedingen is dit juist andersom. In 2016 ging het bij de dagelijkse bestedingen om € 92 miljoen dat in andere gemeenten wordt besteed. Bij de niet-dagelijkse bestedingen vloeit € 169 miljoen van de bestedingen van bewoners vit andere Randstadgemeenten naar Amsterdam.°* Een belangrijk deel wordt door Amsterdammers in de omliggende regio besteed. In 2016 werd 3% voor de totale dagelijkse bestedingen van Amsterdammers besteed binnen de Metropool Regio Amsterdam, voor niet-dagelijkse artikelen is dit 6%°° Andersom is Amsterdam voor regiobewoners juist aantrekkelijker geworden. Cijfers voor de periode 2004-2014 tonen toegenomen bestedingen in Amsterdam vanuit de regiogemeenten. Dit geldt zowel voor de dagelijkse boodschappen als niet-dagelijkse artikelen. In Amsterdam profiteren vooral Noord en Zuidoost van de toegenomen toevloeiing van koopkracht vanuit de regio.” % Bestedingen bewoners aan dagelijkse % Bestedingen bewoners aan producten naar locatie 2016 niet-dagelijkse producten naar locatie 2016 100% —m a EEE 100% Tar EE EE EE 5 90% OENE J 90% NRR En en en en en 1 - 20% EE . EE … En E = Buitenland = Buitenland 2% ANN NN NE 70% -E-o—-R-_—-maa nt - | | Online = Online 60% NER 60% EERE Overig | Overig 50% ENNE 50% RNR m Buiten regio m Buiten regio En nn nn nn | 20% BE -_R-RE- MRA (zexcl MRA excl. 30% en en en en en an a Amsterdam) 30% RAR NN EE Amsterdam) = Andere stadsdelen = Andere stadsdelen 20% NER 20% EEE m Eigen stadsdeel B Eigen stadsdeel 10% ENNE 0% B-RN 0% 0% Ri Fr E > Ra Sat rt Es £ Ra > & ® Ra AS & Bron: Onderzoek Informatie en Statistiek, bewerking Economie, gemeente Amsterdam Winkelhuren en winkelleegstand Winkelhuurprijzen: sterke stijging in Centrum, daling vooral buiten de ring De winkelhuurprijzen in Amsterdam varieerden medio 2017 tussen € 65 en € 3.000 per m°/per jaar. De Kalverstraat heeft in de stad en in Nederland het hoogste winkelhuurprijsniveau. De vijf duurste winkelstraten in de stad medio 2017 zijn respectievelijk de Kalverstraat, PC Hooftstraat, 88 Winkelen in de Randstad’, Randstad Koopstromenonderzoek 2016, I&O Research/DTNP, februari 2017 % Consumenten enquête Onderzoek Informatie en Statistiek, 2015-2016; cijfers toevloeiing vanuit regio nog niet beschikbaar in feb 2017. ® Factsheet ‘Bewoners regio kopen minder in eigen gemeente’, Onderzoek Informatie en Statistiek, augustus 2015 80 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 Nieuwendijk, Leidsestraat enHeiligeweg. De laagste huurniveaus zijn in Amsterdam vooral te vinden in Nieuw- West, Noord en Zuidoost® en een PDV locatie in Oost. Verschillende winkelgebieden in de stad zijn of worden populair bij bewoners en bezoekers wat een opwaartse druk geeft op de winkelhuurprijzen.In het afgelopen jaar stegen in 25 winkelgebieden de winkelhuren en daalden de huurprijzen in 5 winkelgebieden. Tussen 2005-2017 zien we de sterkste winkelhuurstijgingen vooral in winkelgebieden in Centrum en Zuid. Stijging van de winkelhuren worden onder andere toegeschreven aan stijgende populariteit van Amsterdam onder bewoners, bezoekers en groei passantenstromen van en naar toeristische trekpleisters, gestegen populariteit van het gebied als woon-werk gebied, het opknappen van de openbare ruimte , levendigere functiemix in het gebied, naderende voltooiing van de Noord- Zuidlijn, vestiging van nieuwe (internationale) formules, renovatie van het winkelcentrum en stijgende populariteit van het gebied door verdere uitrol van zogenaamde centrumfuncties (bioscoop, theater, cultuur, horeca, etcetera) en brede mix in de sociaal-economische bevolkingssamenstelling. Daarbij blijkt dat ondernemers niet altijd op de hoogte zijn van hun huurrechten en mogelijkheden van huurprijsbescherming. Dalingen in huurprijzen worden toegeschreven aan veranderingen in een afname van het aantal passanten, afgenomen omzetpotenties in het winkelgebied, leegstand door problemen in het middensegment, vestiging van ander type winkels dan voorheen, infrastructurele werken, toegenomen concurrentie van andere winkelgebieden in de regio.®* Huurprijsstijgingen kunnen gevestigde ondernemers tot vertrek nopen naar andere locaties of tot bedrijfssluiting. Dalingen in huurprijzen zijn niet altijd negatief en bieden ook kansen aan andere ondernemers. Relatieve stijging of daling van het huurprijsniveau tussen 2005-2017 8 . nà Ì as Ende = Ee E E ar nst { > _ Laet En 4 zj € Te a = \ Ad p ear SA, NN be a -À f © EÀ a ar { 5 Ee TES a Na a ed NY Huurprijsontwikkeling tussen 2005 en 2017 DEE N (In EUR per vierkante meter per jaar, ontwikkeling in %) Gemiddelde van bandbreedte BEN 2e en 5 MN tex ox C B) onvermndend ox +25 ® EEN 25e ke A7 te —— Sndweaan Z Eri Nodedand & Communty Maps Cortsbuors rood =-35 tot -10%, oranje -10 tot-0%, geel=onveranderd, lichtgroen o-+25%, dondergroen +25-+200%) Bron: Winkelhuren Amsterdam2017, Cushman & Wakefield % Winkelhuren in Amsterdam 2017, Cushman & Wakefield % Winkelhuren in Amsterdam 2017, Cushman & Wakefield, augustus 2017 81 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 Gemiddelde winkelleegstand daalt, maar grote verschillen tussen gebieden Volgens de jaarlijkse peilingen door Locatus is de leegstand in 2017 3,6% in winkelverkooppunten en 4,5% in m? winkelvloeroppervlakte. Dit is deels lager dan in 2016 (respectievelijk 3,6% en 6,5%) en ver onder het landelijk gemiddelde (respectievelijk 7,6% en 7,4%). De leegstand in Amsterdam is ook beduidend lager ten opzichte van andere grote steden in het land. Leegstand winkelverkooppunten (%) Steden in G5 2011-2017 12,0% 10,0% gem 8,0% Eindhoven 6,0% Z= Rotterdam , —S-Gravenhage 4,0% a —— Utrecht 2,0% ‚0% Nederland 0,0% 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 Bron: Locatus, bewerking gemeente Amsterdam Deze positieve cijfers willen niet zeggen dat de crisis met faillissementen, winkelsluitingen, vertrek van kleinschalige winkels en gerenommeerde winkelformules in de afgelopen jaren geheel aan Amsterdam voorbij zijn gegaan. De leegstand in Centrum bleef zeer laag, maar in een aantal andere gebieden kwam de leegstand boven het frictieniveau van 4 tot 6%. In 2017 zien we de gemiddelde winkelleegstand in de stadsdelen beneden 6%, met uitzondering van de stadsdelen Zuidoost en in Westpoort. Daarbij zien we in het afgelopen jaar ook een opvallende daling in Oost. Ontwikkeling leegstand winkelverkooppunten Amsterdam 2011-2017 12,0% Centrum 10,0% — Nieuw-West 8,0% == Noord 6,0% == Oost — West 4,0% Westpoort 2,0% Zuid 0,0% == Zuidoost 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 Bron: Locatus, bewerking gemeente Amsterdam; leegstand= aantal winkelverkooppunten als % van de voorraad 82 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 Onder de 22 gebieden in de stad zien we in 2017 een leegstand in winkelverkooppunten boven de 6% vooral in de gebieden Geuzenveld/Slotermeer, Bos en Lommer, Bijlmer Centrum, Gaasperdam/Driemond en Noord Oost. In de meeste winkelgebieden ligt de leegstand lager dan 6%, meestal zelfs ook lager dan 4%. In bijna 2/3 van de winkelgebieden is de leegstand daarbij gelijk gebleven of gedaald ten opzichte van 2016. In 2017 hadden 24 winkelgebieden, in meerderheid gelegen in Zuidoost, Nieuw-West en Noord, een leegstand variërend tussen 6-20% van de winkelverkooppunten. In 11 gebieden daarvan was de leegstand net als in 2016, ook in 2017 boven de 6%. Qua type winkelgebied zien we in deze 11 gebieden relatief hogere en meerjarige leegstand in stadsdeelcentra als Amsterdamse Poort (9,4%) en Buikslotermeerplein (7,3%) en grootschalige winkelconcentraties zoals Rivaterrein in Zuidoost (7,7%), Villa Arena (10,7 %) en Westpoort (18,5%). Het varieert daarbij in aantal tussen circa 3 en 14 winkelverkooppunten en in metrage variërend tussen 2.000-6.000 m° winkelvloeroppervlakte in het gebied. Een deel van de kleine winkelgebieden zoals Caleido (13%), Bezaanjachtplein 13,6%), Belgiëplein (10,3%), Ganzenhoef/Ganzenpoort 6,7%), Joh. Huizingalaan (6,7%), en, Postjesweg (11,5%), blijkt eveneens kwetsbaar. In deze gebieden is het aantal leegstaande panden beperkt tot één of enkele panden en in metrage gaat het om circa 30 tot 600 m° winkelvloeroppervlakte per winkelgebied®® Qua totaal aantal m2 winkelvloeroppervlakte is de winkelleegstand vooral te vinden in Zuidoost (11.532 m°) in tweede instantie in Noord (9.126 m°) en gevolgd door Centrum (8.041 m°). Figuur: leegstand detailhandel 2017 (in procenten winkelverkooppunten en m°) Leegstand detailhandel 2017: în % winkelverkooppunten (VKP) en in % oppervlakte (m2) 10,0% 8,0% 6,0% 4,0% vKP 0,0% XN Ò X XN & „Ò XN & ” S 0% © $ 5 Nú À N 5 > & N S Bron: Locatus, bewerking gemeente Amsterdam ° Bron: Locatus 83 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 % Leegstand winkelverkooppunten 2017 naar type winkelgebied wijkcentra klein nn wijkcentra groot u trafficlocaties stadsdeelcentra u 0-3,9% pdv/gdv m A-5,9% kernwinkelgebied I m6+ % buurtcentra m 0 10 20 30 40 50 60 Aantal winkelgebieden Bron: Onderzoek Informatie en Statistiek, bewerking Economie, gemeente Amsterdam Oorzaken winkelleegstand Elk winkelgebied is anders en bij de leegstandcijfers van verschillende jaren gaat het ook niet altijd om dezelfde panden in die winkelgebieden. Een breed scala aan factoren heeft invloed op het economisch functioneren en daarmee ook op de leegstand in de winkelgebieden in de stad. Zo zijn er verschillen in: = De vraag: de groei en samenstelling van de bevolking in het omliggende gebied, het aantal en type bezoekers, de functie van het winkelgebied voor de consument (boodschappen, gericht op zoek, recreatief); = Locatie: de ligging van het winkelgebied en nabijheid van andere, concurrerende winkelgebieden; = Het aanbod: het aantal winkels, aanwezige winkelbranches en winkel(keten)formules, aanwezigheid ondersteunende voorzieningen als (dag)horeca, aanwezige andere (commerciële) functies in winkelgebied; "Overige elementen: de bereikbaarheid, aantal en type vastgoedeigenaren, beschikbare fiets- en autoparkeergelegenheid, parkeertarief, kwaliteit en onderhoud van de openbare ruimte, kwaliteit van de gebouwen en looproutes. Naast knelpunten in de basiskwaliteiten zoals het winkelaanbod, locatie, vastgoed, stedenbouwkundige inrichting en algemene veranderingen in consumentengedrag en aanbod zien we leegstand voor korte of langere periodes ook ontstaan door bijvoorbeeld verbouwing van een pand, hoge huurniveaus waardoor verhuur op zich laat wachten of strategische leegstand om verschuivingen in het gebied mogelijk te maken. Vastgoedeigenaren hebben daarbij vaak een sleutelrol in de oplossing van leegstand en/of gewenste branchering in winkelgebieden. Een veel gehoord knelpunt is dat pandeigenaren vaak niet de benodigde medewerking verlenen aan de gewenste branchering of huurniveaus vragen die niet meer in overeenstemming zijn met potentiële omzetten die ondernemers kunnen realiseren in het gebied. Dit kan een obstakel zijn in het oplossen van leegstand van winkelpanden, in het beperken van verloop binnen het 84 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 winkelgebied en daarmee dus in het versterken van het economisch functioneren van het winkelgebied. In de huidige leegstandcijfers in de stad zien we ook algemene trends terug. PDV/GDV-locaties (zoals Westpoort, Villa Arena en Rivaterrein Zuidoost) hebben te maken met groeiende concurrentie van webwinkels die qua snelheid, gemak en prijs de consument hetzelfde of zelfs beter bieden en daarnaast een consument die vaker op zoek is naar bijzonder aanbod en beleving in plaats van alleen het kopen van een bepaald product. Fysiek verouderde en in winkelaanbod weinig onderscheidende stadsdeelcentra (zoals Boven ‘t Y, Amsterdamse Poort) zien naast de groei in internetaankopen koopkracht afvloeien naar de binnenstad én naar andere, meer onderscheidende en aantrekkelijkere of dichter bij de woning gelegen winkelcentra. De faillissementen en krimp in verschillende ketenformules en verdwijnen van kleinschalige ondernemers met onvoldoende renderende verdienmodellen versterken de groei in de leegstand. Kleinere buurtcentra en winkelstrips zijn vaak kwetsbaar en verliezen de concurrentie van internet en van grotere wijkcentra die met een meer divers en compact winkelaanbod in dagelijks en vooral niet-dagelijks meer te bieden hebben. Kwaliteiten winkelomgeving In de ontwikkeling van detailhandel is niet alleen het winkelaanbod bepalend in het succes van gevestigde detailhandel in een bepaald gebied, maar ook de winkelomgeving speelt een rol hierin. De waardering voor de winkelomgeving is op diverse onderdelen redelijk tot uitstekend. Maar in verschillende winkelgebieden zijn op onderdelen nog verbeteringen gewenst. Openbare ruimte: tevredenheid maar ook ruimte voor verbetering De openbare ruimte is een bepalende factor voor de uitstraling en verblijfssfeer in de winkelgebieden. Dat geldt zeker voor de winkelgebieden waar het publiek recreatief winkelt en de verblijfssfeer belangrijk is. De aankleding en inrichting van de winkelgebieden wordt door de meerderheid van de consumenten en ondernemers redelijk tot goed gewaardeerd.** Het onderhoud (schoonmaak, afvalbakken, zwerfafval) krijgt van ondernemers en bezoekers aan winkelgebieden en observatie door onderzoekers ruim voldoende tot uitstekende waarderingen.” Frequent door ondernemers genoemde aandachtspunten zijn zwerfvuil, vuilniszakken op straat, afvalbakken (tekort), afvalcontainers (vol/vuil naast bak), fietswrakken en hondenpoep.”® In sommige winkelgebieden gebruiken winkeliers ook de openbare ruimte voor uitstallingen van producten of staan rijen klanten op de stoep vanwege een te kleine winkelvloer. Dit blokkeert trottoirs en geeft overlast. Bereikbaarheid: vaak goed tot uitstekend De grote meerderheid van het winkelend publiek komt lopend of op de fiets naar het winkelgebied. In 2016 was dit gemiddeld 77% van de bewoners in de stad. Bewoners in Nieuw West, Noord en Zuidoost gaan daarbij relatief veel vaker met de auto (29-38%) ten opzichte van bewoners in andere delen van de stad (3-16%). Een kleine groep bewoners (gemiddeld 2%) gaat met het % Resultaten consuvmentenenquête 2015/2016, Onderzoek Informatie en Statistiek, gemeente Amsterdam % Bezoekersonderzoek Metropool Amsterdam 2016, Amsterdam Marketing, OIS enquête ondernemers 2015, Rapportage Schoonste winkelgebied verkiezing 2015 — Stichting Nederland Schoon. 9 Enquête ondernemers winkelgebieden Amsterdam, Onderzoek Informatie en Statistiek, gemeente Amsterdam 2015 85 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 openbaar vervoer naar de winkelgebieden.” De bereikbaarheid wordt door bewoners en bezoekers over het algemeen als goed tot uitstekend beoordeeld. Parkeermogelijkheden auto en fiets: voor veel bewoners en ondernemers onvoldoende Onderzoek uit 2015 geeft aan dat 32% van de bewoners met de fiets naar de winkelgebieden gaat en 14% met de auto.” De parkeermogelijkheden worden voor veel winkelgebieden als onvoldoende ervaren, zowel voor de auto als de fiets, door bewoners en ondernemers.*°® Bezoekers beoordeelden de parkeergelegenheid net voldoende °° In de kritiek op de autoparkeermogelijkheden gaat het zowel om het beperkte aantal parkeerplaatsen, beperking in parkeervergunningen voor bedrijven, parkeertarieven in de stad, hoge kosten van parkeervergunningen en teveel of oneigenlijk gebruik van speciale parkeerplekken (bv parkeerplekken voor invaliden). Gevraagd wordt om meer parkeerplekken, instellen van blauwe zones, 10 cent zones en afschaffing of lagere parkeertarieven. Voor winkelgebieden gelegen binnen de ring Azo en gericht op de dagelijkse boodschappen is dit niet direct een probleem. In meerderheid komen bewoners te voet of met de fiets. Voor gebieden in Noord, Nieuw West en Zuidoost zijn goede autoparkeermogelijkheden belangrijker en niet in alle gebieden is het aantal parkeerplaatsen of niveau van tarieven naar tevredenheid bewoners en/of ondernemers.“° De waardering van parkeermogelijkheden voor de fiets varieert van matig tot uitstekend.° Fietsparkeren wordt in veel winkelgebieden als een groeiend probleem ervaren. Het leidt tot een slechtere uitstraling van het winkelgebied en belemmert de doorgang voor passanten en de toegankelijkheid van winkels. Veiligheid: bezoekers tevreden, ondernemers kritischer De meerderheid van de bewoners in Amsterdam vinden de veiligheid in de winkelgebieden (ruim) voldoende tot uitstekend in 2016 (rapportcijfer tussen 6-8)°°*. Ook blijkt dat 94% van het winkelend publiek zich overdag (heel) veilig voelt in de winkelgebieden (rapportcijfer 8) en voor ‘s avonds slechts 9% aangeeft (helemaal) zich niet veilig te voelen. “°® Ondernemers beoordelen de veiligheid in de winkelgebieden iets kritischer. De waardering ligt over het algemeen lager (rapportcijfer tussen 4-8) dan die bij consumenten. Aandachtspunten voor de veiligheid hebben betrekking op de verkeersveiligheid (oversteken, snelheid, fietsen op trottoir) en/of sociale veiligheid (diefstal, inbraak, overlast hangjongeren).°* Uitstraling winkel-/bedrijfspanden ín de winkelgebieden vaak ruim voldoende 7 Consumentenenquête 2015/2016, Onderzoek Informatie en Statistiek, gemeente Amsterdam 9 Resultaten OIS consumenten enquête 2015/2016, Bezoekersonderzoek Metropool Amsterdam 2016-Amsterdam Marketing ® Rapportage schoonste winkelgebied verkiezing 2015 — Stichting Nederland Schoon, Amsterdam, 2015 19 Consumentenenquête 2015/2016, Onderzoek Informatie en Statistiek, gemeente Amsterdam, Ondernemer enquête OIS 2015 ‘01 Bezoekersonderzoek Metropool Amsterdam 2016, Amsterdam Marketing 10% Consumentenenquête 2015/2016, Onderzoek Informatie en Statistiek, gemeente Amsterdam, ondernemersenquête OIS 2015 193 Consumentenenquête 2015-2016, Onderzoek Informatie en Statistiek, gemeente Amsterdam 10% Consumentenenquête 2015/2016, Onderzoek Informatie en Statistiek, gemeente Amsterdam ‘05 Rapportage schoonste winkelgebied verkiezing 2015 — Stichting Nederland Schoon, Amsterdam, 2015 — onderzoek onder 56 winkelgebieden in Amsterdam verspreid over de stad, Bezoekersonderzoek Metropool Amsterdam 2016-Amsterdam Marketing. 106 Enquête Ondernemers winkelgebieden Amsterdam, OIS,2015 86 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 De uitstraling van de winkel- en bedrijfspanden in een winkelgebied, draagt bij aan de verblijfssfeer van het gebied. Het uiterlijk van de winkels wordt in de meerderheid van de winkelgebieden als ruim voldoende gewaardeerd door bewoners (rapportcijfer 6-8).°°7. Ondernemers van enkele winkelgebieden waren ook hier kritischer over de kwaliteit van de winkel- en bedrijfspanden in hun winkelgebied (rapportcijfers tussen 5-8)°°*. o. Waardering consument over horeca ín winkelgebieden loopt sterk viteen Het aantal horecavestigingen in de winkelgebieden groeit, vooral in de 19° eeuwse gebieden en in de stadstraten. Bezoekers waarderen de horeca in de stad met gemiddeld 8. Horeca, en dan specifiek de daghoreca, is een belangrijke aanvullende voorziening voor een winkelgebied. Naast de aanwezigheid van daghoreca is ook het type en de kwaliteit bepalend. De waardering voor de daghoreca loopt nogal viteen voor verschillende winkelgebieden in de stad variërend tussen rapportcijfer 4 en 8. Consumenten geven voor de daghoreca in kleine winkelgebieden relatief vaker een onvoldoende waardering dan voor grotere winkelcentra/-straten en zijn er hogere waarderingen voor winkelgebieden binnen de ring. Horeca kan de verblijfssfeer en daarmee het winkelgebied aantrekkelijker maken voor het winkelend publiek en extra bezoekers naar het gebied trekken. De functie is belangrijker voor een gebied met een recreatieve functie zoals de binnenstad en grotere winkelcentra, dan voor een winkelgebied vooral bedoelt voor de dagelijkse boodschappen zoals een buurtcentrum. Zeker voor grotere winkelgebieden met een onvoldoende waardering is (dag)horeca dan ook een aandachtspunt. 17 Consumentenenquête 2015/2016, Onderzoek Informatie en Statistiek, gemeente Amsterdam 108 Enquête Ondernemers winkelgebieden Amsterdam, OIS, 2015 87 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 u mn u mn k u d mn V: Indicatieve spreiding supermarkten in Amsterdam Td 3 nj EN En Andi Er | zi ir Ts 4 =H Ee. EN De k ff Á 5 dr ee = UE ‘ e md « ih er 5 k sh en d ne ed U E e Eh d d 5 a UR Ä Ee a: 7 Len Sa N vj EN ’ DE == ; ii sits se A d nt 8 8 À Ken Eer rt: Ie NR tr Me Je DE ee uketertasrpleln 4, nd man, ETS ER EE te a dE be ei ii EE 0 at 5 / me Eme Me, nt GEN ji ee: E Ln nn mis, Be A nd Lite al rd en d ee er ar Ef idsspleinj EE 2 d k À ze / TA Tr has km nn A vs VE 4 hb tr _ ENE onee == BA er AN % À + K ij Aen Nt 5 EE. Ey jk IM e J Î EN TR \ ú ge \ Le | GA E ; ek: Sù j GN r $ SS z / ' : ke | Ee zi be En [S hd de p el e) He _— Je 4 B a PS salt t > Zil W Es “ef "A. 4e | BA sl eef ES ik Kea p E F Pe Ee E : ee EE GR ke Zn , 5 PT ï Es TAN RS Pe Nt ad, Kn A rn & Tr Pae Pei Re nn ie De re. od \ El  D/E ON et he n 2 A RN zE a sd PL Ts va N _N B) 5 EN Elsie rn pe A rn ê ni OAN ze En We k "4 5 |: ELEN [ As ' Si en ne se A ze > COENE ENZ A ED ep BR NS aM zl | KEE S De Me . ed hed De ie Nl ESE BGT OE et nn Jl! 8 =N gr PS AN gt ì & Sk 6 ie he E IJ rk 2e, NE Arn AE h 0 a d * Te 2 EE à 4 Ee ER tn Nt h | al en Nef fre WED EN LE Nel | u . EP: Ì ’ } EE „s …, eN A \ : Kif ä me 3 , EN ns ì ï _ B Mar Nier 1 / 25 PO: ( . En ni E j Nl Plm Ss en ie 7 % Ga V Re ISEEN NRN KE eN ben NGS CELIS BE EP ad rn PS ij semen in Amsterdam Fat U Dn in cl Te tn a EE P oor LE, ani : di lan sr Nen & kif! Ë Het streven is dat bewoners in de VEN d : de E A Ek dS ee à ergen en aken Cte nabijheid van hun woning hun vn \ Ne ff he En Bel S NA RN Ho js : Ene ' dagelijkse boodschappen kunnen S ser Aere Te in Te É en ND SE | Dd en b/ doen. Eenindictiehiervoorisde A Ó ie a No B Î | spreiding van sper maikted: ke eeN ‘ ENE KR el Om elke supermarkt is ongeacht bn en 8 ‚fs 4 ‚AN 2 Eg ú ; 4 omvang en formule een cirkel E Ed der nj Bn. Ar \ AAS A - \ | getrokken met een straal van 750 > dd : Sri va SN) oe e " …à si meter. É eN. MERE er 1 Ie neet : NEE ARE CE LE Ne Nt PR 52540 4 ri ET Nek ke id Ln ER. RLN dn En En - EL ì eN E PEA Ne nr Bron: Onderzoek, Informatie en Statistiek, bewerking Ruimte en & Duurzaamheid/Economie, gemeente Amsterdam E q 88 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 VI Begri lijst Aanloopstraten of aanloopgebieden: een straat die of gebied dat leidt naar (het hart van) het winkelgebied. Alcoholvrije horeca: horeca waar geen Drank en Horecawet-vergunning voor nodig is. Afhaalpunten voor internet aankopen: logistieke punten, niet voor het publiek toegankelijke ruimtes, waar de consument goederen kan afhalen die op het internet zijn gekocht. Ambachtelijk bedrijf: het vakkundig en geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen of herstellen van goederen, uitgeoefend als economische activiteit. Avondwinkels: winkels die van de gemeente Amsterdam een ontheffing hebben ontvangen voor openstelling van 22.00 tot 06.00 vur. Dit is mogelijk op grond van de winkeltijdenverordening. Beleidsdoelstelling: de beleidsdoelstellingen geven aan wat de gemeente belangrijk vindt voor de bewoners, bezoekers en ondernemers als het gaat om detailhandel. Beleidsregel: een beleidsregel beleidsuitgangspunt is een concrete vitwerking van de beleidsdoelstellingen in deze nota in de zin van artikel 4.81 Algemene Wet Bestuursrecht. Bevoorradingsplan: een plan waarin onder meer staat of er sprake is van inpandig laden en lossen of laden en lossen in de openbare ruimte, aantal laad- en losplekken, frequentie bevoorrading, aansluiting bij de lokale venstertijden, omvang en brandstoftype van de bevoorradingswagens. Blurring: de vervlechting van functies zoals detailhandel, horeca, dienstverlening, leisure en cultuur. Bruto vloeroppervlakte (B.v.o).: zie verder de definitie onder winkelvloeroppervlak. Buurt(winkel)centrum: < 2.500 m° winkelvoeroppervlak (w.v.o.), veelal 1 supermarkt, enkele aanvullende winkels en een enkele dienstverlener. Buurtbewoners doen hier vooral hun boodschappen. Centrummilieu: een woonomgeving met een mix van verschillende functies ‘om de hoek’: voorzieningen voor bedrijvigheid, recreatie zoals kunst en cultuur, al dan niet met een stedelijke aantrekkingskracht. Clusterpunten voor de dagelijkse boodschappen in stadsstraten: een concentratie van supermarkten en versspeciaalzaken op een deel van de stadsstraat. Bij lange stadsstraten zijn meer clusterpunten mogelijk. De afstand tussen de clusterpunten is een radius van ongeveer 750 meter. Vaststellen van de lengte van het cluster c.q. het aantal winkels is maatwerk en kan veranderen in de tijd. Het hangt af van de omvang en ontwikkelingen in het omliggende verzorgingsgebied, naastgelegen winkelgebieden en ontwikkelingen in consumentengedrag. Bij het aanwijzen van clusterpunten in een stadsstraat worden nabijgelegen bestaande winkelgebieden betrokken. Hierbij wordt met name naar supermarkten gekeken. De bescherming van de winkelfunctie en borging van een compact dagelijks aanbod in stadsstraten kan in bestemmingplannen worden geregeld, door delen ervan de bestemming detailhandel of supermarkt toe te kennen in plaats van een gemengde bestemming. Convenience supermarkt: een mini-supermarkt (gemakssupermarkt) van maximaal 300 m° w.v.o. met vooral aanbod in dagelijkse gemaksproducten. Dagelijks aanbod, dagelijkse artikelen, dagelijkse boodschappen: dagelijkse artikelen omvatten (volgens retail onderzoeksbureau Locatus) levensmiddelen en persoonlijke verzorging (drogisterijen, parfumerie en apotheken). Dienstverleners zoals kappers, nagelstudio's vallen hier niet onder omdat dat geen winkels zijn. Detailhandel: de bedrijfsmatige verkoop van goederen, zowel nieuw als tweedehands, aan consumenten, dus aan niet bedrijfsmatige gebruikers. Hieronder valt de uitstalling ter verkoop, het verkopen of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit 89 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 Onder fysieke detailhandel wordt verstaan verkoop van goederen aan consumenten in een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte (de winkel). “Onder niet-fysieke detailhandel wordt verstaan verkoop van goederen aan consumenten op het internet. Fijnmazige detailhandelsstructuur: netwerk van winkelgebieden waarbij de afstand tussen de winkelgebieden relatief klein is. Met andere woorden, bewoners moeten een relatief geringe afstand afleggen om een winkelgebied te bereiken. In deze beleidsnota verstaan we onder een relatief kleine afstand een loopafstand van 750 meter. Food: eten en drinken. Er is een verschil met dagelijkse artikelen. Onder de laatste worden namelijk ook producten voor persoonlijke verzorging gerekend. Gemakssupermarkt: een mini-supermarkt (convenience supermarkt) van maximaal 300 m* w.v.o. met vooral aanbod in dagelijkse gemaksproducten Gentrificatie, vaak met het Engelse woord gentrification aangeduid: is een proces waarbij stedelijke buurten opnieuw of voor het eerst worden bewoond door mensen met relatief hoge inkomens. Hierdoor treedt verandering op sociaal, cultureel en economische gebied op, wat gepaard gaat met een stijging van de prijzen voor onroerend goed en de huurprijzen. Gezonde voeding (definitie Voedingscentrum), alle voedingsmiddelen die zijn opgenomen in de Schijf van Vijf van het Voedingscentrum. GDV-winkels (Grootschalige Detailhandels Vestigingen): winkels met een winkelvloeroppervlak van minimaal 1.500 m° per bedrijfsvestiging in één branche. Niet het volume van het artikel is bepalend, maar de omvang van de winkel. Shop-in-Shop is niet toegestaan. Voor GDV-winkels gelden geen branchebeperkingen, alhoewel dagelijkse artikelen zijn uitgesloten. GDV-locaties in Amsterdam bevinden zich op de ArenA Boulevard in Zuidoost, op de Zuidermolenweg op bedrijvencentrum Osdorp in Nieuw-West en Landlust (Willem de Zwijgerlaan) in West. Deze winkelgebieden trekken consumenten vit de buurt dan wel de stad en soms de regio. Grofmazige detailhandelsstructuur: netwerk van winkelgebieden waarbij de afstand tussen de winkelgebieden relatief groot is. Met andere woorden, bewoners moeten een relatief grote afstand afleggen om een winkelgebied te bereiken. In deze beleidsnota verstaan we onder een relatief grote afstand een loopafstand van meer dan 750 meter. Kansrijk (of toekomstbestendig) winkelgebied: een winkelgebied waarvan de inschatting is dat de consument er ook op de (middel)lange termijn nog steeds gaat winkelen of z’n boodschappen doet. Kernwinkelgebied of kernwinkelapparaat: de winkelgebieden in de kernzone. Deze bestaan overwegend uit stadoverstijgend en niet-dagelijks aanbod, met name mode-aanbod. Koopkrachtbinding: hoeveel procent van de bestedingen (aan dagelijkse artikelen of niet-dagelijkse artikelen) bewoners besteden in hun woongebied. Afbakening kan zijn de stad (Amsterdam is woongebied), of kleiner gebied (bv. stadsdeel, gebied of buurt). Leegstand: de winkelruimte wordt fysiek niet gebruikt. Van langdurige leegstand bij een marktconforme huur en voldoende verhuurinspanningen is sprake wanneer de ruimte langer dan één jaar leeg staat. Bij structurele leegstand staat het pand langer dan drie jaar leeg. Er kan ook sprake zijn van structurele leegstand in een winkelgebied. Dat betekent dat de leegstand van een bepaalde omvang in dat gebied zich langer dan drie jaar voordoet. Van substantiële leegstand is sprake indien het problemen geeft voor het woon- en leefklimaat. Wanneer dit aan de orde is, verschilt per gebied. Mengformule: is een winkel waarin ook andere activiteiten plaatsvinden dan de verkoop van goederen zoals horeca, persoonlijke dienstverlening, et cetera. Nevenassortiment: dit speelt bij perifere detailhandelslocaties (ook wel afgekort als ‘PDV’). Nevenassortiment is afwijkend van de hoofdbranches doe-het-zelf bouwmarkten, meubels en woninginrichting, maar ligt wel in het 90 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 verlengde ervan. Dagelijkse artikelen zijn vitgesloten als nevenassortiment. Bij PDV geldt dat nevenassortiment is toegestaan tot een maximum van 20% (maximaal 5oo m°) van het winkelvloeroppervlak. Verder geldt de regel dat de exploitant van het nevenassortiment dezelfde exploitant is als die van de hoofdbranches, waardoor het nevenassortiment in het verlengde ligt van het hoofdbranches. Niet-dagelijks aanbod/ Niet-dagelijkse artikelen / Niet-dagelijkse boodschappen: alle niet-consumeerbare goederen èn artikelen voor de persoonlijke verzorging die verkocht worden aan niet-bedrijfsmatige gebruikers. Het retail onderzoeksbureau Locatus omschrijft deze als de branches mode en luxe, vrije tijd, in en om het huis. Non-food: zie niet-dagelijks aanbod. Omgevingsplan: de gemeenteraad stelt, na inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet, één omgevingsplan vast voor de gemeente waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen. In het omgevingsplan worden functies toebedeeld aan locaties en worden de regels die met het oog daarop nodig zijn opgenomen Ondergeschikte detailhandel: detailhandel binnen een andere functie, zijnde een ambachtelijk bedrijf, consumenten dienstverlening, alcoholvrije horeca of cultuurinstelling. Detailhandel is ondergeschikt wanneer maximaal 20% (met een plafond van 5o m°) van het bruto vloeroppervlakte van het bedrijfspand, horecaruimte, kantoor of cultuurinstelling bestaat vit winkelruimte. Verder geldt de regel dat de exploitant van de ondergeschikte detailhandel dezelfde exploitant is als die van de hoofdfunctie, waardoor de ondergeschikte detailhandel in het verlengde ligt van de hoofdfunctie. One-stop-shopping: de mogelijkheid waarbij in één winkel of meerdere winkels - met één keer parkeren van auto of fiets - alles binnen redelijke loopafstand verkrijgbaar is. Ontwikkelgebieden: gebieden waar grootschalig getransformeerd wordt van de ene functie naar een of mee andere functies. Bijvoorbeeld Sloterdijk | (van werken naar wonen), IJburg Il (van water naar wonen). Overdekte warenmarkt: een warenmarkt in een voor publiek toegankelijk besloten ruimte. De regels van de Marktverordening zijn dan niet van toepassing. Een overdekte warenmarkt kan beschouwd worden als een winkel. PDV-winkels (Perifere Detailhandels Vestigingen): winkels die vooral volumineuze artikelen (goederen) verkopen. Qua branches zijn ze beperkt tot doe-het-zelf bouwmarkten en winkels in meubels en woninginrichting. Deze veelal grote(re) vestigingen met volumineuze goederen pasten fysiek veelal niet in gewone winkelcentra en werden daarom daarbuiten toegestaan, bijvoorbeeld op bedrijventerreinen. In Amsterdam zijn PDV-winkellocaties onder meer te vinden op (delen van) de Klaprozenweg, Amstel II, Spaklerweg en bedrijventerrein Schinkel. Deze winkelgebieden trekken consumenten vit de buurt en soms de regio. Perifere winkellocaties, perifere winkelclusters, PDV-locatie, perifere detailhandelslocaties: winkellocaties die perifeer (aan de buitenzijde) liggen ten opzichte van de bestaande winkelcentra, maar wel binnen de bebouwde kom. Op een perifere winkellocatie zijn PDV-winkels gevestigd. Dit zijn winkels in volumineuze goederen, te weten doe-het-zelf bouwmarkten en winkels in meubels en woninginrichting te vinden. Retail: in publicaties worden verschillende interpretaties gehanteerd bij het begrip ‘retail’. Er is vooralsnog geen eenduidigheid over de definitie. Retail wordt zowel geïnterpreteerd als ‘detailhandel’, maar ook als verzamelnaam voor bedrijven die zowel goederen (detailhandel) als diensten (bijvoorbeeld reisbureau) leveren aan de consument. In deze nota ligt de focus bij detailhandel, maar wordt vanwege de toenemende vervlechting met andere functies en het belang van de winkelomgeving als randvoorwaarde, detailhandel op deelterreinen wel in bredere context gezet. SER-ladder: een meetinstrument van de Sociaal Economische Raad (SER), om de verschillende ruimtelijke mogelijkheden zorgvuldig af te wegen en zo optimaal mogelijk te benutten. De SER-ladder geeft aan dat er drie fases te onderscheiden zijn in het kader van ruimtegebruik. Ten eerste optimaal gebruik maken van reeds beschikbare (of door herstructurering beschikbaar te maken) ruimte. Ten tweede door middel van meervoudig ruimtegebruik de ruimteproductiviteit te verhogen en ten derde over te gaan tot uitbreiding van het ruimtegebruik. Dit betekent concreet dat voor nieuwe winkelinitiatieven in eerste instantie ruimte moet worden 91 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 gezocht in bestaande winkelgebieden, eventueel door herstructurering en/of meervoudig ruimtegebruik. Indien dat niet mogelijk is, kan overwogen worden of nieuwe winkelgebieden ontwikkeld moeten worden. Showroom: een voor publiek toegankelijke besloten ruimte waar goederen worden tentoongesteld. Het onderscheid met een winkel in de klassieke zin van het woord is tegenwoordig niet meer te maken. Winkels functioneren tegenwoordig steeds meer als showroom. De consument bekijkt het product in de winkel en betaalt niet meer in de winkel, maar bijvoorbeeld via internet. Omdat het onderscheid showroom en winkel niet meer te maken is, scharen we in deze beleidsnota zowel de showroom als de winkel onder detailhandel. De showrooms die niet voor publiek toegankelijk zijn, bijvoorbeeld bij bedrijven, worden hiertoe niet gerekend. Solitaire of losstaande winkel: een apart gelegen winkel, geïsoleerd van andere winkelgebieden of daarmee geen samenhangend deel vormend. De doelgroep waar zo'n winkel zich op richt is afhankelijk van het winkelaanbod. Stadsstraat: Straat met een belangrijke verblijfs- en economisch-maatschappelijke functie op verschillende schaalniveaus met daarnaast een belangrijke verkeersfunctie. De stadsstraat heeft ten minste de volgende karakteristieken: de stadsstraat ligt altijd in intensief bebouwd gebied, heeft verblijfs- én verkeersfunctie(s), ligt in verkeersnetwerken: fiets, openbaar vervoer en/of auto, bevat tal van voorzieningen, is relatief druk, is doorgaans brede(re) en lange(re) straat, is bekende(re) straat, bevat grote(re), hoge(re), representatieve(re) gebouwen. Bijlage Il biedt een overzicht van winkelgebieden, die gelegen zijn in de bestaande stadsstraten van Amsterdam. Stadsdeel(winkel)centrum: > 10.000 m° w.v.o., minimaal twee grote supermarkten, één of twee warenhuizen, breed aanbod in mode, bekende formules en een grotere functiemix dan wijkcentra groot. Een grotere functiemix wordt gevormd door bijvoorbeeld een bioscoop, theater of zorgvoorzieningen. Stadsdeelverzorgend, 60-85% van de bestedingen vit eigen stadsdeel, soms ook vit de regio (minimaal 10%). Supermarkt: een zelfbedieningswinkel waar hoofdzakelijk voedingsmiddelen, waaronder verse groente, brood en vlees (= dagelijkse goederen), persoonlijke verzorging en soms enige niet-dagelijkse (bijvoorbeeld huishoudelijke) artikelen worden verkocht. Deze kunnen klein (mini-supermarkt, circa 300 m* w.v.o.) en groot (XL, circa 4.000 m* w.v.0.) zijn. Ze kunnen onderdeel zijn van een landelijke keten (Albert Heijn, Vomar, Aldi etc.) of zelfstandig (bijv. Turkse ondernemer). Er zijn meerdere verschijningsvormen mogelijk, namelijk een gemakssupermarkt, ook wel convenience store genoemd (max. 300 m° w.v.o. / circa 375 m° bvo), een reguliere supermarkt (tussen 300 — 1.500 2 2 . . m” w.v.o.), een grote of XL-supermarkt (> 1.500 m° w.v.o.), discountformules en verstheaters, supermarkten die beleving en vers koken aanbieden. Toekomstbestendig winkelgebied: een winkelgebied waarbij de (ruimtelijke) condities van dien aard zijn dat de verwachting is dat dit gebied op de (middel)lange termijn nog steeds kan functioneren als winkelgebied. De ruimtelijke condities die deze kans vergroten zijn onder meer een goede bereikbaarheid, juiste functiemix, actieve winkeliersvereniging, beperkt aantal vastgoedeigenaren, beperkt aantal concurrerende winkelgebieden in de omgeving, bevolkingsgroei, koopkrachtig publiek. Topwinkels: exclusieve, internationale en vnieke winkels, winkelformules of -ketens. Het gaat dan over die branches, merken of formules die Nederland niet heeft of in zeer beperkte mate. De artikelen hoeven niet per definitie duur te zijn. Denk bijvoorbeeld aan een winkel van het automerk Spijker als innovatief hoogwaardig Nederlands product. Traffic-locatie: een openbaar vervoer-locatie of benzinestation, waar het winkelaanbod met name is gericht op reizigers, voor consumptie direct na aankoop. Winkelruimtes zijn doorgaans kleine eenheden. Transformatie: functieverandering waardoor er sprake is van het meer mengen van functies zoals wonen, werken en recreëren, maar soms ook verplaatsing van bedrijven, bedrijventerreinen. Gebieden die transformeren van bedrijventerreinen naar woon-/werkgebieden, en de te ontwikkelen stadsstraten en pleinen vallen in dit beleid onder de term “transformatiegebieden’. Verkleuring: de - al dan niet juridisch afgedwongen - ontwikkeling van de detailhandelsfunctie in een gebied naar andere functies, zoals horeca, maatschappelijke of persoonlijke dienstverlening, sport of vrijetijd, cultuur, g2 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 gezondheidszorg, kleinschalige bedrijvigheid of kantoren, wonen, et cetera. Met andere woorden, de detailhandelsfunctie verdwijnt dan in het betreffende gebied ten faveure van andere functies. Versmarkt, overdekt: een warenmarkt in een voor publiek toegankelijk besloten ruimte. De regels van de Marktverordening zijn dan niet van toepassing. Een overdekte versmarkt kan beschouwd worden als een winkel. Voor de openbare ruimte gelden de regels van de Marktverordening en het marktbeleid. Voorzienbaarheid: Bij iedere wijziging van het bestemmingsplan moet kritisch worden gekeken naar het wel of niet handhaven van de bestemming detailhandel. Dit is onderdeel van ‘een goede ruimtelijke ordening’. Indien er sprake is van een gebied, waar de winkelfunctie is vitgehold, moet de detailhandelsfunctie op deze niet-kansrijke locatie uiteindelijk verdwijnen. Door actief te voeren op deze locatie beleid — gericht op het afbouwen van de winkelfunctie-, kan voor de markt ‘voorzienbaarheid’ van de beleidsvoornemen worden gecreëerd ten behoeve van een nieuw bestemmingsplan, waarin de winkelfunctie is geschrapt. Het risico op planschade wordt hierdoor beperkt. Winkel: een voor het publiek toegankelijke ruimte waar de verkoop van goederen, zowel nieuw als tweedehands, aan consumenten, dus aan niet-bedrijfsmatige gebruikers plaatsvindt. Dit omvat dus ook een PDV-vestiging, een GDV-vestiging, een showroom en een afhaalpunt waar goederen uitgestald staan. Kortom, in een winkel vinden detailhandelsactiviteiten plaats. Winkelinitiatieven: een (omgevings)vergunningaanvraag voor het realiseren van een nieuw winkelgebied of een winkel (indien niet passend in het bestemmingsplan), sloop, uitbreiding, herontwikkeling, brancheverruiming of andere bestemmingsplanwijziging, nieuw bestemmingsplan, gebiedsvisie van een projectbureau. Het gaat om alle vormen van detailhandel, dus zowel dagelijkse als niet-dagelijkse boodschappen. Winkelcluster: een (nagenoeg) aaneengesloten geheel van minimaal vijf winkels. Winkelgebied: een (nagenoeg) aaneengesloten geheel van minimaal vijf winkels. Wijk(winkel)centrum klein: 2.500 —7.500 m° winkelvloeroppervlak, verzorgt meer dan een buurt, bevat minimaal een supermarkt, aanvullende winkels, dienstverleners en beperkt horeca. Bewoners uit de wijk komen hier vooral hun boodschappen doen. Wijk(winkel)centrum groot: 7.500 — 15.000 m° w.v.o., minimaal twee supermarkten, enig mode-aanbod, aanvullende winkels en dienstverleners, horeca, evt. een klein warenhuis, groter dan 85% van de bestedingen komt uit eigen stadsdeel. Andere consumenten zijn bezoekers zoals passanten en werknemers. Winkelvloeroppervlak. (w.v.o ): op het winkelverkoopvloeroppervlak vindt de daadwerkelijke ‘verkoop’ aan de klant plaats. Deze definitie wordt gehanteerd voor de oppervlakte van winkels en commerciële voorzieningen. Onder dit oppervlak vallen (dus) niet de uitsluitend voor het personeel bedoelde ruimten, zoals de ruimten voor bedrijfskantoor, portiek, ambacht, reparatie, opslag, magazijn, sanitair en distributiervimten voor de verwerking van bestellingen. Het winkelvloeroppervlak is gemiddeld circa 80% van het brutovloeroppervlak. Dat is de winkelruimte inclusief de niet-winkelruimte als magazijn en de buitenmuren. Een winkel met 1.000 m° w.v.o. is daarmee dus gemiddeld circa 1.250 m° b.v.o. 93 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 VII Geraadpleegde bronnen 1 Miljoen inwoners in 2034?, OIS, Gemeente Amsterdam, september 2016 Amsterdam City Index 2017, Vereniging Amsterdam City, janvari 2017 Amsterdam is van iedereen-Coalitieakkoord Amsterdam 2014-2018, D66-SP-VVD, 2014 Amsterdam blijft van iedereen-Een hernieuwing van het coalitieakkoord van Amsterdam voor de periode 2014- 2018, D66-VVD-SP, 2016 Amsterdams Ondernemers Programma 2015-2018: Ruimte voor ondernemers!, gemeente Amsterdam, vastgesteld door de gemeenteraad op 17 december 2015 Amsterdam winkelstad: een kwaliteit aan winkelgebieden (2011-2015), Gemeente Amsterdam, 2011 Beleidsnotitie internetwinkels, gemeente Putten, 2010 Bestuurlijke reactie van wethouder Economische Zaken op de motie van raadslid de heer De Goede, getiteld ‘Aanpak leegstand van winkelpanden d.d. 23 mei 2012’, d.d. 18 september 2012 Bewoners regio kopen minder in eigen regio, Gemeente Amsterdam-Onderzoek en Statistiek, augustus 2015 Bezoekersonderzoek Metropool Amsterdam 2016, Amsterdam Marketing, juni 2016 Blurring, Lexence en Bureau Stedelijke Planning, 2016 Consultatieversie concept update detailhandelsbeleid, gemeente Rotterdam, november 2016 Consumentenenquêtes en Data winkelgebieden-detailhandel Amsterdam, Gemeente Amsterdam. Onderzoek Informatie Statistiek, www.ois.amsterdam.nl De huiskamer van alle Amsterdammers, concept visie openbare ruimte 2025, gemeente Amsterdam, mei 2016 Definities oppervlaktes en commerciële voorzieningen, BRO, 2007 Destination Retail Benelux 2016, JLL, november 2016 Detailhandelsbeleid 2015-2020, Provincie Noord-Holland, februari 2015 Detailhandelsvisie West, Stadsdeel West-Gemeente Amsterdam, 2012 Detailhandelsvisie Nieuw-West 2013-20120, stadsdeel Nieuw-West, 2013 De Vastgoedmarkt reageert marktconform, Overheidsingrijpen is soms nodig, Centraal Planbureau, 2016 Dynamiek door Beleid, DTNP, januari 2015 Economische Verkenningen Metropoolregio Amsterdam 2016, gemeente Amsterdam, maart 2016 Economische visie Kalverstraat-Heiligeweg, Amsterdam, Bureau Stedelijke Planning, oktober 2016. Functioneren en Toekomstperspectief van de stadsdeelcentra in Nederland, Bureau Stedelijke Planning, mei 2016 Geen kleffe sandwich, maar versgebakken brood bij Shell, Het Parool, november 2016 94 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 Gebiedsanalyse 2015, OIS, Gemeente Amsterdam, februari 2015 Handleiding Ladder Duurzame Verstedelijking Detailhandel Stadsregio Amsterdam, Bureau Stedelijke Planning, 21 december 2015 Handleiding Locatus online winkelgebiedtyperingen Nederland, 2013, www.locatus.com, Instrumenten voor een succesvolle transitie van de winkelstructuur, NRW, IVBN, INRetail, janvari 2017 Kerncijfers Amsterdam, Gemeente Amsterdam-Onderzoek Informatie Statistiek-Gemeente Amsterdam, www.ois.amsterdam.nl/visvalisatie/dashboard_kerncijfers.html Kiezen voor het kloppend hart, Detailhandel Nederland, november 2016 Koers 2025 — Ruimte voor de stad, Gemeente Amsterdam, april 2016 Koopstromenonderzoek Randstad 2016,I&0 Research, februari 2017 Leegstand naar winkelgebied, Locatus, 2013, 2014, 2015 Monitor Detailhandel 2014, Bureau Onderzoek en Statistiek, Gemeente Amsterdam, november 2014 Ondernemerspeiling KING 2015, OIS — gemeente Amsterdam, janvari 2016 Onderzoek naar de (on)mogelijkheden van leegstandsreductie door de gemeente in winkelgebieden in Amsterdam, augustus 2012 Onderzoeksrapport stadsstraten, gemeente Amsterdam, augustus 2017 Randstad Koopstromenonderzoek 2016, I&O Research/DTNP, februari 2017 Rapportage schoonste winkelgebied verkiezing 2015, Nederland Schoon, janvari 2016 Regionaal detailhandelsbeleid Stadsregio Amsterdam 2016-2020, Stadsregio, 15 maart 2016 Rotterdam smaakt naar meer, update detailhandelsbeleid, gemeente Rotterdam, 2016 Staat van de detailhandel, Stadsdeel Centrum, Oost, West, Zuid, Noord, Nieuw-West, Zuidoost, Gemeente Amsterdam-Onderzoek en Statistiek, juni 2015 Stand van de Balans, Gemeente Amsterdam, 16 juni 2016 Startdocument Stad in Balans, Gemeente Amsterdam, 28 mei 2015 Structuurvisie Amsterdam 2040: economisch sterk en duurzaam, Gemeente Amsterdam, 17 februari 2011 Sturen op een divers winkelgebied: bevindingen bestuursopdracht Diversiteit winkel- en voorzieningenaanbod, februari 2017. Transformatie van het Amsterdamse winkellandschap, Rogier van der Groep, Rooilijn 2016, nr.2 Trendanalyse: diversiteit van de Amsterdamse bevolking, OIS, Gemeente Amsterdam, augustus 2016 Trendrapport Horeca, HBMEO, 2016 Visie openbare ruimte: de huiskwamer van álle Amsterdammers, gemeente Amsterdam, 8 juni 2017 95 Gemeente Amsterdam Ruimte en Economie Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 Werk aan de winkel: Nederlandse detailhandel in versnelling richting 2025, McKinsey & Company, november 2016 Winkelen in Amsterdam 2005-2006, Dienst Onderzoek en Statistiek, gemeente Amsterdam, juni 2007 Winkelgebied van de Toekomst- bouwstenen voor publiek-private samenwerking, Platform 31, februari 2014, Winkelgebied van de Toekomst — lessen voor de praktijk, Platform 31, maart 2015 Winkelhuren Amsterdam 2017, Cushman & Wakefield, 2017 Winkelhuren Amsterdam 2016, DTZ Zadelhoff, 2016 Winkelleegstandbarometer Amsterdam 2016, Gemeente Amsterdam, 2016 Winkelleegstandbarometer Amsterdam 2017, Gemeente Amsterdam, 2017 Winkelstraat gaat internationaal, ING Economisch Bureau, september 2016 Colofon Vastgesteld door college van burgemeester en wethouders van Amsterdam op 14 november 2017, ter bespreking in de raadscommissie van 6 december 2017 en ter besluitvorming op 10 december. 96
Onderzoeksrapport
96
train
FINANCIËLE MONITOR CONTINUÏTEIT OPENBAAR PRIMAIR EN SPECIAAL ONDERWIJS 2020 Oktober 2021 % Inhoudsopgave - KON 1. Toezichthoudende rol gemeente in openbaar onderwijs Zonova Inleiding L iN O Taken en verantwoordelijkheden van de gemeente 5 Opzet van de financiële monitor 2020 6 ee 2. Openbaar primair en speciaal onderwijs in Amsterdam 7 Het aandeel van openbaar onderwijs in Amsterdam 8 Westelijke } Tuinsteden Het aandeel per schoolbestuur voor openbaar onderwijs 9 TER ooo 3. Financiële inzichten totaal openbaar onderwijs 10 0 De belangrijkste kengetallen 11 meren onderwijs Kengetallen voor de 8 schoolbesturen 12 4. Gedetailleerde inzichten per schoolbestuur 17 Bl Bijlage: ap. omde nwijs Links naar websites en jaarverslagen schoolbesturen 26 VierTaal & % % % 1. Toezichthoudende rol gemeente in openbaar onderwijs % % jn X Inleiding Dit rapport geeft inzicht in de financiële continuïteit van de 8 Primair Onderwijs Amsterdam (Totaal 63.987 leerlingen) Amsterdamse schoolbesturen voor openbaar primair en speciaal onderwijs. Het rapport is gebaseerd op de jaarverslagen 2020 en de (meerjaren) begrotingen 2021 van de schoolbesturen. AANTAL LEERLINGEN PO Om de continuïteit en het voortbestaan van het openbaar AMSTERDAM primair onderwijs te waarborgen, monitort de gemeente de ontwikkelingen van de financiële positie en resultaten van de schoolbesturen binnen het openbaar primair onderwijs. De gemeente ontvangt jaarlijks de goedgekeurde jaarverslagen en meerjarenbegrotingen van de aandeel schoolbesturen om hier inzicht in te krijgen. Daarnaast . . … . … JS; 51% vinden jaarlijks toezichthoudende gesprekken op ambtelijk en bestuurlijk niveau tussen de schoolbesturen en de gemeente plaats. De financiële positie van de schoolbesturen over de periode 2019-2022 geeft op dit moment geen aanleiding tot zorgen U over de financiële continuïteit van de schoolbesturen. Meer informatie over de schoolbesturen is te vinden via de links naar de websites en de jaarverslagen. X Taken en verantwoordelijkheden van de gemeente Amsterdam telt zes besturen voor openbaar primair onderwijs en twee besturen voor openbaar speciaal onderwijs. Alle besturen voor openbaar primair onderwijs en openbaar speciaal onderwijs in Amsterdam werken met een Raad van toezicht- model. Dat betekent dat het College van Bestuur de bestuurlijke taken en bevoegdheden vitvoert en de Raad van Toezicht de werkgever van het College van Bestuur is en toezicht houdt op de vitvoering van haar bestuurlijke taken. De verantwoordelijkheid van de lokale overheid ten aanzien van het openbaar onderwijs komt voort uit art. 23 Grondwet. Hierin is bepaald dat in elke gemeente van overheidswege voldoende algemeen vormend lager onderwijs wordt gegeven in een genoegzaam aantal openbare scholen. De wettelijke taken en verantwoordelijkheden die bij de gemeenteraad als extern toezichthouder blijven zijn de volgende: 1. Toezicht uitoefenen op het in standhouden van de wezenskenmerken* van het openbaar onderwijs op instellings- en op schoolniveau 2. Waarborgen van continuïteit van het openbaar onderwijs binnen Amsterdam * Wezenskenmerken = Karakter openbaar onderwijs. Het openbaar onderwijs draagt bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden. % % , , , X% Opzet van de financiële monitor 2020 Jaarlijks wordt de raad middels een rapportage op de hoogte gesteld van de financiële continuïteit van de schoolbesturen voor openbaar onderwijs. Deze monitor biedt v een analyse van het Amsterdamse openbaar primair en speciaal onderwijs op basis van de financiële kengetallen en signaleringswaarden van de Onderwijsinspectie voor continuïteitstoezicht op onderwijsinstellingen. Hierbij worden de schoolbesturen met elkaar vergeleken, waarna ook per schoolbestuur een analyse gemaakt wordt over de afgelopen drie jaar. Deze rapportage geeft een analyse van de jaarverslagen 2020 en de (meerjaren) begrotingen 2021. Op bestuurlijk en ambtelijk niveau worden jaarlijks toezichthoudende gesprekken gevoerd met de schoolbesturen voor openbaar primair en openbaar speciaal onderwijs naar aanleiding van de begrotingen en de jaarverslagen. De gesprekken worden gevoerd met de Raden van Toezicht en Colleges van Bestuur van de schoolbesturen. Behalve op de financiën en continuïteit van de schoolbesturen is in de gesprekken ook ruimte om in te gaan op de risicoprofielen van de schoolbesturen, de kwaliteit van het onderwijs, kansengelijkheid, het lerarentekort, scholen onder de opheffingsnorm en diversiteit binnen de Raden van Toezicht. % % % 2. Openbaar primair en speciaal onderwijs in Amsterdam % X Het aandeel van openbaar onderwijs in Amsterdam Ö 116 32.682 schoolbesturen scholen leerlingen (betreft 20% van totaal aantal (betref 47% van totaal aantal (betreft 51% van totaal aantal schoolbesturen PO in Amsterdam) basisscholen in Amsterdam) leerlingen PO in Amsterdam) € afin # % Het aandeel per schoolbestuur voor openbaar onderwijs X (overzicht gegevens 2020) PD 1 Stichting Amsterdam West Binnen de Ring AWBR 18 4966 € 38.980 € -268 2 Stichting Innoord Innoord 17 h.142 € 34.535 € 598 3 Openbaar Onderwijs aan de Amstel OOadA 22 7.636 € 52.921 € 924 4 Stichting Samen tussen Amstel en IJ STAIJ 18 5775 € 44.875 € -773 5 Stichting Westelijke Tuinsteden STWT 15 5019 € 45.463 € -715 6 Stichting Zonova Zonova 19 5056 € 43.468 € -11 Stichting Orion openbaar speciaal 7 onderwijs Amsterdam Orion 5(SO)+5(VSO) 6348(SO)+634 (VSO) € 35.328 € 419 8 Stichting VierTaal VierTaal 2(SO)+1(VSO) 364(SO)+266(VSO) € 40.536 € -2.946 Totaal 116(PO) 32.682(PO) * Inclusief nevenvestigingen % % % 3. Financiële inzichten totaal openbaar onderwijs X De belangrijkste kengetallen Kengetallen Kengetallen Financiële definitie Signaleringswaarden Om de financiële continuïteit (de vraag of een schoolbestuur/instellin (Eigen vermogen + Kredietwaardigheid op de lange fi g oel di kort g Solvabiliteit 2 voorzieningen)/ totale termijn >30% inancieel gezond is om op korte en passiva langere termijn aan haar financiële verplichtingen kan voldoen) van de Vlottende activaf kort Mogelijkheid om te voldoen aan Funderend onderwijs < schoolbesturen te monitoren wordt Liquiditeit vreemd vermogen verplichtingen op de korte 0,75 gebruik gemaakt van de kengetallen 3 termijn Mbo + ho < 0,5 en signaleringswaarden van de Par ij Onderwijsinspectie voor (Huisvestingslasten + huisvestin lasten ten oe zichte Funderend onderwijs < continuïteitstoezicht op Huisvestingsratio afschrijvingen gebouwen van de elo lasten on de 10% onderwijsinstellingen. en terreinen) / totale lasten organisatie Mbo + ho < 15% Voor dit rapport is gebruik gemaakt Mogeliikheid om de nadel: van de jaarrekeningen 2020 en de Weerstandsvermogen Eigen vermogen/ totale en < 5% (meerjaren)begroting 2021. baten vaneen Mbo nvt Verhouding tussen het financiële 3- jarig < 0% Rentabiliteit Resultaat/ totale baten resultaat van de organisatie en 2- jarig < -0,05% het geïnvesteerde vermogen 1- jarig < -0,10 % X Solvabilrteit 2 (2020) Uitleg Solvabiliteit 2 Kredietwaardigheid op de lange termijn (Eigen vermogen + voorzieningen)/ totale passiva ) De solvabiliteit is een graadmeter voor de financiële onafhankelijkheid (van externe partijen) van de stichting en geeft aan of er op de lange termijn aan de financiële verplichtingen kan worden voldaan Signaleringswaarde: minimaal 30% Conclusie: = Uit het overzicht blijkt dat alle schoolbesturen boven de signaleringswaarde zitten. De schoolbesturen hebben voldoende middelen om op de lange termijn aan de financiële Echt: s & ® gr » & 0 $ D verplichtingen te voldoen. 5 5 & & & & se Ik & sd 5 (SN % Liquiditeit (2020) Uitleg Liquiditeit Mogelijkheid om te voldoen aan verplichtingen op de korte termijn Vlottende activa/ kort vreemd vermogen) De liquiditeit geeft aan of een organisatie voldoende geld beschikbaar heeft om aan de direct opeisbare betalingsverplichtingen te kunnen voldoen. Signaleringswaarde: minimaal 0,75 Conclusie: = Uit het overzicht blijkt dat alle D- En En | En En En schoolbesturen boven de signaleringswaarde zitten. De schoolbesturen hebben voldoende middelen om op de korte termijn aan de financiële verplichtingen te voldoen. ° & 5 " S < 5 \ & © & À © À 5 NSD KÊ < sg e < ok 9 9 AS 5 RC $ ‚S SN X Huisvestingsratio (2020 Uitleg huisvestingsratio Verhouding van de huisvestingslasten ten opzichte van de totale lasten van de organisatie Huisvestingslasten + afschrijvingen gebouwen en terreinen) / totale lasten) De huisvestingsratio laat zien in welke Den mate er sprake is van te hoge huisvestingslasten in relatie tot de totale instellingslasten. Risico's zoals leegstand van schoolgebouwen als gevolg van leerlingenkrimp kunnen in beginsel leiden tot hoge huisvestingslasten. Dit kan ten koste gaat van het primaire onderwijsproces als bezuinigd moet worden op de inzet van personeel Signaleringswaarde: maximaal 10% Conclusie: = Alle schoolbesturen zitten onder de signaleringswaarde. se & Ò Yr > & > & N © N \ N © De schoolbesturen hebben geen te & “ © el & & AS od hoge huisvestingslasten. se IN & sö X Weerstandsvermogen (2020) Uitleg Weerstandsvermogen Mogelijkheid om de nadelige gevolgen van risico's op te vangen (Eigen vermogen/ totale baten) Het weerstandsvermogen geeft een indicatie van de omvang van middelen waarmee de negatieve financiële gevolgen van (onverwachte) risico’s kunnen worden opgevangen. Signaleringswaarde: minimaal 5% Conclusie: = Uit het overzicht blijkt dat alle schoolbesturen boven de signaleringswaarde zitten. De schoolbesturen hebben B En En En En OO En En voldoende eigen vermogen om financiële risico’s voldoende op te vangen. de & Ò Sr > $ „© £ à $ © D A A O0 N A© S © 5ö X Rentabilrtert (2020) Uitleg Rentabiliteit Verhouding tussen het financiële resultaat van de organisatie en de totale baten (eenjarig) (Resultaat/ totale baten) De rentabiliteit geeft de verhouding tussen het exploitatieresultaat en de 1,19% totale baten weer. mn mn Signaleringswaarden: PL n__n a AN voor een eenjarige rentabiliteit A mn & oP En 9 SS minimaal - 0,1% (opgenomen in tabel) 8 Tv $ O 1 S S voor een tweejarig voortschrijdend 4 gemiddelde minimaal - 0,05% 5% voor een driejarig voortschrijdend gemiddelde minimaal 0,0% Conclusie: = Uit het overzicht blijkt dat nagenoeg alle schoolbesturen boven de signaleringswaarde zitten. Alleen Viertaal is negatief, maar daar is de meerjarige rentabiliteit positief % % % 4. Gedetailleerde inzichten per schoolbestuur X schoolbestuur: AWBR % Aantal scholen: 18 ’ X Aantal leerlingen: 4.966 Toelichting: Ontwikkeling financiële indicatoren, 2019-2022 De financiële positie over de periode 2019-2022 geeft, afgezet tegen de zo minimale signaleringsgrenzen, geen sooo 250 Gat 6200 LOO es % 159 196 162 H er: . „8% 6,6% 7,0% 7,0 - aanleiding tot noemenswaardige 0 16 HET 276, DE . . | ____ -0; “anc 0,0 opmerkingen met betrekking tot de 30 5 ERR | IJ IJ 5% Renap teit financiële continuïteit. Solvabiliteit 2 Liquiditeit Huisvestingsratio Weerstandsvermogen De financiële positie laat toe dat de geprognosticeerde negatieve resultaten Sorlerngsvaarde Jens Mee zn zon in 2020 en 2021 kunnen worden opgevangen. Vanaf 2022 wordt uitgegaan van een On Oe (nagenoeg) sluitende begroting. Ontwikkeling aantal Ontwikkeling omzet Ontwikkeling resultaat leerlingen (x1000) (x1000) 195 o 5027 4966 4881 ‘ B ER 2019 2020 2021 2022 831 | | 58 230 4 36.70 268 2019 2020 2021 2022 2019 2020 2021 2022 % schoolbestuur: INNOORD We % _Aantalscholen: 16 X Aantal leerlingen: 4.142 Toelichting: Ontwikkeling financiële indicatoren, 2019-2022 De financiële positie over de periode 2019-2022 geeft, afgezet tegen de woo 240 202 27% 7 : . 10% ú % % minimale signaleringsgrenzen, geen „5% 48% 48% 44% rss 75% 72% 72% % Gn . nm amledngiet noemende a zi DE NES financiële continuïteit. en on Solvabiliteit 2 Liquiditeit Huisvestingsratio Weerstandsvermogen „9 14% Het schoolbestuur is bezig met het sat — _— Signaleringswaarde HN 2019 | 2020 2021 2022 koers-plan 2019-2023 om de kwaliteit van het onderwijs te bevorderen. Hierdoor wordt bewust ingeteerd op h nwezige vermogen. . . . . . . De financiële positie lest toe dat de Ontwikkeling aantal Ontwikkeling omzet Ontwikkeling resultaat leerlingen X1000 X1000 geprognosticeerde negatieve resultaten 9 ) ) in 2021 en 2022 kunnen worden opgevangen. Vanaf 2023 wordt een (nagenoeg) sluitende begroting 598 verwacht. 8 34-535 4165 mn 33-788 2E 2020 2021 2022 L149 wuz 1149 32.606 "375 mn 2019 2020 2021 2022 2019 2020 2021 2022 % schoolbestuur: OOadA % _ Aantal scholen: 22 âp X Aantal leerlingen: 7.636 Toelichting: Ontwikkeling financiële indicatoren, 2019-2022 De financiële positie over de periode 2019-2022 geeft, afgezet tegen de 7 : . A „3% minimale signaleringsgrenzen, geen sot 55% 52% 55% LON 20770 TN mm” aanleiding tot noemenswaardige 0% 1,0 466 41 15 LON . . 0 Í Rentabiliteip,0% opmerkingen met betrekking tot de 075 n 5 5% ne financiële continuïteit. en Solvabiliteit 2 Liquiditeit Huisvestingsratio Weerstandsvermogen Voor 2020 is er sprake van een hoger sen . n El —_——— i Ì 201 2020 2021 2022 resultaat dan begroot doordat lagere Onde AA ’ kosten zijn gerealiseerd voor inhuur/expertise en nascholing. De oorzaak hiervan ligt in gewijzigde omstandigheden wegens COVID-19. Ontwikkeling aantal Ontwikkeling omzet Ontwikkeling resultaat leerlingen (x1000) (x1000) Naar verwachting wordt komende jaren (nagenoeg) niet ingeteerd op het aanwezige vermogen en worden stabiele resultaten begroot . 816 923 7636 7637 7636 52.347 °° 51.317 96 7626 49.551 2019 2020 2021 205% 2019 2020 2021 2022 2019 2020 2021 2022 % schoolbestuur: STAIJ % Aantal scholen: 20 u X Aantal leerlingen: 5.775 „er Toelichting: Ontwikkeling financiële indicatoren, 2019-2022 De financiële positie over de periode 2019-2022 geeft, afgezet tegen de . . . . -0,6% minimale signaleringsgrenzen, geen Ss an 10% se on zak 26 vos aa us m7 aanleiding tot noemenswaardige 4 35% tba 13 % % % % . ; 30% Zeo! ' RAM oiteit opmerkingen met betrekking tot de 075 u 5 IJ 5% u - Te financiële continuïteit. Solvabiliteit 2 Liquiditeit Huisvestingsratio Weerstandsvermogen Het negatieve resultaat in 2020 wordt grotendeels veroorzaakt door de en Sgrolemgsvaacde Mees Mee on zn eenmalige uitkering en de salarisverhoging waarvoor de middelen in 2019 ontvangen zijn. Hierdoor vallen rn. ne rn de resultaten over 2019 en 2020 deels Ontwikkeling aantal Ontwikkeling omzet Ontwikkeling resultaat tegen elkaar weg. leerlingen (x1000) (x1000) 790 354 838 5840 ABI5 44.732 24 >3 44-127 2019 2020 2021 2022 5775 5755 | 7 2019 2020 2021 2022 2019 2020 2021 2022 % schoolbestuur: STWT % Aantal scholen: 15 Ty X Aantal leerlingen: 5.019 Toelichting: Ontwikkeling financiële indicatoren, 2019-2022 De financiële positie over de periode 2019-2022 geeft, afgezet tegen de sen 1,8% 5 : . 62% 60% 61% ee 17,3 9,1% minimale signaleringsgrenzen, geen 10% ease zam077 Eat m aanleiding tot noemenswaardige . woe 176 1,62 16 EE Rengeltek opmerkingen met betrekking tot de 30% 075 u D IJ Ì 5% In financiële continuïteit. In Solvabiliteit 2 Liquiditeit Huisvestingsratio Weerstandsvermogen Het negatieve resultaat in 2020 wordt grotendeels veroorzaakt door de extra To Sorolerngsvoode [ses Mee zn zon loonkosten n.a.v. de nieuwe cao po waarvoor de baten in 2019 zijn verantwoord. Hierdoor vallen de . . . . . . resultaten over 2019 en 2020 deels tegen Ontwikkeling aantal Ontwikkeling omzet Ontwikkeling resultaat elkaar weg. leerlingen (x1000) (x1000) In 2021 worden, naast de middelen vanuit het Rijk, extra financiële middelen 03 ingezet om onderwijsachterstanden (door COVID-19) weg te nemen. Als z gevolg hiervan wordt voor 2021 eenmalig 5228 an zo IN MN een exploitatietekort begroot. mn 43-798 43-432 4726 42.771 745 De financiële situatie is ruim voldoende 73 om dit op vera ntwoorde wijze te doen. 2019 2020 2021 2022 2019 2020 2021 2022 Vanaf 2022 wordt uitgegaan van een (nagenoeg) sluitende begroting. % schoolbestuur: ZONOVa % Aantal scholen: 20 X Aantal leerlingen: 5.056 Toelichting: Ontwikkeling financiële indicatoren, 2019-2022 $ À De financiële positie over de periode ee we 2019-2022 geeft, afgezet tegen de Jb ken nn Gn 3000 minimale signaleringsgrenzen, geen sn 0% H aanleiding tot noemenswaardige 30% UN AB 139 13 50% 5,3% 4,9% 4,6% on RK - opmerkingen met betrekking tot de 075 u 5 H 1 5% ve financiële continuïteit. De fusie tussen en aa . … . Solvabiliteit 2 Liquiditeit Huisvestingsratio Weerstandsvermogen Sirius en Bijzonderwijs levert geen problemen op voor de financiële positie — Signaleringswaarde [zoo PS zoo zon zon van Zonova. Vanaf 2021 worden middelen uit de gemene reserve peschikbaar gesteld Ontwikkeling aantal Ontwikkeling omzet Ontwikkeling resultaat om wjcerijk IM te ZELLEN OP GOE leerlingen (x1000) (x1000) onderwijs, aanpak lerarentekort, werkdruk en kansenongelijkheid en het binnenklimaat van de bestaande a onderwijshuisvesting. oe De financiële situatie is ruim voldoende 5 om dit op verantwoorde wijze te doen. NN sas TS one Vanaf 2022 wordt uitgegaan van een go29 5056 5 ’ 2019 _ 2930 208 2022 (nagenoeg) sluitende begroting. me 2019 2020 2021 2022 2019 2020 2021 2022 % Schoolbestuur: Orion %& Aantal scholen: 5 Aantal leerlingen: 634 (PO) £ E TL Toelichting: Ontwikkeling financiële indicatoren, 2019-2022 ® Orion heeft in Amsterdam naast de 5 scholen voor speciaal onderwijs ook 5 bos 65% cou 67% ox URE za nn a vso scholen. „2% nm . …… . . 202 1,96 1,60 1,68 SR Sr 2 mm De financiële positie over de periode 30% u n IJ Ì O1Â Rentabiliteit 2019-2022 geeft, afgezet tegen de 0,75 o% 17% minimale signaleringsgrenzen, geen Solvabiliteit 2 Liquiditeit Huisvestingsratio Weerstandsvermogen aanleiding tot noemenswaardige | . n El . . _ Si Ì 201 2020 2021 2022 opmerkingen met betrekking tot de Andenne ’ financiële continuïteit. In 2021 wordt extra geïnvesteerd in de kwaliteit van het geboden onderwijs, Ontwikkeling aantal Ontwikkeling omzet Ontwikkeling resultaat het behoud en het aantrekken van leerlingen SO (x1000) (x1000) goede medewerkers en huisvesting. De financiële situatie is ruim voldoende . om dit op verantwoorde wijze te doen. 7 419 37 650 650 634 35-327 35-551 35-748 2019 2020 2021 2022 583 31.959 594 2019 2020 2021 2022 2019 2020 2021 2022 % schoolbestuur: VierTaal % _ Aantal scholen: 2 X Aantal leerlingen: 364 # Toelichting: Ontwikkeling financiële indicatoren, 2019-2022 VierTaal heeft naast de Amsterdamse scholen ook scholen in Den Haag, 1% en EA Schagen, Alkmaar, Zwaag, Purmerend 5% 55% 2,88 10% 0 2,15 en Almere. zo E L 257 4 3,656 217% ara 3,5% Ì L sn De financiële kentallen over de periode 0,75 me 5% A Boren — 2019-2022 blijven binnen de minimale Solvabiliteit 2 Liquiditeit Huisvestingsratio Weerstandsvermogen 40% 1 signaleringsgrenzen. Echter laten de resultaten in de jaarrekening 2020 en To Sorolerngsvoode [ses Mee zn zon meerjarenbegroting wel duidelijk zien dat sprake is van grote financiële uitdagingen. Dit vraagt gedegen . . . . ‚ ‚ financieel inzicht en strakke sturing Ontwikkeling aantal Ontwikkeling omzet Ontwikkeling resultaat binnen Viertaal. leerlingen Amsterdam SO (x1000) (x1000) VierTaal erkent deze urgentie en gaat derhalve fors bijsturen en zorgen voor 2019 2020 2021 2022 professionalisering met betrekking tot de planning & control. 1.528 -2.946 -3-002 De financiële situatie is voldoende om 369 40536 oor 30.852 de negatieve resultaten op te vangen. se, 365 365 nm Vanaf 2024 wordt een sluitende me begroting verwacht. 2019 2020 2021 2021 2019 2020 2021 2022 X Bijlage: Links naar websites en jaarverslagen schoolbesturen tawbr wi AWBR Klik hier Jaarverslag 2020 INNOORD INNGOPRD Klik hier Jaarverslag 2020 OOadA Klik hier Jaarverslag 2020 el se oe STAIJ + Klik hier Jaarverslag 2020 eos SAMEN Westelijke : ED ein STWT Klik hier Jaarverslag 2020 10 Xx ZONOVA Aevà Klik hier Jaarverslag 2020 el Zzonova ror ORION Klik hier SPECIAAL IN Jaarverslag 2020 ONDERWIJS \ VIERTAAL 5 VierTaat 9 Klik hier Jaarverslag 2020
Onderzoeksrapport
26
train
x Gemeente Amsterdam R Gemeenteraad % Gemeenteblad x Motie Jaar 2015 Afdeling 1 Nummer 1228 Publicatiedatum 13 november 2015 Ingekomen onder AT Ingekomen op donderdag 5 november 2015 Behandeld op donderdag 5 november 2015 Status Ingetrokken Onderwerp Motie van het lid Groot Wassink inzake de toekomstige samenwerking met Tel Aviv en Ramallah (instemming vooraf). Aan de gemeenteraad Ondergetekende heeft de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over de toekomstige samenwerking met Tel Aviv en Ramallah (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1177); Overwegende dat: — het college het voornemen heeft met Tel Aviv en Ramallah een samenwerking aan te gaan; — deze samenwerking vorm zal krijgen in verschillende samenwerkingsprojecten; — sommige onderwerpen van deze samenwerkingen een politiek gevoelige dimensie kunnen hebben. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: de uitwerkingen van de verschillende samenwerkingsprojecten in 1x vooraf ter instemming aan de raad voor te leggen. De leden van de gemeenteraad B.R. Groot Wassink 1
Motie
1
discard
x Gemeente Besluit van de vergadering van het Algemeen Bestuur van X Amsterdam 22 maart 2016 X Oost Jaar 2016 Registratienummer Z-16-25672 / INT-16-07918 Onderwerp: Verlenging lokale beleidsregels Het Algemeen Bestuur van de Bestuurscommissie Oost, Gezien het voorstel van het Dagelijks Bestuur d.d. 8 maart 2016 Overwegende dat het ongewenst is als lokale beleidsregels per 19 maart 2016 komen te vervallen; Gelet op artikel 38 van de Verordening op de bestuurscommissies; Besluit: 1. Opnieuw vastte stellen de volgende nadere regels en beleidsregels: -__ Beheerreglement Dappermarkt 2010; -__ Marktreglement Biologische markt Van Eesterenlaan 2009; -__ Voorschriften grafbedekking De Nieuwe Ooster; -__Richtlijnen gehandicaptenparkeerplaats en -kaart stadsdeel Zeeburg 2008; - __ Beleidsregels gereserveerde gehandicapten parkeerplaatsen stadsdeel Oost Watergraafsmeer; -__ Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Stadsdeel Oost 2011; -__ Geveltuinbeleid stadsdeel Oost en nadere regels voor het plaatsen van plantenbakken en gevelbanken. 2. Te bepalen dat dit besluit in werking treedt op 19 maart 2016. Het algemeen bestuur van de Bestuurscommissie Oost Liane Pielanen, Ivar Manvel, Secretaris voorzitter Afschrift: *ZO0OO0O251935C5Ox
Besluit
1
train
x Gemeente Amsterdam R Gemeenteraad % Gemeenteblad x Motie Jaar 2016 Afdeling 1 Nummer 422 Publicatiedatum 29 april 2016 Ingekomen onder AZ Ingekomen op donderdag 21 april 2016 Behandeld op donderdag 21 april 2016 Status Aangenomen Onderwerp Motie van het lid Van Lammeren inzake de Agenda Dieren (cirkel van geweld op gemeentelijke website). Aan de gemeenteraad Ondergetekende heeft de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over de Agenda Dieren (Gemeenteblad afd. 1, nr. 261). Constaterende dat: — inde helft van de gevallen van huiselijk geweld er ook sprake is van dierenmishandeling; — bij een constatering van dierenmishandeling de kans meer dan 30% is dat er sprake is van huiselijk geweld. Overwegende dat: — _dierenmishandeling nog niet is opgenomen bij de verschillende vormen van huiselijk geweld, zoals ouderenmishandeling en eergerelateerd geweld op de website van Veilig Thuis Amsterdam-Amstelland. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: bewustwording verder te vergroten door de relatie tussen huiselijk geweld en dierenmishandeling een plek te geven op de website 020veiligthuis.nl van Veilig Thuis Amsterdam-Amstelland en op de gemeentelijke website bij de aanpak Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. Het lid van de gemeenteraad J.F.W. van Lammeren 1
Motie
1
discard
x Gemeente Amsterdam R Gemeenteraad % Gemeenteblad % Schriftelijke vragen Jaar 2017 Afdeling 1 Nummer 1007 Datum indiening 16 mei 2017 Datum akkoord 6 september 2017 Publicatiedatum 7 september 2017 Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen van het lid Poot inzake in het park Bijlmerweide kamperende Oost-Europeanen. Aan de gemeenteraad Toelichting door vragenstelster: Uit berichtgeving van AT5 blijkt dat in park de Bijlmerweide in stadsdeel Zuidoost sinds enige tijd illegaal wordt gekampeerd door mensen van Oost-Europese afkomst. Een jaar geleden was dit ook het geval. Omwonenden klagen over verloedering van het park en de openbare ruimte en overlast door rondhangende mannen die in hun auto overnachten. De fractie van de VVD acht het volstrekt onwenselijk dat op deze manier in parken wordt gekampeerd. Bovendien bestaan er gerede vermoedens dat deze mensen overdag de stad intrekken om zich schuldig te maken aan zakkenrollerij en/of bedelarij. Daarom wil de VVD dat de in de Bijlmerweide verblijvende mensen zo snel mogelijk vertrekken. Gezien het vorenstaande heeft het lid Poot, namens de fractie van de VVD, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders gesteld: 1. Herkent het college de berichtgeving over in de in het park Bijlmerweide kamperende mensen? Uit hoeveel personen bestaat de groep? Welke nationaliteiten verblijven er in het park? 2. Is het college het met de fractie van de VVD eens dat de aanwezigheid van deze groep Oost-Europeanen een onveilig gevoel voor omwonenden teweeg kan brengen? Zo nee, waarom niet? 3. Herkent het college de signalen dat het hier een groep betreft die overdag het stadscentrum intrekt om zich schuldig te maken aan onder meer zakkenrollen en bedelen? Zo nee, waarom niet? 4. Welke stappen gaat het college ondernemen of worden reeds ondernomen om deze groep zo snel mogelijk uit het park Bijlmerweide te verwijderen? 1 Jaar 2017 Gemeente Amsterdam R Neng lo07 Gemeenteblad Datum 7 september 2017 Schriftelijke vragen, dinsdag 16 mei 2017 Antwoord op vragen 1, 2, 3 en 4: Deze raadsvragen worden gelijktijdig beantwoord met de aanvullende raadsvragen van het raadslid Van Soest van 12 juli 2017. De reden hiervoor is dat politie en gemeente bezig waren met een onderzoek naar de situatie en het voorbereiden van een integrale actie waarover pas nu gecommuniceerd kan worden. Het college is bekend met de berichtgeving over de kamperende mensen op de Bijlmerwijde en vindt dit een onwenselijke situatie waartegen dient te worden opgetreden. In de voorgaande jaren zijn er ook regelmatige groepen kamperende personen uit Oost-Europa gesignaleerd in Zuidoost. Zij verbleven in de buurt van Ganzepoort in Zuidoost en veroorzaakten daar overlast. In 2016 is daarom de strategie gehanteerd om direct elke tent of andere overtreding van de APV aan te pakken. De overlast was daarmee onder controle, maar de mensen bleven telkens terugkomen. Toen dit jaar opnieuw de eerste kampeerders werden gesignaleerd is er gekozen voor een meer structurele aanpak van het probleem. Daartoe hebben politie en gemeente de groep Oost Europeanen die kampeerden en in een aantal huizen verbleven geobserveerd en gecontroleerd. Doel was om na te gaan of er sprake is van een georganiseerde groep en wie de eventuele leiders zijn en welke mogelijk criminele activiteiten zij ondernemen. Ondertussen is continue gemonitord of er sprake was van overlast in de openbare ruimte in Zuidoost. Bij meldingen of in het oog lopende vormen van overlast is opgetreden door politie of Handhaving. De afdeling Handhaving heeft contact gezocht met de melders van overlast en hen een directe communicatielijn geboden voor eventuele nieuwe situaties van overlast. Na de onderzoeksperiode is op 25 juli 2017 een grote integrale actie uitgevoerd door politie, gemeente, het Openbaar Ministerie, de Belastingdienst en de RDW. Hierbij zijn alle mensen uit de groep kampeerders door de politie gecontroleerd. De politie deelde zestien boetes uit voor slapen op de openbare weg. Ook namen agenten een auto in beslag. De kampeerplek is leeg geruimd, de tenten zijn door handhavers opgeruimd en de struiken zijn gesnoeid om het opnieuw opbouwen van de kampeerplek te ontmoedigen. 5. Kunnen individuen in deze groep, in samenwerking met de Rijksoverheid, tot ongewenst vreemdeling worden verklaard, om zo recidive eenvoudiger te voorkomen? Zo nee, waarom niet? Antwoord op vraag 5: De AVIM, ook wel bekend als de Vreemdelingenpolitie, heeft deelgenomen aan de actie. Indien daartoe aanleiding is zal ook de mogelijkheid tot ongewenst verklaring worden benut. Burgemeester en wethouders van Amsterdam A.H.P. van Gils, secretaris E.E. van der Laan, burgemeester 2
Schriftelijke Vraag
2
train
> < gemeente Raadsinformatiebrief msterdam | steraa Afdoening motie Aan: De leden van de gemeenteraad van Amsterdam Datum 17 mei 2022 Portefeuille(s) Ruimtelijke Ordening Portefeuillehouder(s): Marieke van Doorninck Behandeld door Ruimte en Duurzaamheid ([email protected]) Onderwerp Afdoening motie 1527.16 van het lid Nuijens van GroenLinks Geachte leden van de gemeenteraad, In de vergadering van de gemeenteraad van 9 november 2016 heeft uw raad bij de behandeling van agendapunt g (Vaststellen van de Begroting 2017 en instemmen met het wijzigen van het verdeelvoorstel van het stedelijk mobiliteitsfonds) motie 1527.16 van raadslid Nuijens van GroenLinks aangenomen waarin het college gevraagd wordt om: e Inhet kader van de stedelijke verdichtings- en woningbouwopgave uiterlijk februari 2018 aan de raad een plan voor te leggen voor het, samen met bestuurscommissies, verbeteren van de kwaliteit, de breedte en de (vroeg}tijdigheid van participatie en inspraak. Het College geeft als volgt uitvoering aan de motie: Helaas is deze motie veel te lang op de termijn agenda voor formele afdoening blijven staan. Dat is niet hoe wij met moties om horen te gaan en wij betreuren dat dan ook ten zeerste. Wij zullen maatregelen nemen om dit in de toekomst te voorkomen. De vraag in de motie is overigens feitelijk in de loop van de tijd met verschillende vastgestelde producten wel degelijk vitvoerig beantwoord. Dat is gebeurd door het vaststellen van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 in 2021. Daarmee is een integrale ruimtelijke visie op de stad vastgesteld, met vijf strategische keuzes. Een van die keuzes is Samen Stadmaken. Daarmee is vastgelegd hoe Amsterdam werkt aan stedelijke opgaves. Vanuit de grondhouding van samenwerking, gebruik makend van de kennis en kunde en ervaringen van bewoners, ondernemers en organisaties in buurten en wijken. Die grondhouding was ook zichtbaar in het maakproces van de Omgevingsvisie. Daarin is vanaf de start actief samengewerkt met partners in de stad, die ook meeschreven zoals bijvoorbeeld de Club2o5o, een diverse groep Amsterdamse stadmakers en buurtkenners, en WomenMakeTheCity. Het college verwijst ook naar de brief! aan de ombudsman Munish Ramlal, die op 22 februari 2022 ter kennisname aan uw commissie is toegestuurd. * https:/lamsterdam.raadsinformatie.nl/modules/1/Berichten%z2ouit%2ohet%2ocollege/735394 Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief Datum 17 mei 2022 Pagina 2 van 2 Hierin wordt aangegeven welke acties (waaronder het eerder genoemde Samen Stadmaken) het college genomen heeft en gaat oppakken om de kwaliteit van participatie te verbeteren. Onderdeel is het eind 2021 vastgestelde participatiebeleid, waarbij open en eerlijke communicatie uitgangspunt is. Daarnaast is er inmiddels instrumentarium om bewoners, ondernemers, gebruikers van de stad meer ruimte te geven voor het ontplooien van eigen initiatieven, zoals de buurtrechten, het burgerberaad, de nieuwe referendumverordening, en wordt gewerkt aan bijvoorbeeld het opzetten van het buurtplatformrecht. Van voorbeelden vit de praktijk leren we waar het wel en niet goed gaat. En we werken een ambtelijke leeromgeving over de kunst van het samenwerken en een goede participatie, waarin leren met de stad centraal staat. Het college beschouwt de motie hiermee als afgehandeld. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, Cr en (_ (/ OO Marieke van Doorninck Wethouder Ruimtelijke ontwikkeling en Duurzaamheid Een routebeschrijving vindt v op amsterdam.nl
Motie
2
train
DOS N Gemeente Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening en Grond en Ontwikkeling RO en Control X Amsterdam Voordracht voor de Commissie RO van o5 juli 2023 Ter advisering aan de raad Portefeuille Financiën Agendapunt 3 Datum besluit B&W van 9 mei 2023 Onderwerp Voorjaarsnota 2023 De commissie wordt gevraagd De raad te adviseren in te stemmen met de raadsvoordracht Voorjaarsnota 2023. Wettelijke grondslag De Voorjaarsnota 2023 zelf kent geen wettelijke grondslag. De begroting daarentegen wel. De Voorjaarsnota 2023 is het document waar wijzigingen voor het lopende jaar worden voorgesteld. Op basis van artikel 189, lid 1 van de gemeentewet brengt de raad voor alle taken en activiteiten jaarlijks op de begroting de bedragen die hij daarvoor beschikbaar stelt, alsmede de financiële middelen die hij naar verwachting kan aanwenden. In artikel 192, lid 1 van de gemeentewet staat dat besluiten tot wijziging van de begroting tot uiterlijk het eind van het desbetreffende begrotingsjaar kunnen worden genomen. Bestuurlijke achtergrond De Voorjaarsnota 2023 is het eerste moment in 2023 om te bezien of de Begroting 2023 bijsturing behoeft. Met deze voordracht wordt de gemeenteraad de Voorjaarsnota 2023 met de daarbij voorgestelde wijzigingen in de Begroting 2023 ter vaststelling van de gemeente Amsterdam formeel aangeboden. De Voorjaarsnota 2023 wordt in de raadscommissies van 14, 15, 21 en 22 juni en de raadscommissies van 5, 6, 12, en 13 juli 2023 behandeld. Op 19 en 20 juli 2023 ligt de Voorjaarsnota ter instemming voor in de gemeenteraad. Reden bespreking Zie raadsvoordracht. Uitkomsten extern advies Niet van toepassing. Geheimhouding Niet van toepassing. Uitgenodigde andere raadscommissies De Voorjaarsnota 2023 wordt in alle raadscommissies behandeld. Gegenereerd: vl.8 1 VN2023-015518 % Gemeente Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening en Grond en Ontwikkeling R Directie Middelen _ 9 Amsterdam en Control % Voordracht voor de Commissie RO van o5 juli 2023 Ter advisering aan de raad Wordt hiermee een toezegging of motie afgedaan? Niet van toepassing. Welke stukken treft v aan? AD2023-050045 Bijlage 1 Voorjaarsnota 2023. pdf (pdf) AD2023-050044 Bijlage 3 Notitie Financiele Stresstest 2023-2027.pdf (pdf) Bijlage 4 Handreiking model brede stresstest gemeente Amsterdam AD2023-050046 2023.pdf (pdf) AD2023-050047 Bijlage_2 _Paspoorten_Reserves.pdf (pdf) AD2023-050049 Commissie RO (a) Voordracht (pdf) AD2023-050048 Gemeenteraad Voordracht.pdf (pdf) Ter Inzage Behandelend ambtenaar of indienend raadslid (naam, telefoonnummer en e-mailadres) DMC, Arjan Langeveld, 06-14,824996, arjan. [email protected] DMC, Ella Krommendijk, 06-39268596, ella.krommendijk@&amsterdam.nl Gegenereerd: vl.8 2
Voordracht
2
train
> Gemeente Amsterdam > < West Besluit Algemeen Bestuur A-besluit Directie: Programma's, Projecten en Wijken Afdeling: Programma- en Projectmanagementbureau Behandelende ambtenaar: Joop Gerrits Telefoon 06 3050 9531 Datum behandeling: 07 april 2015 Besluitnummer: INT-15-01019 Portefeuille: Openbare Ruimte Onderwerp: Herinrichtingsplan Ten Katestraat Planning van de bespreking en besluitvorming e _Oordeelvorming dinsdag 7 april 2015 e Besluitvorming dinsdag 21 april 2015 Het Algemeen Bestuur besluit: — Inte stemmen met het herinrichtingsplan voor de Ten Katestraat Korte samenvatting: (max. 10 regels) Het Definitief Ontwerp voor de herinrichting van de Ten Katestraat is het resultaat van een intensief participatietraject van verschillende belanghebbende partijen en wordt breed gedragen In de Nota van Beantwoording zijn alle reacties op het DO verzameld en wordt verantwoord hoe het Ontwerpteam met deze inspraak is omgegaan. Uit de drie geselecteerde kunstenaars hebben buurtbewoners en marktkooplieden met een stemprocedure het ontwerp van Titia Ex gekozen. Bestuurlijke achtergrond (aanleiding en context): In november 2012 is door de stadsdeelraad de Visie op de Openbare Ruimte in de Borger- en Bellamybuurt vastgesteld. Daarin is de Ten Katestraat opgenomen als groene verbindingsroute. Het huidige inrichtingsplan is een uitwerking van de visie. In maart 2014 is het projectvoorstel vastgesteld door de portefeuillehouders voor Economie en Cultuur en voor Openbare Ruimte om een nieuw inrichtingsplan voor de straat te maken. De opgave was dat het inrichtingsplan breed gedragen wordt. Het ontwerp wat voorligt, is door participatie van alle belanghebbende partijen tot stand gekomen, heeft inspraak gehad en Ter Visie gelegen. Het dagelijks bestuur heeft het inrichtingsplan op 3 februari 2015 vastgesteld. Het besluit wordt ter instemming aan het Algemeen Bestuur vorgelegd. Na instemming met het Definitieve Ontwerp door het algemeen bestuur van het stadsdeel zullen de volgende besluiten aan het bestuur worden aangeboden: 1) Besluit instelling tijdelijke markt (rond Ten Kateplein van 8/15 -11/15) Stadsdeel West Pagina 2 van 3 A-besluit Besluitnr: INT-15-01019 2) Besluit instelling marktterrein (definitieve markt) 3) Toewijzingsbesluit definitieve marktindeling (toedeling kramen) 4) Verkeersbesluiten: a. autovrijmaken twee delen Ten Katestraat b. aanpassingen rijrichting Hazebroekstraat c. venstertijden Laad- en en losplekken d. instellen tweerichtingverkeer Ten Kate- tussen Jan Hanse- en Bellamystraat e. Instellen keerlussen in Wenslaver- en Hasebroekstraat 5) Kapvergunning 1 boom Bellamystraat + tijdelijke verplaatsing 1 boom 6) Terrasvergunningen (uitbreiding terrassen op de markt) 7) Omgevingsvergunning kunstwerk Reden van het besluit: Reden voor het besluit is dat de huidige inrichting na 25 jaar is afgeschreven, De Hallen zijn opgeleverd en een vpgrading van de inrichting gewenst is, de regenwateroverlast dringend moet worden aangepakt en de gevaarlijke oversteek van de Kinkerstraat moet worden verbeterd. Het Ontwerpteam heeft de betrokken partijen toegezegd dat de werkzaamheden starten in de zomer 2015 en uiterlijk 1 november 2015, vóór de feestdagen, afgerond zijn. Met de benodigde voorbereidingstijd van 9 maanden in acht nemende, is een besluit op korte termijn nodig. Het dagelijks bestuur heeft de bevoegdheid om een nieuw inrichtingsplan vast te stellen als uitwerking op de Visie op de Openbare Ruimte in de Borger- en Bellamybuurt. Het dagelijks bestuur vraagt instemming met dit besluit aan het Algemeen Bestuur. Kosten, baten en dekking: De totale kosten zijn geraamd op : € 1.732.350. Dekking hiervoor is de reserve Parkeren en voor een bedrag van € 40.000 is er dekking uit het product Kunst en cultuur, activiteit kunst in de openbare ruimte. Voorbereiding en adviezen: De gebiedsmanager, de ambtelijk opdrachtgever Openbare Ruimte, afdeling Leefomgeving, afdeling Beheer, afdeling Financiën en de afdeling Economie & Cultuur. Uitkomsten inspraak en/of maatschappelijk overleg: Tussen mei 204 en december 2014 zijn 6 bewonersavonden en 12 ontwerpteamavonden geweest. In het ontwerpteam zaten vertegenwoordigers van de bewoners, marktkooplieden, winkeliers en horecaondernemers en van De Hallen. Het Definitief Ontwerp heeft ter visie gelegen van 26 november tot en met 15 december 2014. Belanghebbenden konden reageren via de post, de mail, de webpagina en op de inspraakavonden. De input van de ontwerpteamvergaderingen, de inspraak en de binnengekomen reacties op de Ter Visie-legging en per mail zijn verwerkt in het ontwerp. In de bijgevoegde Nota van Beantwoording wordt het Stadsdeel West Pagina 3 van 3 A-besluit Besluitnr: INT-15-01019 participatieproces nader toegelicht. In deze nota wordt ook verantwoord hoe het Ontwerpteam met de binnengekomen reacties op de ter visie legging van het DO is omgegaan. Acht september 2014 is overlegd met de vereniging Onbeperkt West. Die behartigt de belangen van minder validen voor betere toegankelijkheid. Dit heeft geleid tot een ontwerp op één niveau (vlak) en tot minimaal 1,50 meter vrije doorgang achter de kramen en bij de kruispunten. Meegezonden/ter inzage gelegde stukken: 1. Toelichting op het Definitief Ontwerp 20-01-2015 2. Nota van Beantwoording zienswijzen, 06-01-2015 3. Parkeren Bellamybuurt, 20-01-2015 4. Memo Kunst in de Ten Katestraat 05-01-2015 Afhandeling: Afschrift aan: De gebiedsmanager Roel de Jong De projectleider Piet de Jong Bekendmaking / publicatie: nee Communicatie: nvt Ter kennisname doorsturen aan: nvt Besloten in de vergadering van: 21 april 2015 Het Algemeen Bestuur van de bestuurscommissie West, Secretaris: Voorzitter: R.M. Thé G.J. Bouwmeester
Besluit
3
test
® Kd Fietsdiefstal Kd in Nederland Van fenomeen naar aanpak | Gi | "4 DE Ei et en B nn an RE B Gn Lt 4 | É / se MD Nl AD? Mn iv TL Nb, \ Re hi enen 5 S e Sn Eme a Fietsdiefstal in Nederland ® ® Fietsdiefstal ® in Nederland Van fenomeen naar aanpak Jos Kuppens Joey Wolsink Juno Van Esseveldt Henk Ferwerda In opdracht van: Stichting Aanpak Fiets- en E-bikediefstal (S.A.F.E.) Tour de Force Met medewerking van: H. de Boer Opmaak en vormgeving M. Grotens (Bureau Beke) Kuppens, J, Wolsink, J., Van Esseveldt, J. en Ferwerda, H. . . . Fietsdiefstal in Nederland Van fenomeen naar aanpak ISBN 978-94-92255-42-6 © 2020, Bureau Beke Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurs. No part of this publication may be reproduced in any form by print, photo print or other means without written permission from the authors Inhoud Voorwoord 7 De belangrijkste bevindingen eerst 9 1 Achtergrond van het onderzoek 23 11 Tour de Force 24 1.2 Theorieën toegepast op fietsdiefstal 25 1.3 Onderzoeksvragen 27 14 Methoden van onderzoek 27 1.5 Leeswijzer 30 2 Aard en omvang van fietsdiefstal 33 2.1 Informatie uit literatuur en openbare bronnen 33 2.2 Informatie uit data op geaggregeerd niveau 36 2.3 Informatie uit gesprekken en werkbezoeken 43 24 Belangrijkste bevindingen uit dit hoofdstuk 47 3 Slachtoffers van fietsdiefstal 51 3.1 Informatie uit literatuur en openbare bronnen 51 3.2 Informatie uit de survey 52 32.1 Eigenaren 53 3.2.2 Huurders 55 3.3 Informatie uit gesprekken en werkbezoeken 56 3.4 Belangrijkste bevindingen uit dit hoofdstuk 58 4 Daders van fietsdiefstal 61 41 Informatie uit literatuur en openbare bronnen 61 4.2 Informatie uit gesprekken en werkbezoeken 64 4.3 Belangrijkste bevindingen uit dit hoofdstuk 68 5 Modus operandi 71 51 Informatie uit literatuur en openbare bronnen 71 5.2 Informatie uit de survey 76 5.3 Informatie uit gesprekken en werkbezoeken 78 54 Belangrijkste bevindingen uit dit hoofdstuk 82 6 Aanpak van fietsdiefstal 85 6.1 Informatie uit literatuur en openbare bronnen 86 6.2 Informatie uit de survey 93 6.3 Informatie uit data op geaggregeerd niveau 99 6.4 Informatie uit gesprekken en werkbezoeken 103 6.5 Belangrijkste bevindingen uit dit hoofdstuk 111 Geraadpleegde bronnen 115 Bijlagen Bijlage 1 — Lijst met respondenten 123 Bijlage 2 — Topiclijst (groeps)interviews 125 Bijlage 3 — Nationale survey fietsdiefstal 127 Bijlage 4 — Logistische regressie-analyse voor het doen van aangifte 135 Voorwoord Nederland is van oudsher hét fietsland bij uitstek. Fietsen levert voor nagenoeg alle burgers plezier, gezondheid en mobiliteit op. Vanuit diverse invalshoeken blijkt het belang van het fietsgebruik alleen maar toe te nemen. De fiets wordt steeds meer beschouwd als een volwaardig alternatief voor andere vormen van (openbaar) vervoer. Ook bij het behalen van milieuwinst wordt steeds meer geke- ken naar de mogelijkheden die de fiets heeft. Het succes van het fietsgebruik brengt ook een nadeel met zich mee: ze zijn betrekkelijk gemakkelijk te stelen. Dit is een dagelijks voorkomende ergernis die voor veel burgers zowel emotionele als financiële impact heeft. Daarnaast is er aanzienlijke maatschappelijke schade. Vandaar dat door de Stichting Aanpak Fiets- en E-bikediefstal (S.A.F.E.) en Tour de Force aan Bureau Beke is gevraagd een onderzoek uit te voeren naar fietsdiefstal middels resterende gelden van de Stichting Aanpak Voertuigcriminaliteit en de Nationale Agenda Fiets. Het doel van het onderzoek is om bouwstenen te leveren om (georganiseerde) fietsdiefstal in ons land tegen te gaan. Bij de totstandkoming van dit onderzoek zijn we veel mensen dank verschul- digd. In de eerste plaats zijn dat alle burgers en experts die mee wilden werken aan het onderzoek en ons een inkijk gaven in hun ervaringen met en gedachten over fietsdiefstal. Daarnaast willen we Joeri de Graaf (Swapfiets), Aad Verouden (Nationale Politie) en Roelof Veenstra (Nationale Politie) danken voor de werkbe- zoeken die we bij hen mochten afleggen. Voorwoord 7 Ten slotte zijn we de leden van de leescommissie dank verschuldigd. Zij hebben er mede aan bijgedragen dat deze rapportage tot stand gekomen is. De volgende personen maken onderdeel uit van de leescommissie: Ellen Verbeem S.AEE. Otto van Boggelen CROW-Fietsberaad/Tour de Force Marike van Deventer CCV Colin Voetee CCV Jeroen Snijders Blok S.AEE. Jaap de Waard Ministerie van Justitie en Veiligheid Arnhem, 2020 De onderzoekers 8 Fietsdiefstal in Nederland De belangrijkste bevindingen eerst Dit rapport begint met de belangrijkste bevindingen uit het onderzoek naar fiets- diefstal. Na een korte terugblik op de aanleiding van het onderzoek komen de vraagstelling en wijze waarop het onderzoek is uitgevoerd aan de orde. Daarna worden de onderzoeksvragen beantwoord en wordt gereflecteerd op de aanpak van fietsdiefstal. Besloten wordt met concrete suggesties voor de aanpak. Deze inleiding is te beschouwen als leesvervangende samenvatting. De lezer die meer verdieping zoekt, kan terecht bij de hoofdstukken 1 tot en met 6. Terugblik op het onderzoek Vanuit diverse gremia wordt het belang van fietsen onderkend: belangenvereni- gingen, stichtingen, overheden, bedrijven en particulieren zetten zich (gezamen- lijk) in om het fietsgebruik te stimuleren. Fietsen heeft gezondheidsbevorderende effecten en draagt bij aan minder CO?-uitstoot. Bovendien is het een bloeiende industrie gezien de stijgende fietsverkopen in de laatste jaren, en dan met name voor wat betreft de e-bikes en de duurdere fietsen. Momenteel is fietsgebruik ook vanwege de coronacrisis actueel, doordat bijvoorbeeld het openbaar vervoer te maken heeft met restricties in aantallen passagiers en fietsen mogelijk een goed alternatief kunnen zijn. Een keerzijde van de bloeidende fietsindustrie is dat de aanwezigheid van veel fietsen ook kan leiden tot fietsdiefstal. Door de Stichting Aanpak Fiets- en E-bikediefstal en Tour de Force is daarom aan Bureau Beke gevraagd om een onderzoek naar dit fenomeen uit te voeren, gefinancierd vanuit resterende gelden van de Stichting Aanpak Voertuigcriminaliteit en vanuit de Nationale Agenda Fiets. Het doel hiervan is om bouwstenen te leveren om (georganiseerde) fiets- diefstal in Nederland tegen te gaan. In het onderzoek staan de volgende vragen centraal: De belangrijkste bevindingen eerst 9 Wat zijn de omvang, kenmerken, ontwikkelingen en verschijningsvormen van fietsdiefstal in het algemeen en de mate van georganiseerdheid in het bijzonder (daders en modus operandi), wat is de impact van fietsdiefstal op slachtoffers en welke kansen zijn er voor de aanpak (preventie en repressie)?’ Om deze vragen te beantwoorden, zijn diverse onderzoeksactiviteiten verricht. Zo is binnen openbare bronnen gezocht naar literatuur, rechtszaken en data over fietsdiefstal. Daarnaast zijn (groeps)gesprekken met 53 experts gehouden. Deze experts zijn afkomstig uit alle relevante partijen die betrokken zijn bij het bestrij- den van fietsdiefstal. Verder zijn drie werkbezoeken gehouden, om enig zicht op de praktijk te krijgen. Ten slotte is een nationale survey fietsdiefstal via diverse kanalen uitgezet, om een beeld te krijgen van de ervaringen van consumenten met fietsdiefstal. In totaal hebben 2.433 personen de survey ingevuld. Vanuit deze survey is ten slotte nog telefonisch contact gezocht met dertig slachtoffers van fietsdiefstal, om nader in te gaan op de impact hiervan. Door de gekozen opzet is het onderzoek te beschouwen als een multibronnen- onderzoek. Dit betekent ten eerste dat vanuit meerdere perspectieven is gekeken naar de aard en omvang van fietsdiefstal, de slachtoffers en daders, de modus operandi en de repressieve dan wel preventieve aanpak van het fenomeen. We noemen het onderzoek ten tweede kwalitatief, omdat om in het slachtofferon- derzoek niet is gestreefd naar een representatieve weergave van de Nederlandse bevolking; het ging primair om de impact van fietsdiefstal die mensen hebben ervaren. Dit neemt niet weg dat de onderzoeksbevindingen op basis van alle bronnen betrekkelijk goed in overeenstemming met elkaar zijn en elkaar dus eigenlijk niet tegenspreken. Naar onze mening biedt het onderzoek daarmee een goede basis voor de vervolgstappen die gezet kunnen worden om de toekomstige fietsdiefstal beter te bestrijden. Beantwoording van de onderzoeksvragen In deze paragraaf komen de onderzoeksresultaten aan bod. Omdat we het belangrijk vinden om specifiek te reflecteren op de aanpak van fietsdiefstal, komen we in de volgende paragraaf pas terug op de laatste onderzoeksvraag over de kansen voor de aanpak. 10 Fietsdiefstal in Nederland Wat zijn de omvang, kenmerken, ontwikkelingen en verschijningsvormen van fietsdiefstal in het algemeen? Het aantal nieuw gekochte fietsen is in de afgelopen jaren afgenomen, maar de gemiddelde waarde van aangeschafte fietsen is toegenomen. Dit komt omdat er steeds meer dure e-bikes worden verkocht en steeds minder gewone toer- en stadsfietsen. Waar er in 2007 bijvoorbeeld nog 840.000 gewone toer- en stads- fietsen werden verkocht tegenover 84.000 elektrische fietsen, bedragen deze aantallen in 2019 respectievelijk 332.310 gewone toer- en stadsfietsen en 422.940 elektrische fietsen. Niet uitgesloten is dat de fietsverkoop nog een extra stimu- lans krijgt. Fietsdiefstal is al jaren het meestvoorkomende vermogensdelict. Er worden allerlei soorten fietsen gestolen en de totale schade is nog steeds hoog omdat meer duurdere e-bikes en ook accu's van e-bikes gestolen worden. Wel neemt het aantal slachtoffers van fietsdiefstal volgens de Veiligheidsmonitor af: van ruim 560.000 in 2017 naar 466.000 in 2019, een daling van het individuele slachtoffer- percentage van 3,3 procent naar 2,7 procent. Over een langere periode is de daling nog groter, aangezien het percentage in 2012 nog 3,7 bedroeg. Dit beeld wordt door de experts herkend. Omdat er nog steeds sprake is van een grote financiële schadepost, zijn zij van mening dat het probleem wordt onderbelicht. Een ten- tatieve calculatie van onze kant wijst uit dat fietsdiefstal een vermogensdelict is dat de samenleving in 2019 bijna 6oo miljoen euro kostte. Als hotspots voor fietsdiefstal worden de grotere (studenten)steden genoemd, waarbinnen stations, winkelgebieden en pleinen als micro-hotspots te ken- merken zijn. Ook wordt er steeds meer gestolen uit schuren en voortuinen, een belangrijk gegeven voor het preventiebeleid. De tweede genoemde hotspots zijn de grensgebieden (Oost-Nederland en Zuid-Nederland), vanwege de mogelijkheid om de fietsen eenvoudig naar het buitenland te transporteren. Volgens experts is dit veelal naar het Oostblok. Wat is de impact van fietsdiefstal op slachtoffers? Tot en met 2014 was er jaarlijks sprake van een toename in het percentage en aan- tal slachtoffers van fietsdiefstal, maar sinds 2015 is er sprake van een betrekkelijk sterke afname (CBS, 2020). Wanneer de jaren 2012 en 2019 met elkaar worden vergeleken, is er zelfs sprake van een procentuele afname van bijna 25 procent. Een deel van de fietsgebruikers laat hun nieuw aangeschafte fiets thuis staan na diefstal; zij zijn angstig geworden om opnieuw slachtoffer te worden. Een ander bijeffect is dat er kans bestaat dat slachtoffers een minder goede fiets kopen vanwege het diefstalrisico. In de survey onder slachtoffers geeft de helft De belangrijkste bevindingen eerst 11 van de respondenten aan dat de diefstal emotionele impact heeft gehad vanwege het feit dat ze gehecht waren aan de fiets. Twee derde van de respondenten geeft aan ook financiële impact te ondervinden, omdat ze een nieuwe fiets moesten aanschaffen. Voor een vijfde van de respondenten was er minder of geen finan- ciële schade, omdat de verzekering de nieuwwaarde (deels) vergoedde. Naast dat fietsdiefstal impact heeft op het individu stellen experts dat het fenomeen ook impact heeft op de gehele samenleving, met name hoe mensen over fietsdiefstal denken. De respondenten die een OV-fiets of Swapfiets huren en van wie deze gestolen is, geven ook aan voornamelijk financiële impact te ondervinden omdat zij 40 euro eigen risico moeten betalen. Deze organisaties hebben ook te maken met gestolen en anderszins verdwenen fietsen, hoewel Swapfiets dergelijke fiet- sen typeert als ‘vermist’ (en geen aangifte doet). Daarnaast komt uit openbare bronnen en gesprekken met experts naar voren dat ook de fiets(groot)handel slachtoffer van fietsdiefstal is. De fietshandel heeft te maken met daders die impulsief fietsen wegnemen of met georganiseerde acties (vaak inbraken) waarbij grotere partijen en vooral dure fietsen worden weggenomen. Wat is de mate van georganiseerdheid van daders? Uit openbare bronnen blijkt dat er zowel sprake is van gelegenheidsdieven als van georganiseerde bendes die doelgericht grotere aantallen fietsen stelen om deze vervolgens naar het buitenland te transporteren. Door de steeds stijgende aanschafwaarde van nieuwe fietsen wordt dit lucratiever, ook omdat de pakkans en strafmaat in vergelijking met andere vormen van criminaliteit laag zijn. De experts onderscheiden drie typen daders: ten eerste de gelegenheidsdief (inci- dentele dader, student of verslaafde), die vooral een gewone stadsfiets steelt om deze zelf te gebruiken of snel door te verkopen. Ten tweede de professionele dader die lokaal actief is maar professioneler te werk gaat, bijvoorbeeld door een aantal fietsen onherkenbaar te maken door deze om te bouwen. De professionele dader verkoopt de fietsen ook door, meestal vanuit huis. Ten derde gaat het om de georganiseerde bendes, die volgens de experts steeds actiever worden. Zij stelen vaak meerdere dure fietsen tegelijk om deze naar het buitenland te transporte- ren (mobiel banditisme). Het Oostblok wordt dan vaak als plek van bestemming genoemd. Verder komt het voor dat verschillende typen daders samenwerken, bijvoorbeeld lokale dieven die fietsen leveren aan georganiseerde groepen. Ook wordt door enkele experts aangehaald dat werknemers van fietshandels informa- tie over binnenkomende partijen of adressen van klanten doorgeven aan georga- niseerde groepen. 12 Fietsdiefstal in Nederland In het algemeen komen uit het onderzoek indicaties dat de verhouding tussen de gelegenheidsdief enerzijds en de professionele dader/georganiseerde bendes anderzijds enigszins verschuift. Deze ontwikkeling verklaart mede de daling van fietsdiefstal. Het aantal verslaafde gelegenheidsdieven is namelijk afgenomen, terwijl het stelen van duurderde e-bikes in georganiseerd verband steeds lucra- tiever wordt. Wat zijn de gebruikte modus operandi bij fietsdiefstal? In de wetenschappelijke literatuur en andere bronnen komt een aantal technie- ken naar voren om een fiets te stelen, zoals optillen, openen met een loper, open breken met gereedschap of het weghalen van delen van de fiets. Hoewel zowel literatuur als experts aangeven dat iedere fiets te stelen is, blijkt het aantal slo- ten en de kwaliteit ervan het stelen te bemoeilijken. In extreme gevallen wor- den mensen bedreigd, waarna hen de fiets wordt ontnomen. In de survey worden soortgelijke handelingen genoemd, maar toch zegt nog ongeveer tien procent van de respondenten dat ze de gestolen fiets niet op slot hadden gezet. Door de experts zijn verschillende fasen van fietsdiefstal benoemd. Het gaat dan om voorbereiding (eventueel voorverkenning en in kaart brengen van de afzetmarkt), kiezen van het doelwit, het kiezen van de locatie, de diefstal zelf, de opslag en de verkoop. In deze fases maakt het verschil of het om een gele- genheidsdief gaat of een georganiseerde groep. In het eerste geval ontbreekt vaak de voorbereiding en de opslag en zijn de andere fases vaak minder gepland. Daarnaast verloopt het gehele proces vaak veel sneller. In een aantal rechtszaken kwam fietsdiefstal met geweld voor. Gezien het feit dat fietsen gemiddeld steeds duurder worden, valt niet uit te sluiten dat bike jac- king een nieuw fenomeen wordt. Reflectie op de aanpak van fietsdiefstal Voordat we komen tot concrete maatregelen en interventies voor de aanpak van fietsdiefstal, willen we eerst reflecteren op de onderzoeksbevindingen. We ach- ten dit van belang om meer duiding te geven aan de keuzes voor de aanpak die uit het onderzoek naar voren komen. In hoofdstuk 6 over de aanpak van fiets- diefstal zijn de volgende thema’s beschreven: = _Consumentenpreventie; n= _Producentenpreventie; = Preventie door ‘derden’; = Registratie (aangiften en positieve registratie); De belangrijkste bevindingen eerst 13 1 _Repressie (opsporing en vervolging); 1 Compensatie (vergoeding verzekeraars); = Technische hulpmiddelen; n= De aanpak in de keten. Consumentenpreventie Consumenten zijn regelmatig te nonchalant in het veilig stallen van hun fiets. Zij zetten regelmatig hun fiets helemaal niet op slot, of zij zetten de fiets niet vast met een tweede slot aan een rek of stallen hun soms dure fietsen onbeheerd. Dit terwijl er legio mogelijkheden zijn om een diefstal simpel te voorkomen of in ieder geval te vertragen. Pas wanneer ze zelf slachtoffer van fietsdiefstal zijn geworden, denken ze (meer) na over het veilig stallen van hun fiets en andere pre- ventieve maatregelen. Indicatief is dat ze op de vraag in de survey naar aanpak- suggesties vooral kijken naar veiligheidsmaatregelen die door derden getroffen kunnen worden en minder naar wat ze zelf kunnen doen. Er zijn in het verleden al veel consumentenacties opgezet om fietsgebruikers ervan te overtuigen de fiets veiliger te stallen, maar kennelijk zit hier een sterk ‘weg-eb’-effect op. Naar onze mening ontbreekt in het huidige preventiesysteem in Nederland de stimulans bij consumenten om zuiniger met een fiets om te springen. Dergelijke preventieve stimuli zouden meer centraal moeten staan bij alle partijen; bijvoorbeeld in de vorm van een beloningssysteem (bijvoorbeeld korting) en niet in de vorm van het verzekeren van de nieuwwaarde van de fiets na 3 tot 5 jaar. Producentenpreventie, preventie door derden en technische hulpmiddelen Mede door de ontwikkeling van de e-bike is er steeds meer mogelijk voor wat betreft het traceren van de (accu van de) fiets via een ingebouwde chip. Daar lig- gen mogelijkheden voor de toekomst. Niet alleen wat fietsdiefstal betreft, maar bijvoorbeeld ook voor het bijhouden van gezondheidsaspecten. Ook kan de con- sument zijn huidige fiets via steeds meer fietsfabrikanten of particuliere bedrijven (laten) traceren in het geval deze wordt gestolen. Tevens lijkt bewegingsmelding steeds meer toegepast te worden, net zoals startonderbreking of een slot met een chip. Met de komst van de elektrische fiets lijken de mogelijkheden op dit gebied steeds uitgebreider te worden. Alleen wreekt zich hier de omstandigheid dat er niet één systeem wordt ontwikkeld, maar meerdere. Daardoor dreigt de connec- ted bike niet op één plek vindbaar te zijn, en dreigt decentralisatie van de vind- baarheid van gestolen fietsen. Deze versnippering in preventiesystemen moet doorbroken worden, door te kiezen voor één systeem of door verschillende syste- men door middel van een open standaard met elkaar te laten verbinden. 14 Fietsdiefstal in Nederland Registratie (aangiften) Het aangifteproces wordt door veel experts en respondenten in de survey aan- gehaald als te moeilijk, te onduidelijk en uiteindelijk te demotiverend. Sowieso blijkt het aantal aangiften de laatste jaren sterk achteruit te gaan. Dit is zowel in absolute zin (van meer dan 1oo.ooo in 2012 tot ruim 68.000 in 2018) als in rela- tieve zin (van 17,1 procent onder de slachtoffers in 2012 naar 14,2 procent in 2019). Aangiften lijken ook voornamelijk nog te worden gedaan om te voldoen aan de verzekeringseisen na diefstal. Daarmee is het doen van aangifte voor velen ver- worden tot een administratieve verplichting; burgers hebben daardoor mogelijk steeds minder het idee dat het doen van aangifte zal leiden tot het terugvinden van de fiets. En juist de subgroep die aangifte doet, vaak de verzekerden, krijgen al binnen afzienbare tijd een nieuwe fiets. Hierdoor raakt het eigenlijke doel van aangifte, opsporing en vervolging op de achtergrond. Desalniettemin zijn aan- giften belangrijk om hotspots in kaart te brengen waarmee gericht de inzet van politie bewerkstelligd kan worden. Een alternatieve gedachte is dat een aangifte leidt tot een doormelding richting Stopheling, maar ook dat lijkt deels zijn doel voorbij te streven; een gestolen fiets die verzekerd is en wordt teruggevonden in een fietsdepot, wordt niet teruggestuurd naar de verzekerde. Nu vereist een aangifte van fietsdiefstal nog een administratieve handeling van een politiefunctionaris voordat deze officieel geregistreerd staat. Als alterna- tief is gesuggereerd om voor fietsdiefstal een fietsvermissingsregistratiesysteem op te zetten, indien mogelijk gekoppeld aan Stopheling. Een fiets kan dan ver- mist zijn of gestolen. Maar in ieder geval wordt de registratie dan laagdrempe- liger en daarmee nauwkeuriger omdat meer burgers zullen melden. Op een of andere manier moet dit melden dan wel gestimuleerd (lees: niet verplicht) wor- den, bijvoorbeeld door de verzekeringspremie na een melding te verlagen en/of korting te krijgen bij de aankoop van een nieuwe fiets. Een bijkomende eis is dan wel dat verzekeraars moeten instemmen met deze constructie, omdat zij vaak nog een aangifte verlangen voor de vergoeding van een gestolen fiets. Positieve registratie Door veel experts wordt de gedachte van ‘positieve registratie’ genoemd, deels ook als alternatief voor aangiften. In de zwaarste vorm houdt dit in dat fietsen, zoals ook bij motorvoertuigen gebeurt, voorzien worden van een kenteken en digitaal overgeschreven worden als deze van eigenaar wisselen. Voor veel experts is dit een te rigoureus middel. Ze twijfelen bijvoorbeeld of de consument wel bereid is om hiervoor geld te betalen. Veel respondenten hebben interesse voor een mildere vorm, waarbij gegevens van bijvoorbeeld de (accu van de) fiets, de De belangrijkste bevindingen eerst 15 koper en de verzekeraar bij elkaar worden gebracht en waarop een eventuele dief- stal gemeld kan worden. Opsporing en vervolging Juist tijdens het onderzoek kondigde de politie op landelijk beleidsniveau aan geen prioriteit meer te geven aan fietsdiefstal, terwijl dit al decennia het meest voorkomende vermogensdelict is in ons land. In 2019 kostte het de samenleving bijna 6oo miljoen euro. Dit wil niet zeggen dat de politie op lokaal niveau geen aandacht besteedt aan dit fenomeen. Zo geven veel experts aan dat de politie nog steeds goede opvolging geeft aan meldingen van fietsdiefstallen waarbij de dief op heterdaad is betrapt. Daarnaast blijkt dat de lokfietsen nog steeds binnen diverse eenheden worden ingezet. Dit middel is dus nog steeds interessant bij opsporing en vervolging van fietsdiefstal, in tegenstelling tot de volgens experts te trage opsporing en vervolging die vanuit een aangifte wordt verricht. Eerder uitgevoerd onderzoek leert namelijk dat hooguit 20 procent van de slachtoffers aangifte doet. Als vervolgens wordt meegenomen dat nog geen 4 procent van de aangiften leidt tot daadwerkelijke opsporing, is het resultaat van aangifte en opsporing hooguit 1 procent. Dit mag als een niet-effectieve aanpak worden bestempeld. Dit percentage heeft ook nog eens betrekking op de periode voor de aankondiging van de Nationale Politie dat zij geen prioriteit meer geven aan fietsdiefstal. Er zit volgens experts ook een bepaalde tegenstrijdigheid in de strafrechtelijke opvatting over fietsdiefstal. Juridisch gezien is het een betrekkelijk zwaar delict, waar feitelijk gezien zelfs slachtofferbescherming voor ingericht zou moeten zijn. Toch wordt fietsdiefstal als bagatel feit weggezet en, afgaande op de jurispruden- tie, vooral in samenhang met andere feiten bestraft. Een dergelijk lakse aanpak versterkt het idee onder de bevolking dat fietsdiefstal een bagateldelict is. Het is de vraag in hoeverre er in de toekomst nog ruimte bij politie en Openbaar Ministerie bestaat om prioriteit aan opsporing en vervolging van fiets- diefstal te geven. Als dit niet zo is, zou het mogelijk beter zijn om alternatieven te overwegen. Er begeven zich steeds meer partijen op de markt die private signale- ring van gestolen en vermiste fietsen aanbieden, waarbij het percentage terugge- vonden fietsen zeer positief is. Formeel mag dit geen opsporing genoemd worden omdat signaleerders (beveiligingsbedrijven, boa's, medewerkers van fabrikanten of verhuurders) die bevoegdheden niet hebben. Steeds meer fietsfabrikanten en verhuurders gaan hiertoe over, maar ook gemeenten hebben interesse. Dit kan veelbelovend zijn in de aanpak van fietsdiefstal, maar het is ook een ‘markt’ waarbij het soms gaat om het ‘verdienmodel’. 16 Fietsdiefstal in Nederland Compensatie (verzekeren) Het systeem van verzekeren zorgt volgens veel experts voor een perverse prikkel. Doordat een verzekeraar tot soms 5 jaar na aankoop de nieuwwaarde van een fiets vergoedt, worden consumenten te weinig gestimuleerd om de fiets bewuster vast te zetten en veiliger te stallen. Enkele verzekeraars geven zelfs aan dat het niet altijd meer mogelijk is om bepaalde fietsen te blijven verzekeren. Het ver- dienmodel staat onder druk, zeker nu fietsen steeds duurder worden. We zien dat verzekeraars nu zelf ook nadenken over andere voorwaarden, die meer gaan lij- ken op het verzekeren van een bromfiets of auto, door bijvoorbeeld jaarpremies te gaan heffen. Net zoals bij private signalering van vermiste fietsen, speelt concur- rentie de verzekeraars parten. Daardoor willen zij zich deels blijven onderschei- den met voor de consument gunstige verzekeringsvoorwaarden. Bij voorkeur wordt die gedachte bijgestuurd richting een vorm van beloningssysteem, waarbij een consument korting kan krijgen als hij bepaalde jaren diefstalvrij fietst of zijn fiets registreert. De ketenaanpak De huidige keten is nog niet ingericht om vol voor nieuwe ontwikkelingen tegen fietsdiefstal te gaan, omdat de belangen van alle betrokken partijen tegengesteld zijn. Zo zijn de economische doelen van verschillende partijen erop gericht om zoveel mogelijk fietsen te verkopen; nagenoeg perfecte preventie zou de vraag naar nieuwe fietsen dan laten dalen. En ook de detailhandel vaart wel bij het verkopen van zoveel mogelijk fietsen en verzekeringen. Toch geven experts ook aan dat er een soort ‘omslagpunt’ is. Als een fiets verzekerd is en gestolen wordt, kan de consument op korte termijn weer een nieuwe fiets krijgen, maar zelfs dit vereist extra kosten vanwege het afsluiten van een nieuwe verzekering. Zelfs ver- zekerde consumenten zullen dan enigszins teleurgesteld zijn, laat staan de niet- verzekerde consumenten. Het gevaar bestaat dan dat men op de lange termijn een steeds goedkoper model zal kopen, omdat de verzekeringspremies van duur- dere fietsen stijgen door het diefstalrisico. Er zal nog het nodige moeten gebeuren voordat alle partijen in de keten over hun eigen schaduw heen springen. Tegenover een partij die baat heeft bij een maatregel staat altijd een partij die er juist geen baat bij heeft. Een volgens experts genoemd groot gemis hierbij is dat centrale regie van overheidswege wordt gemist. Naar onze mening is dit ook een basisvoorwaarde voor een succes- volle ketenaanpak. Wel zijn we van mening dat juist nu het momentum aanwezig is om binnen de keten door te pakken. Hiervoor is een aantal factoren aan te dragen. De belangrijkste bevindingen eerst 17 Ten eerste worden fietsen steeds duurder, waardoor de totale schade in Nederland weer zal toenemen. Ten tweede bieden de technische hulpmiddelen een goed perspectief voor ondersteuning in preventieve en repressieve zin. Ten derde lijkt er sprake van eerste signalen van bereidheid bij verzekeraars om na te denken over een nieuwe verzekeringsopzet. Ten vierde zijn er externe partijen die een aanvulling op de politie willen zijn om vermiste fietsen op te sporen. Suggesties voor aanpak In zijn onderzoek geeft De Reus (2016) nog verschillende aanbevelingen voor de aanpak die momenteel naar onze mening deels achterhaald zijn, mede door de toegenomen technische ontwikkelingen en de opsporing van fietsdiefstal. Zo zet hij onder andere in op het verhogen van de aangiftebereidheid, op een verdach- tenquotum voor politie en OM (om capaciteit te waarborgen) en op preventieve inzet van de politie (in burger). Naar onze mening liggen deze aanbevelingen niet meer in de lijn van wat een aanpak momenteel nodig heeft. Het is naar onze mening tijd voor nieuwe stappen waarin de integraliteit van de aanpak naar voren komt waarbij alle partijen in de keten voor hetzelfde doel gaan, waarin gebruik wordt gemaakt van technische hulpmiddelen. Bewust kie- zen we daarom niet voor een aanpak die te beschouwen is als ‘laaghangend fruit’ of voor een aanpak die gerangschikt kan worden naar het aantal ketenpartners dat hiermee kan instemmen. Naar onze mening is een integrale aanpak met alle ketenpartners — waarbij ook de overheid zijn verantwoording zou moeten nemen — tezamen nodig om de aanpak van fietsdiefstal verder te brengen. We stellen daarom een pakket maatregelen voor en zijn van mening dat deze in het licht van de genoemde activiteiten van het Meerjarenplan 2019-2024 van S.A.F.E geplaatst moeten worden:? 18 Fietsdiefstal in Nederland Tabel — voorgestelde maatregelen op grond van het onderzoek en daarbij minimaal te betrekken partijen Preventie Toelichting Minimaal te betrekken partijen Inzet op woningen + Ermoet geïnvesteerd worden _« Producenten preventie- in veilige fietsstallingsmo- materialen gelijkheden bij woningen * Woningbouwcorporaties (bijvoorbeeld bevestigings- * Gemeenten ringen aan de muren van * Burgers woningen) Inzet op fietsstal- * Er moet blijvend geïnves- * Gemeenten lingen en andere teerd worden in (bewaakte) ‚ NS en ProRail voorzieningen fietsstallingen en vastzet- + Bedrijven (e-bikes van de voorzieningen zoals ‘nietjes’ zaak) Inzet op burgers * Er moet blijvend geïnves- * Alle partijen in de keten teerd worden in betere (tweede) sloten. Dit door communicatie en wervings- acties die op de consument gericht zijn Repressie Toelichting Minimaal te betrekken partijen Opsporing « De politie moet direct (bin- + Politie nen 48 uur) blijven acteren * boa's (gemeenten) op meldingen van gestolen + Particuliere beveiligings- connected bikes bedrijven Particuliere beveiligingsbe- drijven/boa’s ook opsporen- de bevoegdheden geven * Er moet blijvend geïnves- teerd worden in gerichte opsporing door de politie via de inzet van lokfietsen, vooral op hotspots De belangrijkste bevindingen eerst 19 Verzekeren Toelichting Minimaal te betrekken partijen Heroverwegen * Korting aan consumen- + Verzekeraars verzekeringssysteem ten geven/premie anders inrichten als eigenaren van connected bikes positief registreren «No claim-regeling bij consu- menten doorvoeren als zij na 3 tot 5 jaar niet claimen Heroverwegen + Aangiften moeten niet meer _ « Verzekeraars belang van aangiften leidend zijn bij het terugkrij- gen van verzekeringsgeld, maar juist het melden van diefstal binnen de positieve registratie Heroverwegen + Verzekeraars moeten wach- + Verzekeraars termijn van ten met het uitkeren van vergoeding verzekeringsgelden binnen deze 48 uur. Een teruggevon- den fiets moet terug naar de eigenaar Registratie Toelichting Minimaal te betrekken partijen Positieve registratie + Eén systeem van positieve * Fietsfabrikanten registratie opzetten + Verzekeraars + Registratie van verschillende _« Beheerders bestaande fabrikanten hierop aansluiten registratie, zoals het * Minimaal Stopheling, Digitaal ministerie van Infrastruc- Opkoop Register en Fietsdief- tuur en Waterstaat stalregister hierop aansluiten _« Bedrijven inzake internet of things Technische hulpmid- Toelichting Minimaal te betrekken delen partijen Connected bikes + Toewerken naar één systeem _« Fietsfabrikanten van connected bikes of in + Fabrikanten Track and ieder geval een mogelijkheid Trace tot onderlinge connectie tus- _« Bedrijven inzake internet sen verschillende systemen of things 20 Fietsdiefstal in Nederland Ketensamenwerking Toelichting Minimaal te betrekken partijen Prioriteren * Ineerste instantie de aanpak « Alle partijen in de keten richten op connected bikes, beginnend met de dure mo- dellen en verhuurbedrijven, daarna eventueel uitrol naar goedkopere fietsen Eindnoten 1. _ Deze berekening lijkt nog een bovengrens als meegewogen wordt dat op basis van de Veiligheids- monitor in 2019 zelfs maar 14,2 procent van de slachtoffers aangifte deed. 2. Deze activiteiten van S.A.F.E voor de jaren 2019-2024 staan verwoord in paragraaf 4.1 van het Meerjarenplan. De belangrijkste bevindingen eerst 21 ] Achtergrond van het onderzoek Nederland staat al jaren bekend als het land waar het meeste wordt gefietst (Hendriks, Louwerse & Tetteroo, 2016). Ruim een kwart van alle verplaatsin- gen in Nederland gaat per fiets en op jaarbasis worden er ruim 15 miljard kilo- meters afgelegd (Koninklijke RAI Vereniging, 2018). Het fietsgebruik groeit ook nog steeds. Ten opzichte van 2005 is het aantal fietskilometers in 2016 met bijna m1 procent toegenomen (Hendriks, Louwerse & Tetteroo, 2016). Tegenwoordig kent Nederland meer fietsen dan inwoners, want in 2000 waren er 17,8 miljoen fietsen in Nederland (Stichting BOVAG RAI Mobiliteit, 2019), terwijl er in 2018 ongeveer 22,8 miljoen gewone fietsen, 1,9 miljoen e-bikes en 9.500 speed pedelecs waren (Koninklijke RAI Vereniging, 2018). Volgens de cijfers van RAI Vereniging, BOVAG en onderzoeksbureau GFK zijn er in 2019 nog eens ruim één miljoen fiet- sen verkocht Bovendien blijft het gemiddeld aankoopbedrag voor nieuwe fiet- sen jaarlijks toenemen: van 844 euro in 2014 naar 1.243 euro in 2019 (Stichting BOVAG RAI Mobiliteit, 2020). Niet alleen in Nederland worden e-bikes massaal aangeschaft. In tabel 1.1 zijn de verkoopstijgingen in een aantal Europese landen uiteengezet. Hierbij worden de verkoopcijfers uit 2018 vergeleken met die uit 2017. Tabel 1.1 - De verkoopstijgingen van e-bikes in Europa in 2018 Land Verkoopstijging t.o.v. 2017 Achtergrond van het onderzoek 23 Bron: www.tweewieler.nl ? Dat er zoveel meer e-bikes zijn verkocht, is deels terug te voeren op het mooie zomerweer in 2018. Daarnaast spelen bijvoorbeeld overheidsmaatregelen ook een rol. Zo werd in Zweden een overheidssubsidie tot 1.000 euro verstrekt bij de aan- schaf van een e-bike en wil Italië hier ook mee beginnen. Ook de recente coronacrisis lijkt een impuls op het fietsgebruik op te leve- ren. Via bijvoorbeeld de Nationale Databank Wegverkeersgegevens (NDW) wor- den sinds voorjaar 2020 fietsdata gegenereerd vanuit diverse bronnen.’ Met name wordt via deze data gelet op eventuele extra fietsbewegingen sinds de corona- crisis. Uit de data blijkt dat het fietsverkeer in regio’s Rijnmond en delen van Gelderland sterk fluctueert sinds de beperkende maatregelen. Bij mooi weer is echter sprake van beduidend meer fietsverkeer dan normaal, bij slecht weer loopt dit wat terug. Of het extra fietsgebruik doorzet na de coronacrisis is natuurlijk afwachten! In ieder geval is, medio 2020, de vraag naar fietsen, inclusief e-bikes, groter dan het aanbod. Deels is de oorzaak hiervan dat de aanvoer van fietsen stokt door de coronacrisis.> Daarnaast ziet de Europese Unie het belang van de fiets, elektrische auto’s en openbaar vervoer in relatie tot het bestrijden luchtverontreiniging, het bevor- deren van klimaatverandering en het verbeteren van het welzijn van de burgers. Hiervoor is zeer recent twintig miljard euro uitgetrokken voor de lidstaten, naast het al bestaande voorstel voor een fietspakket van dertien miljard euro voor infrastructuur en toegang tot e-bikes. 1.1 Tour de Force In de afgelopen jaren en juist ook momenteel is dus gebleken dat de fiets van meerwaarde is voor Nederland en haar burgers. Zo heeft de fiets een positieve bijdrage aan het klimaat en milieu, de filebestrijding, bereikbaarheid en gezond- heid van mensen. Vooral nu de coronacrisis speelt, lijkt het belang van de fiets alleen maar toe te nemen. Een voorbeeld hiervan is dat de Fietsersbond zeer recent het belang van de fiets in het nationale mobiliteitsbeleid heeft benadrukt 24 Fietsdiefstal in Nederland vanwege de coronacrisis. Zij stellen dat het nodig is dat de fiets een volwaardig onderdeel is van het nationale mobiliteitsbeleid. Er lijkt bovendien nog genoeg ruimte voor verdere groei van het fietsgebruik. Om dat te bevorderen, is in 2015 de Tour de Force (TdF) opgericht. De TdF bestaat uit een brede coalitie van overheden, marktpartijen, maatschappelijke organisa- ties, kennisinstituten en samenwerkingsverbanden die zich de komende jaren sterk maken om die verdere groei van het fietsgebruik mogelijk te maken. Zij wil- len dit bewerkstelligen door meer prioriteit te geven aan fietsbeleid, kansen te benutten en belemmeringen weg te nemen. Daartoe hebben zij een gezamenlijke ‘Agenda Fiets 2017-2020’ opgesteld, waarin vijf hoofdthema's zijn geformuleerd:7 a. Fiets in de stad; b. Fiets in de keten; c. Een hoogwaardig fietsnetwerk; d. Stimuleren van fietsgebruik en fietsinitiatieven; e. Draagvlak voor en kennis over fiets. Deze thema’s moeten bijdragen aan het overkoepelende hoofddoel: een groei van het aantal fietskilometers in de periode 2017-2027 met 20 procent (Hendriks, Louwerse & Tetteroo, 2016).® Een keerzijde van het toenemend fietsbezit en -gebruik is de mogelijkheid dat ook het aantal fietsdiefstallen kan toenemen.” In 2007 hebben Van Dijk, Van Kesteren en Smit (2007) aangetoond dat indien de inwoners van een land meer fietsen bezitten, de mate van fietsdiefstal in een land hoger is. Dit heeft er mede toe geleid dat fietsdiefstal al jarenlang het meestvoor- komende vermogensdelict is in Nederland (CBS, 2020). Dit is de reden waarom de Stichting Aanpak Voertuigcriminaliteit, een publiek-privaat samenwerkings- verband, zich al jaren heeft ingezet voor de aanpak van fietsdiefstal. 1.2 Theorieën toegepast op fietsdiefstal Vanuit een criminologisch perspectief zou een groei in de populariteit van fietsen ertoe leiden dat de gelegenheden voor fietsdiefstal toenemen, waardoor de kans dat een fiets wordt gestolen ook groter wordt (Sidebottom, Thorpe & Johnson, 2009; Levy, Irvin-Erickson & La Vigne, 2018). In de routine activiteitentheorie stellen Cohen en Felson (1979) dat er aan drie voorwaarden moet worden voldaan voordat een delict, in dit geval een fietsdiefstal, wordt gepleegd: Achtergrond van het onderzoek 25 = Het moet een aantrekkelijk doelwit zijn. Er is sprake van een aantrek- kelijk doelwit indien de fiets een hoge waarde heeft, makkelijk te pak- ken is doordat er een tekort aan veiligheidsmaatregelen zijn getroffen, snel en makkelijk mee te nemen is, snel verkocht wordt en moeilijk te traceren is; n De afwezigheid van bewaking waardoor de pakkans gering is. De fiets kan namelijk een aantrekkelijk doelwit zijn maar wanneer de bewa- king (surveillerende agenten, camera’s, een op slot staande fiets, et cetera) goed is, zal de potentiële dader minder snel een fiets stelen; n= Een gemotiveerde dader. Indien de twee voornoemde voorwaarden aanwezig zijn en de dader is gemotiveerd, zal de kans op fietsdiefstal groot zijn (Cohen & Felson, 1979; Johnson, Sidebottom & Thorpe, 2008; Sidebottom, Thorpe & Johnson, 2009; Chen, Liu & Sun, 2018; Levy, Irvin-Erickson & La Vigne, 2018). Volgens Johnson, Sidebottom en Thorpe (2008) liggen een drietal verschillende motivaties ten grondslag aan het plegen van een fietsdiefstal. Allereerst zijn er daders die een willekeurig type fiets stelen om zichzelf te kunnen vervoeren. Deze daders doen over het algemeen afstand van de gestolen fiets nadat zij deze hebben gebruikt. Daarnaast zijn er daders die van iedere mogelijkheid gebruik maken om (onderdelen van) een fiets te stelen en deze vervolgens in te ruilen voor geld of goederen, zoals drugs. Tot slot stelen daders specifieke (onderdelen van) fietsen om zodoende te kunnen voldoen aan een verzoek van anderen. De rationale-keuze-theorie stelt dat het wel of niet voorkomen van diefstal afhangt van de opbrengsten en risico’s die ermee gepaard gaan. De dader weegt deze twee aspecten af en wanneer de risico’s groter zijn dan de opbrengsten zal een diefstal niet plaatsvinden. Daarnaast bestaat de sociale desorganisatie theo- rie die stelt dat de mate van criminaliteit afhangt van de aanwezige gemeenschap in een bepaald gebied. Indien er binnen die gemeenschap sprake is van economi- sche ongelijkheid en/of etnische stratificatie zal de sociale cohesie in dat gebied minder groot zijn. Het gevolg hiervan is dat de mate van criminaliteit toe zal nemen (Mburu & Helbich, 2016). Ten slotte wordt het CRAVED-model regelmatig aangehaald om fietsdief- stal te verklaren. De letters CRAVED vormen een acroniem voor zes factoren die invloed uitoefenen op de mate waarin een doelwit geschikt is voor diefstal 26 Fietsdiefstal in Nederland (Johnson, Sidebottom en Thorpe, 2008). De letters staan voor de volgende factor (plus toelichting): = _Concealable (kan diefstal verhuld plaatsvinden?); = Removable (kan de fiets gemakkelijk meegenomen worden?); = Available (zijn fietsen voldoende beschikbaar?); = Valuable (is er financieel gewin te behalen met een diefstal?); = _Enjoyable (wat is de motivatie voor de diefstal?); =_Disposable (is de gestolen fiets gemakkelijk af te zetten bij anderen?) 1.3 Onderzoeksvragen Door de Stichting Aanpak Fiets- en E-bikediefstal (S.A.F.E.) is aan Bureau Beke gevraagd een onderzoek uit te voeren naar fietsdiefstal.° In het onderzoek staan de volgende thema’s centraal: omvang, aard, ontwikkelingen en aanpak van fiets- diefstal in Nederland. Het doel van het onderzoek is om bouwstenen te leveren om (georganiseerde) fietsdiefstal in ons land tegen te gaan. Dit is niet alleen van belang voor de slachtoffers, maar ook voor het kunnen leveren van een bijdrage aan de ‘Agenda Fiets’ van Tour de Force. Centraal in het onderzoek staan de vol- gende vragen: “Wat zijn de omvang, kenmerken, ontwikkelingen en verschijningsvormen van fietsdiefstal in het algemeen en de mate van georganiseerdheid in het bijzonder (daders en modus operandi), wat is de impact van fietsdiefstal op slachtoffers en welke kansen zijn er voor de aanpak (preventie en repressie)?’ 1.4 Methoden van onderzoek Om bovenstaande vragen te beantwoorden is een multibronnenonderzoek uit- gevoerd. Dat houdt in dat we op basis van verschillende methoden informatie hebben verzamelend. Het betreft deskresearch, analyse van berichtgeving in de media (LexisNexis), analyse van vonnissen inzake fietsdiefstal, groeps- en indivi- duele interviews met experts, het uitvoeren van werkbezoeken, het opzetten en uitvoeren van een survey onder burgers én telefoongesprekken met slachtoffers. Per onderzoeksactiviteit geven we een nadere toelichting. Achtergrond van het onderzoek 27 Deskresearch In de deskresearch is de bestaande kennis over fietsdiefstal verzameld en beschreven. Daarin zijn zowel wetenschappelijke literatuur als andere kennisdo- cumenten (\grijze’ literatuur) en databronnen bestudeerd. Bij het inventariseren van de wetenschappelijke literatuur is gekeken naar (inter)nationale onderzoeks- literatuur over de laatste vijf jaar. De literatuur is geïnventariseerd door op het onderwerp toegespitste zoektermen (in combinatie met elkaar) te gebruiken in verschillende nationale en internationale databases. Het gaat dan bijvoorbeeld om de Criminal Justice Abstracts Database, de database van het ministerie van Justitie en Veiligheid en Google Scholar. De zoektermen die zijn gebruikt zijn ‘dadergroepen’, ‘daders’, ‘fietsdiefstal’, ‘fietsendiefstal’, modus operandi’, ‘slacht- offers’ en de Engelse equivalenten daarvan. Aanvullend zijn de literatuurreferen- ties in de gevonden wetenschappelijke literatuur geraadpleegd (het zogenaamde ‘sneeuwballen’). Op deze wijze hebben we willen voorkomen dat publicaties die op basis van de zoekslag niet naar voren komen maar gelet op het onderwerp toch relevant zijn, gemist worden. Daarbij is de aandacht uitgegaan naar het lan- delijk niveau, omdat het niet het doel is om onderzoek naar lokale verschillen in de aspecten van fietsdiefstal te verrichten. Bij het inventariseren van grijze literatuur richten we ons op dezelfde onder- zoeksperiode en hetzelfde landelijk niveau. We hebben bij relevante partijen het verzoek gedaan om relevante documentatie aangaande fietsdiefstal voor ons onderzoek te ontsluiten. De geïnventariseerde wetenschappelijke en grijze literatuur is benut om een beeld te schetsen van aard, kenmerken, omvang en ontwikkelingen van fietsdiefstal en kan daarmee worden gezien als een syn- these van de op dit moment internationaal en nationaal aanwezige kennis (state of the art). Deze kennissynthese dient als inhoudelijke basis voor de rest van de onderzoeksactiviteiten. Analyse van LexisNexis LexisNexis is een digitale krantenbank waarmee gezocht kan worden naar arti- kelen in een groot aantal Nederlandse dagbladen (zowel landelijk als regionaal) en een aantal opiniebladen. LexisNexis beschikt over artikelen uit vrijwel alle Nederlandse landelijke en regionale dagbladen, persberichten van het ANP en artikelen uit Elsevier, Opzij, De Groene Amsterdammer en Vrij Nederland. De Nederlandse artikelen in de databank gaan terug tot uiterlijk 19go. Dat jaartal verschilt per opinie- of dagblad. Via LexisNexis is gekeken welke ontwikkelingen en achtergrondinformatie over fietsdiefstal in de media aan bod zijn gekomen. Ook dit is aan de hand van dezelfde aan het onderwerp gerelateerde trefwoorden 28 Fietsdiefstal in Nederland als in de deskresearch gebeurd. De berichten van de laatste vijf jaar zijn geanaly- seerd op de voor dit onderzoek relevante thema’s ‘aard en omvang’ ‘slachtoffers’, ‘dadergroepen’, ‘modus operandi’ en ‘aanpak’. Analyse van vonnissen Een groot deel van de gerechtelijke uitspraken wordt gepubliceerd op de website www.rechtspraak.nl. Op deze site zijn via de zoektermen ‘fietsdiefstal’, ‘fietsen- diefstal’, ‘diefstal fiets’ de beschikbare gerechtelijke uitspraken over de afgelo- pen vijf jaar geanalyseerd. Daarbij is bijvoorbeeld gekeken naar modus operandi, daders en de impact op slachtoffers. Vier groepsinterviews en elf individuele interviews In het onderzoek is met in totaal 53 experts gesproken. Zoveel mogelijk is gepro- beerd om de experts in groepen bij elkaar te brengen. Het doel hiervan was om de experts onderling te laten reflecteren op de eerste bevindingen uit het onderzoek (met name uit de deskresearch) en hen te bevragen over de onderzoeksthema’s.” Daar waar respondenten niet konden aansluiten bij een groepssessie, zijn deze individueel gesproken. De respondenten waren afkomstig van verzekeraars, de fietsindustrie, fietsverhuur, fietsrecoverydiensten, retail, consumentenorganisa- ties, (semi-)overheidsinstellingen, ministeries, gemeenten en politie. Ook waren vertegenwoordigers van S.A.F.E. aanwezig. Drie werkbezoeken Om een beeld te krijgen van de werkwijze van belangrijke spelers in het fiets- domein zijn bezoeken gebracht aan Swapfiets, het fietsdepot in Den Haag en de politie die landelijk de lokfietsen uitzet. Deze werkbezoeken hadden als doel om te kijken welke ontwikkelingen op dit moment een belangrijke bijdrage leveren om fietsdiefstal terug te dringen. De bevindingen uit de werkbezoeken zijn geïn- tegreerd in de interviewbevindingen met experts. Nationale survey fietsdiefstal (n=2.433) en gesprekken met slachtoffers (n=30) Om het perspectief van de gebruikers zelf in het onderzoek te betrekken, is een online survey uitgezet.“ Op basis van deze survey is eveneens zicht gekregen op de aard van gestolen fietsen, kenmerken van slachtoffers en de impact van fiets- diefstal en schade. De survey is onder andere aangeboden bij fiets- en studen- tenverenigingen, regionale omroepen, verzekeraars, S.A.F.E., het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid, de ANWB, het Centrum Fietsdiefstal en de Fietsersbond. Aan hen is gevraagd om actief — via nieuwsbrieven, website en Achtergrond van het onderzoek 29 sociale media -— medewerking te verlenen bij het onder de aandacht brengen van de survey. Omdat in de survey is gevraagd naar contactgegevens van respondenten, was het mogelijk om dertig personen na te bellen.” In de gesprekken zijn hun bevin- dingen met fietsdiefstal besproken en de impact die dit voor hen had. Een belangrijke kanttekening bij de survey is dat deze primair bedoeld is om een kwalitatief beeld te geven van de impact van fietsdiefstal op slachtoffers. Daarbij komt dat de survey zich voornamelijk gericht heeft op burgers die slacht- offer zijn geweest van fietsdiefstal. De survey is daarom niet representatief voor alle fietsende burgers in Nederland. Daarnaast blijkt dat er een scheve geografi- sche verdeling in respons is opgetreden. Daarom is de survey ook niet represen- tatief voor burgers in Nederland die slachtoffer van fietsdiefstal zijn geworden. Analyses die suggereren dat resultaten te extrapoleren zijn, zijn daarom zo min mogelijk opgenomen in de rapportage. 1.5 Leeswijzer In het vervolg van deze rapportage worden in de hoofdstukken 2 tot en met 6 de in de onderzoeksvragen benoemde thema’s besproken. Deze hoofdstukken die- nen ter onderbouwing van de belangrijkste bevindingen van het onderzoek, die in de inleiding zijn beschreven. Eindnoten 1. _ Het blijkt dat e-bikes en speed pedelecs soms onder ‘fietsen’ worden geplaatst. Als het in deze rap- portage specifiek om deze laatste twee soorten fietsen gaat, zullen we dat vermelden. 2. Tweewieler, 20 september 2019. 3. __NDW is een gezamenlijk initiatief van en voor de deelnemende wegbeheerders zoals Dienstverle- ners als ANWB, Verkeersinformatiedienst en INRIX. 4. _ Fietsberaad CROW, 22 mei 2020. 5. _NU.nl, 15 juni 2020. 6. _ Fietsersbond, n.b. a 7. _ Deze vijf thema’s zijn onderdeel van de zogenaamde ‘tweede etappe’. In de ‘eerste etappe’ zijn de volgende acht doelen geformuleerd: Nederland toonaangevend fietsland, meer ruimte voor de fiets in steden, kwaliteitsimpuls op drukke en kansrijke regionale fietsroutes, optimaliseren over- stap fiets-ov-fiets en auto-fiets, gerichte stimulering van fietsen, minder fietsslachtoffers, minder gestolen fietsen, versterken kennisinfrastructuur. 8. Inmiddels is er onder de vlag van S.A.F.E. ook een Meerjarenplan 2019-2024 opgesteld, waarin concrete activiteiten voor het bestrijden van fietsdiefstal worden benoemd. 9. _ Vandaar ook de vermelding van het zevende doel van de eerste etappe: minder gestolen fietsen. 30 Fietsdiefstal in Nederland io. SAFE. iste beschouwen als de opvolger van de Stichting Aanpak Voertuigcriminaliteit. Ook deze stichting herbergt diverse publiek-private partners in de aanpak van fietsdiefstal. In. Zie bijlage 2 voor de topiclijst voor de (groeps)interviews. Voor de groepsinterviews is eveneens een Powerpointpresentatie gemaakt. 12. Zie bijlage 3 voor de inhoud van de survey. 13. In totaal hebben 194 respondenten hun telefoonnummer opgegegeven. Achtergrond van het onderzoek 31 ) Aard en omvang van fietsdiefstal In dit hoofdstuk wordt vanuit drie bronnen een beeld geschetst van de aard en omvang van fietsdiefstal. Hierbij gaan we uit van een beeld op een hoog geaggre- geerd niveau: lokale ontwikkelingen in de omvang van fietsdiefstal, bijvoorbeeld op gemeenteniveau, zijn niet meegenomen omdat we op voorhand niet uitsluiten dat dit een te gefragmenteerd beeld geeft. 2.1 Informatie uit literatuur en openbare bronnen Om een eerste beeld te krijgen van de aard van fietsdiefstal in Nederland is via LexisNexis gezocht naar mediaberichtgeving waarin fietsdiefstal of soort- gelijke termen voorkomen in de periode 1 januari 2018 tot en met 1 april 2019. Uiteindelijk is in 198 gevonden artikelen over fietsdiefstal gekeken of er informa- tie over de aard en omvang van fietsdiefstal wordt gegeven. Hierover is informa- tie beschikbaar in 184 van de 198 geanalyseerde artikelen. In totaal blijken er 492 fietsen te zijn gestolen. In tabel 2.1 is uiteengezet hoe tot dit aantal is gekomen. Tabel 2.1 - In mediaberichten gevonden fietsdiefstalincidenten: Gestolen fietsen per Hoe vaak kwam dit voor? Totale aantal gestolen diefstal fietsen Aard en omvang van fietsdiefstal 33 Uit tabel 2.1 blijkt dat in 76 procent van het aantal fietsdiefstallen een fiets werd gestolen en in ruim 1o procent van de fietsdiefstallen twee fietsen. Toch beslaan deze 160 fietsdiefstallen tezamen slechts 35 procent van het totale aantal gestolen fietsen. Dit leidt tot de conclusie dat er vaak een enkele fiets wordt gestolen, maar dat de getalsmatig omvangrijke fietsdiefstallen sterker bijdragen aan het totaal- aantal gestolen fietsen. Vervolgens is gekeken naar de soorten gestolen fiets, hetgeen vermeld staat in 76 van de 198 berichten. Hieruit blijkt dat er in 33 van de 76 incidenten elektrische fietsen zijn gestolen, waarvan twee keer een elektrische lokfiets. Daarnaast zijn er een tweetal incidenten waarbij enkel de accu van een elektrische fiets is gesto- len. Hierdoor beslaan 35 van de 76 berichten (46 procent) een diefstal van (de accu van) een elektrische fiets, waarmee dit op basis van de mediaberichtgeving de meest voorkomende soort fiets is die wordt gestolen. De berichtgeving die hierop volgt heeft betrekking op racefietsen en mountainbikes: deze zijn in negen van de 76 incidenten (ri procent) gestolen. De cijfers lijken er in ieder geval op te wij- zen dat in de berichtgeving vooral aandacht uitgaat naar fietsen die tot het duur- dere segment behoren. De overige 32 gestolen fietsen zijn zeer divers van soort. Het betreft gewone (stads)fietsen zoals damesfietsen, Batavus-fietsen, Gazelle- fietsen, een Giant-fiets, een herenfiets, een vouwfiets, een tandem, een driewieler en een omafiets. Daarnaast zijn ook lokfietsen, kinderfietsen en een Swapfiets gestolen. De spreiding van de locatie van de fietsdiefstal is groot. Uit 145 van de 198 artikelen is te achterhalen waar de fietsdiefstal heeft plaatsgevonden en dat heeft geresulteerd in 30 verschillende soorten locaties. Van deze locaties springen er vijf uit: het station (26 keer), het (winkel)centrum (24 keer), de woonwijk (18 keer), bij de supermarkt (15 keer) en in/rondom de woning (14 keer). Tezamen komen deze locaties dus in 97 van de 145 artikelen (66 procent) voor.* Rechtszaken waarin fietsdiefstal een rol speelt Via www.rechtspraak.nl is gezocht op uitspraken die verband houden met fiets- diefstal. In de periode or-o1-2015 tot en met 31-08-2019 zijn 189 uitspraken gevon- den en geanalyseerd. Daaruit blijkt dat 241 verdachten terecht hebben gestaan in 189 rechtszaken, voor diefstal van in totaal 340 fietsen (zie tabel 2.2). 34 Fietsdiefstal in Nederland Tabel 2.2 - Aantal gestolen fietsen in rechtszaken Gestolen fietsen per Hoe vaak kwam dit voor? Totale aantal gestolen diefstal fietsen 1 fiets 147 147 2 fietsen 27 54 3 tot en met 10 fietsen 10 43 Meer dan 10 fietsen 5 96 Totaal 189 340 Uit tabel 2.2 komt naar voren dat het totale aantal gestolen fietsen aanzienlijk lager ligt dan het totale aantal gestolen fietsen dat uit de mediaberichten naar voren kwam. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat fietsdiefstal een delict is dat minder vaak via een rechtszaak wordt afgehandeld. De 189 rechtszaken die geanalyseerd zijn, besloegen in de meeste gevallen ook een dader die (reeds in het verleden) meervoudige delicten had gepleegd in plaats van dat hij terecht stond voor enkel en alleen de fietsdiefstal. Verder blijkt uit de tabel dat er in het over- grote deel van de fietsdiefstallen (78 procent) één fiets wordt gestolen en in 14 procent van de gevallen twee. Van de 340 fietsen die zijn gestolen, is van 185 fietsen bekend wat voor soort fietsen het waren. In tabel 2.3 is dat weergegeven. Tabel 2.3 - Soort gestolen fietsen in rechtszaken Soort fiets Aantal keer gestolen Gewone fiets, toerfiets en stadsfiets 91 Lokfiets® 37 Elektrische fiets 30 Mountainbike, ATB en strandfiets 16 Sportfiets 7 Kinderfiets 2 Onbekend 155 Totaal 340 Aard en omvang van fietsdiefstal 35 Al met al blijkt de gewone fiets dus het meest in rechtszaken voor te komen. Ook komt in deze search op www.rechtspraak.nl een hoog aantal diefstallen van lok- fietsen voor. Verder zijn de gestolen merken en typen fietsen zeer divers, aange- zien er naast het merk van de fiets ook onderscheid te maken is in het type fiets. In 147 van de 189 rechtszaken is bekend waar de diefstal heeft plaatsgevonden. In veruit de meeste gevallen, namelijk in 79 van de 147 rechtszaken, gebeurde dit in de openbare ruimte. Dit kan voor 75 rechtszaken gespecificeerd worden. Zo vond er bijvoorbeeld 52 keer een diefstal plaats op straat, waarvan 11 keer uit een fietsenrek. Ook openbare ruimtes, zoals bij stations, voor een supermarkt/win- kel, voor een politiebureau, bij een kerk, bij een strandpaviljoen, voor een biblio- theek en in een park kwam voor in de rechtszaken. Verder kwamen betrekkelijk veel rechtszaken voor, namelijk 44, waarin een fiets uit/rondom een woning was gestolen. Dit kan in 23 gevallen gespecificeerd worden. Het blijkt dat er met name vanuit garages en schuren fietsen worden gestolen (beiden zes keer).* 2.2 Informatie uit data op geaggregeerd niveau Tegenwoordig kent Nederland meer fietsen dan inwoners. Waar er in het jaar 2000 namelijk nog 17,8 miljoen fietsen waren in Nederland (Stichting BOVAG RAI Mobiliteit, 2019), is er in 2018 sprake van ongeveer 22,8 miljoen gewone fiet- sen, 1,9 miljoen e-bikes en 9.500 speed pedelecs (Koninklijke RAI Vereniging, 2018). Volgens de cijfers van RAI Vereniging, BOVAG en onderzoeksbureau GfK is het jaarlijks aantal nieuw gekochte fietsen echter wel gedaald (zie tabel 2.4), terwijl de waarde van deze fietsen wel is toegenomen. Tabel 2.4 - Aantal en waarde nieuw gekochte fietsen in de periode 2007-2019° Een verklaring hiervoor is de toegenomen verkoop van duurdere elektrische fiet- sen in 2019, terwijl de verkoop van bijvoorbeeld de goedkopere toer- of stads- fietsen sterk is gedaald. In figuur 2.1 is de ontwikkeling in het aantal verkochte fietsen naar type fiets weergegeven. Hieruit blijkt dat het aantal verkochte elek- trische fietsen in 2019 hoger ligt dan het aantal toer- of stadsfietsen. 36 Fietsdiefstal in Nederland Figuur 2.1 - Het aantal nieuw gekochte fietsen uitgesplitst naar type fiets Gewone toer- of stadsfiets Elektrische fiets mn Kinder- of jeugdfiets RK Overig (waaronder race-, MBT- en en vouwfietsen) Hybride fiets rr 0 400.000 800.000 1.200.000 1.600.000 EB 2007 2019 Eenzelfde trend blijkt uit cijfers van de ANWB en Stichting BOVAG-RAI Mobiliteit. Zo is het aantal ANWB-leden met een e-bike toegenomen van 9 pro- cent in 2013 naar 29 procent in 2018, terwijl het aantal ANWB-leden met een gewone fiets is gedaald van 67 procent naar 45 procent (ANWB, 2018). Daarnaast meldt de Stichting BOVAG-RAI Mobiliteit (2019) dat in 2012 17 procent van de aangeschafte fietsen elektrisch van aard was, tegenover 40 procent in 2018. Deze verschuiving in de verschillende typen verkochte fietsen heeft ertoe geleid dat het gemiddelde aankoopbedrag van de fiets aanzienlijk is gestegen. Cijfers van RAI Vereniging, BOVAG en onderzoeksbureau GfK laten namelijk zien dat een fiets gemiddeld 603 euro kostte in 2007, tegenover 1.243 euro in 20197 Ter onderbouwing hebben zij onderzocht wat het aandeel van het totaal- aantal nieuw gekochte fietsen is naar de prijs van deze fietsen (zie figuur 2.2). Uit figuur 2.2 valt af te leiden dat de verkoop van fietsen in de laagste vier prijsklassen is afgenomen, terwijl het aantal verkochte fietsen van goo euro en duurder sterk is toegenomen. Omdat RAI Vereniging, BOVAG en onderzoeksbu- reau GfK in 2017 hun rapportage hebben uitgebreid met verschillende prijsklas- sen vanaf goo euro is deze ontwikkeling ook weer te geven (zie tabel 2.5). Aard en omvang van fietsdiefstal 37 Figuur 2.2 - Het aantal nieuw gekochte fietsen uitgesplitst naar prijsklasse (in euro's) 1.600.000 1.400.000 1.200.000 1.000.000 800.000 600.000 400.000 L 200.000 eee ane ee al Totaal Tot €300 €300 t/m €500 t/m €700 t/m Vanaf €900 €499 €699 €899 M2007 _M2017 2019 Tabel 2.5 - Aantal en aandeel nieuw gekochte fietsen duurder dan goo euro in de periode 2017-2019° n 2017 % 2017 n 2019 % 2019 Totaal aantal fietsen tot € 900 612.480 64% 513.570 51% € 900 t/m € 1.499 95.700 10% 120.840 12% € 1.500 t/m € 2.099 114.840 12% 151.050 15% € 2.100 t/m € 2.399 57.420 6% 80.560 8% € 2.400 t/m € 2.699 38.280 4% 60.420 6% Vanaf € 2.700 38.280 4% 80.560 8% Totaal aantal verkochte fietsen 957.000 100% 1.007.000 100% De cijfers tonen aan dat voor alle duurdere prijsklassen geldt dat zowel het aantal als het relatieve aandeel nieuw gekochte fietsen in het dure segment is toegeno- men. De grootste procentuele stijging heeft zelfs plaatsgevonden bij de fietsen vanaf 2.700 euro. De omvang van fietsdiefstal De exacte omvang van fietsdiefstal is lastig te bepalen.” In onderhavige rap- portage maken we met betrekking tot de omvang gebruik van landelijke cijfers. Bovendien wijzen de lokale cijfers nagenoeg allemaal op dezelfde ontwikkeling, zo zal later in deze rapportage blijken. 38 Fietsdiefstal in Nederland Het CBS (2019) houdt sinds 2010 de politiecijfers bij met betrekking tot het aantal geregistreerde fietsdiefstallen. Volgens deze registraties waren er in 2010 107.465 fietsdiefstallen tegenover 66.690 in 2019, wat neerkomt op een daling van bijna 38 procent. Deze cijfers zijn echter niet indicatief voor de juiste omvangbepaling van fietsdiefstal. In de meeste gevallen wordt er namelijk geen aangifte gedaan van een gestolen fiets.” Zo blijkt ook uit de Veiligheidsmonitor 2019, aangezien slechts één op de vier slachtoffers van fietsdiefstal aangifte doet. Hiermee is fiets- diefstal het vermogensdelict met de laagste aangiftebereidheid (CBS, 2020) en zijn de cijfers van het CBS, zoals reeds vermeld, dus niet representatief. Een veel- genoemde reden dat burgers geen aangifte doen, is omdat zij het nut er niet van inzien” vanwege het gegeven dat de politie toch geen actie onderneemt (ANWB, 2018; Baljet, Onkenhout & Vlek, 2018; Levy, Irvin-Erickson & La Vigne, 2018). De Veiligheidsmonitor 2019 toont aan dat 68,5 procent van de burgers vindt dat aan- gifte doen toch niet helpt, terwijl 25,6 procent van de burgers er geen zin of tijd voor heeft gehad. De resterende redenen om geen aangifte te doen, zijn ‘Het was niet zo belangrijk’, ‘Dit is geen zaak voor de politie’, ‘Het was al opgelost’ en ‘Financiële schade is al vergoed’. Welke cijfers zijn dan wel indicatief voor het bepalen van de omvang van fietsdiefstal, want door de lage aangiftebereidheid is er sprake van een hoog dark number en is de omvang van fietsdiefstal met name gebaseerd op schattin- gen. Zo zouden er volgens de hoofdinspecteur van de politie die gedetacheerd was bij de Stichting Aanpak Voertuigcriminaliteit (StAVc) als landelijk coördina- tor Aanpak Fietsenendiefstal jaarlijks ongeveer een half miljoen fietsdiefstallen plaatsvinden. Dit komt redelijk overeen met hetgeen de Veiligheidsmonitor 2019 (CBS, 2020) laat zien, aangezien er in 2017 ruim 560.000 Nederlanders slachtoffer waren van fietsdiefstal tegenover ruim 466.000 in 2019 (zie tabel 2.6). Aard en omvang van fietsdiefstal 39 De dataverzameling van de Veiligheidsmonitor Sinds 2012 wordt de Veiligheidsmonitor met dezelfde methode van dataverzame- ling en grotendeels dezelfde vragenlijst uitgevoerd, waardoor het mogelijk is om jaarlijkse cijfers met elkaar te vergelijken. De dataverzameling van de Veiligheids- monitor heeft plaatsgevonden via internetvragenlijsten en papieren vragenlijsten in de periode augustus-november 2019. In totaal is een steekproef van ruim 325.000 Nederlanders van 15 jaar of ouder gevraagd om aan het onderzoek deel te nemen. Ruim 135.000 Nederlanders hebben een ingevulde vragenlijst geretourneerd (CBS, 2020), waarbij er sprake is van een representatieve landelijke spreiding. Door de ver- gelijkbaarheid tussen de jaren en de representativiteit van de Nederlandse bevolking staan de cijfers uit de Veiligheidsmonitor in onderhavig onderzoek centraal. Tabel 2.6 — Slachtoffers van fietsdiefstal in Nederland (2012-2019, in %en N)® Jaar Slachtofferschap Bevolkingsaantal Berekend aantal slacht- (%) Nederland (in miljoenen) | offers van fietsdiefstal Bron: Veiligheidsmonitor 2019 (CBS, 2020). Deze cijfers laten over een periode van 7 jaar een berekende daling zien van bijna 100.000 slachtoffers van fietsdiefstal. Tot en met 2014 was er jaarlijks nog sprake van een toename in het percentage en aantal slachtoffers van fietsdiefstal, maar sinds 2015 is er sprake van een betrekkelijk sterke afname (CBS, 2020). Wanneer de jaren 2012 en 2019 met elkaar worden vergeleken, is er zelfs sprake van een procentuele afname van bijna 25 procent. Deze landelijke trend wordt op lokaal niveau bevestigd. Zo tonen cijfers van het Actieplan Fietsdiefstal Utrecht aan dat er in 2015 nog 4.477 fietsen waren gestolen, tegenover 3.196 fietsen in 2019. Dit komt neer op een procentuele daling van ruim 28 procent. Een stad die tegen 40 Fietsdiefstal in Nederland deze landelijke trend ingaat, is Amsterdam. Gebaseerd op het aantal aangiften van fietsdiefstallen is de conclusie namelijk dat dit aantal sinds 2012 is toegeno- men met 9 procent.” Een calculatie van de schade van fietsdiefstal op grond van meerdere bronnen Wanneer het berekend aantal slachtoffers van fietsdiefstal op grond van de Veilig- heidsmonitor gecombineerd wordt met het gemiddelde aankoopbedrag van een fiets, is een grofmazige, tentatieve calculatie van de omvang van fietsdiefstal op jaar- basis te geven. Het gaat om een calculatie die is bedoeld om de indicatie van de om- vang van fietsdiefstal op jaarbasis te schetsen, niet om een exact bedrag na te stre- ven. Het berekend aantal slachtoffers is namelijk een schatting en met de keuze voor het gemiddeld aankoopbedrag op jaarbasis wordt alleen gekeken naar de waarde van nieuw aangeschafte fietsen. Niettemin zien wij de calculatie als een aanvulling op de mening van de experts over de hoogte van de schade van fietsdiefstal op jaarbasis. Figuur 2.3 — Calculatie totale schade fietsdiefstal in Nederland op jaarbasis (in miljoenen euro's) 600 500 400 300 200 100 0 Ee ee Ee ee ee EE ee 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2019 Ter vergelijking: een kostenpost van nagenoeg 600 miljoen euro in 2019 is te ver- gelijken met de jaarlijkse kosten van verkeersongelukken of de jaarlijkse medische behandelingkosten van sportblessures in Nederland? In orde van grootte is het — uitgaande van een gemiddelde prijs van 1 euro per kilo — eveneens te vergelijken met de appel- en perenopbrengst in Nederland.* Aard en omvang van fietsdiefstal 41 Een andere indicator om de omvang van fietsdiefstal in Nederland te bepalen, zij het via een andere invalshoek, is de database Stopheling. Het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft samen met partners deze database geïntroduceerd, om zodoende de verkoop van gestolen goederen te bemoeilijken. Dit gebeurt doordat burgers en opkopers aan de hand van een serienummer kunnen controleren of een goed als verloren of gestolen geregistreerd staat. Indien hiervan sprake is, kan via Stopheling melding worden gedaan bij de politie zodat actie kan wor- den ondernomen. Sinds 2010 vult de politie de database vanuit het BV1 met de registraties van gestolen (verduisterd of verloren) goederen (Ferwerda, Van Ham, Scholten & Jager, 2016). In 2010 stonden er in totaal 40.899 gestolen fietsen geregistreerd. Sindsdien zijn er ieder jaar een bepaalde hoeveelheid gestolen fietsen toegevoegd aan het databestand, waarbij deze hoeveelheid tot en met het jaar 2016 ook jaarlijks ster- ker toenam. Op 1 mei 2016 stonden er ruim 925.000 goederen in de database van Stop heling, waarbij de fiets het goed was dat het meest geregistreerd stond: 296.539 fietsen (Ferwerda, Van Ham, Scholten & Jager, 2016). Vanaf 2017 is de jaar- lijkse hoeveelheid geregistreerde gestolen fietsen waarvan aangifte is gedaan aan het afnemen. In 2019 zijn er bijvoorbeeld nog 41.464 geregistreerde gestolen fiet- sen aan het databestand toegevoegd. Al met al staan er, volgens de laatste cijfers uit het derde kwartaal van 2019, in totaal 475.277 gestolen fietsen geregistreerd waarvan aangifte is gedaan.” Voor alle jaren geldt dat de meeste geregistreerde gestolen fietsen voortkomen uit de politie-eenheid Oost-Nederland, gevolgd door = fluctuerend over de verschillende jaren — de politie-eenheden Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Limburg. Het fietsmerk Gazelle blijkt in alle jaren het meest gestolen te worden, waarbij er wel een afnemende trend waarneembaar is van 14.152 geregistreerde gestolen Gazelle-fietsen in 2010 (35 procent van het totaal aantal gestolen fietsen in 2010) naar 11.720 geregistreerde gestolen Gazelle-fietsen in 2019 (28 procent van het totaal aantal gestolen fietsen in 2019). Het fietsmerk Batavus was met 9.537 geregistreerde gestolen fietsen in 2010 (23 procent) ook een gewillig object, maar dit fietsmerk is gaandeweg de jaren minder populair gewor- den voor het dievengilde. In 2019 stonden er namelijk nog maar 4.646 gestolen Batavusfietsen geregistreerd in Stopheling (11 procent). Deze procentuele afname is opgevuld door het fietsmerk Cortina. In 2010 stonden er namelijk nog slechts 545 gestolen Cortinafietsen geregistreerd (1 procent) tegenover 4.912 geregistreer- de gestolen Cortinafietsen (12 procent) in 2019. Tegenwoordig blijken met name elektrische fietsen een gewillig object te zijn voor dieven. Dit blijkt ook uit de cijfers van verzekeraar ANWB. In 2019 werden door verzekerden 3.800 gestolen e-bikes gerapporteerd bij de ANWB. Hiermee 42 Fietsdiefstal in Nederland was er sprake van een toename van 38 procent ten opzichte van 2018. Als oor- zaak wordt de doorbraak van de elektrische fiets naar het grote publiek genoemd. Waar de e-bike in het verleden enkel werd gebruikt als recreatief object voor ouderen, fietsen inmiddels ook scholieren met een e-bike naar school en gaan forensen met een e-bike naar het werk. Deze doelgroepen laten de e-bikes vaker op onbeheerde openbare plekken achter zoals winkelcentra, treinstations en uit- gaansgebieden, waardoor deze fietsen gemakkelijker weggenomen kunnen wor- den. Een andere fietsverzekeraar sluit zich aan bij voornoemde conclusies. Uit de cijfers van deze verzekeraar blijkt dat hoe jonger de verzekerde is, hoe sneller een e-bike wordt ontvreemd. Zo wordt de e-bike van een scholier van 16 tot 20 jaar drie keer zo vaak gestolen als de e-bike van een 55-plusser.” Door de popu- lariteit van de elektrische fiets is ook het aantal gestolen accu's van deze e-bikes toegenomen.” 2.3 Informatie uit gesprekken en werkbezoeken In deze paragraaf gaan we in op de aard en omvang van fietsdiefstal, op basis van inzichten uit de interviews, expertsessies en werkbezoeken. Als subthema's komen de prevalentie, motivatie, hotspots en ernst van fietsdiefstal aan bod. Prevalentie van fietsdiefstal De experts verschillen van mening over de omvang van fietsdiefstallen. Zo zijn er respondenten die - mede door de opkomst van de e-bike — aangeven een toe- name te zien. Het is immers alom bekend dat wanneer er nieuwe producten op de markt komen, deze in de eerste periode gevoelig zijn voor diefstal. De respon- denten die niet enkel kijken naar het diefstalcijfer van e-bikes maar naar alle typen fietsen, spreken van een afname. Zo wordt er door een medewerker van het ministerie van Justitie en Veiligheid benoemd dat er halverwege de jaren ’80 van de vorige eeuw naar schatting 1,2 miljoen fietsen werden gestolen en dat op basis van deze cijfers geconcludeerd moet worden dat preventieve maatregelen hebben gewerkt in de afgelopen 30 jaar gezien de daling in diefstalcijfers. Naast de twee voornoemde trends geeft een medewerker van Swapfiets aan dat het per- centage gestolen fietsen van hun redelijk constant is gebleven door de jaren heen. Dit toont aan dat de achtergrond, focus en scope van de respondenten voor een groot deel het idee over de prevalentie van fietsdiefstal bepaalt. Om een representatief beeld te krijgen van het werkelijke aantal fietsdiefstal- len zou het aangiftecijfer van de politie uitkomst moeten bieden. De responden- ten zijn het er echter over eens dat er sprake is van een hoog dark number door Aard en omvang van fietsdiefstal 43 een lagere aangiftebereidheid waardoor de politie niet over de representatieve omvang beschikt. Er wordt door de meesten negatief gedacht over deze lage aan- giftebereidheid, omdat deze indicatief is voor de politieke agenda en het daaraan verwante urgentiegevoel rondom fietsdiefstal. Om een accurater en representa- tiever beeld te krijgen van het daadwerkelijke aantal fietsdiefstallen, kan er daar- om volgens enkele respondenten beter worden gekeken naar slachtofferenquêtes zoals de Veiligheidsmonitor. Concluderend zien de meeste respondenten op nationaal niveau een daling in het aantal fietsdiefstallen, maar tegelijkertijd ook een toename in het dark num- ber. In paragraaf 5.4 zal hier verder op worden ingegaan. Motivatie voor fietsdiefstal Van oudsher is fietsdiefstal een bekend fenomeen. Er zijn verschillende redenen voor het dievengilde om een fiets te stelen. Eén daarvan is de opkomst van steeds duurdere fietsen, zoals de e-bike. Dit zorgt ervoor dat fietsdiefstal lucratiever is geworden voor het dievengilde, waardoor er ook een ontwikkeling in dadergroe- pen heeft plaatsgevonden (zie paragraaf 4.4). Tegenwoordig zijn de prijzen van dit soort fietsen namelijk vergelijkbaar met de prijzen van goedkope auto’s. Dit maakt dat de handelsprijs van een fiets na diefstal voor het dievengilde ook hoger wordt. Buiten het feit dat volledige fietsen worden gestolen, is er in de afgelopen jaren ook een trend waarneembaar waarin enkel fietsonderdelen worden wegge- nomen. Zo geeft een respondent die bij de politie werkt aan dat accu's van e-bikes gewild zijn onder het dievengilde. Volgens de respondenten zijn deze ongeveer 5oo euro per stuk waard en zijn ze relatief makkelijk te stelen. Er wordt aange- geven dat de politie niet inzichtelijk heeft hoe vaak dit voorkomt, omdat er in de registratiesystemen geen afzonderlijke classificatie voor is. Naast e-bikes en de afzonderlijke onderdelen zijn er nog een aantal type fiet- sen die gewild zijn bij het dievengilde. Er bestaan immers ook veel dure niet- elektrische fietsen. De bakfiets wordt hierin meerdere malen genoemd door de respondenten. Een expert licht toe: ‘Dure bakfietsen zijn 4000 tot 5000 euro waard. Die worden best vaak gejat”. Naast de bakfiets geldt hetzelfde voor racefietsen. Tot slot worden nog twee specifieke doelwitten genoemd. Zo wordt in een van onze expertsessies Swapfiets als grootste slachtoffer van fietsdiefstal benoemd. De gestolen Swapfietsen komen echter niet terug in de aangiftecijfers, omdat Swap het aantal gestolen fietsen niet meldt aan de politie en Swap gebruikers ook geen aangifte doen. Het laatste doelwit betreft de Cortina U4, zo blijkt uit een kansberekening door verzekeraars waarin ze hebben gekeken naar de kans dat 44 Fietsdiefstal in Nederland een bepaalde fiets wordt gestolen. De Cortina U4 scoorde het hoogst. Het betreft een zogenaamde family bike, die volgens experts vooral onder de jeugd populair is. Respondenten geven aan dat het stelen van dit type fiets op bestelling gebeurt. De diefstal van deze fiets heeft volgens experts dan ook een duidelijke link met de georganiseerde criminaliteit. Hotspots van fietsdiefstal Tijdens de interviews, sessies en werkbezoeken zijn de experts gevraagd naar hotspots van fietsdiefstal. Uit deze gesprekken komen twee probleemgebieden in Nederland naar voren: de grotere steden en het grensgebied. Volgens experts zijn steden, en dan met name studentensteden, altijd een constante hotspot geweest voor fietsdiefstal. Een respondent geeft aan: ‘Waar een concentratie van studen- ten is, zijn relatief veel diefstallen.” Binnen de steden zijn micro-hotspots te vinden zoals stations, winkelgebieden en pleinen. Dit zijn van oudsher bekende micro- hotspots. Doordat de duurdere fietsen zoals een e-bike ook steeds vaker wordt gebruikt voor een boodschap bij de supermarkt, blijven deze locaties interessant voor het boevengilde. Desalniettemin geeft een respondent aan dat er de laatste jaren wel meer diversiteit is ontstaan. Zo worden er tegenwoordig ook regelmatig fietsen weggenomen uit schuren en voortuinen. Moeder (52) en zoon (16) aangehouden voor inbraak in Duiven DUIVEN - 16 maart 2020 Een vrouw van 52 en haar 16-jarige zoon zijn afgelopen weekend aangehouden voor een woninginbraak in Duiven. De politie kreeg zondagochtend een melding van de inbraak aan de Parallelweg, nabij het station. De bewoner miste onder meer twee elektrische fietsen. Die konden snel worden opgespoord. Op de locatie waar de tweewielers stonden, konden de moeder en zoon worden aangehouden. Bron: Omroepgelderland.nl Het tweede probleemgebied is het grensgebied. Een respondent die bij de poli- tie werkt, benoemt hierbij Oost-Nederland evenals Zuid-Nederland. De gestolen fietsen kunnen vanaf deze locaties makkelijk naar het buitenland getranspor- teerd worden, waarbij door een respondent het Oostblok wordt genoemd als veelvoorkomende bestemming. Een respondent die werkt bij een fietsverzeke- raar geeft aan dat vooral Maastricht een hotspot is. Voor verzekeraars zijn deze Aard en omvang van fietsdiefstal 45 hotspots van belang in hun beleid. Zo moeten ze beslissen of bepaalde gebieden worden buitengesloten of dat er hogere premies moeten worden gevraagd. De respondenten geven aan dat het belangrijk is om te herkennen dat hotspots verschillen per dader en modus operandi.” Met de komst van mobiele bendes die zich bezighouden met fietsdiefstal, zijn er naast constante hotspots tevens flexi- bele hotspots ontstaan. Langs verschillende dorpen en/of steden wordt door deze bendes een diefstalronde gemaakt, waarna de fietsen worden getransporteerd naar het buitenland. Dit fenomeen wordt ook wel mobiel banditisme genoemd, waar overigens geen concrete cijfers over bekend zijn. Mobiel banditisme Mobiele bandieten plegen stelselmatig en in georganiseerd verband vermogens- delicten, zoals auto-, lading-, metaal- en winkeldiefstal, diefstal uit auto’s en op bouwplaatsen, identiteitsfraude, heling, inbraak, skimming, straatroof en zakken- rollerij. De dadergroepen worden veelal gevormd door personen met dezelfde nationaliteit. In de wetenschappelijke literatuur wordt daarbij met name verwezen naar Albanië, Bulgarije, Litouwen, Polen, Roemenië en Servië als herkomstlanden van deze dadergroepen. Zij zijn vaak enkele weken tot een paar maanden in Neder- land om hier goed voorbereid verschillende plaatsen aan te doen, om vervolgens in andere landen dezelfde strafbare feiten te plegen. Onder meer vanwege het onder- mijnende karakter is de impact van mobiel banditisme groot. Bron: Van Ham & Ferwerda (2017). Ernst Het feit dat er sprake is van een hoog dark number heeft volgens de meeste res- pondenten te maken met het feit dat burgers niet tevreden zijn over hun (eerdere) ervaringen met aangifte doen en de afhandeling ervan door de politie. Ook geven ze aan dat het thema bij de politie geen prioriteit heeft. De meeste responden- ten vinden dan ook dat daarin verandering moet komen: ‘Het is heel raar dat we fietsdiefstal gewoon vinden’. Er zijn echter ook enkele respondenten die hier een kanttekening bij plaatsen: ‘Dat er geen prioriteit bij de politie is voor fietsdiefstal, wil nog niet zeggen dat ze er ook niets mee doen’. Zo geeft een andere respondent aan dat wanneer de politie een melding krijgt van diefstal met daarbij een duidelijke locatie, de meeste basisteams van de politie daar wel op acteren; deze teams wil- len namelijk bij voorkeur daders op heterdaad aanhouden. 46 Fietsdiefstal in Nederland Naast het feit dat het dark number deels voortkomt uit de handelswijze van de politie, hebben de burgers hierin zelf ook een aanzienlijke rol. Fietsdiefstal wordt namelijk als een maatschappelijk geaccepteerd probleem beschouwd en het urgentiebesef is dus laag. Een respondent zegt hierover: ‘We hebben als samenle- ving liever dat een verkrachter wordt opgepakt en daarvoor nemen we fietsdiefstal op de koop toe. We doen dan ook enkel aangifte om aanspraak te maken op de verzeke- ring. Daarom bestaan de aangiften uit de dure verzekerde fietsen, terwijl de fietsen die studenten gebruiken hier niet in zitten’. De experts wijten de lage prioriteit onder burgers aan een gebrek aan kennis. Een respondent vertelt hierover: ‘Fietsdiefstal is een groter financieel probleem dan woninginbraken. Per jaar wordt de schade van fetsdiefstal op Goo tot 7oo miljoen geschat, wat neerkomt op een gemiddelde schade van 1200 tot 1400 euro per fiets. De burger is zich niet bewust van de magnitude of omvang van het bedrag’. De daling van het aantal fietsdiefstallen die sommige respondenten melden, wordt als positief ervaren, maar ze geven aan dat het voor de beeldvorming tege- lijkertijd averechts kan werken; door deze daling kan het gevoel ontstaan alsof het probleem is opgelost. Er wordt dan helemaal geen prioriteit meer aan fiets- diefstal gegeven, waardoor er een ‘succesparadox’ ontstaat. Alle respondenten zouden daarom toch graag meer aandacht uit zien gaan naar fietsdiefstallen.* 2.4 Belangrijkste bevindingen uit dit hoofdstuk Hieronder staan in chronologische volgorde de belangrijkste bevindingen uit dit hoofdstuk vermeld: " Zowel de search op LexisNexis als op Rechtsspraak.nl laat zien dat in driekwart van de fietsdiefstallen één fiets wordt gestolen en dat dit met name gebeurt in de openbare ruimte. Wel is er een ontwikkeling gaande waarin het steeds vaker voorkomt dat er fietsen in/frondom woningen (garages en schuren) worden weggenomen. Een verschil in de searches is dat LexisNexis aantoont dat met name duurdere fiet- sen (e-bikes, racefietsen en mountainbikes) worden gestolen, terwijl Rechtspraak.nl laat zien dat het vooral gaat om de gewone fiets, toer- fiets en stadsfiets. = Het aantal nieuw gekochte fietsen is in de afgelopen jaren afgenomen, namelijk van 1.400.000 gekochte fietsen in 2007 naar 1.007.000 in Aard en omvang van fietsdiefstal 47 2019. Echter, de waarde van deze fietsen is wel toegenomen: van ruim 844 miljoen euro in 2007 naar ruim 1.252 miljoen euro in 2019. Dit komt omdat er steeds meer dure e-bikes worden verkocht en steeds minder gewone toer- en stadsfietsen. Daardoor zijn e-bikes en accu's van e-bikes gewillige objecten geworden voor dieven, aangezien de prijs van deze fietsen substantieel hoger ligt en accu's per stuk vaak soo euro waard zijn. = Het aantal slachtoffers van fietsdiefstal neemt af volgens de Veiligheidsmonitor: ruim 560.000 in 2017 tegenover 466.000 in 2019. In relatieve zin is dit een daling van 3,3 procent naar 2,7 procent. Over een langere periode is de daling nog groter. Toch blijft fietsdiefstal, op grond van een tentatieve calculatie, een vermogendelict dat de samen- leving in 2019 bijna 6oo miljoen euro kost. Daarbij is fietsdiefstal het vermogensdelict met de laagste aangiftebereidheid; burgers zien er het nut niet van in omdat ze verwachten of hebben ervaren dat er toch niets mee wordt gedaan. m Ondanks de daling in aantallen fietsdiefstallen is het fenomeen al jaren het meestvoorkomende vermogensdelict in Nederland. n De database Stopheling bevat alle gestolen fietsen waarvan aangifte is gedaan. In 2010 stonden er 40.899 fietsen geregistreerd en in het derde kwartaal van 2019 zijn dater 475.277, waarbij de meeste gestolen geregi- streerde fietsen afkomstig zijn uit de politie-eenheid Oost-Nederland. Het fietsmerk Gazelle wordt in alle jaren het meest gestolen. n= Een genoemde reden voor fietsdiefstal is volgens experts de opkomst van steeds duurdere fietsen: (accu's) van elektrische fietsen, bakfiet- sen en racefietsen. Tevens worden Swapfietsen en Cortina U4 als aan- trekkelijke doelwitten aangemerkt. Qua hotspots worden de grotere (studenten)steden genoemd, waarbinnen stations, winkelgebieden en pleinen als micro-hotspots te boek staan. Ook wordt er steeds meer gestolen uit schuren en voortuinen. De tweede hotspot zijn de grens- gebieden (Oost-Nederland en Zuid-Nederland) omdat fietsen vanuit hier makkelijk getransporteerd kunnen worden naar met name het Oostblok. 48 Fietsdiefstal in Nederland = Experts verschillen naar gelang hun achtergrond, focus en scope in hun idee over de prevalentie van fietsdiefstal, maar het overgrote deel spreekt van een afname. Dit is positief, maar tegelijkertijd kan hier- door het idee ontstaan dat het probleem is opgelost: de zogenaamde ‘succesparadox. Daarnaast is het urgentiebesef onder burgers laag en is fietsdiefstal een maatschappelijk te geaccepteerd probleem. Eindnoten 1. In hoeverre de mediaberichten een representatief beeld schetsen, is gezien de verschillen in aan- dacht per redactie voor het thema en mogelijk andere journalistieke overwegingen niet nader aan te geven. 2. De overige locaties zijn een bouwmarkt, fietsenstalling, bibliotheek, markt, fietsenwinkel, school, sporthal, KNRM-locatie, kerk, carpool-/parkeerplaats, recreatieplas, kapper, wielerverenging, camping, haven, stadhuis, zorgcentrum, hotel, ziekenhuis, cafetaria, asielzoekerscentrum, buiten- gebied, zwembad en tijdens een recreatieve fietstocht. 3. _ Van de lokfietsen is niet bekend om welk soort fiets het gaat, maar afgaande op ons werkbezoek aan de politie die de lokfietsen uitzet zullen dit voornamelijk gewone fietsen, toerfietsen en stads- fietsen zijn geweest. 4. _ Daarnaast heeft diefstal plaatsgevonden uit de (achter)tuin, een berging (in de tuin), een tuinhuis, een souterrain, een oprit, een carport en een stal. Daarnaast zijn er nog een aantal locaties van- waar fietsen zijn gestolen. Hierbij gaat het om diefstal vanuit een garagebox onder een flatgebouw, een berging in een flatgebouw en een kelderbox in een flatgebouw, bedrijfspanden (waaronder driemaal uit een fietsenwinkel), een boxengang in portiekwoningen, een schoolplein en een fiet- senstalling op school, een kelderbox, een schuur die bij een chalet behoort, een parkeergarage van een appartementencomplex, een opslagruimte, een fietsenrek die te vinden was op een auto die op een afgesloten parkeerterrein van een hotel stond, een bungalow op een vakantiepark en een camping. 5. BOVAG, 28 februari 2020 6. BOVAG, 28 februari 2020 7. BOVAG, 28 februari 2020. 8. BOVAG, 28 februari 2020. g. BOVAG, 28 februari 2020. ro. Accell Group, nb. in. Fietsersbond, n.b. b 12. Beveiligingsnieuws.nl, 16 mei 2018. 13. Accell Group, nb. 14. Het is mogelijk dat deze slachtoffers zelf ook een aandeel hebben gehad in de omvangbepaling. Het is namelijk mogelijk dat één fietsdiefstal leidt tot een reeks gerelateerde misdaden. Dit wordt ook wel een crime multiplier genoemd. Een slachtoffer van fietsdiefstal zal in dat geval ook een fiets stelen om zodoende het verlies te compenseren. Daarnaast kunnen slachtoffers een fiets ko- pen waarvan zij weten dat deze is gestolen door anderen (Johnson, Sidebottom & Thorpe, 2008). Aard en omvang van fietsdiefstal 49 15. De Veiligheidsmonitor (VM) is met ingang van 2019 een tweejaarlijks (in oneven jaren) terugke- rend bevolkingsonderzoek naar veiligheid, leefbaarheid en slachtofferschap. Tot en met 2017 was het een jaarlijks onderzoek. In 2018 heeft geen onderzoek plaats gevonden. 16. Deze cijfers zijn op basis van de Veiligheidsmonitor, die onder Nederlandse burgers wordt gehou- den, en geven geen zicht op de cijfers van diefstallen uit fietswinkels. 17. ATS5, 31 maart 2020. 18. FAQT, 18 oktober 2019; Alles over Sport, 21 november 2019. 19. NU.nl, 25 juli 2019. 20. Als een fiets wordt teruggevonden, wordt deze uit de registratie verwijderd. 21. Algemeen Dagblad, 11 maart 2020. 22. De Gelderlander, 2 maart 2020. 23. Op daders en modus operandi komen we terug in de hoofdstukken 4 en 5. 24. Tegelijkertijd kan deze daling ook leiden tot een stimulans als aannemelijk te maken is dat dit door de inspanningen van alle betrokken partijen, inclusief burgers, veroorzaakt wordt. Dit is op grond van het onderzoek alleen niet mogelijk. 50 Fietsdiefstal in Nederland 3 Slachtoffers van fietsdiefstal In dit hoofdstuk wordt vanuit drie bronnen een beeld geschetst van slachtoffers van fietsdiefstal. Naast informatie uit de literatuur en andere openbare bronnen en de meningen van experts gaat de nodige aandacht uit naar de survey. 3.1 Informatie uit literatuur en openbare bronnen Er is op landelijk niveau niet veel recent onderzoek verricht naar slachtoffers van fietsdiefstal. De Reus (2016) heeft binnen veertien gemeenten onderzoek verricht naar de aanpak van fietsdiefstal en besteedt ook aandacht aan slacht- offerkenmerken, maar heeft het vooral over de redenen om de fiets te gebrui- ken, de invloed van het weer hierop en het moment van diefstal. Hij refereert wel naar een onderzoek van Johnson e.a. (2008), waaruit blijkt dat 30 procent van de slachtoffers meer dan een keer een fietsdiefstal heeft meegemaakt. Ook gaat De Reus (2016) dieper in op de impact van een fietsdiefstal. Daarbij wordt verwezen naar 20 tot 25 procent van de slachtoffers die de fiets vaker laten staan uit angst voor hernieuwd slachtofferschap. Ook kan het onveiligheids- gevoel toenemen. Wanneer er enkel wordt gekeken naar ANWB-leden kan er geconcludeerd worden dat in 2017 maar liefst 21 procent van de leden hun fiets ‘wel eens’ thuis hebben laten staan uit angst voor fietsdiefstal. Hiervoor geven zij verschillende redenen: het hebben van een dure fiets en specifieke locaties en tijdstippen zoals in de avond, op het station, in de stad, bij grote evenementen, in onveilige buurten, op plekken waar weinig mensen zijn en waar al eerder een fiets is gestolen. Daarnaast laat men de fiets liever thuis als er geen plekken zijn om de fiets aan vast te maken en als er geen (bewaakte) fietsenstalling is (Baljet, Onkenhout & Vlek, 2018). Daarnaast blijkt uit onderzoek dat het risico op diefstal ook impact heeft op toekomstig koopgedrag van een fiets. Een nog groter aantal fietsers ziet vanwege Slachtoffers van fietsdiefstal 51 het diefstalrisico af van het kopen van een goede fiets (Chen, Liu & Sun, 2018; Hendriks, Louwerse & Tetteroo, 2016). 3.2 Informatie uit de survey Algemene gegevens van slachtoffers Van 31 januari 2020 tot en met 2 april 2020 heeft de vragenlijst met betrekking tot fietsdiefstal online gestaan. In ruim twee maanden tijd is via diverse kana- len' getracht deze vragenlijst onder de aandacht te brengen van mensen die in 2019 slachtoffer zijn geworden van fietsdiefstal. In totaal is de vragenlijst 2.433 keer ingevuld. Van zeker 95 procent van deze 2.433 respondenten is de leeftijd, geslacht, postcode of dagelijkse bezigheid bekend. Gemiddeld zijn de respondenten 43 jaar oud, waarbij de jongste respondent 10 jaar oud is en de oudste respondent 99 jaar. De vragenlijst is door meer vrouwen dan mannen ingevuld: 55 procent van de respondenten is vrouw, ten opzichte van 45 procent mannelijke respondenten.” Behalve geslacht en leeftijd is gevraagd naar postcodegebied. Op basis van een viercijferige postcode zijn twee indelin- gen gemaakt: naar provincie en naar mate van verstedelijking, opgedeeld naar Ga4, G2s en overige gemeenten” Hieruit blijkt dat ongeveer twee derde van de respondenten uit de provincies Utrecht (36 procent) en Groningen (33 procent) komen.* Een reden hiervoor is dat de vragenlijst in enkele provincies bovenmati- ge media-aandacht heeft gekregen, waardoor de respons in deze provincies hoger is uitgevallen. Op grond van voorgaande statistieken is te concluderen dat de vra- genlijst niet representatief is voor de Nederlandse bevolking en de uitkomsten van de survey als zodanig niet te extrapoleren zijn naar bijvoorbeeld de omvang van fietsdiefstal in Nederland. Veeleer is de survey te gebruiken als een bron voor slachtofferervaringen en suggesties voor de aanpak van fietsdiefstal, zoals ook de bedoeling was. Wel willen we voor bijvoorbeeld deze slachtofferervaringen nog nadere uit- splitsingen doen naar interessante aandachtsgebieden, zoals de mate van verste- delijking waarin slachtoffers woonachtig zijn en de dagelijkse bezigheden. Voor de mate van verstedelijking geldt dat ruim een derde (36 procent) in de G4 woont, ongeveer een kwart (26 procent) in de G25 en 38 procent van de respondenten in een overige gemeente woont. Ten slotte is respondenten gevraagd naar hun dagelijkse bezigheid. Ruim de helft (56 procent) van de respondenten geeft aan te werken, terwijl een vijfde (20 procent) studeert en zestien procent met pen- sioen is. Een klein deel van de respondenten (4 procent) geeft aan werkloos te 52 Fietsdiefstal in Nederland zijn. Ongeveer vijf procent van de respondenten geeft aan zich dagelijks met iets anders bezig te houden. De meeste respondenten (46 procent) hebben één fiets in hun bezit, terwijl 34 procent aangeeft twee fietsen in bezit te hebben. lets minder dan een vijfde van de respondenten (18 procent) bezit drie of meer fietsen. Slechts twee procent geeft aan helemaal geen fiets in bezit te hebben, maar alleen gebruik te maken van een huur- of leasefiets. Gemiddeld hebben de 2.433 respondenten 1.115 euro voor hun (beste) fiets? betaald. Ruim een derde van de respondenten (36 procent) betaalde minder dan 500 euro voor hun (beste) fiets, bijna de helft (46 procent) betaalde tussen de soo en 2.000 euro en bijna een vijfde (18 procent) meer dan 2.000 euro. Zoals eerder al werd vermeld zijn er 49 respondenten (2 procent) die geen fiets in bezit hebben, maar wel een fiets hebben gehuurd of geleased (zoals een OV- of Swapfiets). Het aantal respondenten dat zowel een fiets huurt of leaset, en een of meerdere fietsen in bezit heeft, is Gor. In de analyses maken we een onderscheid tussen 1) bezitters van een of meerdere fietsen 2) respondenten die een fiets huren of leasen en 3) respondenten die zowel een of meerdere fietsen bezitten als een fiets huren dan wel leasen. In tabel 3.1 wordt het aantal respondenten per onder- scheiden categorie vermeld. Tabel 3.1 - Eigenaren en huurders fietsen (n=2.433) Eigenaren 1783 73% Huurders 49 2% Eigenaren en huurders 601 25% Totaal 2433 100% Ten behoeve van de analyse maken we een onderscheid tussen de eigenaren en huurders van fietsen. Eerst bespreken we in paragraaf 3.2.1 de resultaten van de analyse op de eigenaren, waarna in paragraaf 3.2.2 de resultaten van de analyse op de huurders aan de orde komt. In de analyses hebben we respondenten mee- genomen die zowel eigenaar als huurder zijn. 3.2.1 Eigenaren Ruim twee derde van de respondenten (66 procent) geeft aan dat er een of meer- dere fietsen van hen zijn gestolen. In de helft van de gevallen (st procent) gaat Slachtoffers van fietsdiefstal 53 het om één gestolen fiets, terwijl twaalf procent aangeeft dat het om twee gesto- len fietsen gaat. Van een klein deel van respondenten (3 procent) werden er in 2019 drie of meer fietsen gestolen. Het type fiets dat wordt gestolen, is in de meeste gevallen een stads- of toer- fiets (de ‘gewone’ fiets). Dit is ook logisch omdat alleen al de aantallen stads- of toerfietsen in Nederland veel hoger liggen dan de andere soorten fietsen. Het aandeel andere typen fietsen die in 2019 van de respondenten gestolen zijn, is beperkt (zie figuur 3.1). Figuur 3.1 - Type gestolen fiets(en) (n=1.551) Stads-oftoerfiets Randonneur, tracking bike of hybride fiets Mountainbike Racefiets Andere typen fietsen _ | Speed pedelec | Kinderfiets | 0 20 40 60 80 100 Uit de survey komt naar voren dat bijna een op de zes gestolen fietsen elektrisch zijn (17 procent). Aan respondenten is gevraagd het type elektrische fiets aan te geven. Hierbij worden dezelfde categorieën gehanteerd als in figuur 3.1. Wederom blijkt dat het type elektrische fiets dat het meest gestolen is, de stads- of toerfiets is. Ongeveer tien procent van de gestolen elektrische fietsen is als randonneur, tracking bike of hybride fiets te typeren. Schade De schade die de fietsdiefstal opleverde, werd voor ruim een vijfde van de respon- denten (22 procent) (deels) vergoed door hun verzekering, terwijl meer dan drie kwart (78 procent) aangeeft dat de geleden schade niet verzekerd was of door de verzekering werd gedekt. In twee derde van de gevallen (67 procent) is de geleden schade minder dan 5oo euro, in bijna een kwart (23 procent) tussen 5oo en 1000 euro en een op de negen (1 procent) van de respondenten geeft aan dat de gele- den schade door de fietsdiefstal meer dan 1.000 euro is. 54 Fietsdiefstal in Nederland Impact fietsdiefstal De impact die fietsdiefstal op slachtoffers heeft varieert tussen emotionele en financiële impact. Sommige respondenten (11 procent) geven aan dat de fiets- diefstal niet of nauwelijks impact heeft gehad, omdat een fiets volgens hen ‘maar een ding’ is. Een respondent licht zijn antwoord als volgt toe: ‘In eerste instantie boosheid omdat ze van andermans spullen af moeten blijven, maar uiteindelijk had ik alleen materiële schade die vergoed werd door de verzekering en heb ik er geen verdere schade van gehad.’ Voor ongeveer de helft van de slachtoffers (49 procent) had de fietsdiefstal een emotionele impact. Slachtoffers kunnen bijvoorbeeld gehecht zijn aan een fiets als ze deze al geruime tijd in hun bezit hebben, of wanneer ze deze van een (over- leden) familielid hebben gekregen. De impact van een fietsdiefstal blijkt ook uit het volgende citaat: Ik droom er van hoe ik beter had moeten opletten of beter om mij heen had moeten kijken. Want het is in vijf minuten gebeurd. En mensen had- den er twee mannen mee zien weglopen! Ik had binnen twee weken een nieuwe fiets. Geweldig! Maar vergeten kan ik het nog niet. En ik ben elke keer bang dat mijn fiets er niet meer staat. Het is ook de tweede keer dat mijn elektrische frets is gestolen, destijds was ik niet verzekerd, nu gelukkig wel.” Twee derde van de respondenten (66 procent) geeft aan dat er sprake is van financiële impact. Veel slachtoffers zijn namelijk genoodzaakt om een nieuwe fiets te kopen. Niet iedere respondent heeft daar echter de middelen voor, zeker als het om de diefstal van een (relatief) dure fiets gaat. 3.2.2 Huurders In deze paragraaf komen alle bevindingen rondom de huurders van fietsen aan bod. In totaal geven 650 respondenten aan dat zij in 2019 een fiets hebben gehuurd. In de meeste gevallen gaat het om een OV- (85 procent) of Swapfiets (25 procent). Enkele respondenten geven daarnaast aan gebruik te hebben gemaakt van een lease-fiets (3 procent)” Van de 650 huurders geven er 41 (6 procent) aan dat de gehuurde of geleasede fiets is gestolen. Op deze 41 slachtoffers zijn nadere analyses uitgevoerd. Impact fietsdiefstal Bijna drie kwart van de huurders van fietsen (73 procent) geven aan dat de impact van de diefstal voornamelijk financieel was. Respondenten geven aan dat wan- neer een huurfiets wordt gestolen, een eigen risico van toepassing is. Meerdere huurders geven in het vrije invulveld aan dat er 40 euro aan eigen risico moest worden betaald voor de diefstal van hun Swapfiets. Voor ruim een vijfde van de Slachtoffers van fietsdiefstal 55 slachtoffers (22 procent) was de impact (ook) emotioneel. Voor zeven responden- ten (17 procent) heeft de fietsdiefstal geen impact gehad: een fiets is volgens hen maar een ‘ding’. 3.3 Informatie uit gesprekken en werkbezoeken In deze paragraaf wordt ingegaan op slachtofferschap van fietsdiefstal, op basis van inzichten uit de interviews, expertsessies en werkbezoeken. Allereerst wordt een typologie gegeven van slachtoffers, om vervolgens in te gaan op de emoti- onele en/of financiële impact op slachtoffers. Als laatste komen de subthema's maatregelen en het doen van aangifte aan bod. Slachtoffertypologie Er worden door de experts drie slachtoffertypes omschreven: de consument, de fietshandelaar die fietsen verkoopt en organisaties zoals Swapfiets die fietsen ver- huren. Alle groepen ervaren negatieve gevolgen van fietsdiefstal, maar de con- sument wordt benoemd als grootste slachtoffer. In het vervolg wordt eerst op de consument ingegaan, daarna worden de twee overige typen slachtoffers kort besproken. Volgens de respondenten loopt iedere fietseigenaar het risico dat zijn of haar fiets wordt gestolen. Een fietseigenaar kan hiertegen maatregelen nemen maar wanneer de nieuwigheid van het gebruiksvoorwerp af is, nemen hij of zij min- der veiligheidsmaatregelen dan voorheen. Maar een consument is zich ook niet altijd bewust van de noodzaak om de fiets goed op slot te zetten. Daarom moet de kennis omtrent veiligheidsmaatregelen ook vergroot worden, zodat ze dubbel op slot gezet gaan worden of veilig gestald gaan worden. Er zijn dus verschillen in het risico op slachtofferschap naar gelang de wijze waarop een fietseigenaar zijn fiets gebruikt en beveiligd. Er worden twee factoren onderscheiden die interacte- ren met deze gebruikswijze (zorgvuldig versus onzorgvuldig): de fietssoort (duur versus goedkoop) en de leeftijd van de fietseigenaar (jongeren versus volwassenen en ouderen). Ter illustratie: een volwassen man die over een in te klappen en mee te nemen vouwfiets beschikt omdat dat gunstig is voor het woon-werkverkeer waarin hij zich iedere dag begeeft, loopt minder risico om slachtoffer te worden van fietsdiefstal dan ouderen die eigenaar zijn van e-bikes gezien de waarde van deze fietsen. Echter, ouderen lopen dan weer minder risico dan jongeren met e-bikes omdat zij zorgvuldiger omgaan met de fiets: ‘Ouderen fietsen, zitten bij hun fiets op een terras en zetten hun fiets weer binnen als ze thuis zijn. Jongeren zetten de 56 Fietsdiefstal in Nederland fiets overal neer: bij het sportveld, de bioscoop, et cetera’. Veel respondenten geven daarom aan dat de slachtoffers van fietsdiefstal steeds jonger worden. Naast de consument zijn ook de fietshandelaren wel eens slachtoffer van fietsdiefstal. Zo vertelt een fietshandelaar: Ik ben zelf slachtoffer van fietsdiefstal geweest, vier maanden geleden nog. Op de oprit wilde iemand zijn band oppompen, maar hij pakte ineens een tweedehands frets. Ik had het niet door, zo snel ging het.’ Volgens respondenten is deze vorm van diefstal kleinschalig, maar cijfers over deze vorm van diefstal zijn niet voorhanden. Een ander fenomeen waar fiets- handelaren mee te maken hebben, zijn inbraken in het bedrijfspand, mede ver- oorzaakt door mobiel banditisme. Meerdere daders breken dan in en nemen meerdere (dure) fietsen mee. Hierbij ligt de schade logischerwijs hoger en de psy- chologische impact op de ondernemer is groot. Tot slot zijn er organisaties zoals Swapfiets die fietsen verhuren aan consu- menten. Ook deze fietsen kunnen gestolen worden (Swapfiets spreekt zelf over vermiste fietsen), waardoor deze organisaties slachtoffer worden via de consu- ment. Volgens een medewerker van Swapfiets is er weinig herhaald slachtoffer- schap, maar dat heeft er volgens hem waarschijnlijk mee te maken dat klanten geen volgende fiets meer huren na de fiets te zijn kwijtgeraakt. Emotionele en/of financiële impact Slachtoffers van fietsdiefstal kunnen emotionele en/of financiële impact onder- vinden na het kwijtraken van de fiets. De emotionele impact zit hem met name in het onthand zijn van een dagelijks product waaraan ze gehecht zijn: ‘Mensen vin- den het vervelend, frustrerend en vooral een hoop gedoe’. Dat mensen gehecht kun- nen raken aan een fiets blijkt uit het volgende: ‘Mensen zijn ook blijer als ze hem terug krijgen dan als ze een ander krijgen. Hierin zit een stuk rechtvaardigheidsgevoel'. Naast de emotionele impact is er mogelijk sprake van financiële waarde. Hiervan is sprake gezien het feit dat de aanschaf van fietsen steeds duurder wordt en er nog steeds mensen zijn die zich niet tegen diefstal verzekeren. Hieruit valt een bepaald continuüm af te leiden. Zo is er aan het ene uiter- ste van het continuüm sprake van slachtoffers die geen emotionele of financiële impact ondervinden, waarbij te denken valt aan een student die zijn voor tien euro gekochte fiets kwijt is en dit ziet als een normaal verschijnsel. Deze stu- dent toont berusting, ondanks het feit dat het ongewenst is. Een oudere vrouw van wie haar elektrische fiets is gestolen, kan daarentegen wel emotionele impact ondervinden. Doordat ze verzekerd is en ze een nieuwe elektrische fiets krijgt voor de nieuwwaarde heeft ze echter geen last van financiële gevolgen, behalve Slachtoffers van fietsdiefstal 57 de eventuele verzekeringspremie voor de nieuwe fiets. Het andere uiterste van het continuüm betreft iemand die veelvuldig gebruik maakte van zijn of haar dure fiets maar hier niet tegen verzekerd was, waardoor er zowel sprake is van emotionele als financiële impact. Daarnaast heeft fietsdiefstal ook emotionele impact op mensen waarvan de eigen fiets niet is gestolen, maar die niet meer hun fiets durven mee te nemen uit angst voor fietsdiefstal: ‘Dit geldt voor één op de vijf mensen. Dan ben je eigenlijk al slachtoffer. Ook zijn er door fietsdiefstal financiële gevolgen voor toekomsti- ge fietseigenaren. Een fietsstallingmedewerker geeft namelijk aan dat hij ver- wacht dat verzekeraars en fietsverleners de verzekeringspremie zullen verhogen indien fietsdiefstal niet verder wordt ingeperkt. Hieruit blijkt dus dat fietsdiefstal impact heeft op de fietseigenaar als individu, maar dat het fenomeen fietsdiefstal ook uitstraling heeft naar de gehele samenleving. 3.4 Belangrijkste bevindingen uit dit hoofdstuk Hieronder staan in chronologische volgorde de belangrijkste bevindingen uit dit hoofdstuk vermeld. n= Fietsdiefstal heeft impact op een deel van de fietsgebruikers; zij laten hun fiets thuis staan uit angst voor (hernieuwd) slachtofferschap. Daarnaast blijkt dat een groot aantal fietsers een minder goede fiets koopt vanwege het diefstalrisico. n= De survey met betrekking tot slachtofferschap van fietsdiefstal is ingevuld door 2.433 personen, waarvan 2 procent geen eigenaar is van een fiets maar gebruik heeft gemaakt van een huur- of leasefiets. Gemiddeld hebben de 2.433 personen 1.115 euro betaald voor hun (bes- te) fiets. = Voor de eigenaren van fietsen geldt dat er in 2019 in het overgrote deel van de gevallen één fiets wordt gestolen, waarbij het met name de stads- of toerfiets bevat. Bij één van de zes eigenaren was er sprake van een elektrische fiets. De schade die de diefstal opleverde, werd voor ruim een vijfde van de respondenten (deels) vergoed door de verzeke- ring. Waar enkele respondenten aangeven dat fietsdiefstal geen impact heeft gehad omdat het ‘maar een ding’ is, geeft de helft van de respon- denten aan dat het wel emotionele impact heeft gehad vanwege het 58 Fietsdiefstal in Nederland feit dat ze emotioneel gehecht waren aan de fiets. Twee derde van de respondenten geeft aan ook financiële impact te ondervinden, omdat ze een nieuwe fiets moesten aanschaffen. Degenen die een OV-fiets of Swapfiets huren en van wie deze gestolen is, geven ook aan voorna- melijk financiële impact te ondervinden omdat zij 40 euro eigen risico moeten betalen. n Experts onderscheiden drie typen slachtoffers: de consument, de fiets- handelaar en de organisaties die fietsen verhuren. De consument kan maatregelen nemen tegen fietsdiefstal, maar doet dit (te) weinig en is zich ook niet altijd bewust van de noodzaak om de fiets goed op slot te zetten. Van invloed op de hoeveelheid genomen maatregelen is de fietssoort (duur versus goedkoop) en de leeftijd van de fietseigenaar. De fietshandelaar heeft te maken met daders die impulsief fietsen weg- nemen of met georganiseerde inbraken, terwijl verhuurorganisaties te maken hebben met uitgeleende fietsen die vermist (waaronder deels gestolen) raken. = Volgens experts kan fietsdiefstal emotionele impact hebben op slacht- offers, omdat ze iets kwijtraken waar ze aan gehecht waren. Daarnaast kan het ook een financiële impact hebben; met name voor de slacht- offers die hun fiets niet verzekerd hebben tegen diefstal. Naast dat fietsdiefstal impact heeft op het individu, stellen experts dat het ook impact heeft op de gehele samenleving. Eindnoten 1. _ Aan bijvoorbeeld studenten- en wielerverenigingen is verzocht om een mail met daarin een link naar de online survey in te vullen, Ook zijn de volgende instanties benaderd voor het uitzetten van de mail: regionale omroepen, verzekeraars, S.A.F.E., het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid, ANWB, Centrum Fietsdiefstal en Fietsersbond. Ook hebben we de survey via onze eigen communicatiekanalen (Facebook, Twitter en LinkedIn) uitgezet. 2. _ Zeven respondenten vulden bij geslacht ‘anders’ in. 3. Voor de mate van verstedelijking worden respondenten woonachtig in de G4 (gemeente Am- sterdam, Rotterdam, Den Haag of Utrecht) onderscheiden van respondenten woonachtig in de G25 (gemeente Eindhoven, Groningen, Tilburg, Almere, Breda, Nijmegen, Apeldoorn, Haarlem, Arnhem, Enschede, Amersfoort, Zaanstad, Haarlemmermeer, Den Bosch, Zwolle, Zoetermeer, Leiden, Leeuwarden, Maastricht, Dordrecht of Ede) of respondenten woonachtig in overige ge- meenten (buiten de G25). Slachtoffers van fietsdiefstal 59 4. _ Behalve Utrecht en Groningen is de woonachtige provincie van respondenten (in aflopende volg- orde): Drenthe (7 procent), Zuid-Holland (5 procent), Gelderland (5 procent), Noord-Holland (5 procent), Limburg (3 procent), Noord-Brabant (3 procent), Overijssel (2 procent), Friesland (1 pro- cent), Flevoland (o procent) en Zeeland (o procent). 5. _ Voor respondenten met meerdere fietsen in bezit is gevraagd de winkelprijs van hun beste fiets te schatten. Voor respondenten met één fiets is gevraagd deze schatting te maken voor betreffende fiets. De gemiddelde prijs kan hierdoor als bovengrens worden beschouwd. 6. _ De survey is niet alleen gericht geweest op slachtoffers van fietsdiefstal. Aan de niet-slachtoffers is bijvoorbeeld gevraagd naar suggesties voor de aanpak van fietsdiefstal. 7. Het cumulatieve percentage ligt boven roo procent omdat er sprake kan zijn van huur van meer- dere soorten fietsen (bijvoorbeeld OV-fiets en Swapfiets). 60 Fietsdiefstal in Nederland 4 Daders van fietsdiefstal De basis voor dit hoofdstuk ligt in twee bronnen: de informatie uit de litera- tuur en andere openbare bronnen en de meningen van experts. In de survey zijn namelijk geen vragen gesteld over mogelijke daders van de fietsdiefstal. 4,1 Informatie uit literatuur en openbare bronnen Op internetsites wordt gemeld dat met name gelegenheidsdieven zich in het verleden schuldig maakten aan fietsdiefstal, maar dat tegenwoordig ook steeds meer georganiseerde bendes zich bezig houden met dit delict. Dit wordt beves- tigd door onderzoek van Hendriks e.a. (2016), waarin wordt gemeld dat georgani- seerde bendes doelgericht grotere aantallen fietsen stelen die vervolgens naar het buitenland getransporteerd worden. Een bijkomende factor voor de globalisering van fietsdiefstal is de groeiende aandacht voor duurzaamheid en de veranderen- de rol van de fiets in de mobiliteitsketen” Bende Polen heeft het voorzien op Rotterdamse fietsen In Den Haag en Rotterdam zijn zes Poolse verdachten aangehouden. Volgens de politie zijn zij onderdeel van een geoliede machine van professionele fietsendieven. De politie spreekt van het oprollen van een ‘crimineel netwerk dat zich bezighoudt met georganiseerde misdaad’. De verdachten waren in Rotterdam en de regio Den Haag op zoek naar vooral dure fietsen. Die werden vervolgens in een busje gehe- sen en naar speciale loodsen overgebracht. Zo stuitte de politie in Rotterdam op een loods met 21 fietsen die klaar stonden om naar Polen te worden vervoerd. De vaak elektrische tweewielers zouden daar weer in elkaar worden gezet en voor zo’n Daders van fietsdiefstal 61 450 euro per stuk worden doorverkocht. Aangezien het zeker om vijftig fietsen per week gaat, is er sprake van aanzienlijke handel. In 2016 vermoedde de politie ook al dat er bendes aan het werk waren in Rotterdam. In december werd toen een busje met negentien vrijwel nieuwe rijwielen gevonden en werden er vier verdachten gearresteerd. Deze fietsen waren onder meer ontvreemd in het centrum en in de buurt van het Zuidplein en metrostation Slinge. Fietsdiefstal is een groot probleem in Rotterdam. Bron: www.ad.nl Daarnaast wordt fietsdiefstal voor de georganiseerde misdaad steeds lucratie- ver. Dit hangt ook samen met de introductie van steeds duurdere fietsen? De opbrengsten zijn vergeleken met bijvoorbeeld drugs- of wapenhandel een stuk kleiner, maar daar staat tegenover dat de pakkans klein is en, als daders worden gepakt, de strafmaat in vergelijking met andere vormen van criminaliteit laag is. De straf voor fietsdiefstal De straffen die fietsendieven kunnen verwachten zijn vaak beperkt (Vollaard, 2017). Over het algemeen krijgt een dader een geldboete van 300 euro voor fietsdiefstal. Het gaat dan om een eenvoudige fietsdiefstal, zonder betrokkenheid van ande- ren. Wanneer een dader samen met een ander een fietsdiefstal pleegt, wordt de straf hoogstwaarschijnlijk hoger. Verder is de waarde van de gestolen goederen van belang voor de hoogte van de straf. Wanneer er geweld wordt gepleegd bij de fietsdiefstal gaat de straf fors omhoog. In dat geval gaat het namelijk niet meer om fietsdiefstal, maar om diefstal met geweld. De ernst en de aard van het geweld is dan mede bepalend voor de hoogte van de straf. Bron: www.strafrechtadvocatennetwerk.nl Om een beeld te krijgen van de daders van fietsdiefstal in Nederland is eveneens met LexisNexis gezocht naar een aantal daderaspecten. Zo is ten eerste vastge- legd hoeveel daders schuldig worden bevonden aan fietsdiefstal en wat hun leef- tijd is ten tijde van die diefstal. Daarnaast is geanalyseerd hoeveel, welke soorten, waar en hoe de fietsen zijn gestolen. 62 Fietsdiefstal in Nederland De dadergroep en de omvang van fietsdiefstal In 137 van de 198 geanalyseerde mediaberichten over fietsdiefstallen is bekend om hoeveel daders het gaat. Daaruit blijkt dat fietsdiefstal met name een een- mans-activiteit is. In 103 van de 137 incidenten (75 procent) was hier namelijk sprake van. De overige fietsdiefstallen worden met name gepleegd door een samenwerking tussen twee (16 procent) of drie daders (8 procent). Het maximale aantal daders van een fietsdiefstal betreft vier personen (1 procent). Dit betreft een Poolse bende die 27 dames- en herenfietsen had gestolen en deze hadden opgeslagen in een opslagbox van Shurgard. De daders hadden de trappers van de fietsen verwijderd en daarnaast hadden zij bij een deel van de fietsen het frame- nummer weggehaald en deze vervangen door een nieuwe. Bovendien hadden zij nieuwe sloten aangebracht. De fietsen werden op deze manier klaargemaakt om te worden vervoerd naar Polen. In totaal heeft het geresulteerd in een dadergroep van 184 personen. Vervolgens is er gekeken naar de leeftijd van deze daders. Van de 137 incidenten waarin informatie staat omtrent de hoeveelheid daders, is er in 82 incidenten — waarin 113 personen zich schuldig hebben gemaakt aan fietsdiefstal — bekend wat de leeftijd van de daders is> Het blijkt dat de gemiddelde leeftijd van deze 113 per- sonen 24,5 jaar is, waarbij de jongste dader 9 jaar oud is en de oudste 74 jaar. Rechtszaken De analyse van rechtszaken leverde 189 te analyseren zaken op. Eerst is het aan- tal personen dat zich schuldig heeft gemaakt aan fietsdiefstal in kaart gebracht. Daarna is gekeken hoeveel fietsen deze groep heeft gestolen. Het blijkt dat fietsdiefstal een delict is dat met name wordt gepleegd door individuen. Van de 189 rechtszaken was er namelijk in 141 rechtszaken sprake van één dader (bijna 75 procent). Een ander aanzienlijk deel van de rechtszaken, namelijk 40 (ruim 20 procent), had betrekking op twee daders. De overige acht rechtszaken bestonden uit drie daders (vier keer) en vier daders (twee keer), ter- wijl het aantal daders in een tweetal rechtszaken onbekend is gebleven. Dit heeft tezamen tot een dadergroep van 241 verdachten geleid. Van deze 241 verdachten is van 142 verdachten het geboortejaar bekend. Maar gezien het feit dat de delicten over een vijftal jaren zijn gepleegd, is het moeilijk om de daders een daadwerkelijke leeftijd toe te kennen. Desalniettemin zegt het geboortejaar wel iets over de dadergroep. De oudste dader is geboren in 1956 en de jongste in 2003. Het gemiddelde geboortejaar betreft 1982, waardoor gecon- cludeerd kan worden dat de gemiddelde leeftijdsrange 33 tot en met 37 jaar is. Dit is een andere uitkomst dan de gemiddelde leeftijd van de daders in de media- Daders van fietsdiefstal 63 berichtgeving, aangezien deze ongeveer 10 jaar hoger ligt. De dadergroep heeft gedurende de reeds beschreven periode 340 fietsen gestolen. Focus op heling In een onderzoek naar heling bijkt de buit regelmatig seizoensgebonden, maar is de fiets een constante factor: ‘de gekste dingen worden aangeboden; fietsen, telefoons, pannensetjes, van alles. Je kunt het zo gek niet bedenken. Zelfs boormachi- nes en pakken kaas worden geheeld’. Rond de jaarwisseling wordt er veel vuurwerk aangeboden, dat kan ook van diefstal afkomstig zijn. Het betreft voornamelijk illegaal vuurwerk uit België of Polen. In de rest van het jaar gaat het voornamelijk om fietsen en scooters. Bij fietsen gaat het vooral om de nieuwe (duurdere) varian- ten, bijvoorbeeld Gazelles. De geïnterviewde helers geven aan dat de accu's van elektrische fietsen ook ‘mooi’ zijn om te verkopen; je krijgt er zo 75 euro voor.’ Bron: Ferwerda e.a. (2016). 4.2 Informatie uit gesprekken en werkbezoeken In deze paragraaf wordt ingegaan op het type daders van fietsdiefstal, op basis van inzichten uit de interviews, expertsessies en werkbezoeken. Uit deze inzich- ten zijn grofweg drie typen daders naar voren gekomen. De eerste twee zijn de gelegenheidsdader en de professionele dader. Zij stelen fietsen wanneer de gele- genheid zich voordoet. Een gelegenheid kenmerkt zich door de afwezigheid van toezicht of beveiligingsmaatregelen (bijvoorbeeld een fiets zonder effectief slot) en een aantrekkelijk doelwit (de fiets). Zo wordt door verschillende respondenten die werkzaam zijn binnen fietsstallingen benoemd dat er in bewaakte inpandige stallingen zelden fietsen worden gestolen, omdat de vergrote pakkans de gele- genheid vermindert. Mocht er wel een fiets worden gestolen, gebeurt dat door één gemotiveerde dader die niet verbonden is aan een georganiseerde dader- groep. Een dergelijke dadergroep wordt door experts genoemd als het derde type daders. De komst van dit type dadergroep is een ontwikkeling ten opzichte van enkele decennia geleden. Hieronder worden de specifieke daderprofielen die bij deze drie categorieën passen verder besproken, waaruit blijkt dat de motivaties voor fietsdiefstal verschillen tussen de verschillende typen daders. Tevens blijkt dat er soms combinaties van verschillende typen daders voorkomen. 64 Fietsdiefstal in Nederland De gelegenheidsdader Met betrekking tot de gelegenheidsdader worden er twee soorten daders onder- scheiden: de incidentele dader en de verslaafde. Allereerst is de incidentele dader een dader die incidenteel vanuit een impuls een fiets steelt. Zo geeft een fiets- handelaar een voorbeeld dat een dader een tweedehandsfiets meepakte toen hij niet keek, terwijl hij zijn eigen fiets liet staan. Een ander voorbeeld is het stelen van een fiets tijdens een proefrit. Onder incidentele daders vallen volgens enkele respondenten ook studenten die stelen wanneer hun eigen fiets is gestolen. Naast de incidentele dader wordt er ook door veel respondenten gesproken over de ver- slaafde als gelegenheidsdader. Een respondent kenmerkt de verslaafde als volgt: De klassieke junks bij het station die een gestolen fiets om de hoek aanbieden voor een spotprijs.” 30 tot 40 jaar geleden betrof het met name de heroïneverslaafden die fietsen stalen en deze doorverkochten. Toentertijd werd er ook wel eens gespro- ken van een ‘wittefietsenplan’, waarmee verwezen werd naar een roulatiesysteem van vrij te pakken fietsen. Meerdere respondenten geven aan dat het feno- meen dat verslaafden fietsen stelen wel aan het afnemen is door twee redenen. Allereerst heeft de komst van de deelfietsen (zoals OV-fietsen) de vraag naar fiet- sen op het station ingeperkt en ten tweede is het aantal verslaafden in Nederland afgenomen waardoor ook de aanbodzijde is verminderd. Dit type dader lijkt nu vooral nog in grote studentensteden voor te komen. Een gemeentemedewerker geeft aan dat zij binnen twee à drie uur na diefstal de fiets - wat vaak de goed- kope gewone stadsfiets betreft — doorverkopen voor ongeveer 25 euro. Een expert licht dit toe: ‘De junk heeft een specifieke doelgroep waaraan hij of zij verkoopt, meest- al studenten. Hij zal dan ook normale oudere fietsen verkopen voor een lagere prijs. Wanneer zij e-bikes verkopen, weten studenten namelijk ook wel dat het niet goed zit.” De professionele dader De meeste fietsen worden volgens enkele experts gestolen door lokale, pro- fessionele daders en georganiseerde groepen (worden verderop besproken). Professionele daders zijn professioneler dan de eerder genoemde incidentele dader en verslaafde en zij ontwikkelen zich nog steeds in de mate van profes- sionaliteit. Zo blijken professionele daders steeds beter te weten welke fietsmer- ken worden ingezet als lokfietsen. Een expert geeft aan: ‘Dieven zijn constant op zoek naar de gaten in het verhaal’. Deze professionele daders verdienen net zoals de gelegenheidsdaders geld door gestolen fietsen door te verkopen. Zij doen dit echter vaak vanuit huis. Een expert vertelt bijvoorbeeld dat ze fietsen terugvin- den bij mensen thuis in rijtjeshuizen en flatgebouwen. Het gaat hier niet om een heel groot aantal: ‘Het is geen garagebox waar 30 fietsen staan’. Een respondent, Daders van fietsdiefstal 65 werkzaam bij de gemeente, geeft aan dat er in haar gemeente geen georganiseer- de groepen opereren, alleen lokale professionele daders. Zij vertelt: Wanneer de cijfers van fietsdiefstal omhoog gaan, heeft dat te maken met het feit dat er een aantal personen uit de gevangenis zijn, zeg maar.’ De georganiseerde groepen De derde en laatste categorie betreft de georganiseerde en professionele ben- des. Vele experts geven aan dat deze groeperingen steeds vaker voorkomen. Georganiseerde groepen worden gekenmerkt door de hoge mate van professio- naliteit en door de schaal waarop ze fietsen stelen. In tegenstelling tot de gele- genheidsdader worden er door hen meerdere fietsen tegelijkertijd gestolen. Een van de experts vertelt dat de daders onderdeel zijn van criminele organisaties die bedrijfsmatig opereren. De groepen stelen meestal gericht, waarbij duurdere fiet- sen zoals e-bikes het doelwit zijn: ‘De georganiseerde fietsdiefstal heeft een impuls gehad met de e-bike. Die gaan met busjes tegelijk.” Veelal worden de fietsen daarna in het buitenland doorverkocht. Het Oostblok wordt vaak genoemd als land van bestemming. Een respondent, werkzaam bij de politie, vertelt dat er nu vaker netwerkanalyses worden gedaan. Zo wordt er meer inzicht verkregen in welke clubjes samenwerken. Hij vertelt: ‘Als we ze pakken, zijn ze vaak met één of twee personen. Ze overnachten echter vaak op een camping een daar treffen we dan vaak nog wel drie of vier personen aan. Dan kun je dus wel spreken van een georganiseerde groep’. Wanneer er wordt gevraagd naar de achtergrond van de daders in georga- niseerde groepen, geven sommige respondenten aan dat het gaat om dieven uit het Oostblok, specifiek uit Polen. Deze experts plaatsen ook gelijk de kantteke- ning dat het een ‘hearsay verhaal’ is. Door de schaal waarop deze groepen fietsen stelen en vanwege de mate van professionaliteit, willen meerdere experts dat de politie hier een prioriteit van maakt. Een expert geeft aan dat hij fietsdiefstal wil categoriseren als mobiel banditisme, aangezien dat meer prioriteit heeft bij de politie. Hij zegt: Maar wanneer ik voorbeelden geef van fietsdiefstallen zie je mensen alweer wegtrekken. Bij mobiel banditisme wordt vaker gedacht aan ram- en plofkra- ken. Fietsen bungelen onderaan, maar dat is dus niet terecht.’ Combinaties Experts vertellen ook over tussenvormen, waarbij verschillende typen daders met elkaar samenwerken. Zo kan er voor het stelen en doorverkopen van fietsen een samenwerking ontstaan tussen lokale dieven die fietsen stelen en bewust op zoek gaan naar een heler. Deze heler is lid van een georganiseerde groep die de gestolen fietsen opkoopt en doorverkoopt in het buitenland. In dit verband is er 66 Fietsdiefstal in Nederland dus sprake van tussenschakels. Een expert geeft hier een voorbeeld van: ‘Een Pool ging niet meer op en neer en had residentie gezocht in X, waarna lokale fietsendieven hem bezochten. Het was een permanente lijn tussen hen; de junks hielpen de Pool met helen en hij verkocht het weer over de grens.” Een andere samenwerking is er wanneer georganiseerde groepen samenwer- king opzoeken met mensen uit het bedrijfsleven. Een verzekeraar licht dit toe: ‘Er zijn grote leveranciers waarin intern her en der een lek zit en die aangeven: daar en daar zijn fietsen te vinden’. Een andere respondent geeft hetzelfde aan en benoemt dat hij een fietsenzaak heeft waarvan één van de vijftien personeelsleden wel eens is benaderd om adressen van consumenten door te geven die net een dure fiets hebben gekocht. Zodoende weten de georganiseerde groepen waar zij dure fietsen kunnen stelen en kunnen zij gerichter te werk gaan. Volgens deze respon- dent is dit geen incident: Je bent naïef wanneer je dat denkt. Het gebeurt immers ook bij cv-ketels, keukens et cetera’. Heling De gewone consument kan onbewust indirect meewerken aan fietsdiefstal door gestolen fietsen te kopen, zoals de student die een fiets koopt van de verslaafde ge- legenheidsdader. Indien hiervan sprake is, spreken we van heling. Indien de student geen weet had van het feit dat de fiets gestolen was, spreken we van schuldheling. Een medewerker van het depot vertelt hierover: ‘Het komt regelmatig voor dat een persoon een fiets op komt halen, die jaren geleden gestolen blijkt te zijn. Hierdoor zijn ze in feite in bezit van een gestolen fiets. Dat geven we ook door aan de politie, want we zijn verplicht dat te melden’. Mocht de voornoemde student op voorhand weet hebben gehad van het feit dat de fiets van diefstal afkomstig was, maakt de student zich schuldig aan opzetheling. De georganiseerde bendes maken zich veelal schuldig aan gewoonteheling, omdat zij er een gewoonte van maken om producten te ver- kopen die van diefstal afkomstig zijn. Bron: www.politie.nl Daders van fietsdiefstal 67 4.3 Belangrijkste bevindingen uit dit hoofdstuk Hieronder staan in chronologische volgorde de belangrijkste bevindingen uit dit hoofdstuk vermeld: = Uit openbare bronnen blijkt dat de gelegenheidsdief zich van oudsher schuldig maakte aan fietsdiefstal, maar dat er tegenwoordig een ont- wikkeling gaande is waarin georganiseerde bendes doelgericht gro- tere aantallen fietsen stelen om deze vervolgens naar het buitenland te transporteren (het zogenaamde ‘mobiel banditisme’). Door de steeds duurder wordende fietsen wordt dit lucratiever en de pakkans en straf- maat zijn in vergelijking met andere vormen van criminaliteit laag. = Een analyse op LexisNexis en Rechtspraak.nl toont aan dat fietsdief- stal met name een eenmansactiviteit is. Er zijn echter ook dadergroe- pen bekend van 2, 3 of 4 personen. Kijkend naar de leeftijden van de daders is er een verschil in de uitkomsten van de analysen. LexisNexis toont namelijk een gemiddelde leeftijd van 24,5 jaar waarbij de jongste dader 9 jaar is en de oudste 74, terwijl Rechtspraak.nl uitwijst dat de gemiddelde leeftijd van de daders tussen de 33 en 37 jaar ligt waarbij de jongste dader is geboren in 2003 en de oudste in 1982. n De experts onderscheiden drie typen daders: - De gelegenheidsdader kan zowel een incidentele dader zijn als een ver- slaafde. De incidentele dader steelt een fiets vanuit een impuls. Ook worden hier studenten onder gerekend, vooral wanneer hun eigen fiets is gestolen. De verslaafde steelt veelal de gewone stadsfiets om deze binnen twee à drie uur door te verkopen. -_De professionele dader is lokaal actief maar gaat iets professioneler te werk als de gelegenheidsdader. Ook de professionele dader verdient geld door de gestolen fietsen door te verkopen, alleen doet hij of zij dit vanuit huis en niet op straat. - Georganiseerde bendes komen volgens experts steeds vaker voor. Zij gaan professioneel te werk en stelen meerdere dure fietsen tegelijk om deze naar het buitenland te kunnen transporteren. Het Oostblok wordt vaak als plek van bestemming genoemd. n= Experts benoemen ook dat er samenwerkingen mogelijk zijn tussen verschillende typen daders. Zo kan het voorkomen dat georganiseerde 68 Fietsdiefstal in Nederland groepen lokale fietsendieven inzetten om fietsen aan te leveren. In dit verband is er sprake van tussenschakels. Ook is er sprake van onder- mijning doordat georganiseerde groepen soms samenwerking zoeken met het bedrijfsleven, waarin wordt gepoogd dat werknemers adressen geven van consumenten die dure fietsen hebben gekocht. Eindnoten 1. _ Fietsnetwerk.nl, n.b. 2. Accell Group, nb. 3. _ Accell Group, nb. 4. _ Fietssport, 2 maart 2017. 5. _ Indien het een incident betreft met meerdere daders, is er uitgegaan van de gemiddelde leeftijd. Daders van fietsdiefstal 69 B Modus operandi Voor dit hoofdstuk is gebruik gemaakt van de volgende drie bronnen om een beeld te schetsen van de modus operandi van fietsdiefstal: informatie uit de lite- ratuur en andere openbare bronnen, de survey en de meningen van experts. 5.1 Informatie uit literatuur en openbare bronnen Daders kennen meerdere technieken om een fiets te stelen. De manier waarop het slachtoffer zijn fiets heeft beveiligd, is daarin veelal leidend. Johnson, Sidebottom & Thorpe (2008) beschrijven in totaal een zestal verschillende diefstaltechnieken: n= De meest simpele techniek is het optillen van een fiets die door mid- del van een ketting of slot is vastgernaakt aan een paal. In sommige gevallen dienen de daders hiervoor eerst het bovenstuk van de paal te verwijderen, zoals het geval is bij een wegwijzer. Tevens komt het voor dat de paal niet goed is geankerd, waardoor deze opgetild kan worden en de fiets wordt meegenomen; n= Fietsbezitters maken soms gebruik van een slot die via een sleutelach- tig mechanisme opengemaakt moet worden. Met behulp van bepaald gereedschap kunnen daders er echter voor zorgen dat het slot open gaat, zonder dat de benodigde sleutel wordt gebruikt; = Daders kunnen een hamer of beitel gebruiken om de veiligheidsketting of het slot te splijten. Dit doen zij enkel indien de veiligheidsketting en/ of het slot de grond raakt; Modus operandi 71 = Fietsen worden soms door middel van kettingen vastgemaakt aan stilstaande objecten, zoals een paal. In die gevallen maken daders vaak gebruik van bijvoorbeeld iijzerzagen en haakse slijpmachines. Daarnaast knippen zij deze kettingen door met behulp van een beton- schaar; = Fietsen worden ook door middel van een slot vastgemaakt aan een stil- staand object, waarbij er vaak wat ruimte over is tussen het slot en dat object. Wanneer een dader hier bepaald gereedschap tussen plaatst — zoals een krik of een stang — en het fietsframe als hefboom gebruikt, kan het slot opengebroken worden. Het is daarentegen ook mogelijk dat het fietsframe afbreekt; = Tot slot kunnen daders bouten losmaken, waardoor gedeelten van een fiets meegenomen kunnen worden. Indien een fiets enkel via het wiel is beveiligd, kunnen daders bijvoorbeeld het wiel laten zitten maar het zadel, het stuur en het andere wiel wel losmaken. Eventueel zou de dader in een later stadium de rest van de fiets kunnen stelen. Maar soms is het ook simpeler, volgens de onderzoekers, omdat de fiets in veel gevallen niet op slot staat of van zwakke sloten is voorzien. De techniek die beno- digd is, geeft de aantrekkelijkheid van het doelwit weer. Indien een fiets enkel opgetild moet worden, is de benodigde tijd om de fiets mee te nemen kort. Het splijten van een slot door het gebruik van een hamer vergt daarentegen al meer tijd. Conform de routine activiteitentheorie zou dit dan betekenen dat hoe meer moeite een dader moet doen om een fiets te stelen, des te kleiner de kans is dat dit gebeurt. Dit blijkt ook uit het onderzoek van Van Lierop, Grimsrud en El-Geneidy (2015). Zij hebben slachtoffers van fietsdiefstal gevraagd door welke techniek hun fiets is gestolen, waarbij meer dan de helft aangaf dat zij dat niet wisten. Daarentegen gaf ruim 20 procent aan dat hun fiets is opgetild en ver- plaatst. Debet hieraan is dat 8,5 procent van de slachtoffers hun fiets niet op slot hebben gezet. Andere gebruikte technieken die zijn opgetekend uit de gesprek- ken zijn het gebruik van een betonschaar (10,3 procent), ijzerzaag (4,5 procent) en koevoet (2,3 procent). Het onderzoek van Johnson, Sidebottom en Thorpe (2008) ondersteunt de routine activiteitentheorie ook. Hun conclusie is dat de meest gestolen fietsen, ongeacht de locatie waar zij zijn gestolen, niet beveiligd waren of enkel met een slot dat vrij eenvoudig te verwijderen was. Nadat een fiets is gestolen, katten daders systematisch fietsen om. Dit doen zij door de originele 72 Fietsdiefstal in Nederland framenummers te vervangen door een vals nummer. Het framenummer is vaak niet meer dan een sticker met een laklaagje. Voor dieven is het dan ook heel een- voudig om de stickers te verwijderen en te vervangen door een nieuwe valse stic- ker. Zonder framenummer zijn fietsen niet meer te traceren en zijn de aangiften ook waardeloos geworden. Johnson e.a. (2008) hebben de volgende zes factoren benoemd die invloed uit- oefenen op fietsdiefstal: concealable, removable, available, valuable, enjoyable en disposable. Daarvan zijn er twee factoren die nog belangrijker worden vanwege de populariteit en de hogere prijs van elektrische fietsen: available (beschikbaar- heid) en valuable (financieel waardevol). Net zoals andere criminaliteitsvormen wordt fietsdiefstal zelden willekeurig uitgevoerd, maar is het geconcentreerd op bepaalde plekken (Sidebottom, Thorpe & Johnson, 2009). In het onderzoek van Baljet, Onkenhout en Vlek (2018) is aan 170 ANWB-leden gevraagd om aan te geven waar hun fiets is gestolen. Hieruit komen een aantal fietsdiefstal-hotspots voort. De grootste hotspot bleek het winkelgebied te zijn, aangezien daar in 29 procent van de gevallen een fiets werd gestolen. Twee andere grote hotspots waren het treinstation en rondom een huis. In beide gevallen betrof het 21 procent van de fietsdiefstallen. De overige locaties werden een stuk minder vaak genoemd: uitgaansgebied, bij de (sport)club, bij een bus/tram en bij het werk. Ook is een stijgende tendens zichtbaar in het aantal inbraken bij fietsenwinkels, waarvan het vermoeden bestaat dat Oost-Europese bendes achter de diefstallen zitten. 29 dure fietsen gestolen bij fietsenzaak: schade 100.000 euro Bij een fietsenzaak in Udenhout zijn maandagnacht 29 dure racefietsen en moun- tainbikes gestolen. De schade bedraagt volgens de eigenaar van de zaak ongeveer 100.000 euro. De criminelen forceerden rond half vier 's nachts de voordeur. Daarna zochten ze hun heil op de bovenverdieping waar de duurste fietsen stonden. Tot driemaal toe zijn ze naar boven gelopen en hebben ze fietsen van de merken Bi- anchi en Trek in een witte bestelbus geladen. Er ging een inbraakalarm af, maar de daders waren er al vandoor toen de agenten aankwamen. Er is nog tevergeefs met een politiehelikopter gezocht naar de inbrekers. Bron: www.omroepbrabant.nl Ook Mburu en Helbich (2016) hebben onderzoek gedaan naar waar fietsen worden gestolen en welke risicofactoren hierbij horen. Het blijkt dat de aan- Modus operandi 73 wezigheid van bepaalde publieke voorzieningen een grotere risicofactor is voor fietsdiefstal dan socio-economische factoren. Enkele voorbeelden van publieke voorzieningen die worden genoemd, zijn treinstations en leegstaande huizen. De aanwezigheid van een politiestation had daarentegen geen effect op de mate van fietsdiefstal in het daaromheen liggende gebied. Zoektocht via LexisNexis Onze zoektocht naar berichtgeving over fietsdiefstal in LexisNexis levert ook inzichten in modus operandi op. De hoofdbevinding is dat deze sterk uiteen lopen. Dit blijkt uit de informatie die in 58 van de 198 artikelen staat. In 26 van de 58 artikelen (44 procent) stonden de fietsen op slot. Zo ging in Sas van Gent een moeder samen met haar dochter de bij een bushalte gestalde fiets ophalen, maar zij troffen het rijwiel niet aan. Daarop zijn zij in de omgeving op onderzoek uit- gegaan en troffen zij in een park een 24-jarige man aan met de fiets. De moeder heeft de nog op slot staande fiets afgepakt en de politie gewaarschuwd. Zij arres- teerden de man op verdenking van fietsdiefstal. Daarnaast stonden de fietsen in 8 van de 58 artikelen (13 procent) niet op slot. Zo heeft een 45-jarige mountainbiker jaren achtereen fietsen gestolen van colle- ga-recreanten. Bij de inschrijving van fietstochten pakte hij de niet op slot staan- de fietsen weg van deelnemers die in de rij stonden. Deze mountainbikes zette hij vervolgens in zijn bus. Terwijl de slachtoffers op zoek waren naar hun fiets, reed hij de fietstocht uit. Een ander voorbeeld betreft een fietsdiefstal in een fietsen- winkel. Op bewakingsbeelden zag men hoe ten minste drie mannen het alarm van de winkel saboteerden om vervolgens 33 exclusieve racefietsen mee te nemen. Er zijn ook daders die, zo is in 17 van de 58 artikelen (29 procent) het geval, hebben geprobeerd het (ring)slot te saboteren. Dit hebben zij op verschillende manieren gedaan. Allereerst heeft men het slot doorgezaagd met behulp van een slijptol of mes. Ook is het slot doorgeknipt door een ijzer- of betonschaar, is het slot opengebroken met een nagelvijl en is het slot geopend door middel van een loper. Een andere manier die in een artikel naar voren kwam, is het verwijderen van onderdelen van de fiets om zodoende een gedeelte van de fiets mee te kunnen nemen. Tot slot is er een aantal artikelen die qua modus operandi buiten de boot val- len bij het voorgaande. Zo komt het in vier incidenten voor dat een persoon is mishandeld om zodoende de fiets uit zijn of haar handen te trekken en mee te nemen. Dit gebeurde onder andere in Den Haag, waar een 31-jarige man met geweld probeerde een elektrische fiets te stelen van een 17-jarig meisje. Tot slot is het in twee artikelen voorgekomen dat de fietsen zijn weggesluisd. Allereerst 74 Fietsdiefstal in Nederland had een 5o-jarige man een fiets meegekregen voor een proefrit. Hij keerde echter niet terug met deze fiets. Toen de politie hem daarop aansprak, gaf hij aan dat hij de fiets al had doorgegeven aan een drugsdealer. Op deze manier had hij een oude schuld afgelost. Ten tweede huurden een drietal personen van 49, SI, en 54 jaar meerdere keren op goed vertrouwen elektrische fietsen bij een fietsenwinkel. Deze werden met een witte bus opgehaald, waarna ze enorm snel werden ver- kocht in het buitenland. Analyse van rechtszaken Ook in de rechtszaken is informatie te vinden over de modus operandi van daders. Daders hebben verschillende werkwijzen om beschikking te krijgen over fietsen. In 135 van de 189 rechtszaken was te achterhalen wat de modus operan- di is geweest van de daders. In veruit de meeste gevallen, namelijk in 52 van de 135 rechtszaken (39 procent), was er sprake van diefstal door middel van braak. Hierbij dient er wel een tweesplitsing gemaakt te worden. Enerzijds is er name- lijk sprake van braak om zodoende toegang te krijgen tot een woning. Zo heeft een dader bijvoorbeeld een ruit van de toegangsdeur van een garage ingeslagen, om vervolgens de niet op slot zijnde fiets mee te nemen. Ook zijn de scharnie- ren van staldeuren losgetrokken om zodoende de fietsen mee te kunnen nemen. Anderzijds is er sprake van braak door de fietsen los te maken van de sloten. Zo steken daders bijvoorbeeld een voorwerp in een ringslot om zodoende het slot open te breken. Ook knippen zij met een knipvoorwerp (zoals een kniptang) het slot door, openen zij sloten met een lopersleutel en knippen zij met behulp van een tang het metaaldraad van het slot door. Andere veelvoorkomende handelin- gen zijn het wegnemen van fietsen die niet op slot staan (28 keer; 21 procent), waarvan er één vooraf werd gegaan door bedreiging met geweld) en diefstal door middel van verbreking (25 keer, 19 procent). Met betrekking tot deze laatste han- deling valt bijvoorbeeld te denken aan het doorzagen van een slot en het kapot trappen van een slot. Twee andere modus operandi zijn dat op slot staande fiet- sen worden opgetild en meegenomen (9 keer) zonder dat daar enige braak of ver- breking aan vooraf gaat en diefstal door middel van inklimming (2 keer). Bij deze laatste werkwijze wordt bijvoorbeeld met een bezem een openstaand raam ver- der geopend om zodoende een woning binnen te komen. In twee gevallen heeft er een combinatie van braak en inklimming plaatsgevonden en er is gebruik gemaakt van een valse sleutel om zich zodoende toegang te verschaffen tot een woning en het slot los te maken. Er is ook een zestal modus operandi die minder vaak voorkomen, maar des- alniettemin heftig van aard zijn. De gemene deler van deze zes modus operandi Modus operandi 75 is dat geweld wordt gebruikt of daarmee wordt gedreigd om zodoende de dief- stal te vergemakkelijken. Het betreft de volgende zes modus operandi: diefstal- len voorafgegaan met geweld (2 keer), diefstallen voorafgegaan met geweld en het dreigen daarmee (2 keer), diefstallen voorafgegaan en vergezeld met geweld (4 keer), diefstallen voorafgegaan en vergezeld met geweld en het dreigen daarmee GG keer), diefstallen voorafgegaan en vergezeld en gevolgd met geweld (2 keer), en diefstallen gevolgd met geweld en het dreigen daarmee (1 keer). Een voorbeeld is dat een dader het slachtoffer heeft geslagen en geschopt alvorens de fiets mee te nemen. Ook is het voorgekomen dat een dader met kracht de keel van het slacht- offer heeft dichtgeknepen en het slachtoffer meerdere keren tegen het hoofd, de nek en andere delen van het lichaam heeft geschopt om vervolgens de fiets mee te nemen. Mede gezien de waardestijging van fietsen valt niet uit te sluiten dat dit fenomeen, dat we gemakshalve aanduiden als bike jacking, in de toekomst zal toenemen. Tot slot is er nog een rechtszaak die te scharen valt onder de noemer ‘overig’. Zo heeft een dader een sleutel gestolen, om daar vervolgens een fiets mee weg te kunnen nemen. 5.2 Informatie uit de survey Locatie en wijze van fietsdiefstal bij eigenaren Aan respondenten is gevraagd op welke locatie hun fiets stond toen de diefstal plaatsvond. Als locatie van de fietsdiefstal worden ‘voor mijn huis of uit mijn tuin’ (27 procent) en ‘in het stadscentrum’ (26 procent) het meest genoemd. Ongeveer een vijfde van de respondenten geeft aan dat hun fiets nabij een trein- of busstation is gestolen, terwijl 11 procent van de respondenten aangeeft dat een winkelgebied de locatie van de fietsdiefstal is geweest. In enkele gevallen (3 pro- cent) wordt de fiets uit een schuur of garage gestolen. ‘Overige’ locaties van fiets- diefstal (14 procent) zijn onder andere uit een (bewaakte) fietsenstalling, nabij de sportvereniging en voor het ziekenhuis. De meerderheid van de respondenten (83 procent) denkt te weten hoe hun fiets is gestolen > In een derde van de gevallen (33 procent) zou de fiets waarschijn- lijk zijn opgetild en meegenomen. Een vijfde van de respondenten denkt dat het hangslot is doorgeknipt, terwijl 17 procent aangeeft dat het fietsslot waarschijn- lijk is geforceerd. Van ongeveer 7 procent van de respondenten is bekend dat zij hun fiets niet op slot hebben gedaan, en dat de fiets ‘gewoon’ is meegenomen. ‘Overige’ wijzen van fietsdiefstal (7 procent) zijn onder andere het gebruik van een loper en het stelen van de fietssleutel. 76 Fietsdiefstal in Nederland Locatie en wijze van fietsdiefstal bij huurders Als locatie van de fietsdiefstal geven de huurders in de meeste gevallen ‘het stads- centrum’ (42 procent) of ‘voor mijn huis of uit mijn tuin’ (39 procent) aan. In een achtste van de gevallen werd de huurfiets in een winkelgebied gestolen (12 pro- cent). Drie respondenten (7 procent) geven aan dat de fietsdiefstal plaatsvond op een trein- of busstation. Ruim een derde van de huurders (36 procent) weet niet op welke wijze de fiets werd gestolen. In ruim een kwart van de gevallen is de fiets waarschijnlijk opge- tild en meegenomen (27 procent). Vier respondenten (to procent) geven aan dat ze hun gehuurde fiets niet op slot hadden staan, en dat deze is meegenomen. Alle overige respondenten denken dat hun hang- of fietsslot is doorgeknipt, gefor- ceerd of doorgezaagd (29 procent). Diefstal van fietsonderdelen Een ander onderdeel van de survey betreft de diefstal van fietsonderdelen. Mogelijk werd niet de hele fiets gestolen, maar wel een of meerdere onderdelen van de fiets, zoals de fietsverlichting of het zadel van de fiets. Hieronder bespre- ken we de resultaten met betrekking tot de bevindingen uit de survey. In totaal geven 288 respondenten (13 procent) aan dat er in 2019 onderdelen van hun (huur)fiets zijn gestolen. In bijna twee derde van de gevallen (62 procent) gaat het om fietsverlichting. Bij een vijfde van de respondenten (20 procent) gaat het om diefstal van het zadel van de fiets. Naast verlichting en het zadel wor- den ook de snelbinders, bel en accu (bij elektrische fietsen) genoemd (tabel 5.1). Andere onderdelen die worden gestolen zijn onder andere (een van) de wielen, de fietspomp en de zadelhoes. Tabel 5.1 - Diefstal van fietsonderdelen (n=288) Andere onderdelen 67 23% Modus operandi 77 5.3 Informatie uit gesprekken en werkbezoeken In deze paragraaf wordt ingegaan op de modus operandi van fietsdiefstal, op basis van inzichten uit de interviews, expertsessies en werkbezoeken. De modus operandi wordt beschreven door opeenvolgende stappen van de dader(s) van fietsdiefstal te beschrijven. Voorbereiding Verschillende experts geven aan dat sommige daders zich voorbereiden op de fietsdiefstal. Dit geldt niet voor elke dader. Waar het doelwit bij de incidentele dader of de verslaafde dader meer bepaald lijkt te worden door een impuls of de gelegenheid, bijvoorbeeld het zien van een fiets zonder (dubbel) slot, ligt dit anders voor lokale fietsdieven en georganiseerde bendes. Zij bereiden de diefstal meer voor. De experts geven diverse voorbeelden van hoe een voorbereiding eruit kan zien: Zo zijn wel eens meldingen ontvangen op het Centrum Fietsdiefstal dat een slachtoffer zijn fiets altijd bij dezelfde paal zette. De dader heeft uiteindelijk een foto gemaakt van deze fiets en de foto op Marktplaats gezet om te kijken of er animo voor was. Toen bleek dat dat zo was, heeft de dader de fiets pas gestolen.’ Dit voorbeeld past bij het beeld dat fietsdiefstal steeds professioneler wordt uitgevoerd. Daarbij geldt ook dat georganiseerde bendes op voorhand zoeken naar een afzetmarkt, maar dan wel op grotere schaal. Een indicatie hiervan is dat er gestolen fietsen naar het buitenland verscheept worden. Er zijn ook daders, vooral georganiseer- de bendes, die zich voorbereiden voor fietsdiefstal door in kaart te brengen wat locaties zijn waar fietsen gestolen kunnen worden. In paragraaf 4.4 is al geschre- ven over de link tussen de onder- en bovenwereld. Hierbij geven leveranciers of fietshandelaren inside information over de locatie waar lucratieve fietsen staan. Een respondent die werkzaam is bij een organisatie die als doel heeft fietsdiefstal terug te dringen, vertelt hierover: ‘Wij hebben daders aangetroffen die connecties hebben met leveranciers of mensen met informatie over GPS-systemen. Bij het oprollen van een zaak sloegen agenten ook steil achterover: er was een link met de leverancier. Er was ook nog een link met een uitzendbureau. Daar lopen ook mensen rond met een AXA-loper. Dit gaat ook zo via fietshandelaren, die adressen van kopers doorsluizen.” Met deze informatie kunnen dadergroepen een potentieel interessant doelwit kiezen. Een fietsverzekeraar geeft aan dat hij deze links niet herkent. Hij geeft een ander voorbeeld voor voorbereiding: voorverkenning. Georganiseerde bendes maken een inschatting van de inboedel van fietszaken door een voorverkenning uit te voeren. Zo wordt er een inschatting gemaakt van de mogelijke opbrengst. Niet alleen bij fietszaken vindt voorverkenning plaats. Zo geeft een expert aan dat daders ook observeren waar zich lucratieve doelwitten bevinden. 78 Fietsdiefstal in Nederland Documentaire over diefstal uit meerdere fietsenzaken In België is in 2014 een documentaire verschenen over fietsdiefstal in fietswinkels. In de documentaire worden drie inbraken besproken. De zaken vertonen veel over- eenkomsten. Zo wordt in alle drie de zaken aan voorverkenning gedaan. Een aantal dagen voor de inbraak bezoeken de waarschijnlijke dieven de winkel, kijken de win- kel rond en vertrekken na ongeveer een kwartier zonder iets te zeggen of vragen. Tijdens de inbraak blijkt dat de dieven goed weten waar ze welke fietsen (altijd de dure exemplaren) moeten pakken. Ook verloopt de inbraak nagenoeg gelijk en be- trekkelijk eenvoudig: er wordt een deur geforceerd dan wel enkele platen van een bedrijfspand verwijderd. In de regel zijn de dieven binnen één minuut weer buiten, vaak voorzien van vier lichte racefietsen, twee op elke schouder. De schade in dat jaar door dergelijke inbraken wordt geschat op een miljoen euro. Bron: www.youtube.com Doelwit Zoals eerder genoemd, geven de respondenten aan dat de e-bike steeds vaker gestolen wordt. Ook onderdelen van e-bikes, zoals accu's, worden vaker meege- nomen. Het doelwit kan echter verschillen per dadergroep, zoals al is bespro- ken in paragraaf 4.4. Experts geven aan dat lokale fietsdieven en georganiseerde daders zich vaker richten op de duurdere fietsen, zoals bakfietsen en e-bikes. Een expert geeft aan: Als crimineel ga je je richten op de duurdere fietsen, bijvoorbeeld de bakfiets in Amsterdam. Echter, het stelen van een dergelijke fiets vereist specialisatie’ Bij gelegenheidsdieven ligt dit anders; deze stelen vaker ‘gewone’ fietsen (goedko- pe fietsen, geen e-bikes) die bijvoorbeeld niet zijn vastgemaakt aan een paal. Dit zijn namelijk makkelijkere doelwitten. Verschillende experts geven aan dat fiets- dieven weten welke fietsen ze wel of niet moeten stelen. Een expert zegt hierover: ‘Ze weten bijvoorbeeld welke merken lokfietsen kunnen zijn. Ze weten dus ook welke niet…” Ook verslaafden die fietsen stelen hebben mogelijk door dat er op sommi- ge fietsen zenders zitten. Daarentegen lijken georganiseerde bendes vooralsnog minder door te hebben dat fietsen getagd zijn, zo geeft een ingewijde expert aan. Locaties In paragraaf 2.4 zijn de door de experts benoemde hotspots al besproken. Experts geven verschillende locaties aan waar fietsen vaker worden gestolen: stations, winkelcentra, voortuinen en schuren. Dit laatste komt minder vaak voor; fiets- diefstal vindt vaker buiten plaats, menen verschillende respondenten. Tijdens Modus operandi 79 een werkbezoek aan een fietsdepot wordt aangegeven dat de locaties voor fiets- diefstal erg verschillen: ‘De fietsen worden overal opgepikt”. Hierbij dient wel opge- merkt te worden dat wanneer er veel fietsen bij elkaar staan, zoals stallingen of fietszaken, de locatie aantrekkelijker wordt voor georganiseerde bendes. Er kan dan namelijk in één keer meer worden gestolen. De mate van georganiseerdheid van daders lijkt ook een indicatie te zijn voor de straal waarbinnen fietsdiefstallen plaatsvinden. Zo zijn georganiseerde bendes mobieler en hebben zij een bredere focus op hun ‘werkgebied’ dan bij- voorbeeld gelegenheidsdieven. Dit resulteert in georganiseerde bendes die hun diefstal uitspreiden over verschillende dorpen of steden. Bij het werkbezoek aan het depot wordt geredeneerd: ‘Het feit dat dit in georganiseerd verband gebeurde, blijkt uit de aangiften die die dagen zijn aangemaakt. Je kon namelijk een cirkel trek- ken vanuit [plaatsnaam] naar andere plaatsen waar fietsen waren gestolen uit voortui- nen en schuurtjes.” Uitvoering Op een enkeling na vinden de experts dat fietsdiefstal professioneler is geworden. Deze professionalisering is terug te zien in de uitvoering. De respondenten noe- men verschillende manieren waarop fietsen worden gestolen: slot forceren, met een loper, door de fiets mee te nemen, door fietsen in te laden en door inbraak. De uitvoering verschilt meestal per dadergroep. Een expert geeft aan dat het klassiek forceren van sloten meestal wordt gedaan door amateurs. De meer pro- fessionelere daders hebben een loper, waarmee vrijwel alle sloten te openen zijn. Een expert die in fietsen handelt, geeft aan: ‘Een slot schrikt dieven dus niet af’ Daarnaast nemen dieven ook fietsen mee die niet op slot staan, bijvoorbeeld tij- dens een proefrit of door een babbeltruc. Deze uitvoering behoeft minder specia- listische kennis en kan dus door alle typen daders worden uitgevoerd. Georganiseerde bendes stelen vaker meerdere fietsen in één keer, zo geven enkele experts aan. Zij wijzen dan op het ‘bedrijfsmatige’ karakter, bijvoorbeeld met behulp van een busje. Fietsen die niet aan een paal vaststaan worden dan ingeladen en meegenomen. Een expert meldt: ‘Ik heb meldingen gehad dat ze slo- ten staan open te slijpen om vervolgens de fietsen met tien tegelijk in busjes weg te voeren’. Ook een fietsenhandelaar benoemt deze methode: ‘geblindeerde busjes die losstaande fietsen oppakken en meenemen’. Het doorknippen van fietssloten door daders die door middel van een geel hesje verkleed zijn als gemeentemedewerker komt ook voor. Naast het inladen van fietsen op straat door dadergroepen wor- den door hen ook inbraken in fietszaken of opslagruimtes gepleegd. Verschillende experts noemen dit ‘hit-and-run’ inbraken: ‘Criminelen breken in in winkels en dan 80 Fietsdiefstal in Nederland heb je het over tienduizenden euro's. Vaak zijn het racefietsen. Als je de beelden ziet, gaan ramen eruit, ze hollen erin. Het zijn echt Mission-Impossible-taferelen. Gerichte diefstal.’ Deze laatste genoemde methodes zijn professioneler, georganiseerder en leiden tot grotere schade. Opslag De tijd tussen het stelen en van het verkopen van fietsen verschilt per dader- groep. Dit geldt niet voor elke dadergroep. Een medewerker van een fietsreco- verybedrijf geeft aan dat verslaafden die fietsen stelen deze meestal binnen 2 à 3 uur doorverkopen. Andere typen daders nemen de fiets mee naar hun huis of naar een opslaglocatie om ze daar door te verkopen of ze gaan naar een heler. Experts geven aan dat sommige georganiseerde groepen verschillende stappen ondernemen tussen het stelen en het verkopen. Deze worden hier opeenvolgend besproken. Verschillende experts gebruiken de term ‘koud zetten’. In feite wordt een gestolen fiets dan eerst verstopt, om later weer opgehaald te worden. Zodoende controleren de daders of de fiets over track and trace beschikt. Mocht de fiets hier namelijk over beschikken, zou de politie deze kunnen achterhalen indien er aan- gifte van diefstal is gedaan. Zo vertelt een fietshandelaar: ‘Het is bekend dat er in het Amsterdamse bos bakfietsen op verschillende locaties worden neergezet in de bos- jes die in de avond worden opgehaald.’ Ook bij de grensstreek van Nederland met Duitsland worden fietsen in de bosjes gelegd om later opgehaald te worden en naar Duitsland te worden vervoerd. Het kan ook zijn dat gestolen fietsen eerst worden opgeslagen in Nederland om te worden omgekat voordat ze worden verkocht. In zo’n opslaglocatie staan vaak veel fietsen bij elkaar. Een respondent heeft ooit zelfs 250 in folie ingepakte fietsen aangetroffen. Een expert? licht het omkatproces nader toe: Met een machine wordt de blan- ke lak dan verwijderd, waarna er nieuwe barcodes op worden gezet. De daders kijken in het diefstalregister om te controleren of de barcode als gestolen vermeld staat. Als dit niet het geval is, maken zij een printje om te kunnen aantonen dat het een niet- gestolen fiets betreft. Wanneer de nieuwe barcode eenmaal is aangebracht, gaat er weer blanke lak overheen en wordt de frets verkocht.” Sommige van deze fietsen blijven in Nederland, maar veel worden volgens een expert doorverkocht in het buitenland. Verkoop Het verschilt per dadergroep hoe de fietsen worden verkocht. Zoals hierboven genoemd, verkoopt een verslaafde het liefst zo snel mogelijk een gestolen fiets. Modus operandi 81 Sommige daders verkopen de fietsen vanuit hun huizen, schuren of opslag. Tijdens het werkbezoek aan Swapfiets vertelt een medewerker dat de Swapfietsen worden aangeboden via Marktplaats of Facebookpagina’s. Er is bij de experts verder weinig zicht op de wijze waarop gestolen fietsen worden doorverkocht in Nederland. Wel benoemen nagenoeg alle experts de doorverkoop aan het buiten- land. Door het gebruik van lokfietsen en track and trace wordt namelijk duidelijk dat gestolen fietsen worden verscheept naar andere landen. De fietsen worden gedemonteerd en vervoerd in een bus, hetgeen een indicatie is van de profes- sionaliteit van bepaalde dadergroepen. Een expert zegt hierover: ‘Lokfietsen die door de politie zijn geplaatst, eindigen vervelend genoeg in 9 van de ro gevallen in het Oostblok.’ Een andere expert, werkzaam bij de politie, vertelt over een suc- cesvolle arrestatie in Duitsland. In de bus zat een fiets met zender waardoor ze de bus konden volgen. Volgens hem was deze bus waarschijnlijk onderweg naar Polen of Marokko. Er worden door de respondenten nog meer landen genoemd waar de fietsen worden verkocht: Frankrijk, Litouwen, Estland en Roemenië. Het Oostblok, specifiek Polen, wordt het vaakst genoemd. Een expert geeft het volgen- de aan: In Polen rijden Batavusfietsen rond terwijl daar helemaal geen Batavusfietsen worden verkocht.’ Een andere respondent vult hierop aan dat gestolen fietsen op een Poolse marktplaats: Rowery (het Poolse woord voor fiets) worden verkocht. Op deze website blijken regelmatig gestolen Gazelle- en Batavusfietsen te staan. 54 Belangrijkste bevindingen uit dit hoofdstuk Hieronder staan in chronologische volgorde de belangrijkste bevindingen uit dit hoofdstuk vermeld: n= De wetenschappelijke literatuur beschrijft een aantal technieken die gebruikt kunnen worden om een op slot staande fiets te stelen. Hierbij geeft de benodigde techniek ook de aantrekkelijkheid van het doelwit weer: hoe moeilijker het is om de fiets te stelen, des te kleiner is de kans dat het gebeurt. De technieken zijn: -_De fiets kan opgetild en meegenomen worden; - Het slot kan worden geopend door gereedschap, zoals een loper, te gebruiken; -_ Het slot kan worden opengebroken met behulp van een hamer, beitel, krik of stang; 82 Fietsdiefstal in Nederland - Door gebruik te maken van iijzerzagen, haakse slijpmachines en betonscharen kan de ketting die aan de fiets is vastgemaakt worden verwijderd; - Er kunnen bouten worden losgemaakt waardoor gedeelten van een fiets weggenomen kunnen worden. s Uit de literatuur komt ook naar voren dat locaties met in de buurt veel publieke voorzieningen een hotspot zijn voor fietsdiefstal, zoals win- kelgebieden en treinstations. Ook worden er tegenwoordig meer fiet- sen gestolen uit en rondom huizen, en is er een stijgende tendens in het aantal inbraken in fietsenwinkels. n= De berichtgevingen op LexisNexis en Rechtspraak.nl omtrent de modus operandi bij fietsdiefstal, vertonen overeenkomsten met de wetenschappelijke literatuur. Zo worden er in de meeste gevallen op slot staande fietsen opgetild en weggenomen. Daarnaast wordt het slot gesaboteerd door het slot door te zagen met een slijptol of mes, wordt het doorgeknipt met een ijzer- of betonschaar, wordt het opengebro- ken met een nagelvijl en wordt het geopend met een loper. Ook worden op slot staande fietsen meegenomen. Een verschil met de literatuur is dat er in de mediaberichten ook staat beschreven dat daders gebruik maken van (bedreigingen met) geweld alvorens zij de fiets stelen. Nu de fiets steeds duurder wordt, zou dit een eerste indicatie kunnen zijn voor bike jacking. = In de survey is aan slachtoffers van fietsdiefstal gevraagd wat de loca- tie van diefstal is geweest en daarin kwamen het stadscentrum en de omgeving rondom het huis naar voren als meest voorkomende locaties. Ook werden trein- of busstations en winkelgebieden genoemd. In de meeste gevallen was de fiets opgetild en meegenomen, maar ook het doorknippen, forceren en doorzagen van het slot is genoemd. In onge- veer 10 procent van de gevallen stond de fiets niet op slot. = In de expertsessies is de modus operandi van de daders opgesplitst naar de verschillende fasen die bij fietsdiefstal horen: -_ Voorbereiding: waar de gelegenheidsdader zich laat leiden door impul- sief gedrag, bereiden professionele daders en georganiseerde bendes Modus operandi 83 zich voor op de diefstal. Dit doen zij door voorverkenning en het in kaart brengen van locaties waar fietsen gestolen kunnen worden, en het op voorhand op zoek gaan naar een afzetmarkt. -_Doelwit: Het type fiets dat wordt weggenomen, gaat samen met het type dader. Waar de gelegenheidsdader veelal de gewone goedkopere stadsfiets steelt, richten de professionele dader en georganiseerde ben- des zich op duurdere en meerdere fietsen. -_ Locaties: In feite worden overal fietsen gestolen, maar winkelcentra, stations, voortuinen en schuren zijn veelvoorkomende locaties. Voor de georganiseerde bendes zijn locaties waar meerdere fietsen staan aantrekkelijk. Bovendien zijn zij mobieler en is hun ‘werkgebied’ groter dan die van de gelegenheidsdader. -_Uitvoering: De wijze waarop fietsen worden gestolen, hangt samen met het type dader. Waar de gelegenheidsdader vaak op klassieke wijze het slot forceert, gebruiken de professionelere daders lopers en stelen zij vaker meerdere fietsen in één keer. - Opslag: De gelegenheidsdader wil de gestolen stadsfiets zo snel moge- lijk doorverkopen, terwijl de professionele dader en georganiseerde bendes duurdere fietsen stelen waar mogelijk een track and trace aan verbonden zit. Dit willen zij vaak eerst controleren waardoor zij de fiet- sen ‘koud zetten’. Wanneer blijkt dat er niets aan de hand is, worden de fietsen doorverkocht. Er is ook nog een mogelijkheid dat fietsen na diefstal worden opgeslagen om te worden omgekat, waarna de her- komst van de fiets niet meer te achterhalen is. -_ Verkoop: Waar de gelegenheidsdader lokaal op zoek gaat naar klanten, komt het onder professionele daders vaker voor dat de fietsen worden doorverkocht aan buitenlandse afnemers. Er worden een aantal landen genoemd waar de fietsen naartoe gaan: Frankrijk, Estland, Litouwen, Roemenië en Polen. Eindnoten 1. _ Fietsersbond, 11 december 2018. 2 EenVandaag, 14 december 2017. 3 _17 procent van de respondenten heeft de vraag (over de wijze van fietsdiefstal) beantwoord met ‘weet ik niet’. 4 _Bij elektrische fietsen. 5 _ Ook een andere expert geeft aan dat de politie wel eens een fabriek heeft aangetroffen waar om- katactiviteiten plaatsvinden. 84 Fietsdiefstal in Nederland 6 Aanpak van fietsdiefstal In de vorige hoofdstukken is het fenomeen fietsdiefstal geduid naar aard en omvang, de slachtoffers, daders en modus operandi. In dit hoofdstuk is aandacht voor de aanpak van fietsdiefstal. Om enige structuur in dit hoofdstuk te brengen, delen we de aanpak op zoals in onderstaand figuur staat weergegeven. Figuur 6.1 - Aanpak fietsdiefstal naar thema ische delen De benoemde thema's in de figuur vereisen nog enige toelichting. De centrale thema’s ‘preventie’, ‘repressie’ en ‘compensatie’ vormen in zekere zin de chrono- logische volgorde van het proces van fietsbezit via diefstal tot vervanging van de gestolen fiets. Daarnaast zijn er twee thema’s die ondersteunend zijn bij de drie Aanpak van fietsdiefstal 85 centrale thema’s, namelijk ‘registratie’ en ‘technische hulpmiddelen’. Ten slotte kunnen de technische hulpmiddelen ook een rol spelen bij de registratie. Daar waar relevante informatie is verkregen op de thema's zullen we deze beschrijven. 6.1 Informatie uit literatuur en openbare bronnen Preventie Uit het al eerder vermelde onderzoek van De Reus (2016) blijkt dat er onder fiets- eigenaren sprake is van ‘verminderd normbesef, waardoor het probleem van fiets- diefstal zichzelf in stand houdt’. Ook constateert hij dat slechts de helft van de slachtoffers zijn fiets met minimaal een slot heeft vastgezet. Uit ander onderzoek blijkt het beeld niet veel beter: negentig procent van de fietsen op de kleinere sta- tions staat niet (goed) op slot Toch leidt eerder slachtofferschap juist tot gedragsverandering: het gebruik van minimaal twee sloten neemt dan met een kwart toe. Ook het percenta- ge slachtoffers dat een fiets met een slot verankert, neemt met 15 procent toe. Daarentegen investeren slachtoffers niet in betere kwaliteit van een nieuw slot en de plaats waar de fiets geparkeerd wordt (Onkenhout e.a. 2013). ‘Experimentele’ preventie Onderzoek van de Universiteit van Newcastle wijst uit dat het aantal fietsdiefstal- len met de helft daalt door posters met starende ogen. De onderzoekers experi- menteerde een jaar lang met de posters die behalve de starende ogen een korte waarschuwingsboodschap toonden. Het aantal fietsdiefstallen liep terug met 62 procent. Maar waar geen posters hingen, nam het aantal fietsdiefstallen toe met 63 procent. Bron: www.ncl.ac.uk Ook fietsfabrikanten en andere toeleveranciers zijn actief bezig met preventie. Zo worden er steeds betere sloten ontwikkeld, hoewel onderzoek uitwijst dat sloten met een keurmerk vooral in combinatie met duurdere fietsen gebruikt worden (Onkenhout e.a, 2013)? Daarnaast worden in diverse steden (bewaakte) fietsstal- lingen geopend. Juist fietsstallingen kunnen, zo blijkt uit onderzoek, het aantal fietsdiefstallen reduceren (Ministerie van Infrastructuur en Milieu, 2013). Wel blijkt uit onderzoek van de Fietsersbond in 2017 dat stallingen bij stations vaak 86 Fietsdiefstal in Nederland vol zijn. Daardoor lukt het een op de vijf fietsende treinreizigers niet altijd om de fiets veilig te stallen > Daarnaast zijn fietsfabrikanten, maar ook verzekeraars, bedrijven die zich bezig houden met internet of things en zijn beveiligingsbedrijven bezig hun fietsen — in vooral het duurdere segment — connected te maken. Dit laatste houdt in dat een in de fiets geplaatste chip mogelijkheden biedt om bijvoorbeeld aan te haken bij de online gezondheidscultuur, maar ook om de fiets na diefstal te traceren. Inmiddels gaan de ontwikkelingen met fietsen die connected zijn steeds verder. Het is al mogelijk om de fiets door middel van een gepersonaliseerde app live te volgen, te traceren, te verzekeren en te beveiligen tegen diefstal. Daarnaast is het ook mogelijk om dagelijks de gereden kilometers, de verbrande calorieën en de bespaarde CO?-uitstoot inzichtelijk te maken Bewustwordingscampagnes Communicatie is ook een veelgebruikt middel om consumenten en betrokken partijen te informeren over het tegengaan van fietsdiefstal. Zo biedt het Centrum Fietsdiefstal een zogenaamde Handreiking Stop Fietsdiefstal aan. Deze handreiking is samengesteld voor gemeenten, politie en alle andere betrokken organisaties die zich bezighouden met het terugdringen, voorkomen en aanpakken van fietsdief- stal. Daarnaast is ook een campagne gestart, getiteld ‘Stop Fietsdiefstal, gebruik een 2e slot’. Binnen deze campagne wordt allerlei voorlichtingsmateriaal aangebo- den. Daarnaast is er een zogenaamd Protocol Handel, waarmee de vakhandelaar weet hoe hij heling kan voorkomen. Verder geven de ANWB en de Fietsersbond op hun websites informatie en tips tegen fietsdiefstal. En ook de politie geeft op haar website suggesties voor het veilig stallen van de fiets, het kopen van een ‘eerlijke’ fiets en het doen van aangifte. Daarnaast is een fietsregistratiekaart te downloaden waarop alle fietsgegevens genoteerd kunnen worden. Bronnen: www.centrumfietsdiefstal.nl, www.anwb.nl, www.fietsersbond.nl, www.politie.nl en www.stopfietsdiefstal.nu. Repressie Uit twee onderzoeken blijkt dat het percentage slachtoffers dat aangifte doet op 20 tot nog geen 25 procent ligt (CCV, 2013; Onkenhout e.a, 2013). Daarnaast blijkt uit de Veiligheidsmonitor 2019 (CBS, 2020) dat de aangiftebereidheid daalt: Aanpak van fietsdiefstal 87 Figuur 6.2 - Slachtoffers van fietsdiefstal die aangifte doen (in %) 18 16 14 12 10 8 6 4 2 0 Oe 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2019 Bron: Veiligheidsmonitor 2019 (CBS, 2020). De belangrijkste reden die door Onkenhout e.a. (2013) aangedragen wordt voor de kennelijk lage aangiftepercentages is dat mensen twijfelen over het nut van het doen van aangifte, omdat de politie hieraan geen vervolg geeft. Bovendien den- ken mensen dat ze er hun fiets toch niet mee terugkrijgen en dat het zonde van de inspanning is. Dit terwijl het ook mogelijk is om digitaal aangifte te doen. Recent is de politie op deze sentimenten ingesprongen door als pilot een tussenvorm van regulier en digitaal aangifte doen aan te bieden: aangifte doen via een robot.” Er is regelmatig onderzoek gedaan naar bijvoorbeeld fietsgebruik en behoef- teonderzoek onder fietsers, maar onderzoek naar de repressieve aanpak van fiets- diefstal, met name de effectiviteit van die aanpak, ontbreekt nagenoeg. Recent kwamen op grond van cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) cijfers over het oplossingspercentage naar buiten. Het blijkt dat in 2018 slechts 4 procent van de fietsdiefstallen waar aangifte van gedaan is wordt opgelost.” Met ‘opgelost’ zal worden bedoeld dat de dader wordt achterhaald, want dit percen- tage ligt lager dan wat op de site www.stopdiefstal.nu wordt gemeld: ‘na aangifte krijgt ongeveer 7 procent van de aangevers zijn frets terug. Heeft een fiets een chip of een framenummer dan stijgt dit aantal naar 15 procent’. In deze laatste percenta- ges zullen ook de fietsen zijn meegenomen die terugkeren via de registratie in www.stopheling.nl, het Digitaal Opkopersregister en www.verlorenengevonden. nl. Overigens is er recent een oproep gedaan om een fiets niet te voorzien van een sticker met registratienummer, omdat dit te diefstalgevoelig is.” 88 Fietsdiefstal in Nederland De noodklok In januari 2020 luidt branchevertegenwoordiger RAI Vereniging de noodklok om- dat de Nationale Politie heeft aangekondigd geen capaciteit meer beschikbaar te stellen voor een landelijke gezamenlijke aanpak van fietsdiefstal. De voorzitter van de RAI Vereniging benadrukt juist het belang om de publiek-private samen- werking met de Nationale Politie in stand te houden; hij vreest dat Nederland an- ders een ‘walhalla voor fietsdieven’ wordt’ ook vanwege de toenemende popula- riteit van e-bikes. Daardoor wordt het belang van een gezamenlijke aanpak juist alleen maar groter. Bron: RAI Vereniging (2020). In 2017 is door de Universiteit van Tilburg onderzoek verricht naar de effectivi- teit van lokfietsen in veertien gemeenten. Uit het onderzoek blijkt dat het aantal aangiften van fietsdiefstal door de inzet van lokfietsen met gemiddeld 40 procent daalt. Bovendien houdt de daling tenminste een jaar aan (Vollaard en Berhitu, 2017). De onderzoekers geven aan dat de inzet van lokfietsen een lang na-ijleffect kent, waarschijnlijk vanwege het afschrikken van notoire daders. Meer in alge- mene zin is de inzet van lokfietsen te beschouwen als hotspots policing. Voor een dergelijke politiestrategie hebben Braga e.a. (2019) onderzocht wat de effecten hiervan zijn. Uit 62 van de 78 acties waarin gebruik is gemaakt van hotspots poli- cing blijkt dat deze strategie effectief is bij het bestrijden van criminaliteit op de hotspot zelf, maar ook voor de gebieden daaromheen. Lokfiets leidt naar kelder vol gestolen fietsen DEN HAAG - 29 januari 2019 Een lokfiets heeft dinsdag geleid naar 250 fietsen in een pand in de Radarstraat in Den Haag. Meerdere fietsen daarvan waren gestolen. De lokfiets werd maandag vanaf de Rijnstraat gestolen. De zender in de fiets leidde de politie naar de kelder van het pand in de Radarstraat, die was volgestouwd met fietsen. Veel van die fiet- sen waren opgegeven als gestolen. De fietsen zijn uit de kelder gehaald. Er is nog niemand aangehouden. Bron: www.omroepwest.nl. Aanpak van fietsdiefstal 89 Een betrekkelijk nieuwe ontwikkeling is dat een aantal private partijen de samenwerking is aangegaan met publieke partijen in de opsporing van vermiste fietsen. Bewust wordt de term ‘vermist’ gebruikt, omdat niet altijd met zekerheid gesteld kan worden dat een fiets gestolen is. Zo zijn er partijen die door middel van het aanbrengen van track and trace op een fiets samenwerken met buitenge- wone opsporingsambtenaren (boa's) om een fiets te traceren. Ook is er het voor- beeld van een fietsverhuurder die teams met medewerkers de weg op stuurt om de barcodes van de huurfietsen te scannen en de als vermist opgegeven fietsen weer mee te nemen. In juridische zin verschillen beide methodieken omdat de huurfiets eigendom is van de verhuurder, maar de door de boa getraceerde fiets niet. Deze zal, als er sprake is van een daderindicatie, daarom de politie moeten informeren (Gemeente Barneveld, 2018). Registratie Bij fiets(diefstal)registratie zijn twee vormen te onderscheiden: negatieve en positieve registratie. In het geval van negatieve registratie is sprake van fietsregi- stratie nadat de fiets gestolen is. Het gaat hier dan om een aangifte van diefstal bij de politie en een doormelding van deze aangifte in Stopheling. Via de web- site www.stopheling.nl is te controleren of een fiets als gestolen geregistreerd staat. De database van Stopheling is vervolgens gekoppeld aan het Digitaal Opkopers Register (DOR). Het DOR biedt daarmee de mogelijkheid om auto- matisch, bijvoorbeeld aan de hand van een serienummer, te controleren of een goed als gestolen geregistreerd staat. Wanneer dit het geval is, is er sprake van een match en ontvangt de politie hiervan automatisch een melding. Daarnaast is er het zogenaamde Fietsdiefstalregister van de RDW, waarbij op chipnummer of merk en framenummer kan worden gecontroleerd of een fiets als gestolen geregistreerd staat. Een aandachtspunt is dat burgers vaak de kenmerken van hun eigen fiets niet kennen en de kans op een onvolledige aangifte toeneemt. Daarnaast bestaat in Nederland ook geen framenummerverplichting.? In het geval van positieve registratie worden fietskenmerken (bijvoorbeeld merk, type, framenummer, kleur) geregistreerd, nog voor er sprake is van fiets- diefstal. Dit kan al op kleine schaal, bijvoorbeeld via de burger die zelf zijn frame-, chip- en/of framenummer noteert. De Reus (2016) geeft overigens aan dat de mate waarin burgers dergelijke technieken toepassen, afhangen van de prijs van de fiets: hoe hoger de prijs, des te vaker er wordt geregistreerd. 90 Fietsdiefstal in Nederland Geen framenummerverplichting In 2013 voerde Regioplan onderzoek uit naar de framenummerverplichting (Hom- burg, 2013). In dat onderzoek werd het volgende geconcludeerd: ‘In termen van effectiviteit is een framenummerverplichting uitwisselbaar met een (zeer sterke) verho- ging van de kennis van fietsbezitters en een (zeer sterke) verhoging van de aangiftebe- reidheid. Alleen in combinatie zorgen een framenummerverplichting, een (zeer sterke) verhoging van de kennis bij fietsbezitters en een (zeer sterke) verhoging van de aangif- tebereidheid voor een sterke verbetering van de herkenbaarheid van gestolen fietsen. Daardoor zal de opbrengst van controleacties sterk toenemen’. Door de toenmalige minister is in datzelfde jaar echter besloten om framenummerverplichting niet in te voeren. Hierop heeft de stuurgroep Aanpak Fietsdiefstal (Dessens, 2013) met te- leurstelling gereageerd en werd de verwachting uitgesproken dat fietsdiefstal niet verder zal afnemen. De laatste jaren gaan stemmen op om dit juist in een groter verband uit te voeren. In dat geval wordt positieve registratie vaak vergeleken met het kentekenbewijs van een auto of motorfiets. Dit betekent dat de gegevens van de fiets gekoppeld worden aan de personalia van de eigenaar. Bij een eventuele verkoop van de fiets worden deze gegevens vervolgens overgeschreven naar de koper. Een verregaande vorm van positieve registratie is de zogenaamde blockchain. Via een blockchain wordt alle relevante informatie aaneengeschakeld in een digitaal fietsregister dat gedeeld wordt met meerdere aangesloten partijen. Wat relevante informatie is, is dan rekkelijk, net zoals de bij de blockchain aangesloten organisaties. Een suggestie kan zijn om er in ieder geval informatie van de verkoper (fietskenmer- ken), de koper (personalia) en verzekeraar (bijvoorbeeld verzekeringsduur) aan te koppelen. Als dan ook instanties zoals de gemeente (bijvoorbeeld boa's die wees- fietsen controleren of gemeentelijke fietsdepots) en politie (voor de aangiften) aangesloten worden, zijn gestolen fietsen direct te koppelen aan de rechtmatige eigenaar.” Daarnaast kunnen ook andere (private) partijen aansluiten. Bij block- chain wordt ervan uitgegaan dat het delen van de informatie tussen verschillen- de partijen een actie na de fietsdiefstal versnelt. Een door een slachtoffer gemelde fietsdiefstal zou dan direct, en met een actuele locatie, kunnen worden verzon- den naar de politie, terwijl een verzekeraar ook op de hoogte is van de diefstal en het eventuele terugvinden van de fiets. Aanpak van fietsdiefstal 91 Onderzoek naar mengvorm (negatieve en positieve registratie) Zoals in hoofdstuk 2 al werd aangegeven, blijkt fietsdiefstal in Amsterdam, in tegen- stelling tot de landelijke trend, toe te nemen. Recent werd door de Rekenkamer Me- tropool Amsterdam een onderzoek afgerond naar het Amsterdamse fietsdiefstal- beleid (De Ridder e.a, 2020). Het levert een tamelijk vernietigend beeld op van een stad die ooit voorloper was in de fietsdiefstalbestrijding, maar momenteel te maken heeft met de wet van de ‘remmende voorsprong’. De aanpak bestaat in essentie uit vier pijlers: het op diefstal controleren van binnengekomen verwijderde fietsen op basis van het framenummer in de systemen van het RDW/Stopheling, het gra- veren van fietsen door een graveerteam, toezicht door registercontroleurs via het DOR op de fietshandelaren en voorlichting aan fietsers en fietshandelaren. Deze aanpak wordt door de onderzoekers gekwalificeerd als ‘voortgezet uit oud beleid’, Bovendien merken de onderzoekers op dat de aanpak van fietsdiefstalbestrijding wegzakt en ‘in de periode 2002-2006 intensiever en uitgebreider was dan in 2020 het geval is’. De onderzoekers zien op voorhand al drie alternatieve maatregelen die passen bij hotspotaanpak: 1) het schouwen van de hotspotlocaties met betrekking tot fysieke ingrepen, 2) voorlichting op de hotspots door middel van borden gericht op fietsers en fietsdieven/helers en 3) het informeren van wijkbewoners. Technische hulpmiddelen Technische hulpmiddelen zijn zowel in preventieve als repressieve zin te gebrui- ken. Mede door de ontwikkeling van de duurdere e-bikes wordt, vaak nog op beperkte schaal, preventief gebruik gemaakt van bewegingsmelders en start- onderbrekers. En wanneer een fiets gestolen is, kan een track and tracesysteerm (dat op de fiets is geplaatst, (chip in het frame of op de batterij) ondersteunen bij het terugvinden van de fiets. Dergelijke systemen werken met gps (voor de grove positiebepaling) en/of radiofrequenties (voor de nauwkeurige positiebepa- ling). Er zijn meerdere aanbieders die dergelijke systemen aanbieden, zowel fiets- fabrikanten als particuliere partijen. Daarbij wordt voor de opsporing regelmatig samenwerking gezocht met publieke partijen.” Ook wat betreft registratie bieden technische hulpmiddelen steeds meer mogelijkheden. Eerder werd al het voorbeeld van de ondersteuning van een robot bij de aangifte en de optie van blockchain genoemd. 92 Fietsdiefstal in Nederland Ten slotte: combi van maatregelen en ketendenken De Reus (2016) geeft in zijn onderzoek aan dat integraliteit van maatregelen belangrijk is. Hij bestempelt dit als het ‘afvuren van een schot hagel’. Uit de desk- research komt, hoewel niet zeer frequent, naar voren dat een effectieve aanpak van fietsdiefstal bestaat uit het uitvoeren van meerdere maatregelen tegelijk. Zo blijkt uit een pilot in de Achterhoek dat het aantal aangiften van fietsdiefstal in die regio met de helft daalde. De politie schrijft deze daling toe aan de volgende combinatie van maatregelen: inzet van lokfietsen, het gebruiken van het Digitale Opkopersregister, de aanwezigheid van camera’s en onderzoek van aangiften. Het is evident dat voor het uitvoeren van meerdere maatregelen niet één par- tij ingeschakeld kan worden. Hiervoor is intensieve samenwerking tussen meer- dere partijen nodig. Een dergelijk uitgangspunt wordt dan ook uitgedragen door S.A.F.E.® Ook in het Stappenplan van het Centrum Fietsdiefstal is ‘samenwer- king’ de eerste van zeven stappen die te zetten zijn.” 6.2 Informatie uit de survey Als het gaat om de aanpak van fietsdiefstal dan kijken we naar de preventieve acties die slachtoffers zelf ondernemen, naar de mate waarin aangifte is gedaan en naar hoe het doen van deze aangifte ervaren is. Preventieve maatregelen Aan alle fietseigenaren'* is gevraagd welke preventieve maatregelen zij zelf tref- fen om fietsdiefstal te voorkomen (zie tabel 6.1). Hieruit blijkt dat de meeste res- pondenten nadenken over de plaats waar ze hun fiets neerzetten. Ook geeft de meerderheid van de fietseigenaren geld uit aan een goed (extra) slot en wordt de fiets buiten ergens aan vastgezet. Als de mogelijkheid er is, geeft drie kwart van de respondenten aan de fiets binnen te stallen. Ongeveer de helft hiervan is bereid om te betalen voor het stallen van de fiets. Het door de fietsverkoper laten informeren over diefstalpreventie is een maatregel die slechts 30 procent van de respondenten neemt. Mogelijk is dit percentage aan de lage kant omdat een fiets ook tweedehands kan worden gekocht (bijvoorbeeld via Marktplaats). De fietsverkoper is dan geen specialist, maar vaak een medeburger. Een andere maatregel die door een klein aandeel van de respondenten wordt genomen, is het meenemen van de accu van de elektrische fiets. Aanpak van fietsdiefstal 93 Tabel 6.1 — preventieve maatregelen fietsdiefstal (n=2.384) Ik denk na over waar ik mijn fiets neerzet 2180 91% Ik geef geld uit d extra slot of goed geef geld uit voor een goed extra slot of goede 1986 830% extra sloten op mijn fiets Als het kan, zet ik mijn fiets buiten ergens aan vast 1940 81% Als het kan, stal ik mijn fiets binnen 1830 77% Ook als ik mijn fiets thuis (tuin, sch bi heb ok als i bod ets thuis (tuin, schuur) binnen he 1509 63% staan, zet ik deze op slot Ik bewaar de kenmerken (zoals het framenummer) … 1204 51% van mijn fiets Ik betaal graag iets voor het stallen van mijn fiets 900 38% Ik laat mij door de fietsverk inf laat mij door de fietsverkoper informeren over 723 300% diefstalpreventie Ik neem de accu altijd mee om diefstal te voorkomen 463 19% De genoemde preventieve maatregelen zijn bij elkaar opgeteld om een somsco- re aan te maken. Aan de hand van deze somscore is met multivariate analyses® gekeken of fietseigenaren met bepaalde achtergrondkenmerken (bijvoorbeeld naar leeftijd, geslacht, verstedelijking of dagelijkse bezigheid) meer of juist min- der preventieve maatregelen nemen om fietsdiefstal te voorkomen. Uit de multivariate analyse (zie tabel 6.2) blijkt ten eerste dat significante verschillen optreden binnen de leeftijdscategorieën van fietseigenaren en zijn of haar geslacht. Wat betreft leeftijd geldt dat oudere fietseigenaren meer preven- tieve maatregelen nemen dan jongere fietseigenaren. Verder blijkt dat mannen aantoonbaar minder preventieve maatregelen nemen in vergelijking met vrou- wen. Wanneer we naar de kenmerken van de fiets kijken, is onder andere te zien dat fietseigenaren met een duurdere fiets ook meerdere preventieve maatregelen nemen dan fietseigenaren met een goedkope fiets (minder dan roo euro). Ook neemt het aantal preventieve maatregelen toe als de fietseigenaren een elektri- sche fiets of fiets met fietsverzekering hebben.7 94 Fietsdiefstal in Nederland Tabel 6.2 — regressiemodel preventieve maatregelen fietsdiefstal (n=2.384) Geslacht Vrouw (referentie) Man -0,249* 0,089 Verstedelijking Gemeente in G4 0,003 0,106 Gemeente in G25 0,203 0,125 Andere gemeente (referentie) Dagelijkse bezigheid Werk (referentie) Studie -0,209 0,125 Met pensioen 0,011 0,190 Werkloos 0,037 0,224 Andere dagelijkse bezigheid -0,496* 0,228 Winkelprijs fiets Minder dan € 100 (referentie) € 100 tot € 500 0,482* 0,170 € 500 tot € 1.000 0,849* 0,181 € 1.000 tot £ 2.000 1,409* 0,203 € 2.000 of meer 1,202* 0,237 Aangifte doen Slachtoffers van fietsdiefstal kunnen hiervan aangifte doen bij de politie. In de survey is hier ook aandacht aan besteed, met name door vragen te stellen over hoe zij de aangifte ervaren hebben. In totaal hebben 1.427 respondenten aange- geven of zij aangifte hebben gedaan nadat hun fiets werd gestolen. Ruim de helft van de slachtoffers (56 procent) deed aangifte. De meeste slachtoffers deden onli- ne aangifte (85 procent), terwijl de rest hiervoor naar het politiebureau gingen (15 procent). De meerderheid van de slachtoffers (57 procent) vond het doen van aangifte makkelijk, terwijl ongeveer een tiende (9 procent) de aangifte moeilijk Aanpak van fietsdiefstal 95 vond. Ongeveer een kwart (24 procent) van de slachtoffers die aangifte op het politiebureau deden, vonden de aangifte moeilijk. Voor de slachtoffers die online aangifte deden, was dit slechts zeven procent.® Slechts zes procent van de slacht- offers vond de aangifte onduidelijk. Hierbij worden geen (significante) verschillen gevonden tussen slachtoffers die op het politiebureau aangifte deden en slachtof- fers die online aangifte deden. Bijna zestig procent (59 procent) vond dat de aan- gifte snel ging, terwijl elf procent aangaf dat de aangifte (te) lang duurde. Van de slachtoffers die op het politiebureau aangifte deden, vond 41 procent de aangifte snel gaan. Voor slachtoffers die online aangifte deden, was dit aandeel groter: 62 procent? Ook is aan slachtoffers gevraagd waarom aangifte is gedaan. Het merendeel van de slachtoffers geeft aan dat ze het doen van aangifte belangrijk vinden of willen dat de dader gepakt wordt. In iets mindere mate wordt aangegeven dat aangifte een voorwaarde van de verzekering is (zie tabel 6.3). Slachtoffers die een andere reden voor aangifte hebben, geven bijvoorbeeld aan dat ze dit doen in de hoop dat de politie hun fiets nog terug kan vinden of omdat de fiets dan als ‘gestolen’ staat geregistreerd bij de politie. Tabel 6.3 - Reden van aangifte fietsdiefstal (n=798) Van de slachtoffers die geen aangifte doen, is 71 procent van mening dat dit geen zin heeft. Daarnaast geldt voor ongeveer de helft van de slachtoffers dat zij geen aangifte deden omdat zij de kenmerken van hun fiets niet hadden. Ruim een kwart deed geen aangifte omdat de waarde van de fiets te laag was. Sommigen geven aan dat het te veel moeite kost om aangifte te doen (zie tabel 6.4). Andere redenen om geen aangifte te doen, zijn bijvoorbeeld omdat de fiets tweedehands gekocht is waardoor respondenten weinig waarde aan de fiets hechten, en een gebrek aan vertrouwen in de politie. Een slachtoffer geeft aan dat de agent waar- bij ik mijn aangifte wilde doen mijn aangifte niet eens wilde opnemen: ‘risico van in een stad wonen’. Heb alleen gemeld dat ik het belachelijk vond en dat ze hiermee zo de ‘criminaliteitscijfers’ kunstmatig laag houden. 9% Fietsdiefstal in Nederland Tabel 6.4 — Reden van geen aangifte doen van fietsdiefstal (n=618) Aangifte doen geen zin heeft 441 71% Ik had de kenmerken van mijn fiets (framenummer) niet 300 49% De waarde van mijn fiets was te laag 174 28% Het kost te veel moeite om online aangifte te doen 100 16% Het kost te veel moeite om op het politiebureau aangifte te doen 48 8% Een andere reden 42 7% Aan de slachtoffers die aangifte hebben gedaan, is gevraagd deze aangifte te beoordelen: zowel voor de opname als voor de afhandeling van de aangifte is gevraagd een beoordeling van 1 (slecht) tot 1o (uitstekend) te geven. De opname van de aangifte wordt als matig beoordeeld met een gemiddelde van 5,7. Voor de opname geldt dat slachtoffers regelmatig aangeven dat de politie begripvol en behulpzaam was tijdens de aangifte. Wel is regelmatig aangegeven dat er geen actie wordt ondernomen door de politie naar aanleiding van de aangifte. Een van de slachtoffers zegt het volgende over de aangifte: ‘Digitale aangifte is onpersoon- lijk, maar gaat wel sneller. Ik ben twee keer op verschillende politiebureaus geweest. De laatste keer was er vriendelijk contact met een politievrouw, voor haar alle lof. De eerste keer was op een bureau waar de politieman de enige aanwezige mens in heel het bureau was, hij was weliswaar welwillend maar had weinig tijd.” De gemiddelde beoordeling van afhandeling van de aangifte is een 4, en daar- mee fors onvoldoende. Slachtoffers hebben hun beoordeling ook kunnen toe- lichten. In de meeste gevallen komt het erop neer dat de politie na de aangifte geen actie heeft ondernomen. Hierbij geven veel slachtoffers aan dat de politie niet eens terugkoppeling geeft met betrekking tot de aangifte. Een slachtoffer geeft het volgende aan: ‘Kort na de aangifte kreeg ik een e-mail (niet persoonlijk maar geautomatiseerd) met hierin een afloopbericht. Daaruit bleek duidelijk dat de politie niet actief met de aangifte aan de slag zou gaan.” In aanvullende analyses®® is gekeken of bepaalde groepen slachtoffers de aan- gifte beter of juist slechter beoordelen. Hieruit blijkt dat voor de beoordeling van de opname geldt dat mensen zonder werk de opname van de aangifte negatiever beoordelen in vergelijking met slachtoffers die werken. Een andere uitkomst is dat slachtoffers die hun fiets verzekerd hadden tegen diefstal de politie positie- ver beoordeelden. Voor de afhandeling van de aangifte is in aanvullende analyses een effect gevonden voor geslacht: mannen beoordelen de afhandeling hiervan Aanpak van fietsdiefstal 97 negatiever dan vrouwen. Daarnaast beoordeelden slachtoffers die verzekerd zijn tegen fietsdiefstal de afhandeling van de aangifte positiever. Verder is in aanvullende analyses gekeken naar de belangrijkste facto- ren voor het doen van aangifte. Hierbij is gekeken naar leeftijd en geslacht van slachtoffers, de winkelprijs van een fiets en of het een elektrische fiets is (model IJ. In een tweede model is hier aan toegevoegd of men verzekerd is. Uit het eerste model (model 1) blijkt dat vrouwen vaker aangifte van fietsdiefstal doen in ver- gelijking met mannen en dat slachtoffers uit de G4 minder vaak aangifte doen. Daarnaast zijn het met name slachtoffers met relatief dure fietsen die aangifte doen, of die een elektrische fiets hebben. Uit model 2 blijkt dat de invloed van de meeste factoren nagenoeg gelijk is. Alleen blijkt de extra toegevoegde factor ‘fietsverzekering’ de grootste voorspellende waarde voor het doen van aangifte. Aanpaksuggesties respondenten In totaal zijn door de respondenten (lees: met name slachtoffers van fietsdiefstal in de survey) 544 suggesties gedaan. Hieronder staan de suggesties vermeld die door minimaal twaalf respondenten zijn gegeven” Tabel 6.5: Door respondenten gegeven aanpaksuggesties (in aantallen en procenten) Aanpaksuggesties n % Bewaakte stallingen plaatsen 59 10,8 Camera's plaatsen 57 10,5 Zwaarder straffen 41 7,5 Fietsrekken plaatsen 39 7,2 Prioriteit/meer inzet politie 33 6,1 GPS-tracker gebruiken 28 5,1 Fietsen chippen 27 5,0 Surveilleren politie 24 4,4 Dubbel slot gebruiken 23 4,2 Aangifteproces verbeteren 18 3,3 Focus op helingpraktijken 16 2,9 Fietscontroles 12 2,2 Op veilige plek stallen 12 2,2 98 Fietsdiefstal in Nederland Wat in het algemeen opvalt, is dat de respondenten in de survey niet zozeer hun eigen rol belichten als het gaat om suggesties tegen fietsdiefstal. Deze eigen rol komt vooral terug in het gebruik van een dubbel slot en het op een veilige plek stallen van de fiets. In hoofdzaak hebben de suggesties betrekking op het facili- teren van veilige stallingen, het uitbreiden van toezicht en handhaving, het ver- sterken van het aangifte-, opsporings- en vervolgingsproces en het inzetten van technische hulpmiddelen. 6.3 Informatie uit data op geaggregeerd niveau De mate waarin een geregistreerde fietsdiefstal wordt opgehelderd, is laag. Conform de meest recente cijfers van het CBS zijn er in 2018 van de ruim 68.000 geregistreerde fietsdiefstallen slechts 2.500 opgehelderd (3,7 procent). Om dit percentage te verhogen, is de database Stopheling een hulpmiddel. Aan de database Stopheling, die veel wordt gebruikt door fietsdepots, is het Digitaal Opkopers Register (DOR) gekoppeld. Het is een middel dat opkopers faciliteert bij het registreren van de gebruikte en ongeregelde goederen die zij aankopen. Bij de registratie moeten vier aspecten worden bijgehouden: 1) de datum van verkrijgen van het goed, 2) een zo specifiek mogelijke omschrijving van het goed, 3) de prijs en 4) de naam en het adres van de aanbieder van het goed. Het DOR biedt hiermee de mogelijkheid aan de database Stopheling om automa- tisch te controleren of een goed als gestolen geregistreerd staat, bijvoorbeeld aan de hand van een serienummer. Indien dit het geval is, is er een match en krijgt de politie hier melding van.” Een match wordt ook wel een full hit genoemd. In figuur 6.3 staan het aantal full hits naar politie-eenheden over de jaren 2017 tot en met 2019 weergegeven. Aanpak van fietsdiefstal 99 Figuur 6.3: De full-hits in Stopheling binnen de verschillende politie-eenheden 1833 EENHEID 7 LJ Noord-Nederland DN Bl Oost-Nederland Bl Midden-Nederland 7 Bl Noord-Holland 5 M Amsterdam 8 a B Den Haag Bz 7 Rotterdam E B Zeeland-West-Brabant El Oost-Brabant B Limburg m 1231 reta 2000 m » votaal 2018 ml Totaal 2017 Ak E sn | Totaal landelijk Kijkend naar de afzonderlijke politie-eenheden blijkt de politie-eenheid Den Haag de meeste full hits te hebben in 2019, gevolgd door de politie-eenheden Amsterdam, Oost-Nederland en Rotterdam. De minste full-hits zijn voor de politie-eenheden Noord-Holland en Limburg. De jaarlijkse alomvattende cij- fers laten zien dat het aantal full hits in 2019 sterk is gedaald ten opzichte van 2018, nadat in 2018 een verdrievoudiging heeft plaatsgevonden ten opzichte van 2017. Enkel in de politie-eenheid Rotterdam blijkt het aantal full hits in 2019 het- zelfde te zijn gebleven. De oorzaak van deze daling is onbekend, maar een aan- 100 Fietsdiefstal in Nederland tal experts heeft zijn of haar gedachten hierover laten gaan waaruit de volgende mogelijke oorzaken zijn voortgekomen: n= Eris sprake geweest van een afname van de registratiediscipline bij opkopers waardoor er minder fietsen zijn ingevoerd in DOR en daar- bij heeft er minder handhaving op de registratieplicht plaatsgevonden door de politie en boa's; n= De aanpak heeft in dusverre succes gehad dat gestolen fietsen minder vaak door dieven worden aangeboden aan fietshandelaren. De afzet- markt via fietshandelaren is in die zin beter afgegrendeld; n= Er is sprake geweest van een afname van het aantal fietsdiefstallen waardoor er procentueel ook minder gestolen fietsen worden aange- boden; = Erzijn om en nabij 2.000 van de 3.000 fietszaken in Nederland die zich hebben aangemeld in het DOR waarvan ongeveer soo van de 2.000 fietszaken niet registreren. Daarnaast wordt nauwelijks gecontroleerd of de invoer in het DOR correct wordt uitgevoerd; = Er zijn 42 accounts met de rol fietsdepot uitgegeven, maar 8 van de 42 registreren niet of niet meer. Daarnaast is het bekend dat de grote fietsdepots niet alle fietsen invoeren. 1 Om diefstal tegen te gaan, vertonen burgers sociaalpreventief gedrag. Kijkende naar de drie voornoemde achtergrondkenmerken tonen de cijfers van het CBS (2020) aan dat 37 procent van de burgers hun fietsen in 2019 in een bewaakte fietsenstalling zijn gaan plaatsen, tegenover 35 procent van de burgers in 2012. Het sociaalpreventieve gedrag verschilt wel naar de stedelijkheidsgraad van een gebied. Hoe minder stedelijk een gebied is, des te minder wordt een fiets ook in een bewaakte fiet- senstalling geplaatst (CBS, 2020). = Naast een verbetering in het sociaalpreventieve gedrag van burgers, kunnen de fietsen qua uitrusting ook worden verbeterd om zodoende fietsdiefstal terug te dringen. Een voorbeeld hiervan is dat fietsen (met name e-bikes) steeds vaker uitgerust worden met een speciale chip Aanpak van fietsdiefstal 101 door fabrikanten en verzekeraars waarmee de fiets teruggevonden kan worden wanneer deze is gestolen. Volgens de ANWB wordt twee derde van de gestolen fietsen met zo’n chip teruggevonden. Daarvoor is het wel van belang dat de verzekerden diefstal direct melden, omdat de fiets een dag later al naar het buitenland kan zijn.” Cijfers van FRIS Nederland BV. zijn nog positiever ten aanzien van het aantal terug- gevonden gestolen fietsen. In de jaren 2017 (wat een opstartjaar betrof) en 2018 zijn respectievelijk 69 en 277 meldingen binnengekomen van gestolen fietsen met een Track and Trace-systeem. Voor beide jaren geldt dat 84 procent van de gestolen fietsen zijn teruggevonden, ter- wijl slechts 4 procent niet is teruggevonden. Een interessant gegeven is dat 9 procent van de fietsen als bijvangst zijn gekenmerkt. Bijvangst betekent dat er complete opslagplekken of distributieplekken worden gevonden waar naast de te vinden fiets ook nog andere gestolen fietsen staan.” In 2019 zijn in totaal 353 meldingen gedaan van een gestolen fiets waarvan 75 procent is teruggevonden, 6 procent niet is terugge- vonden en 15 procent als bijvangst genoteerd staat. Ook Accell heeft in 2020 circa 25.000 fietsen uitgerust met technologie waarmee gesto- len fietsen teruggevonden kunnen worden. Tot dusverre heeft Accell 26 meldingen ontvangen van gestolen fietsen waarvan er uiteindelijk 22 zijn teruggevonden (84 procent). Zij onderscheiden een drietal rede- nen voor dit hoge percentage: 1) de goede integratie door Accell, (2) de professionele recovery door G4s en (3) de ondersteuning in het opspo- ringsproces door de overheid. = Niet alleen burgers laten hun fietsen uitrusten met een Track and Trace-systeem, want ook de politie maakt hier gebruik van. Deze fiet- sen worden ook wel lokfietsen genoemd. Buiten het feit dat er zodoen- de honderden verdachten worden opgepakt, geeft het ook een signaal af naar eventuele toekomstige daders van fietsdiefstal en zullen zij door de vergrote pakkans minder snel overgaan tot fietsdiefstal. Uit het werkbezoek blijkt dat de politie in 2015 1.470 keer een lokfiets heeft ingezet. Dat heeft 954 keer geleid tot het aanhouden van een verdachte (65 procent). Dat zijn er bijna drie keer meer dan in 20132 In 2018 blij- ken er meer lokfietsen te zijn ingezet dan in 2015, namelijk 2.452. Dit heeft 479 verdachten opgeleverd (19,5 procent) terwijl er naar aanlei- ding van de inzet van 1.044 lokfietsen in 2019 in totaal 270 verdach- ten (25,9 procent) zijn aangehouden. Een mogelijke verklaring voor de 102 Fietsdiefstal in Nederland daling van het percentage verdachten ten opzichte van 2015 is dat er bij de politie geen opvolging meer wordt gegeven aan de inzet van lokfiet- sen door de verminderde capaciteit ten aanzien van fietsdiefstal. 6.4 Informatie uit de gesprekken en werkbezoeken Veel experts constateren dat fietsdiefstal van overheidswege geen prioriteit heeft. Een expert geeft in dit kader aan dat een burger er begrip voor zal hebben dat de aanpak van zogenaamde high impact crimes voorrang verdient; fietsdiefstal wordt door hem juist bestempeld als een low impact crime. Daardoor wordt het volgens enkele experts juist lastig om fietsdiefstal aan te pakken en benadrukken zij dat een centrale rol vanuit de overheid juist nu onmisbaar is, ondanks allerlei initiatieven op het gebied van preventie en repressie die vanuit de markt naar boven komen. Daar hoort volgens enkele experts ook bij dat consumenten op hun verantwoordelijkheid gewezen worden, met de volgende boodschap: zet hem op slot en maak hem traceerbaar, want anders zou na diefstal niet altijd meer een gloednieuwe fiets gegarandeerd moeten worden. Twee visies zouden volgens experts beter voor het voetlicht moeten komen: ten eerste moet niet het aantal jaarlijkse fietsdiefstallen centraal staan, maar de omvang van de totale financiële schade. En ten tweede bieden juist de kopers van duurdere fietsen kansen door de preventie in eerste instantie bij hen stevig vorm te geven, waarna preventieve maatregelen uitgerold kunnen worden naar de goedkopere modellen. Consumentenpreventie Consumentenpreventie is voor veel experts een nog verder te ontwikkelen ter- rein. Bijna alle experts zijn het erover eens dat het vastzetten van een fiets met twee sloten voor de gelegenheidsdief al een drempel opwerpt. Toch geven ook velen aan dat er grenzen aan zitten omdat ieder slot te openen is, al was het maar met een ‘loper’. Uiteindelijk zal de burger zich volgens meerdere experts moeten realiseren dat ze zelf de kosten voor fietsdiefstal zullen moeten betalen, bijvoor- beeld door een verhoging van het eigen risico van een huurfiets of via de premie van de verzekering. Toch blijft het lastig om consumenten aan te zetten tot ver- antwoordelijk gedrag. De experts geven aan dat verzekerden hun fiets wel op slot zetten, al was het maar omdat de sleutel(s) na diefstal bij de verzekering overge- legd moet kunnen worden. Maar de gesproken verzekeraars geven aan dat het niet lukt om een dergelijke eis voor een tweede slot op te leggen; een kettingslot biedt die controlemogelijkheid zoals bij het hoofdslot gewoon niet. Aanpak van fietsdiefstal 103 Hoe de consument te bereiken met een preventieve boodschap? Er worden door experts initiatieven genoemd, zoals het geven van informatie en voorlichting op straat. Alleen wordt getwijfeld over de schaal waarop burgers bereikt worden: er ontbreekt een grootschalige bewustwordingsstrategie. Toch vinden velen dat er stevig gecommuniceerd moet worden richting consumenten over fietsdiefstal en preventiemogelijkheden. Als voorbeeld noemt een expert de communicatie over gestolen fietsen die op Marktplaats worden aangeboden; Marktplaats zou poten- tiële kopers in ieder geval moeten informeren dat ze de registratienummers kun- nen checken via Stopheling. Koopje op Marktplaats.nl Op 19 februari 2020 worden acht elektrische fietsen op Marktplaats aangeboden voor 1.300 euro. Het betreft allemaal A-merken (Trek, Koga, Batavus en Giant). Het zijn niet de nieuwste elektrische fietsen en van een fiets is de accu kapot. Het is mogelijk om vanaf 1.000 euro te bieden. Omdat al een bod van 1.070 is uitgebracht, bieden wij 1.075 euro. De verkoper reageert na een half uur met de boodschap dat hij het bod accepteert. Daarop vragen wij van alle fietsen het framenummer om deze te checken op Stopheling.nl. De verkoper reageert met het bericht dat ‘de aan- koop safe is omdat hij alleen maar bij dealers inkoopt’. Na een half uur stuurt hij acht afzonderlijke foto's met de frame-stickernummers. We besluiten even niet te reage- ren, waarna hij na een uur het volgende meldt: ‘te laat, verkocht’. Producentenpreventie Door de fietsfabrikanten die bij de gesprekken aanwezig waren, wordt aangege- ven dat er al veel mogelijk is als het gaat om het inbouwen van een chip in de fiets/ op de batterij. Tegelijkertijd wordt ook gemeld dat hier een kostenplaatje aan zit en er daarom enige terughoudendheid is om dergelijke systemen standaard in te bouwen. Een veelgehoorde mening is dat daarom in eerste instantie begon- nen moet worden met het ‘chippen’ van duurdere fietsen. Als dergelijke systemen in de fiets ingebouwd worden, dan is de heersende mening onder de experts dat een succesvolle aanpak meer dan dat vereist. Een aandachtspunt is bijvoorbeeld dat diverse partijen verschillende systemen hebben ontwikkeld. Dit is voor veel experts een afbreukrisico; zij hopen dat er uiteindelijk gewerkt gaat worden met één systeem of in ieder geval meerdere systemen waarbij de gegevens onderling te verbinden zijn voor wat betreft diefstalregistratie. De kritiek op het track and trace-model is dat er nu nog teveel wordt uitgegaan van de vrijwillige deelna- 104 Fietsdiefstal in Nederland me van consumenten, terwijl een succesvolle aanpak vereist dat zoveel mogelijk mensen hierop aangesloten zijn. Preventie door ‘derden’ In het algemeen zijn de experts positief over de ontwikkelingen die plaatsvinden rondom (bewaakte) fietsstallingen. Diverse experts verwijzen naar verschillende steden waar nieuwe stallingen resulteren in een sterke daling in fietsdiefstal. Toch vinden nog enkele experts dat nog meer fietsstallingen beter beveiligd kun- nen worden. Ook andere ideeën worden door experts aangedragen, zoals het standaard inbouwen van een stalen ring aan het huis, waar de fiets aan vastgezet kan worden. Hier ligt een verantwoordelijkheid voor bouwcorporaties en consu- menten zelf. Veel experts blijven hameren op de ‘tweedeslotactie’, maar de gedachte over het effect hiervan verschilt. Een expert geeft aan dat dealers die deze actie aan- bieden lagere diefstalcijfers hebben dan dealers die dit niet doen. Tegelijkertijd wordt ook getwijfeld aan dit succes, omdat het eerste type dealers dan een lagere omzet zou draaien. Ook vinden enkele experts dat de ‘nietjes’ waar fietsen aan vastgezet kunnen worden, zeker moeten blijven. Er lijkt volgens hen bij gemeenten alleen een ont- wikkeling gaande dat nietjes weggehaald worden omdat ze weesfietsen zouden bevorderen. Het doen van aangifte (negatieve registratie) De experts bevestigen het beeld dat er veel mensen zijn die geen aangifte doen. Bovendien is de dalende aangiftebereidheid voor een expert niet vreemd, omdat dit ook voor andere criminaliteitsvormen geldt. Door experts worden de volgen- de drie factoren genoemd die de aangiftebereidheid onder slachtoffers beïnvloe- den: de visie op het doel en nut van aangifte, het aangifteproces zelf en eerdere ervaringen of ervaringen van anderen met het aangifteproces. We gaan nog kort op deze drie factoren in. Wat betreft het doel van de aangifte legt een aantal experts een verband met de verzekerde fietsen. Omdat dit een eis van de verzekeraars is, wordt aangifte gedaan. Een expert suggereert dat de dalende ontwikkeling in aangiften een directe relatie heeft met een dalend aantal gestolen verzekerde fietsen. Andersom geredeneerd geven sommige experts aan dat de daling in aangiften daarom vooral door een afname in aangiftebereidheid na diefstal van goedkopere fietsen te verklaren is. Daarnaast zien veel slachtoffers volgens experts geen nut in een aangifte, omdat het door de politie toch niet wordt opgepakt als prioriteit. Aanpak van fietsdiefstal 105 Over het aangifteproces zelf zijn de experts nagenoeg allemaal van mening dat het te lastig is. Experts beschouwen met name de DigiD-eis als een enor- me drempel, die de aangiftebereidheid heeft doen afnemen. Ook de lange duur van aangifte vermoeilijkt het proces. Meerdere experts zouden dan ook graag zien dat het proces wordt versoepeld. Zo zijn er vragen in het aangifteproces die onnodig zijn en verwijderd kunnen worden. In tegenstelling tot de bevindingen in de enquête stellen de respondenten dat veel slachtoffers negatieve ervaringen hebben met het doen van aangifte. Ook over de daaropvolgende communicatie van de politie zijn enkele niet te spreken. Dan wordt het idee dat aangifte doen geen nut heeft nog verder bekrachtigd vol- gens experts: ‘het lijkt alsof de aangifte in de prullenbak wordt gegooid terwijl dat niet zo is. Enkele experts zijn van mening dat er daarom beter gecommuniceerd moet worden door de politie, zowel over de aanpak van fietsdiefstal als over de afloop van hun aangifte. Een expert vindt het ook tekenend dat het slachtofferbeleid van de politie niet geldt voor mensen die aangifte doen van fietsdiefstal; er wordt geen slachtofferhulp geboden, hoewel dit bij andere vormen van diefstal wel het geval is. Al met al zijn veel experts ongelukkig met het feit dat het aantal aangif- ten van fietsdiefstal is gedaald van 107.465 in 2010 naar 68.260 in 2018. Door een expert wordt de dalende aangiftebereidheid zelfs een ‘gat in de keten’ genoemd. Daarentegen zijn er ook experts die het doen van aangifte een achterhaalde gedachte vinden. Bij voorkeur wensen zij dat er een bepaalde diefstalregistratie komt die veel laagdrempeliger is. Een aantal keer is gesuggereerd om een fiets eerst als vermist op te geven en niet direct als gestolen. De (vaak digitale) aan- gifte moet vervolgens dan niet eerst geverifieerd worden door een politiefunctio- naris, maar zou direct moeten worden doorgezet naar Stopheling. Dit scheelt tijd en levert mogelijk eerder teruggevonden fietsen op. Als een fiets vervolgens wordt teruggevonden (bijvoorbeeld bij een fietsdepot), blijft de status ‘vermist’. Als deze niet wordt teruggevonden, wordt de status aangepast naar ‘gestolen’. Een andere suggestie is om fietsdiefstal te gaan beschouwen als een simpele diefstal (zoals winkeldiefstal), waartegen een geldboete opgelegd kan worden. Dat scheelt veel administratieve handelingen bij de politie en het Openbaar Ministerie. Dan wordt het volgens experts ook mogelijk om boa’s hierop in te zetten. Een hindernis in de aangifte is het vereiste dat het merk en framenummer vermeld moeten worden, anders wordt de aangifte volgens een expert uiteinde- lijk ook niet doorgezet naar het fietsdiefstalregister. Op zich is dit logisch volgens sommigen, omdat een zoektocht naar een gestolen ‘blauwe omafiets’ ondoenlijk is. Juist vanwege de omissies in het aangifteproces vinden veel experts het tijd 106 Fietsdiefstal in Nederland voor een nieuwe vorm: positieve registratie. Zij stellen voor om dan te beginnen met de duurdere fietsen die connected zijn. Positieve registratie Experts zien in het algemeen wel het nut hiervan, maar in de uitwerking daarvan ziet men veel obstakels. Een aandachtspunt dat naar voren wordt gebracht is bij- voorbeeld dat er momenteel veel goedkope fietsen zonder (uniek) framenummer vanuit het Verre Oosten geïmporteerd worden. Dit maakt positieve registratie onmogelijk. Sowieso verschilt de mening van experts over het nut van registra- tie op framenummer; velen vinden het achterhaald en zijn mede daarom alleen voor registratie van de duurdere fietsen die connected zijn. En de registratie met stickers onder de lak wordt in het algemeen als te fraudegevoelig beschouwd. Sowieso zul je volgens een expert moeten accepteren dat niet iedereen geregi- streerd wil staan; die gedachte leeft vooral bij de hard core fietsers. De kosten voor de registratie zijn een volgend obstakel. In het algemeen wordt door de experts aangenomen dat positieve registratie geen kans heeft als een consument daar apart voor moet gaan betalen; het moet eigenlijk al in de prijs verweven zitten. Een andere expert doet het voorstel voor korting van de verzekering als een fiets wordt geregistreerd. Alleen geeft deze expert tegelijker- tijd aan dat verzekeraars niet mee willen in het koppelen van registratie, vooral vanwege concurrentieoverwegingen. Er wordt volgens een expert bij positieve registratie momenteel veel gekeken naar de kentekenregistratie van de speed pedelecs, hoewel veel experts in het algemeen zeker niet zitten te wachten op deze registratie voor gewone fietsen en de e-bikes. Het doel van positieve registratie moet wel goed in de gaten gehouden worden: het gaat erom dat zoveel mogelijk partijen samenwerken door registra- tie-informatie met elkaar te delen. Een aantal experts is hier somber over, omdat de verschillende partijen verschillende belangen hebben. Een fabrikant wijst ook op het verschil op dit gebied tussen de A-merken en de importmerken: de eer- sten willen wel mee in de registratie-initiatieven, maar de rest meekrijgen blijft lastig. Een aantal experts ziet een ideaalmodel voor zich, waarbij al bij aankoop gegevens van fiets (via de fabrikant) gekoppeld worden aan de gegevens van de klant, zijn eventuele abonnement van de fietsstalling, de eventuele verzekering, Stopheling, et cetera. Een vraag van andere orde die experts opwerpen, is of accu's apart geregistreerd moeten worden. Hiervoor is wel de medewerking van de fabrikanten nodig, vooral de huidige grootaanbieders van accu's. Zij moeten de serienummers van de accu's namelijk verstrekken. Aanpak van fietsdiefstal 107 Opsporing door de politie De meeste experts zijn tevreden over de politie voor wat betreft het uitvoeren van opsporingsacties bij een diefstal op heterdaad. In de regel is de politie daarvoor bereid om direct opsporingshandelingen te verrichten. Een aantal experts geeft aan dat bij de opsporing snelheid cruciaal is; het tempo van handelen is belang- rijk, omdat een burger na een diefstal ‘vaak de dag erna alweer in de winkel staat voor een nieuwe fiets’. Daarentegen zijn de experts ronduit teleurgesteld in de beleidsmatige aanpak van de politie tegen fietsdiefstal, zeker nu de Nationale Politie heeft aangekon- digd geen prioriteit meer te geven aan fietsdiefstal. Wat dat laatste betreft zien de experts, soms met lede ogen, steeds meer initiatieven ontstaan om vermiste fiet- sen door private partijen op te sporen. Zo worden diverse voorbeelden genoemd, zoals de NS die jongeren inhuurt om vermiste fietsen op te sporen, een bevei- ligingsbedrijf om gechipte fietsen terug te vinden en boa’s die vermiste fietsen traceren. Technische hulpmiddelen Als het gaat om sloten op de fiets, lopen de meningen bij experts uiteen. Sommigen geven aan dat sommige sloten (nagenoeg) onkraakbaar zijn, maar anderen zijn van mening dat ieder slot te openen is door daders. Een aantal experts komt met het verwijt dat de beste sloten niet gepromoot worden, terwijl hier volgens hen kansen liggen. Ook wordt de nodige potentie gezien in elektro- nische sloten, hoewel deze nog niet perfect zijn (de batterij van het slot kan leeg- lopen, als het slot open gaat met de telefoon kan de telefoonbatterij net leeg zijn, et cetera). Daarnaast moeten verzekeraars kunnen zien dat een elektronisch slot daadwerkelijk op slot stond, bijvoorbeeld door middel van een logbestand. Verder wordt gesuggereerd dat startonderbrekers en vingerherkenning, die al in auto’s gebruikt worden, ook potentie zouden kunnen hebben voor (duurdere) fietsen. Een andere expert noemt ontwikkelingen die nog weinig gebruikt worden, zoals geofencing (alarm dat afgaat als een fiets buiten een bepaald gebied gaat) of een killslot (via de telefoon de motor van de fiets op afstand uitschakelen). Nagenoeg alle experts hebben een mening over het toepassen van track and trace op fietsen. Experts van particuliere partijen zouden graag zien dat er stan- daard traceertechniek in de fiets wordt ingebouwd. De fietsfabrikanten geven aan dat dat nu nog duur is, maar dat deze techniek vanaf 2024 standaard in fiet- sen verwerkt zal worden. Dan wordt door sommige experts ook gehoopt dat ver- zekeraars de eis gaan stellen dat verzekerden alleen nog een fiets met een chip 108 Fietsdiefstal in Nederland kunnen verzekeren. De mening over de huidige effectiviteit van track and trace verschilt tussen experts, vooral omdat de aantallen traceerbare fietsen nog te laag ligt. Een punt van aandacht is dat we in het onderzoek zeker vier track and trace- systemen hebben onderscheiden. Enkele experts die geen belang hebben bij deze systemen geven aan te hopen dat er uiteindelijk één landelijk systeem gebruikt zal gaan worden of dat er onderlinge verbinding tussen deze systemen gelegd zal worden via één overkoepelend registratiesysteem. Dief laat e-bike met digi-slot staan 21 augustus 2017 Fabrikanten van e-bikes hebben eindelijk een effectief wapen gevonden tegen de massale diefstal van dure elektrische fietsen. Van de eerste 6.000 e-bikes met gps- chip werd er niet één gestolen. De fietsindustrie zet vol in op het nieuwe wapen tegen diefstal. De digitale beveiliging is een grote slag in de wapenwedloop tussen fietsendieven en fabrikanten. Vorig jaar werd 10 procent van de 271.000 nieuwe e-bikes gestolen. Een fietsverzekeraar is zo overtuigd van de digitale beveiliging, dat de diefstalpre- mie voor de zogeheten smart e-bike maar 36 euro per jaar is. Eén jaar diefstalverze- kering voor een reguliere e-bike is vier keer zo duur. De fiets met gps en een ingebouwde gsm geeft de eigenaar een melding op de smartphone als iemand aan het fietsslot morrelt. Verdwijnt de fiets toch, dan is op de app tot op de meter nauwkeurig te zien waar de fiets staat. Bron: www.ad.nl Verzekeren Meerdere respondenten verwachten dat mensen voorzichtiger zullen omgaan met hun fiets omdat de aanschafprijs steeds hoger komt te liggen. De stijgende prijs van fietsen heeft volgens enkele experts dan ook invloed op het aantal ver- zekeringen dat wordt afgesloten, maar dit zou vooral voor de duurdere fietsen gelden. Een verzekeraar geeft aan dat 80 procent van de cliënten een verzekering wil voor zijn of haar e-bike; bij een normale fiets is dit 45 tot so procent. Ook zit er volgens hem een ontwikkeling in de duur van de verzekering. Eerst werden verzekeringen afgesloten voor vijf jaar, nu vinden klanten dit vaak te lang en te duur. Een andere ontwikkeling is dat steeds meer mensen ook fietsonderdelen Aanpak van fietsdiefstal 109 laten verzekeren, bijvoorbeeld accu's. Dit hangt sterk samen met de ontwikkeling dat onderdelen vaker gestolen worden. Een aantal experts geeft aan dat de betrokkenheid van verzekeraars bij fiets- diefstal anders vormgegeven zou moeten worden. Ook de verzekeraars zelf geven aan dat de financiële rek bij het vergoeden van gestolen fietsen, zeker voor de duurdere modellen, onder druk komt te staan. Een verzekeraar oppert daarom het idee om met een nieuw verzekeringssysteem te komen, waarbij juist ‘schade- vrije jaren’ beloond worden in plaats van een vergoeding van de nieuwwaarde na 3 tot 5 jaar. Een andere verzekeraar oppert het plan om een fietsverzekering op jaarbasis te betalen. Dit zou consumenten meer aanzetten tot bewuster preven- tief gedrag. De eis van een tweede slot om recht te hebben op een vergoeding na diefstal is volgens experts bij meerdere verzekeraars overwogen. Alleen blijkt dit niet te controleren, omdat dergelijke sloten niet vast zitten aan de fiets en het gebruik dus niet aan te tonen is. De keten Eerder is al aangegeven dat door experts getwijfeld wordt aan de inzet van de politie en dit een gemis is voor de ketenbrede aanpak. Een paar experts geven aan dat er mogelijkheden liggen voor een ketenbrede aanpak, maar dan moet wel aan een aantal voorwaarden worden voldaan: = Er moet een uniek nummer voor een fiets en een batterij voorhanden zijn; 1 Omdat de politie terugtreedt, zal een andere instantie (boa's, particu- liere beveiligingsbedrijven) voor de opsporing en terugbezorging van vermiste/gestolen fietsen aangewezen moeten worden; n= Er moet een registratiesysteem worden opgezet waarin partners rele- vante informatie kunnen plaatsen en delen. In dat geval moet een registratiesysteem slimmer aangeboden worden aan consumenten, bij- voorbeeld in de vorm van een ‘ja, tenzij-constructie’.”7 = Het stallen/de mogelijkheden tot vastzetten van fietsen moet nog meer gefaciliteerd worden. 110 Fietsdiefstal in Nederland n= De essentie voor een expert is dat er een aanpak gevonden wordt waar alle partijen wat in zien. Gelijk wordt aangegeven dat het lastig is om dit te realiseren, omdat er altijd wel minimaal een partij is die een belang heeft dat tegengesteld is aan de belangen van andere partijen. Toch moeten partijen belangenoverstijgend gaan denken, wil de aan- pak van fietsdiefstal succesvol worden. 6.5 Belangrijkste bevindingen uit dit hoofdstuk Hieronder staan in chronologische volgorde de belangrijkste bevindingen uit dit hoofdstuk vermeld. Deze bevindingen zijn opgehangen aan de voor de aan- pak benoemde thema’s preventie, registratie, repressie, compensatie, technische hulpmiddelen en de aanpak in de keten. n= _Preventie: pas wanneer consumenten zelf slachtoffer van fietsdiefstal zijn geworden, denken ze (meer) na over het veilig stallen van hun fiets en andere preventieve maatregelen. Indicatief is dat ze op de vraag naar aanpaksuggesties vooral kijken naar veiligheidsmaatregelen die door derden getroffen kunnen worden en minder naar wat ze zelf kunnen doen. Als consumenten verzekerd zijn, dan neemt het aantal andere preventieve maatregelen toe. Fietsfabrikanten en ‘derden’ zijn actief bezig met preventieve maatregelen. Daardoor is het onder ande- re mogelijk betere sloten te gebruiken, fietsen veilig te stallen (hoewel niet altijd), een fiets met chip te ‘connecten’ of track and trace op een fiets te plaatsen. Een aandachtspunt is wel dat er veel verschillende digitale systemen in omloop zijn en dat fietsstallingen soms beter beveiligd mogen worden. = Registratie: hierin is onderscheid te maken tussen ‘negatieve’ regi- stratie (aangifte na diefstal) en ‘positieve’ registratie (registreren van fietskenmerken, nog voor een fiets gestolen is). De omstandigheden rondom negatieve registratie lijken minder gunstig te worden. Zo is er geen framenummerverplichting, wijst onderzoek in Amsterdam uit dat ondanks het graveren van de fiets toch meer fietsen gestolen wor- den en is de mening van experts over de aangifte(bereidheid) meestal negatief. In tegenstelling tot wat slachtoffers vinden, geven experts aan dat het aangifteproces te lastig is en in de huidige tijd mogelijk achter- haald, ook omdat de politie weinig prioriteit aan fietsdiefstal geeft. Op Aanpak van fietsdiefstal 111 het gebied van positieve registratie zijn er veel ontwikkelingen, vooral omdat een aanzet gegeven wordt om aan te haken bij ‘connected’ fiet- sen (vaak de duurdere e-bikes). Toch zijn er nog de nodige obstakels, omdat verschillende partijen diverse initiatieven ontplooien en ver- splintering dreigt. n= Repressie: slachtoffers doen weinig aangifte van fietsdiefstal omdat ze niet de meerwaarde zien in de vorm van opsporing door de politie. Uit de Veiligheidsmonitor 2019 blijkt ook dat het aangiftepercentage onder slachtoffers is gedaald van 17,1 procent in 2012 naar 14,2 procent in 2019. Ook het opsporingspercentage ligt laag en bedraagt 3,7 pro- cent van alle aangiften. Via andere kanalen, bijvoorbeeld Stopheling en het Digitaal Opkopersregister, is dit percentage nog wat te verho- gen. De politie heeft ook in januari 2020 aangekondigd geen capaciteit meer beschikbaar te stellen voor een landelijke gezamenlijke aanpak van fietsdiefstal, tot teleurstelling van zeer veel experts. Deels worden opsporingsactiviteiten al overgenomen door beveiligingsbedrijven en boa's, hoewel de laatsten hiervoor geen bevoegdheid hebben, uitzonde- ringen daargelaten. Daarentegen zijn partijen in de regel tevreden over de politie als het om fietsdiefstal op heterdaad gaat. mn Compensatie (fiets verzekeren): Volgens de experts neemt het aan- tal verzekerde fietsen toe, hetgeen ook verklaard kan worden door steeds meer dure e-bikes. Volgens hen zorgt een verzekering voor een te gemakzuchtige houding van consumenten, omdat de nieuwwaarde na 3 tot 5 jaar vergoed wordt. Verzekeraars geven ook aan dat het ver- zekeren van steeds duurdere fietsen bedrijfstechnisch steeds minder interessant wordt en dat er mogelijk toegewerkt moet worden naar een ander verzekeringsmodel (bijvoorbeeld no-claim of eigen risico). n= Technische hulpmiddelen: de ontwikkelingen op technisch gebied gaan snel. Chips in fietsen, track and trace, bewegingsmelders en start- onderbrekers zijn enkele voorbeelden hiervan. Ook worden sloten steeds beter en zijn er diverse ontwikkelingen die ondersteunend zijn voor een nieuwe vorm van registratie, zowel voor positieve (registreren fietskenmerken) als negatieve registratie (melden dat fiets gestolen is). Dergelijke registratievormen hebben baat bij input van zoveel mogelijk ketenpartners, om de vindbaarheid van vermiste fietsen te bevorderen. 112 Fietsdiefstal in Nederland De experts zijn verdeeld over de technische hulpmiddelen; er zijn voor- standers van bepaalde hulpmiddelen, maar anderen zien ook nadelen, bijvoorbeeld hoge kosten, en twijfelen over de effectiviteit. = Ketenaanpak en combinaties van maatregelen: uit de literatuur komt naar voren dat een gemeenschappelijke aanpak met meerdere maat- regelen het beste werkt tegen fietsdiefstal. De experts vrezen anders ook dat de verschillende belangen van partijen contrair werken en voor versnippering van de aanpak zorgen. Alleen geven veel experts aan centrale regie vanuit de landelijke overheid en de terugtrekkende coör- dinerende rol vanuit de politie te missen. Eindnoten 1. __ Centrum Fietsdiefstal, 6 oktober 2014. 2. _ Zie bijvoorbeeld ook www.stichtingart.nl, een site die een test voor fietssloten faciliteert. 3. _ Fietsersbond, r november 2017. 4. _NieuwsFiets.nu, 23 mei 2020. 5. _ Centrum Fietsdiefstal, 27 januari 2020. 6. _RTL Nieuws, 27 januari 2020. 7. _ De Volkskrant, 27 december 2018. 8. Centrum Fietsdiefstal, 11 april 2013. 9. Centrum Fietsdiefstal, 23 augustus 2013. io. Hetzelfde geldt voor weesfietsen, maar dit is geen onderwerp van onderzoek. 11. Een voorbeeld hiervan zijn de al eerder genoemde boa's die een met track and trace uitgeruste fiets opsporen. Formeel is een boa Domein 1 niet bevoegd om fietsen op te sporen, maar zijn specifiek door het OM aangewezen boa’s in het kader van een pilot hiervoor geautoriseerd. 12. Het volgende motto staat op de homepage van S.A.F.E.: volgens S.A.F.E. hebben de overheid, de industrie, verzekeraars, maatschappelijke organisaties en de kennisinstellingen een gezamenlijke verantwoordelijkheid om fietsdiefstal te voorkomen en te bestrijden. De Stichting ziet het als haar taak om deze partijen met elkaar te verbinden, samenwerking te faciliteren en te stimuleren, vroegtijdig trends te signaleren, en thema’s te agenderen. 13. Centrum Fietsdiefstal is een samenwerking tussen het CCV en S.A.F.E. Bron: centrumfietsdief- stal.nl/gemeente/stappenplan. De andere stappen zijn projectorganisatie, probleeminventarisatie, plan van aanpak, maatregelen, evaluatie en borging. 14. Het gaat zowel om slachtoffers van fietsdiefstal als om niet-slachtoffers. 15. Dit lage percentage zal ook terug te voeren zijn op het nog relatief kleine aantal respondenten wiens elektrische fiets is gestolen. 16. De multivariate analyse die hier wordt gebruikt is een multiple regressie-analyse. 17. Voor verstedelijking wordt geen verschil gevonden in de mate waarin preventieve maatregelen worden genomen door slachtoffers: iemand uit een grote stad doet er volgens het analysemodel Aanpak van fietsdiefstal 113 net zoveel aan dat zijn of haar fiets niet gestolen wordt als iemand uit een dorp. Ook wat betreft de dagelijkse bezigheid worden geen (significante) verschillen gevonden. 18. Het verschil is significant op niveau p kleiner of gelijk aan .o5. 19. Het verschil is significant op niveau p kleiner of gelijk aan .o5. 20. Dit is gedaan met behulp van multiple regressie-analyse. Zie bijlage 4. 21. Dit is gedaan met behulp van logistische regressie-analyse. Zie bijlage 4. 22. Er kwamen geen suggesties voor die door 10 of 11 respondenten zijn gegeven. Vandaar dat de grens van 12 is gekozen. 23. Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid, n.b. 24. Algemeen Dagblad, 11 maart 2020 25. Algemeen Dagblad, 11 maart 2020 26. NU.nl, 1 juni 2016. 27. Een gegeven suggestie is om het besef onder consumenten te laten groeien dat fietsdiefstal geen ‘sexy’ onderwerp is. Er moet bij voorkeur een systeem ontwikkeld worden waarin burgers worden gestimuleerd om een preventieve actie in te zetten. Een suggestie die gedaan is om bijvoorbeeld de kosten van een weggesleepte fiets te verminderen voor burgers die hun fiets hebben geregistreerd en/of voorzien van track and trace. 114 Fietsdiefstal in Nederland Geraadpleegde bronnen Literatuur ANWB (2018). Feiten rond fietsdiefstal 2018. Baljet, P., Onkenhout, H. & Vlek, O. (2018). Ontwikkelingen rondom fietsdief- stal in Nederland. Een kwantitatief onderzoek onder ANWB-leden in opdracht van de ANWB. Amsterdam: Ruigrok NetPanel. Berhitu, B. en Vollaard, B. (2017). Lokfietsen schrikken fietsdieven af. Verkre- gen op 18-04-2019 via www.ccv-secondant.nl/platform/article/lokfietsen- schrikken-fietsdieven-af. Braga, A, Turchan, B., Papachristos, A. en Hureau, D., (2019). Hot spots policing of small geographic areas effects on crime. In: Campbell Systematic Reviews. 2019;15:e1046. CBS (2018). Veiligheidsmonitor 2017. Den Haag: CBS. CBS (2019). Geregistreerde diefstallen; diefstallen en verdachten, regio. Verkre- gen op 17-04-2019 via www//statline.chs.nl/Statweb/publication/?DM=SL NL&PA=8365INED&Dr1=0,3,5&D2=0&D 3-1&D4=0&D5=a&HDR=G4,G3,GI T&STB=G28VWET. CBS (2020). Veiligheidsmonitor 2019. Den Haag: CBS. CCV (2013). Trends in handhaving en toezicht. In: Secondant, December 2013, 27, 6. Utrecht: CCV. Chen, P., Liu, Q., & Sun, F. (2018). Bicycle parking security and built en- vironments. Transportation research part D: transport and environment, 62, 169-178. Geraadpleegde bronnen 115 Cohen, L. E., & Felson, M. (1979). Social change and crime rate trends: A routine activity approach. American sociological review, 588-608. Dessens, C. (2013). Framenummerverplichting. Brief aan minister Schultz van Haegen, 10 oktober 2013. Den Haag: Stuurgroep Aanpak Fietsdiefstal. Ferwerda, H., Ham, T. van, Scholten, L. & Jager, D. (2016). Focus op heling. Een onderzoek naar het functioneren van de helingmarkt, het beleid tegen en de gevolgen van heling. Arnhem: Bureau Beke. Gemeente Barneveld (2018). Pilot aanpak fietsdiefstal. Barneveld: gemeente Barneveld. Ham, T. van & H. Ferwerda (2017). De publiek-private aanpak van mobiel banditisme. Een verkenning van de mogelijkheden voor 2017-2018. Bureau Beke, Arnhem. Hendriks, R., Louwerse, K. & Tetteroo, E. (2016). Agenda Fiets 2017-2020. Utrecht: Tour de Force. Homburg, G., (2013). Ex ante evaluatie framenummerverplichting. Amster- dam: Regioplan. Johnson, S. D., Sidebottom, A, & Thorpe, A. (2008). Bicycle theft. Washing- ton, DC: US Department of Justice, Office of Community Oriented Polic- ing Services. Koninklijke RAI Vereniging (2018). Feiten en cijfers. Fietsen 2018. Levy, J. M., Irvin-Erickson, Y., & La Vigne, N. (2018). A case study of bicycle theft on the Washington DC Metrorail system using a Routine Activities and Crime Pattern theory framework. In: Security Journal, 311), 226-246. Mburu, L. W., & Helbich, M. (2016). Environmental risk factors influencing bicycle theft: a spatial analysis in London, UK. In: PLoS one, 11(9), 1-19. Ministerie van Infrastructuur en Milieu (2013). Gratis bewaakte fietsenstall- ingen. Den Haag. Onkenhout, P., Vlek, O. en Peters, W. (2013). Fietsendiefstal: een kwantitatief onderzoek onder ANWB-leden naar het onderwerp fietsendiefstal. Den Haag: ANWB. 116 Fietsdiefstal in Nederland RAI Vereniging (2020). Fietsdieven krijgen vrij spel. Persbericht. Amsterdam: RAI Vereniging. Ridder, J. de, Kok, A, Maat, R. van de en Leenheer, M., (2020). Fietsdiefstal- bestrijding. Onderzoeksrapport. Deelonderzoek Amsterdam Fietsstad. Amster- dam: Rekenkamer Metropool Amsterdam. Sidebottom, A, Thorpe, A. & Johnson, S. D. (2009). Using targeted publicity to reduce opportunities for bicycle theft: A demonstration and replication. In: European Journal of Criminology, 6(3), 267-286. Stichting BOVAG-RAI Mobiliteit (2019). Kerncijfers. Tweewielers 2019. Stichting BOVAG-RAI Mobiliteit (2020). Kerncijfers. Tweewielers 2020. Yavari, M., Van Vuure, M en Van Boggelen O. (2018). Verkenning Living Lab Dynamisch Anoniem Fietsregister Utrecht. Utrecht: Tour de Force. Van Dijk, J.J. M., Van Kesteren, J. & Smit, P. (2007). Criminal victimisation in international perspective: Key findings from the 2004-2005 ICVS and the EU ICS. Den Haag: Boom Juridische Uitgevers. Van Lierop, D., Grimsrud, M., & El-Geneidy, A. (2015). Breaking into bicycle theft: Insights from Montreal, Canada. In: International Journal of Sustain- able Transportation, 9(7), 490-501. Geraadpleegde websites Accell Group (n.b.). Stakeholderinterview aanpak fietsendiefstal. Ger- aadpleegd via: http://annualreport2017.accell-group.com/docs/Accell_ AR_2017/index.php?nr=65&r_code=Accell _AR_2017 Algemeen Dagblad (2020, 11 maart). Pas op: diefstal e-bike stijgt explosief. Geraadpleegd via: https://www.ad.nl/auto/pas-op-diefstal-e-bike-stijgt- explosief va2e36d67/ Alles over Sport (2019, 21 november). Wat zijn de medische kosten van sportblessures? Geraadpleegd via: https://www.allesoversport.nl/artikel/ wat-zijn-de-medische-kosten-van-sportblessures/ Geraadpleegde bronnen 117 AT5 (2020, 31 maart). Tegen landelijke trend in: aantal fietsendiefstallen Amsterdam stijgt. Geraadpleegd via: https://www.ats.nl/artikelen/201022/ tegen-landelijke-trend-in-aantal-fietsendiefstallen-amsterdam-stijgt Beveiligingsnieuws.nl (2018, 16 mei). Aantal aangiften fietsendiefstal met 20 procent gedaald. Geraadpleegd via: https://beveiligingnieuws.nl/nieu- ws/aantal-aangiften-fietsendiefstal-met-20-procent-gedaald BOVAG (2020, 28 februari). Verkoop elektrische fietsen blijft groeien. Geraadpleegd via: https://mijn.bovag.nl/actueel/nieuws/2020/februari/ verkoop-elektrische-fietsen-blijft-groeien Centrum Fietsdiefstal (2013, 11 april). ANWB: Consument kent zijn fiets niet. Geraadpleegd via: https://centrumfietsdiefstal.nl/nieuws/artikel/ anwb-consument-kent-zijn-fiets-niet Centrum Fietsdiefstal (2013, 23 augustus). Framenummerverplichting fietsen van de baan. Geraadpleegd via: https://centrumfietsdiefstal.nl/ nieuws/artikel/framenummerverplichting-fietsen-van-de-baan Centrum Fietsdiefstal (2014, 6 oktober). Anti-fietsdiefstalactie in Hoeve- laken. Geraadpleegd via: https://centrumfietsdiefstal.nl/nieuws/artikel/ anti-fietsdiefstalactie-in-hoevelaken Centrum Fietsdiefstal (2020, 27 januari). Fiets gestolen? Ga naar Pepper! Geraadpleegd via: https://centrumfietsdiefstal.nl/nieuws/artikel/fiets- gestolen-ga-naar-pepper Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (n.b.). Digitaal Op- kopers Register (DOR). Geraadpleegd via: https://hetccv.nl/onderwerpen/ heling/digitaal-opkopers-register-dor/ De Gelderlander (2020, 2 maart). Hoe bescherm je de accu van je e-bike? Denk eens aan je kluis! Geraadpleegd via: https://www.gelderlander.nl/ arnhem/hoe-bescherm-je-de-accu-van-je-e-bike-denk-eens-aan-de-klu- is>aa120e30/ De Volkskrant (2018, 27 december). Sticker met framenummer maakt het professionele fietsendieven te gemakkelijk, vindt Fietsersbond. Geraadpleegd via: https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/ sticker-met-framenummer-maakt-het-professionele-fietsendieven-te- 118 Fietsdiefstal in Nederland gemakkelijk-vindt-fietsersbondb1g8d81d/?utm_campaign=shared_ earned&utm _medium=social&utm _source=email EenVandaag (2017, 14 december). Merkfiets prooi voor bendes: miljoenen- schade door inbraakgolf. Geraadpleegd via: https://eenvandaag.avrotros. nl/item/merkfiets-prooi-voor-bendes-miljoenenschade-door-inbraakgolf/ FAQT (2019, 18 oktober). Verkeersongelukken kosten Nederland 600 mil- joen per jaar. Geraadpleegd via: http://www.fagt.nl/recent/verkeersonge- lukken-kosten-nederland-600-miljoen-per-jaar/ Fietsberaad CROW (2020, 22 mei). Gaan we inderdaad meer fietsen in het post-corona tijdperk? Geraadpleegd via: https://www.fietsberaad.nl/Ken- nisbank/Gaan-we-inderdaad-meer-fietsen-in-het-post-corona Fietsersbond (2017, 1 november). Stalling bij station vaak vol. Geraad- pleegd via: https://www.fietsersbond.nl/nieuws/stalling-station-vaak/ Fietsersbond (2018, 11 december). Grote fabrikanten houden vast aan fraudegevoelige framenummers. Geraadpleegd via: https://www.fietsers- bond.nl/nieuws/fietsendieven-katten-systematisch-fietsen-om/ Fietsersbond (n.b. a). Tien punten voor de Nederlandse fietser. Geraad- pleegd via: https://www.fietsersbond.nl/ons-werk/tien-punten-voor-de- nederlandse-fietser/ Fietsersbond (n.b. b). Feiten en cijfers over fietsdiefstal. Geraadpleegd via: https://www.fietsersbond.nl/onderweg/fietsdiefstal/feiten-en-cijfers- over-fietsdiefstal/ Fietsnetwerk.nl (n.b.). Start campagne Stop fietsdiefstal. Geraadpleegd via: https://www.fietsnetwerk.nl/actueel/start-campagne-stop-fietsdiefstal/ Fietssport (2017, 2 maart). Fietsendiefstal. Geraadpleegd via: https://www. fietssport.nl/magazine/materiaal/fietsendiefstal NieuwsFiets.nu (2020, 23 mei). Gaat de fiets zelf zijn eigen onderhoud betalen? Geraadpleegd via: https://nieuwsfiets.nu/2020/05/23/gaat-de- fiets-zelf-zijn-eigen-onderhoud-betalen/ NU.nl (2016, 1 juni). Meer mensen aangehouden voor stelen lokfiets. Ger- aadpleegd via: https://www.nu.nl/binnenland/4270950/meer-mensen- aangehouden-stelen-lokfiets.html Geraadpleegde bronnen 119 NU.nl (2019, 25 juli). Goed jaar voor de appel, perenoogst valt wat tegen. Geraadpleegd via: https://www.nu.nl/economie/5970400/goed-jaar-voor- de-appel-perenoogst-valt-wat-tegen.html NU.nl (2020, 15 juni). Vraag naar fietsen is hoog, aanbod neemt juist af. Geraadpleegd via: https://www.nu.nl/economie/6057806/vraag-naar- fietsen-is-hoog-aanbod-neemt-juist-af.html RTL Nieuws (2020, 27 januari). Fietsendiefstallen zelden opgelost: zo zit het in jouw gemeente. Geraadpleegd via: https://www.rtinieuws.nl/nieu- ws/nederland/artikel/4999926/diefstal-fiets-gestolen-politie-misdaad- oplossingspercentage Tweewieler (2019, 20 september). Europese verkopen e-bikes schieten omhoog. Geraadpleegd via: www.tweewieler.nl/elektrische-fietsen/nieu- ws/2019/o9/europese-verkopen-e-bikes-schieten-omhoog-10139631 120 Fietsdiefstal in Nederland Bijlagen 122 Fietsdiefstal in Nederland Bijlage 1 — lijst met respondenten Verzekeraars Kingpolis Erik Meuken Allianz Coby Tetteroo Wim Meijer ENRA Douwe Boeijenga ZLM Naomi Priem Industrie Accell Group Marco Kalden Gazelle Huub Lamers Pon Raymond Gense AXA Ralph Prins Swapfiets Joeri de Graaf RAI Sacha Boedijn FRIS recovery Peter van den Brink Perfect View Cas Degen Retail Dynamo Retail Group Maarten de Vos Consumentenorganisaties ANWB Jeanette van ‘t Zelfde Fietsersbond Piet van der Linden Kees Bakker Overheid en aanverwant Prorail Folkert Piersma NS Roberto Tacke RDW Bas Timmermans CCV Colin Voetee Marike van Deventer Min. J&V Martin Donker Jaap de Waard Ivoline van Erpecum Min. I&W Bert Zinn CROW Otto van Boggelen Fietsdepots Amsterdam Pieter Berkhout Utrecht Pieter Mosterd Bijlagen 123 Gemeenten Utrecht David de Kramer Marjolein Mak Barneveld Dirk Klein Dordrecht Hermien Janssens Daimy Lingen Amsterdam Ria Hilhorst Bestuur S,A.F.E. Guus Wesselink Ellen Verbeem Bert Gelling Peter van den Brink Jeroen Snijders Blok Directeur Mojgan Yavari Fietshandelaren Wels2wielers Robin Wels Bink fietsen Stefan Van de Bink Freek’s fietsenmakerij Freek Philipse Politie Ron Willemsen Jeroen Rothengatter Werkbezoeken Swapfiets Joeri de Graaf Lokfietsen Aad Verouden Roelof Veenstra Depot Haaglanden Aad Verouden Roelof Veenstra Overige Politie Audy Nettekoven Politie Jaap Korevaar Politie William van der Valk Politie Sybren van der Velden Politie Martin Stomp 124 Fietsdiefstal in Nederland Bijlage 2 — topiclijst (groeps)interviews In het onderzoek staat de volgende vraagstelling centraal: “Wat zijn de omvang, kenmerken, ontwikkelingen en verschijningsvormen van fietsdiefstal in het alge- meen en de mate van georganiseerdheid in het bijzonder (daders en modus ope- randi), wat is de impact van fietsdiefstal op slachtoffers en welke kansen zijn er voor de aanpak (preventie en repressie)?’ Aard en omvang van fietsdiefstal = Neemt het aantal fietsdiefstallen daadwerkelijk af, zoals hierboven aangegeven, of neemt het dark number alleen maar toe? 1 Zijn bepaalde typen fietsen populairder om te stelen dan andere? Zit daar een ontwikkeling in? 1 Zijn bepaalde gebieden/steden populairder dan andere? Zit daar een ontwikkeling in? Dadergroepen n Welke verschillende dadergroepen zijn te herkennen? Dit opgedeeld naar eenlingen/groepen n Welke verschillende dadergroepen zijn te herkennen. Dit opgedeeld naar land van herkomst, leeftijd, et cetera m_Zijn er ontwikkelingen in deze achtergrondkenmerken van dadergroe- pen? Slachtoffers = Zijer bepaalde typen slachtoffers aan te geven? n= Verandert het type slachtoffers door de jaren heen? 1 Zijn er ontwikkelingen rondom slachtoffers op te tekenen, bijvoorbeeld wat betreft maatregelen die zij treffen? n= Hoe staat het met de aangiftebereidheid onder slachtoffers? Is dit toe- of afnemend? Bijlagen 125 Modus operandi = Wat zijn de (meest voorkomende) modus operandi? = _Ziter verschil in deze modus, al naar gelang de aard van de fietsen? = Komen er nieuwe modus operandi bij? En vallen er mo af? Aanpak van fietsdiefstal n Welke aanpak wordt momenteel voornamelijk ingezet. Splits dit uit naar politie/OM/fietsbond/et cetera. mn Ziter een ontwikkeling in de aanpak bij de hierboven genoemde part- ners? = _Volstaat de aanpak die momenteel gekozen wordt? n Welke aanpak is effectief en welke aanpak juist niet? n= Welke aanpak mist? n _ Welke nieuwe ideeën leven er voor succesvolle aanpak? 126 Fietsdiefstal in Nederland Bijlage 3 — nationale survey fietsdiefstal Help mee om fietsdiefstal terug te dringen Fietsdiefstal is een vervelend bijverschijnsel van de grote aantallen — steeds duur- dere — fietsen die in ons land in omloop zijn. Dat is de reden dat de Stichting Aanpak Fiets- en E-bikediefstal (S.A.F.E.) aan Bureau Beke uit Arnhem heeft gevraagd om een onderzoek naar de aard, omvang en aanpak van fietsdiefstal in Nederland uit te voeren. Voor dit onderzoek willen we ook ervaringen verzamelen en informatie optekenen van personen die in 2019 het slachtoffer zijn geworden van fietsdiefstal. Uw antwoorden worden vertrou- welijk behandeld en zijn niet naar uw persoon te herleiden. 1. Hoeveel fietsen heeft u voor uzelf in bezit? (Het gaat bij deze vragen niet om huur-of leasefietsen. Daar komen we later in deze vragenlijst op terug) mj: 2 3 LJ Meer [] Geen 2. Watis de winkelprijs van deze fiets ongeveer? (Geef een afgerond bedrag, Het gaat bij deze vragen niet om huur-of leasefietsen. Daar komen we later in deze vragenlijst op terug) ___ euro 3. _Watisde winkelprijs van uw beste fiets ongeveer? (afgerond bedrag) (Het gaat bij deze vragen niet om huur-of leasefietsen. Daar komen we later in deze vragenlijst op terug) ___ euro 4, Hoe probeert u fietsdiefstal te voorkomen? Geef uw mening over de volgendestellingen. Kies het toepasselijke antwoord voor elk onderdeel: Dit doe ik/Dit doe ik niet DJ Ik denk na over waar ik mijn fiets neerzet Bijlagen 127 DD Ik geef geld uit voor een goed extra slot of goede extra sloten op mijn fiets LI Als het kan, zet ik mijn fiets buiten ergens aan vast [ Als het kan, stal ik mijn fiets binnen LJ] Ook als ik mijn fiets thuis (tuin, schuur) binnen heb staan, zet ik deze op slot LI Ik betaal graag iets voor het stallen van mijn fiets DJ Ik bewaar de kenmerken (zoals het framenummer) van mijn fiets DD Ik laat mij door de fietsverkoper informeren over diefstalpreventie DI] Ik neem de accu van mijn elektrische fiets altijd mee om diefstal te voorkomen 5. Hoeveel fietsen zijn er in 2019 van u gestolen? (Laat eventuele huur-of leasefietsen buiten beschouwing) LI 0 Lr 2 TI 3 [] Meer 6. _Welktype fietsen zijn van u in 2019 gestolen? LJ] Gewone fiets, toerfiets of stadsfiets L] Randonneur, hybride of trackingbike LT] Racefiets [L] Mountainbike DO Speed Pedelec DO Kinderfiets 7. Gaat het bij minimaal een van de gestolen fietsen om een elektrische fiets? LL] Nee DI] Ja 8. Kunt u per gestolen type fiets aangeven of het om een elektrische gaat? LJ Gewone fiets 128 Fietsdiefstal in Nederland LO Toerfiets of stadsfiets L Randonneur, hybride of trackingbike L] Racefiets [] Mountainbike LJ Kinderfiets DO Speed Pedelec 9. Wat is met betrekking tot de schade voor u van toepassing? (Neem de schade van de beste fiets als uitgangspunt als meerdere fietsen zijn gestolen) DJ Ik had geen schade want de diefstal van mijn fiets werd geheel gedekt door mijn LI verzekering DJ Ik had schade door de diefstal van mijn beste fiets en die werd deels gedekt door LD] mijn verzekering DD Ik had schade door de diefstal van mijn beste fiets en die werd niet gedekt door L] mijn verzekering 10. Wat was uw eigen schade? (Het door de verzekering vergoede bedrag niet meenemen) ___-_ euro 11. Waar vond de laatste fietsdiefstal plaats? TO In het stadscentrum DD In een winkelgebied LJ Bij een bus-of treinstation 0 Voor mijn huis/uit mijn tuin DJ Uit mijn schuur/garage D Uit mijn huis Overige 12. Hoe werd deze fiets gestolen? L] Dat weet ik niet LJ] Gewoon meegenomen, want ik had hem niet op slot staan 0 Waarschijnlijk is het hangslot doorgeknipt Bijlagen 129 DO Waarschijnlijk is het fietsslot geforceerd/doorgezaagd DJ De fiets is waarschijnlijk opgetild en meegenomen [] Overige 13. Welke impact heeft de laatste diefstal van de fiets op u gehad? LD] Geen impact, een fiets is maar een ding L] Emotioneel ] Financieel LT Anders 14. _Wiltu uw antwoord toelichten? Vul uw antwoord hier in: 15. Heeft u aangifte van de laatste fietsdiefstal bij de politie gedaan? Laat eventuele huur-of leasefietsen buiten beschouwing) DD] Ja DT Nee 16. Hoe deed u aangifte? DJ Op een politiebureau LD] Via het internet 17. Wat vond u van het doen van deze aangifte? 18. Waarom heeft u deze aangifte gedaan bij de politie? [] Omdat ik het doen van aangifte belangrijk vind DJ Omdat ik wil dat de dader gepakt/gestraft wordt [] Omdat dit een voorwaarde was van mijn verzekeraar Overige Ruimte voor andere opmerkingen betreffende de aangifte: 19. Wat vond u van het doen van deze aangifte? LT Makkelijk _[J Neutraal [] Moeilijk Duidelijk [] Neutraal [] Onduidelijk LJ Ging snel LJ Neutraal [] Duurde lang 130 Fietsdiefstal in Nederland 20. Hoetevreden u bent over de manier waarop de politie uw aan gifte heeft opgenomen? (ris zeer ontevreden t/m 1o is zeer tevreden) Wilt u uw antwoord toelichten? 21. Hoetevreden bent u over de afhandeling (bv. opsporing en terugkoppeling) van uw aangifte door de politie? (ris zeer ontevreden t/m 10 is zeer tevreden) Wilt u uw antwoord toelichten? 22. Waarom heeft u geen aangifte van de laatste fietsdiefstal bij de politie gedaan? (Meerdere antwoorden mogelijk) DJ Het was te veel moeite om online aangifte te doen D Het was te veel moeite om op het politiebureau aangifte te doen ] De waarde van de fiets was laag DD Ik had de kenmerken (zoals het framenummer) van mijn fiets niet Aangifte doen heeft toch geen zin Wilt u uw antwoord toelichten? 23. Wiltu aangeven of u in 2019 gebruik gemaakt heeft van een van de onderstaande opties? LJ OV-fiets [] Swapfiets LJ] Leasefiets DJ Geen gebruik gemaakt van bovenstaande opties 24. Iserin 2019 een huur-of leasefiets van u gestolen? (Wilt u aangeven of u in 2019 gebruik gemaakt heeft van een van de onderstaande opties?) LL] Nee LI Ja,1 LD Ja, meer dan 1 25. Waar werd(en) de huur-of leasefiets(en) gestolen? (Meerdere antwoorden mogelijk) DD In het stadscentrum DJ In een winkelgebied 0 Bij een bus-of treinstation Bijlagen 131 0 Voor mijn huis/uit mijn tuin DJ Uit mijn schuur/garage LJ Uit mijn huis [] Overige: 26. Hoe werd(en) deze huur-of leasefiets(en) gestolen? Kies alle voor u geldende mogelijkheden: L] Dat weet ik niet DT] Gewoon meegenomen, want ik had hem niet op slot staan DO Waarschijnlijk is het hangslot doorgeknipt DO Waarschijnlijk is het fietsslot geforceerd/doorgezaagd [] De fiets is waarschijnlijk opgetild en meegenomen Overige: 27. Waar werd(en) de huur- of leasefiets(en) gestolen? DD (Meerdere antwoorden mogelijk) DO In het stadscentrum DD In een winkelgebied L] Bij een bus-of treinstation LD Voor mijn huis/uit mijn tuin DJ Uit mijn schuur/garage 0 Uit mijn huis 28. Hoe werd deze fiets gestolen? LJ Dat weet ik niet DT] Gewoon meegenomen, want ik had hem niet op slot staan DO Waarschijnlijk is het hangslot doorgeknipt DO Waarschijnlijk is het fietsslot geforceerd/doorgezaagd [] De fiets is waarschijnlijk opgetild en meegenomen 29, Welke impact heeft de diefstal van de fiets op u gehad? [] Geen impact, een fiets is maar een ding LI Emotioneel LD] Financieel LJ Anders Wilt u uw antwoord toelichten? 132 Fietsdiefstal in Nederland 30. Zijn erin 2019 wel eens onderdelen van uw (huur)fiets gestolen? DI Nee [] Ja 31. Welk onderdeel werd van uw (huur)fiets gestolen? (Meerdere antwoorden mogelijk) LI Accu van elektrische fiets 0 Verlichting Zadel LI] Fietstas [ Overige: De volgende vragen zijn voor ons van belang om een profiel van de deelnemers aan deze vragenlijst te kunnen maken. 32. Watis uw leeftijd? ____ jaar 33. Watis uw geslacht? LJ Man LT] Vrouw L] Anders 34. Watis uw voornaamste dagelijkse bezigheid? 0 Ik werk TD Ik studeer DD] Ik ben gepensioneerd LD Ik heb (tijdelijk) geen werk Overige: 35. Wat zijn de vier cijfers van uw postcode? 36. Heeft u opmerkingen of ideeën voor de aanpak van fietsdiefstal dan kunt u die hieronder invullen. Vul uw antwoord hier in: Bijlagen 133 Verzoek We willen graag een kort telefoongesprek met een aantal slachtoffers van fiets- diefstal hebben, op een moment dat het u uitkomt. Uw informatie wordt ano- niem verwerkt en alleen voor dit onderzoek gebruikt. Wilt u hieraan meedoen? Vul dan hieronder uw mailadres en/of telefoonnummer in. Telefoon: E-mailadres: Dit is het einde van de vragenlijst. Dank u wel! Als u iemand kent waarvan in 2019 zijn of haar fiets gestolen is, wilt u deze per- soon dan wijzen op ons onderzoek? 134 Fietsdiefstal in Nederland Bijlage 4 — logistische regressie-analyse voor het doen van aangifte fout fout Geslacht Vrouw (referentie) Man -0,575* 0,144 -0,572* 0,151 Verstedelijking Gemeente in G4 -0,811* 0,167 -0,775* 0,172 Gemeente in G25 -0,391 0,207 -0,481* 0,218 Andere gemeente (referen- tie) Dagelijkse bezigheid Werk (referentie) Studie -0,581* 0,193 -0,545* 0,198 Met pensioen 0,39 0,401 0,488 0,432 Werkloos -0,725* 0,35 -0,46 0,358 Andere dagelijkse bezigheid 0,396 0,39 0,521 0,395 Winkelprijs fiets Minder dan € 100 (referentie) € 100 tot € 500 0,364 0,268 0,395 0,278 € 500 tot € 1.000 1,417* 0,281 1,320* 0,292 € 1.000 tot € 2.000 1,351* 0,315 1,254* 0,33 € 2.000 of meer 2,038* 0,413 1,714* 0,43 Bijlagen 135 Verschenen in de Bekereeks 2008 2010 Ambtscriminaliteit aangegeven? Tot de dood ons scheidt Een onderzoek naar het opvolgen van en kennis Een onderzoek naar de omvang en kenmerken over de wettelijke verplichting tot aangifte van van moord en doodslag in huiselijke kring artikel 162 Sv misdrijven Kwetsbaar beroep Verborgen problemen Een onderzoek naar de prostitutiebranche in Een onderzoek naar (de aanpak van) criminaliteit Amsterdam onder Antillianen in Nederland Cameratoezicht in beweging Bont en Blauw Ervaringen met nieuwe vormen van Een onderzoek naar de strafrechtelijke cameratoezicht bij de Nederlandse politie behandeling van geweldszaken tegen politieambtenaren en de bejegening van 2011 slachtoffers daarvan door de politie en het Los van drank openbaar ministerie Procesevaluatie Haltafdoening Alcohol Uitstel van behandeling? Lastige verhalen Een verkennend onderzoek naar TBS-gestelden Een exploratief onderzoek naar valse aangiften van met en zonder een combinatievonnis en de zedenmisdrijven door meisjes van 12-18 jaar mogelijke effecten van detentie Wapenfeiten 2009 Een onderzoek naar overvallen en overvallers in Nijmegen Huwelijksdwang: Een verbintenis voor het leven? Snelle jongens Een verkenning van de aard en aanpak van Een onderzoek naar drugsrunners en daaraan gedwongen huwelijken in Nederland gerelateerde problematiek in Limburg-Zuid Inpakken niet nodig 2012 Een profiel van straatroven en straatrovers in Almere De schade hersteld? Een onderzoek naar herstelbemiddeling bij Back on Track? jeugdige delinquenten in Vlaanderen Een evaluatieonderzoek naar de onthemende projecten van de Bijzondere Jeugdbijstand in Onder Controle? Vlaanderen Een procesevaluatie van de gedragsinterventie ‘Korte Leefstijltraining voor verslaafde CoVa volgens plan? justitiabelen’ Een vooronderzoek naar de mogelijkheden en reikwijdte van een effectonderzoek van de Planmatig en flexibel cognitieve vaardigheidstraining Procesevaluatie gedragsinterventie CoVa+ Achter de schermen Oosterse Teelt Een verkennend onderzoek naar downloaders Vietnamezen in de hennepteelt van kinderporno Dierenwelzijn in het vizier De aard en omvang van dierenwelzijnszaken en de stand van zaken van de handhaving van de regelgeving op dat gebied in Nederland 2013 Grensoverschrijdend slachtofferschap Een inventarisatie van aard, omvang en Over leven na de moord aandachtspunten in verband met de effectuering van De gevolgen van moord en doodslag voor slachtofferrechten de nabestaanden van de slachtoffers en de ondersteuning door Slachtofferhulp Nederland 2016 Met scherp schieten . E d p k tal veilieheidsrisico’ Dieren Verboden en onderzoek naar een aantal veiligheidsrisico’s : ’ , , : 8 De toepassing van het houdverbod als bijzondere met betrekking tot de schietsport in Nederland " " voorwaarde bij een voorwaardelijke straf Georganiseerde voertuigcriminaliteit in … . si le: Ned 3 d 9 Kijk op jeugderiminaliteit ederlan a: n Handvatten voor het opstellen van een periodieke Een beeld van de omvang, kenmerken, werkwijzen . . bte: trendrapportage jeugd- en jongerencriminaliteit en en aanpak anno 2013 . een overzicht van veelbelovende aanpakken Het warme bad en de koude douche nn . : : , Stijging meldingen verwarde personen in de regio Een onderzoek naar misstanden in nieuwe En ‚ , , Rotterdam religieuze bewegingen en de toereikendheid van " . ’ . Een onderzoek naar mogelijke verklaringen en het instrumentarium voor recht en zorg … . wenselijke oplossingen 2014 Missen we iets? Een gebiedsanalyse in Rotterdam naar de omvang en Portretten van notoire ordeverstoorders aanpak van de jeugderiminaliteit en eventuele ‘witte Kenmerken en achtergronden van notoire vlekken’ in dat beeld ordeverstoorders binnen het voetbal De draad weer oppakken í ? Gelegenheidsordeverstoorders: Een follow-up onderzoek onder nabestaanden van Analyse van rondom grootschalige rellen slachtoffers van levensdelicten aangehouden verdachten Hoe lopen de hazen? Ondergaan of ondernemen De stand van zeken in de aanpak van Ontwikkelingen in de aard en aanpak van dierenmishandeling en dierenverwaarlozing afpersing van het bedrijfsleven Focus op heling ? ‚ Raak geschoten? Een onderzoek naar het functioneren van de Een onderzoek naar de werking van maatregelen helingmarkt, het beleid tegen en de gevolgen van tegen geweld en overlast rondom het betaald heling voetbal Van cijfers naar interpretatie Doordringen of doordrinken Een duiding van de kwantitatieve ontwikkelingen van Effectevaluatie Halt-straf Alcohol de jeugderiminaliteit Prostitutie in Nederlandse gemeenten Een onderzoek naar aard en omvang, beleid, Wie is het slachtoffer? toezicht en handhaving in 2014 Kenmerken van de doelgroep van het Schadefonds Geweldsmisdrijven en strategieën voor een beter 2015 doelgroepbereik Aangifte onder nummer Radicalisering in de gemeente Arnhem Implementatie, toepassing en eerste resultaten van venten en onderzoek onder mentoren, de nieuwe regeling ‘Aangifte onder nummer’ WElzijnswerkers En JONgeren Papier en werkelijkheid Een hypothesevormend onderzoek naar de invloed van registratie-effecten op de omvang van de geregistreerde jeugderiminaliteit 2017 2019 Duiding van problematisch Hoog-risico honden, een bijtend probleem? jeugdgroepengedrag Een fenomeenonderzoek naar bijtincidenten en Een theoretische verkenning en een praktische hondengevechten handreiking voor het veld 8 De politieaanpak van etnisch profileren in Prostitutie in beeld gebracht Amsterdam Een onderzoek naar aard en omvang van zichtbare Een onderzoek naar effecten, criteria en meetbare en onzichtbare prostitutie in Arnhem indicatoren De achterblijvers Zo ziek als een hond? Een evaluatie van het maatwerk voor achterblijvers Gezondheids- en socialisatieproblemen bij puppy's van vermiste personen in Nederland in relatie tot de herkomst Minderjarige slachtoffers van zedenmisdrijven 2018 gehoord Realiteit of registratie-effect? Een kwalitatief onderzoek naar de verhoorpraktijk De invloed van registratie-effecten op de daling Downloaders van kinderporno; van de geregistreerde jeugdcriminaliteit . een literatuuronderzoek Links-extremisme in beeld Een verkennend onderzoek naar Criminelen achter het stuur links-extremistische Aard en omvang van het gebruik van groeperingen in Nederland huurmotorvoertuigen voor criminele activiteiten Na het beslag Asielzoekers in het gareel? Een onderzoek naar door RVO inbeslaggenomen Plan-, proces en effectevaluatie werking extra voorwerpen onderdeel Natuur en de afhandeling begeleiding- en toezichtlocaties daarvan 2020 Slachtoffers zoeken en vinden Een onderzoek naar het werk van de Afspraak is afspraak? kinderpornorechercheurs Evaluatie van de eenduidige landelijke afspraken bekt se NE rondom ring en vervolging van ld tegen Straatprostitutie in Nijmegen ondom opsporing en ve vorging Van BeWerd 1656 , . . werknemers met een publieke taak Een evaluatie van de tippelzone en huiskamer aan de Nieuwe Marktsrtaat in Nijmegen Panden met een luchtje Een inventarisatie van aanpakken om verhuur van Opschakelen ha , . . panden voor criminele doeleinden tegen te gaan Onderzoek naar ongewenste gedragingen in de wielersport Ondermijning op en rond luchthaven Schiphol Betonrot Black Box? ack Box? Een kwalitatief onderzoek naar het fenomeen . . 8 stee: Een onderzoek naar opslagboxen in relatie to ondermijnende criminaliteit in Brabant- DO Da: criminaliteit: fenomeenen aanpak Zeeland, de effecten van en richtingen voor de overheidsaanpak Voor meer informatie over uitgaven in deze reeks: www.beke.nl. Nederland is een fietsland en diverse organisaties hebben de ambitie om het fietsgebruik in het kader van mobiliteit, milieu en gezondheid de komende } jaren verder te stimuleren. n Fietsdiefstal is het meest voorkomende vermogensmisdrijf in ons land en een en en UAE ik rl vervelend bijverschijnsel van het grote aantal — steeds duurdere — fietsen dat Mn SP aes mh EN ee in ons land in omloop is. Fietsdiefstal is een dagelijks voorkomende ergernis mr br Dd Eer die voor veel burgers een emotionele en/of financiële impact heeft. Daarnaast ii Ke Ô E is er een aanzienlijke maatschappelijke schade. In dit boek doen we verslag van een landelijk onderzoek naar fietsdiefstal waarin de omvang, kenmerken, ontwikkelingen en verschijningsvormen in beeld zijn gebracht. Ook wordt ingegaan op de mate van georganiseerdheid van fietsdiefstal en de impact op de slachtoffers. De huidige aanpak om fietsdiefstal tegen te gaan wordt tegen het licht gehouden en dat leidt tot a de conclusie dat het tijd is voor nieuwe stappen in de aanpak. In de kern gaat het hierbij om een integrale aanpak waarin alle partijen voor hetzelfde doel gaan — het terugdringen van fietsdiefstal — én waarbij gebruik wordt gemaakt van technische hulpmiddelen. A ee er _ kn nn | d pe | | „| | r | | d id Pj ) | vd mk VETTE" | Ik Den es. Ee f ng der ï Nan ï sj ne ar Te PW Fe ed Bena BETE eeN fi Fl pn f med E
Onderzoeksrapport
139
val
> < Gemee nte Bezoekadres President Kennedylaan 923 Amsterdam 1079 MZ Amsterdam > < Postbus 483 1000 AL Amsterdam Telefoon 020 2521440 [email protected] Website: amsterdam.nl Retouradres: Postbus 483, 1000 AL Amsterdam Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Postbus 20019 2500 EA DEN HAAG Datum 27 februari 2024 Onskenmerk __JB,23.015541.001 Uw kenmerk 20230596o/1/R1 Behandeld door de heer M. van Looij, Juridisch Bureau, 06 2005 84,26, [email protected] Bijlage(n) 1 Onderwerp Besluitvorming naar aanleiding van uitspraak rechtbank Hoogedelgestrenge heer, vrouwe, Hierbij bericht ik v dat het college vandaag ter vitvoering van de aangevallen uitspraak een nieuw besluit heeft genomen (bijlage). Het besluit is ook aan de overige partijen bekendgemaakt. Met het nieuwe besluit wordt naar het college meent inhoudelijk tegemoet gekomen aan het hoger beroep. Het college geeft v in overweging appellanten te vragen het hoger beroep in te trekken. Hoogachtend, namens het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, \ WL mr. an gemachtigde
Besluit
1
train
> < Gemeente Raadsinformatiebrief Amsterdam Aan: De leden van de gemeenteraad van Amsterdam Datum 26 september Portefeuille(s) Duurzaamheid Portefeuillehouder(s): Zita Pels Behandeld door Ruimte en Duurzaamheid; bestuurszaken.RD @amsterdam.nl. Onderwerp Onze Stad van Morgen Geachte leden van de gemeenteraad, Met deze brief biedt het college u ‘Onze Stad van Morgen’ aan. Hiermee informeren wij u over hoe het college de klimaatcrisis bestrijdt en wat de stad en de Amsterdammers tussen nu en 2026 mogen verwachten. We schetsen in het Amsterdams Actieplan Klimaat de belangrijkste punten van onze aanpak om aan het einde van deze collegeperiode klaar te zijn voor de laatste vier jaar richting 2030. U wordt op gezette tijden geïnformeerd over de voortgang van het Amsterdams Actieplan Klimaat en de daarbij behorende uitvoeringsagenda's. Ook zal het college over de voortgang rapporteren via de jaarlijkse Planning & Control cyclus waaronder de jaarrekening. Tegelijkertijd is dit voor het college ook het moment om na te denken over een meer integrale rapportage die recht doet aan de complexe opgave zoals verwoord in onze stad van morgen. U wordt hierover in de komende periode nader geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, Zita Pels Wethouder Duurzaamheid Bijlagen 1. Onze Stad van Morgen
Brief
1
train
VN2023-022301 X Gemeente Raadscommissie voor Publieke Gezondheid en Preventie, Zorg en OZA Werk, Participatie Maatschappelijke Ontwikkeling, Jeugd(zorg), Onderwijs en Armoede en en Inkomen % Amsterdam | Schuldhulpverlening Voordracht voor de Commissie OZA van o1 november 2023 Ter kennisneming Portefeuille Armoedebestrijding en Schuldhulpverlening Agendapunt 2 Datum besluit 10 oktober 2023, College B&W Onderwerp Kennisnemen van de raadsinformatiebrief 'Energietoeslag 2023! De commissie wordt gevraagd Kennis te nemen van de raadsinformatiebrief 'Energietoeslag 2023. Wettelijke grondslag Artikel 160, eerste lid, onder a Gemeentewet: Het college is bevoegd om het dagelijks bestuur van de gemeente te voeren. Art 169 Gemeentewet: Het college van burgemeester en wethouders en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan de Gemeenteraad verantwoording schuldig over het door het college gevoerde bestuur (lid 1). Zij geven de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft (lid 2). Zij geven de raad mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang (lid 3). Bestuurlijke achtergrond Het college heeft v op 11 oktober jl. via de dagmail met een raadsinformatiebrief geïnformeerd over het verstrekken van een toeslag aan minimahuishoudens als compensatie voor toegenomen energiekosten in 2023. De energietoeslag 2023 wordt kort na een hiervoor benodigde wijziging van de Participatiewet in oktober toegekend aan bij de gemeente bekende minimahuishoudens. Huishoudens met een laag inkomen die niet bij de gemeente in beeld zijn kunnen een aanvraag indienen. De energietoeslag bedraagt € 800 en zal naar verwachting worden toegekend aan 96.000 Amsterdamse huishoudens met een inkomen tot maximaal 130% van het sociaal minimum. Reden bespreking nvt. Uitkomsten extern advies nvt. Geheimhouding nvt. Uitgenodigde andere raadscommissies nvt. Wordt hiermee een toezegging of motie afgedaan? Gegenereerd: vl.6 1 VN2023-022301 % Gemeente Raadscommissie voor Publieke Gezondheid en Preventie, Zorg en ZA Werk, Participatie 4 Amsterdam Maatsch lijke Ontwikkeling, Jeugd{zorg), Onderwijs en Armoede en en Inkomen % aatschappelijke Ontwikkeling, Jeugd(zorg), erwijse oede e Schuldhulpverlening Voordracht voor de Commissie OZA van o1 november 2023 Ter kennisneming n.v.t. Welke stukken treft v aan? AD2023-076776 20231011 raadsinformatiebrief energietoeslag 2023.pdf (pdf) AD2023-076772 Commissie OZA Voordracht (pdf) Ter Inzage Behandelend ambtenaar of indienend raadslid (naam, telefoonnummer en e-mailadres) Geerten Kruis, WPI, 0648178351, [email protected] Gegenereerd: vl.6 2
Voordracht
2
discard
x Gemeente Amsterdam R Gemeenteraad % Gemeenteblad % Amendement Jaar 2017 Afdeling 1 Nummer 597 Publicatiedatum 16 juni 2017 Ingekomen onder AW Ingekomen op donderdag 8 juni 2017 Behandeld op donderdag 8 juni 2017 Status Verworpen Onderwerp Amendement van het lid Ernsting inzake de Nota parkeernormen auto (uitzondering urgenten sociale woningbouw). Aan de gemeenteraad Ondergetekende heeft de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over de Nota parkeernormen auto (Gemeenteblad afd. 1, nr. 429). Overwegende dat: -__het bij nieuwbouw voor woningcorporaties zeer moeilijk zo niet onmogelijk wordt om (betaalbare) parkeervoorzieningen te realiseren en dientengevolge huurders van nieuwbouw sociale huurwoningen geen mogelijkheid hebben om hun auto te parkeren; -___dit in het bijzonder voor stadsvernieuwingsurgenten, die gedwongen zijn te verhuizen, tot een moeilijk te uit te leggen verlies van het recht om te kunnen parkeren leidt, omdat zij minder of geen keuzevrijheid hebben in het aanvaarden van een alternatieve woning; -__Andere urgenten via de hardheidsclausule kunnen worden opgevangen. besluit: onder besluit 4 toe te voegen: -__stadsvernieuwingsurgenten bij verhuizing naar een nieuwbouwwoning die zij moeten accepteren die uitgesloten is voor het verstrekken van een parkeervergunning als uitzondering op deze regel wel de mogelijkheid te geven op een parkeervergunning voor maaiveld, onder de voorwaarde dat het betreffende huishouden minimaal 3 maanden voor afgifte van de peildatum stadsvernieuwingsurgentie in bezit was van een auto. - _ deze uitzonderingspositie ook van toepassing is wanneer in het betreffende gebied pas op later moment een parkeerregime wordt ingevoerd. Besluit: Het lid van de gemeenteraad Z.D. Ernsting 1
Motie
1
discard
Gemeente Amsterdam % Gemeenteraad R % Gemeenteblad % Motie Jaar 2013 Afdeling 1 Nummer 492 Publicatiedatum 26 juni 2013 Ingekomen onder Vv Ingekomen op woensdag 12 juni 2013 Behandeld op woensdag 12 juni 2013 Status Verworpen Onderwerp Motie van het raadslid de heer Evans-Knaup inzake een nieuw bestuurlijk stelsel vanaf 2014 (vervanging leden Dagelijks Bestuur van de bestuurscommissies). Aan de gemeenteraad Ondergetekende heeft de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over de voordrachten van het college van burgemeester en wethouders van 7 mei 2013 inzake: — _ een nieuw bestuurlijk stelsel vanaf 2014 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 437); — intrekken van de Verordening op de stadsdelen en vaststellen van de Verordening op de bestuurscommissies 2013 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 438); Constaterende dat: — volgens de voorliggende verordening de leden van het dagelijks bestuur lid dienen te zijn van het Algemeen Bestuur; Overwegende dat: — gezien het uitvoerende karakter en de taakzwaarte van de bestuurscommissies het dagelijks bestuur dient te bestaan uit kwalitatief hoogwaardige bestuurders; — in uitzonderlijke gevallen bij vervanging van een lid van het Dagelijks Bestuur geen geschikte kandidaat binnen het Algemeen Bestuur kan worden gevonden, Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: te regelen dat bestuurscommissies dispensatie kunnen vragen bij de gemeenteraad om bij invulling van een vrijgekomen DB-lidmaatschap iemand van buiten het Algemeen Bestuur te mogen benoemen, mits daarmee het maximumaantal leden van het Algemeen Bestuur niet wordt overschreden. Het lid van de gemeenteraad, LR. Evans-Knaup 1
Motie
1
discard
Gemeente Amsterdam % Gemeenteraad R % Gemeenteblad % Motie Jaar 2014 Afdeling 1 Nummer 975 Publicatiedatum 19 november 2014 Ingekomen op 5 november 2014 Ingekomen onder 710’ Behandeld op 6 november 2014 Status Verworpen Onderwerp Motie van het raadslid de heer Van Lammeren inzake de begroting voor 2015 (groen ontwikkelingsplan). Aan de gemeenteraad Ondergetekende heeft de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over de begroting voor 2015; Constaterende dat: — de begroting een document is dat op hoofdlijnen het wenselijke beleid vastlegt en de daarbijbehorende budgetten; — veel programmaonderdelen meetbare doelstellingen, indicatoren en streefwaarden hebben meegekregen van het college; Overwegende dat: — de vergroeningsopgave zoals genoemd in de begroting (‘het verder vergroenen van de openbare ruimte’, blz. 99) op gespannen voet staat met de bouwopgave; — in de Structuurvisie is vastgelegd dat Amsterdam gaat verdichten, dat wil zeggen ruimte voor de bouwopgave gaat zoeken binnen de bestaande bebouwingsgrenzen; — in de begroting als risico wordt genoemd dat intensief gebruik van groen door mensen de ontwikkeling van biodiversiteit in de weg kan staan (blz. 101); — een uitgekiend meerjarenbeleid nodig is om zowel te kunnen vergroenen als bouwen, Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: In de door het college aangekondigde Agenda Groen de volgende aspecten op te nemen: — de vergroeningsopgave zoals genoemd in de begroting 2015 (blz. 99) meetbaar uitgewerkt met behulp van streefwaarden; — een planologische visie van het college op de harmonisering van vergroenings-, verdichtings- en bouwopgave; — klimaatadaptatie, biodiversiteit, stilte, aantal m2 groen per huishouden en recreatie. Het lid van de gemeenteraad, J.F.W. van Lammeren 1
Motie
1
discard
Gemeente Amsterdam % Gemeenteraad R % Gemeenteblad % Schriftelijke vragen Jaar 2018 Afdeling 1 Nummer 37 Datum indiening 6 november 2017 Datum akkoord college van b&w van 16 januari 2018 Publicatiedatum 17 januari 2018 Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen van het lid Flentge inzake mogelijke misstanden in Zuidoost. Aan de gemeenteraad Toelichting door vragensteller: Tussen 2007 en 2015 zijn door enkele personen (door zowel een inkoopadviseur als een coördinator van het Projectbureau) meerdere meldingen gedaan van mogelijk niet-integer gedrag binnen de ambtelijke organisatie van stadsdeel Zuidoost bij fysieke projecten. Daarnaast zijn er meldingen over ‘wantrouwen, intimidatie en machtsmisbruik’ gedaan door de OR en de ABVAKABO/FNV. De meldingen zijn gedaan bij de dienstleiding van stadsdeel Zuidoost en BIA. Ook raadsleden in Zuidoost hebben gevraagd om onderzoek. Tot heden heeft onderzoek niet plaatsgevonden. De fractie van de SP wil de meldingen zo snel mogelijk onafhankelijk hebben onderzocht. Gezien het vorenstaande heeft het lid Flentge, namens de fractie van de SP, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders gesteld: 1. Hoe beoordeelt het college het dat — nadat toenmalige stadsdeelvoorzitter Herrema constateerde dat er straatstenen van de gemeente zijn verkocht aan particulieren en dat dit niet volgens de regels was gebeurd en nadat naar aanleiding van een integriteitonderzoek een betrokken ambtenaar uit functie werd gezet — na vertrek van de heer Herrema uit het bestuur van Zuidoost deze ambtenaar begin 2015 werd teruggeplaatst als ambtelijke opdrachtgever bij stadsdeel Zuidoost (2015)? Antwoord: Bovenstaande betrof een integriteitsschending. Naar aanleiding hiervan werden twee ambtenaren ontslagen. Er is geen sprake van het terugplaatsen van één van de ontslagen ambtenaren, of een anderszins betrokken ambtenaar. Er was een medewerker die gedurende het onderzoek op non-actief was gesteld. Het eerder genoemde onderzoek heeft geen aanleiding gegeven voor maatregelen tegen deze medewerker. 1 Jaar 2018 Gemeente Amsterdam Neng 1 Gemeenteblad R Datum 17 januari 2018 Schriftelijke vragen, maandag 6 november 2017 2. Hoe beoordeelt het college het feit dat de ABVAKABO meldingen maakte van ‘wantrouwen, intimidatie en machtsmisbruik’ binnen het stadsdeel Zuidoost (2015)? Hoe beoordeelt het college het feit dat degene die de melding hebben gedaan ofwel zijn overgeplaatst ofwel ontslagen (zoals bijvoorbeeld een coördinator die 28 jaar in dienst was)? Antwoord: Meldingen van wantrouwen, intimidatie en machtsmisbruik worden door de gemeente zeer serieus genomen. Voor zover bekend hebben twee ambtenaren melding gedaan van bovenstaande. Geen van de ambtenaren is ontslagen vanwege het doen van een melding. Een van de ambtenaren heeft gesolliciteerd naar een andere functie en werkt nog steeds voor de gemeente. De ander werd later om een andere reden ontslagen en dat ontslag is door de rechter goedgekeurd. 3. Hoe beoordeelt het college het gegeven dat een bedrijf vanaf de oplevering in 2011 van het Bijlmerpark (nu Mandelapark) een deel van het park gebruikte als opslag voor bouwmaterialen, loodsen en keten, zonder huurcontract en huuropbrengsten voor het stadsdeel/gemeente voor het gebruik (2014)? En hoe beoordeelt het college het feit dat het Dagelijks Bestuur van stadsdeel Zuidoost in antwoord op eerdere vragen van D66 Zuidoost en Fractie lwan Leeuwin (FIL) (2015) heeft aangegeven dat ‘hiaten zitten in de dossiervorming’? (beantwoording schriftelijke vragen D66 Zuidoost, 19-02-2015, Kenmerk ZK14005693). Zijn deze hiaten inmiddels opgevuld? Antwoord: Het Dagelijks Bestuur van het stadsdeel heeft in een eerder antwoord op de genoemde vragen geschreven dat het genoemde terrein gelegen was naast het Mandelapark. Het betrof een bouwrijpterrein (geschikt voor toekomstig woningbouw) dat nog niet openbaar was gesteld. Voor opslag van keten en/of bouwmaterialen heeft het stadsdeel aan twee bedrijven vergunningen verstrekt. Voor deze vergunningen werden leges geheven. Voorts heeft het Dagelijks Bestuur geantwoord dat voor twee contracten geen precario is geheven waar dit wel had moeten gebeuren. Het is echter niet mogelijk om achteraf precario te heffen. Voor een derde vergunning heeft het stadsdeel melding gedaan bij de Belastingdienst om precario te heffen. Van twee vergunningen bevinden zich geen getekende exemplaren in het dossier. Dit vond plaats in een tijd dat het proces van vergunningsaanvraag en -verlening nog niet volledig was geautomatiseerd. De objectvergunning is vanaf september 2015 een van de producten van het stadsloket. De afhandeling en archivering vindt volledig digitaal plaats. 4. Klopt het dat in 2014 de ambtelijke opdrachtgever de bewoners heeft opgeroepen niet akkoord te gaan met de bouw van een school in Huntum? Zo ja, hoe beoordeelt het college dat? Antwoord: Nee, dat klopt niet. Voor zover bekend heeft geen ambtenaar bewoners opgeroepen niet akkoord te gaan met de bouw van een school. 2 Jaar 2018 Gemeente Amsterdam Neng 1 Gemeenteblad R Datum 17 januari 2018 Schriftelijke vragen, maandag 6 november 2017 5. Hoe beoordeelt het college het dat de tijdelijk leidinggevende van het Projectbureau ook hoofd was van de afdeling Planrealisatie (opdrachtnemer van het projectbureau voor opdrachten uit de grondexploitatie) en daarmee dus opdrachtgever en opdrachtnemer tegelijk was (juli 2012-november 2013)? Is dat volgens de geldende normen, afspraken en/of regels? En hoe beoordeelt u het feit dat zowel volgens de OR als de ABVAKABO van mening waren dat de integriteit hier in het geding kwam (OR: 30 juli 2013/ ABVAKABO: 2 juni 2015)? Antwoord: Opdrachtgever- en opdrachtnemerschap dienen duidelijk gescheiden te zijn. Uit onderzoek, destijds uitgevoerd door de directeur Realisatie van het stadsdeel Zuidoost, bleek dat de manager planrealisatie tekende voor het opdrachtgever- schap en niet de tijdelijk leidinggevende. Voor het opdrachtnemerschap tekenden de projectmanagers. De signalen van de OR en AbvaKabo zijn met de toenmalige stadsdeelsecretaris besproken. De uitkomsten hiervan zijn meegenomen bij de doorontwikkeling van de afdeling. 6. Hoe beoordeelt het college het dat bij de inrichting van het Bijlmerpark (nu Mandelapark) een overschrijding is ontstaan van 8 miljoen euro (2011), die achteraf werd opgevoerd en waarvoor geen tussentijdse toestemming is gevraagd (waarna een deel van de overschrijding gelijk gedeeld wordt tussen de gemeente en de bedrijven}? Antwoord: De overschrijding van de totale kosten van de aanleg van het Bijlmerpark bedroeg € 1 miljoen. Deze werd gedekt uit de grondexploitatie. Het Dagelijks Bestuur van het stadsdeel Zuidoost heeft ingestemd met het voorstel met betrekking tot de kostendekking en het college van Burgemeester en Wethouders is bij besluit d.d. 11 maart 2014 eveneens akkoord gegaan. Hiermee is de grondexploitatie afgesloten. Het proces met betrekking tot de aanleg van het Bijlmerpark is binnen het stadsdeel geëvalueerd en heeft geleid tot het vastleggen van de procedure “opdrachtgeven/opdrachtnemen”. 7. Hoe beoordeelt het college het dat een bedrijf Y wordt gevraagd om aanbestedingsdocumenten op te stellen voor de inrichting Reigersbos (2009), waar dit normaal gesproken door een andere gemeentelijke instantie, zoals IBA, wordt opgesteld? En dat het project van € 1.700.000 wordt gegeven aan hetzelfde bedrijf ‘als meerwerk’ in combinatie met het onderhoudsbestek Holendrecht (2008, € 700.000)? Antwoord: Het project “1e verstrating Reigersbos |” is aanbesteed via een VAV-GG constructie. Dit betekent het totale werk, inclusief voorbereiding en uitvoering. Voor dit totale werk is een vaste prijs afgesproken. De opdracht is na aanbesteding gegund aan bedrijf Y (DB besluit DB140709 BM/459, 14 juli 2009). In de periode waarover de vraag gaat, beschikte het stadsdeel zelf over werkvoorbereiders. Het was niet gebruikelijk om de werkvoorbereiding te laten uitvoeren door een andere gemeentelijke instantie zoals IBA. Aan dit besluit lag het besluit ‘Opdrachtverlening aan Y, voor de uitvoering 1° verstrating Harde Hoven Holendrecht West, conform bestek 39 van 2008’ (DB besluit 3 Jaar 2018 Gemeente Amsterdam Neng 1 Gemeenteblad R Datum 17 januari 2018 Schriftelijke vragen, maandag 6 november 2017 DB300908 BM/556, 30 september 2008) ten grondslag. ‘Meerwerk’ was hier niet aan de orde. 8. Hoe beoordeelt het college het dat bij het woonrijp maken van Klieverink/ Kouwenoord de wegingscriteria bij de aanbestedingsdocumenten plotsklaps werden aangepast (2009) (de aanbesteding moest overigens opnieuw worden gedaan na rechtszitting van 23 april 2009)? Antwoord: De wegingscriteria zijn niet aangepast. De rechtszaak werd gevoerd tegen de beoordeling van de aanbestedingsdocumenten. Het stadsdeel had aangegeven dat de commissie alle stukken had beoordeeld. Omdat één van de commissie- leden slechts een deel van de stukken had beoordeeld, heeft de rechtbank geoordeeld dat de aanbesteding opnieuw moest gebeuren. In dit geval moest het bestek worden aangepast. 9. Hoe boordeelt het college het dat bij het bestratingswerk Kraaiennest (2008) — waarbij de regel is dat er drie bedrijven voor een bidding worden uitgenodigd — de regels niet worden uitgevoerd en het project aan één bedrijf wordt gegeven? Antwoord: Gezien de raming van het project was het Dagelijks Bestuur hiertoe gerechtigd, om in afwijking van het aanbestedingsbeleid, de uitvoering enkelvoudig onderhands aan te besteden (DB140709 BM/458, 14 juli 2008). 10. Is het college bereid, al deze vorenstaande meldingen van vermeend niet-integer handelen onafhankelijk te laten onderzoeken? Antwoord: Indien er sprake is van niet integer handelen dan zal onderzoek door Bureau Integriteit worden uitgevoerd. Bovenstaande meldingen werden reeds onderzocht of betreffen geen intergriteitsschendingen. Nader onafhankelijk onderzoek is daarom niet noodzakelijk. In 2013-2014 werd een integriteitstraject gelopen. Onderdeel hiervan waren een onderzoek van Bureau Integriteit en een extern onderzoek naar de afdeling Uitvoering. Resultaten daarvan zijn opgenomen in de beantwoording van bovenstaande vragen. 11. Hoe beoordeelt het college het feit dat het Bureau Integriteit Amsterdam — als er sprake is van concreet vermoeden van een integriteitsschending — een onderzoeksopdracht moet vragen aan de stadsdeelsecretaris of RVE directeur, juist uit het stadsdeel waar de vermeende onregelmatigheden vandaan komen? Is het niet logischer per definitie een andere of onafhankelijke ‘partij’ of instituut daarin te laten beslissen, zodat elke eventuele schijn van partijdigheid wordt vermeden? Antwoord: De stadsdeelsecretaris of RVE directeur is verantwoordelijk voor de juiste afhandeling van meldingen van concrete vermoedens van integriteitschendingen. Bureau Integriteit adviseert als expert van de gemeente Amsterdam de verantwoordelijk stadsdeelsecretaris of RVE directeur over het doen van integriteitsonderzoek. Sinds de reorganisatie in 2015 worden de lopende kwesties 4 Jaar 2018 Gemeente Amsterdam R Neng 1 Gemeenteblad Datum 17 januari 2018 Schriftelijke vragen, maandag 6 november 2017 besproken in de staf Integriteit. In de staf Integriteit spreekt het hoofd Bureau Integriteit met de gemeentesecretaris en de burgemeester. Een situatie waarbij een stadsdeelsecretaris of RVE directeur besluit niet het advies te volgen van Bureau Integriteit voor het instellen van een integriteitsonderzoek zal in dit overleg aan de orde komen om eventuele partijdigheid te voorkomen. 12. Deelt het college de mening dat de verschillende meldingen van mogelijke integriteitsschendingen alswel meldingen van wantrouwen, intimidatie en machtsmisbruik (onder andere de brief van AbvaKabo d.d. 2 juni 2015) aanleiding moeten zijn voor nader onderzoek? Wat zijn de acties geweest die naar aanleiding van deze meldingen zijn gedaan en door welke professionals zijn deze uitgevoerd? Zijn de melders van mogelijke misstanden gehoord in deze en zijn zij en de andere betrokken medewerkers van mening dat één en ander zorgvuldig en adequaat is afgehandeld? Waar is het antwoord van het college op gebaseerd? Antwoord: De verschillende meldingen werden in het verleden reeds onderzocht. Zie tevens beantwoording vragen 1, 2 en 11. Het College is van mening dat in deze zaken zorgvuldig is gehandeld. Eind november 2013 werd door een externe partij een onderzoek opgeleverd. Doelstelling van dit onderzoek was het komen tot open cultuur op de afdeling Uitvoering, waarbij het management en de medewerkers in gezamenlijkheid een veilige en open werkomgeving creëerden. Na het samenvoegen in januari 2015 van Beheer en Uitvoering is hier mee verder gegaan met onder meer de gedragscode voor de afdeling Beheer & Uitvoering. Het Dagelijks Bestuur van Zuidoost heeft in 2013 een Plan van Aanpak Integriteit afdeling Uitvoering opgesteld. In het plan van aanpak wordt inzicht gegeven in de genomen maatregelen en een aanvullend verzwaard maatregelpakket vastgesteld. In het plan wordt geborgd hoe de organisatie adequaat handelt te aanzien van nieuwe integriteitsmeldingen. Ter afsluiting: Verschillende van de gestelde vragen hebben geen betrekking op integriteitsschendingen, maar gaan over gevolgde aanbestedings- en inkoopprocedures. Alhoewel, voor zover bekend, alle aanbestedingen en inkoop conform de daarvoor geldende regels werden uitgevoerd, heeft de huidige stadsdeelsecretaris van Zuidoost al opdracht gegeven voor een onafhankelijke, organisatiebrede evaluatie van alle inkoopprocessen in de periode 2015-2017. Dit onderzoek is overigens niet naar aanleiding van bovenstaande vragen, maar was reeds gepland. Aanleiding hiervoor is onder andere het rapport Kansrijk dat diverse aanbevelingen geeft, waaronder het regelmatig (extern) laten toetsen van bestaande processen in het kader van continue kwaliteitsverbetering en voorkoming van gewoontegedrag. Deze keer zullen de inkoopprocessen en de subsidieprocessen worden doorgelicht. 5 Jaar 2018 Gemeente Amsterdam R weing 1 Gemeenteblad ummer seal: Datum 17 januari 2018 Schriftelijke vragen, maandag 6 november 2017 Burgemeester en wethouders van Amsterdam A.H.P. van Gils, secretaris J.J. van Aartsen, waarnemend burgemeester 6
Schriftelijke Vraag
6
train
> < en ee Raadsinformatiebrief / msterdam Afdoening motie Aan: De leden van de gemeenteraad van Amsterdam Datum 6 oktober 2021 Portefeuille(s) Openbare Orde en Veiligheid, Evenementen Portefeuillehouder(s): Femke Halsema Behandeld door Openbare Orde en Veiligheid, [email protected] Onderwerp Afdoening motie 2021/196 van de raadsleden Bosman (D66) en Poot (VVD) Geachte leden van de gemeenteraad, In de vergadering van de gemeenteraad van 31 maart/1 april (schriftelijke stemming op 6 april 2021) heeft uw raad bij de behandeling van het agendapunt ‘Kennisnemen van de bespreking van het onderwerp Weldoordacht plan van aanpak heropening Amsterdamse samenleving in de raadscommissie AZ * een motie aangenomen. Het gaat om motie 2021/196 van de raadsleden Bosman (D66) en Poot (VVD) waarin het college gevraagd wordt om: 1. Alle voorbereiding te treffen waar de gemeente, GGD en de partners rondom de handhaving van vergunningen een rol hebben om, via de aangekondigde introductie van de testbewijzen de Amsterdamse culturele sector, evenementen, clubs en terrassen weer open te stellen; 2. Zichinte spannen om alle sectoren zo snel mogelijk verantwoord perspectief te bieden, en daarbij ook aandacht te geven aan de publiekstrekkers waar kleine groepen en/of anderhalve meter afstand soms lastig vitvoerbaar zijn, zoals de Amsterdamse culturele sector, evenementen, clubs en terrassen. Het college geeft als volgt uitvoering aan de motie. De ontwikkelingen met het coronavirus gaan snel. Na versoepelingen door het rijk voor de zomer 2021 en het (deels) terugdraaien daarvan, zijn per 25 september 2021 voor het laatst versoepelingen doorgevoerd. De 1,5 meter afstand is geen regel meer. Bij horeca (binnen), theaters, bioscopen, concertzalen en veel evenementen is een coronatoegangsbewijs verplicht gesteld. Het college is in elke fase van de coronacrisis in overleg met de branches, waarbij steeds gekeken wordt hoe de gemeente kan bijdragen aan verantwoorde organisatie van wat wél mogelijk is. Dit zal ook de komende tijd zo blijven. Het college beschouwt de motie hiermee als afgehandeld. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, / Femke Halsema burgemeester
Motie
1
discard
Gemeente Amsterdam % Gemeenteraad R % Gemeenteblad % Schriftelijke vragen Jaar 2014 Afdeling 1 Nummer 558 Datum akkoord 28 augustus 2014 Publicatiedatum 29 augustus 2014 Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen van het raadslid mevrouw D. Yesilgöz-Zegerius van 19 augustus 2014 inzake de gekraakte Vluchtschool. Aan de gemeenteraad inleiding door vragenstelster. Volgens diverse media is het schoolgebouw aan de Zuidelijke Wandelweg 30 in Amsterdam-Zuid in het weekend van 16 en 17 augustus 2014 gekraakt en wordt het momenteel door een groep van zo'n 120 uitgeprocedeerde vreemdelingen in gebruik genomen. Naar aanleiding van de kraak hebben meerdere personen contact met de fractie van de VVD opgenomen en hun zorgen geuit. Deze bezorgdheid komt onder andere doordat de plannen voor een school voor bijzonder onderwijs op deze locatie door de kraak in gevaar dreigen te komen. De fractied van de VVD heeft vernomen dat deze school op korte termijn haar intrek wilde doen in de inmiddels gekraakte locatie. Gezien het vorenstaande heeft vragenstelster op 19 augustus 2014, namens de fractie van de VVD, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen tot het college van burgemeester en wethouders gericht: 1. Kan het college bevestigen dat het schoolgebouw aan de Zuidelijke Wandelweg 30 in Amsterdam-Zuid is gekraakt en door de groep uitgeprocedeerde vreemdelingen die voorheen in de Vluchthaven en in kraakpanden in de Ten Katestraat en aan het Linnaeushof verbleven, in gebruik is genomen? Zo ja, wat kan het college melden over de omvang en achtergrond van de groep die zijn intrek in het pand heeft genomen? Antwoord: Op 20 augustus is er een brief gestuurd aan de raad rondom dit pand. In deze brief wordt ook ingegaan op de gestelde vragen. Het college kan bevestigen dat het schoolgebouw aan de Zuidelijke Wandelweg 30 is gekraakt en door tientallen personen uit de groep “we are here” ingebruik is genomen. Nadat de groep het gekraakte pand aan de Linnaeushof 4, op last van de rechter, had verlaten, heeft de groep zaterdagavond 16 augustus jl. het genoemd pand gekraakt en zijn intrek genomen in dit pand. 1 Jaar 2014 Gemeente Amsterdam R Neeing les Gemeenteblad Datum 29 augustus 2014 Schriftelijke vragen, dinsdag 19 augustus 2014 Deze groep behoort tot de groep “we are here”. Deze groep heeft, zoals u weet, een aanzienlijke geschiedenis in Amsterdam: na verblijf in het tentenkamp aan de Notweg, de Vluchtkerk,- flat, en -kantoor is bestuur commitment ontstaan om de groep gedurende zes maanden onderdak te bieden. Dit zodat de mensen vanuit een tijdelijke, maar stabiele situatie konden werken aan hun toekomst die veelal niet in Nederland kan zijn. Mede dankzij de staatsecretaris is de vluchthaven ontstaan. 128 personen hebben dit onderdak geaccepteerd. Een klein deel van de groep heeft zich toen afgesplitst in de richting van de vluchtgarage. 2. Kan het college bevestigen of het pand eigendom van de gemeente is en aangeven wat de bestemming en plannen voor dit gebouw zijn? Indien het klopt dat er vergevorderde plannen bestonden om de locatie te gebruiken voor een school voor bijzonder onderwijs: Wat gaat het college doen om ervoor te zorgen dat deze plannen alsnog doorgang kunnen vinden? Is het college bereid indien de groep “bewoners” het gekraakte pand niet zelf direct verlaat — op zeer korte termijn over te gaan tot een ontruiming? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Het college kan bevestigen dat de gemeente economisch eigenaar is van dit pand waarin tot 17 juli 2014 de Peeterschool tijdelijk was gehuisvest. Op diezelfde dag is de sleutel overgedragen aan de stichting Kolum met als doel de Heldringschool VSO, een school voor special voortgezet onderwijs, per half september te huisvesten. De benodigde vergunningen voor uitbereiding van het schoolgebouw zijn verleend door stadsdeel Zuid. Vervolgens is een aannemer begonnen met (vergunde) werkzaamheden om het gebouw geschikt te maken voor de komst van de Heldringschool VSO. Het Openbaar Ministerie heeft geoordeeld dat het pand in aanmerking komt voor een strafrechtelijke spoedontruiming. Gezien het feit dat de aannemer ten tijde van de kraak al bezig was met de werkzaamheden in het pand én omdat deze werkzaamheden tijdig afgerond moeten zijn voor de geplande intrek van de Heldringschool. De eigenaar wordt immers ernstig belemmerd doordat de aannemer haar werkzaamheden in het pand door de kraak niet langer voort kan zetten. Op woensdag 20 augustus 2014 is dit aan de groep medegedeeld. Uiterlijk vrijdag 22 augustus 2014 moet de groep het pand verlaten. Zodra het pand aan de Zuidelijke Wandelweg 30 leeg is, zal de aannemer haar werkzaamheden direct hervatten. 3. Kan het college aangeven of er inmiddels aangifte is gedaan van de kraak? Antwoord: De stichting Kolum is juridisch eigenaar (de gemeente is economisch eigenaar) en heeft op 17 augustus aangifte gedaan van huisvredebreuk en het weder- rechtelijk toegang verschaffen tot het tijdelijke schoolgebouw De Heldring gelegen aan de Zuidelijke Wandelweg 30. Burgemeester en wethouders van Amsterdam A.H.P. van Gils, secretaris E.E. van der Laan, burgemeester 2
Schriftelijke Vraag
2
discard
X Gemeente Amsterdam R Gemeenteraad % Gemeenteblad % Schriftelijke vragen Jaar 2013 Afdeling 1 Nummer 71 Publicatiedatum 15 februari 2013 Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen van het raadslid mevrouw M. Moorman van 9 januari 2013 inzake het bericht ‘Storingen maken einde aan Amsterdamse politiedrone’. ASN IZESTE Aan de gemeenteraad inleiding van vragenstelster. In het bericht op Webwereld.nl, getiteld: ‘Storingen maken einde aan Amsterdamse politiedrone’*, wordt gemeld dat een onbemand vliegend voertuig (UAV), aangeschaft door de Amsterdamse politie, alweer geschrapt is. Een in het bericht genoemde privacy-onderzoeker, werkzaam voor organisatie Bits of Freedom, meldt te beschikken over documentatie van het politiekorps Amstellanden, waaruit duidelijk wordt dat het in 2006 aangeschafte voertuig in 2010 buiten bedrijf is gesteld wegens ‘veroudering van de hardware en de techniek”. De fractie van PvdA Amsterdam wil graag weten hoeveel het toestel heeft gekost, waarvoor het toestel was bedoeld en wat de bereikte resultaten zijn. Gezien het vorenstaande heeft vragenstelster op 9 januari 2013, namens de fractie van de PvdA, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen tot het college van burgemeester en wethouders gericht: 1. Kent het college het bericht, getiteld: ‘Storingen maken einde aan Amsterdamse politiedrone’? Antwoord: Ja. 1 http://webwereld.nl/nieuws/1 12964/storingen-maken-einde-aan-amsterdams-politiedrone.html 2 https://rejo.zenger.nl/inzicht/technische-problemen-nekt-drone-amsterdamse-politie/ 1 Jaar 2013 Gemeente Amsterdam R Neeing 5 Gemeenteblad Datum 15 februari 2013 Schriftelijke vragen, woensdag 9 januari 2013 2. Kan het college bevestigen dat een zogenaamde UAV van het merk AirRobot in 2006 inderdaad is aangeschaft door het politiekorps Amsterdam-Amstelland en nu alweer buiten gebruik is gesteld? Antwoord: Ja, de VÂV is eind 2006 aangeschaft en ultimo 2011 buiten gebruik gesteld. 3. Een via de Wet Openbaarheid van Bestuur verkregen rapport van de politie over de inzetbaarheid van de AirRobot is erg positief over de inzet van het toestel. Niettemin blijkt vier jaar later dat het toestel wegens problemen buiten gebruik wordt gesteld en effectief geschrapt. Hoe verklaart het college dat een eerste rapport eerst zeer positief is en aanbeveelt het toestel te gaan gebruiken, maar het toestel vier jaar later technisch en hardwarematig niet voldoende blijkt te presteren en dus geschrapt wordt? Antwoord: In de zomer van 2006 is een quick scan uitgevoerd naar de bruikbaarheid van een Unmanned Aerial Vehicle (UAV) voor politiële inzet. Het aangehaalde rapport is het resultaat van dat onderzoek. De rapportage is de basis geweest voor de beslissing in het najaar van 2006 om de bruikbaarheid van een UAV empirisch vast te stellen. Einde 2010 ontstonden er storingen in de UAV als gevolg van veroudering. Vanwege de verouderde techniek waren deze problemen niet goed oplosbaar. Als gevolg hiervan zijn om veiligheidsredenen een aantal missies voortijdig afgebroken. Ook bij een andere politieeenheid hebben technische problemen tot een beëindiging van de inzet van dit type UAV geleid. Dat is ultimo 2011 aanleiding geweest tot het besluit de pilot in Amsterdam te stoppen. 4. Wat was de initiële reden om het toestel aan te schaffen? Antwoord: Voor diverse processen binnen de opsporing, de hulpverlening als bij het toezicht is luchtwaarneming in de praktijk zeer effectief gebleken. Luchtwaarneming vindt ten behoeve van de Nederlandse politie voornamelijk plaats met behulp van helikopters. Aan het gebruik van deze luchtvaartuigen zijn hoge kosten verbonden. Ook vanwege de geluidsbelasting in stedelijke gebieden wordt terughoudendheid betracht bij de inzet. De VAV wordt gezien als een kosteneffectieve en milieuvriendelijke aanvulling op de bestaande luchtwaarneming. Ervaringskennis over de operationele inzet van een VAV was niet beschikbaar en kon daarom slechts proefondervindelijk verkregen worden. 5. Is het toestel operationeel ingezet door de politie? Zo ja, kan het college aangeven wat er bereikt is in de tijd dat het toestel gebruikt werd? Antwoord: De UAV is in eerste instantie ingezet bij Dienst Regionale Recherche, Bureau Recherche Expertise. Deze inzet vond plaats onder het gezag van het Openbaar Ministerie. Door natuurkundige oorzaken en technische beperkingen bleek deze UAV niet geschikt voor ondersteuning van opsporingsoperaties. Bovendien trekt de inzet van een UAV teveel aandacht om het heimelijke karakter van deze acties te bewaren. 2 Jaar 2013 Gemeente Amsterdam R Neng Î Gemeenteblad Datum 4 februari 2013 Schriftelijke vragen, woensdag 9 januari 2013 Dat is aanleiding geweest de proef te vervolgen bij de Dienst Executieve Ondersteuning. Daarbij is gebleken dat de VAV goed inzetbaar is voor het maken van videobeelden ten behoeve van het overzicht van operationeel commananten. De UAV is herhaald gebruikt voor het maken van overzichtfoto's ten behoeve van het onderzoek op een plaats delict. 6. Kan het college aangeven of de politie — ook de nieuwe Nationale Politie — van plan is om nieuwe UÂV's aan te schaffen? Zo ja, voor welke doeleinden zullen deze UAV's gebruikt gaan worden? Antwoord: In de beslissing tot het beëindigen van de pilot heeft de vorming van de Nationale Politie een rol gespeeld. Er is vanuitgegaan dat de beslissing tot continuering van een pilot of tot inbedding in bestaande processen afhankelijk is van besluitvorming op nationaal niveau. Daarover bestaat thans geen duidelijkheid. Burgemeester en wethouders van Amsterdam A.H.P. van Gils, secretaris E.E. van der Laan, burgemeester 3
Schriftelijke Vraag
3
train
Gemeente Amsterdam % Gemeenteraad R % Gemeenteblad % Schriftelijke vragen Jaar 2014 Afdeling 1 Nummer 127 Datum akkoord 6 februari 2014 Publicatiedatum 14 februari 2014 Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen van de raadsleden de heer R.E. Flos en mevrouw M.C.G. Poot van 17 december 2013 inzake LHBT-voorlichting op Amsterdamse scholen. Kan de GEMGEMBART inleiding door vragenstellers: In de week van 9 december 2013 berichtten diverse online media waaronder nu.nl dat uit onderzoek van Rutgers WPF blijkt dat 59% van de scholieren in het voortgezet onderwijs aangeeft geen specifieke voorlichting over homo- en biseksualiteit te hebben gekregen. Tevens ontbreekt de voorlichting over transgenders en transgendergevoelens vrijwel in zijn geheel. Vanaf 1 december 2012 is elke school in Nederland verplicht om voorlichting te geven over lesbiennes, homo’s, bi's en transgenders (LHBT's). Volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau is de middelbare school geen veilige plek voor jonge homo- en biseksuelen. Uit onderzoek blijkt dat gebrek aan voorlichting een voedingsbodem voor geweld tegen LHBT's is. De wettelijke verplichting om LHBT-voorlichting te geven door elke school dient ook in Amsterdam te worden nagekomen. De VVD is verbaasd dat nu blijkt dat dit in Amsterdam niet het geval is. Over dit onderwerp is regelmatig in de gemeenteraad- (scommissie) gesproken en daar is steeds gesteld dat de voorlichting op elke school wordt gegeven. Gezien het vorenstaande hebben vragenstellers op 17 december 2013, namens de fractie van de VVD, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen tot het college van burgemeester en wethouders gericht: 1. Kan het college aangeven hoeveel scholen in het Amsterdamse voortgezet onderwijs LHBT-voorlichting geven? Komt dit aantal overeen met het totaal aantal scholen in het voortgezet onderwijs in Amsterdam? Hoe verhoudt dit aantal zich tot het landelijk gemiddelde? Antwoord: Dat is niet exact bekend. Voorlichting geven over seksuele diversiteit is sinds kort opgenomen in de landelijke kerndoelen voor het onderwijs. Het college gaat er van uit dat alle scholen voor VO daarom aandacht besteden aan het onderwerp, op uiteenlopende wijze. Het is een taak van de Inspectie voor het Onderwijs om hierop toe te zien, en daarover aan de minister te rapporteren. 1 Jaar 2014 Gemeente Amsterdam R Neeing 1e Gemeenteblad Datum 14 februari 2014 Schriftelijke vragen, dinsdag 17 december 2013 Het college heeft in zijn bestuursperiode tijdens schoolbezoeken aandacht gevestigd op dit onderwerp. In een brief van mei 2013 hebben de wethouder Burgerschap & Diversiteit en de wethouder Onderwijs uw raad geïnformeerd over de stand van zaken op dat moment in het VO. Over de stand van zaken in het PO is uw raad in november 2013 geïnformeerd door de wethouder Onderwijs in een rapportage over Jong Amsterdam II. 2. Kan het college aangeven waarom scholen ervoor kiezen om de wettelijke verplichting om LHBT-voorlichting niet na te komen? Wanneer heeft het college signalen hierover ontvangen? Antwoord: Het college heeft geen signalen ontvangen dat scholen hun wettelijke verplichting niet nakomen. 3. Kan het college aangeven welke maatregelen momenteel worden genomen om LHBT-voorlichting op alle scholen te laten plaatsvinden? Zijn er volgens het college aanvullende maatregelen noodzakelijk nu dat blijkt dat 59% van de leerlingen geen specifieke voorlichting op dit vlak heeft gekregen? Zo, ja welke en welke rol ziet zij voor zichzelf weggelegd op dit terrein? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Het College schenkt ruim aandacht aan dit onderwerp. Dit blijkt uit: — 59 van de 71 Amsterdamse VO scholen heeft in de periode van 2007-2011 ondersteuning gekregen van EduDivers op het terrein van sociale veiligheid en seksuele diversiteit; — hetis opgenomen in prioriteiten Jong Amsterdam II; — alle leden van het college hebben scholen bezocht in deze bestuursperiode waarbij dit onderwerp nadrukkelijk aan de orde kwam; — _eris een overzicht vervaardigd van veel gehanteerde lesmethoden op dit gebied; — _ teamtrainingen voor docententeams in het PO ter vergroting van handelingsbekwaamheid in het omgaan met complexe/gevoelige onderwerpen; — december 2013; kennisdeling in docentenbijeenkomst, op uitnodiging van wethouder Burgerschap & Diversiteit. Burgemeester en wethouders van Amsterdam A.H.P. van Gils, secretaris E.E. van der Laan, burgemeester 2
Schriftelijke Vraag
2
discard
> Gemeente Amsterdam Motie Datum raadsvergadering 25 janvari 2023 Ingekomen onder nummer 027 Status Aangenomen Onderwerp Motie van het lid Asruf inzake onderzoek naar kosten deelvervoer Onderwerp Onderzoek naar kosten deelvervoer. Aan de gemeenteraad Ondergetekende heeft de eer voor te stellen: De Raad, Gehoord de discussie over de Rapportage deelmobiliteit 2022 Overwegende dat -_Erop dit moment onvoldoende inzicht is in de kosten voor het gebruik van deelvervoer ten opzichte van de kosten voor het gebruik van het openbaar vervoer in Amsterdam; -_De prijs van deelvervoer beïnvloed wordt door verschillende factoren, zoals het aantal reizigers, de afstand, de aanbieder, het desbetreffende voertuig en of er van abonnementen gebruikt wordt gemaakt; -_Blijkens de rapportage deelmobiliteit 2022 Amsterdam deelvervoer geen diverse groep Amsterdammers bedient, maar gebruikt wordt door een specifieke doelgroep; -_ Deelvervoer zich tot het openbaar vervoer verhoudt, waarbij deelvervoer een aanvulling hoort te zijn in plaats van een vervanging; -_Blijkens de rapportage deelmobiliteit 2022 Amsterdam maar liefst 34% van de gebruikers van free-floating deelauto’s (deelvervoer zonder vaste parkeerplek), zijn laatste rit met het openbaar vervoer zou hebben gemaakt als er geen deelvervoer aanwezig was geweest; -__ Blijkens de rapportage deelmobiliteit 2022 Amsterdam maar liefst 40% van de gebruikers van deelscooters zijn laatste rit met het openbaar vervoer zou hebben gemaakt als er geen deelscooter aanwezig was geweest; Gemeente Amsterdam Status Pagina 2 van 1 Verzoekt het college van burgemeester en wethouders -_ Te onderzoeken wat de kosten zijn voor het gebruik van deelvervoer in Amsterdam in verhouding tot het gebruik van openbaar vervoer; -__ De kosten voor deelvervoer uit te splitsen naar de verschillende varianten van deelvervoer, te weten deelauto’s, deelscooters en deelfietsen (zowel vast als free- floating), en daarbij inzicht te geven in de verschillende ritprijzen in vergelijking met ritprijzen over dezelfde afstand met het openbaar vervoer; - _ De raad hierover zo spoedig mogelijk maar uiterlijk bij de eerstvolgende rapportage deelmobiliteit te informeren. Indiener(s), F. Asruf (PvdA)
Motie
2
discard
x Gemeente Amsterdam R Gemeenteraad % Gemeenteblad % Motie Jaar 2020 Afdeling 1 Nummer 221 Ingekomen onder AA Ingekomen op woensdag 12 februari 2020 Behandeld op donderdag 13 februari 2020 Status Aangenomen Onderwerp Motie van de leden Biemond, Kat, Nadif en N.T.Bakker inzake Kennisnemen van de Economische Verkenningen MRA 2019. Aan de gemeenteraad Ondergetekenden hebben de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over de Economische Verkenningen MRA 2019 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 221) Constaterende dat: - De Economische Verkenningen MRA 2019 spreken over de grenzen aan de roei; - de verkenningen voorts spreken over substantiële onzekerheden op mondiaal, regionaal en lokaal niveau; -__er in de Economische Verkenningen vooral gereflecteerd wordt op behaalde resultaten in het verleden gecombineerd met een huidige stand van zaken; - Uit de verkenningen blijkt dat er in Amsterdam sprake is van groeiende inkomensongelijkheid en de groei van werkgelegenheid vooral bestaat uit banen voor hoog opgeleiden; - dat praktisch opgeleiden de meest conjunctuurgevoelige banen hebben. Overwegende dat: - Het voor Amsterdam belangrijk is om economische ontwikkelingen in regionaal verband te realiseren; -__de MRA een belangrijke rol speelt in het richting geven van de regionale economische ontwikkelingen; - De grenzen aan de groei in zicht komen en de groei van de arbeidsproductiviteit al verder afvlakt; - Het onzeker is of de huidige periode van hoogconjunctuur nog lang aanhoudt; -_ het van belang is om een economie te behouden waar iedereen van profiteert, ook tijdens laagconjunctuur, ongeacht opleidingsniveau. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: Een visie te ontwikkelen om een diverse economie te behouden waarin iedereen in gelijke mate blijft mee profiteren ongeacht de opleiding De leden van de gemeenteraad, 1 Jaar 2020 Gemeente Amsterdam R Afdeling 1 Gemeenteraad Nummer 221 Motie Datum <datum onbekend= H.J.T. Biemond H. Kat |. Nadif N.T. Bakker 2
Motie
2
discard
Stichting Springfilm Jan Tooropstraat 29 — studio 301 1062 KB Amsterdam Geachte heer Groen, Naar aanleiding van uw raadsadres “Noodkreet gedupeerde broedplaats de Toorop” d.d. 29 oktober 2010, stel ik u hierbij op de hoogte van de activiteiten van de gemeente ten behoeve van het behoud van de Toorop. Bureau Broedplaatsen heeft zich sinds de opzegging van het huurcontract door de Key bij haar bekend is ingespannen een beheerspartij te vinden voor de voortzetting van de Toorop. Hiertoe heeft zij met verschillende broedplaatsontwikkelaars gesprekken gevoerd en de mogelijkheden verkend om het hoofdhuurderschap over te nemen. Daarnaast heeft zij het verzoek gedaan aan de Key om inzicht te geven in de exploitatiecijfers en recentelijk te berde gebrachte noodzakelijke investeringen in het pand. Ook heeft Bureau Broedplaatsen de Key gevraagd of verkoop van het pand tot de mogelijkheden hoort. Tot op heden is er geen alternatieve hoofdhuurder gevonden. Dit komt mede doordat er geen inzicht is in de exploitatiecijfers en de noodzakelijke investeringen in het pand. Verder heeft de Key aangegeven niet tot verkoop van het pand over te willen gaan. Wij zien als gemeente op dit moment nog voldoende perspectief om de exploitatie van De Toorop voort te zetten. Wij hebben recentelijk De Key hier per brief op gewezen en uitgenodigd voor een overleg. Voor alle duidelijkheid, de Key, is de partij die besluit tot voortzetting of niet. De gemeente heeft hierin geen beslissende stem. Ik ga er van uit hiermee uw vragen voldoende beantwoord te hebben en streef naar een oplossing voor de voortzetting van de Toorop. Bijlage: Stand van zaken voortzetting de Toorop Hoogachtend, Maarten van Poelgeest Wethouder Ruimtelijke Ordening en Grondzaken
Raadsadres
1
train
De voorzitter van de Stadsdeelraad Zuidoost roept de leden van de Stadsdeelraad op tot bijwoning van de voortzetting van de begrotingsvergadering op donderdag 7 december 2006 van 14.00 — 17.00 uur en van 20.00 — 23.00 uur in het stadsdeelkantoor om te beraadslagen en te besluiten over de hieronder vermelde punten. Amsterdam Zuidoost, 30 november 2006 De voorzitter van de Stadsdeelraad N.B. De stukken liggen ter inzage in de bibliotheek kamer 121, en voor publiek bij het Informatiecentrum Amsterdam Zuidoost en in de openbare bibliotheek. 1. Opening en Mededelingen Voordrachten uit categorie A: BESPREEKPUNTEN In uw bezit 2. Begroting 2007 SDR231106 Fin/68 Preadvíisering moties 1 t/m 72 (in uw bezit) korte discussie + stemming - Verkeer 2 t/m 7, 12, 70 - Stedelijke Ontwikkeling 8 t/m 11, 37 - Milieu en Water 13 - Openbare Ruimte, Infrastructuur, Groen en Wijkbeheer 15 t/m 19, 61 - Bestuur en Concern 1, 20, 21, 23 t/m 27, 36, 40 - Openbare Orde en Veiligheid 28, 35, 72 - Werk, Inkomen en Economie 30 t/m 33 - Sociaal-Economische Vernieuwing geen moties - Participatie 34a - Zorg 39, 41 t/m 52 - Educatie, Jeugd en Diversiteit 53 t/m 60 - Cultuur en Monumenten 62 t/m 67 - Sport en Recreatie 68, 69 - Algemene dekkingsmiddelen, resultaat 2007 en de volgende paragrafen: Lokale Heffingen, Weerstandsvermogen, Onderhoud Kapitaalgoederen, Financiering, Bedrijfsvoering, Verbonden Partijen, Grondbeleid 14, 22, 38, 71 In uw bezit 3. Vaststellen tarieventabellen 2007 SDR231106 Fin/69 In uw bezit 4. Vaststellen Verordening Precariobelasting SDR231106 Fin/70
Agenda
2
train
x Gemeente Amsterdam R Gemeenteraad % Gemeenteblad % Amendement Jaar 2018 Afdeling 1 Nummer 480 Publicatiedatum 6 juni 2018 Ingekomen onder A Ingekomen op woensdag 30 mei 2018 Behandeld op woensdag 30 mei 2018 Status Aangenomen Onderwerp Amendement van het lid Van Lammeren inzake het coalitieakkoord 2018-2022 “Een nieuwe lente en een nieuw geluid” (cirkel van geweld). Aan de gemeenteraad Ondergetekende heeft de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over het coalitieakkoord 2018-2022, getiteld: “Een nieuwe lente en een nieuw geluid” (Gemeenteblad afd. 1, nr. 456). Constaterende dat: — huiselijk geweld en dierenmishandeling vaak samengaan; — uit een rapport van de Universiteit Utrecht blijkt dat in de helft van de gevallen van huiselijk geweld er ook sprake is van dierenmishandeling; — een op de drie vrouwen hun vlucht uitstelt vanwege zorgen over de veiligheid van het dier. Besluit: de tekst op pagina 19: “Achterlating in het land van herkomst wordt erkend als vorm van huiselijk geweld en we hebben meer oog voor culturele verschillen in de opvang na huiselijk geweld”, te vervangen door: “Achterlating in het land van herkomst wordt erkend als vorm van huiselijk geweld en we hebben meer oog voor culturele verschillen en zorg voor huisdieren in de opvang na huiselijk geweld.” Het lid van de gemeenteraad, J.F.W. van Lammeren 1
Motie
1
discard
Gemeente Bezoekadres Plein '40 '45 nr. 1 Amste rdam 1064 SW Amsterdam Nieuw-West Postbus 2003 1000 CA Amsterdam Telefoon 14020 2x Nieuwwest.amsterdam ‚nl Vergadering Bestuurscommissie Datum 17 december 2014 Decos nummer 2014/ Onderwerp Instellen Sportadviescommissie Nieuw-West Het algemeen bestuur van de bestuurscommissie van stadsdeel Nieuw-West Gezien de voordracht van het dagelijks bestuur van 18 november 2014 Besluit In te stemmen met het per 1 januari 2015 instellen van een adviescommissies ex artikel 84 van de Gemeentewet, zijnde de Sportadviescommissie de heer H. Wink de heer A. Baâdoud stadsdeelsecretaris voorzitter
Besluit
1
train
Stadsdeelcommissie Agenda Datum 24-09-2019 Aanvang 20:30 Locatie Stadhuis, Boekmanzaal VASTGESTELDE BESLUITENLIJST VOORAF: 20.00 uur Presentatie uitvoeringsprogramma Wabo 2019-2022 1. Opening, vaststellen besluitenlijst * Vaststelling concept-besluitenlijst van 10 september 2019 2. Het woord aan bewoners en ondernemers * Voor informatie over inspraak en aanmelding om in te spreken zie onderaan de agenda. 3. Afdoening ingekomen stukken * Kijk voor de ingekomen stukken onderaan de agenda 4. Mededelingen Dagelijks Bestuur 5. Advies nav gesprek met bewoners Oudezijds Voorburgwal Doel bespreking: ter advisering aan het DB 6. Adviesaanvraag Wabo Doel bespreking: ter advisering aan het DB (definitief advies op 1 oktober) 7. Toegankelijke stad Doel bespreking: ter advisering aan het DB 8. Proces rondom gebiedsplannen 9. Rondvraag en sluiting INGEKOMEN STUKKEN À. Voortgangsrapportage Singelgrachtgarage Marnix B. Voortgangsrapportage herinrichting Vijzelstraat CG. Voortgangsrapportage Leidseplein D. Start inspraak Kerkstraat E. Adviesaanvraag Plantage Muidergracht 14 ongedoeumenteerden (definitief advies op 1 oktober 2019) F. Adviesaanvraag stadsdelen tbv wijziging beleidsregel RVV-ontheffing (definitief advies op 1 oktober 2019) G. Termijnagenda INFORMATIE Locatie en beeldopnamen Deze overlegvergadering van de stadsdeelcommissie Centrum vindt plaats in de Boekmanzaal in het stadhuis. De vergaderingen zijn openbaar toegankelijk. Van de vergaderingen worden beeldopnamen gemaakt. De vergaderingen zijn daarmee live te volgen en achteraf terug te bekijken via deze pagina. Aanmelden om in te spreken Inspreken is mogelijk bij het desbetreffende agendapunt, of, als het onderwerp niet op de agenda staat, aan het begin van de vergadering. Mensen die hierover meer informatie willen, of die zich aan willen melden als inspreker kunnen zich per e-mail richten tot de afdeling bestuursondersteuning: [email protected]. Aanmelden om in te spreken kan tot uiterlijk de maandag voor de vergadering tot 16:00 uur.
Agenda
2
train
Gia0m0a307 % Gemeente De raadscommissie voor Publieke Gezondheid en Preventie, Zorg en OZA nderwijs, Jeugd en „ . . " Maatschappelijke Ontwikkeling, Jeugd(zorg), Onderwijs en Armoede en Zorg x Amsterdam Schuldhulpverlening Voordracht voor de Commissie OZA van 07 september 2022 Ter kennisneming Portefeuille Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling Opvang (MO/BW, Ongedocumenteerden en Vluchtelingen) (a4,) Agendapunt 1 Datum besluit o5 juli 2022, College van B&W. Onderwerp Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Amsterdam. De commissie wordt gevraagd 1. kennis te nemen van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Amsterdam per juli 2022, die horen bij de Verordening maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2015. Wettelijke grondslag e Gemeentewet, artikel 147; * Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, artikel 2.1.1 en 2.1.3; e de Verordening maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2015, artikelen 2.4, tiende lid; 3.1, derde lid; 4.2, vierde lid; 4.12, derde lid; 5.3.2, zesde lid. Bestuurlijke achtergrond Jaarlijks wijzigt de gemeente de lokale regelgeving inzake de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Aanpassing van de regelgeving kan nodig zijn ingevolge landelijke en gemeentelijke besluiten, jurisprudentie en voortschrijdend inzicht. De gemeenteraad heeft op 22 juni 2022 de Wmo verordening 2015 per janvari 2022 vastgesteld. De Nadere regels zijn een vitwerking van de verordening en worden vastgesteld door het college. De wijzigingen in de verordening moeten nu ook in de Nadere regels worden verwerkt. De B en W-voordracht is in bijlage toegevoegd. Reden bespreking Nvt. Uitkomsten extern advies De wijzigingen in de Nadere regels zijn op 2 mei 2022 ter kennisname voorgelegd aan Cliëntenbelang Amsterdam en op 13 mei is een reactie ontvangen. Dit heeft geleid tot de toevoeging bij dienstverlening door het buurtteam dat er een verslag wordt gemaakt van de afspraken en een eventuele vraagverheldering als ondersteuning korter dan 3 maanden is en tot het aanpassing van de procedure bij onenigheid over het ondersteuningsplan. Gegenereerd: vl.25 1 VN2022-023072 % Gemeente De raadscommissie voor Publieke Gezondheid en Preventie, Zorg en ZA Onderwijs, Jeugden 9 Amsterdam - oe: - Zorg % Maatschappelijke Ontwikkeling, Jeugd(zorg), Onderwijs en Armoede en Schuldhulpverlening Voordracht voor de Commissie OZA van 07 september 2022 Ter kennisneming De gewijzigde teksten zijn ook ter kennisname voorgelegd en toegelicht aan de stedelijke Wmo- Adviesraad in hun vergadering op 19 mei 2022. Dit heeft niet geleid tot tekstaanpassingen. Geheimhouding Nvt. Uitgenodigde andere raadscommissies Nvt. Wordt hiermee een toezegging of motie afgedaan? Nee Welke stukken treft v aan? AD2022-070519 o1. College van B&W Voordracht (31). pdf (pdf) 02. 220627 Bekendmaking Nadere regels maatschappelijke ondersteuning AD2022-071965 Amsterdam (SH).docx (msw22) 03. Raadsinformatiebrief bij Nadere regels maatschappelijke ondersteuning AD2022-077909 (def). pdf (pdf) AD2022-070454 Commissie OZA Voordracht (pdf) Ter Inzage Registratienr. Naam Behandelend ambtenaar of indienend raadslid (naam, telefoonnummer en e-mailadres) Onderwijs, Jeugd en Zorg, Tessa Stout, 06-48513412, [email protected], Tmnit Tuguabo, 06-28249494, [email protected] Gegenereerd: vl.25 2
Voordracht
2
train
Stadsdeelcommissie Centrum Agenda Datum 27-09-2022 Aanvang 19:15 Locatie Grote Commissiezaal (Willem Kraanzaal) VOORA Presentatie en gesprek over het proces om te komen tot ‘Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting’ (19:15 uur) F 1. Opening (20:00 uur), vaststellen besluitenlijst * Vaststelling concept-besluitenlijst van 13 september jl. 2. Het woord aan bewoners en ondernemers * Voor informatie over inspraak en aanmelding om in te spreken zie onderaan de agenda. 3. Afdoening ingekomen stukken * Kijk voor de ingekomen stukken onderaan de agenda 4. Mededelingen dagelijks bestuur ba. Adviezen van Bewoners Amsterdam en GroenLinks over evaluatie coronaterrassen bb. Concept-advies aan college over beleidskader horeca en terrassen De stukken van het DB zijn nagezonden per 21 september jl. Het advies van Bewoners Amsterdam is nagezonden per 22 september jl. 6. Advies van PvdA over energiearmoede Het advies van PvdA wordt later nagezonden. Het advies van Bewoners Amsterdam is nagezonden per 23 september jl. Zie ook de brief van het DB over dit onderwerp, bij de ingekomen stukken onder D. 7. Concept-advies aan college over wijziging Verordening Stadsdelen ivm Omgevingswet - 2e termijn 8. Rondvraag en sluiting INGEKOMEN STUKKEN À. Termijnagenda De geactualiseerde termijnagenda volgt B. Lijst aangenomen adviezen De geactualiseerde lijst volgt nog. CG. Advies van DB aan college over verordening m.b.t. Commissie Omgevingskwaliteit D. Brief van DB aan stadsdeelcommissie over energiearmoede Deze brief is nagezonden per 21 september jl. INFORMATIE Locatie en beeldopnamen Deze overlegvergadering van de stadsdeelcommissie Centrum vindt plaats in de Grote Commissiezaal (Willem Kraanzaal) in het stadhuis. De vergaderingen zijn openbaar toegankelijk. Van de vergaderingen worden beeldopnamen gemaakt. De vergaderingen zijn daarmee live te volgen en achteraf terug te bekijken via deze pagina. Aanmelden om in te spreken Inspreken is mogelijk bij het desbetreffende agendapunt, of, als het onderwerp niet op de agenda staat, aan het begin van de vergadering. Mensen die hierover meer informatie willen, of die zich aan willen melden als inspreker kunnen zich per e-mail richten tot de afdeling bestuursondersteuning: [email protected]. Aanmelden om in te spreken kan tot uiterlijk de maandag voor de vergadering tot 16:00 uur.
Agenda
2
train
VN2023-023830 N% Gemeente Raadscommissie voor Duurzaamheid, Circulaire Economie, Afval en D C Bijzondere Reiniging, Voedsel en Dierenwelzijn Projecten x Amsterdam Voordracht voor de Commissie DC van 16 november 2023 Ter bespreking en ter kennisneming Portefeuille Duurzaamheid, Energietransitie en Circulaire Economie Agendapunt 6 Datum besluit B&W 10 oktober 2023 Onderwerp Kennisnemen van de raadsinformatiebrief Start van de uitvoeringsorganisatie Energie voor de stad De commissie wordt gevraagd kennis te nemen van de raadsinformatiebrief Start vitvoeringsorganisatie Energie voor de Stad. Deze uitvoeringsorganisatie is verantwoordelijk voor het programma Energie voor de Stad met daarin de sturing op de uitvoering van de gehele energietransitie (uitvoeringsregie), realiseren van de projecten (projectmanagement) en oppakken van uitvoeringsbelemmeringen. Binnen projectmanagement gaan projecten gefaseerd over, te starten met warmte en elektra. Het college van B&W heeft besloten om het programma inclusief de onderliggende projecten op te nemen in de Regeling Grote Projecten. Wettelijke grondslag Art. 169 lid 1 en 2 Gemeentewet: Het college en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan de raad verantwoording schuldig over het door het college gevoerde bestuur. Zij geven de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. Bestuurlijke achtergrond * Op 22 april 2020 is de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal vastgesteld door de gemeenteraad. e Op 27 juni 2023 is het college-brede klimaatverhaal “Onze stad van morgen” ten behoeve van de uitvoering van verduurzaming van de stad Amsterdam vastgesteld door het college van B&W waarin de vitvoeringsorganisatie Energie voor de stad is aangekondigd. * Op 19 september is de verdeling van de rijksmiddelen Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid CDOKE) voor 2023 door het college vastgesteld. Reden bespreking D66 wil hierover beelden wisselen met de wethouder. Uitkomsten extern advies nvt. Geheimhouding nvt. Uitgenodigde andere raadscommissies nvt. Gegenereerd: vl.6 1 VN2023-023830 % Gemeente Raadscommissie voor Duurzaamheid, Circulaire Economie, Afval en Bijzondere X Amsterdam Reiniging, Voedsel en Dierenwelzijn Projecten % einiging, Voedsel en Dierenwelzij Voordracht voor de Commissie DC van 16 november 2023 Ter bespreking en ter kennisneming Wordt hiermee een toezegging of motie afgedaan? n.v.t. Welke stukken treft v aan? 1. Raadsinformatiebrief Start vitvoeringsorganisatie Energie voor de AD2023-082412 Stad.pdf (pdf) AD2023-082413 Commissie DC (1) Voordracht (pdf) Ter Inzage Registratienr. Naam Behandelend ambtenaar of indienend raadslid (naam, telefoonnummer en e-mailadres) Bijzondere Projecten, kwartiermaker vitvoeringsprogramma, Hoite Detmar, 06-55707982, [email protected] Gegenereerd: vl.6 2
Voordracht
2
train
x Gemeente Amsterdam R Gemeenteraad % Gemeenteblad % Motie Jaar 2017 Afdeling 1 Nummer 599 Publicatiedatum 16 juni 2017 Ingekomen onder AY Ingekomen op donderdag 8 juni 2017 Behandeld op donderdag 8 juni 2017 Status Aangenomen Onderwerp Motie van het lid Vroege inzake de Nota parkeernormen auto (categorisering van NZ- lijn-gebied tot A-locatie). Aan de gemeenteraad Ondergetekende heeft de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over de Nota parkeernormen auto (Gemeenteblad afd. 1, nr. 429). Overwegende dat: — Locaties die gekenmerkt door een zeer goede OV-bereikbaarheid worden gecategoriseerd als A-locaties, en B-locaties staan voor gebieden die minder goed openbaar vervoer hebben; — De Wibautas en Zuidas in de nota gecategoriseerd is als A-locatie; — De Rode Loper en gebied tussen Weteringcircuit en Station Zuid met de komst van de Noord/Zuidlijn een echte A-locatie zal zijn; Constaterende dat; — Dit gebied in het voorstel van college worden aangemerkt als B-locatie. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: Het gebied in omgeving van de Rode Loper tot aan Zuidas aan te merken als A-locatie. Het lid van de gemeenteraad J.S.A. Vroege 1
Motie
1
discard
> < Gemeente Raadsinformatiebrief Amsterdam Aan: Gemeenteraad van Amsterdam Datum 31 januari 2023 Portefeuille Woningbouw Portefeuillehouder: Reinier van Dantzig Behandeld door Grond en Ontwikkeling (h.wildenberg®@amsterdam.nl) Onderwerp Woningbouwplan 2022-2028 Geachte leden van de Gemeenteraad, De gemeente Amsterdam werkt hard aan de bouw van nieuwe woningen. In 2022 zijn er maar liefst 8.401 woningen in aanbouw genomen. Een zeer goed resultaat, in deze onzekere tijd met schaarste aan personeel en materialen, hoge rente en stijgende bouwkosten. De komende jaren blijven we streven naar 7.500 nieuwe woningen per jaar, zoals in het coalitieakkoord is afgesproken. De verhouding 40% sociaal, 40% middelduur en 20% vrije sector is daarbij het vitgangspunt. Het is van groot belang om te bouwen naar behoefte en voor doorstroming , met een goede mix in woninggrootte zodat woningen zowel voor singles, jongeren, studenten, gezinnen als senioren geschikt zijn. Ook wordt de inzet voor meer wooncoöperaties en geclusterde ouderenwoningen door het college voortgezet. Gezien de enorme woningbouwopgave, heeft het versnellen en versimpelen van stedelijke ontwikkeling voor het college prioriteit. In het Woningbouwplan 2022-2028 wordt uitvoering gegeven aan de nieuwbouwambities van het college, rekening houdend met de huidige onzekere omstandigheden. Het is een open deur dat dit geen simpele opgave is. Het bouwen van woningen wordt steeds complexer, mede omdat de verdichting van de stad steeds meer plaatsvindt in transformatiegebieden en in bestaande wijken. Economisch is het een roerige tijd. Bij ieder project komt het aan op inzet, behendigheid en een flinke dosis doorzettingsvermogen. Voor de doorstroming hebben we het meest aan woningen die daadwerkelijk worden gebouwd. Het is ontzettend belangrijk dat de gemeente zich flexibel opstelt. Zowel financieel als programmatisch, zoeken we naar optimalisatiemogelijkheden. Dit doen we samen met investeerders, marktpartijen en corporaties Bij gebiedsontwikkeling gaat het niet alleen om het toevoegen van woningen, maar om het maken van een complete stad. Naast investeringen in woningen zijn investeringen ineen goede (ondergrondse en bovengrondse) infrastructuur, voldoende (maatschappelijke) voorzieningen, kantoor- en bedrijfsruimte, openbare ruimte, water en groen van even groot belang. We werken parallel aan een Ontwikkelstrategie, waarin wordt uitgewerkt hoe de stad op verantwoorde wijze door kan groeien. Deze Ontwikkelstrategie bestrijkt de middellange termijn tot 2035. Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief 31 januari 2023 Pagina 2 van 2 Het Woningbouwplan is afgestemd met de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting (AAV). Deze aanpak geeft de gemeentelijke volkshuisvestelijke ambities en prioriteiten aan, gericht op lange termijn doelen. De focus van de AAV ligt primair op de bestaande voorraad, met vraagstukken ten aanzien van betaalbaarheid, woonrvimteverdeling, kwaliteitsverbetering en verduurzaming. Alle acties en voorstellen in het Woningbouwplan hebben als doel om woningbouwproductie te stimuleren en hiermee doorstroming te bevorderen, met in achtneming van onze volkshuisvestelijke ambities in het coalitieakkoord. We bouwen aan een complete, duurzame en ongedeelde stad. Voor alle mogelijke huishoudenssamenstellingen, voor jonge, oude en nieuwe Amsterdammers. Ik raad u van harte aan het Woningbouwplan te lezen. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, Reinier van Dantzig Wethouder Woningbouw en Stedelijke Ontwikkeling Een routebeschrijving vindt v op amsterdam.nl
Brief
2
val
Gemeente Amsterdam % Gemeenteraad R % Gemeenteblad % Raadsnotulen Jaar 2019 Afdeling 2 Vergaderdatum 13 februari 2019 Publicatiedatum 6 maart 2019 OPENBARE VERGADERING OP DONDERDAG 13 FEBRUARI 2019 7 Aanwezig: de leden mevrouw AL. Bakker (PvdD), de heer N.T. Bakker (SP), de heer Biemond (PvdA), mevrouw Bloemberg-lssa (PvdD), de heer Blom (GroenLinks), de heer Boomsma (CDA), mevrouw Bosman (D66), de heer Boutkan (PvdA), de heer Van der Burg (VVD), de heer Geder (CU), de heer Van Dantzig (D66), de heer Ernsting (GroenLinks), de heer Flentge (SP), mevrouw De Fockert (GroenLinks), mevrouw De Grave-Verkerk (VVD), de heer Groen (GroenLinks), mevrouw Grooten (GroenLinks), de heer Hammelburg (D66), mevrouw De Heer (PvdA), mevrouw De Jong (GroenLinks), de heer Karaman (GroenLinks), mevrouw Kat (D66), mevrouw Kilig (DENK), de heer Kreuger (Forum voor Democratie), mevrouw El Ksaihi (D66), de heer Van Lammeren (Partij voor de Dieren), mevrouw Marttin (VVD), de heer Mbarki (PvdA), mevrouw Nadif (GroenLinks), mevrouw Nanninga (Forum voor Democratie), mevrouw Naoum Néhmé (VVD), mevrouw Poot (VVD), mevrouw Van Renssen (GroenLinks), mevrouw Rooderkerk (D66), mevrouw Roosma (GroenLinks), mevrouw La Rose (PvdA), de heer Van Schijndel (Forum voor Democratie), mevrouw Simons (BIJJ1}, mevrouw Temmink (SP), mevrouw Timman (D66), de heer Torn (VVD), de heer Vroege (D66) en de heer Yilmaz (DENK) Afwezig: de heer Taimounti (DENK) en mevrouw Van Soest (PvdO) Aanwezig: burgemeester mevrouw Halsema (Openbare Orde en Veiligheid, Algemene Zaken, Integraal Veiligheidsbeleid, Juridische Zaken, Internationale Samenwerking, Bestuursdienst, Regelgeving en Handhaving, Juridische Zaken, Communicatie), de wethouders mevrouw Dijksma (Water, Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit en stadsdeel Zuid), mevrouw Van Doorninck (Duurzaamheid en Circulaire Economie, Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Energietransitie en stadsdeel Oost), de heer Groot Wassink (Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering (inclusief Bestuurlijk Stelsel), Coördinatie Bedrijfsvoering, Inkoop, Sociale Zaken, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden), de heer Ivens (Bouwen en Wonen, Openbare Ruimte en Groen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Reiniging en stadsdeel Noord), de heer Kock (Financiën, Economische Zaken, Lucht- en Zeevaart, Deelnemingen, Zuidas en Marineterrein en stadsdeel Centrum), mevrouw Kukenheim (Zorg, Jeugd(zorg), Mbo-agenda, Beroepsonderwijs en Toeleiding Arbeidsmarkt, Preventie Jeugderiminaliteit, Sport en Recreatie, Ouderen en stadsdeel West) mevrouw Meliani (Kunst en Cultuur, Monumenten en Erfgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie, Gemeentelijk Vastgoed en stadsdeel Nieuw-West), mevrouw Moorman (Onderwijs, Volwasseneneducatie, Laaggeletterdheid en Inburgering, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse voorzieningen, Armoede en Schuldhulpverlening en stadsdeel Zuidoost) Afwezig: 4 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen Middagzitting op donderdag 13 februari 2019 Voorzitter: mevrouw F. Halsema, burgemeester Plaatsvervangend voorzitters: het raadslid de heer Torn, het raadslid de heer N.T. Bakker Raadsgriffier: mevrouw mr. M. Pe Verslaglegging: mevrouw Van de Belt De VOORZITTER opent de vergadering om 13.09 uur. De VOORZITTER: Ik open de gemeenteraad van Amsterdam en ik heet u allen welkom bij deze raadsvergadering die uit drie dagdelen zal bestaan. 1 Mededelingen De VOORZITTER: Er is bericht van verhindering van mevrouw Van Soest in verband met een verblijf in het buitenland. Mevrouw Van Renssen gaat na deze vergadering met zwangerschapsverlof. We wensen u veel moois de komende tijd. De heer Taimounti is vader geworden van een tweeling. Wij feliciteren hem van harte. De wethouders Moorman en Groot Wassink zijn in verband met een bestuurlijk overleg met minister Koolmees donderdagmiddag afwezig tot ongeveer 16.00 uur. Ik ben donderdagmiddag vanaf 15.30 uur afwezig in verband met een andere verplichting. Wethouder Van Doorninck is vandaag jarig. Van harte geteliciteerd. Er is bericht van overlijden van oud-raadslid mevrouw Vonhoff-Luijendijk ontvangen. 2 februari jl. overleed het oud-raadslid Loes Vonhoff-Luijendijk op 92-jarige leeftijd. Zij zat namens de VVD in de gemeenteraad van 1966 tot 1971. Ze gaf haar zetel op toen het gezin naar Utrecht verhuisde waar haar man burgemeester werd. Van haar zijn de woorden, en ik citeer: “Ik ben geen voorstander van fiftyfifty, maar ik zit toch niet graag als enige vrouw in de Amsterdamse gemeenteraad. Met mijn slagzin Moeders zijn ook mensen hoop ik een praktisch element in de politiek in te brengen. Met al dat geconfereer krijgen die mannen nog geen stadhuis bij elkaar. Wie op de publieke tribune de gemeenteraadszittingen volgt, zal niet gauw worden verleid tot herhaald bezoek. En als vrouw word ik trouwens moedeloos van dat gepraat over de metro in Amsterdam. Want we zouden we voor dat geld veel ondergrondse parkeergarages kunnen bouwen.” Zij zette zich in voor mensen in de bijstand, voor het lenigen van de woningnood en voor het vergroten van het aantal ziekenhuisbedden. En ze maakte zich in 1966 zorgen over het aantal van 300 onderwijzers die in het jaar daarvoor uit Amsterdam waren vertrokken omdat ze geen huis konden vinden. Waar kennen we dat van? We gedenken Loes Vonhoff-Luijendijk met eerbied en genegenheid. Ik verzoek u te gaan staan en enige momenten stilte in acht te nemen. 2 Vaststellen van de notulen van de raadsvergadering van 23 en 24 januari 2019 Conform besloten. 2 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen 3 Vaststellen agenda De VOORZITTER: Dan stel ik voor dat we eerst de agenda doorlopen om te zien of er agendapunten zonder discussie en hoofdelijke stemming kunnen worden afgedaan. Conform besloten. Dan gaan we nu door de agenda heen om te zien of er agendapunten kunnen worden gehamerd. 4 Mededeling van de ingekomen stukken Conform besloten. 1° Brief van A.H.J.W. van Schijndel, lid van de fractie van Forum voor Democratie, van 18 januari 2019 inzake zijn ontslag als voorzitter van de raadscommissie Werk, Inkomen en Onderwijs Besloten is, de afhandeling over te laten aan de leden van de gemeenteraad. 2° Brief van het Team Agenda IJsselmeergebied van 31 januari 2019 inzake informatie over de Agenda IJsselmeergebied 2050 Besloten is, de afhandeling over te laten aan de leden van de gemeenteraad. 3° Raadsadres van de Erfgoedvereniging Heemschut en de Vereniging Promotie Westelijke Tuinsteden van 11 januari 2019 inzake de vernieuwingsplannen voor Slotermeer Besloten is, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afhandeling en een kopie van het antwoord te sturen naar de leden van de raadscommissie Ruimtelijke Ordening. 4° Raadsadres van een burger van 23 januari 2019 inzake het functioneren van de burgemeester Besloten is, dit raadsadres voor kennisgeving aan te nemen. 5e Raadsadres van een burger van 24 januari 2019 inzake een klacht in verband met de verhoging van het drinkwatertarief in Amstelveen Besloten is, dit raadsadres voor kennisgeving aan te nemen. 6° Raadsadres van een burger van 27 januari 2019 inzake de nationale herdenking van de Holocaust in het Wertheimpark 3 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen Besloten is, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afhandeling en een kopie van het antwoord te sturen naar de leden van de raadscommissie Algemene Zaken. 7° Raadsadres van een burger van 28 januari 2019 inzake verduidelijking over de extra beveiligingsmaatregelen voor moskeeën Besloten is, dit raadsadres in handen van de burgemeester te stellen terafhandeling en een kopie van hetantwoord te sturen naar de leden van de raadscommissie Algemene Zaken. 8° Raadsadres van een burger van 23 januari 2019 inzake overlast door taxi's en fietstaxi's op de Paulusbroedersluis in het gebied 1012 Besloten is, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afhandeling en een kopie van het antwoord te sturen naar de leden van de raadscommissie Mobiliteit, Luchtkwaliteit en Duurzaamheid. ge Raadsadres van Wijkraad Zuidwest van 25 januari 2019 inzake het functioneren van Buurtkamer Welkom, voormalige Stichting Welkom, aan het Stadionplein Besloten is, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afhandeling en een kopie van het antwoord te sturen naar de leden van de raadscommissie Zorg, Jeugdsport en Sport. 10° Raadsadres van een burger van 28 januari 2019 inzake een uitgebrande papiercontainer, veroorzaakt door vuurwerk Besloten is, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afhandeling en een kopie van het antwoord te sturen naar de leden van de raadscommissie Algemene Zaken. 11° Brief van Recreatie Noord-Holland NV van 28 januari 2019 inzake de aanbieding van de begroting 2019 van Recreatie Noord-Holland Besloten is, deze begroting voor kennisgeving aan te nemen. 12° Brief van het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid van 29 januari 2019 inzake de werkwijze van de landelijke Alliantie Kinderarmoede voor de aanpak van kinderarmoede Besloten is, de afhandeling over te laten aan de leden van gemeenteraad en aan de leden van het college van burgemeester en wethouders. 13° Raadsadres van Letselschadebureau De Ringdijk van 29 januari 2019 inzake werknemers die slachtoffer zijn van corruptie binnen gemeente Besloten is, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afhandeling. 4 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen 14° Raadsadres van een burger van 16 januari 2019 inzake gemeentelijke invloed op de verhoging van het tarief voor stadsverwarming Besloten is, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afhandeling en een kopie van het antwoord te sturen naar de leden van de raadscommissie Ruimtelijke Ordening. 15° Raadsadres van een burger van 29 januari 2019 inzake een onrechtmatige huisdoorzoeking door de politie Besloten is, dit raadsadres voor kennisgeving aan te nemen. De kabinet-bijlagen liggen ter inzage bij de raadsgriffie. 16° Brief van burgemeester Halsema van 22 januari 2019 inzake de afhandeling van motie 998.18 van de leden Simons, Roosma, Hammelburg en Boutkan over erkenning van de Vereniging PROUD als belangenorganisatie Besloten is, de uitvoering van deze motie in de raadscommissie Algemene Zaken te bespreken en na goedkeuring de motie als uitgevoerd te beschouwen. 17° Raadsadres van Dammers Amusementsautomaten BV van 31 januari 2019 inzake de zienswijze over de beleidsregel overgangsregeling speelautomatenhallen Apeldoorn 2018 Besloten is, dit raadsadres desgewenst te betrekken bij de behandeling van agendapunt 19, Vaststellen van de Verordening op de kansspelautomaten en speelautomatenhallen. 18° Raadsadres van Let's Talk About Tech van 31 januari 2019 inzake informatie over BG Space Appeal betreffende de gevolgen voor mens en natuur bij de uitrol van 5G Besloten is, de afhandeling over te laten aan de leden van de gemeenteraad. 19° Raadsadres van een burger van 31 januari 2019 inzake het instellen van een maximumsnelheid voor fietsers van 5 km in voetgangersgebieden Besloten is, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afhandeling en een kopie van het antwoord te sturen naar de leden van de raadscommissie Mobiliteit, Luchtkwaliteit en Duurzaamheid. 20° Afschrift van een brief van een burger van 30 januari 2019, gericht aan de gemeente Hilversum, inzake de zorgen om doorstroming op de provinciale weg N201 Besloten is, deze brief voor kennisgeving aan te nemen. 21° Raadsadres van een burger van 31 januari 2019 inzake het beleid voor het parkeervergunninggebied Centrum 4 5 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen Besloten is, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afhandeling en een kopie van het antwoord te sturen naar de leden van de raadscommissie Mobiliteit, Luchtkwaliteit en Duurzaamheid. 22° Brief van wethouder Dijksma van 29 januari 2019 inzake de afhandeling van motie 1103.18 van de leden Boutkan, N.T. Bakker en Ernsting inzake de Begroting 2019 - ontmoedig de komst van elektrische huursteps naar Amsterdam Besloten is, de uitvoering van deze motie in de raadscommissie Mobiliteit, Luchtkwaliteit en Duurzaamheid te bespreken en na goedkeuring de motie als uitgevoerd te beschouwen. 23° Brief van de griffie van de gemeente Meierijstad van 14 januari 2019 inzake de op 20 december 2018 door de gemeenteraad van Meierijstad aangenomen motie over het kinderpardon Besloten is, deze motie voor kennisgeving aan te nemen. 24° Brief van het lid Kreuger, namens de fractie van Forum voor Democratie van 5 februari 2019 inzake het voordragen van het lid Nanninga tot benoeming als voorzitter van de raadscommissie Werk, Inkomen en Onderwijs Besloten is, deze brief te betrekken bij de behandeling van agendapunt 6, Benoemen van de voorzitter van de raadscommissie Werk, Inkomen en Onderwijs. 25° Brief van het lid Roosma, fractievoorzitter van GroenLinks, van 7 februari 2019 inzake het voordragen van het duoraadslid Elabd tot benoeming als lid van de raadscommissie Wonen en Bouwen en het ontslag van het lid Van Renssen als lid van de raadscommissie Wonen en Bouwen Besloten is, deze brief te betrekken bij de behandeling van agendapunt 6A, Benoemen van leden in raadscommissies. 26° Brief van het lid Boomsma, fractievoorzitter van het CDA, van 7 februari 2019 inzake het voordragen van de heren R.B. Havelaar en J.N. Wijmenga tot installatie als duoraadslid en tot benoeming als lid van diverse raadscommissies Besloten is, deze brief te betrekken bij de behandeling van agendapunt 5A, Installatie van duoraadsleden en agendapunt 6A, Benoemen van leden in raadscommissies. 27° Brief van het lid Van Soest, fractievoorzitter van de Partij van de Ouderen, van 7 februari 2019 inzake het voordragen van het duoraadslid Beving tot benoeming als lid van de raadscommissie Mobiliteit, Luchtkwaliteit en Duurzaamheid en het ontslag van het duoraadslid Sijthof als lid van de raadscommissie Mobiliteit, Luchtkwaliteit en Duurzaamheid Besloten is, deze brief te betrekken bij de behandeling van agendapunt 6A, Benoemen van leden in raadscommissies. 6 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen 28° Brief van wethouder Dijksma van 22 januari 2019 inzake de afhandeling van moties 980.18 van het lid Vroege, 1156.18 van het lid Boomsma en 11/79.18 van het lid Ernsting betreffende het parkeer- en vervoerbeleid Besloten is, de uitvoering van deze moties in de raadscommissie Mobiliteit, Luchtkwaliteit en Duurzaamheid te bespreken en na goedkeuring de moties als uitgevoerd te beschouwen. 29° Brief van burgemeester Halsema van 29 januari 2019 inzake de afhandeling van moties 1045.18, 104/7.18, 1048.18 van het lid Torn en motie 1108.18 van het lid Poot betreffende de portefeuille Openbare Orde en Veiligheid Besloten is, de uitvoering van deze moties in de raadscommissie Algemene Zaken te bespreken en na goedkeuring de moties als uitgevoerd te beschouwen. 30° Raadsadres van een burger van 1 februari 2019 inzake een verzoek om aanpassing van het parkeerbeleid voor houders van een bezoekersvergunning Besloten is, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afhandeling en een kopie van het antwoord te sturen naar de leden van de raadscommissie Mobiliteit, Luchtkwaliteit en Duurzaamheid. 31° Raadsadres van een burger van 4 februari 2019 inzake een aanvulling op het raadsadres van 23 januari 2019 over het functioneren van de burgemeester Besloten is, dit raadsadres voor kennisgeving aan te nemen. 32° Raadsadres van een burger van 28 januari 2019 inzake de winst voor de burgemeester bij de verkoop van haar huis Besloten is, dit raadsadres voor kennisgeving aan te nemen. 33° Raadsadres van een burger van 5 februari 2019 inzake een verzoek om een algemeen verbod voor brommers en scooters in parken en bossen Besloten is, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afhandeling en een kopie van het antwoord te sturen naar de leden van de raadscommissie Mobiliteit, Luchtkwaliteit en Duurzaamheid. 34° Raadsadres van een burger van 5 februari 2019 inzake een verzoek om verbetering van het woningaanbod voor leraren in Amsterdam om het lerarentekort te verminderen Besloten is, dit raadsadres in handen van het college van burgemeester en wethouders te stellen ter afhandeling en een kopie van het antwoord te sturen naar de leden van de raadscommissie Werk, Inkomen en Onderwijs. 35° Brief van wethouder Dijksma van 6 februari 2019 inzake de aanpak van civiele constructies van kades, bruggen en tunnels en aanbieding van de eindrapportage 7 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen van het onderzoek van Cloo, getiteld: Vooronderzoek ter versterking van de gemeente Amsterdam voor de opgave inzake Civiele Constructies Besloten is, deze brief en eindrapportage door te geleiden naar de raadscommissie Mobiliteit, Luchtkwaliteit en Duurzaamheid ter bespreking. 36° Brief van het college van burgemeester en wethouders van 7 februari 2019 inzake de toelichting over kosten bodycams, opschalingsprotocol, bonnenquota en inzet handhavers met Oud en Nieuw in Nieuwwest Besloten is, deze brief te betrekken bij de behandeling van agendapunt 17. 37° Brief van wethouder Van Doorninck van 8 februari 2019 inzake een toelichting op het Amsterdams Klimaatakkoord en het proces Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal Besloten is, deze brief te betrekken bij de behandeling van agendapunt 30, Instemmen met het instellen van een Klimaatfonds en instemmen met het aanpassen van het Duurzaamheidsfonds, en agendapunt 31, Uiten van wensen en bedenkingen over de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050. 38° Brief van wethouder Kukenheim van 9 februari 2019 inzake het artikel in Het Parool van 9 februari 2019 over de relatie tussen de GGD en de GGZ-instellingen Besloten is, deze brief door te geleiden naar de raadscommissie Zorg, Jeugdzorg en Sport ter bespreking. 39° Brief van het college van burgemeester en wethouders van 18 december 2018 inzake de afhandeling van motie 947.18 van de leden Hammelburg, Nadit, Kilig en Ceder over een rookvrij Artis Besloten is, de uitvoering van deze motie in de raadscommissie Wonen en Bouwen bespreken en na goedkeuring de motie als uitgevoerd te beschouwen. 40° Brief van burgemeester Halsema van 11 februari 2019 inzake de veiligheidscijfers over 2018 Besloten is, deze brief door te geleiden naar de raadscommissie Algemene Zaken ter bespreking. 41° Brief van wethouder Ivens van 11 februari 2019 betreffende het juridisch advies over de wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening inzake evenementen met dieren Besloten is, deze brief te betrekken bij de behandeling van agendapunt 29, Wijzigen van de Algemene Plaatselijke Verordening, evenementen met Dieren. 8 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen 42° Raadsadres van een burger, namens oude en nieuwe bewoners van de Joan Muyskenweg, van 12 februari 2019 inzake de ontwikkelingen in Overamstel en bij de Joan Muyskenweg Besloten is, dit raadsadres desgewenst te betrekken bij de behandeling van agendapunt 33, Vaststellen van het bestemmingsplan Amstelkwartier tweede fase Weststrook Zuid e.o. 43° Brief van wethouder Van Doorninck van 11 februari 2019 inzake de beantwoording van vragen over het bestemmingsplan Contactweg, onderdoorgang Besloten is, deze brief te betrekken bij de behandeling van agendapunt 34, Vaststellen van het bestemmingsplan Contactweg, onderdoorgang. 44° Brief van wethouder Van Doorninck van 11 februari 2019 inzake de beantwoording van een vraag over het bestemmingsplan Woonboten Baaibuurten Zeeburgereiland Besloten is, deze brief te betrekken bij de behandeling van agendapunt 35, Vaststellen van het bestemmingsplan Woonboten Baaibuurten Zeeburgereiland. 45° Brief van wethouder Van Doorninck van 12 februari 2019 inzake de beantwoording van vragen over ankers van de woonboten aan de Diemerzeedijk Besloten is, deze brief te betrekken bij de behandeling van agendapunt 36A, Actualiteit van het lid N.T. Bakker inzake de onveilige situatie van woonboten bij de IJdijk/Diemerzeedijk naar aanleiding van de uitbreidingsplannen van camping Zeeburg. 46° Brief van de directeur van de Rekenkamer Metropool Amsterdam van 12 februari 2019 inzake de onderzoeksopzet Leges bij vergunningaanvragen Besloten is, deze brief voor kennisgeving aan te nemen. 5 Mondelingevragenuur Dit punt wordt even aangehouden. De vragen die zijn toegelaten zijn de vragen van het lid Bloemberg-lssa en die van het lid Van Schijndel. BA Installatie van duoraadsleden Dit punt wordt even aangehouden. 6 Benoemen van de voorzitter van de Raadscommissie Werk, Inkomen en Onderwijs g Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen Dit punt wordt even aangehouden. 6A Benoemen van leden in raadscommissies Dit punt wordt even aangehouden. 7 Benoemen van leden van de Raad van Toezicht Openbare Stichting Scholengemeenschap (Gemeenteblad afd. 1, nr. 122) Dit punt wordt even aangehouden. 8 Benoemen van een lid van de Sportraad Amsterdam (Gemeenteblad afd. 1, nr. 123) Dit punt wordt even aangehouden. 9 Kennisnemen van het rapport Zicht op schaarse vergunningstelsels van de rekenkamer en het overnemen van de aanbevelingen (Gemeenteblad afd. 1, nr. 89) Dit punt is gehamerd. De voordracht wordt zonder discussie en zonder hoofdelijke stemming goedgekeurd; de raad neemt mitsdien het besluit, vermeld onder nr. 89 van afd. 1 van het Gemeenteblad. 10 Beschikbaar stellen van een uitvoeringskrediet voor de herinrichting van de Nieuwezijds Voorburgwal Zuid. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 90) Dit punt wordt even aangehouden. 1 Gedeeltelijk opheffen van de geheimhouding op bijlage 1 Zero Emissie Bussen (Gemeenteblad afd. 1, nr. 91) Dit punt is gehamerd. De voordracht wordt zonder discussie en zonder hoofdelijke stemming goedgekeurd; de raad neemt mitsdien het besluit, vermeld onder nr. 91 van afd. 1 van het Gemeenteblad. 10 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen 12 Vaststellen van de agenda autodelen (Gemeenteblad afd. 1, nr. 92) Dit punt wordt even aangehouden. 13 Instemmen met de uitvoering van het project Realisatie onderdoorgang Contactweg en aanleg derde spoor (Gemeenteblad afd. 1, nr. 93) Dit punt is gehamerd. De voordracht wordt zonder discussie en zonder hoofdelijke stemming goedgekeurd; de raad neemt mitsdien het besluit, vermeld onder nr. 93 van afd. 1 van het Gemeenteblad. 14 Instemmen met de Nota van Uitgangspunten - Investeringsagenda OV traject 3 Museumkwartier (Gemeenteblad afd. 1, nr. 94) Dit punt wordt even aangehouden. 15 Toestemming geven voor de instelling van de Gemeenschappelijke regeling Centrumregeling Weesp-Amsterdam (Gemeenteblad afd. 1, nr. 96) Dit punt wordt even aangehouden. 16 Instemmen met het initiatiefvoorstel Diverse stad, diverse straatnamen van het lid Mbarki en kennisnemen van de bestuurlijke reactie (Gemeenteblad afd. 1, nr. 97) Dit punt wordt even aangehouden. 17 Instemmen met het initiatiefvoorstel Bodycams voor Amsterdamse handhavers op straat van de leden Poot en Torn en kennisnemen van de bestuurlijke reactie (Gemeenteblad afd. 1, nr. 98) Dit punt wordt even aangehouden. 17A 11 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen Actualiteit van het lid Simons inzake het neerschieten van een burger met 21 kogels (Gemeenteblad afd. 1, nr. 139) Dit punt wordt even aangehouden. Dit punt wordt behandeld direct na punt 8. 18 Wijzigen van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 in verband met een aantal technische wijzigingen (Gemeenteblad afd. 1, nr. 99) Dit punt is gehamerd. De voordracht wordt zonder discussie en zonder hoofdelijke stemming goedgekeurd; de raad neemt mitsdien het besluit, vermeld onder nr. 99 van afd. 1 van het Gemeenteblad. 19 Vaststellen van de Verordening op de kansspelautomaten en speelautomatenhallen (Gemeenteblad afd. 1, nr. 100) Dit punt is afgevoerd. 19A Actualiteit van het lid Bosman inzake de berichtgeving dat het N1 festivalterrein niet doorgaat (Gemeenteblad afd. 1, nr. 137) Dit punt is afgevoerd. 20 Instemmen met het gewijzigde initiatiefvoorstel Maak handhavingsresultaten zichtbaar met een online boetedashboard van het lid Torn en kennisnemen van de bestuurlijke reactie op het oorspronkelijke voorstel (Gemeenteblad afd. 1, nr. 103) Dit punt wordt even aangehouden. 21 Vaststellen van de aanpak arbeidsmarktdiscriminatie 2019-2022 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 104) Dit punt wordt even aangehouden. 22 Vaststellen van het beleidskader 2019-2022 Diversiteit en Inclusiviteit (Gemeenteblad afd. 1, nr. 105) 12 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 R aadsnotulen Dit punt wordt even aangehouden. 23 Intrekken van de Verordening Bl-zone Albert Cuyp gebruikers 2016 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 106) Dit punt is gehamerd. De voordracht wordt zonder discussie en zonder hoofdelijke stemming goedgekeurd; de raad neemt mitsdien het besluit, vermeld onder nr. 106 van afd. 1 van het Gemeenteblad. 24 Wijzigen van de Verordening huisvestingsvoorzieningen onderwijs Amsterdam 2018 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 107) Dit punt wordt even aangehouden. 25 Kennisnemen van rekenkamerrapport Effectiviteit investeringen onderwijs en het overnemen van de aanbevelingen (Gemeenteblad afd. 1, nr. 108) Dit punt wordt even aangehouden. 26 Intrekken van het handboek Inrichting Openbare Ruimte Binnenstad en kennisnemen van het Handboek Inrichting Openbare Ruimte Amsterdam (Gemeenteblad afd. 1, nr. 109) Dit punt is gehamerd. De voordracht wordt zonder discussie en zonder hoofdelijke stemming goedgekeurd; de raad neemt mitsdien het besluit, vermeld onder nr. 109 van afd. 1 van het Gemeenteblad. 27 Instemmen met het gewijzigde initiatiefvoorstel Inzet digitale informatieborden tegen afvaloverlast van het lid Torn en kennisnemen van de bestuurlijke reactie op het oorspronkelijke voorstel (Gemeenteblad afd. 1, nr. 110) Dit punt wordt even aangehouden. 28 Vaststellen van het Programmaplan Ouderenhuisvesting 2019-2022 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 111) 13 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen Dit punt wordt even aangehouden. 29 Wijzigen van de Algemene Plaatselijke Verordening, evenementen met Dieren (Gemeenteblad afd. 1, nr. 112) Dit punt wordt even aangehouden. 30 Instemmen met het instellen van een Klimaatfonds en instemmen met het aanpassen van het Duurzaamheidsfonds (Gemeenteblad afd. 1, nr. 113) Dit punt wordt even aangehouden. 31 Uiten van wensen en bedenkingen over de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 114) Dit punt wordt even aangehouden. 32 Vaststellen van een investeringsbesluit voor een recyclepunt aan de Toetsenbordweg (Gemeenteblad afd. 1, nr. 115) Dit punt is gehamerd. De voordracht wordt zonder discussie en zonder hoofdelijke stemming goedgekeurd; de raad neemt mitsdien het besluit, vermeld onder nr. 115 van afd. 1 van het Gemeenteblad. 33 Vaststellen van het bestemmingsplan Amstelkwartier tweede fase Weststrook Zuid e.o. (Gemeenteblad afd. 1, nr. 116) Dit punt wordt even aangehouden. 34 Vaststellen van het bestemmingsplan Contactweg, onderdoorgang (Gemeenteblad afd. 1, nr. 117) Dit punt wordt even aangehouden. 14 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 R aadsnotulen 35 Vaststellen van het bestemmingsplan Woonboten Baaibuurten Zeeburgereiland (Gemeenteblad afd. 1, nr. 118) Dit punt wordt even aangehouden. 36 Vaststellen van het bestemmingsplan geluidverdeelplan Westpoort 1e herziening (Gemeenteblad afd. 1, nr. 119) Dit punt is gehamerd. De voordracht wordt zonder discussie en zonder hoofdelijke stemming goedgekeurd; de raad neemt mitsdien het besluit, vermeld onder nr. 119 van afd. 1 van het Gemeenteblad. 36A Actualiteit van het lid N.T. Bakker inzake de onveilige situatie van woonboten bij de IJdijk/Diemerzeedijk naar aanleiding van de uitbreidingsplannen van camping Zeeburg (Gemeenteblad afd. 1, nr. 141) Dit punt is komen te vervallen. 37 Kennisnemen van de communicatieplanning erfpacht eerste helft 2019 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 120) Dit punt wordt even aangehouden. 38 Beschikbaar stellen van kredieten voor investeringen in maatschappelijke voorzieningen in jeugd, zorg en basisvoorzieningen (Gemeenteblad afd. 1, nr. 121) Dit punt is gehamerd. De voordracht wordt zonder discussie en zonder hoofdelijke stemming goedgekeurd; de raad neemt mitsdien het besluit, vermeld onder nr. 121 van afd. 1 van het Gemeenteblad. 39 Vaststellen van de Verordening voorziening arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden voor gemeenteraadsleden 2019 (Gemeenteblad afd. 1, nr. 102) Dit punt wordt even aangehouden. 15 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen 40 Bekrachtigen van de geheimhouding (Gemeenteblad afd. 1, nr. 101) Dit punt is gehamerd. De voordracht wordt zonder discussie en zonder hoofdelijke stemming goedgekeurd; de raad neemt mitsdien het besluit, vermeld onder nr. 101 van afd. 1 van het Gemeenteblad. A1 Geheim (Gemeenteblad afd. 1, nr. 95) Dit punt is gehamerd. De voordracht wordt zonder discussie en zonder hoofdelijke stemming goedgekeurd; de raad neemt mitsdien het besluit, vermeld onder nr. 95 van afd. 1 van het Gemeenteblad. 5 Mondelingevragenuur Vragen van het lid Bloemberg-lssa inzake het bericht dat de hulp na meldingen van huiselijk geweld of kindermishandeling te lang op zich laat wachten De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Bloemberg-lssa. Mevrouw BLOEMBERG-ISSA: Het aantal gevallen huiselijk geweld is het afgelopen jaar met 7% toegenomen en de Partij voor de Dieren vindt het belangrijk dat mensen die een onveilige situatie melden, snel hulp krijgen. Uit recent onderzoek, gepubliceerd in Trouw, blijkt dat het vaak niet lukt om meldingen van huiselijk geweld en kindermishandeling op tijd in te schatten en te onderzoeken. Uit het onderzoek blijkt dat binnen de regio Amsterdam-Amstelland maar tussen de 50% en de 80% binnen de wettelijke termijn van 10 weken wordt afgehandeld. Omdat het gaat om mensen die in een acute of structureel onveilige situatie zitten, vindt mijn fractie het belangrijk de volgende vragen aan het college te stellen. Wat is het precieze percentage van de meldingen van huiselijk geweld en kindermishandeling dat binnen de wettelijke termijn wordt onderzocht? Wat is de oorzaak van het aantal hoge meldingen dat niet op tijd kan worden onderzocht? Heeft dit te maken met de nieuwe werkwijze die wordt gebruikt? Wordt er bij Veilig Thuis Amsterdam- Amstelland wel binnen 5 dagen een veiligheidsbeoordeling gedaan waarbij wordt gekeken naar acute gevaren? En is de capaciteit van Veilig Thuis Amsterdam-Amstelland voldoende om de meldingen van huiselijk geweld en kindermishandeling op tijd op te pakken? De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Kukenheim. 16 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen Wethouder KUKENHEIM: Je bent geneigd te zeggen, elke melding is er een te veel, maar we zijn op zich ontzettend blij mee wanneer partners, bewoners, maar ook instellingen, politie etc. advies vragen of melden, maar de aanleiding is tragisch. Dus behalve dat we vol sturen op de goede navolgingen van die meldingen en adviesvragen, is het ook belangrijk dat we werken aan preventie en het goed zorgen van mensen en kinderen in deze stad dat het niet plaatsvindt. Dat vooraf. U had een paar hele concrete vragen en ik geef u de cijfers op basis van de laatste rapportage die ik u in november heb gestuurd. Daar ziet u alle cijfers in terug. De volgende rapportage gaat over de laatste twee kwartalen 2018. Die volgt een dezer weken. Die hoop ik in ieder geval in de commissie te bespreken op 2/ maart, dus dan kunnen we nog meer in detail de cijfers nakijken. Maar dan de vragen voor nu. Het aandeel triagebesluiten dat binnen de wettelijke termijn van 5 werkdagen werd afgerond, was gemiddeld 84% in het tweede halfjaar van 2018 en bij de doorlooptijden van onderzoek in dat tweede halfjaar was 65% binnen de wettelijke termijn van 10 weken afgerond. U vraagt naar de oorzaak. Er is een aantal oorzaken. Blijvende en hoge instroom van het aantal meldingen. Om u een voorbeeld te geven: in 2018 was er een stijging van bijna 30%. En in het laatste kwartaal van 2018 was de stijging zelfs 37% ten opzichte van het laatste kwartaal 2017. U kunt zich voorstellen wat dat voor consequenties voor de organisatie qua afhandeling heeft. De oorzaak daarvan is waarschijnlijk niet alleen naamsbekendheid, maar wellicht ook steeds betere samenwerking tussen partijen. Maar daarvoor is natuurlijk een nieuwe analyse nodig. De implementatie van de nieuwe werkwijze met betrekking tot de veiligheidsbeoordeling die sinds half oktober wordt gevoerd, is een reden. Om een goede veiligheidsbeoordeling te maken moeten alle betrokkenen worden gesproken. Dit vraagt nog meer tijd. De veranderde werkwijze die is bedoeld om kwaliteit toe te voegen is zeker intensiever dan voorheen. Daarnaast is het zo dat er heel veel nieuwe medewerkers zijn aangenomen en ook nog worden aangenomen. Die zijn geworven, maar die moeten nog worden ingewerkt. De nieuwe medewerkers zijn daardoor niet gelijk volledig inzetbaar. Het inwerken vraagt ook capaciteit van de huidige medewerkers. U vroeg nog of er veiligheidsbeoordelingen worden gedaan binnen die 5 dagen na melding. ledere melding die binnenkomt, wordt dezelfde dag beoordeeld. Indien nodig wordt er dus acuut, diezelfde dag, nog actie opgepakt. Eerder gaf ik u de cijfers over de triage en de doorlooptijden van onderzoek. Uw vraag over de capaciteit van Veilig Thuis, het antwoord daarop is dat er ontzettend wordt geworven. En vanaf maart zijn de medewerkers volledig inzetbaar. Omdat ik dus zeer binnenkort de volgende rapportage stuur, kan ik me voorstellen dat u daar nog meer details vindt die we in maart kunnen bespreken. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Bloemberg-lssa voor een vervolgvraag. Mevrouw BLOEMBERG-ISSA: Ik wil de wethouder danken voor haar antwoorden. Het is goed om te horen dat in ieder geval de meldingen die binnenkomen meteen diezelfde dag worden beoordeeld. Het is wel schrikbarend dat het aantal meldingen blijft stijgen. Ik ben benieuwd of de wethouder ons goed op de hoogte kan houden over de capaciteit bij Veilig Thuis Amsterdam-Amstelland zodat er voldoende personeel is. Ik hoop dat zij de raad hierover actief wil blijven informeren. Als het nodig is, kunnen wij vanuit de gemeente ook een bijdrage leveren om die capaciteit nog verder te verhogen. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Kukenheim. 17 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen Wethouder KUKENHEIM: Dat doe ik graag. De eerstvolgende keer dat we hierover kunnen spreken is op 2/ maart wanneer ik u de volgende rapportage aanlever. Ik zal kijken of er nog iets extra's over die capaciteit in kan. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Simons voor een vervolgvraag. Mevrouw SIMONS: Een aantal aanvullende vragen. Uit de veiligheidscijfers blijkt dat hoewel alle vormen van criminaliteit dalen, huiselijk geweld inderdaad nog toeneemt. De meest voorkomende vorm. De feiten in acht nemend is het schokkend om te lezen dat er gemiddeld 33 mishandelingen worden gepleegd voordat er melding wordt gedaan en ik weet uit eigen ervaring hoeveel pogingen het duurt voordat een slachtoffer ook echt uit een situatie weg kan komen. 91% van de daders is man. Dit laat zien dat we voor het voorkomen en reduceren van huiselijke geweld mannenemancipatie nodig hebben. We zullen later tijdens de bespreking van de beleidsbrief Diversiteit en Inclusiviteit pleiten voor financieren van het bevorderen van mannenemancipatie in onze stad in het kader van die veiligheid. Maar met betrekking hierop de volgende vragen. Bent u het met mij eens dat mannenemancipatie een belangrijk punt is dat moet worden aangepakt als we huiselijk geweld willen verminderen? Bent u bereid te onderzoeken of er tijd en geld kan worden vrijgemaakt en welke middelen heeft de gemeente daarnaast nog tot haar beschikking om dit hoge aantal daders te reduceren en welke partijen zouden daarbij eventueel betrokken kunnen worden? De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Kukenheim. Wethouder KUKENHEIM: Ik ben het ermee eens dat het belangrijk is mannenemancipatie aan te moedigen en te faciliteren. Dat is zeker in deze casuïstiek belangrijk naast dat je ook slachtoffers moet helpen weerbaar te worden. Aankomend halfjaar komen we met de beleidsmatige inzet op huiselijk geweld en kindermishandeling en ik stel u voor dat ik de uiteenzetting hoe we dit punt in het bijzonder opnemen, daarin verwerk. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Grooten voor een vervolgvraag. Mevrouw GROOTEN: Ik wilde nog even inzoomen op dat gemiddelde dat het gemiddeld 33 keer gebeurt voordat er wordt gemeld. Dat is echt schrikbarend. In die zin zouden we eigenlijk willen dat er sneller en meer wordt gemeld. We willen eigenlijk dat mensen dat gaan doen. Wilt u dat ook meenemen in dat beleid en in die bespreking op 27 maart? Dus als mensen sneller gaan melden, dan gaat dat misschien nog wel meer capaciteit vragen. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Kukenheim. Wethouder KUKENHEIM: 27 maart is de rapportage over de meldingen en het onderzoek etc. Wat je doet, is daaruit een analyse maken en je beleid aanpassen en dat komt later dit jaar. Ik vind het heel terecht dat u deze opmerking maakt, dus ik neem dat graag mee. Vragen van het lid Van Schijndel inzake de ontwikkelingen rond de Lutkemeerpolder 18 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad R Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen De VOORZITTER: Het woord is aan de heer Van Schijndel maar niet voordat ik u meld dat mij van verschillende zijden is gevraagd scherp op de tijd te letten van zowel de raadsleden als de collegeleden. Dat zal ik dan ook doen. De heer VAN SCHIJNDEL: De Lutkemeerpolder. Dat is een deelneming die vrucht is van de omkoping door een vastgoedontwikkelaar van Ton Hooijmaijers. Wij hebben drie vragen. Alle stukken uit 2009 over deze deelneming staan in de raadsinformatie en zijn openbaar behalve één. En dat is een bijlage bij de samenwerkingsovereenkomst die destijds is aangegaan met een partij die heet C.Q. BV, Ik wilde vragen of de wethouder reden ziet om de raad te adviseren de geheimhouding op dat stuk op te heffen. Dat is de eerste vraag. Dan de tweede. De stand van zaken met het Bibobonderzoek. Het is mij gebleken dat die koper, althans zijn vennootschap, inmiddels is uitgetreden als bestuurder van C.Q. BV. Dat is in november geweest. De vraag is dan of het Bibobonderzoek zich nu alleen nog maar richt op de eigenaar van die C.Q. BV, de grootaandeelhouder Tunissen of toch nog steeds ook op Kuyper, dus zijn vennootschap Arc projecten BV. Tot slot zijn wij van mening dat een goede ruimtelijke ordening zich niet verdraagt met het volplempen van die Lutkemeerpolder ten behoeve van bedrijventerreinen. Nu heb ik al eens eerder gezegd dat je zou kunnen gaan stapelen. Je zou de hoogte in kunnen met bedrijventerreinen en ik noemde toen voorbeelden van Singapore en Hongkong. Maar wat blijkt? Op de site van de gemeente is het Cruguiusgebouw als heel groot gebouw vermeld. Dat is een gestapeld bedrijventerrein. De vraag is of de wethouder bereid is een inventarisatie te maken van de behoefte aan bedrijventerreinen in de toekomst en dat soort gestapelde bedrijventerreinen daarbij te betrekken. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Van Doorninck. Wethouder VAN DOORNINCK: U vraagt of ik de raad kan adviseren om de geheimhouding van dit stuk op te heffen. Dat kan ik niet en dat wil ik niet, want de geheimhouding is opgelegd door het college. Het is zo dat het grondexploitatieoverzicht op hoofdlijnen van de samenwerkingsovereenkomst vertrouwelijk is omdat er concurrentiegevoelige informatie in staat waarin naast Amsterdam ook de SADC een belang heeft. Dus wij kunnen niet eenzijdig die geheimhouding opheffen. Bovendien is het een besluit van het college en niet van de raad. Dan stelt u nog een specifieke vraag over een Bibobonderzoek en volgens mij hebben we deze exercitie al een keer eerder gedaan. Over integriteitsdossiers die lopen, doet het college geen uitspraken. Dan uw laatste vraag. Daarover kan ik uitgebreider en openhartiger spreken. Wij zijn bezig met een inventarisatie en behoefte aan bedrijventerreinen of productieve wijken zoals we ze tegenwoordig veel liever noemen, op middellange termijn. Daarbij kijken we met name naar mengvormen zowel tussen wonen en bedrijven maar ook naar bedrijven in gestapelde vorm. Dat is absoluut onderdeel van hoe wij kijken naar de ontwikkeling van de behoefte aan bedrijvigheid in de stad. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Van Schijndel. De heer VAN SCHIJNDEL: Meer een mededeling. Het college kan geheimhouding opleggen. Dat kan het college op alle stukken. Maar de raad is natuurlijk 19 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 R aadsnotulen bevoegd om die geheimhouding vervolgens op te heffen. Dus wij zullen in de volgende raad komen met een voorstel tot opheffing. De VOORZITTER: Dan is hiermee dit punt afgehandeld. BA Installatie van duoraadsleden De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Roosma als voorzitter van de ad- hoccommissie tot onderzoek van de bescheiden. Mevrouw ROOSMA: De kandidaat-leden dan wel plaatsvervangende leden van de raadscommissie ex Artikel 82 van de Gemeentewet, de heer R.B. Havelaar en de heer J.N. Wijmenga, geen raadslid zijnde, hebben de bescheiden als bedoeld in artikel 8, eerste lid van het Reglement van Orde voor de raad van Amsterdam ingezonden en de ad-hoccommissie tot onderzoek van deze bescheiden heeft de eer de raad mede te delen dat zij de bescheiden heeft onderzocht en in orde heeft bevonden, terwijl haar niet is gebleken van het bestaan van uitsluitingsgronden of van een onverenigbaarheid. De ad-hoccommissie adviseert de raad op grond van het vorenstaande tot toelating als lid dan wel plaatsvervangend lid van de raadscommissies van voornoemde personen. De VOORZITTER: Ik stel u voor overeenkomstig het advies van de ad- hoecommissie te besluit en in te stemmen met de toelating als duoraadslid van de gemeenteraad van de personen genoemd in het advies. Ik vraag de raadsgriffier de kandidaat-duoraadsleden de raadzaal binnen te geleiden voor het afleggen van de eed. “Ik zweer dan wel verklaar dat ik, om tot lid van een raadscommissie benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer en beloof dat ik, om iets in deze hoedanigheid te doen of te laten, rechtstreeks nog middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van een raadscommissie naar eer en geweten zal vervullen.” De heer R.B. HAVELAAR: Zo waarlijk helpe mij God Almachtig. De heer J.N. WIJMENGA: Zo waarlijk helpe mij God Almachtig. De VOORZITTER: Ik feliciteer u met uw installatie als duoraadslid en ik stel voor dat we u in de eerstvolgende pauze feliciteren. 6 Benoemen van de voorzitter van de raadscommissie Werk, Inkomen en Onderwijs 20 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen Ik nodig de heer Hammelburg, mevrouw Poot en mevrouw Kilig uit om het bureau van stemopneming te vormen. De VOORZITTER schorst de vergadering voor enkele minuten. De VOORZITTER heropent de vergadering. Benoemd tot voorzitter van de raadscommissie Werk, Inkomen en Onderwijs: mevrouw Nanninga met 41 stemmen voor en 2 stemmen tegen. 6A Benoemen van leden in raadscommissies Benoemd tot lid van de commissie Algemene Zaken: de heer Havelaar met 43 stemmen voor. Benoemd tot lid van de raadscommissie Financiën en Economische Zaken: de heer Wijmenga met 43 stemmen voor; de heer Havelaar met 42 stemmen voor en 1 stem blanco. Benoemd tot lid van de raadscommissie Kunst, Diversiteit en Democratisering: de heer Havelaar met 43 stemmen voor. Benoemd tot lid van de raadscommissie Mobiliteit, Luchtkwaliteit en Duurzaamheid: de heer Wijmenga met 43 stemmen voor; de heer Havelaar met 43 stemmen voor; de heer Beving met 41 stemmen voor, 1 stem tegen en 1 stem blanco. Benoemd tot lid van de raadscommissie Ruimtelijke Ordening: de heer Wijmenga met 43 stemmen voor. Benoemd tot lid van de raadscommissie Werk, Inkomen en Onderwijs: de heer Havelaar met 43 stemmen voor. Benoemd tot lid van de raadscommissie Wonen en Bouwen: de heer Havelaar met 43 stemmen voor; de heer Elabd met 43 stemmen voor. Benoemd tot lid van de raadscommissie Zorg, Jeugdzorg en Sport: de heer Wijmenga met 43 stemmen voor. 7 Benoemen van leden van de Raad van Toezicht Openbare Stichting Scholengemeenschap (Gemeenteblad afd. 1, nr. 122) Benoemd tot lid van de Raad van Toezicht Openbare Stichting Scholengemeenschap: 21 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad R Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen de heer A. Bottse met 43 stemmen voor; de heer H.A.M. Bemelmans met 43 stemmen voor; de heer J.E. Overmars met 43 stemmen voor. 8 Benoemen van een lid van de Sportraad Amsterdam (Gemeenteblad afd. 1, nr. 123) Benoemd tot lid van de Sportraad Amsterdam: de heer Z.L. Mohabiti met 43 stemmen voor. Voorzitter: de heer Torn 17A Actualiteit van het lid Simons inzake het neerschieten van een burger met 21 kogels (Gemeenteblad afd. 1, nr. 139) De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Simons. Mevrouw SIMONS: Dank u wel, voorzitter. (Mevrouw TEMMINK: Ik wil eigenlijk mijn ongenoegen uitspreken voor het feit dat we hier staan en dat dit debat is aangevraagd door mevrouw Simons. Er is een tragisch voorval geweest waarbij politieagenten zijn betrokken en waarbij een jongen is neergeschoten. Dat is een ontzettend tragische gebeurtenis voor zowel de nabestaanden, de jongen zelf, de politieagenten die daarbij betrokken waren, de families van die politieagenten. We weten niet precies wat daar is gebeurd. Ik denk dat het ons past om enigszins terughoudend te zijn om daarover uitspraken te doen en om daarover in de raad een debat te doen. We weten simpelweg niet wat daar precies heeft plaatsgevonden. Dus ik zou mevrouw Simons willen oproepen om ook die terughoudendheid hier te laten zien voor zowel de nabestaanden, voor de agenten die daarbij zijn betrokken en voor de families van die agenten totdat de Rijksrecherche het onderzoek heeft gedaan en wij weten waarover we het hebben) Ik weet niet of het een record is dat er interrupties komen voordat er überhaupt sprake is van een bijdrage of ook maar het uitspreken van één woord. Ik zou u willen vragen hetzelfde te doen en mijn bijdrage af te wachten en dan inhoudelijk te reageren op hetgeen ik hier te berde breng. (Mevrouw TEMMINK: In de aanvraag van het debat stelt u dat Amsterdamse burgers een spoedige verantwoording verdienen van het college over het toepassen van dit buitensporige en onnodige politiegeweld. Vindt u zelf dat dat terughoudend is dat u dat in de aanvraag heeft gezet?) Zoals ik al zei, als u mijn bijdrage afwacht, dan zult u zien dat ik hierop terugkom en deze woorden wel degelijk nuanceer. 22 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen De VOORZITTER: Het voorstel is dat mevrouw Simons toch begint met haar eerste termijn en daarna zijn interrupties uiteraard welkom. Mevrouw SIMONS: Op woensdagavond 6 februari moet zich voor alle betrokkenen een waar drama hebben afgespeeld bij De Nederlandsche Bank op het Westeinde. Agenten schoten een 31-jarige man neer en zijn naam is inmiddels bij ons allen bekend. Uitspraken van zijn moeder in Het Parool wijzen erop dat hij wellicht wilde sterven. Suicide by cop. Een dergelijk scenario maakt ongetwijfeld de traumatische ervaring voor de betrokken agenten en ook hun collega’s alleen maar tragischer. Zo stel ik het me ten minste voor. Mensen die ik persoonlijk ken, die overal in het land bij de politie werken, hebben de afgelopen jaren regelmatig hun ervaringen met mij gedeeld. De afgelopen drieënhalf jaar heb ik dankzij de inzet en betrokkenheid van politie en Openbaar Ministerie in relatieve vrijheid kunnen leven. Ik waardeer het werk dat de politie doet. Gelooft u mij. Ik stel hier niemands integriteit ter discussie. Ik heb vragen. De woorden die in de aankondiging van deze actualiteit zijn gekozen, zijn scherp, wellicht te scherp. Dat is mij tussen afgelopen maandag en vandaag behoorlijk kwalijk genomen. Partijen in de raad die onlangs nog law and order riepen rondom de ontruiming van het ADM-terrein en zelfs zo ver gingen om de burgemeester en de politie te beschuldigen van een gebrek aan kennis, een gebrek aan openheid en het negeren van een onveilige situatie, diezelfde partijen roepen via social media nu dat mijn vragen over de dood van een stadsgenoot en de verwonding van een argeloze voorbijganger lafhartig zijn. (De heer VAN DER BURG: Ik ben wat verrast want ik had eigenlijk verwacht dat we hier een nederig raadslid zouden hebben die haar schuld zou erkennen dat ze haar zaken niet goed heeft gedaan in de communicatie. Dat doet ze wel in Het Parool vandaag, want dan bereikt ze haar achterban weer en dan is die weer rustig. In de raad kiest ze echter een andere toon. U kreeg net de vraag van mevrouw Temmink wat u vond van het woord buitensporig dat u heeft gebruikt. Maar laat ik nog een citaat aanhalen en daar uw reactie op vragen. “21 kogels tegen 1 persoon die niet eens had geschoten. Je zou denken dat de politie getraind genoeg is om met een paar schoten iemand neer te brengen. Anders mankeert er iets aan de opleiding, lijkt mij.” En vervolgens tegen mevrouw Temmink een vrij dubieuze zin daar achteraan: “Je hebt makkelijk praten als witte cis-vrouw” — wat ook nog het een en ander suggereert waarover we het moeten hebben. Hoe rijmt u die woorden door uw partij uitgesproken, met de teksten die u nu hier uitspreekt? Ik hoor graag van de heer Van der Burg waar die woorden vandaan komen. Van Twitter? (De heer VAN DER BURG: Die komen van de persoon die volgens mij duoraadslid is namens uw partij.) Dat klopt. Dat is deze persoon. Ik moet u melden, ik zit zelf niet op Twitter om mij moverende redenen die u ongetwijfeld goed zult kunnen begrijpen. Ik ga dus ook niet over elke tweet van elk fractielid of partijlid van BIJ1 zoals dat ook voor u geldt. Ik heb werkelijk waar daar nooit iets te zoeken. Ja, ik ga daar gewoon niet over. (De heer VAN DER BURG: Betekent dit dat wij mogen concluderen dat wat anderen dan u zeggen dat niet namens de partij BIJ is en dat alleen u spreekt namens de partij BIJ1?) Nee. (De heer VAN DER BURG: En als anderen via de media communiceren, mogen wij er dan van uitgaan dat zij namens uw partij communiceren?) 23 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen Laat ik het zo zeggen, en u heeft daarmee veel meer ervaring dan ik, mijnheer Van der Burg, u weet dat niet elke uitspraak van elke VVD'er op elk onderwerp aan u kan worden toegeschreven noch dat u daarvoor verantwoordelijkheid kunt nemen. (De heer VAN DER BURG: Geen enkel misverstand. Hier staat niet mevrouw Simons privépersoon een verhaal te verkondigen. Hier staat de fractievoorzitter van de partij en ik spreek u als fractievoorzitter aan op wat uw partij naar buiten toe communiceert en welke walgelijke teksten daarover in de media worden geuit net zo goed als u mij altijd mag aanspreken als een van mijn fractieleden iets doet waarmee u het niet eens ben. Ik spreek u nu aan op datgene wat een fractielid van u heeft gezegd over onze agenten en waarvan u wat mij betreft alleen maar nadrukkelijk afstand behoort te nemen.) Ik heb u gehoord en ik herhaal mijn vorige antwoord. (Mevrouw TEMMINK: Ik ben eigenlijk wel heel erg benieuwd naar de reden waarom dit debat is aangevraagd. U ging er een beetje naartoe of u leek erop te hinten dat dit ging over buitensporig politiegeweld. Vindt u het daadwerkelijk gepast om een incident waarbij nog niet eens is vastgesteld of er daadwerkelijk sprake was van buitensporig politiegeweld maar waar misschien prima is opgetreden door de agenten, dat weten we niet, vindt u het dan gepast om over de rug van de slachtoffers, die agenten, hun families en de nabestaanden een debat aan te zwengelen over buitensporig politiegeweld®) Ik vind dat de bewoording in onze aanvraag scherp, wellicht te scherp is geweest. (De heer VAN DANTZIG: Ik had me eigenlijk voorgenomen te blijven zitten ondanks dat u best mag weten dat deze kwestie mij bijzonder heeft geraakt. Als u me toestaat, ga ik proberen het over een andere boeg te gooien. We vliegen elkaar hier in de haren over een incident dat verschrikkelijk tragisch is zowel aan de ene kant als aan de andere kant. Dat zal nog onderzocht worden. Ik hoop en ik ga een beroep doen op uw partij BIJ1. Misschien moet u gewoon toegeven dat dit niet zo handig was en misschien zelfs wel gewoon een faux pas dat u wel degelijk verantwoordelijkheid neemt voor iedereen die onder uw vlag hierover dingen heeft gezegd. Misschien moet u toegeven dat het u spijt en dat het niet meer zal gebeuren en dat u de volgende keer de terughoudendheid zult betrachten die past bij een lid van het stadsbestuur.) Alle communicatie die namens de partij wordt gedaan, daarvoor ben ik verantwoordelijk. Ik ben niet verantwoordelijk voor elke actie van elk lid van de partij. Dat geldt voor ons allemaal. Ook als fractievoorzitters. Ik ben het wel met u eens, en dat heb ik al gezegd, dat de manier waarop we deze actualiteit hebben aangevraagd, wellicht veel te scherp en in ieder geval, zo blijkt vandaag, heel onhandig is geweest. (De heer VAN LAMMEREN: Ik heb een vraag aan de fractievoorzitter van BIJ1 Neemt zij dan afstand van de woorden van haar collega?) Nee. (De heer MBARKI: Ik luister naar de woorden van mevrouw Simons en enerzijds begint u met het erkennen van schuld. Het is volgens mij goed dat u dat doet want u ziet de ernst van de situatie in. Maar tegelijkertijd eindigt u nu met de uitspraak waarmee u zegt dat u achter de tweet staat. Dat is toch best een beetje vreemd, mevrouw Simons. Ik begrijp wat er aan de hand is. U bent volgens mij iets te snel geweest. Volgens mij loopt het proces nog bij de Rijksrecherche. Volgens mij moet u nu gewoon 24 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen zeggen: het is niet goed geweest; het is nog steeds niet goed. Ik zou die tweets verwijderen als ik u was. Dan zou ik aan iemand in uw fractie vragen die te verwijderen want dan is dat het verhaal dat BIJ1 nog steeds volhoudt en waarop wij nu allemaal aan het reageren zijn.) Nogmaals, ik ben al een tijdje gewoon geen afstand te nemen van dingen die niet van mij zijn. Er is niets van mij om afstand van te nemen. Ik word zojuist aangesproken door de heer Van der Burg over uitspraken van een fractielid. Ik heb de heer Van der Burg niet gehoord toen iemand van zijn partij het nodig vond mij persoonlijk racistisch te bejegenen en desalniettemin gewoon werd benoemd tot Kamerlid. Ik heb de heer Van der Burg toen niet gehoord. Ik reken dat de heer Van der Burg ook helemaal niet aan. Dus ik neem geen afstand van wat niet van mij is. U spreekt mij ook nog aan op het aanvragen van deze actualiteit. Ook daar sta ik achter. Als ik mijn bijdrage heb gedaan, zal duidelijk zijn waarom. Wat ik echt, echt, echt met u eens ben, is dat wellicht te snel een actualiteit is ingediend en dat daarmee, en dan heb ik het over de bewoording, de manier waarop het is geschreven, we hebben deadlines, het moet allemaal voor een bepaalde tijd, dát was een faux pas. (Mevrouw NANNINGA: Als iemand dol is op scherpe bewoording op Twitter, dan ben ik het wel. Dat is genoegzaam bekend en daarmee heb ik helemaal geen problemen. Mijn vraag aan mevrouw Simons is deze. U was niet te scherp of uw partij was niet te scherp. Het is gewoon feitelijk onjuist. U sprak van te veel schoten. Wat is dan genoeg? 3? 17 0? 2? 8? Zeg het maar. U praat zonder kennis van zaken en dat is iets anders dan scherpe bewoording. Bent u dat met mij eens?) Ik ben het met u eens dat ik helemaal niet weet of het nodig is geweest. Ja. Daarom zeg ik ook dat de bewoording te scherp was. Laat ik er een woord aan toevoegen. Ongenuanceerd. Het aanvragen van de actualiteit daarentegen, daar sta ik volledig achter. Nogmaals, als ik mijn bijdrage kan afmaken, dan kan ik ook vertellen waarom. (Mevrouw NANNINGA: Ik stel de aanvraag van deze actualiteit niet ter discussie. Dat is aan iedere partij op zich. Ik stel dat uw bewoording onjuist is geweest en dat u zich verschuilt achter de woorden ‘te scherp.” Met te scherp heeft niemand hier een probleem, maar wel met dat het gewoon voorbarig en onjuist is. Bent u dat met mij eens?) Zoals het moeilijk is te stellen dat mijn woorden juist zijn geweest, volgens diezelfde criteria is het ook lastig om te stellen dat ze onjuist zijn geweest. (De heer VAN DANTZIG: Ik denk met mijn laatste poging dit debat toch een beetje de juiste kant op te duwen. Misschien dat ik niet namens de mensen achter mij spreek, maar die zullen me dan wel in de reden vallen. Weet u waarom het volgens mij gaat? Dat u een partijleider bent van een partij die hier in het stadsbestuur zit. Wat wij als raad willen, is dat u de verantwoordelijkheid neemt voor iedereen die namens uw partij hier in de raad zit. Die mee vergadert. En ook wat diegene zegt op Twitter. Ik vind dat belangrijk omdat ik met u spreek als vertegenwoordiger daarvan. Als u zegt, ik wil daar geen afstand van nemen, dan ga ik ervan uit dat het uw standpunt is. U kunt niet die tweet verre van u werpen omdat u toevallig niet op Twitter zit. Dus daarop wil ik een antwoord hebben. En dan heb ik zo nog een tweede vraag.) We hebben met elkaar afgesproken dat we in het kader van de tijd efficiënt met de tijd omgaan dus ik vind het lastig telkens opnieuw dezelfde vraag te moeten beantwoorden. Die vraag over de tweet heb ik al beantwoord. 25 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen (De heer VAN DANTZIG: Ik zal de vraag nog een keer scherp stellen. Vindt u dat iemand die in uw fractie zit dit soort uitspraken kan doen die in de media komen? Ja of nee?) Die vraag heb ik al beantwoord. (De heer VAN DER BURG: Ik blijf weg van de tweetdiscussie. Het is duidelijk: mevrouw Simons pakt geen verantwoordelijkheid voor de daden van haar partijgenoten die ze doen onder haar naam en vlag. Ik beperk me dus tot de uitspraken van mevrouw Simons zelf. Mevrouw Simons zegt in de aanvraag vandaag twee dingen. Ze spreekt hier over een bovenmatig aantal kogels dat is gebruikt en niet alleen door de duidelijke, onnodige, hoge hoeveelheid kogels die is afgevuurd. Twee dingen. Waarop baseert u dat het een buitengewoon onnodige hoge hoeveelheid kogels is geweest? Op welke informatie baseert u dat en waaruit leidt u af dat de politie daarmee verkeerd zou hebben gehandeld? Zou het niet zo kunnen zijn dat juist die grote hoeveelheid kogels wordt verklaard uit het positieve gedrag van de agenten, namelijk dat ze wilden proberen iemand niet te doden maar te verwonden of te laten schrikken etc.? U heeft deze woorden zelf gekozen. U kunt zich nu niet verschuilen achter niet op Twitter zitten of duo's of weet ik veel wat. Dit zijn úw woorden. Waarom heeft u deze woorden opgeschreven?) Ook die vraag heb ik al beantwoord. (De heer VAN DER BURG: Nee, u heeft gezegd, ik heb het misschien te snel ingediend. Dit gaat niet over snelheid. Dit gaat over woordkeuze.) En als gevolg van het snelle indienen is er sprake van een woordkeuze die ik zelf nu vandaag wellicht een faux pas heb genoemd. Ik zou het heel fijn vinden als u mijn bijdrage afwacht en dan vragen stelt. (De heer VAN DER BURG: Ik wacht nog even tot later in dit debat.) Ik heb vragen en die stel ik. Die stel ik ook, omdat de ervaring mij heeft geleerd dat wanneer het OM verklaart dat iemand onwel is geworden op weg naar het bureau — om maar een voorbeeld te noemen — dat dat ook iets heel anders kan betekenen. Dit nieuws leeft heel erg onder de mensen die ik spreek. Jongeren en met name jongeren van kleur schrikken hiervan. (De heer VAN DER BURG: Zou mevrouw Simons kunnen uitleggen wat zij bedoelt met de woorden ‘Ik weet dat wanneer het Openbaar Ministerie zegt dat iemand op weg naar het bureau onwel is geworden, het ook iets anders kan betekenen.” Kunt u die woorden aan ons uitleggen?) Daarmee bedoel ik, als het OM iets verklaart over een incident, dat ik reden heb om in ieder geval dat niet helemaal klakkeloos aan te nemen. (Mevrouw ROOSMA: Ik zit met stijgend ongemak hier in deze zaal omdat u dit debat zo voortzet. U suggereert nu ook iets over het OM, terwijl we praten over een verschrikkelijk incident waarvan we niet precies weten wat er is gebeurd. Ik zou u willen vragen dit debat niet op deze manier te vervolgen, want ik vind dit zeer ongemakkelijk.) Weet u wat ik ongemakkelijk vind? Als ik het over het OM heb en ik zeg u dat mijn ervaring, en niet alleen de mijne, is dat niet altijd klakkeloos aan te nemen is dat datgene wat ons als burgers wordt verteld, waar is, dat dat u niet zo ontzettend ongemakkelijk laat voelen. Er is reden voor de mensen die ik spreek, dat ze zich zorgen maken. Ze zeggen, we maken ons hier druk over; we schrikken hiervan. Daarmee zeg ik niet dat in dit specifieke geval het OM ons de waarheid niet vertelt. Daarmee zeg ik dat het als raadslid 26 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen en volksvertegenwoordiger mijn taak is om de zorgen die leven bij de mensen die ik spreek en die mij aanspreken als hun politiek vertegenwoordiger, hier met u te delen. Er is reden voor mensen die ik spreek, die zeggen, wij schrikken hiervan. (Mevrouw ROOSMA: Was het dan niet gepaster geweest om te wachten totdat we weten wat er is gebeurd? Dan had u uw vragen kunnen stellen. Dan had u uw zorgen kunnen delen. Nu weten we het niet. Nu doet u suggesties gelinkt aan het verschrikkelijke dat hier is gebeurd. Dat vinden we allemaal verschrikkelijk. Dat is verschrikkelijk voor de politie. Dat is verschrikkelijk voor de familie van de jongen die is omgekomen. Vindt u niet dat u daarop had moeten wachten in plaats van nu deze vragen te stellen?) We kunnen erover discussiëren wat u zou hebben gedaan en wat ik heb gedaan. U mag vinden wat u vindt van het feit dat deze actualiteit is aangevraagd. Maar dat de actualiteit is aangevraagd, daar sta ik volledig achter. (Mevrouw TEMMINK: Ik heb mevrouw Simons in het begin gevraagd of ze enige terughoudendheid kon betrachten bij dit onderwerp. Ik constateer dat ze dat totaal niet doet. Sterker nog, ik zie dat ze het erger maakt door verdachtmakingen over het OM hier neer te leggen en te koppelen aan een incident waarvan we de feiten niet eens kennen. Eerlijk gezegd heb ik het idee dat mevrouw Simons zich op dit moment een beetje mag schamen. Ik hoop dat ze in het vervolg van dit debat wel die terughoudendheid betracht.) Ik ga verder met mijn betoog. Zoals ik zei, dit nieuws leeft heel erg onder de mensen die ik spreek. Jongeren en met name jongeren van kleur maken zich zorgen en schrikken hiervan. (De heer VAN DER BURG: Met ieder woord dat uit de mond van mevrouw Simons komt, maakt ze het alleen maar erger. Ze is hier volledig aan het insinueren via ons, via de camera's en via de media dat mensen zich zorgen moeten maken als ze te maken hebben met het Openbaar Ministerie en dat ze zich zorgen moeten maken als ze te maken hebben met de politie en daarbij suggereert ze ook nog dat kleur daarbij een punt is. Ze knikt er nota bene bij.) Ik knik daar inderdaad bij. (De heer VAN DER BURG: Mevrouw Simons, u moet zich kapot schamen. U bent verantwoordelijk voor die agenten die namens u op straat staan en die u hebben te beschermen en dat de afgelopen jaren ook hebben gedaan omdat er klootzakken waren die u bedreigden. Dat hoort niet. Die agenten stonden voor u. Die staan voor ons. Die staan voor alle burgers. En dat u hier de suggestie doet dat zwarte mensen bang horen te zijn voor politieagenten, is walgelijk.) De woorden die dit collega-raadslid mij in de mond legt, die werp ik verre van mij. Het is misschien voor u moeilijk te begrijpen. Maar als ik u vertel dat ik mensen van kleur spreek die hiervan zijn geschrokken, dan kunt u dat van mij aannemen. Maar goed, de woorden die u mij in de mond legt, die heeft u zelf uitgesproken. Mag ik nog even reageren op de vorige interruptie? Wat mij opvalt, is dat mij een toon wordt verweten en de manier waarop dit debat zich ontwikkelt, maar ik wil u erop wijzen dat los van het aanvragen van dit debat, ik nog geen woord had gesproken toen de toon al werd gezet en niet door mij. Als ik continu word geïnterrumpeerd, dan wil ik daarop ook kunnen reageren. 27 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen De VOORZITTER: Mevrouw Simons, u mag daarop uitgebreid reageren. Er staan nog heel veel mensen bij de interruptiemicrofoon, dus u bent uitgebreid in de gelegenheid om daarop te reageren. Het woord is eerst aan de heer Van der Burg om nog een vervolginterruptie te plaatsen. (De heer VAN DER BURG: Waarom is dat voor mij moeilijker te begrijpen dan voor u?) Dat weet ik niet. Ik zei net wellicht is het voor u moeilijker te begrijpen, maar u kunt het van mij aannemen als ik zeg dat dit de geluiden zijn die ik hoor. (De heer MBARKI: Dat dit een ongemakkelijk debat aan het worden is, dat is volgens mij wel duidelijk, ook voor mevrouw Simons. Dit gaat niet meer de kant op die we überhaupt op zouden moeten gaan. Maar ik wil toch nog een verduidelijkingsvraag stellen. Heb ik u nu net horen zeggen dat Amsterdamse jongeren van kleur zich zorgen maken dat ze wellicht worden neergeschoten door de politie?) Wat u mij hoort zeggen, is dat ik mensen, jongeren, heb gesproken, jongeren van kleur, die zich daarover inderdaad zorgen maken. En niet geheel onterecht. (De heer MBARKI: Dan is het goed om dat even heel helder te zeggen. Dan wil ik tegen mevrouw Simons zeggen dat ik heel veel jongeren van kleur spreek die dat in deze stad niet hebben richting ons eigen politieapparaat. Laten we ook niet vergeten dat we agenten van kleur hebben die onderdeel vormen van dat politieapparaat. Dus ik neem afstand van uw woorden en ik hoop dat Amsterdammers dit debat zien en aanhoren dat wij als gemeenteraad volledig tegenover u staan bij dit statement. Bij dezen.) Toch ben ik het niet met u eens. We staan niet tegenover elkaar. We zijn het ontzettend met elkaar eens als het gaat om het feit dat er ook jongeren zijn die die gevoelens niet delen. Ik ben het ook met u eens, als het gaat om mensen die ik ken, mensen die ik lief heb, mensen die ik heel hoog heb zitten en die ik respecteer, mensen die ik vandaag nog heb gesproken binnen het korps, onder andere mensen van kleur, dat ik daar helemaal niets aan af doe. Nogmaals, het valt mij op, op het moment dat er vragen worden gesteld of wordt aangegeven dat er vragen gaan worden gesteld en dan heb ik de faux pas rond de formulering al benoemd, en voordat ik hier vandaag nog maar een woord had gesproken, was de toon van dit debat al gezet. Ja. Ik doe een officieel verzoek om het ergens over te hebben volgens de regels. Dan is er ook een officiële plek om dat gesprek te voeren. En voordat dat gesprek is geopend, is er al een toon gezet. Die wordt mij aangerekend en dat vind ik dan weer bijzonder. We praten hier over een heel pijnlijk incident voor alle betrokkenen, voor alle Amsterdammers, voor iedereen hier in deze ruimte, voor iedereen die nu naar dit debat kijkt. Daar doe ik niets aan af. Ik vind het echter wel vanzelfsprekend als mensen mij vragen hen te vertegenwoordigen en hun zorgen te vertegenwoordigen, dat ik dat doe — hoe moeilijk dat dan ook is. (De heer MBARKI: Maar bent u het dan met mij eens, dat wat u nu aan het doen bent, dat dat ertoe leidt dat jongeren in deze stad door u bang worden gemaakt? U bent angst in de samenleving aan het brengen waarvoor feitelijk geen aanleiding is, omdat u van een aantal mensen heeft gehoord dat ze zorgen hebben. Dat is wat u feitelijk doet als u zulke boute uitspraken doet en dat linkt aan het optreden van de politie in relatie tot mensen van kleur — dat bent u aan het doen, hè — en dat is heel verwerpelijk.) 28 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen Nogmaals, dat is niet wat ik hier zeg. Ik probeer eerlijk te zijn over wat mij ter ore komt en hoe het nieuws wordt beleefd en over de vragen die dat oproept. Ik heb nog geen enkele vraag gesteld en er is mij al verteld dat de vragen polariserend zijn. Dat weet u nog helemaal niet, want ik heb nog geen vragen gesteld. Het is een heel pijnlijk onderwerp dat we hier bespreken, maar u kunt van mij aannemen, als het niet nodig was voor mij om hier te staan, dan zou ik hier niet staan terwijl de collega-raadsleden hun messen hebben geslepen en de pennen bij onze gasten van de pers eveneens zijn geslepen. Ik vind dit niet leuk; ik vind dit niet fijn. De VOORZITTER: Er staan nog vier tot vijf leden bij de interruptiemicrofoon. Mijn voorstel zou zijn, dat die leden nu in de gelegenheid worden gesteld hun interrupties te doen plaatsvinden; dat mevrouw Simons dan haar betoog afmaakt en mochten er dan nog openstaande punten zijn, dat we dat dan op die manier doen zodat we enigszins een beetje de vaart in het debat houden. Is dat een idee? Volgens mij is mevrouw Nanninga dan nu de eerste. (Mevrouw NANNINGA: Dit verschrikkelijke incident vond plaats bij een extra bewaakte instelling in onze stad waar de spanning misschien een paar graadjes hoger ligt dan elders door een persoon die dat vanuit zijn problematiek bewust heeft opgezocht. Er is niemand in onze stad die iets te vrezen heeft van onze politie. Onze politie gaat niet midden in de Kalverstraat om zich heen staan schieten. Die suggestie is verwerpelijk. Mijn vraag aan mevrouw Simons is, naast dit opruien van een soort angst voor de politie, waarom ze in godsnaam kleur hierbij haalt.) Ik heb nergens en nooit beweerd dat mensen in deze stad bang moeten zijn voor de politie die maar in het lukraak rondschiet. Dat de politie lukraak in het rond schiet en dat mensen daarvoor bang zijn? Dat ze bang zijn, dat begrijp ik. Dat begrijp ik heel goed. De VOORZITTER: Mevrouw Simons, ik ontneem u het woord. Niet buiten de microfoon om met elkaar discussiëren. Via de microfoon. U was nog aan het reageren op de interruptie van mevrouw Nanninga. Gaat u daarmee door. En toch, omdat ik anders mijn punt weer kwijt ben, vind ik het terecht dat jongeren … Of laat ik het zo zeggen: ik kan begrijpen dat jongeren die angst voelen. Dat kan ik heel goed begrijpen omdat ik te veel mensen ken die daarvoor reden hebben. Dat is misschien ook het antwoord op de laatste vraag. Ik zou het ook fijn vinden als ik ergens mijn bijdrage gewoon kan doen. (Mevrouw NANNINGA: Ik vroeg u expliciet waar u het vandaan haalt om kleur in deze discussie te betrekken.) Omdat ik mensen spreek wier leven wordt beïnvloed door het feit dat ze een bepaalde kleur hebben. We gaan het er vandaag in de raad ook over hebben. Dat heeft te maken met zaken als discriminatie, arbeidsdiscriminatie, diversiteit, inclusiviteit. Kleur is voor mensen van kleur een bepalende factor. Deze mensen vertellen mij wat ze voelen, wat ze vinden, wat ze denken, wat ze vrezen. Nogmaals, als volksvertegenwoordiger vragen ze mij dat met u te bespreken. (Mevrouw NANNINGA: Dat is allemaal leuk en aardig, maar u koppelt dat gegeven aan een geweldsincident met politie waarvan u in eerste aanleg zei, dat daarbij buitensporig geweld is gebruikt. U stelt niet alleen maar vragen. Dat is een heel rare hutspot aan het worden van zaken die u naar 29 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen believen aan elkaar knoopt en daarmee politieagenten in een heel slecht daglicht stelt.) Ik begrijp dat men het politiek wellicht handig vindt om mij in de schoenen te blijven schuiven dat ik de politie schoffeer of dat ik aan haar integriteit twijfel. Dat is geenszins mijn uitspraak. Ik val in herhaling als ik zeg waarom ik deze actualiteit heb aangevraagd. Wat ik vind van onze zelfgekozen woorden daarbij, als ik dat ga herhalen dan gaat het allemaal inderdaad heel erg lang duren. Dat er mensen zijn die dagelijks te maken hebben met het feit dat hun leven, hun welzijn, hun schoolkansen, hun arbeidskansen, maar ook hun kansen op een bepaalde manier onprettig met de politie te worden geconfronteerd, dat is ook een feit. Hoe pijnlijk dat ook is, het is tijd dat we daarover met elkaar praten. En dat gaan we straks ook doen op het gebied van bijvoorbeeld arbeidsdiscriminatie. Maar dat ik over kleur begin, dat kunt u mij niet kwalijk nemen. (De heer VAN DANTZIG: Ik dacht, ik loop naar de interruptiemicrofoon om u, mevrouw Simons, nog een klein beetje een aftocht te gunnen uit dit debat. Volgens mij heeft u mijn faux pas nu wel tien keer herhaald. Maar het lijkt wel of het elke keer dat u een vraag wordt gesteld, erger wordt. Dat het raarder wordt. Dat er een complottheorie komt. Dat u nog verder de politie of het Openbaar Ministerie afbrandt. Ik wil een beroep op u doen. We zitten hier met Z'n allen en we komen op voor de rechten van alle Amsterdammers. Wel of niet gekleurd. Wel of niet hier geboren. Provinciaal, ras-Amsterdammer. ledereen. Dat is ook waarom we zo kwaad zijn. Dat is waarom ik mijn woede bijna niet kan controleren. U doet net alsof wij allemaal gekke Henkie zijn. U gebruikt een incident, een tragisch incident, een verschrikkelijk incident als aanleiding om uw eigen punt te maken. U zou zich diep, diep, diep moeten schamen.) Er zijn nog andere interrupties. (De heer VAN LAMMEREN: U begint met de woorden dat u de actualiteit te snel heeft aangevraagd. Dat is uw goed recht, net zoals het ons goed recht is u te interrumperen. U zegt, ik heb het te snel ingeleverd. En daarna zegt u, ik heb de woorden derhalve niet zorgvuldig gekozen in de aanvraag. Maar ik heb een vraag aan u. Vindt u dat u op dit moment uw woorden wel zorgvuldig kiest? U heeft gezegd dat er reden is om te twijfelen aan de oprechtheid van het OM. U heeft gezegd dat er reden is voor jongeren in deze stad om bang te zijn voor politiegeweld. Dat kunt u niet ontkennen; dat heeft u net gezegd. Vindt u dat u nu uw woorden wel goed kiest?) Ja. Dat wat u net zegt, het antwoord op uw vraag is: ja. (Mevrouw TEMMINK: Mevrouw Simons heeft het over de toon en dat de toon van dit debat aan het begin van het debat is gezet door mij als witte cis-vrouw. En die toon heb ik gezet door te vragen enigszins terughoudend te zijn. Het lijkt mij dat dat totaal mislukt is. Dat vind ik jammer. Maar ik vraag me ook af of mevrouw Simons rekening heeft gehouden bij de debataanvraag die ze heeft gedaan met de gevoelens van de politieagenten. Ze heeft het over jongeren. Heeft ze ook rekening gehouden met de politieagenten? Politieagenten in Nederland gebruiken hun wapen gelukkig heel weinig. Als het wapen wordt gebruikt, doet de Rijksrecherche altijd onderzoek. Politieagenten raken heel vaak getraumatiseerd na zo'n heftige gebeurtenis. In plaats van daarmee even rekening te houden, een pas op de plaats te maken wat goed is voor 30 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen politici op zo'n moment, is mevrouw Simons in de pen geklommen en heeft ze een debataanvraag gedaan. Vindt u daadwerkelijk dat de toon van het debat door mijn woorden is gezet aan het begin of dat de toon is gezet toen u in de media ging roepen en deze debataanvraag heeft gedaan?) Ik heb die vraag al beantwoord, dus ik ga graag verder met mijn bijdrage — ook gezien de tijd. De VOORZITTER: Dan wil ik u vragen nu uw betoog af te ronden. Mochten er nog interrupties zijn, dan kan dat altijd nog. Ga uw gang. Er zijn mensen geraakt door het nieuws. Er zijn mensen geschrokken. En ik vraag me af of het college of de burgemeester op de hoogte is van de ontrust die dit incident teweeg heeft gebracht bij omwonenden. Of dat getoetst is of dat daar gepolst is. Ik ontving inmiddels de veelbesproken open brief van agent Joeri zonder achternaam die een nieuw licht werpt op de zaak. Hij deelde in die brief informatie die wij niet behoren te weten omdat er dus onderzoek wordt gedaan. Dat werpt wel nieuw licht op het een en ander en dat roept dus vragen op. Informatie die niet correspondeert met informatie die we in eerste instantie bij de verklaring van het Openbaar Ministerie hebben ontvangen. Volgens de brief van agent Joeri bijvoorbeeld kwam het slachtoffer rennend op de agenten af. En in de verklaring van het OM staat dat bijvoorbeeld niet. Wat ik me afvraag na de brief van agent Joeri is hoe zijn brief zich verhoudt tot het onderzoek van de Rijksrecherche. Ik begrijp dat de burgemeester als leider van de driehoek voor het bevoegde gezag staat en dat respecteer ik. Daarvoor heb ik zeer veel waardering. Als volksvertegenwoordiger stel ik mijn vragen om duidelijkheid te verschaffen aan de mensen in de stad die dezelfde vragen hebben en die behoefte hebben aan context. En ik begrijp ook dat de burgemeester op heel veel vragen waarschijnlijk nog helemaal geen duidelijk antwoord heeft aangezien dat onderzoek nog loopt. Ik heb ook begrepen dat het helemaal niet gebruikelijk is dat resultaten van dat onderzoek worden gedeeld. Als ze niet worden gedeeld, waar wachten we dan op? Kan de burgemeester een inschatting maken van wanneer dat onderzoek zal zijn afgerond? Ik heb net begrepen: een paar weken. Is men van plan na afronding van het onderzoek de bewoners van onze stad te informeren over de uitkomst en de eventuele gevolgen? Er zou zoals al eerder gezegd sprake zijn van suicide by cop‚ een traumatische ervaring voor agenten die daarmee te maken krijgen. Het is in Nederland een relatief nieuw fenomeen. Zijn er bij het college gegevens bekend over hoe vaak dit voorkomt en welke aandacht deze problematiek krijgt bij de politieopleiding? Ik ben bijvoorbeeld ook benieuwd bij de protocollen die daarbij gehanteerd moeten worden. Buiten het onderzoek van de Rijksrecherche is er begeleiding voor de betrokkenen: de agenten, slachtoffers, hun familie. Het is het zoveelste incident in ons land met nepvuurwapens. Bestaat er een protocol binnen de driehoek hoe om te gaan met dat fenomeen? We horen er steeds vaker over. Volgens de wet zijn deze verboden en toch kun je ze via Internet gemakkelijk krijgen. Zijn er nationale plannen voor de uitvoering van het algemene verbod op distributie en verkoop van deze wapens zoals dat bijvoorbeeld ook voor lasers geldt? Heeft de driehoek of de burgemeester het gevaar van nepvuurwapens besproken met de minister of is de burgemeester van plan of bereid dit alsnog te doen? Ik heb nog heel veel vragen en gezien de tijd kan ik ze nu waarschijnlijk niet allemaal stellen. Eentje wil ik toch nog stellen. Ik begrijp dat de politie in Amsterdam een proef draait met bodycams. Is dat openbare informatie of deze mensen bodycams 31 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen droegen en of de beelden eventueel na het onderzoek kunnen worden vrijgegeven? Ik zal de vragen die ik nu niet kan stellen, schriftelijk stellen en ik zal afronden. Er is heel veel ophef geweest de laatste twee dagen over deze actualiteit. Ook hier in deze zaal zijn de emoties hoog opgelopen. Er is over getwitterd; talkshows staan te trappelen en men vindt er wat van. Er is mij lafhartigheid en een gebrek aan empathie voor de betrokken agenten verweten. Met geen van deze beschuldigingen kan ik me identificeren. Er is in dit verhaal namelijk maar een persoon waarmee ik me kan identificeren en dat is de moeder van een zoon. (Mevrouw TEMMINK: Stijgende verbazing. Vindt mevrouw Simons het daadwerkelijk gepast om de brief die de agent heeft gevoeld te moeten schrijven — agenten spreken zich in het algemeen niet snel uit, ze voelen zich zeer loyaal naar hun organisatie, maar deze agent voelde zich gedwongen zich uit te spreken omdat hij eventueel ten onrechte — maar dat weten we nog niet, omdat de Rijksrecherche dat nog moet vaststellen — beschuldigd wordt door een politicus, vindt u het dan gepast om die brief te gaan gebruiken om hier vragen te stellen of dat allemaal klopt? Kunt u nu werkelijk niet begrijpen dat het niet aan ons is om dat onderzoek te doen, maar dat het aan de Rijksrecherche is om dat onderzoek te doen en daarover dan een oordeel te vellen en niet als een soort trial by public? Vindt u dat niet bijzonder ongepast?) In de brief stond een aantal dingen waarvan ik dacht, dat werpt nieuw licht op de zaak. De brief is in het openbaar verschenen en daarmee is het een openbare brief. Daarmee staat het mij dan ook vrij om over die brief te spreken. Dat is de afgelopen 36 of 24 uur dan ook veelvuldig gebeurd op het moment dat die brief naar buiten is gekomen. Meer kan ik daarover eigenlijk niet zeggen. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Van Lammeren. De heer VAN LAMMEREN: Ik ben eigenlijk wel blij dat we deze actualiteit hebben ondanks dat die hier totaal niet thuishoort. Mijn eerste oproep is naar de pers en ik zou nederig willen verzoeken heel duidelijk op te schrijven wat hier is gebeurd en dat er heel veel politici en politieke partijen afstand nemen van het standpunt van BIT. Toen ik vanochtend wakker werd, werd ik wakker in een rechisstaat met een scheiding der machten, met politiek en rechters. De politiek hoort zich niet uit te spreken over rechtszaken. Hoort zich helemaal niet uit te spreken als er nog rechtszaken lopen. Helemaal niet als het onze Amsterdamse dienders zijn die elke dag op straat werk voor ons verrichten. Ik weet nog goed dat de heer Van der Laan niet heel snel boos werd, geëmotioneerd werd, maar er was een ding en dat gebeurde bij het Rijksmuseum. Er was een oefening van de Marechaussee die dacht dat het verstandig was om overdag een oefening te doen. Toen hebben ze overdag iemand van het terras afgeplukt bij het Stedelijk museum en die hebben ze in een auto getrokken. Ze waren alleen vergeten dat de Amsterdamse politie te vertellen. Dat waren wel mannen met machinegeweren. Onze Amsterdamse politie gaat erop af en op dat moment is jouw pistool een klappertjespistool. Maar ze gaan wel. En deze agenten, dit korps wordt veroordeeld door een politieke partij zonder dat enig feit bekend is. Mevrouw Simons begon heel aardig met de woorden dat de actualiteit te snel was ingeleverd, maar elk woord dat ze zei, werd erger. Ze heeft ondertussen het OM beledigd. Ze zegt dat jongeren zich zorgen moeten maken dat ze onterecht kunnen worden neergeschoten door de politie. En ze distantieert zich niet van een uitspraak over een witte cis-mevrouw die gewoon een collega van haar is. U moet zich diep schamen. U moet zich echt diep schamen. U kunt lachen, maar ik neem dit echt 32 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen hoogst persoonlijk op en ik wil echt dat die Amsterdamse politie weet, als er misstanden zijn, worden die echt wel uitgezocht, maar we gaan hier niet publiekelijk de politie afvallen voordat er enig feit bekend is. (Mevrouw SIMONS: Weet u wat cis betekent?) Dat debat wilt u nu voeren in plaats van dat u nu zegt, ik neem afstand van de woorden witte cis-mevrouw®? (Mevrouw SIMONS: Weet u wat het betekent? De heer Van Lammeren schijnt te denken dat er gescholden wordt op het moment dat iemand een cis-vrouw wordt genoemd.) Nee, witte cis-vrouw. Er wordt witte cis-vrouw gezegd. Ook in dit debat geeft u aan dat de heer Van der Burg zich dit misschien minder goed kan voorstellen. Indirect trekt u de racismekaart richting de Amsterdamse politie. Laten we het maar gewoon benoemen. Ik ben er klaar mee. U moet zich gewoon schamen. Het zou u echt sieren als u nu gaat zitten, zich nederig gedraagt en hier misschien een zaak kunt bepleiten. U doet nu uw zaak geen goed. Ik zou persoonlijk niet door u vertegenwoordigd willen zijn. Zo zit dat. (De VOORZITTER: Mijnheer Van Lammeren, het is over het algemeen goed gebruik om via de voorzitter te spreken. Ik wil u verzoeken dat ook echt te doen. Het loopt echt wel een beetje uit de hand. Daar geef ik overigens niemand de schuld van. Ik zou u graag willen vragen, mijnheer Van Lammeren, om het betoog te vervolgen.) Het spijt me. Ik zou mij nooit door BIJ willen laten vervolgen. Nooit door mevrouw Simons. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Nanninga. Mevrouw NANNINGA: Forum voor Democratie wil zich eigenlijk niet bezig houden met de negatieve en opruiende uitlatingen van BIJ1 over onze politie. Ook heeft het weinig nut om in te gaan op het opportunistische terugkrabbelen van BIJ1 als blijkt dat haar stuitende uitlatingen op brede ontzetting en afkeer stuiten. Liever uit ik namens Forum voor Democratie ons medeleven met de slachtoffers, met de nabestaanden, met de meneer die in zijn been is getroffen en zeker ook met alle betrokken agenten en hulpdiensten. Ik geef graag het woord aan de politieagent die een ontroerende open brief schreef. Hij was betrokkene bij dit incident. Ik citeer: ‘Mijn collega's waren gelukkig niet gewond, maar ze waren helemaal bleek en compleet van slag. Mijn collega’s hebben echt het idee gehad dat ze hebben gevochten voor hun leven. Ze dachten dat de man die op hen kwam afrennen, hen wilde doodschieten. Dat het achteraf vermoedelijk om een netwapen gaat, doet niets af aan hun angst. Ik heb het wapen zelf gezien. Geloof mij, als iemand dit wapen op mij had gericht, dan zou ik ook schieten. Zoals ik al eerder schreef, zijn wij, mensen bij de politie, gewoon mensen van vlees en bloed, maar zeker ook met gevoel. Wij zijn er echt niet op uit onze wapens te gebruiken op mensen. Wij kennen echt wel de risico's van het schieten op straat waar mensen lopen. Wij zijn ons echt wel bewust van het feit, dat er slachtoffers kunnen vallen als we schieten. Natuurlijk betreur ik het heel erg dat de man is overleden. Dit is iets wat niemand wil. Ook is het heel erg dat de man op de fiets gewond is geraakt. Als ik naar mij zelf kijk, dan heb ik twee nachten lang heel erg slecht geslapen van dit incident. Ik ben zelfs een keer schreeuwend wakker geworden uit een nachtmerrie. Moet je nagaan, dat ik zelf niet heb geschoten maar er wel zo veel last van heb gehad. Ik hoop heel erg dat mijn collega’s, als zij hun ogen dichtdoen om te gaan slapen, niet constant het filmpje zien waar zij hebben ingezeten.’ Einde citaat. 33 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Roosma. Mevrouw ROOSMA: Ik heb getwijfeld of ik nog wel iets wilde zeggen in dit debat. Er zijn niet heel veel hoogtepunten, maar als er een dieptepunt was, dan was dat net wel, denk ik. Er zijn dingen gezegd waarvan ik ook wel het gevoel heb dat ik er afstand van moet nemen. Dat gaat er over dat de politie er is voor alle Amsterdammers en dat er niemand in deze stad reden heeft om bang te moeten zijn voor de politie. Wij steunen de betrokkenen, de agenten die dit hebben meegemaakt. Dat moet een verschrikkelijke ervaring voor hen zijn geweest. Ook de jongen die naar hoe het nu lijkt, ervoor heeft gekozen. Dat is ook verschrikkelijk. En zijn familie. Tegelijkertijd vind ik dat het niet gepast is om hier nu allerlei oordelen te vellen. Dit debat hadden we niet moeten voeren. Daar laat ik het bij. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Mbarki. De heer MBARKI: Ik kan me voor een groot deel aansluiten bij de woorden van mevrouw Roosma. Volgens mij is dit niet het soort debat dat we hier moeten voeren en al helemaal omdat de zaak nog onder de Rijksrecherche zit. Er wordt onderzoek naar gedaan. We voeren dus een debat terwijl we er nog helemaal geen informatie over hebben. Ik vind wel dat ik twee dingen nog zou moeten zeggen, namelijk dat we gedurende het debat een aantal dingen aan elkaar zijn gaan koppelen die we niet hadden moeten koppelen. Natuurlijk, mevrouw Simons, zal ik een van de eersten zijn die zegt dat er sprake is van etnisch profileren. Dat hebben we al heel lang bediscussieerd. Maar we moeten wel het juiste moment daarvoor kiezen. Wat ik hier nu wel wil zeggen, is dat volgens mij Amsterdamse jongeren van kleur zich geen zorgen hoeven te maken neergeschoten te worden door de politie. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Van Dantzig. De heer VAN DANTZIG: Ik had een beetje dezelfde twijfel als mevrouw Roosma. Dit is wel een van die zeldzame debatten waarbij je gewoon niet op je stoel kunt blijven zitten. Er zijn hier echt dingen gewisseld waarvan ik kan zeggen dat ik daar vannacht nog wel even wat langer van wakker blijf. Ik wil graag benadrukken dat de politie in Amsterdam bijzonder professioneel is, mevrouw Simons. Die staat onder enorme druk. Ik was laatst bij een avond van ControlAltDelete over etnisch profileren. Ik heb met heel veel politieagenten gesproken en die geven elke keer aan hoe erg ze ermee worstelen. Ze zien het zelf ook als een probleem dat dingen gebeuren. Maar wat u doet, is de politie van u vervreemden door een oordeel te vellen. U maakt de jongeren die u zegt te vertegenwoordigen eerder angstiger, terwijl u als rolmodel ook had kunnen zeggen, dat dit iets is waar de gemeenteraad van Amsterdam tegen optreedt. Dit is nu een van die zeldzame onderwerpen waarover we het allemaal eens zijn. Zelfs mevrouw Nanninga vindt dit verschrikkelijk. Daarover is geen onenigheid. ledereen heeft hier moeite mee. Wat u vandaag heeft gedaan, mevrouw Simons, is dat u iedereen in mijn ogen onsterfelijk belachelijk heeft gemaakt in mijn ogen, in de ogen van mijn partij en volgens mij ook in de ogen van de hele raad. U heeft ervoor gezorgd dat u voor de achterban die u vertegenwoordigt, de komende tijd heel weinig voor elkaar gaat krijgen omdat we allemaal denken dat u in een complot gelooft. U heeft ervoor gezorgd dat we Amsterdam een stukje terug hebben gezet in plaats van dat we Amsterdam een stukje vooruit hebben geholpen. Ik ga afsluiten met de woorden, dat ik alle vertrouwen in de politie heb. We 34 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen steunen die totdat het tegendeel is bewezen. Ik vond dit echt het dieptepunt van mijn lidmaatschap in deze raad. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Boomsma. De heer BOOMSMA: Ik dacht, ik laat mevrouw Simons eerst even uitspreken. Ik houd zeer van politiek als een uitwisseling van argumenten, inhoudelijke argumenten om een bijdrage om anderen te overtuigen. Nu was daar hier op dit moment geen sprake van. Ik wil nog zeggen dat ik het zeer ongepast vond om dit debat op deze manier aan te vragen. Zeer voorbarig ook. Je hebt als raadslid volgens mij ook de belangrijke taak om zorgen te horen, maar ook om ze niet erger te maken, om ze niet aan te wakkeren. Dus niet om wantrouwen in de samenleving te injecteren door je woorden te kiezen. Volgens mij heeft mevrouw Simons zelf al gezegd dat ze een faux pas heeft begaan. Volgens mij is het beste wat ze nu kan doen, zeggen: dat had ik niet moeten doen. Excuses. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Van der Burg. De heer VAN DER BURG: Michael Fudge is dood. En dat is in eerste instantie voor hem, met de informatie die we hebben, een verschrikkelijk drama. We weten niet wat er precies is gebeurd, maar in ieder geval heeft hij het leven erbij gelaten. En volgens mij zitten er een heleboel mensen in de zaal die een telefoontje nooit willen krijgen en dat is: mevrouw, mijnheer, uw kind is dood. Ook dat telefoontje heeft plaatsgevonden. Maar er zitten hier ook allemaal mensen in de zaal die nooit voor de keuze willen komen te staan waarin ze een ander moeten neerschieten, eventueel zelfs moeten doden. Er zijn mensen aan wie wij vragen, elke dag weer opnieuw, acht uur of langer per dag, om bereid te zijn die keuze te maken. Op het moment dat agenten zich gedwongen voelen die keuze te maken, dan moeten wij zeker als werkgever die we als gemeenteraad zijn, van allen die voor ons de straat op gaan om het veilig te maken, dan moeten we ervan uitgaan dat ze dat altijd met de grootst mogelijke integriteit doen. En dat ze dat altijd met de grootst mogelijke terughoudendheid doen. En tegelijkertijd, terwijl we daarvan uit moeten gaan en waar 44 van de 45 raadsleden ook van uitgaan, hebben we toch nog waarborgen ingebouwd. Als zich namelijk zo’n verschrikkelijke situatie voordoet, dan doet de Rijksrecherche onderzoek. De Rijksrecherche. Niet collega's. Juist een onafhankelijk orgaan dat met een onafhankelijke en objectieve blik ernaar kijkt wat hier daadwerkelijk is gebeurd. En wij weten van hen, dat ze ook bereid zijn — en ook daarvan kennen we de voorbeelden uit het verleden — dat ze ook bereid zijn als men zegt dat een agent hier over de schreef is gegaan, dat men dat ook laat weten en dat er dan ook wordt vervolgd. Hier is heel veel misgegaan vanuit de communicatie vanuit één specifieke partij. En het is niet een debat dat we hier voeren in de raad — want ik maak me geen enkele zorg over hoe wij als raad hierover denken of hoe het college hierover denkt en ik maak me er geen enkele zorg over hoe de burgemeester hier met de driehoek in zit. De signalen die vandaag en de afgelopen dagen zijn afgegeven aan een deel van onze bevolking dat ze het Openbaar Ministerie niet kunnen vertrouwen, dat ze bang moeten zijn voor politieagenten, dat ze een vergroot risico lopen dat er geweld tegen ze wordt gebruikt, zelfs dodelijk geweld, die suggestie is echt meer dan schandalig. En ik heb de burgemeester nog niet horen spreken, dus formeel weet ik nog niet wat ze gaat zeggen. Maar ik zeg nu al tegen de burgemeester, burgemeester, ik ben het werkelijk met ieder woord dat u zo gaat uitspreken volledig eens en ik sta achter u en vooral ook achter de mensen die namens u en mij de straat opgaan. 35 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad R Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Yilmaz. De heer YILMAZ: Wij wilden hierover ook eigenlijk niets zeggen, maar ik voelde me geroepen om toch te spreken namens onze partij. Het is gewoon heel verschrikkelijk wat er is gebeurd: voor Amsterdammers, voor direct betrokkenen. En ik vind het niet gepast dat we dit hier nu bespreken. Ik ben ook volksvertegenwoordiger. Ik werk dagelijks met jongeren. En gelukkig heb ik niet gehoord wat u heeft gehoord, mevrouw Simons. Dus ik herken dat gelukkig helemaal niet. Wij zijn trots op onze politieagenten, maar wij zijn niet degenen die daarover moeten oordelen of het goed of fout is gegaan. We wachten gewoon rustig het onderzoek af. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Ceder. De heer GEDER: Ik heb lang nagedacht of ik iets moet zeggen en dat heeft ermee te maken dat we nu al langer dan een uur bezig zijn met dit debat, terwijl we van de meeste raadsleden juist te horen hebben gekregen dat ze vinden dat dit debat niet had moeten plaatsvinden of omdat we allemaal ook wel weten wat de burgemeester min of meer gaat zeggen. Ik heb hierover met mevrouw Simons al eerder contact gehad. Ik denk dat dit de les moet zijn als het om dergelijke thema’s gaat. Wij hebben te maken met een situatie die alleen verliezers kent. Aan de kant van de politie absoluut, maar ook aan de kant van de slachtoffers en families. Ik vind het ingewikkeld om daarover een uur te debatteren terwijl we eigenlijk allemaal al weten wat de burgemeester straks gaat zeggen. ledereen heeft zijn recht om daarover zijn politieke punt te maken, maar laten we alsjeblieft ook voor de kijkers die meekijken en de berichten die straks in de kranten staan, voortaan toch wat meer nederigheid nemen als het gaat om dit soort onderwerpen en ook als het gaat om wat wij daar politiek van vinden. De VOORZITTER geeft het woord aan de burgemeester. Burgemeester HALSEMA: Ik denk dat er hele goede redenen kunnen zijn om te praten over het optreden van politie en het functioneren van de politie in onze stad. Binnenkort ontvangt u, mevrouw Simons, het rapport over etnisch profileren dat op verzoek en initiatief van de politie zelf is opgesteld onder leiding van mevrouw Lilian Congalves. Dat kan een moment zijn waarop we over politieoptreden praten. Ik hoop dat we dat dan doen op basis van de feiten en het onderzoek en niet op basis van geruchten en laster. Dit lijkt mij geen moment om over het politieoptreden in z'n algemeenheid te praten. Op woensdag 6 februari heeft zich een groot drama voorgedaan bij De Nederlandsche Bank. Dat was een drama voor de betrokkene, zijn moeder, de fietser die voorbij reed en werd geraakt en voor de betrokken agenten niet in de laatste plaats. Zoals altijd wordt er dan onderzoek gedaan door de Rijksrecherche en aangezien dit een groot en voor alle betrokkenen een heel emotionele gebeurtenis is, wordt er ook prioriteit aan het Rijksrechercheonderzoek gegeven. Dat wordt versneld en met grote inzet gedaan. De Rijksrecherche doet dit onderzoek omdat ze er verstand van heeft en wij niet. Het is van belang dat wij als leken even wachten en degenen die er verstand van hebben in staat stellen om tot een afgewogen en beredeneerd oordeel te komen. Dat is ook in het belang van de agenten die erbij betrokken zijn. Ik heb gisteren met ze gepraat. De twee agenten die op dat moment aanwezig waren. Dit is niet waarom je agent wordt. Dit is juist niet waarom je agent wordt. Je wordt agent omdat je mensen wilt dienen en beschermen en omdat je de stad veiliger wilt maken en boeven wilt pakken. Dit is een nachtmerrie voor de betrokkenen. Het is een traumatische gebeurtenis en het is een beangstigende 36 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen gebeurtenis. En ik zou er dan eigenlijk alleen nog over willen zeggen, laten we wachten op de uitkomst van het Rijksrechercheonderzoek. Maar in de tussentijd denk ik dat deze agenten ons inlevingsvermogen en niet ons oordeel verdienen. En ik denk dat ons Amsterdamse korps onze trots verdient. De VOORZITTER schorst de vergadering voor tien minuten. De VOORZITTER heropent de vergadering. Voorzitter: burgemeester Halsema 10 Beschikbaar stellen van een uitvoeringskrediet voor de herinrichting van de Nieuwezijds Voorburgwal Zuid (Gemeenteblad afd. 1, nr. 90) De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Ernsting. De heer ERNSTING: Stoeptegels. Daar gaat de lokale politiek ook over. En over het stapje voor stapje mooier en beter maken van onze toch al zo mooie stad zoals op de Nieuwezijds Voorburgwal. Voor ons ligt een prachtig plan. Meer ruimte voor voetgangers; meer ruimte voor fietsers; meer groen. Een postzegelpark op de postzegelmarkt. En ja, donkergrijs asfalt. En dat laatste past natuurlijk eigenlijk niet meer in dit prachtige stukje middeleeuw stadshart en daarom wil ik voorstellen om geen saai grijs asfalt tussen de tramrail te leggen, maar klinkers of op klinkers lijkend materiaal — bekend als streetprint. De mensen uit de vorige periode weten dat nog. Dat is rood asfalt maar dan met een soort van kKlinkerpatroon. Het is net echt. Het ligt al op heel veel plekken in de stad en niemand heeft het door. En daarmee wordt de hele uitstraling van dit gebied nog mooier dan die al was. De wethouder zei in de commissie dat ze het aan de raad laat, dus daarom dien ik deze motie in mede namens de heren Vroege, Boutkan en N.T. Bakker. De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: 47° Motie van de leden Ernsting, Vroege, Boutkan en N.T. Bakker inzake materialisering trambaan (Gemeenteblad afd. 1, nr. 153) Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: - de verharde delen van de trambaan uit te voeren in klinkers volgens de Ferdinand Bolmethode dan wel rood asfalt met streetprint. De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Dijksma. Wethouder DIJKSMA: Ik zou haast zeggen, gezegend is de raad die het gewoon weer kan hebben over stoeptegels en over de straat. Daar was ik eerlijk gezegd wel even aan toe. Als ik dan kijk naar het voorstel, dan zei de heer Ernsting terecht, dat er een prachtig voorstel voorligt waarbij we de Nieuwezijds Voorburgwal gaan herinrichten. State 37 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen of the art. Groen. Mooie ruimte voor de fietser en de voetganger. En natuurlijk mag je dan ook discussie hebben over hoe precies die bestrating eruit gaat zien. Er zijn hele goede redenen waarom er is gekozen voor de bestrating zoals we die nu in het projectplan hebben liggen. Het is stil. Het is onderhoudsvriendelijk. En het is ook het goedkoopst. Maar tegelijkertijd kan ik zeker leven, en dan heb ik ook in de commissie al gezegd, met een variant namelijk het gebruik van streetprint. Ik moet u wel zeggen, dat ik de motie zo ga uitleggen dat die niet gaat leiden tot klinkers. Dan weet u meteen even waar u aan toe bent. Die zijn namelijk echt veel duurder. Niet alleen in aanleg, maar ook in onderhoud. En u moet zich realiseren, als we kiezen voor streetprint en zo vat ik de opdracht van de raad dan maar op als de motie wordt aangenomen, dat het wel iets meer geluid oplevert. Bij een 30km-zone ongeveer 10%. Maar dat is op zichzelf wel te doen, zeker omdat de straat beduidend autoluwer zal worden dan die nu is. Dus om een lang verhaal kort te maken: ik kan prima leven met de tekst van de motie die de leden Ernsting cum suis hebben ingediend en ik laat het oordeel daarover graag aan uw raad. De discussie wordt gesloten. De VOORZITTER: Dan kunnen we gaan stemmen. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Vroege voor een stemverklaring. De heer VROEGE (stemverklaring): Toch een korte stemverklaring, want het is een van de mooiste plannen die ik ooit in de gemeenteraad hebben mogen vaststellen. Er komt een parkje; er komen mooie fietspaden en een doorlopende fietsroute vanaf de Blauwbrug tot de pont. Dus ik ga mijn fractie zeker adviseren in te stemmen — ook voor de motie Streetprint. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Kreuger voor een stemverklaring. De heer KREUGER (stemverklaring): Die streetprint lijkt mij een goed idee, dus we gaan daar voor stemmen. We gaan wel tegen het voorstel stemmen en dat heeft ermee te maken dat er is geprotesteerd tegen het weghalen van parkeerplaatsen. Daar hechten we aan, dus om die reden gaan we wel tegen het voorstel stemmen. Aan de orde is de stemming over de voordracht (Gemeenteblad afd. 1, nr. 90). De voordracht (Gemeenteblad afd. 1, nr. 90) wordt bij zitten en opstaan aangenomen. De VOORZITTER constateert dat de voordracht (Gemeenteblad afd. 1, nr. 90) is aangenomen met de stemmen van Forum voor Democratie tegen. Aan de orde is de stemming over de motie-Ernsting, Vroege, Boutkan en N.T. Bakker (Gemeenteblad afd. 1, nr. 153). De motie-Ernsting, Vroege, Boutkan en N.T. Bakker (Gemeenteblad afd. 1, nr. 153) wordt bij zitten en opstaan aangenomen. De VOORZITTER constateert dat de motie-Ernsting, Vroege, Boutkan en N.T. Bakker (Gemeenteblad afd. 1, nr. 153) met algemene stemmen is aangenomen. 38 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen De voordracht wordt zonder hoofdelijke stemming goedgekeurd; de raad neemt mitsdien het besluit, vermeld onder nr. 90 van afd. 1 van het Gemeenteblad. 12 Vaststellen van de Agenda Autodelen (Gemeenteblad afd. 1, nr. 92) De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Vroege. De heer VROEGE: De Agenda Autodelen hebben we vorige week uitgebreid in de commissie besproken en we hebben met elkaar geconcludeerd dat die misschien weinig ambitieus is, maar vooral praktisch. Maar die ambitie komt terug in de Agenda Autoluw later dit jaar. We wachten vol spanning. Met deze agenda lijkt het college de deur open te zetten voor het platform deeleconomie met daarmee het adagium dat een auto beschikbaar moet zijn voor iedere Amsterdammer. D66 kan dat prima steunen. Maar het is wel jammer dat er veel nieuwe auto's op straat komen en dat er te weinig gebruik wordt gemaakt van al die auto's die al stilstaan. Daarom een motie om al die auto’s die al stilstaan en al in de stad zijn meer te gebruikten om te delen. Het delen van de eigen auto bijvoorbeeld binnen de VvE of binnen je eigen straat. Er komen ook meer freefloatingauto's en die zijn voor D66 vooral bedoeld om van bijvoorbeeld IJburg naar Nieuwwest te rijden of van Zuidoost naar Buitenveldert en niet voor kleine stukjes binnen de stad. Maar dan moet die auto wel beschikbaar zijn in die wijken buiten de ring. De wethouder heeft al gezegd dat ze dat niet als harde eis kan opnemen in de vergunning voor deze autodeelbedrijven. Ik vind dat jammer. Ik vind, als je een autodeelbedrijf bent en je wilt gebruikmaken van onze straten, dat je dan maar moet zorgen dat de hele stad daarvan gebruik kan maken en niet alleen de mensen binnen de ring. Daarom een motie samen met college Yilmaz van DENK om de wethouder wel aan te sporen haar best te doen deze autobedrijven ervan te overtuigen dat het verstandig en goed is met steun van de raad om alle wijken van Amsterdam te voorzien van alle elektrische deelauto's. En deze motie dien ik graag hierbij in. De VOORZITTER deelt mee dat de volgende moties zijn ingekomen: 48° Motie van het lid Vroege inzake stimulering van kleinschalige autodeelconcepten (Gemeenteblad afd. 1, nr. 154) Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: - een plan te ontwikkelen om binnen WvE's en buurten elektrische autodeelconcepten actief te stimuleren en mogelijk te maken; -__ hierbij vooral — edoch niet enkel — te focussen op nieuwbouwprojecten met een lage parkeernorm; -__dit plan als onderdeel van de Agenda Autoluw aan de raad voor te leggen. 49° Motie van de leden Vroege en Yilmaz inzake free floating deelauto’s (Gemeenteblad afd. 1, nr. 155) Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: 39 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen - bij nieuwe vergunningen voor free floating deelauto’s zich in te zetten voor beschikbaarheid van deze deelauto's in alle buurten en wijken van Amsterdam. De moties maken deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Yilmaz. De heer YILMAZ: Dit is een goed plan. Wel een gemiste kans. Ik denk dat we dit in de komende jaren moeten uitbreiden over heel Amsterdam. Daarom zijn we mede- indiener van de motie. Ook in gebieden en stadsdelen waar veel haltes verdwijnen moeten we eigenlijk gebruik maken van deelauto's. Die moeten daar beschikbaar zijn, vinden wij. Het ov wordt ook onbetaalbaar, dus dit is een ideale optie. Laten we daarvan dan ook goed gebruikmaken en de kans aan alle Amsterdammers bieden om hiervan gebruik te maken. Dus daarom hebben we met collega Vroege deze motie ingediend. Ik hoop dat dit de komende jaren verder wordt uitgebreid. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Van Lammeren. De heer VAN LAMMEREN: Met enigszins gemengde gevoelens gaan we wel voor dit plan stemmen en ook voor de motie om inderdaad te kijken hoe we nu de buitenwijken hierbij beter kunnen betrekken. De grote vraag voor de Partij voor de Dieren blijft altijd of we nu minder of meer gaan autorijden door deze plannen. Daar zijn verschillende studies over die elkaar gelukkig tegenspreken. Dus de praktijk zal het moeten doen. Hier wordt ook rechts van mij geknikt. Maar dat moeten we wel blijven monitoren, want het uitbreiden van autokilometers is zeker geen doel op zich. Vooralsnog steunen wij dit experiment en zeker ook de motie om juist de buitenwijken erbij te betrekken. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Boutkan. De heer BOUTKAN: Autodelen is wat ons betreft een belangrijk middel in anders omgaan met mobiliteit. Er zijn natuurlijk allerlei verschillende manieren van autodelen. Soms is autodelen gewoon een auto huren, maar soms is het ook iets wat je doet met particulieren namelijk gebruikmaken van dezelfde auto. Dat is natuurlijk een goede zaak, want dat betekent dat er uiteindelijk minder auto’s op straat komen, maar ook dat er flexibeler vormen komen van mobiliteit er dat er meer plek komt in parkeergarages. Deze agenda had zeker nog wat ambitieuzer gemogen, maar ja, dat komt natuurlijk ook voort uit het vorige college. Het is iets wat we willen afmaken. We zijn heel blij dat er later dit jaar nog een ambitieuzere agenda komt op het gebied van autodelen en ook dat er dan een samenhang is met ons programma Autoluw dat nu in de maak is en waarover we met Amsterdammers in gesprek zijn gegaan. Ik heb nog wel een zorg en die heb ik ook in de commissie geuit. Dat is namelijk dat we heel graag zouden zien dat aanbieders van autodeelconcepten van freefloatingconcepten zich echt langdurig aan de stad verbinden. En ik heb de wethouder goed gehoord. Zij heeft gezegd dat het heel belangrijk is dat we de stad niet op slot gooien voor innovatieve aanbieders. Dat begrijp ik ook heel erg goed. Maar ik ben wel op zoek naar meer zekerheden, zodat we straks niet te maken hebben met slimme bedrijven die zeggen, ik vind het hartstikke leuk om de stad als een proeftuin te gebruiken en misschien wel voor een marketingconcept zoals de Hyundai Bionic en als het me niet 40 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen meer bevalt, dan ga ik weg. Wat ik dan belangrijk vind en ik hoop dat de wethouder die zorg kan wegnemen, is dat we straks daadwerkelijk kiezen voor aanbieders van deelconcepten die er ook voor kiezen om zich langdurig te verbinden aan deze stad. Want ja, het is wel zo dat mensen die de overstap maken om hun auto weg te doen, dat heeft vaak ook te maken met angst. Dat heeft ook vaak te maken met een bepaalde emotie. En laten we dan ook kiezen voor autoaanbieders die echt zeggen: wij verbinden ons langdurig aan Amsterdam. Dus ik hoor graag van de wethouder hoe zij deze zorg bij mij wegneemt. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Ernsting. De heer ERNSTING: In de commissie hebben we inderdaad een prima discussie gehad over deze Agenda Autodelen. Ik beschouw het als een soort tussenstap. Anderen hebben dat ook al gezegd. Het is prima om nu een en ander te formaliseren wat eerst al een tijdlang in een experimentele fase zat. Maar zoals ik in de commissie al zei, duidelijk moet nog worden hoe autodelen gaat bijdragen aan een autoluwe stad. Soms lijkt het omgekeerde het geval en zou autodelen voor extra kilometers kunnen zorgen. Om dat te voorkomen heb ik een motie om in de Agenda Autoluw dan wel in het actieprogramma Smart Mobility dat we in het derde kwartaal krijgen, doelstellingen op te nemen over de bijdrage van autodelen aan de autoluwe stad om te voorkomen dat autodelen zorgt voor meer autoverkeer. Dat is immers niet the way to go met car to go. De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: 50° Motie van de leden Ernsting, Vroege, Boutkan en N.T. Bakker inzake formuleren autoluwe doelstelling voor audodeelbeleid (Gemeenteblad afd. 1, nr. 156) Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: - in de Agenda Autoluw dan wel het programma Smart Mobility meetbare doelstellingen op te nemen voor de bijdrage van autodelen aan de autoluwe stad. De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Dijksma. Wethouder DIJKSMA: Ik begin alvast met de beantwoording, maar ik hoop dat ik wel een kopie van de drie moties kan krijgen. Daaraan wordt gewerkt. Misschien ook allereerst even een korte opmerking. Inderdaad, de Agenda Autodelen die nu voorligt, kun je niet meer als een tussenstap beschouwen. Die zat al in de inspraak bij aantreden van dit college en die bevat een aantal noodzakelijke stappen om de basis te leggen voor beleid dat we vervolgens in het kader van de Agenda Autoluw ook verder kunnen gaan uitwerken. Ik denk dat de heer Ernsting terecht aandacht vroeg voor het feit dat we op een aantal momenten al aan het experimenteren zijn met autodelen en sommige van die experimenten hebben nu gewoon een basis nodig in onze regelgeving. Dat was ook een reden om dit door te zetten, want die basis die er ligt, die is prima. Alleen, u en ook het college willen meer. En daaraan wordt op dit moment hard gewerkt. Ik denk ook dat het goed is en dat de motie waarin de heer Ernsting vraagt om goed te blijven monitoren wat de effecten zijn, dat die ons kan helpen om goed in beeld te brengen wat nu de resultaten 41 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen zijn van het beleid en op basis daarvan kun je ook in de loop der jaren bijsturen. Dus mijn advies bij motie 156 is dat ik er geen bezwaar tegen heb. Dit zie ik als ondersteuning van het beleid en ik kan het oordeel aan de raad overlaten. Dan liggen er twee moties van de heer Vroege. De eerste motie verzoekt het college een plan te ontwikkelen om binnen VvE’s en buurten het delen van auto’s actief te stimuleren en mogelijk te maken en niet alleen maar nieuwe auto’s de stad binnen te laten komen, maar vooral ook de bestaande beter en effectiever te gebruiken. Ik denk eerlijk gezegd dat dat een prima voorstel is waarmee ik graag aan de slag ga. Dus ook die motie kan ik aan het oordeel van de raad overlaten. Dat geldt ook voor de motie van de leden Vroege en Yilmaz die zeggen bij nieuwe vergunningen voor freefloatingdeelauto's ook vooral te kijken naar die buurten en wijken waar dat het hardst nodig is. Ik ben wel blij dat u het als een inspanning en niet als een resultaatverplichting heeft geformuleerd. Waarom? Dan kom ik zo ook op de opmerking van de heer Boutkan. Omdat Amsterdam het op dit moment zo heeft geformuleerd dat het de ambitie heeft om koploper te zijn op het onderdeel autodelen. Daarbij hoort ook dat je ruimte maakt voor nieuwe spelers en voor innovatie en als je dat van te voren alleen maar helemaal dichtschroeft met zo veel eisen dat er voor nieuwe toetreders bijna geen mogelijkheid is om een markt te openen, dan maak je het jezelf wel heel moeilijk om daadwerkelijk koploper te zijn. Dus het is hier wel een beetje een kwestie van kiezen of delen. Of we willen op dit onderwerp ambitieus aan de slag en dan moet je ook experimenten aandurven en dan mislukken die misschien ook wel een keer. Dus daar waarschuw ik dan voor. En tegelijkertijd kan het natuurlijk niet zo zijn dat je die delen van de stad waar je misschien wel het meest baat hebt bij dit hele concept niet voorop zou zetten in de vaart der volkeren. (De heer N.T. BAKKER: Dank u wel voor deze opmerking, maar uiteindelijk gaat het er echt niet om of wij koploper zijn of niet, maar of het ruimtebeslag en of de milieueffecten iets doen voor deze stad als het gaat om autodelen. Ik neem toch aan dat dat in uw autoluwprogramma als speerpunt naar voren komt in plaats van het koploper zijn?) Ja zeker, maar het een sluit het ander niet uit, mijnheer Bakker. Met de motie van de heer Ernsting in de hand, zou ik tegen de heer Van Lammeren willen zeggen, kunnen we nu inderdaad ook monitoren wat de effecten zijn. En last but not least als het gaat om de opmerking van de heer Boutkan, zou ik willen zeggen dat ik het goed heb verstaan. Ja, de platformeconomie en ik heb daarmee op verschillende andere momenten in mijn leven te maken, die kent zo zijn grenzen. Soms moet je ook terugduwen als het nodig is in de richting van bedrijven. Dus ik snap heel goed wat u zegt, maar ik zeg er ook wel bij dat het voor een autobedrijf niet per se een hele goedkope marketingstunt is om met ik weet niet hoeveel auto’s in een stad neer te strijken. Meestal is een paar minuten sterinkopen wel echt beter voor je portemonnee. Ik snap het. We moeten er goed op letten en dat zullen we de komende tijd ook doen. En laten we er tegelijkertijd ook wel voor zorgen dat we effectief beleid kunnen voeren. Volgens mij heb ik daarmee in principe alle vragen die er waren, beantwoord. (De heer VROEGE: Ik heb nog een aanvullende vraag die ik net was vergeten. De wethouder heeft de ambitie om vier of vijf parkeergarages te gaan bouwen in de stad dan wel te kopen. Gaat u er ook voor zorgen dat die deelauto's in de toekomst ook gebruik kunnen maken van die parkeergarages zodat ze daadwerkelijk van de straat afgaan en beschikbaar komen in al die voorzieningen die we onder de grond onzichtbaar maken?) 42 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen Nou, dat hangt er wel van af, in die zin dat een deel van die plaatsen die we willen kopen voor bewonersvergunningen zijn. En die gaan wel voor. Dus we moeten wel heel goed kijken hoe we daarmee dan omgaan, maar ik kom daar in de Agenda Autoluw zeker op terug. Ik weet niet zeker of ik dit op deze manier zomaar kan beloven. Die plekken zijn schaars. We halen ze van straat en daar moeten we wel als eerste mee aan de slag. (De heer BOUTKAN: Ik had ook nog een aanvullende vraag. Ik ben in ieder geval blij dat de wethouder straks ook kritisch gaat kijken naar de selectie van de aanbieders. Dat betekent dus ook dat we bij de verdere evaluatie als het eenmaal loopt en als er een vervolgagenda is, heel goed gaan kijken of die aanbieders nu hebben geleverd wat wij als Amsterdam wilden.) Zeker. En dan kom ik terug op de eerdere opmerking bij de heer N.T. Bakker. Het gaat niet om het middel, maar om het doel. En dat doel moet voorop staan. En dat is dat we een stad krijgen waar veel ruimte is voor voetgangers, voor fietsers, voor flexibele vormen van mobiliteit waarin de plek voor de auto langzamerhand iets minder groot wordt dan die nu is. De discussie wordt gesloten. De VOORZITTER: Dan kunnen we gaan stemmen. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Van der Burg voor een stemverklaring. De heer VAN DER BURG (stemverklaring): Wij zullen niet alleen voor de voordracht stemmen maar ook voor alle moties. Met name voor motie 155 zullen wij stemmen. Amsterdam is een stad waarin bedrijven goed kunnen verdienen, maar laten we er dan ook voor zorgen dat iedereen in de stad daarvan kan meeprofiteren. Ook de buitenwijken van Amsterdam en niet alleen het centrum. Dat mogen we minstens vragen aan bedrijven voor wie Amsterdam een cash cow is. Aan de orde is de stemming over de voordracht (Gemeenteblad afd. 1, nr. 92). De voordracht (Gemeenteblad afd. 1, nr. 92) wordt bij zitten en opstaan aangenomen. De VOORZITTER constateert dat de voordracht (Gemeenteblad afd. 1, nr. 92) met algemene stemmen is aangenomen. Aan de orde is de stemming over de motie-Vroege (Gemeenteblad afd. 1, nr. 154). De motie-Vroege (Gemeenteblad afd. 1, nr.154) wordt bij zitten en opstaan aangenomen. De VOORZITTER constateert dat de motie-Vroege (Gemeenteblad afd. 1, nr. 154) met algemene stemmen is aangenomen. Aan de orde is de stemming over de motie-Vroege en Yilmaz (Gemeenteblad afd. 1, nr. 155) 43 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen De motie-Vroege en Yilmaz (Gemeenteblad afd. 1, nr. 155) wordt bij zitten en opstaan aangenomen. De VOORZITTER constateert dat de motie-Vroege en Yilmaz (Gemeenteblad afd. 1, nr. 155) met algemene stemmen is aangenomen. Aan de orde is de stemming over de motie-Ernsting, Vroege, Boutkan en N.T. Bakker (Gemeenteblad afd. 1, nr. 156). De motie-Ernsting, Vroege, Boutkan en N.T. Bakker (Gemeenteblad afd. 1, nr. 156) wordt bij zitten en opstaan aangenomen. De VOORZITTER constateert dat de motie-Ernsting, Vroege, Boutkan en N.T. Bakker (Gemeenteblad afd. 1, nr. 156) is aangenomen met de stemmen van Forum voor Democratie tegen. De voordracht wordt zonder hoofdelijke stemming goedgekeurd; de raad neemt mitsdien het besluit, vermeld onder nr. 92 van afd. 1 van het Gemeenteblad. 14 Instemmen met de Nota van Uitgangspunten - Investeringsagenda OV traject 3 Museumkwartier (Gemeenteblad afd. 1, nr. 94) De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Vroege. De heer VROEGE: Voor de tweede keer vandaag gaan we in de stad een bushalte opheffen, maar we krijgen er een hele mooie en brede voor terug. Mooi plan in het Museumkwartier, maar een hick-up bij de potentiële bushalte die moet worden gemaakt. Er is veel vraag of dat wel veilig is voor fietsers, of het wel nodig is. Het is nog vrij voorbarig om te zeggen dat we helemaal zonder die bushalte kunnen. Daarom een onderzoeksmotie namens alle vier de coalitiepartijen om de wethouder er nog eens goed naar te laten kijken en in overleg te gaan met relevante partijen als de Vervoerregio, Connexxion en het GVB en daarover tijdig terug te rapporteren. De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: 51° Motie van de leden Vroege, Ernsting, Boutkan en N.T. Bakker inzake de bushalte Paulus Potterstraat (Gemeenteblad afd. 1, nr. 157) Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: - te onderzoeken of in het vervolgtraject van OV traject 3 Museumkwartier de bushaltes in de Paulus Potterstraat kunnen worden geschrapt; - hierover in overleg te treden met Vervoerregio Amsterdam en vervoerbedrijven Connexxion en GVB; - de raad zo snel als mogelijk te informeren doch uiterlijk voor 1 januari 2020. De motie maakt deel uit van de beraadslaging. 44 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Boutkan. De heer BOUTKAN: Heel kort. Wij hebben goed geluisterd naar de insprekers en naar de Fietsersbond. Er is een aantal redenen waarom die bushalte op die plek misschien niet zo’n heel goed idee is, onder andere omdat fietsers moeten uitwijken waardoor er toch bepaalde risico’s zijn. Maar ook het vervoer van de mensen die daar instappen en uitstappen, daar zijn allerlei vraagtekens bij te plaatsen. Ik ben blij dat we dat gaan onderzoeken om uiteindelijk straks een goede afweging te kunnen maken. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Dijksma. Wethouder DIJKSMA: We staan voor een aantal veranderingen in het Museumkwartier die zeker voor de veiligheid van het verkeer echt noodzakelijk zijn. Tegelijkertijd gaan we al op heel korte termijn werken aan de trambaan en kunnen we werk met werk combineren wanneer de raad vandaag dit voorstel steunt. Ik begrijp de zorgen die er zijn heel goed over in dit geval de placering van de bushalte aan de Paulus Potterstraat. Het is niet zo dat er niet eerder heel goed is gekeken naar allerlei voorstellen om het eventueel anders te doen, maar het nadeel van alle andere voorstellen die voorliggen, is dat geen van alle ideaal is. En van de minst ideale is dit dan weer de meest ideale. Vervolgens is er in de raadscommissie gezegd, zouden we op termijn die bushalteuitstap daar wel nodig hebben? Daar halteren nu verschillende buslijnen en als je daar vanaf zou willen — als dat al kan — dan moet dat inderdaad in overleg met Connexxion en de Vervoerregio omdat je dan ingrijpt in een lopende concessie. Ik heb deze woorden even nodig om u uit te leggen dat het dus niet zo eenvoudig is om zo maar iets te veranderen in het plan, maar ik wil wel mijn best doen als de motie die voorligt, wordt aangenomen. Mijn advies is: laten we het onderzoeken. Dus ik geef uw raad in overweging om voor de motie te stemmen. Dan kunnen we ook echt zien of het anders kan. En als dat niet zo is, dat zeg ik er hier dus bij, dan gaat het zoals we het nu voorstellen. Dus dat is wat er gebeurt. Ik ben zeker bereid en in staat om u voor het einde van dit jaar zoals de motie vraagt, uitsluitsel daarover te geven. Maar het is van belang om met het voorstel dat nu voorligt, verder aan de slag te kunnen. We hebben de tijd binnen dit voorstel en binnen de planning om eerst serieus dit onderzoek te doen en de gesprekken met de partners in de concessiegebieden en ook met de vervoerders aan te gaan. Dat is wel nodig om te bezien of er alternatieven zijn, of we de halte kunnen overslaan et cetera. Dus ik kom daar uitgebreid op terug. (De heer VROEGE: Dit is enkel een nota van uitgangspunten. Ik mag toch aannemen dat de wethouder terugkomt naar de raad met een definitief ontwerp en een kredietaanvraag. Dat is ook voor de raad pas het definitieve moment om ergens ja of nee tegen te zeggen. Dus voor alle partijen is er ongeacht wat we willen en kunnen, nog een tweede beslismoment.) Dat is altijd zo in het leven dus ook hier vandaag. De discussie wordt gesloten. De VOORZITTER: Dan kunnen we gaan stemmen. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Simons voor een stemverklaring. 45 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 R aadsnotulen Mevrouw SIMONS (stemverklaring): Omdat BIJ1 in het algemeen geen voorstander is van het opheffen van bushaltes maar er in dit geval heel erg veel overleg is geweest en een onderzoek komt, stemmen wij voor. Maar wij willen dit wel hebben gezegd. Aan de orde is de stemming over de voordracht (Gemeenteblad afd. 1, nr. 94). De voordracht (Gemeenteblad afd. 1, nr. 94) wordt bij zitten en opstaan aangenomen. De VOORZITTER constateert dat de voordracht (Gemeenteblad afd. 1, nr. 94) met algemene stemmen is aangenomen. Aan de orde is de stemming over de motie-Vroege, Ernsting, Boutkan en N.T. Bakker (Gemeenteblad afd. 1, nr. 157). De motie-Vroege, Ernsting, Boutkan en N.T. Bakker (Gemeenteblad afd. 1, nr. 157} wordt bij zitten en opstaan aangenomen. De VOORZITTER constateert dat de motie-Vroege, Ernsting, Boutkan en N.T. Bakker (Gemeenteblad afd. 1, nr. 157) met algemene stemmen is aangenomen. De voordracht wordt zonder hoofdelijke stemming goedgekeurd; de raad neemt mitsdien het besluit, vermeld onder nr. 94 van afd. 1 van het Gemeenteblad. 15 Toestemming geven voor de instelling van de Gemeenschappelijke regeling Centrumregeling Weesp-Amsterdam (Gemeenteblad afd. 1, nr. 96) De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Kilig. Mevrouw KILIG: Het treft dat de Centrumregeling Weesp-Amsterdam en de dienstverleningsovereenkomst Weesp-Amsterdam beide zijn gedateerd op 5 december 2018 — exact de datum dat in Amsterdam een inclusief sinterklaasteest werd gevierd en in Weesp de blackface karikatuur Zwarte Piet werd binnengehaald. Het contrast kan bijna niet groter. Deze vervlechting gaat erom Weesp uiteindelijk te verwelkomen binnen de gemeentegrenzen van Amsterdam. Waar in het coalitieakkoord wordt gesproken over het gif van racisme dat langzaam onze samenleving insijpelt, heeft de fractie van DENK het gevoel dat wij dit gif, de uitsluiting en het racisme juist importeren als we Weesp verwelkomen en als we het niet nadrukkelijk verzoeken, dat zij de inclusieve basisprincipes van Amsterdam onderschrijven en uitvoeren zoals die zijn verwoord in de stukken die vanavond aan de orde komen, te weten over arbeidsdiscriminatie en het beleidskader diversiteit en inclusiviteit. (Mevrouw GROOTEN: Bent u ervan op de hoogte dat de ambtenaren in Weesp op dit moment werken aan de uitwerking van de motie door de democratisch gekozen gemeenteraad van Weesp, een motie van onder andere GroenLinks, die gaat over het sinterklaasfeest? En bent u er ook van op de hoogte dat de burgemeester van Weesp al in het nieuws heeft gezegd dat hij voor een verandering van het sinterklaasfeest is?) 46 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen Dat is mooi om te horen. Dat ondersteunt alleen maar wat wij hier voorstaan. (De heer VAN DER BURG: Vindt u dat ambtenaren besluiten van de gemeenteraad moeten uitvoeren?) Ik denk dat de kaders wel kunnen worden gesteld. (De heer VAN DER BURG: Maar vindt u dat ambtenaren als wij als gemeenteraad een besluit nemen, dat besluit moeten uitvoeren wat u en ik beslissen?) Als dat in beleid wordt omgezet, is dat toch wel de bedoeling, denk ik. (De heer VAN DER BURG: En bent u het met mij eens, ook als we het besluit nemen dat we nu gaan nemen, dat de gemeenteraad van Weesp het bevoegd orgaan is voor de gemeente Weesp die na dit besluit nog steeds bestaat?) Ik was nog niet klaar met mijn betoog. Ik ben er natuurlijk ook wel van op de hoogte dat wij hier niet kunnen beslissen wat de gemeenteraad in Weesp moet doen en hoe ambtenaren daar moeten functioneren. Het gaat mij hier om de ambtenaren in Amsterdam. Als ik mijn betoog zou mogen afmaken, dan wordt dat wel duidelijk. Ik vervolg mijn betoog. Met een dergelijk beleidskader lijkt het mij onmogelijk om van onze Amsterdamse ambtenaren te verlangen werkzaamheden te verrichten voor een andere gemeente die kan leiden tot uitsluiting, discriminatie en racisme. Dit kunnen we niet van onze ambtenaren verlangen. We verwachten namelijk dat ze inclusief beleid ontwikkelen, implementeren en uitvoeren conform de beleidsdoelstellingen van dit college die voortvloeien uit het coalitieakkoord en sterk berusten op de pijler van inclusie. Daartoe dienen we dan ook een motie in waarin we het college verzoeken ons ambtenarenapparaat te vrijwaren van het beleid van Weesp dat niet conform ons diversiteitsbeleid is. Dat betekent bijvoorbeeld dat er geen ruimte is voor facilitering van het behoud van Zwarte Piet en dat onze ambtenaren daarin dus geen rol mogen spelen in de voorbereidingen ervan geheel in de geest van het coalitieakkoord. (Mevrouw GROOTEN: Ik probeer even uw denklijn te volgen. Dus stel dat er dan ambtenaren in Weesp zijn die naar onze gemeente komen en die het niet eens zijn met de opvang van ongedocumenteerden. Ik zeg maar wat. Dan zou u ook vinden dat ze dat niet zouden hoeven uit te voeren?) Ik ben verantwoordelijk voor wat ik hier inbreng in de raad en het verzoek aan mijn Amsterdamse ambtenaren en als geldt dat de raad in Weesp daartoe besluit, dan ga ik daar niet over. (Mevrouw GROOTEN: Even voor de duidelijkheid: het gaat niet om wat de gemeenteraad beslist, het gaat om ambtenaren. Straks zijn het allemaal Amsterdamse ambtenaren. Dus er kunnen een heleboel thema's zijn waarvan een ambtenaar zegt dat hij het daarmee niet eens is. Volgens uw denklijn moeten al die ambtenaren dan kunnen zeggen, ik ben het daarmee niet eens dus ik wil dat niet uitvoeren.) Het gaat erom dat we staan voor een inclusief beleid waarbij geen sprake is van uitsluiting. Ik heb hier overigens een motie en misschien brengt het verheldering als die wordt voorgelezen. Maar we zijn in principe gericht op het beleid van inclusiviteit. (De heer VAN DER BURG: Ik hoop dat heel veel gemeenten in Nederland het niet eens zijn met het beleid van de gemeenteraad aangaande het door mevrouw Grooten gekozen voorbeeld van de opvang van uitgeprocedeerde asielzoekers. Ik hoop dat iedereen om de stad dat niet met de stad Amsterdam eens is. En tegelijkertijd hebben ze hun mond te houden en zich er niet mee te bemoeien, want de enigen die erover gaan, dat zijn wij. Ambtenaren van Amsterdam horen uit te voeren 47 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen wat de gemeenteraad van Amsterdam beslist. Dus ambtenaren van Amsterdam voeren inderdaad het beleid uit met betrekking tot uitgeprocedeerde asielzoekers, want wij zijn de baas en wij beslissen dat. En zo verwacht ik hetzelfde als het gaat om Weesp. Wij hebben ons niet te bemoeien met wat er in Weesp gebeurt. Ook daar is een gemeenteraad die net zo goed als Amsterdam hele verkeerde beslissingen kan nemen, maar daarop rekenen wij ze niet af. Dat doen hun kiezers wel in 2022.) Dan zijn we het daarover eens. Dat is zo. Dat was ook de strekking. Ik zei in het begin van mijn betoog al dat het hier ging om de Amsterdamse ambtenaren en niet om de ambtenaren in Weesp, want daar gaan wij niet over. De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: 52° Motie van het lid Kilig inzake Amsterdamse ambtenaren vrijwaren van het faciliteren voor het behoud van de racistische karikatuur Zwarte Piet door de gemeente Weesp (Gemeenteblad afd. 1, nr. 158) Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: - het Amsterdamse ambtenarenapparaat, ook na de ambtelijke vervlechting, te vrijwaren van Weespers beleid dat in strijd is met het diversiteits- en inclusiebeleid van Amsterdam. Dit betekent dat Amsterdamse ambtenaren gevrijwaard moeten blijven van het faciliteren van beleid en/of zaken Paangaande het behoud van de racistische karikatuur van ‘Zwarte Piet’. De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Meliani. Wethouder MELIANI: Ik wil nogmaals benadrukken dat de gemeente Weesp haar eigen democratisch bestuur heeft, autonoom en zelfstandig is en daarom ontraad ik de motie. De discussie wordt gesloten. De VOORZITTER: Dan kunnen we gaan stemmen. Aan de orde is de stemming over de voordracht (Gemeenteblad afd. 1, nr. 96). De voordracht (Gemeenteblad afd. 1, nr. 96) wordt bij zitten en opstaan aangenomen. De VOORZITTER constateert dat de voordracht (Gemeenteblad afd. 1, nr. 96) met algemene stemmen is aangenomen. Aan de orde is de stemming over de motie-Kilig (Gemeenteblad afd. 1, nr. 158). De motie-Kilig (Gemeenteblad afd. 1, nr. 158) wordt bij zitten en opstaan verworpen. 48 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen De VOORZITTER constateert dat de motie-Kilig (Gemeenteblad afd. 1, nr. 158) is verworpen met de stemmen van DENK voor. De voordracht wordt zonder hoofdelijke stemming goedgekeurd; de raad neemt mitsdien het besluit, vermeld onder nr. 96 van afd. 1 van het Gemeenteblad. Voorzitter: de heer Torn 16 Instemmen met het initiatiefvoorstel Diverse stad, diverse straatnamen van het lid Mbarki en kennisnemen van de bestuurlijke reactie (Gemeenteblad afd. 1, nr. 97) De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Mbarki. De heer MBARKI: Alleen kun je niets. Je moet het samen doen. Dat is een van de vele legendarische maar ook beklijvende uitspraken van Johan Cruijff. Amsterdammer, de beste Nederlandse voetballer aller tijden en een van de grootste persoonlijkheden die de stad ooit heeft gekend. Ik zie mensen nu denken, is het wel zo handig om de behandeling over de nota straatnamen te beginnen met Johan Cruijff? Ja zeker. En ik zal vertellen waarom. Deze man heeft met zijn visie op het voetbal en op het leven mensen geïnspireerd. En ik denk dat hij ook de heer Van Dantzig heeft geïnspireerd. Alleen voetballen kan de heer Van Dantzig niet zo goed, volgens mij. Johan Cruijff kon heel goed voetballen, maar hij besefte heel goed dat je heel veel met een team kan en dat je zonder het team eigenlijk niet in staat bent om de dingen voor elkaar te krijgen die je voor elkaar wil krijgen. Oftewel: de kracht van het collectief zit in het verheffen van soms het zwakste individu. Hij bekeek zaken zelf inclusief. Hij bekeek zaken vanuit het geheel. En deze overtuiging heeft mij politiek geïnspireerd om met dit initiatiefvoorstel te komen. We leven namelijk in een vrij ingewikkelde tijd. Dat zagen we ook bij het debat hiervoor. Het is een tijd waarin niet zozeer het sociaaleconomische aspect naar voren komt in het debat, maar met name het sociaal-culturele element. Dat debat drijft mensen van verschillende cultuur en afkomst heel vaak uit elkaar. Het is ook extreem polariserend en ik heb daar heel veel moeite mee. Zo zwart-wit is het allemaal niet. Als we het zouden beschouwen en als we kijken naar een aantal voorbeelden, een witte vrouw die kritiek heeft op de islam is niet direct een moslimhater. En een witte man die sinterklaas met Zwarte Piet viert omdat hij dat altijd heeft gedaan, is niet direct een racist. En een zwarte vrouw die oeroude Nederlandse tradities vanuit het gevoel van een minderheidsgroepering aan de kaak stelt, is geen hater van de Nederlandse cultuur. Daarom zou ik heel graag willen kijken naar de overeenkomsten die we als stad hebben. Ik heb het gevoel dat heel veel Amsterdammers dat willen en ook heel veel mensen in deze raadszaal. En daarmee moeten we gaan beginnen. Daarom dit voorstel. Amsterdam is al eeuwenlang een migratiestad. Van over de hele wereld kwamen de mensen naar Amsterdam om een bijdrage te leveren aan deze mooie stad. Ook om er gewoon te wonen, te werken of iets anders te doen. Alles mag, was het een tijdje in Amsterdam. (De heer KREUGER: Ik vind het wel grappig dat u Johan Cruijff hierbij aanhaalt, want dat is gewoon de bekendste wereldwijd. Die heeft heel veel betekend voor ons land. Zelfs bij hem lukt het niet om een straatnaam of een plein op een normale manier naar hem te vernoemen. 49 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen En nu verwacht u dat dat bij andere mensen in eens heel erg gemakkelijk is. Hoe ziet u dat? Als het bij Johan Cruijff al niet kan, hoe moet dat dan bij andere mensen?) Dit is wel een hele moeilijke vraag. Hoe zal ik hierop antwoorden? Laat ik het volgende zeggen. Volgens mij is het zo dat we allemaal vinden dat Johan Cruijff een straatnaam moet krijgen. Ja toch? Dit voorstel gaat erover dat ik vind dat we ook heel veel andere Amsterdammers hebben bij wie we dat gevoel moeten hebben. En hoe we dat dan gaan doen? Dat is een weg die ik zelf niet hoef te bewandelen. Daarvoor hebben we allemaal commissies. Ik vind dat heel veel Amsterdammers die geen Johan Cruijff heten, ook recht hebben op een straatnaam. (De heer BOOMSMA: Mijn inbreng is eigenlijk het tegenovergestelde van die van de heer Kreuger in die zin dat ik er alle vertrouwen in dat dat vanzelf zal gebeuren en dat ook Amsterdammers met een migratieachtergrond zich op grond van verdienste ook straten naar zich vernoemd krijgen. Dus waarom heeft u dat vertrouwen niet?) Ik heb het vertrouwen wel, maar dit voorstel moet dat een beetje sturen. We kunnen bijvoorbeeld ook een discussie hebben over vrouwennamen bij straatnamen. Wilt u dan zeggen dat vrouwen de afgelopen jaren niet de bijdrage hebben geleverd die ze hebben geleverd en dat er daardoor een achterstand is in vrouwelijke straatnamen? Is dat wat u zegt? (De heer BOOMSMA: De straatnamen die onze stad heeft, zijn een soort tijdscapsule. Die weerspiegelt de keuzes die voorbijgaande generaties hebben gemaakt op grond van hun waarden en inzichten. Die veranderen natuurlijk. Ik heb er alle vertrouwen in dat Nederlanders en mensen met een migratieachtergrond puur op grond van hun verdienste hun weg weten te vinden naar een straatnaam. Ik vraag me dus af waardoor u dat vertrouwen niet heeft en waarop u dat dan baseert.) Ik kan u daar wel antwoord op geven. Als we kijken naar de straatnamen in grote steden, dan zien we heel vaak dat op bepaalde momenten is gekozen voor mannelijke zeehelden, terwijl in die tijd ook gewoon vrouwen leefden. Die vrouwen deden ook gewoon mee in de samenleving en die hebben ook hele mooie dingen gedaan en bereikt. Dus als we uw redenering een beetje zouden volgen, dan zegt u eigenlijk dat ook die vrouwen op een bepaalde manier wel worden erkend. Maar dat is feitelijk niet gebeurd. Het is dus nodig om in die capsule waarin u zit, zo nu en dan goed te kijken of er ook andere mensen in die capsule erbij kunnen om op die manier de samenleving wat diverser te laten zijn. Wat ik nog wilde zeggen, is dit. De diversiteit die Amsterdam rijk is, komt wat mij betreft nog niet genoeg terug in onze straatnamen. En als er een moment is om dat te doen, dan is dat nu. Ik denk dat we bouwrecord na bouwrecord aan het breken zijn. Er komen nieuwe wijken en daarmee voegen zich heel veel straten toe aan onze stad. Het is aan ons Amsterdammers om Amsterdammers die zich in het verleden bij de stad hebben gevoegd en veel voor de stad hebben betekend ook in dat straatbeeld te vereeuwigen. Dit initiatiefvoorstel heeft niet als doel om bestaande straatnamen te veranderen — laat dat heel duidelijk zijn, ook in de richting van de heer Boomsma. Ook al dragen sommige Amsterdamse straten namen van personen die in het verleden andere mensen of groepen pijn hebben gedaan, dat hoort wel bij onze geschiedenis of we dat nu willen of niet. En die geschiedenis zien en er met elkaar over praten werkt in mijn ogen veel beter om herhaling te voorkomen dan die geschiedenis proberen uit te wisselen. Dat gaat immers niet lukken. Ik sluit af. Teams waarvan Johan Cruijff onderdeel was, die van Real Madrid — dat wordt vanavond wat moeilijker — hebben in verleden bewezen tot welke grote hoogte ze 50 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen kunnen reiken als je dingen samen doet, als je elkaars verschillen accepteert en elkaars overeenkomsten versterkt. En alleen dan komen we als stad echt verder. Daarom dit voorstel. (De heer KREUGER: U had het net over zeehelden en het verleden en dat heeft er vooral mee te maken dat die mensen dan iets hebben betekent. Wat je daar dan verder van vindt, dat is eigenlijk onbelangrijk. Maar ze zijn wel dood. Als het gaat om het noemen van namen van bijvoorbeeld immigranten die iets hebben betekent, dan zijn die mensen hier nog niet heel erg lang. Hetzelfde geldt voor een standbeeld maken van iemand. Dat doe je over het algemeen als die is overleden. Dus is het niet gewoon een kwestie van tijd in plaats van dat we dat nu heel erg moeten gaan pushen?) De heer Kreuger had het over mensen die hier naartoe zijn gekomen. Laten we kijken naar bijvoorbeeld een van de eerste groepen die naar deze stad kwam. Ik noem maar een naam: Spinoza. Die leeft ook niet meer. De joden uit Spanje en Portugal, dat is ook alweer de 16% of 17°° eeuw. We hebben natuurlijk de Chinezen gehad. We hebben heel veel mensen gehad die allang niet meer leven. Ik wil best wel een suggestie doen. Ramses Shaffy leeft ook niet meer. We hebben heel veel migranten die hier naartoe zijn gekomen en niet al die migranten hebben in de loop der jaren een straatnaam gekregen. Volgens mij helpt het als je zo nu en dan een initiatief indient waarbij je eigenlijk zegt, laten we kijken hoe we de balans enigszins terug kunnen krijgen. Dat is waarover dit voorstel gaat. Dit voorstel gaat niet over bepaalde groepen die we wel of niet een naam moeten geven. Als er weer een zeeheld ergens opduikt die echt het tegendeel heeft bewezen, ik zou zeggen, dan benoemen we gewoon weer een straat naar zo'n zeeheld. En als die er niet is, dan doen we dat niet. Volgens mij zijn er genoeg andere Amsterdammers die hebben bijgedragen en die wellicht ook een straatnaam verdienen. Dat is niet alleen iets voor die mensen, maar dat is ook iets wat bijdraagt aan de inclusiviteit van de stad. De stad is meer dan alleen maar mannelijke zeehelden uit het verre verleden. (De heer BOOMSMA: En er is al een Spinozastraat. Ik kan heel ver meegaan met de intentie en de mooie woorden van de heer Mbarki maar we stemmen over een voorstel en dan stem je over de tekst. Als ik naar besluitpunt 4 kijk, dan zegt hij gewoon: straatnamen zo veel mogelijk te vernoemen naar migranten. Kijk, dan vraag ik me af, die intentie kan ik delen, diversiteit weerspiegelen in straatnamen, maar u vraagt mij nu te besluiten en in te stemmen met ‘zo veel mogelijk nieuwe straatnamen te vernoemen naar Amsterdamse migranten.’ Begrijpt u dat dat mij te ver gaat? Of kunt u duiden wat u bedoelt met zo veel mogelijk?) Ik vind dat een goede vraag. Het dictum gaat inderdaad over zo veel mogelijk straatnamen. Maar laten we niet vergeten dat uiteindelijk het besluit bij het college ligt en dat er ook nog eens een commissie is die advies geeft over die straatnamen. Die procedure moeten we ook zo doorlopen. Ik breng nu iets in, maar ik wil niet dat het dictum zodanig leidend is. Nee, we blijven een commissie houden. We blijven ook nog het college houden dat ernaar kan kijken. Maar ik wil wel dat we dit meenemen in zo veel mogelijk straatnamen. (De heer VAN LAMMEREN: Het debat dat zich hier ontwikkelt, is precies het punt waarover de Partij voor de Dieren twijfelt. We stemmen wel gewoon over een initiatiefvoorstel. Punt 1, 2 en 3 kunnen wij helemaal steunen, maar punt 4 is wel erg directief. De vraag is of u bereid bent om gedachtestreepje 4 of beslispunt 4 eruit te halen. Volgens mij is het dan 51 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen helemaal in de geest van wat u hier probeert te bereiken, maar 4 is te binair.) Ik ben raadsleden heel erg ter wille om partijen achter mijn plan te scharen, maar ik lees het dan volgens mij net ietsje anders. Ik stel voor dat ik ga zitten en dat ik u zo even kom opzoeken. Volgens mij gaan we eruit komen. (De heer VAN LAMMEREN: Dat vind ik een prima voorstel. We stemmen echter wel over de tekst. Dat is wat ik u toch nog even wil zeggen. Daar wringt de schoen.) Dan zou ik toch nog een keer mijn antwoord willen herhalen. Het laatste dictum zegt nog helemaal niets over het proces hoe we hier in Amsterdam straatnamen toevoegen. Wat ik wel wil, is dat de commissie met deze opdracht aan de slag gaat om zoveel mogelijk straatnamen te vernoemen naar mensen met een andere etnische achtergrond, mensen met een migratieachtergrond, maar ook vrouwen. Die balans moet worden hersteld. Daar ligt het mandaat. Eigenlijk vind ik dus dat het dictum helemaal niet zo directief is. Het dictum voegt iets toe aan de hele procedure die we al hebben als het gaat om het vernoemen bij straatnamen in Amsterdam. Ik zoek u zo op. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Boomsma. De heer BOOMSMA: Amsterdam heeft een lange migratiegeschiedenis en dat zien we vanzelfsprekend terug in de vele straatnamen vernoemd naar stadgenoten met een migratieachtergrond, bijvoorbeeld Sarphati, Spinoza en Vondel. Het GDA steunt het uiteraard dat de diversiteit van de stad op die manier is weerspiegeld in de straatnamen. En dat we daarbij meer aandacht gaan besteden aan gedeelde geschiedenis en ook het programma met die naam, dat kunnen wij steunen en daarmee ook het eerste besluitpunt van dit voorstel. Daarvoor dank aan de heer Mbarki en ook aan de burgemeester die het belang daarvan heel eloquent in de commissie heeft betoogd. Waar het CDA niet voor is, is om de recente migratiegeschiedenis en als afgeleide daarvan toch een beetje etniciteit tot een soort apart leidend criterium te maken bij het geven van namen. Je vernoemt een straat naar iemand om hem te herdenken en daarmee is het een soort weerspiegeling van de waarde van de geschiedenis. Die waarden veranderen. Voorheen was het nu eenmaal zo dat vrouwen werden geacht een minder publieke rol te spelen in het maatschappelijk leven, bijvoorbeeld als zeeheld, dan mannen en dat betekent dat er minder straten zijn vernoemd naar vrouwen. Inderdaad, daarover denken we nu anders. Nu krijgen steeds meer straten de naam van een vrouw. Dat verandert en dat is ook goed. Maar het uitgangspunt hoort volgens mij wel verdienste te zijn. Als wetenschapper, kunstenaar of sporter of wat dan ook en niet simpel achtergrond. Straten worden vernoemd naar mensen die al dood zijn, minimaal 5 jaar. Het is dus ook volkomen logisch dat er nog niet heel veel straten zijn vernoemd naar mensen die te maken hebben met die recente migratiegeschiedenis. Ik vind ook dat je dat niet moet problematiseren en dat je niet de suggestie moet wekken dat daar een soort onrecht achter schuil gaat en dat het dus nodig is om in te grijpen en het te herstellen. Het lijkt me juist belangrijk als onderdeel van de integratie dat je je juist kunt identificeren met iedereen die een bijdrage heeft geleverd aan de totstandkoming van onze stad en alles wat erbij hoort ongeacht zijn achtergrond. En dan moet je dus geen namen gaan zitten turven. Daarom zeg ik ook, dat verandert vanzelf. Het CDA heeft er alle vertrouwen in dat dat vanzelf gaat veranderen. Steeds meer namen zullen gaan naar Amsterdammers met een migratieachtergrond omdat ze nu deel uitmaken van de samenleving. De heer Mbarki noemde Ramses Shaffy als voorbeeld. Uitstekend. Het lijkt me prima dat we een straat gaan vernoemen naar Ramses Shaffy. Daar kun je ook verschillend over denken en daarom hebben we inderdaad de 52 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen KNOR die daarin een rol speelt. Het lijkt het CDA veel passender als je een aantal straten gaat vernoemen naar bijvoorbeeld zangers waarvan een straat dan de naam Ramses Shaffystraat krijgt dan dat je gaat kiezen om specifiek in allerlei wijken alle straatnamen te vernoemen naar mensen met een migratieachtergrond. Daarmee zet je ze juist apart. Dat geldt voor het geval je straten gaat vernoemen naar bijvoorbeeld schrijvers — het meest voorkomende beroep van alle Amsterdamse straatnamen. Het lijkt me prima en ook heel logisch dat je nieuwe straten en nieuwe wijken gaat vernoemen naar hen en dat je dan bijvoorbeeld een Harry Mulischstraat hebt of een Kader Abdolahstraat om maar eens twee recente schrijvers met een migratieachtergrond te noemen naast bijvoorbeeld een Willem Frederik Hermansstraat die een meer autochtone achtergrond heeft. Maar dan dus samen en op grond van verdienste. Als je dit punt zo letterlijk neemt, dan moet ik het dus zo lezen: we gaan zo veel mogelijk straten vernoemen naar Amsterdamse migranten die aan de stad hebben bijgedragen. Zo veel mogelijk? Het college kan gewoon besluiten om alle straten te vernoemen naar mensen met een migratieachtergrond. Daarmee maak je dat tot een criterium en daar ben ik nu juist niet voor. Dus in die zin ben ik het eens met de heer Van Lammeren. Ik kan helemaal instemmen met die eerste drie besluitpunten, maar dat besluitpunt 4 vind ik dan te directief. De KNOR gebruikt één criterium: straatnamen moeten een samenhangende categorie hebben. Mijn oproep, mijn verzoek is dan, laten we niet besluiten dat migratieachtergrond een samenhangend criterium wordt maar dat het altijd blijft gaan om andere categorieën waarbij verdienste centraal staat. Dat is een vraag aan de burgemeester. Ik heb ook een motie, maar die zal ik nu nog niet indienen. Dat is afhankelijk van de reactie dadelijk. Ik heb ook een amendement om besluitpunt 4 te schrappen, maar ik hoor net dat het helemaal not done is om een initiatiefvoorstel van een collega aan te passen. Maar misschien kan ik ook worden betrokken bij het geplande overleg met de heer Van Lammeren. (De heer MBARKT: Ik ben blij met de handreiking van de heer Boomsma, maar waar heeft de heer Boomsma gelezen dat ik de richtlijnen van de KNOR wil loslaten? Daarbij is toch oriëntatie belangrijk etc. Dat zegt u namelijk, maar dat doet geen recht aan mijn voorstel.) Nee, het is een criterium dat straatnamen een samenhangend criterium hebben. Maar als u de raad vraagt in te stemmen met het besluit om zo veel mogelijk straten te gaan vernoemen naar mensen met een migratieachtergrond, dan lijkt me dat zeer directief in die zin dat het dan het samenhangende criterium moet worden. En daar ben ik dus niet voor. (De heer MBARKI: Daar en ik ook niet voor. Ik ben voor de richtlijnen van de KNOR waarbij straatnamen een oriënterend effect hebben, maar ik vraag het college wel om binnen die kaders zo veel mogelijk straatnamen te vernoemen naar onder andere migranten. En dat geldt ook voor vrouwen. Ik vind namelijk dat de balans moet worden hersteld binnen de richtlijnen die we als stad hebben. Volgens mij is dat wat het voorstel beoogt. Ik vind het wel belangrijk om dat hier nogmaals te benadrukken, want anders gaat u tegen iets stemmen waar u eigenlijk dus voor bent.) Misschien kan de burgemeester dan toelichten hoe zij dat ‘zo veel mogelijk’ opvat. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Van Lammeren. De heer VAN LAMMEREN: Ik zou het debat kunnen beginnen over menscentraal denken, maar dat ga ik niet doen. De vergeten groentenwijk. Nee. Of de exheemse diersoorten. Maar dat gaan we ook niet doen. Dank voor het initiatiefvoorstel en ook dank voor de wijze woorden van mijn collega van het CDA. Het is inderdaad de tijdscapsule 53 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen van onze voorgangers die voorbij komt. Natuurlijk zegt de heer Boomsma dat dat vanzelf gaat gebeuren omdat dat deze tijdsgeest is. Toch kunnen wij dit voorstel omarmen vanwege het feit dat we hiervoor aandacht vragen. Woorden doen er toe. Namen doen er toe. Met die reservering, maar dan gaat het om de uitleg die u geeft die echter niet letterlijk in de tekst staat, vraag ik de burgemeester dan ook hoe dit wordt vertaald in beleid. Wat is dat: zo veel mogelijk? Ik ben het er helemaal mee eens dat het gewoon een afspiegeling moet zijn van het liefst de Amsterdamse bevolking. Je kunt het immers ook over Nederlandse zeehelden hebben. Maar ja, een John de Wolfstraat doet het niet heel goed in Amsterdam, begrijp ik. Dus hoe wordt dit beleid als we dat aannemen, nu vertaald en hoe wordt dat ‘zo veel mogelijk’ nu geïnterpreteerd? Daar zit het punt. Als je kijkt naar wat het initiatiefvoorstel behelst, dan kunnen we dat gewoon ronduit steunen met wellicht een kleine kanttekening. De VOORZITTER: Als het gaat om een nieuwe naam voor de KNOR, zijn er wellicht ook ideeën mogelijk. Het woord is nu aan burgemeester Halsema. Burgemeester HALSEMA: Even ter zijde. Het woord vergeten groentenwijk mag wel worden doorgespeeld aan de schrijvers van de luizenmoeder, denk ik. Laat is als eerste de heer Mbarki uitgebreid bedanken voor het initiatief dat hij heeft genomen. Vaak wordt er wel eens laatdunkend gesproken over de noodzaak om bijvoorbeeld straatnamen te gaan aanpassen of uit te breiden als zouden wij onze eigen geschiedenis niet serieus nemen of willen uitgummen of uitvlakken. Daar is geen sprake van. Niet alle verandering is wenselijk, maar soms is verandering wel noodzakelijk. Niet voor niets hebben we de Stalinnaam ooit herdoopt tot de Vrijheidslaan en ik denk dat iedereen daarvoor nog heel dankbaar is. Maar wat de heer Mbarki doet, en daarvoor zijn we hem als college echt dankbaar, is dat hij onze Amsterdamse geschiedenis niet uitgumt, maar hij doordringt ons ervan met zijn initiatief dat onze geschiedenis zo veel rijker is dan we onszelf gunnen in onze straatnamen. Onze geschiedenis verandert en een veranderende geschiedenis moet ook terug te zien zijn in de manier waarop we onszelf beschrijven en definiëren. We zijn heel blij met het initiatief. Wij hebben daar uitwerking aan gegeven door te zeggen dat wij kiezen voor uitbreiding van een aantal thema's bij het benoemen van de straatnamen. En dat zijn de thema’s Amsterdam migratiestad, kolonialisme en slavernij en de Tweede Wereldoorlog. Daarmee kan ik meteen in de richting van de heer Boomsma zeggen, dat er inderdaad geen onderscheid komt per wijk in etniciteit, maar wel een thematische indeling. Dat is toch echt iets anders dan een onderscheid naar etniciteit. U zegt, het moet alleen op verdienste. Dat kan. Maar dat sluit helemaal niet uit dat je wel thema’s maakt zoals we ook zeeheldenbuurten hebben. Zo kan migratie een thema zijn dat je kiest voor een wijk. Of kolonialisme. Dat zullen we doen. Er waren vragen over het directieve karakter van dictum 4, zo veel mogelijk migranten noemen, zo veel mogelijk vrouwen. Laat ik daarover het volgende zeggen. Wij beschouwen dat niet als directief. Dat kan ook niet, want de KNOR is daarin zelfstandig en maakt eigen afwegingen. Die blijven ook in stand. Maar we beschouwen het wel als een aansporing en die aansporing gaat ook door naar de KNOR. Dan werd mij de vraag gesteld door de heer Van Lammeren over de stand van zaken. Wij hebben de uitkomst van dit debat niet helemaal afgewacht; we zijn eigenlijk al aan het werk gegaan. Een van de wijken die nu een naam moet krijgen, is centrumeiland. Inderdaad, daar was oorspronkelijk gekozen voor een variatie op de 17*-eeuwse zeehelden en daarvan hebben we gezegd, laten we dit stoppen. Nu wordt daar aansluiting gezocht bij het thema kolonialisme en slavernij. Daar waar dat niet op een heel korte termijn lukt, zullen straten 54 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen tijdelijk mogelijk nummers krijgen om ervoor te zorgen dat we in staat zijn de wijk volgens het nieuwe thema te benoemen. (De heer BOOMSMA: Ik hoor dat de burgemeester zegt dat er plannen waren voor weer 17°®°-eeuwse namen daar, maar wij hebben ingegrepen. Bedoelt u dan het college of is dat het initiatief van de KNOR geweest?) Als college hebben wij het teruggestuurd naar de KNOR en we hebben de ambtenaar gevraagd er opnieuw naar te kijken. Dus we hebben een verzoek bij de KNOR neergelegd. Zo moet ik het nauwkeurig formuleren. En de KNOR heeft daaraan gehoor gegeven. (De heer BOOMSMA: De burgemeester zei net, wij kunnen die tekst niet letterlijk nemen als er staat zo veel mogelijk namen van migranten want het is aan de KNOR, maar nu zegt ze zelf, als we het niet leuk vinden, dan gaan we terug naar de KNOR en dan geven we ze andere instructies. Hoe verhouden die twee opmerkingen zich dan tot elkaar?) Ik dacht dat ik dat net al corrigeerde. We instrueren de KNOR inderdaad niet, maar we kunnen de KNOR wel aansporen en dat hebben we gedaan. Als tweede hebben we als college contact gelegd met organisaties en personen om input te krijgen voor straatnaamgeving. Het eerste contact is er geweest met onder andere de Black Archives, Black Heritage maar ook met het Euro-Mediterraan Gentrum, met Atria en met het COC. En we zijn bezig een overzicht vast te stellen van nieuwe wijken en vast te stellen thema’s. Dit alles natuurlijk in overleg met de KNOR waarbij de zelfstandigheid van de KNOR volledig door ons zal worden gerespecteerd. Dit gezegd hebbende hoop ik dat de raad positief oordeelt over het initiatiefvoorstel van de heer Mbarki waarvoor ik hem nogmaals dank. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Boomsma voor een bijdrage in de tweede termijn. De heer BOOMSMA: Ik denk dat ik een groot deel van de intentie van het voorstel waardeer en ook steun, maar uiteindelijk gaan we stemmen over de tekst van het voorstel en daar staat nu gewoon ‘zo veel mogelijk straatnamen te vernoemen naar Amsterdamse migranten.’ Ik vind dat je dat niet moet doen, omdat je er dan juist te veel nadruk op legt en dat je die groep apart zet, terwijl je die onderdeel moet maken van andere aspecten. Ik heb dus een amendement om dictum 4 te veranderen en minder absoluut te stellen. Ik hoop dat de heer Mbarki dat serieus wil overwegen. De VOORZITTER deelt mee dat het volgende amendement is ingekomen: 53° Amendement van het lid Boomsma inzake het initiatiefvoorstel Diverse straatnamen, Ruimte voor flexibiliteit en diversiteit (Gemeenteblad afd. 1, nr. 159) Besluit: - beslispunt 4 van het voorstel als volgt te wijzigen (wijzigingen in vet). - 4, Bij de realisatie van toekomstige nieuwbouwwijken in de stad, bij het benoemen van straatnamen, nadrukkelijk aandacht te besteden aan de mogelijkheid om deze deels te vernoemen naar Amsterdamse migranten die aan de stad hebben bijgedragen of straatnamen die te maken hebben met recente en eerdere (arbeids)migratiestromen naar onze stad. 55 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad R Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen Het amendement maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Van Lammeren. De heer VAN LAMMEREN: De reden waarom wij dat amendement van de heer Boomsma steunen — en dat is niet gebruikelijk en dat besef ik terdege — is omdat wij graag een geïntegreerde samenleving willen zien. Een samenleving waarbij iedereen meedoet. Ik ben echt stellig de mening toegedaan dat je dat doet door mensen geen status aparte te geven, maar door wel rekening te houden met ieders verdienste. Dus het initiatiefvoorstel dat u heeft geschreven, mijnheer Mbarki, is echt goed. Is juist. Moeten we doen. Alleen, dictum 4 is wat mij betreft te stellig waardoor we het risico lopen dat we, en zeker na de beantwoording van de burgemeester dat we wel degelijk invloed uitoefenen en dat we een opdracht meegeven, juist mensen apart gaan behandelen. Dat moet je nooit doen. Dit ligt gevoelig. Dat weet ik. De intentie is helemaal goed. Ik val alleen over de woorden ‘zo veel mogelijk.” En volgens mij is het amendement van de heer Boomsma goed. De intentie van uw initiatiefvoorstel blijft volledig overeind staan, maar we verwoorden het net iets nauwkeuriger. Excuses aan de indiener dat ik hier twee voor twaalf mee kom. (Mevrouw ROOSMA: Ik probeer u te begrijpen. We hebben toch ook een zeeheldenbuurt en een staatsliedenbuurt. Die zetten we dan toch ook apart? Het is toch niet heel raar om bepaalde thema’s te kiezen?) Ik ben het helemaal met u eens. Het is makkelijker zoeken als je een themawijk hebt. Dan weet ik ongeveer dat ik in de Disneywijk in Almere moet zijn. Ja, die bestaat echt. Helaas. Maar gelukkig niet in Amsterdam. Daar is niets mis mee. Maar het gaat hier om migratieachtergrond. En als we zeggen, we hebben een buurt met alleen maar namen van mensen met een migratieachtergrond, dan is dat prima. Dan is dat het thema. Maar wat ik lees in dictum 4, is dat we ongeacht het thema zoveel mogelijk straatnamen vernoemen naar mensen met een migratieachtergrond. Daarvan moet ik zeggen, we moeten dat meenemen en de juiste mix, mannen, vrouwen, migratie nemen. Omdat we die opdracht kunnen meegeven, is de bewoording van het amendement van de heer Boomsma net wat beter geformuleerd. Nogmaals mijn excuses aan de indiener. De VOORZITTER: Even in het kader van de orde van de vergadering. Er is een amendement ingediend op het voorstel van de heer Mbarki. Wilt u daarop nog reageren? Het zou kunnen dat u behoefte heeft om te reageren op het amendement. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Mbarki. De heer MBARKI: Ik doe dit bewust, hoor. Het is niet zo dat ik nu aan het twijfelen ben. Volgens mij hebben we het uitvoerig besproken. Volgens mij zijn we nu een beetje een semantische discussie aan het voeren over hoe het nu precies zit. De burgemeester heeft duidelijk antwoord gegeven. Het gaat om thema's die we gaan toevoegen aan het straatnamenbeleid. De KNOR en zijn richtlijnen blijven ook gewoon in stand. Ik neem kennis van het amendement. Ik ben het er niet mee eens. Het is ook wel vrij laat. Ik breng mijn voorstel in stemming. De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema. 56 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen Burgemeester HALSEMA: Ik zal uw suggestie voor een naamswijziging van de KNOR zeer serieus nemen, maar daarin kan ik natuurlijk niet directief zijn. Ik zou ze wel willen aansporen om een andere naam te kiezen. Even nog de relatie tussen de KNOR en het college. Ik vind het zelf wel prettig die even uit te leggen. De KNOR en het stadsdeel geven een zwaarwegend advies, maar het college beslist. Dat betekent in uitzonderlijke gevallen dat je het kunt terugsturen of naast je neer kunt leggen. Het is natuurlijk niet zo dat je daarvan vaak gebruik moet maken. Het gaat inderdaad om een thematische indeling, een verrijking van de indeling die we tot dusver kennen en daarbinnen kunnen we wat meer nadruk leggen op vrouw, migrant, maar bijvoorbeeld ook op homoseksuelen. Ik laat het oordeel over het amendement graag aan de raad. De discussie wordt gesloten. De VOORZITTER: Dan kunnen we gaan stemmen. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Roosma voor een stemverklaring. Mevrouw ROOSMA (stemverklaring): Dankzij de migratie is Amsterdam de fantastische stad die ze is. Wij zijn heel enthousiast over het voorstel. We bedanken de PvdA, de heer Mbarki voor het indienen en we steunen het voorstel van harte. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Kilig voor een stemverklaring. Mevrouw KILIG (stemverklaring): Ik sluit me aan bij de woorden van mevrouw Roosma. Ik ben zelf een kind van een migrant, dus ik kan me daar heel goed in vinden. Ik weet welke bijdrage migranten hebben geleverd aan de opbouw van de economie dus ik steunt het voorstel van harte. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Van Dantzig voor een stemverklaring. De heer VAN DANTZIG (stemverklaring): Ik was best onder de indruk van dit inclusieve initiatiefvoorstel. Ik denk eigenlijk dat er wel genoeg is gedebatteerd over hoe dit kan worden ingevuld. Ik heb er alle vertrouwen in. We gaan voor het voorstel stemmen en tegen het amendement. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Ceder voor een stemverklaring. De heer CEDER (stemverklaring): Hoewel ik moet toegeven dat de formulering in het initiatiefvoorstel wat scherper kan, is volgens mij in de bewoording van de heer Mbarki aangegeven wat deels ook met het amendement wordt beoogd. Ik ga voor stemmen. Ik moet wel aangeven dat ik tegen het amendement ga stemmen in de geest van wat er net is gezegd dat het terugkomt in de uitwerking. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Van Lammeren voor een stemverklaring. De heer VAN LAMMEREN (stemverklaring): Wij gaan voor het amendement stemmen. Als dat wordt verworpen, gaan we wel voor het voorstel stemmen. Het gaat 57 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen erom dat we gewoon zuivere besluitvorming willen hebben. Zo’n goed initiatiefvoorstel, daar willen we niet tegen stemmen. Aan de orde is de stemming over het amendement-Boomsma (Gemeenteblad afd. 1, nr. 159). Het amendement-Boomsma (Gemeenteblad afd. 1, nr. 159) wordt bij zitten en opstaan verworpen. De VOORZITTER constateert dat het amendement-Boomsma (Gemeenteblad afd. 1, nr. 159) is verworpen met de stemmen van de VVD, Partij voor de Dieren, Forum voor Democratie en het CDA voor. Aan de orde is de stemming over de voordracht (Gemeenteblad afd. 1, nr. 97). De voordracht (Gemeenteblad afd. 1, nr. 97) wordt bij zitten en opstaan aangenomen. De VOORZITTER constateert dat de voordracht (Gemeenteblad afd. 1, nr. 97) is aangenomen met de stemmen van het CDA, Forum voor Democratie en de VVD tegen. De voordracht wordt zonder hoofdelijke stemming goedgekeurd; de raad neemt mitsdien het besluit, vermeld onder nr. 97 van afd. 1 van het Gemeenteblad. Voorzitter: de heer N. T. Bakker 17 Instemmen met het initiatiefvoorstel Bodycams voor Amsterdamse handhavers op straat van de leden Poot en Torn en kennisnemen van de bestuurlijke reactie (Gemeenteblad afd. 1, nr. 98) De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Torn. De heer TORN: Ik had vandaag eigenlijk gedacht dat ik nog een heel pleidooi zou moeten houden voor de bodycam om toch de burgemeester en het college te overtuigen van het buitengewoon goede voorstel. Het college was natuurlijk gematigd positief in zoverre dat het idee van de bodycam het college altijd heeft aangesproken. Nu heeft het college gezegd — waar misschien eerst nog wat huiver was, misschien over de financiële middelen — we gaan het gewoon doen. En misschien nog wel voortvarender dan het voorstel beoogde. Wij dachten nog aan een derde, maar het college gaat echt alle handhavers nu uitrusten met zo'n bodycam. Ik ga er nu van uit dat het eerst nog wat weifelende preadvies inmiddels of anders in de loop der tijd is veranderd in een positief preadvies en ik kan dan ook de leden van de raad dit voorstel van harte aanbevelen. Dus ik ben heel benieuwd naar uw reacties. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Van Dantzig. 58 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen De heer VAN DANTZIG: Laat ik beginnen met een compliment geven aan de VVD. Je kunt de VVD van een hoop betichten, maar die vasthoudendheid, die is er wel. Volgens mij heeft u hiervoor de gehele vorige periode gepleit. U weet dat u mijn partij altijd als kritisch meedenker op uw weg vond. Het is nu in ieder geval ook zo dat u het belangrijkste bestuursorgaan, het college heeft overtuigd, namelijk de burgemeester. (De heer TORN: Ik hoor het belangrijkste bestuursorgaan. Met alle respect, dat is de raad. U zei het college.) Nee, geen misverstand, de raad is natuurlijk het allerhoogste orgaan. Maar ook bij ons staat het denken niet stil en dat betekent dat wij tegenwoordig een positieve grondhouding hebben. U kent D66 als een partij die bij pilots altijd zegt, wat is nu het beginpunt en wat is nu het eindpunt? Wat zijn de voorwaarden en onder welke voorwaarden zetten we zo door? Dat zijn dingen waarnaar ik nog wel op zoek ben en wat mij betreft nu nog niet duidelijk heb. Dat vind ik ingewikkeld. Het tweede probleem is natuurlijk de dekking. Dat moet de heer Torn als medehoeder van de financiën — zeker nu mijn onvolprezen collega de heer Guldenmond is afgezwaaid — en als misschien wel het nieuwe financiële geweten met mij eens zijn. Het is lastig voor een pilot te stemmen wanneer nog niet helder is waar het geld vandaan komt. Een misschien wel belangrijk punt is hoe je straks omgaat met het aan- en uitzetten van die bodycams. Ik wil voorkomen dat ik het gras voor de voeten van de heer Ceder wegmaait van wie ik weet dat hij er straks een motie over heeft. Dat is wel een belangrijk punt. Er zijn wel pilots geweest met bodycams waarbij degene met de bodycam zelf kon besluiten die aan te zetten of niet. Ik heb daar wel moeite mee. Ik vind dat een bodycam is bedoeld om zowel de handhaving te beschermen maar ook de Amsterdammer die ermee te maken krijgt. Dat betekent dat er natuurlijk geen willekeur zou moeten kunnen ontstaan over wanneer die camera aan en uit gaat. Ik ga afronden. Ik kijk even in de richting van de VVD. Samenvattend betekent het eigenlijk dat ik er heel positief tegenover sta. Net zo positief als de burgemeester. Dat betekent dat ik ook de bereidheid zou hebben in te stemmen met uw initiatiefvoorstel mits duidelijk is hoe die pilot er dan uit gaat zien. Ik vind het namelijk een worsteling als er nu een pilot komt waarvan noch de dekking, de voorwaarden en de opvolging bekend zijn. Dus ik zou een beroep op u willen doen en willen zeggen, laten we het in samenhang behandelen. En natuurlijk moet u nu bij iedereen de nieren proeven. Welke kant we opgaan. Goed als de burgemeester ook alvast wat indrukken geeft. Ik weet dat de heer Ceder nog een motie in stemming zal brengen. Dat lijkt me allemaal tot uw dienst. Ik zou er sterk voorstander van zijn om het definitieve initiatiefvoorstel pas in stemming te brengen als de pilotvoorwaarden duidelijk zijn. Dan kunt u ook zeggen, we hebben het voor elkaar gekregen in samenspraak. Voor mij is het nu nog net te dun, maar we zijn elkaar aan het vinden, mijnheer Torn. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Boomsma. De heer BOOMSMA: 86% van onze boa's heeft te maken met agressie en geweld. Dat is schokkend en onacceptabel, maar het is wel een realiteit. Het is een groot gebrek aan fatsoen waarmee we wel te maken hebben. De gemeente is als werkgever natuurlijk verantwoordelijk voor een goede uitrusting van deze mensen zodat ze goed hun werk kunnen doen. Daarom is het CDA groot voorstander van het uitrusten van boa's met een bodycam. Daarom ook zeker de complimenten aan de VVD voor de vasthoudendheid. Wij steunen dat dus zeker. Als mensen weten dat ze worden gefilmd, zullen ze hopelijk iets langer nadenken voordat ze gaan schelden of agressief worden. En als ze het wel doen, is er in ieder geval meer bewijs voor vervolging. Dat is nog wel een vraag. Hoe vaak wordt er vervolgd? Zijn daarover cijfers bekend? Leidt dat vaak tot een 59 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen veroordeling als een boa agressief wordt bejegend? Ik neem aan dat dat nu een van de doelstellingen is om dat te verbeteren. Dus steun voor het voorstel. We lijken dus nu al verder te gaan dan wat de VVD voorstelde met een derde. De burgemeester heeft geschreven: gefaseerd alle boa's uitrusten. Fantastisch. Maar in de bestuurlijke reactie op het voorstel staat nog dat er eigenlijk geen middelen zijn en dat er dus geen dekking voor is. De vraag is of dat geld er nu is of dat de raad dat bij de voorjaarsnota moet gaan bedenken zoals de burgemeester het in de commissie aangaf. Maar goed, wij zijn voor. Ga dit vooral doen. Wat het CDA betreft zijn we er nog niet. Wij vinden nog steeds dat boa's ook moeten worden uitgerust met andere verdedigingsmiddelen, maar daarover komen we ongetwijfeld nog weer op een ander moment te spreken. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Roosma. Mevrouw ROOSMA: Het mag bekend zijn dat de GroenLinksfractie altijd kritisch is op het gebruik van camera's in de openbare ruimte ook als deze camera's aan het lichaam van een politieagent of een handhaver zijn bevestigd. Tegelijkertijd begrijpen we ontzettend goed de zorg die de handhavers hebben over hun veiligheid. Incidenten en geweld nemen toe en ondertussen blijft het Rijk oorverdovend stil als het gaat om de extra agenten die nodig zijn om snel ter plekke te kunnen zijn als handhavers in benarde situaties terechtkomen. Wij denken dat extra wapens niet de oplossing zijn, maar we begrijpen dat de burgemeester nu de bodycams heeft toegezegd. Waar bij wapens het gevaar dreigt dat situaties escaleren, worden bodycams juist geacht te de-escaleren. Ik zeg worden geacht, omdat het de-escalerende effect erg afhangt van de manier waarop en de omstandigheden waarin de bodycam wordt gebruikt, hoe en wanneer de camera's kunnen worden aan- en uitgezet, of burgers kunnen zien dat er wordt gefilmd. Daarom is het voor GroenLinks ook heel belangrijk dat er duidelijke doelen voor het gebruik van de bodycams worden gesteld en dat er goed onderzoek wordt gedaan met een controlegroep of de bodycams uiteindelijk het gewenste effect hebben. We vinden het belangrijk dat burgers ook toegang kunnen hebben tot de beelden, terwijl er tegelijkertijd ook rekening worden gehouden met de privacy van de omstanders. Kortom, wij zijn benieuwd naar de pilot die door de burgemeester zal worden opgezet. We hebben daar ook vragen over, maar we zullen er constructief maar kritisch naar kijken. We wachten het voorstel graag af en we hopen ook dat de heer Torn nog even zal wachten met het indienen van het voorstel zodat wij ook de omstandigheden waarin de pilot tot stand komt, kunnen beoordelen voordat we zeggen of we daarmee kunnen instemmen of niet. (De heer TORN: Ik zit een beetje te luisteren naar mijn collega’s en dat waardeer ik ook zeer. Misschien zou ik eigenlijk een ordevoorstel willen doen, namelijk om die paar kleine details die er nog zijn, wat nader in te vullen en om het voorstel daarom niet nu verder te behandelen, maar het verzoek van de collega’s mevrouw Roosma en de heer Van Dantzig te honoreren en het voorstel nog wat te finetunen en het dan op een later moment hier alsnog in stemming te brengen. Dus mijn voorstel is het nu af te voeren conform het verzoek van de collega’s en het dan nog even te finetunen.) Nu het debat halverwege is, is het misschien ook wel goed nu ook de andere leden hun inbreng te laten doen. Het is misschien wel goed nu alvast te horen waar mensen naar zullen kijken als de pilot wordt uitgewerkt. De VOORZITTER: Dat denk ik ook. Het woord is aan de heer Ceder. 60 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen De heer CEDER: De heer Torn is vasthoudend geweest. Mijn complimenten daarvoor. En de burgemeester heeft niet zo lang geleden aangekondigd de bodycams te gaan verstrekken aan boa's. Mijn vraag is in hoeverre dat rijmt met het voorstel van de heer Torn. In zijn voorstel is er geen specifiek geld gevraagd, maar nu lijkt er wel geld te zijn voor een budget. Graag een reactie waar dat geld dan wel vandaan komt. Misschien is dat ook een tip voor de heer Torn om daar te gaan zoeken. Ik heb een motie — of het voorstel nu wordt aangehouden of niet. Ik weet niet hoe dat technisch gaat. Ik vind het belangrijk dat er heldere instructies zijn voor het gebruik van de bodycam. We weten, als het gaat om het selectief aan- en uitzetten, dat dat voor iedereen waarschijnlijk een onwenselijke situatie is. Tegelijkertijd kunnen we niet verwachten dat de boa's te allen tijde de cam aanhouden. Ze moeten ook wel eens naar de wc of zoiets. Onze vraag is daarom wel vooraf beleid te ontwikkelen om te garanderen dat de privacy van zowel de boa's maar ook die van degenen die worden gefilmd, wordt gewaarborgd. Dat is niet een motie richting het voorstel van de heer Torn, maar ook richting het voorstel van de burgemeester — hoewel ik me afvraag in hoeverre die niet met elkaar zijn verweven. Tevens vragen wij camera’s te kiezen waarbij het voor de burgers zichtbaar is dat ze aanwezig zijn. Uit onderzoek blijkt namelijk dat die een preventieve werking hebben als het gaat om mogelijk bedreigende situaties. Daarom heb ik een motie, ondertekend door een aantal partijen. Die dien ik graag in. Ik weet niet of die ook in stemming wordt gebracht. Ik zou de burgemeester willen vragen hoe zij daarmee omgaat omdat ik het een belangrijk criterium vind om dit uit te werken alvorens de boa's met bodycams uit te rusten. De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: D4° Motie van de leden Ceder, Mbarki, Van Dantzig, Roosma en Kilig inzake initiatiefvoorstel Bodycams voor Amsterdamse handhavers op straat, Beleid voor gebruik camera(beelden) (Gemeenteblad afd. 1, nr. 160 Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: -_ bij de uitvoering van het beleid heldere instructies vorm te geven over wanneer de camera's aan- of uitgezet kunnen worden, dit beleid te monitoren en de resultaten hiervan te rapporteren aan de raad; - dit beleid er onder meer op gericht te laten zijn dat de beelden van de bodycams een zo objectief beeld als mogelijk schetsen; -__ handhavers niet in de gelegenheid te stellen eigen beelden te wissen; - te kiezen voor camera's waarbij het ook voor burgers zichtbaar is dat deze aanwezig zijn en aan staan. De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Temmink. Mevrouw TEMMINK: Er is al veel gezegd in dit debat en ik denk dat het goed is dat de VVD dit voorstel doet. Complimenten daarvoor. De SP is zeker voor bodycams — ook gezien de discussie waarmee handhavers nu te maken hebben. Het is ontzettend begrijpelijk dat handhavers vragen om meer middelen omdat ze meer te maken krijgen met geweld. Dat we die middelen dan niet altijd kunnen toekennen, dat is de andere kant van de discussie. Ik denk dat we met bodycams voor een deel daaraan wel tegemoet 61 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen kunnen komen. Ik vind dat bijzonder prettig dat we die toezegging kunnen doen. Ik ben het er ook mee eens dat er goede voorwaarden moeten zijn bij zo’n proef. Zoals de heer Ceder zegt, aan bodycams kleven ook nadelen. Privacynadelen. Ook voor de handhavers zelf. Op het moment dat een camera uitstaat en er toevallig niet is gefilmd op het moment dat er een incident plaatsvindt, kan het ook nadelig zijn voor de handhaver zelf. Dus ik denk dat het goed is dat we daarvoor goede voorwaarden scheppen. Ik vertrouw het college erin dat het daarover goed nadenkt. Ik ben nog wel benieuwd in hoeverre daarbij ook wordt gekeken naar de proeven die al zijn gedaan. De politie heeft natuurlijk ook veel proeven gedaan met bodycams in dit land. Ik ben benieuwd in hoeverre daarbij wordt aangesloten. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Mbarki. De heer MBARKI: Ik houd het kort. Ik wil de heer Torn bedanken voor zijn vasthoudendheid. Volgens mij is dit een initiatief dat breed wordt gedragen als ik de inbreng zo hoor. Ik ben ook blij met het feit dat de burgemeester heeft aangegeven dat het tijd is om met die bodycams te kunnen borgen dat handhavers veiliger hun werk kunnen doen. Volgens mij is dat iets wat heel belangrijk is. Dat neemt niet weg dat je goed moet kijken hoe je het gaat organiseren. Die bodycams dienen inderdaad de handhavers, maar die moeten ook de Amsterdammer dienen. Daar is het immers allemaal om te doen. Dus ik kijk uit naar de uitwerking. Ik zou zeggen, laten we daar de komende tijd het debat over voeren. De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema. Burgemeester HALSEMA: Laat ik de heer Torn als eerste bedanken voor zijn initiatiefvoorstel. Een enkele keer hebben we inderdaad last van voortschrijdend inzicht. Daarvan hopen we natuurlijk geen gewoonte van te maken. Dat komt natuurlijk door uw voorstel. Dat in de eerste plaats, maar niet alleen. Het heeft ook alles te maken met de omstandigheden waarin onze handhavers op dit moment hun werk moeten doen. Enige tijd geleden hebben we het onderzoek besproken naar de bedreigingen en de intimidaties waaraan handhavers bloot staan. Het is niet gek dat zij zich grote zorgen maken en ook vragen stellen aan ons over versterking van hun veiligheid. Dat maakt uw voorstel voor de introductie van bodycams nog actueler dan het al was. Per brief van 8 februari recent ben ik al enigszins ingegaan op financiën, maar dat blijft nog steeds indicatief. Ik zou u eigenlijk het volgende willen voorstellen. Gehoord hebbend dat een deel van de raad nog behoefte heeft aan wat meer informatie: ik zou u die graag willen geven. Dan stel ik het volgende op een redelijk korte termijn voor. We hebben namelijk al toegezegd dat er voor de zomer 100 bodycams ter beschikking worden gesteld en dan gefaseerd over de rest van het jaar eigenlijk aan alle handhavers, dus dat stelt eisen aan ons zelf in de snelheid als het om het informeren van uw raad gaat. Dan kom ik op korte termijn met een brief waarin ik u meer precies aangeef waar de dekking zit, hoe dit financieel wordt geregeld, onder welke voorwaarden de bodycams door ons worden geïntroduceerd waarbij wij zeker ons voordeel zullen doen met de ervaring bij andere steden. Wij zullen ook een precieze instructie maken en wellicht een voorbeeld van die instructies meesturen met de brief waarbij wij delen in de zorg van de heer Ceder en anderen dat die bodycams ook aan- en uit moeten kunnen worden gezet. Overigens wijs ik er nog maar eens op dat natuurlijk een bodycam voordelen heeft voor de veiligheid van de handhavers. Daartegenover staat dat de controle op het officiële gezag er ook groter door wordt. Dus het werkt naar twee kanten. Volgens mij heb ik zo alles beantwoord. 62 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen (De heer TORN: Een korte vraag over de toegezegde brief. Dank daarvoor. Ik denk dat het duidelijk is en ik denk dat de financiële dekking er ook al wel is. Ik begrijp ook de collega's wel die dat misschien nog wat preciezer op papier willen hebben. Ik denk dat die financiële dekking zit in de stelpost handhaving. Zou u in uw brief daarop willen ingaan? En wanneer kunnen we die brief ongeveer tegemoetzien? De VVD wil er toch wel een beetje vaart achter zetten. Het zou fijn zijn een specifieke datum af te spreken.) Ik snap dat zo snel mogelijk voor u niet goed genoeg is, maar ik wil een precieze brief maken. Ik wil dat die precies is in de voorwaarden, omdat het inderdaad wel een verandering is in hoe we de handhavers uitrusten. De voorwaarden, de instructie, de financiële dekking. Laten we zeggen, geeft u mij een maand. Is dat goed”? (Mevrouw ROOSMA: Ik wilde vragen of in die brief ook kan worden meegenomen hoe die pilot wordt geëvalueerd, wat de doelstellingen zijn en hoe er onderzoek naar wordt gedaan of het effectief is.) Dat spreekt eigenlijk voor zich, want de bedoeling is inderdaad dat de bodycam de-escalerend is en niet leidt tot hernieuwde agressie op straat. Dan spannen we het paard achter de wagen en dat kan niet de bedoeling zijn. Dus er wordt geëvalueerd en die evaluaties worden u vanzelfsprekend ook ter beschikking gesteld. De discussie wordt gesloten. De VOORZITTER: Dan kunnen we gaan stemmen over het ordevoorstel van de heer Torn om het initiatiefvoorstel uit te stellen zodat hij zijn aanpassingen nog kan doen — met medeneming van de brief van de burgemeester. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Ceder. De heer CEDER: Ik ben het daarmee eens, maar volgens mij staat dat de stemming over de motie niet in de weg omdat we wel een behandeling hebben gehad. Ik zou daarom toch mijn motie wel in stemming willen brengen. De VOORZITTER: Ik ben bang dat dat niet kan. Dat wordt dan bij de volgende behandeling. De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema. Burgemeester HALSEMA: Laat ik nog een opmerking over de motie maken, want die was ik vergeten. Ik vind de punten die u in het dictum aanvoert, heel redelijk en die zal ik gewoon betrekken bij de brief. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Ceder. De heer CEDER: Akkoord. De VOORZITTER: Dan stel ik voor dit punt niet in stemming te brengen en het de volgende keer te behandelen zodat de heer Torn zijn aanpassingen kan doen. Dus na de brief volgt weer behandeling. 63 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen 20 Instemmen met het gewijzigde initiatiefvoorstel Maak handhavingsresultaten zichtbaar met een online boetedashboard van het lid Torn en kennisnemen van de bestuurlijke reactie op het oorspronkelijke voorstel (Gemeenteblad afd. 1, nr. 103) De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Torn. De heer TORN: Het is verleidelijk hier toch nog even wat langer bij stil te staan, maar over dat boetedashboard hebben we het in de commissie al gehad. Daar waren de reacties nog niet superenthousiast, moet ik heel eerlijk zijn. Er werd gezegd, boetes, dat moet je toch allemaal niet publiceren op de website. Het is toch allemaal heel raar om dat te doen. Dat doen we toch niet. Maar inmiddels is er bij het college ook wat voortschrijdend inzicht ontstaan, lijkt mij. Op 7 februari 2019 publiceerde het college op de website Amsterdam.nl een alleraardigst artikel met als kop: illegale vakantieverhuur gesnapt! En daar worden allerlei boetes die zijn gegeven op een rijtje gezet. In totaal 300.000 euro aan boetes. Het is een heel trots bericht. En ik zie daar toch wel wat licht tussen enerzijds de brief en de bestuurlijke reactie op het voorstel. Er werd gezegd, boetes gaan we zo niet publiceren. Dat doen we allemaal wel via die hele saaie beleidsnota's en dan zoeken mensen het daar maar uit. En nu dit ronkende artikel op de website van de gemeente Amsterdam. Namelijk Illegale vakantieverhuur gesnapt! en dan allerlei boetes die worden genoemd. Mijn vraag aan de burgemeester is eigenlijk, is ook hier voortschrijdend inzicht het geval? Het lijkt er wel op. Ik ben er wel benieuwd naar. En kunt u het dan alsnog positief preadviseren? Het woord voortschrijdend inzicht bevalt mij wel. De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema. Burgemeester HALSEMA: Dank, mijnheer Torn. Behalve vasthoudend bent u ook productief en dat strekt een raadslid tot eer, vind ik altijd. De vragen die u stelt. Er is eigenlijk niets nieuws onder de zon. Wij publiceren boetes. Dat doen we ook in de raadsbrieven die u krijgt. Die raadsbrieven worden ook op de site gezet. Dat gebeurt allemaal al. Dat ze een keer in een iets vergroot lettertype op de site zijn gezet, dat kan. lemand was geloof ik trots en heeft daar melding van gemaakt. Dat neemt niet weg dat ik nog steeds geen voorstander van een dashboard ben. Dat komt omdat we daarmee van een middel een doel maken. Deze discussie hebben we natuurlijk uitvoerig met elkaar gehad tijdens de vergadering Algemene Zaken. Mijn doel is uiteindelijk geen boetes meer uit te schrijven en dat komt dan doordat iedereen in deze stad zich voorbeeldig gedraagt waardoor het niet meer nodig is. Op het moment dat je in een dashboard van een middel een doel gaat maken, wordt de verleiding ook groot om meer boetes te gaan uitschrijven. Ik kan u wel vertellen dat een van de boetes die zich het gemakkelijkst laat uitschrijven en het vaakst, is een boete op foutparkeren. Dat is volgens mij ook een van de boetes die Amsterdammers het meeste haten. Dus ik weet niet of u zichzelf daarmee helpt. Helaas. Het is een mooi voorstel, maar we nemen het niet over. (De heer TORN: In dit artikel op de website van de gemeente dat dan over illegale vakantieverhuur gaat, staan heel precies boetebedragen genoemd: 20.000 euro als boete aan een sleutelbedrijf en een eigenaar van een woning op de Wallen. Niet bewoond maar wel verhuurd, staat erbij. We pakken dat aan. U bent gesnapt. Er zit toch een verschil tussen deze beide voorstellen. Ik zie nu dat het college niet bereid is het preadvies aan te passen, maar ik ga ze denk ik toch nog eens eventjes 64 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen naast elkaar leggen. Ik zie toch wat verschil — misschien tussen leden van het college. Het zou natuurlijk heel erg zijn als het college niet met één mond zou spreken. Dus dat gaan wij vanuit de fractie eens goed onderzoeken.) Laat ik u alleen zeggen dat dit college met één mond spreekt. De discussie wordt gesloten. De VOORZITTER: Dan kunnen we gaan stemmen. Aan de orde is de stemming over de voordracht (Gemeenteblad afd. 1, nr. 103). De voordracht (Gemeenteblad afd. 1, nr. 103) wordt bij zitten en opstaan verworpen. De VOORZITTER constateert dat de voordracht (Gemeenteblad afd. 1, nr. 103) is verworpen met de stemmen van de VVD, Forum voor Democratie en de Partij voor de Dieren voor. De VOORZITTER schorst de vergadering tot 19.30 uur. De vergadering is geschorst. 65 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad R Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen INDEX 100 Vaststellen van de Verordening op de kansspelautomaten en speelautomatenhallen 101 Bekrachtigen van de geheimhouding … … … nnen enneeeerenneeern ennen 18 103 Instemmen met het gewijzigde initiatiefvoorstel Maak handhavingsresultaten zichtbaar met een online boetedashboard van het lid Torn en kennisnemen van de bestuurlijke reactie op het oorspronkelijke voorstel … nnen eneen eneen O6 106 Intrekken van de Verordening Bl-zone Albert Cuyp gebruikers 2016 … … 15 109 Intrekken van het handboek Inrichting Openbare Ruimte Binnenstad en kennisnemen van het Handboek Inrichting Openbare Ruimte Amsterdam … … 15 115 Vaststellen van een investeringsbesluit voor een recyclepunt aan de Toetsenbordweg … nnen ennnne nennen eenen ennenneeeeenenenennenneereen enen ennenn nerven enenenneneeenenen | Ô 119 Vaststellen van het bestemmingsplan geluidverdeelplan Westpoort 1e herziening 17 121 Beschikbaar stellen van kredieten voor investeringen in maatschappelijke voorzieningen in jeugd, zorg en basisvoorzieningen … nennen ennen 1 7 122 Benoemen van leden van de Raad van Toezicht Openbare Stichting Scholengemeenschap … anneer ernnerenneer eneen ennereneerenee enen ener ennen nennen 2Â 123 Benoemen van een lid van de Sportraad Amsterdam. nanne enne eene 24 137 Actualiteit van het lid Bosman inzake de berichtgeving dat het N1 festivalterrein niet doorgaat … nnee eneeneerenneeerenennverenennverenenneeeenenneeernenneenvvenneernennervennenennn | 139 Actualiteit van het lid Simons inzake het neerschieten van een burger met 21 kogels 141 Actualiteit van het lid N.T. Bakker inzake de onveilige situatie van woonboten bij de IJdijk / Diemerzeedijk naar aanleiding van de uitbreidingsplannen van camping Zeeburg 153 Motie van de leden Ernsting, Vroege, Boutkan en N.T. Bakker inzake materialisering trambaan … … nnn nnnneneenen eenen ennenerverrenenennennnereenenenennennnereen enen ennneneenen eenen neen Ô 154 Motie van het lid Vroege inzake stimulering van kleinschalige autodeelconcepten…42 155 Motie van de leden Vroege en Yilmaz inzake free floating deelauto's … … 42 156 Motie van de leden Ernsting, Vroege, Boutkan en N.T. Bakker inzake formuleren autoluwe doelstelling voor audodeelbeleid … nonnen enen nenene eene enen enne 3 157 Motie van de leden Vroege, Ernsting, Boutkan en N.T. Bakker inzake de bushalte Paulus Potterstraat … nanne nennen en ennenneeeeen enen ennennnereenenenennennnveren nennen 158 Motie van het lid Kilig inzake Amsterdamse ambtenaren vrijwaren van het faciliteren voor het behoud van de racistische karikatuur Zwarte Piet door de gemeente Weesp .50 159 Amendement van het lid Boomsma inzake het initiatiefvoorstel Diverse straatnamen, Ruimte voor flexibiliteit en diversiteit nnn eneen neren enennenene neee enennenene ne DÔ 160 Motie van de leden Ceder, Mbarki, Van Dantzig, Roosma en Kilig inzake initiatiefvoorstel Bodycams voor Amsterdamse handhavers op straat, Beleid voor gebruik camera{beelden) … … nennen ennen enneeeenenneeeenenneeeenenneeernevenveerennne nnen Od 89 Kennisnemen van het rapport Zicht op schaarse vergunningstelsels van de rekenkamer en het overnemen van de aanbevelingen ……… nennen 12 90 Beschikbaar stellen van een uitvoeringskrediet voor de herinrichting van de Nieuwezijds Voorburgwal Zuid … nanne enneneerennenervenneervennenere evene enne OÌ 91 Gedeeltelijk opheffen van de geheimhouding op bijlage 1 Zero Emissie Bussen …..12 92 Vaststellen van de agenda autodelen … … nennen eneen eneen enveere evenveel 93 Instemmen met de uitvoering van het project Realisatie onderdoorgang Contactweg en aanleg derde spoor … nnn oanneeeenenneerenenneereneneerenenveerenenvereenenveerene neee enen eenen | Ó 66 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen 94 Instemmen met de Nota van Uitgangspunten - Investeringsagenda OV traject 3 Museumkwartier … annen eerenennnereerrenenennennee nere enenennennneenenenenenene neer enennenene ne ÂÓ 95 Geheim annen nnee senen ven sneren annenenenanneerenanennenanenrenanvennevenvereenenverr ensen eneen 1Ö 96 Toestemming geven voor de instelling van de Gemeenschappelijke regeling Centrumregeling Weesp-Amsterdam … … nne onneenenenenneer eneen eneenneerenee eneen 97 Instemmen met het initiatiefvoorstel Diverse stad, diverse straatnamen van het lid Mbarki en kennisnemen van de bestuurlijke reactie … nnee eenen D1 98 Instemmen met het initiatiefvoorstel Bodycams voor Amsterdamse handhavers op straat van de leden Poot en Torn en kennisnemen van de bestuurlijke reactie … … 61 99 Wijzigen van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 in verband met een aantal technische wijzigingen … … nnn ennen enneeeenenneeeenennveernenneeeenenneeeneenneenennenennn |À Afschrift van een brief van een burger van 30 januari 2019, gericht aan de gemeente Hilversum, inzake de zorgen om doorstroming op de provinciale weg N201 6 Brief van A.H.J.W. van Schijndel, lid van de fractie van Forum voor Democratie, van 18 januari 2019 inzake zijn ontslag als voorzitter van de raadscommissie Werk, Inkomen en Onderwijs … … nanne nnee enneenneersenneeennerenneer eneen ennereneenene eneen eneeeneen eneen Ó Brief van burgemeester Halsema van 11 februari 2019 inzake de veiligheidscijfers over Brief van burgemeester Halsema van 22 januari 2019 inzake de afhandeling van motie 998.18 van de leden Simons, Roosma, Hammelburg en Boutkan over erkenning van de Vereniging PROUD als belangenorganisatie… nnen ennen ener enneer eneen ener D Brief van burgemeester Halsema van 29 januari 2019 inzake de afhandeling van moties 1045.18, 1047.18, 1048.18 van het lid Torn en motie 1108.18 van het lid Poot betreffende de portefeuille Openbare Orde en Veiligheid … nnee nnee ene Brief van de directeur van de Rekenkamer Metropool Amsterdam van 12 februari 2019 inzake de onderzoeksopzet Leges bij vergunningaanvragen… nnn 11 Brief van de griffie van de gemeente Meierijstad van 14 januari 2019 inzake de op 20 december 2018 door de gemeenteraad van Meierijstad aangenomen motie over het kinderpardon … nnen neneerenenneeeenenneeernenneeernenneeernenneeernennnneenenneeernennveenennnenn Â. Brief van het college van burgemeester en wethouders van 18 december 2018 inzake de afhandeling van motie 947.18 van de leden Hammelburg, Nadif, Kilig en Ceder over een rookvrij Artis …… anneer enneerenenneerenennerrenenveerenenverrenennnve enen reenenneneennn en 1 Ô Brief van het college van burgemeester en wethouders van 7 februari 2019 inzake de toelichting over kosten bodycams, opschalingsprotocol, bonnenquota en inzet handhavers met Oud en Nieuw in Nieuw-West …… … nnee onneereneneneenseneen ensen Ò Brief van het lid Boomsma, fractievoorzitter van het CDA, van 7 februari 2019 inzake het voordragen van de heren R.B. Havelaar en J.N. Wijmenga tot installatie als duoraadslid en tot benoeming als lid van diverse raadscommissies … … nnn ennen f. Brief van het lid Kreuger, namens de fractie van Forum voor Democratie van 5 februari 2019 inzake het voordragen van het lid Nanninga tot benoeming als voorzitter van de raadscommissie Werk, Inkomen en Onderwijs. … sanne onneeresonneerenseneereseeneeeenn f. Brief van het lid Roosma, fractievoorzitter van GroenLinks, van 7 februari 2019 inzake het voordragen van het duoraadslid Elabd tot benoeming als lid van de raadscommissie Wonen en Bouwen en het ontslag van het lid Van Renssen als lid van de raadscommissie Wonen en Bouwen … annen enen enneneenenenenenenneneneeren eene nennenene f Brief van het lid Van Soest, fractievoorzitter van de Partij van de Ouderen, van 7 februari 2019 inzake het voordragen van het duoraadslid Beving tot benoeming als lid van de raadscommissie Mobiliteit, Luchtkwaliteit en Duurzaamheid en het ontslag van het duoraadslid Sijthof als lid van de raadscommissie Mobiliteit, Luchtkwaliteit en Duurzaamheid … nennen eenennenen enen enenneneneerenenennennne nennen enenneennenennenenennennnennen nnn f. 67 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen Brief van het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid van 29 januari 2019 inzake de werkwijze van de landelijke Alliantie Kinderarmoede voor de aanpak van kinderarmoede … nnen onnenener nnee eennennneenenenenennennsereenenenennene serre enen ennnne eenen eenen D Brief van het Team Agenda IJsselmeergebied van 31 januari 2019 inzake informatie over de Agenda IJsselmeergebied 2050 … nennen ennen enneeeenenneeeenennneernenenneen ennen Ô Brief van Recreatie Noord-Holland NV van 28 januari 2019 inzake de aanbieding van de begroting 2019 van Recreatie Noord-Holland … nnen enneeeenenneerenenneeer evene D Brief van wethouder Dijksma van 22 januari 2019 inzake de afhandeling van moties 980.18 van het lid Vroege, 1156.18 van het lid Boomsma en 1179.18 van het lid Ernsting betreffende het parkeer- en vervoerbeleid … nnen ennen ennen Ö Brief van wethouder Dijksma van 29 januari 2019 inzake de afhandeling van motie 1103.18 van de leden Boutkan, N.T. Bakker en Ernsting inzake de Begroting 2019 - ontmoedig de komst van elektrische huursteps naar Amsterdam … ennn. Brief van wethouder Dijksma van 6 februari 2019 inzake de aanpak van civiele constructies van kades, bruggen en tunnels en aanbieding van de eindrapportage van het onderzoek van Cloo, getiteld: Vooronderzoek ter versterking van de gemeente Amsterdam voor de opgave inzake Civiele Constructies nnee onneenenoeneeeen eene: 9 Brief van wethouder Ivens van 11 februari 2019 betreffende het juridisch advies over de wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening inzake evenementen met dieren.10 Brief van wethouder Kukenheim van 9 februari 2019 inzake het artikel in Het Parool van 9 februari 2019 over de relatie tussen de GGD en de GGZ-instellingen… … … … 10 Brief van wethouder Van Doorninek van 11 februari 2019 inzake de beantwoording van een vraag over het bestemmingsplan Woonboten Baaibuurten Zeeburgereiland … 11 Brief van wethouder Van Doorninek van 11 februari 2019 inzake de beantwoording van vragen over het bestemmingsplan Contactweg, onderdoorgang … … nnen. 10 Brief van wethouder Van Doorninek van 12 februari 2019 inzake de beantwoording van vragen over ankers van de woonboten aan de Diemerzeedijk. … nn 11 Brief van wethouder Van Doorninek van 8 februari 2019 inzake een toelichting op het Amsterdams Klimaatakkoord en het proces Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal … 9 Raadsadres van Dammers Amusementsautomaten BV van 31 januari 2019 inzake de zienswijze over de beleidsregel overgangsregeling speelautomatenhallen Apeldoorn Raadsadres van de Erfgoedvereniging Heemschut en de Vereniging Promotie Westelijke Tuinsteden van 11 januari 2019 inzake de vernieuwingsplannen voor Slotermeer … …..3 Raadsadres van een burger van 1 februari 2019 inzake een verzoek om aanpassing van het parkeerbeleid voor houders van een bezoekersvergunning.… nnee 8 Raadsadres van een burger van 16 januari 2019 inzake gemeentelijke invloed op de verhoging van het tarief voor stadsverwarming … annua enneneereneeneen ennn en D Raadsadres van een burger van 23 januari 2019 inzake het functioneren van de burgemeester … nnen enneeereereneeenennneerenennvereneneerrveneereneneeeenennnneenenveeenvenneeernene Ó Raadsadres van een burger van 23 januari 2019 inzake overlast door taxi's en fietstaxi's op de Paulusbroedersluis in het gebied 1012... ennen ennen ennen nennen ennen de Raadsadres van een burger van 24 januari 2019 inzake een klacht in verband met de verhoging van het drinkwatertarief in Amstelveen … nnee erneer d Raadsadres van een burger van 27 januari 2019 inzake de nationale herdenking van de Holocaust in het Wertheimpark … nnen enneeeenenneerevenneerenenneeree vereer enerverende Raadsadres van een burger van 28 januari 2019 inzake de winst voor de burgemeester bij de verkoop van haar huis … nnen nennen enneeeenenneeeenenneeeenenneeeenenneeerne verver enneee rennen: 0 Raadsadres van een burger van 28 januari 2019 inzake een uitgebrande papiercontainer, veroorzaakt door vuurwerk … nnn nonnnen een enneneneer enen eneenenenenennenennennne rene eeenennenenn nd 68 Jaar 2019 Gemeente Amsterdam R Afdeling 2 ‚ Gemeenteraad Vergaderdatum 13 februari 2019 Raadsnotulen Raadsadres van een burger van 28 januari 2019 inzake verduidelijking over de extra beveiligingsmaatregelen voor moskeeën … nennen ennen enneerenenneeeen ennen Raadsadres van een burger van 29 januari 2019 inzake een onrechtmatige huisdoorzoeking door de politie … … nnen eneen enne eeenenneerenene ree venveereneneeren D Raadsadres van een burger van 31 januari 2019 inzake het beleid voor het parkeervergunninggebied Gentrum 4 … nonnen ennereneer eneen eneen enerenneer sneren Ô Raadsadres van een burger van 31 januari 2019 inzake het instellen van een maximumsnelheid voor fietsers van 5 km in voetgangersgebieden … … … … 6 Raadsadres van een burger van 4 februari 2019 inzake een aanvulling op het raadsadres van 23 januari 2019 over het functioneren van de burgemeester … nnn 8 Raadsadres van een burger van 5 februari 2019 inzake een verzoek om een algemeen verbod voor brommers en scooters in parken en bossen … nnen ennen d Raadsadres van een burger van 5 februari 2019 inzake een verzoek om verbetering van het woningaanbod voor leraren in Amsterdam om het lerarentekort te verminderen … 9 Raadsadres van een burger, namens oude en nieuwe bewoners van de Joan Muyskenweg, van 12 februari 2019 inzake de ontwikkelingen in Overamstel en bij de Joan Muyskenweg … nnn ennennerennenerenennverenenneereneneerenennverenenvvere renner venne ee evene | Ô Raadsadres van Let's Talk About Tech van 31 januari 2019 inzake informatie over 5G Space Appeal betreffende de gevolgen voor mens en natuur bij de uitrol van 5G ….…..6 Raadsadres van Letselschadebureau De Ringdijk van 29 januari 2019 inzake werknemers die slachtoffer zijn van corruptie binnen gemeente … nnn ennen ennen enneeeneenne nd Raadsadres van Wijkraad Zuid-West van 25 januari 2019 inzake het functioneren van Buurtkamer Welkom, voormalige Stichting Welkom, aan het Stadionplein… … … 4 69
Raadsnotulen
69
train
VN2021-015739 G Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening üs i emeente ! ' Sg ijengd en % Amsterdam Onderwijs, Voorschool Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, WI O x Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering Voordracht voor de Commissie WIO van 23 juni 2021 Ter kennisneming Portefeuille Onderwijs Bouwen en Wonen (25) Jeugd(zorg) (33) Sociale Zaken (13) Agendapunt 6 Datum besluit n.v.t. Onderwerp Voortgangsbrief Tegengaan Kansenongelijkheid De commissie wordt gevraagd De voortgangsbrief ‘Tegengaan Kansenongelijkheid', waarmee het college van B&W de raad informeert over de vergrote kansenongelijkheid, de voortgang van de Amsterdamse inzet en de benodigde inzet vanuit het Rijk. Inclusief bijbehorende bijlagen: factsheet segregatie, meerjarenprogramma Kenniscentrum Ongelijkheid, gehonoreerde projecten Kenniscentrum Ongelijkheid Wettelijke grondslag Artikel 169 van de Gemeentewet: actieve informatieplicht van het college. Artikel 160 van de Gemeentewet: vitvoering door college van door de raad vastgesteldekaders. Bestuurlijke achtergrond Op 21 januari 2020 heeft het college ingestemd met de bestuursopdracht Tegengaan Kansenongelijkheid. De raad is op 23 oktober geïnformeerd over de voortgang van de inzet op het tegengaan van kansenongelijkheid. Met bijgaande brief benadrukt het college van B en W de urgentie om de door de crisis vergrote kansenongelijkheid tegen te gaan. De prioriteit van het tegengaan van kansenongelijkheid is belangrijker dan ooit. De coronacrisis vergroot de ongelijkheid en verdiept de tweedeling. De sociale gevolgen en gezondheidseffecten zijn ongelijk verdeeld over de stad en zullen naar verwachting nog jarenlang merkbaar zijn. Het college van B en W heeft grote stappen gezet in het tegengaan van kansenongelijkheid. Ook het volgende college wacht nog een fikse opgave om de door de crisis vergrote (kansen)ongelijkheid tegen te gaan. Veel steunmaatregelen van het Rijk bieden de mogelijkheid om de effecten van de vergrote (kansen)ongelijkheid op de kortere termijn tegen te gaan. Om kansenongelijkheid echter structureel aan te pakken zijn systeemveranderingen van het volgende kabinet nodig. Met het Rijk moeten we ons de komende jaren blijven inzetten om de schade die is ontstaan door de crisis te beperken en kansenongelijkheid structureel aan te pakken. Om zo Amsterdammers die dat het hardst nodig hebben te ondersteunen en perspectief te bieden. De brief is als volgt opgebouwd: 1. Toegenomen ongelijkheid en versterkende effecten van de coronacrisis; 2. de ontwikkelingen wat betreft de Amsterdamse inzet tegen kansenongelijkheid; 3. de benodigde systeemveranderingen vanuit het Rijk. Gegenereerd: vl.9 1 VN2021-015739 % Gemeente Raadscommissie voor Sociale Zaken, Armoede en Schuldhulpverlening, WI O ijs Ì msterdam Sg ijengd en % Onderwijs, Voorschool Kinderopvang en Naschoolse Voorzieningen, Volwasseneneducatie Laaggeletterdheid en Inburgering Voordracht voor de Commissie WIO van 23 juni 2021 Ter kennisneming Bijlage 2 van de voortgangsbrief geeft een beknopt inzicht in de status en trends van onderwijs- en woonsegregatie in Amsterdam. Bijlage 3 en 4 zijn het meerjarenprogramma en de gehonoreerde projecten van de eerste call for proposals van het Kenniscentrum Ongelijkheid. Reden bespreking n.v.t. Uitkomsten extern advies n.v.t. Geheimhouding n.v.t. Uitgenodigde andere raadscommissies De stukken worden tevens tkn aangeboden aan de commissies KDD en ZJS Wordt hiermee een toezegging of motie afgedaan? nee Welke stukken treft v aan? Meegestuurd Registratienr. Naam 210602 Raadsinformatiebrief Voortgang Tegengaan Kansenongelijkheid AD2021-058180 NW 3 juni (oo2) (oo2).pdf (pdf) AD2021-057951 Bijlage 2 Factsheet segregatie.pdf (pdf) Bijl Meerj Kenniscentrum Ongelijkheid -2023.pdf AD2021-057952 ijlage 3 Meerjarenprogramma Kenniscentrum Ongelijkheid 2021-2023.p (pdf) Bijlage 4 Overzicht gehonoreerde projecten Kenniscentrum AD2021-057953 ee. Ongelijkheid.pdf (pdf) AD2021-057943 Commissie WIO Voordracht (pdf) Ter Inzage Registratienr. Naam | Behandelend ambtenaar of indienend raadslid (naam, telefoonnummer en e-mailadres) Else Ham, stedelijk coördinator Tegengaan Kansenongelijkheid/PMB, [email protected], 0610357529 Gegenereerd: vl.9 2
Voordracht
2
train
x Gemeente Amsterdam R Gemeenteraad % Gemeenteblad % Motie Jaar 2019 Afdeling 1 Nummer 1715 Ingekomen op 31 oktober 2019 Ingekomen in raadscommissie MLD Te behandelen op 6/7 november 2019 Onderwerp Motie van de leden Biemond en N.T. Bakker inzake de Begroting 2020 (Klimaatrechtvaardigheid voor werknemers) Aan de gemeenteraad Ondergetekenden hebben de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over de Begroting 2020. Constaterende dat: — De gemeente Amsterdam een Klimaatfonds heeft opgericht voor de noodzakelijke energietransitie; — Klimaatrechtvaardigheid een belangrijk uitgangspunt is voor de Amsterdamse gemeenteraad; — Deze transitie betekent dat er werknemers geraakt worden doordat hun banen zullen verdwijnen; — De vakbonden en het UWV op dit moment via aan een mobiliteitscentrum werken aan de begeleiding van de werknemers van de Hemwegcentrale. Overwegende dat: — Een integrale aanpak klimaatrechtvaardigheid ook vraagt om een sterke sociale kant; — Vakbonden aangeven zich zorgen te maken over de transitie voor werknemers; — Het onwenselijk is als mensen langdurig zonder werk komen te zitten of niet begeleid worden naar een nieuwe functie; — Werkgevers een belangrijke rol hebben om dit traject te begeleiden, maar ook de gemeente een rol zou moeten spelen; — Werknemers binnen veel van de huidige werk-naar-werk-regeling pas in aanmerking komen voor omscholing en begeleiding als ze werkloos zijn geworden; — Er veel banen bijkomen in de duurzaamheidssector waar veel nieuwe mensen voor nodig zijn. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: 1. Een actieve rol te nemen om werknemers die hun baan (dreigen) te verliezen door de klimaatmaatregelen die Amsterdam moet nemen te helpen richting een nieuwe baan; 2. Hierbij de vakbonden, werkgevers en andere relevante partijen te betrekken, bijvoorbeeld via het House of Skills; 3. Ditte verwerken bij de plannen voor een Amsterdamse Green New Deal. 4 De leden van de gemeenteraad H.J.T. Biemond N.T. Bakker 2
Motie
2
discard
VN2023-015938 N% Gemeente Raadscommissie voor Publieke Gezondheid en Preventie, Zorg en OZA Zo Jeugd en Amsterdam Maatschappelijke Ontwikkeling, Jeugd(zorg), Onderwijs en Armoede en % Schuldhulpverlening Voordracht voor de Commissie OZA van 12 juli 2023 Ter kennisneming Portefeuille Jeugd({zorg) Agendapunt 5 Datum besluit College van B&W, 6 juni 2023 Onderwerp Gunning contracten voor Aanvullende Preventieve Opgroei- en Opvoedondersteuning De commissie wordt gevraagd Kennis te nemen van de raadsinformatiebrief over de Voorlopige gunning aanbesteding Aanvullende Preventieve Opgroei en Opvoedondersteuning (APOO) Wettelijke grondslag Gemeentewet 169 lid 2 van de Gemeentewet (actieve informatieplicht) Bestuurlijke achtergrond * 22 november 2022 Collegebesluit Overheveling FPAJ naar Sociale basis. e 22 november 2022 Collegebesluit inkoop APOO en ESJH. e 6 juni collegebesluit Voornemen tot gunnen van de opdracht Aanvullende Preventieve Opgroei- en Opvoedondersteuning. Reden bespreking n.v.t. Uitkomsten extern advies Eris regelmatig overleg is geweest met het Jeugdplatform Amsterdam (JPA) over de aanbesteding APOO 2024 -2026. JPA heeft feedback gegeven op de inkoopstrategie en input op de selectiecriteria waarop de kwaliteit van de inschrijvers is beoordeeld. Geheimhouding n.v.t. Uitgenodigde andere raadscommissies n.v.t. Wordt hiermee een toezegging of motie afgedaan? n.v.t. Welke stukken treft v aan? Gegenereerd: vl.7 1 VN2023-015938 % Gemeente Raadscommissie voor Publieke Gezondheid en Preventie, Zorg en O ZA ij msterdam Zo Jeugd en % Maatschappelijke Ontwikkeling, Jeugd(zorg), Onderwijs en Armoede en Schuldhulpverlening Voordracht voor de Commissie OZA van 12 juli 2023 Ter kennisneming AD2023-051756 1 Raadsbrief APOO.pdf (pdf) AD2023-051753 Commissie OZA Voordracht (pdf) Ter Inzage Behandelend ambtenaar of indienend raadslid (naam, telefoonnummer en e-mailadres) OJZD, Fleur Sleegers, [email protected] Gegenereerd: vl.7 2
Voordracht
2
discard
VN2022-019175 Tijdelijke Algemene Raadscommissie Bestuurs- en x Gemeente JEE 3 TA R managementadviserir gg Amsterdam Voordracht voor de Tijdelijke Algemene Raadscommissie van 30 juni 2022 Ter kennisneming Portefeuille Algemene Zaken Agendapunt YA Datum besluit nvt Onderwerp Kennisnemen van brief aan Tweede Kamerleden m.b.t. ondermijning De commissie wordt gevraagd Kennis te nemen van de brief over aanpak drugscriminaliteit Wettelijke grondslag nvt Bestuurlijke achtergrond nvt Reden bespreking nvt Uitkomsten extern advies nvt Geheimhouding nvt Uitgenodigde andere raadscommissies nvt Wordt hiermee een toezegging of motie afgedaan? nee Welke stukken treft v aan? Gegenereerd: vl.7 1 VN2022-019175 % Gemeente Tijdelijke Algemene Raadscommissie Bestuurs- en % Amsterdam managementadviserir2€ Voordracht voor de Tijdelijke Algemene Raadscommissie van 30 juni 2022 Ter kennisneming 20220613 Brief aan TKcie JV namens driehoek Amsterdam en AD2022-060832 Rotterdam.pdf (pdf) AD2022-060829 Tijdelijke Algemene Raadscommissie Voordracht (pdf) Ter Inzage Registratienr. Naam Behandelend ambtenaar of indienend raadslid (naam, telefoonnummer en e-mailadres) BMA, Evelien van Riel, bestuursadviseur public affairs, [email protected], +31634509663 Gegenereerd: vl.7 2
Voordracht
2
val
Gemeente Amsterdam % Gemeenteraad R % Gemeenteblad % Amendement Jaar 2014 Afdeling 1 Nummer 998 Publicatiedatum 19 november 2014 Ingekomen op 5 november 2014 Ingekomen in 787’ Behandeld op 6 november 2014 Status Aangenomen Onderwerp Amendement van het raadslid de heer Van Lammeren inzake de begroting voor 2015 (dierenwelzijn in de begroting). Aan de gemeenteraad Ondergetekende heeft de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over de begroting voor 2015; Overwegende dat: — de begroting in de voorgaande jaren een aparte paragraaf kende gewijd aan dierenwelzijn; — dit in de begroting 2015 niet meer het geval is; — dierenwelzijn een portefeuille is behorende bij een wethouderspost; — het in een begroting van belang is om duidelijkheid te geven over de inhoud en de doelstellingen van een portefeuille; — dierenwelzijn bij uitstek een onderwerp is waar kosten en baten bij horen; de stad profiteert immers van een goed dierenwelzijnsbeleid, Besluit: om bij programmaonderdeel 6.3.5 onder “Overige belangrijke activiteiten” de volgende tekst toe te voegen: “Dierenwelzijn Amsterdam wil dierenwelzijn verbeteren. We willen diervriendelijk omgaan met vrij levende dieren, een groter maatschappelijk bewustzijn creëren voor de belangen en het welzijn van dieren in de stad en voorkomen dat huisdieren zwerfdieren worden. Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen? — Door de financiële crisis is het welzijn van huisdieren in meer huishoudens in de knel gekomen. — Sinds enkele jaren kent Amsterdam een 24-uurs dierennoodhulpketen. 1 Jaar 2014 Gemeente Amsterdam Afdeling 1 Gemeenteblad R Nummer 998 Amendement Datum 19 november 2014 Wat willen we bereiken? 1. Hetis belangrijk om een goed functionerende keten van dierenopvang en noodhulp te behouden; 2. Door voorlichting kunnen impulsaankopen van huisdieren worden beperkt waardoor er minder dieren worden gedumpt of als afstandsdier moeten worden herplaatst. 3. De door de gemeente gesubsidieerde dierenorganisaties en de kinderboerderijen dienen te kunnen voldoen aan de kwaliteitseisen die op grond van dierenwelzijn worden gesteld. 4. Minima kunnen tegen verlaagd tarief hun huisdier laten controleren en behandelen door de hieraan deelnemende dierenartsen. 5. De Nota Amsterdams Dierenwelzijnsbeleid 2006 en de stadsdeelnota's dierenwelzijn worden vervangen door een nieuwe nota Dierenwelzijn. 6. Erdienen voldoende BOA's te zijn aangesteld met de bevoegdheid in Domein II om strafrechtelijk én bestuursrechtelijk handhavend op te kunnen treden inzake de wetgeving dierenwelzijn. 7. Medewerkers van de Dierenambulance krijgen een aparte opleidingsmodule om op de taxi-/tram-/busbaan te mogen rijden.” Het lid van de gemeenteraad, J.F.W. van Lammeren 2
Motie
2
discard
Termijnagenda Regioraad 2013 versie 3 sl versie RR 15-10-2013 / RS B= besluitvormend, M=meningsvormend en | = ter informatie/wordt in raadssessie besproken hen Onderwerp [Status [Pfh___ [Toelichting (Wijziging | | Regioraad 12 maart 2013 | Toekomst regionale samenwerking |B [MZ || Ombouw Amstelveenlijn JB [Verkeer [vaststellen Voorkeursvariant gehoord gem.raden Amsterdam, Amstelveen en Std. Zuid |D Herziene begroting Jeugdzorg 2013 |B [JZ Jnav.de opgelegde rijkskortingva VWS | Activiteitenplan 2013 Verkeeradvies || [Verkeer |__| |Gebiedsagenda/bestuurlijk overleg MIRT ____ |I [Verkeer Jookinsessie BWE | Stand van zaken Concessie Amsterdam [WV || [Stand van zaken OV SAAL HW || SMASH (Schiphol) RWE || Economische Agenda Noordvleugel | [RWE || Prioritering woningbouwlocaties || [BWE je | Huisvesting slachtoffers mensenhandel_____f| [RWE || Ontwikkeling wachtlijsten JZ WWZ | Beeindiging subsidierelatie JZ-instellingen__ }WPZ || [SvZ Decentralisatie/transitie WWZ jp | | A Toekomst regionale samenwerking |B [MZ || Begon 014 BT Jaarekening 2012 B [Fn jj | Nationale Databank Wegverkeergegevens |B [Verkeer |Samenwerkingsovereekomst 2014 en verder | Aanvullende financiering BJAA 2013 fB WZ || Stand van zaken Concessie Amsterdam | [WV || Investeringsagenda's Wegen OV |I [Verkeer Joh OV | Stand van zaken OV SAAL WIW Pf | | Zuidas/Amstelveenliljn/!NZ-lijn || [Verkeer |Optimalisatie uitvoeringsplamnen_______ | Lokale beleidsruimte fJRWE || Kosten woningnet BWE || | SvZ huisvesting slachtoffers mensenhandel__ || [RWE || |SvZ Decentralisatie/transitie WWZ je | Ambulante Jeugdzorg 2013 || [JZ |SvZ overdracht opdrachtgeverschap | | | | Áo | Regioraad 15 oktober 013 AN Halfaarrapportage 2013 [B [En _ jverskg overde uvoorng vande begroïg mheteerste halle van 08 Toekomst regionale samenwerking |_ [MZ | [GR Ombudsman Metropool Amsterdam |B [AZ | Hulpimpuls V&V projecien |B [Verkeer |____———_——N [Gebiedsagenda/BOMIRT__________[r__ [Verkeer |ookmsesehWE [Gebiedsagenda Weg [L_ [vereer |____——=—————N [Gebiedsagenda NV WN [Samenwerking Mobiteitsmanagement |l ___|verkeer_|stopzeting deename aan de Stichting VerkeerANes Voortgang huisvesting statushouders_—__[__ [RW | \N Voortgang Regionaal Actieprogr. Wonen —_|L__ [RW |___———————N [SVZ Transitie Jeugdzorg | |Z |momete+ovezehtPlosdecenalsale Ambulante Jeugdzorg 2013 _—_________[_ IZ __[SvZoverdrachtopdrachgeverschap Regioraad 10 december 2013 ZN FToekomst regionale samenwerking [WN Werkplan 2014 en NS [UVP RVP 2014 je vereer |vemwerken resultaten evaluate” vaststeling Ulvoeringsprogramma RVVP 2004 [Duurzame Mobiliteit |l __ [verkeer projecten, onderzoekemstude [OVSAAL____——___ ev WAA&RRAAMT Uwoerngsbesl ZOO [HOV Corridor Bolenstrek B WN BOMRT____——— Nee ZN LE [Gebiedsagenda — B Werker | _____\N Voortgangsnottie MRA Dossiers |l [Verkeer |ookinsessie WE === AN [Svz concessie Amsterdam 2015 [WIN [PvE concessie Amstelland-Meerlanden |L [OV |___—————N [Ruïmtelijke onw. rond knooppunten [IM __|R&W _ |annalyseenpoganma 201 04 JActieprogr. Reg. Woningmarkt 2011-2014 —_|l___|R&W [RR ter kennisname nabeslutvorming DB [Regionaal Utvoeringsprogr. Jeugdzorg 2014 Je __|JZ __|hetOntwerp-RUP Jeugdzorg 2013 is gebasoerd op het Beleidskader Jougdzorg 20122005 |___ A
Agenda
2
discard
Gemeente Amsterdam % Gemeenteraad R % Motie Jaar 2020 Afdeling 1 Nummer 1330 Behandeld op 16 en 17 december 2020 Status Verworpen bij schriftelijke stemming op 18 december 2020 Onderwerp Motie van het lid Taimounti inzake de Begroting 2021 (Campagne voor een fatsoenlijke samenleving). Aan de gemeenteraad Ondergetekende heeft de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over de Begroting 2021. Constaterende dat: — De afschuwelijke moord op Samuel Paty heeft geleid tot polarisatie in de samenleving; — Meer dan 120.000 islamitische Nederlanders zich in een petitie hebben uitgesproken tegen dit geweld en tegelijkertijd een oproep doen voor een fatsoenlijke omgang in onze samenleving; — Dit aansluit bij landelijk overheidsbeleid om met meer respect met elkaar om te gaan en de verhuftering van de maatschappij tegen te gaan. Overwegende dat: — Fatsoenlijke omgangsvormen gedeelde waarden zijn bij alle gemeenschappen; — Het antwoord op polarisatie verbinding en dialoog is; — In de begroting geen maatregelen zijn opgenomen ter bevordering van een fatsoenlijke samenleving. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: In gesprek te gaan met vertegenwoordigers en belangenbehartigers die een representatieve afspiegeling vormen van de Amsterdamse demografie en samen met hen een campagne op te zetten c.q. voorstellen te bedenken ter bevordering van een fatsoenlijke samenleving en een respectvolle omgang met elkaar. Het lid van de gemeenteraad M. Taimounti 1
Motie
1
discard
X Gemeente Amsterdam R Gemeenteraad % Gemeenteblad % Schriftelijke vragen Jaar 2013 Afdeling 1 Nummer 451 Publicatiedatum 12 juni 2013 Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen van de raadsleden de heer W.L. Toonk en mevrouw M.H. Ruigrok van 8 januari 2013 inzake de digitale dienstverlening van de gemeente Amsterdam. EUT Aan de gemeenteraad inleiding van vragenstellers. De fractie van de VVD is blij dat de digitale dienstverlening van de gemeente Amsterdam steeds beter wordt. In veel gevallen betekent digitale dienstverlening meer keuzevrijheid voor Amsterdammers maar ook efficiënter en goedkoper werken voor de overheid hetgeen weer aan de Amsterdammer ten goede komt. In sommige gevallen blijft de dienstverlening van de gemeente via de digitale weg helaas nog wat achter. Zo krijgt men bij sommige onderdelen van de gemeente expliciet het bericht dat de digitale weg niet is opengesteld. Dit gebeurt onder andere bij stadsdelen maar ook bijvoorbeeld bij de Dienst Milieu en Bouwtoezicht. Deze dienst bericht — nota bene per mail — dat voor het indienen van zienswijzen/bezwaren de gemeente Amsterdam de elektronische weg niet heeft opengesteld en dat per mail ingediende zienswijzen daarom helaas niet in behandeling worden genomen. De fractie van de VVD pleit al jaren voor een optimalisering van de digitale dienstverlening om Amsterdammers een betere service te verlenen en de gemeente in staat te stellen efficiënter en goedkoper te werken, en verbaast zich daarom over deze gang van zaken. Gezien het vorenstaande hebben vragenstellers op 8 januari 2013, beiden namens de fractie van de VVD, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen tot het college van burgemeester en wethouders gericht: 1 Jaar 2013 Gemeente Amsterdam R Neeing Set Gemeenteblad Datum 12 juni 2013 Schriftelijke vragen, dinsdag 8 januari 2013 1. Is het college bekend met het gegeven dat onderdelen van de gemeentelijke organisatie op de hierboven beschreven wijze omgaan met digitale zienswijzen dan wel bezwaarschriften van Amsterdammers? Antwoord: Ja, het college is daarmee bekend. Dit is echter niet de juiste handelswijze. De Algemene wet bestuursrecht biedt op dit moment de mogelijkheid voor het college kenbaar te maken dat hij langs elektronische wijze bereikbaar is. Het college heeft voor een aantal gevallen kenbaar gemaakt langs elektronische wijze bereikbaar te zijn. Zo heeft het college kenbaar gemaakt dat tegen belastingaanslagen op internet een digitaal bezwaarformulier kan worden ingediend bij de Dienst Belastingen. Het gebruikmaken van DigiD is daarbij verplicht. Bij formele openstelling van de elektronische weg volstaat in beginsel verzending langs elektronische weg en hoeft het bericht niet ook nog per post te worden verzonden. Uit jurisprudentie volgt dat - ook in het geval de elektronische weg voor het indienen van zienswijzen en bezwaarschriften formeel niet is opengesteld - adequaat moeten gereageerd worden op per e-mail ingediende bezwaarschriften en zienswijzen. Het kan niet zo zijn dat een elektronisch ingediend(e) zienswijze/ bezwaarschrift in een dergelijk geval in het geheel niet (feitelijk) in behandeling wordt genomen. Wel zit er aan zo’n zienswijze of bezwaarschrift per e-mail een tekortkoming: er kan niet met zekerheid worden vastgesteld dat deze ook echt van de afzender afkomstig is. Uit de jurisprudentie volgt dat de indiener in zo'n geval in de gelegenheid gesteld moet worden het gebrek te herstellen door alsnog een handtekening te zetten onder de uitgeprinte e-mail of door alsnog de zienswijze schriftelijk te laten indienen. Daarbij is het zo dat voor de vraag of het bezwaar op tijd of te laat is ingediend, uitgegaan moet worden van het moment dat de e-mail is binnengekomen (en niet dat uiteindelijk de papieren versie binnenkomt). Zie onder vraag 4 voor wat betreft de toekomstige wijzigingen in het systeem van de Algemene wet bestuursrecht. 2. Welke onderdelen van de gemeente nemen digitale zienswijzen wel en welke niet in behandeling? Antwoord: Er is nagegaan welke werkwijzen worden gehanteerd. Bij de meeste organisatieonderdelen worden digitaal ingediende zienswijzen en bezwaarschriften feitelijk in behandeling genomen en de indieners in de gelegenheid gesteld om alsnog schriftelijk te reageren of het bezwaarschrift alsnog van een handtekening te voorzien. Een aantal organisatieonderdelen blijkt per e-mail ingediende zienswijzen en bezwaarschriften niet adequaat te reageren. Het college heeft deze betrokken organisatieonderdelen geïnformeerd dat deze e-mails wel feitelijk in behandeling moeten worden genomen. 2 Jaar 2013 Gemeente Amsterdam R Neeing Set Gemeenteblad Datum 12 juni 2013 Schriftelijke vragen, dinsdag 8 januari 2013 3. Is het college het met de fractie van de VVD eens dat het anno 2013 irrelevant is of zienswijzen per mail of per post binnenkomen en dat het op zijn minst opmerkelijk is dat een dienst per mail ingediende zienswijzen weigert te accepteren en dit vervolgens per mail afhandelt? Antwoord: Het college is het met de fractie van de VVD eens dat het irrelevant is of zienswijzen per mail of per post binnenkomen. Het college is dan ook voornemens om te bekijken wat de mogelijkheden zijn (zie ook onder 5). Bij het elektronisch indienen van zienswijzen en bezwaarschriften zal wel rekening moeten worden gehouden met de volgende aspecten: — _ wanneer per e-mail ingediende zienswijzen of bezwaarschriften niet met DigiD zijn ondertekend, kan als gezegd niet met 100% zekerheid worden vastgesteld dat de in de mail aangegeven naam ook echt van de indiener is. Ook komt het frequent voor dat een woonadres ontbreekt. Kortom: de authenticatie levert soms een probleem op. Door middel van DigiD kan de identiteit van een indiener wel worden geverifieerd; — het komt voor dat per e-mail ingediende zienswijzen en bezwaarschriften bij de verkeerde organisatieonderdelen of medewerkers terecht komen of bij een medewerker die wegens vakantie afwezig is. Ook wordt een zienswijze of bezwaarschrift niet altijd in een e-mail herkend. Dat kan tot vertraging of tot het zoekraken van bezwaren of zienswijzen leiden. Bij het helemaal openstellen van de elektronische weg, dient met de inrichting van de organisatie rekening te worden gehouden. Uiteraard geldt er een doorzendplicht wanneer een dergelijke e-mail bij het verkeerde organisatieonderdeel terechtkomt. 4. Deelt het college de mening van de fractie van de VVD dat alle communicatie die burgers met de verschillende onderdelen van de gemeentelijke organisatie voeren ook digitaal zou moeten kunnen? Antwoord: Het college deelt deze mening. Als een burger zelf expliciet aangeeft via de elektronische weg bereikbaar te zijn, zou de gemeente haar communicatie met de burger ook via de elektronische weg moeten kunnen voeren tenzij de aard van het contact zich daartegen verzet. Dit sluit ook aan bij de uitgangspunten van de Visie op dienstverlening en andere ontwikkelingen op het gebied van digitalisering, zoals de digitalisering van het archief. Belangrijker nog is dat de minister in zijn “Visiebrief digitale overheid 2017” van 23 mei 2013 heeft laten weten dat het kabinet het initiatief wil nemen om de Algemene wet bestuursrecht zodanig aan te passen dat burgers het recht krijgen op elektronische communicatie. Het is dan niet meer aan de gemeente zelf om te bepalen of elektronisch berichtenverkeer met de overheid mogelijk is. Het is de bedoeling dat burgers alle (aan)vragen aan de overheid digitaal kunnen versturen en alle berichten van de overheid digitaal kunnen ontvangen. Daarbij zal wel de mogelijkheid blijven bestaan om eisen te stellen aan de elektronische weg, met het oog op de betrouwbaarheid en vertrouwelijkheid van het verkeer met de overheid. De minister onderzoekt samen met de VNG de mogelijkheden om te komen tot een generieke kernwebsite voor gemeenten. 3 Jaar 2013 Gemeente Amsterdam R Neng ‘ Gemeenteblad Datum 2 juni 2013 Schriftelijke vragen, dinsdag 8 januari 2013 Burgers kunnen reeds een aantal aanvragen (voor bijvoorbeeld vergunningen) via de elektronische weg indienen. Het college wijst op aanvragen voor omgevingsvergunningen die door middel van het Omgevingsloket Online kunnen worden ingediend. Ook hierbij wordt gebruik gemaakt van DigiD. Ook per e-mail ingediende verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur worden reeds in behandeling genomen. Daarnaast is het gebruikelijk in bezwaar- en beroepprocedures per mail te communiceren met burgers. 5. Wanneer is het college voornemens om de elektronische weg ook open te stellen voor zienswijzen? Wat heeft het college daarvoor nodig en hoe kan de gemeenteraad daarbij helpen? Antwoord: Het college zal onderzoeken of de infrastructuur van de Dienst Belastingen op korte termijn gemeentebreed kan worden ingevuld en of dat in het licht van de snelheid van de landelijke ontwikkelingen opportuun is. Burgemeester en wethouders van Amsterdam A.H.P. van Gils, secretaris E.E. van der Laan, burgemeester 4
Schriftelijke Vraag
4
train
x Gemeente Amsterdam R Gemeenteraad % Gemeenteblad % Amendement Jaar 2017 Afdeling 1 Nummer 1680 Publicatiedatum 29 december 2017 Ingekomen onder AV Ingekomen op donderdag 21 december 2017 Behandeld op donderdag 21 december 2017 Status Aangenomen Onderwerp Amendement van het lid Geenen inzake de Ontwikkelstrategie Haven-Stad (private oevers voor havenactiviteiten). Aan de gemeenteraad Ondergetekende heeft de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over de Ontwikkelstrategie Haven-Stad (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1582). Besluit: In de ontwikkelstrategie Haven-Stad op pagina 55 na de zin: “We maken in Haven-Stad duidelijke keuzes: er wordt een mix van openbare en private oevers gerealiseerd. Hierdoor blijft er ruimte voor watergebonden bedrijvigheid en laden & lossen.” de volgende zin toe te voegen: “Voor alle oevers waar geen havengebonden bedrijfsactiviteiten plaatsvinden is het uitgangspunt dat deze openbaar zijn.” het college te verzoeken de voordracht en alle onderliggende stukken hierop aan te passen. Het lid van de gemeenteraad T.A.J. Geenen 1
Motie
1
discard
Vz021015335 N% Gemeente Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, W B erkeer en or Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reinigin % Amsterdam Jp di Voordracht voor de Commissie WB van 08 september 2021 Ter kennisneming Portefeuille Openbare Ruimte en Groen Agendapunt 6 Datum besluit College vergadering van 11 mei 2021 1 juni 2021 Onderwerp Antwoordbrief motie 1396 van de leden Rooderkerk en Kat inzake de Begroting 2021 (De stegen van Amsterdam) De commissie wordt gevraagd Kennis te nemen van antwoordbrief motie 1396 van de leden Rooderkerk en Kat inzake de Begroting 2021 (De stegen van Amsterdam) Wettelijke grondslag Artikel „1, negende lid RvO Amsterdam Dat bepaalt dat, indien een motie is uitgevoerd c.q. afgehandeld, het college dit, ingeval nadere besluitvorming noodzakelijk is, in een voordracht aan de raad meldt. Bestuurlijke achtergrond De motie is aangenomen tijdens de behandeling van de begroting 2021. Reden bespreking ter kennisname Uitkomsten extern advies nvt Geheimhouding nvt Uitgenodigde andere raadscommissies nvt Wordt hiermee een toezegging of motie afgedaan? motie afdoening Welke stukken treft v aan? Gegenereerd: vl.16 1 VN2021-015335 % Gemeente Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Verkeer en or % Amsterdam ‚ „ ‚ % Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging Voordracht voor de Commissie WB van 08 september 2021 Ter kennisneming AD2021-084771 201218 Motie 1396_de stegen van Amsterdam. pdf (pdf) 210518 Antw Brief _motie 1396_inzake de stegen van AD2021-056483 Amsterdam_VN2021-010735.pdf (pdf) AD2021-056429 Commissie WB Voordracht (pdf) Ter Inzage Behandelend ambtenaar of indienend raadslid (naam, telefoonnummer en e-mailadres) A.J.L. Oudshoorn, Verkeer en Openbare Ruimte, 0623821446, [email protected] L. Tepe, Verkeer en Openbare Ruimte, [email protected] Gegenereerd: vl.16 2
Voordracht
2
train
> Gemeente Amsterdam Amendement Datum raadsvergadering 1juni2022 Ingekomen onder nummer 219 Status Verworpen Onderwerp Amendement van het lid Koyuncu inzake het Coalitieakkoord 2022-2026 Onderwerp Geen 30 km/u in de stad Aan de gemeenteraad Ondergetekende heeft de eer voor te stellen: De Raad, Gehoord de discussie over het coalitieakkoord 2022-2026 “Amsterdams Akkoord” Constaterende dat: — Doorstroming van het verkeer in Amsterdam belangrijk is en 30 km/u dit verhindert; — _30 km/u grote gevolgen heeft voor het Openbaar Vervoer. Besluit: In hoofdstuk 3 “Verantwoorde groei” onder de paragraaf “Verkeer en vervoer” op pagina 61 de ali- nea “We gaan door met 30 km/u in de hele stad en doen dit met minimale aanpassingen aan de weg.” In het geheel te schrappen. Indiener S. Koyuncu
Motie
1
train
Gemeente Amsterdam % Gemeenteraad R Gemeenteblad % Amendement Jaar 2015 Afdeling 1 Nummer 328 Publicatiedatum 8 mei 2015 Ingekomen onder P Ingekomen op 22 april 2015 Behandeld op 22 april 2015 Status Ingetrokken Onderwerp Amendement van het raadslid de heer Boldewijn inzake het Definitief Ontwerp Muntplein, Rode Loper. Aan de gemeenteraad Ondergetekende heeft de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie over het Definitief Ontwerp (DO) Muntplein, Rode Loper (Gemeenteblad afd. 1, nr. 235); Overwegende dat: — het verkeer in de binnenstad steeds drukker wordt; — verkeersveiligheid een grote zorg is voor alle Amsterdammers en het college van burgemeester en wethouders net als de fractie van de PvdA de verkeersveiligheid voor alle weggebruikers wil verbeteren; — het college in het coalitieakkoord heeft aangegeven, de uitstoot van fijnstof en roet door verkeer te willen verminderen, Besluit: in het Definitief Ontwerp (DO) Muntplein, Rode Loper, nr. 235, beslispunt 1d, luidende: “d. een maximumsnelheid van 30 km/u in aansluiting op de toekomstige situatie op het Rokin (Uitvoeringsbesluit DO Rokin, raadsbesluit van 12 februari 2014, nr. 37/46) en de huidige situatie op het Singel en in de Nieuwe Doelenstraat;”, te vervangen door: “d. een maximumsnelheid van 30 km/u in aansluiting op de toekomstige situatie op het Rokin (Uitvoeringsbesluit DO Rokin, raadsbesluit van 12 februari 2014, nr. 37/46), de Vijzelstraat, de Amstel en de huidige situatie op het Singel en in de Nieuwe Doelenstraat,” Het lid van de gemeenteraad, H.B. Boldewijn 1
Motie
1
discard
Inhoudsopgave raadsadres … ne P- 2 wm INGEKOMEN | Û 29 reg, zoo0 À | Zoes8oolg2s | Aan de Stadsdeelraad van | Amsterdam Zuid Oost Anton de Komplein 150 | 1102 CW Amsterdam | Amsterdam, 19 februari 2008 Onderwerp: Raadsadres Maazo | Geachte leden van de Stadsdeelraad Amsterdam Zuid Oost, | Ö Naar aanleiding van mijn oproep aan mijn medebestuursteden bij de Stichting Maazo (Maazo) hun verantwoordelijkheid te nemen, hebben zij gemeend mij te moeten ontslaan als | bestuurslid. | In dit schrijven geef ik u de achtergronden van mijn oproep aan het bestuur van Maazo. ; Mijn oproep aan de medebestuursleden is geen ondoordachte actie. Het is een weloverwogen | actie die ik als bewoner van Amsterdam Zuid Oost (Zuidoost) niet langer kon en wilde uitstellen. Voor mij is het zitting hebben in het bestuur van Maazo slechts een middel geweest en niet het doel op zich. Het doel is het realiseren van doelstellingen. Het hoger doel dat wij moeten nastreven is de kwaliteit van de dienstverlening door Maazo aan de bewoners aan te | doen sluiten op hun behoefte en Maazo professioneel en organisatorisch op een aanvaardbaar niveau te doen functioneren. Tot het doel behoort niet de afbraak van het positieve dat reeds ; door een grote inzet van bewoners en anderen (organisaties, Stadsdeel etc.) is gerealiseerd, Ì 7 Gaandeweg werd het mij duidelijk dat er geen sprake kan zijn van een bestuur die in het 7 belang van Maazo en de bewoners van Zuidoost fanctioneert. Het is duidelijk dat het hoger doel niet gerealiseerd wordt door het zittend bestuur. Als bewoner van Zuidoost word ik regelmatig geconftonteerd met klachten van bewoners en andere organisaties over het (dis)functioneren van Maazo. Getalsmatig waren wij als bewoners (twee) in het bestuur niet in staat de noodzakelijke besluitvorming in het bestuur tot stand te brengen. De fractievoorzitter van de PvdA in de stadsdeelraad kon de situatie bij Maazo op zijn zachts E uitgedrukt niet beter verwoorden dan hetgeen zij in de openbare vergadering in het najaar van | 2007 heeft gedaan. De fractievoorzitter heeft de situatie bij Maazo als “in triest” omschreven, | dit naar aanleiding van een bezoek van fractieleden aan Maazo. De wethouder heeft in dezelfde vergadering aangegeven dat de situatie bij Maazo “zorgelijk” is. | De wijze waarop Maazo wordt bestuurd kan geen ander predikaat c.q. kwalificatie toegeschreven worden dan “wanbestuur”. Wanbestuur dat ruim baan geeft aan ondeskundigheid en mismanagement in de leiding van de organisatie. Wanbestuur is naar mijn oordeel altijd ernstig en des te meer bij een organisatie die 100% gefinancierd wordt met gemeenschapsgelden. Ik kan en wil mij niet ontrekken van het feit dat ik deel heb uitgemaakt van dit wanbestuur. Ik ben mijzelf te rade gegaan en na ampele overwegingen heb ik besloten een schriftelijke oproep te doen aan mijn medebestuursleden en te vragen een andere koers te bewandelen. Het zichzelf vrijpleiten door het bestuur van het disfunctioneren van Maazo kan mt. nooit met de verwijzing dat het een bestuur op afstand is. Voor een dergelijke besturing moet wel voldaan zijn aan een aantal voorwaarden. Eén van de voorwaarden is een deskundige en ervaren leiding bij de uitvoeringsorganisatie die goede relaties kan onderhouden met organisaties en bewoners, - de politiek, - het dagelijks bestuur E van het stadsdeel, die Maazo op de kaart kan plaatsen, die zorgdraagt voor een professionele uitvoering van de aan Maazo opgedragen taken en die het bestuur juist en tijdig informeert. ‘ Aan deze voorwaarden is niet voldaan bij Maazo. ‘ Het onderstaande zult u het wanbestuur bij Maazo duidelijk maken: | e het aantrekken van de directeur heeft zich niet transparant voltrokken. Ik heb als | bestuurslid zitting gehad in de sollicitatiecommissie. Het advies van de externe | deskundige en de afweging op grond waarvan de directeur is aangesteld behoort tot | het geheim van de toenmalige voorzitter, de huidige secretaris in het bestuur. Op | voorhand was bekend dat de huidige directeur niet voldeed aan de vereiste ervaring en | de deskundigheid om leiding te kunnen geven aan de organisatie. Mondeling heeft de | procesbegeleider negatief over de aanstelling geadviseerd; | e door het bestuur vindt geen toezicht plaats op de bestedingen van Maazo. Periodieke financiële rapportages door de directeur worden niet aangeleverd. Bij Maazo is ruim baan em naar eigen believen te beschikken over middelen zonder periodieke | verantwoording; e het niet in staat zijn door Maazo om een aanvaardbaar werkplan 2008 te presenteren. Hiermee is Maazo al maanden bezig. Ambtenaren van Zuidoost, die hiervoor zijn vrijgemaakt, moeten de directeur te hulp schieten om een aanvaardbaar werkplan. op te | stellen. Op welke wijze hiermee een scheiding tussen de subsidiegever en subsidieontvanger wordt gerealiseerd is aan de Stadsdeelraad om vast te stellen. Op | deze wijze heeft het bestuur van Maazo de incompetentie en het brevet van | onvermogen van de dagelijkse leiding prominent geëtaleerd; e het bestuur en de directie onderschatten het belang van een aanvaardbaar werkplan. In hun optiek zal het Stadsdeel zichzelf een politieke afgang besparen en moeten | overgaan tot het verstrekken van een subsidiebeschikking. Voorts wordt gerekend op de contacten van de directeur bij het ambtelijke apparaat en de bescherming door de wethouder. Deze zal dan zorgdragen dat er voor Maazo (het bestuur en de directeur) geen nadelige besluiten worden genomen. Waarop deze veronderstelling is gebaseerd is mij nief duidelijk; e het bewust onjuist informeren van de wethouder (Maazo rapportage over prestaties). Voorafgaande aan een overleg tussen de wethouder in 2007 en een afvaardiging van het bestuur, zijn onder het mom van “alle neuzen in één richting” de bestuursleden (twee waarvan ondergetekende één was) door de voorzitter onder druk gezet om de onjuiste informatieverstrekking aan de wethouder niet te signaleren tn het gesprek. In september 2007 heb ik de wethouder over dit gebeuren geïnformeerd; » het ongestraft vertrappen van statutaire regels door vooral de voorzitter ten aanzien van de besluitvorming; e bij Maazo is vanaf het aantreden van de directeur letterlijk en figuurlijk een verziekte | sfeer bij de organisatie ontstaan. Het inroepen van externe bemiddeling tussen personeelsleden en de directeur is frequent en bekend. Met name de voorzitter is ‘ hiervan op de hoogte. Het ontbreken van erkenning van ervaring, motivering, en | deskundige coaching leidt tot demotivatie. Dit is een onderdeel van mismanagement | bij Maazo; | « naar aanleiding van de verziekende sfeer als gevolg van mismanagement bij Maazo | heeft de voorzitter, trouwens niet volgens de statutaire regels, een medebestuurslid als | vertrouwenspersoon voor het personeel aangesteld. Een aantal personeelsleden heeft | tegen de aanstelling van dit bestuurslid schriftelijk geprotesteerd. De wethouder heb ik | over deze aanstelling geïnformeerd, die toen aangaf dat dit niet door de beugel kan. Ik | heb de voorzitter gevraagd naar de motivatie van deze aanstelling. Als motivatie werd | aangegeven dat hij dan verzekerd is dat het personeel zich niet zou wenden tot de | vertrouwenspersoon. Hoe erger kan het? Het voorgaande behoeft mijnerzijds geen | nadere uitwijding; | e naar aanleiding van aanwijzingen van mismanagement bij Maazo zouden twee | bestuursleden maandelijks op de werkvloer aanwezig, zijn. Het zal u duidelijk zijn dat het niet realiseren van dit besluit in overeenstemming is met het wanbestuur; s gedurende lange perioden zijn en worden externen (“organisatie deskundigen”) | ingehuurd om de ondeskundigheid en mismanagement bij de directie van Maazo te | camoufleren. Het bestuur heeft zich nooit bekommerd om de resultaten (evaluaties c.q. rapportages) van de inzet van deze “deskundigen”. Het probleem bij Maazo wordt door deze inzet echter niet opgelost. Geen enkele deskundige zal resultaat boeken als | het echte probleem door het bestuur niet wordt opgelost. Ik heb aan de voorzitter schriftelijk vragen gesteld over o.a. de inhuur van deze externe “deskundigen”. De | voorzitter had het op zich genomen om hierover nader onderzoek te doen. Hierover | heb ik nooit antwoord gekregen; | © het bureau Integriteit heeft een onderzoek ingesteld naar de aanstelling bij de organisatie van een aangetrouwde familie van de directeur. Een transparante sollicitatieprocedure heeft voorzover mij bekend niet plaatsgevonden. De directeur | heeft het bestuur medegedeeld dat de wethouder haar heeft geïnformeerd dat de klacht bij het bureau Integriteit vanuit Maazo is gedaan. Het is mij niet bekend of de 3 mededeling van de directeur over de wethouder op waarheid berust. De uitkomst van het onderzoek van het bureau Integriteit ís nog niet bekend (niet bij het bestuur). Het getuigt van naïviteit en een gebrek aan inlevingsvermogen om in een kleine organisatie als Maazo een dergelijke relatie tussen leidinggevende en een medewerker te hebben. Het behoeft geen betoog dat de impact van een dergelijke relatie invloed zal hebben op het onderlinge vertrouwen van de medewerkers en de werksfeer. Het bestuur heeft nagelaten afdoende maatregelen te treffen om te voorkomen dat er scheve verhoudingen ontstaan (personeelsbeoordeling, beloning, etc); e in de Maazo bestuursvergaderingen gaf de directeur vaak bewust onjuiste informatie, vooral als het personele aangelegenheden betrof. Dit heeft mijn vertrouwen in de dagelijkse leiding verder doen afnemen. Dit is desastreus voor een bestuur, Het meest : kwalijke is dat het bestuur na constateringen van onjuiste informatieverstrekking niet die maatregelen trof om dergelijke misteiding te voorkomen; | | e vanuit de Maazo organisatie zijn schriftelijk pogingen (door één medewerker) | ondernomen om leden (de voorzitter en ondergetekende) van het bestuur in een kwaad | daglicht te plaatsen. Dit vond met advies of op instigatie van de directeur plaats. In een | recentelijk bestuursvergadering heeft de directeur in één geval na aandringen haar rol | hierin toegegeven. In hoeverre de betreffende medewerker voor de acties is of wordt | beloond is mij niet bekend. Inzage (of goedkeuring) in het beloningsbeleid | (gratificaties, extra periodieken etc) bij Maazo heeft het bestuur niet; e het disfunctioneren van Maazo wordt op lafhartige door de directeur en de voorzitter | toegeschreven aan het personeel en fracties binnen het bestuur; | e het toestaan dat de medewerkers niet meer tussen de mensen staan maar afstand | houden. Het personeel moet zich op gezag van de directeur op kantoor bevinden | (kantoorbaan). Straatwerk c.q. dagelijkse contacten met de bewoners in de wijk is minimaal. Het bestuur verricht geen toezicht op de effectieve inzet van het Maazo personeel; 2 e het ontberen van aandacht voor de (aanvullend) individuele opleiding c.q. training van 7 het personeel op de werkvloer. Een opleidingsplan op functieniveau is nooit | voorgelegd of besproken in het bestuur. Gezien de wijze waarop Maazo wordt geleid zal het mij niet verbazen als de directeur zich wel goed heeft toebedeeld in Ì aanvullende cursussen etc. De goedkeuring hiervan en de bewaking van de relevantie | en de kosten van de cursussen door het bestuur vindt niet plaats. Zoals ik u reeds aangaf ontbreekt enige vorm van periodieke financiële rapportage aan het bestuur. De beoordeling van de tijdsbesteding van de directeur door het bestuur vindt niet plaats. De directeur geniet de vrijheid om in de tijd van Maazo activiteiten voor een derde te ij kunnen verrichten. | Wat u mij mag aanrekenen is dat ik medeverantwoordelijk ben voor het wanbestuur bij Maazo. Dit zal en wil ik niet ontkennen. Ik heb mij als bestuurslid wel ingezet om | corrigerende maatregelen door te voeren. Ik ben hierin niet geslaagd. Ik zal niet ontkennen dat mijn medebestuurslid afkomstig uit Zuidoost ook op cruciale momenten op is gekomen voor | het belang van de organisatie en de bewoners. | Ik had gehoopt dat het bestuur van Maazo waar ik deel aan had, een organisatie had | gerealiseerd met sterke wortels in de samenleving van Zuidoost. Dit is jammer genoeg niet het | geval, daarin heb ik ook gefaald. Wat er wel is gerealiseerd is dat onder leiding van het | huidige bestuur van Maazo de afbraak van de dienstverlening aan de bewoners van Zuidoost | voortvarend plaatsvindt. Voorzover de bewoners bekend zijn met Maazo willen zij bij voorkeur geen bemoeienis met deze organisatie hebben. | De bewoners verwachten gegeven de ernstige constateringen van de fractievoorzitter van de i PydA en de wethouder, dat de oorzaken van de problemen bij Maazo op korte termijn worden opgelost. U mag van mij aannemen dat de problemen niet worden opgelost door een aanvaardbaar werkplan 2008 of een “gelikte” presentatie van Maazo. | Als mijn uitreden uit het bestuur van Maazo het functioneren van Maazo zou verbeteren, ZOU ik met alle genoegen mijn deelname in het bestuur al eerder hebben beëindigd. U weet echter net als ik dat mijn ontslag uit het bestuur niet de oplossing is voor het wanbestuur en | mismanagement bij Maazo. Als rechtgeaarde bewoner van Zuidoost wil ik geen deel meer hebben in het wanbestuur en het gesol met het belang van de organisatie en van de bewoners. Gaarne ben ik bereid u nader mondelinge toelichting te verstrekken. 7 Hoo gachtend, Iv RAS ; ep | __Margo Grep Adres: Kloekhorststraat 191 1104 MN Amsterdam Zuidoost |
Raadsadres
6
test
| ä N » ter 5 EN FN , en Sn l P MN a! A 1 ZN \ f EEN ER \ LJ ' hd L / í ij Ig km Ô \ E | Á ij JN í ‚LEN td OE ok ie ) SE ZEN iN IN \ h | rk ‘ NTR ) Ke Gi be Be TA AS \ ee E 7 D d N OT S Î ms d N zi \ î ka Rn We pk as? k ‚ME id & vS 5 0 DR Ea k gd oe: d eK , E _ - se Ë d E oe, jé EN ie kf ze Ee E | NEE. Dr] N | g PF, S Ë : …À hs Di | / / Ig Pi 7 ‘Mentaal een dieptepunt, ‘Hoe kom ik fatsoenlijk terug maar veel tijd om aan în de samenleving? Hoe bouw mezelf te kunnen werken. ik mijn leven weer op?’ ‘Buiten sporten toen dat ‘Er was geen uitlaatklep in de kon en veel gewandeld. weekenden, daardoor ging ik uit verveling iets anders doen zoals wiet roken.” Deze factsheet geeft informatie komen in Amsterdam even vaak voor als over het welzijn, de lichamelijke en onder leeftijdgenoten in Nederland. mentale gezondheid en het genot- middelengebruik van Amsterdamse Het genotmiddelengebruik in deze jongvolwassenen (16-25 jaar) en de groep vraagt aandacht. Amsterdamse impact van de coronacrisis. De cijfers jongvolwassenen roken vaker en zijn zijn gebaseerd op de Corona Gezond- vaker een ‘zware drinker’ dan gemiddeld heidsmonitor Jongvolwassenen 2022 in Nederland. Daarnaast wordt er in uitgevoerd door de GGD Amsterdam. Amsterdam veel drugs gebruikt; het cannabisgebruik wekelijks ligt op 23%, De Corona Gezondheidsmonitor het gebruik van harddrugs maandelijks is Jongvolwassenen 2022 is een ke landelijke online monitor die is uitgevoerd in april - augustus 2022. Wat zijn de effecten van de Na het vervallen van bijna alle coronaperiode? maatregelen eind maart 2022, zoals De invloed van corona verschilt van het dragen van een mondkapje in persoon tot persoon; er zijn positieve het OV, speelt corona vanaf april en negatieve gevolgen. Amsterdamse 2022 een steeds kleinere rol in het jongvolwassenen geven vaker dan dagelijks leven. in de rest van Nederland aan dat de invloed van corona (heel) negatief was Wat valt het meeste op? (48% versus 43%). Bijna driekwart van Jongvolwassenen zijn kwetsbaar op de jongvolwassenen (73%) geeft aan het thema mentale gezondheid: zes op door de coronaperiode hulp of steun de tien Amsterdamse jongvolwassenen nodig te hebben gehad; dat is vaker hebben psychische klachten en dat dan in Nederland (64%). Ongeveer zes is vaker dan gemiddeld in Nederland op de tien jongvolwassenen hebben (60% versus 53%). Ook zijn Amster- corona gerelateerde gebeurtenissen damse jongvolwassenen (heel) vaak meegemaakt (excl. corona gehad) gestrest, meer dan gemiddeld in en 18% heeft daar nog last van. Ook Nederland (Amsterdam 57%, Nederland dit is vaker dan in Nederland. Van 48%). Meer dan een kwart van de de Amsterdamse jongvolwassenen jongvolwassen in Amsterdam is ernstig ervaart 13% negatieve gevolgen door eenzaam (27%); dit verschilt niet van de uitgestelde zorg. rest van Nederland. Suïcidegedachten Contact De afdeling Gezond Leven van de GGD kan en wil graag ondersteunen bij de interpretatie van deze cijfers en kan adviseren over het aanbod van preventie- programma’s en welke vervolgacties u kunt nemen. Ook voor meer informatie over dit onderzoek en uw wensen voor vervolgonderzoek kunt u contact opnemen met ® LA © Lichamelijke gezondheid CVA LR ervaart zijn/haar gezondheid Sh is vaak tot voortdurend gelukkig als (zeer) goed in de afgelopen 4 weken ”® Nederland A Nederland w Bewegen SPA) beweegt 5 of meer dagen per 67% sport wekelijks week minimaal een half uur © Dn ® Nederland Nederland er zj e ® Mentaal welbevinden 10 AN heeft heeft WAAR voelt zich (heel) vaak À © psychische ernstige gestrest klachten psychische ® (MHI-5) klachten Nederland Nederland Nederland SY. AN is eenzaam is sterk EPA heeft de laatste heeft eenzaam 12 maanden (heel) een enkele keer vaak tot heel vaak suïcide- suïcidegedachten gedachten gehad Nederland Nederland Nederland Nederland Jongvolwassenen en de coronaperiode 3 Mentaal welbevinden — vervolg el0 WM is voldoende weerbaar KHM herstelt naeen moeilijke eriode meestal weer snel ®. p B. Nederland Nederland KWÁANR vindt het makkelijk om 45% Mn (heel) veel vertrouwen stressvolle gebeurtenissen r in zijn/haar eigen toekomst gg Is Is te doorstaan Nederland Nederland Amsterdam mentaal gezond - Thrive actief in Amsterdam Uit eerdere cijfers van de AGM (Amsterdamse Gezondheidsmonitor) blijkt dat een stijgende trend van mentale klachten, onder jongvolwassenen, al voor de coronapandemie is ingezet. Voor ernstige psychische klachten en eenzaamheid zien we dat deze opwaartse ontwikkeling al in respectievelijk 2008 en 2012 is begonnen. Iedereen krijgt te maken met uitdagingen, bovendien leven we in een complexe tijd die steeds weer een beroep doet op ons vermogen om ons aan te passen aan veranderingen. Het leven in een grote stad als Amsterdam doet daar nog een schepje bovenop. Er zijn meer stressfactoren en minder plekken waar je tot rust kan komen dan in een rurale omgeving. Ook is de sociale cohesie minder sterk waardoor sociale steun van mensen in de directe omgeving niet altijd vanzelfsprekend is. Vandaar dat de GGD Amsterdam vanaf 2019 samen met Amsterdammers, lokale organisaties en professionals onder de titel Amsterdam mentaal gezond- Thrive inzet op verbeteren van de veerkracht en mentale gezondheid van Amsterdam- mers. Daarbij is vanaf de start veel aandacht voor jongvolwassenen door het bespreekbaar maken van mentale gezondheid en het verbeteren van een goed preventief aanbod. Ook de komende jaren speelt het programma een belangrijke rol in het voorkomen van het ontstaan en verergeren van mentale klachten door het initiëren en organiseren van initiatieven en projecten in een programmatische aanpak. 4 Jongvolwassenen en de coronaperiode Middelengebruik VACWAM heeft de laatste 4 weken PACH AM is een zware drinker (minstens alcohol gedronken 1x per week 6 (man) / 4 (vrouw) glazen of meer per dag Nederland Ï En Nederland N © A l VPAGR rookt wekelijks tabak VINZN heeft de laatste 4 weken se: cannabis gebruikt pr Nederland ®- Nederland e UMB neeft de laatste 4 weken VAA heeft de laatste 4 weken XTC gebruikt cocaïne gebruikt Nederland &) Nederland ® AREN heeft de laatste 4 weken 2C-B, 3-MMC, 4-MMC, Amfetamine, Cocaïne, GHB, Ketamine, Paddo's, truffels of XTC gebruikt (harddrugs) Nederland @ 2 Inzet preventie middelenverbruik in Amsterdam De cijfers met betrekking tot middelengebruik in Amsterdam laten zien dat preventie van problematisch middelengebruik onder jongvolwassenen (zwaar drinken, tabak roken en problematisch gebruik van andere drugs) zowel in de afgelopen jaren als in de komende tijd een aandachtspunt is en blijft voor Amsterdam. Met een programmatische aanpak om de preventie te verbeteren, zet Amsterdam, samen met partners, in op het verlagen van de gezondheidsschade als gevolg van het gebruik van middelen. Amsterdam is een stad met een groot uitgaanscircuit en jaarlijks diverse grote evene- menten. Daarnaast is Amsterdam een studentenstad met verschillende universiteiten, hogescholen en mbo-instellingen. Deze karakteristieken van de stad dragen bij aan een samenstelling van de jongvolwassenen populatie die waarschijnlijk anders is dan in de rest van Nederland. Hier wonen jongvolwassenen voor wie het uitgaanscircuit en de andere faciliteiten die de ‘grote’ stad biedt aantrekkelijk zijn. Jongvolwassenen en de coronaperiode 5 ® Impact coronaperiode EWA heeft het als (heel) positief NIN heeft het zowel positief ervaren ® als negatief ervaren ® Nederland Nederland VRK N heeft het als (heel) negatief KAM heefter geen invloed ervaren van ondervonden ® Nederland Nederland VEN AR had doorde coronaperiode 8% Wen bij een probleem bij niemand hulp of steun nodig terecht én had door corona ne? extra hulp nodig NU ® Nederland Nederland 18% Mr nog last van één of meer Eh heefteen verhoogde kans op coronagerelateerde gebeurte- ernstige psychosociale klachten nissen die hij/zij heeft meegemaakt Nederland * Nederland eg” VAS AM heeft te maken gehad met CHN ervaart negatieve gevolgen uitgestelde zorg © van uitgestelde zorg E Cn Nederland Nederland 1 T Ee 6 Jongvolwassenen en de coronaperiode Corona Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen 2022 De Corona Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen 2022 is een eerste landelijke meting om de impact van corona op gezondheid, leefstijl en het welzijn van jongvolwassenen in kaart te brengen. Hiervoor hebben 1.955 Amsterdamse jongvolwassenen van 16-25 jaar een online vragenlijst ingevuld. Jongvolwassenen van 16-25 jaar zijn benaderd via social media en intermediairs. In totaal hebben 69.750 jongvolwassenen uit Nederland de vragenlijst ingevuld. Naast het vragenlijstonderzoek is er aanvullend kwalitatief onderzoek gedaan door Stichting Alexander. Middels focusgroepen en interviews is aan jongvolwassenen uit heel Nederland gevraagd hoe zij de coronaperiode hebben ervaren. Op de voorpagina van deze rapportage hebben we, ter ondersteuning van de cijfers, enkele quotes uit de focusgroepen opgenomen. Het rapport met alle resultaten van het kwalitatief onderzoek volgt later in 2023. Met de Corona Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen 2022 geven GGD'en inzicht in de fysieke en mentale gezondheid en leefstijl van jongvolwassenen tijdens en na de coronaperiode op landelijk, regionaal en gemeentelijk niveau. De resultaten van het onderzoek vormen een belangrijke basis voor de ontwikkeling en invulling van lokaal jeugd- en gezondheidsbeleid. Gemeenten zijn vanuit de wet verplicht om de gezondheidssituatie van hun inwoners in kaart te brengen, ook na rampen en crisissen. De coronacrisis is daar één van. Gemeenten laten deze wettelijke taak uitvoeren door GGD'en. Meer details over Amsterdamse jongvolwassenen vindt u in een tabellenboek via ggdgezondheidinbeeld.nl Landelijke en regionale cijfers zijn te vinden op: website RIVM Netwerk GOR (Gezondheidsonderzoek bij Rampen) De GGD'en voeren de Corona Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen 2022 uit in het kader van de Integrale (populatie-brede) Gezond- heidsmonitor COVID-19. Hierbij wordt samengewerkt met GGD GHOR Nederland, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), het Nivel en ARQ Nationaal Psychotrauma Centrum, die samen het netwerk GOR vormen. Het onderzoek is bedoeld om de fysieke en mentale gezondheidseffecten als gevolg van de coronacrisis onder de Nederlandse bevolking inzichtelijk te maken. ZonMw is namens het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) opdrachtgever van de monitor en faciliteert verbinding tussen lopende onderzoeken. ZonMw Colofon GGD Amsterdam, maart 2023 Afdeling Gezond Leven www.ggd.amsterdam.nl Fotografie: Edwin van Eis Vormgeving: Vorm de Stad
Factsheet
8
train
x Gemeente Amsterdam R Gemeenteraad % Gemeenteblad % Motie Jaar 2020 Afdeling 1 Nummer 240 Ingekomen onder AR Ingekomen op donderdag 13 februari 2020 Behandeld op donderdag 13 februari 2020 Status Verworpen Onderwerp Motie van leden Boomsma en Bloemberg-lssa inzake Beantwoording vragen raadslid Boomsma inzake bouwplan Halvemaansteeg historische panden niet slopen omwille van het vereenvoudigen van bouwprocessen indien andere opties bestaan. Aan de gemeenteraad Ondergetekenden hebben de eer voor te stellen: De raad, gehoord de beraadslaging over de bouwplannen Halvemaansteeg 4-6 en Amstel 46 en 50, overwegende dat: -__een historisch pand met orde-3 op deze bouwlocatie in de historische binnenstad status illegaal is gesloopt; -__ daardoor geen nader onderzoek kon worden verricht naar de mogelijke andere historische en architectonische waarde ervan; - de schitterende en monumentale binnenstad is aangewezen als Rijksbeschermd Stadsgebied en Unesco erfgoed; -__daarvan door de gemeente geen aangifte is gedaan; -__de illegale sloop niet is bestraft en er uiteindelijk geen consequenties aan zijn verbonden noch de opdracht is gegeven tot herbouw; - het bestaande bouwplan niet gebouwd had kunnen worden als het gesloopte inpandige pand was blijven staan; dat een buitengewoon slecht precedent schept, Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: dat historische panden, inclusief Orde-3 panden, niet gesloopt mogen worden met als doel het proces van een nieuwbouw of verbouwing te vergemakkelijken, maar dat eventuele ontwikkelaars dan moeten worden verzocht om alternatieven te vinden. De leden van de gemeenteraad D.T. Boomsma J.F. Bloemberg-lssa 1
Motie
1
discard
Î € ie e re ds hd d m ke Td „Va Vn Se nn AS Na” AT EE (is di, W B. rd el Ja ' P gn tn SS Áo sn Bd 7 Pd Le : Th Lj OA \ B % N n > zi NE ss” É Bs $ —e ’ Ne Ô À d p ij É gj k Kk Ei & LN de RET AR Da y È ' Ee Ve st Se Ke + % k A KA Kd DE ek et 4 ar A fl h / es ; RE k On « 4 i f N ie Ee. ! t Ns b Ar A zn 6 en " : 4 eK Zan | B & / 4 de dd Ge EA 8 B 4 he ed Os / / . on 5 A pe al F A RE à Ee er vd # EP MK md Ì 2 H. ‚N Á At k, à PN - 3 AE Ee ATF RE MAE C bn } & // iN A á en ij á Ian 4 \ hs ä ij ET \ k _N \ ie } 7 Bezoekers et e A venementen LOERT Ke Tan | : 8 We EN E E ak \ PANT hf | nea k' ge ‘ A ek Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Bezoekers evenementen Amsterdam In opdracht van het Stedelijk Evenementen Bureau Projectnummer 16206 Lieselotte Bicknese Esther Jakobs Bezoekadres: Oudezijds Voorburgwal 300 Telefoon 020 251 0424 Postbus 658, 1000 AR Amsterdam www.ois.amsterdam.nl Amsterdam, november 2016 Foto voorzijde: Uitzicht Westertoren, fotograaf Cecile Obertop (2014) 2 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Bezoekers evenementen Amsterdam Inhoud Samenvatting 4 Inleiding 6 Onderzoeksvraag, werkwijze en respons 6 1 Samenstelling bezoekers 7 1.1 Bijna de helft van de bezoekers komt vit Amsterdam 7 1.2 Alle leeftijdsgroepen bezoeken evenementen 8 1.3 Ruim één op de vijf komt met een groep van 6 of meer personen 8 1.4 Bijna kwart Amsterdamse bezoekers is met iemand van buiten de stad gekomen 9 2 Meerdaagse festivals 11 2.1 Meerdaagse festivals meestal 1 dag bezocht 11 2.2 Botenparade EuroPride 11 3 Andere activiteiten in de stad 13 3.1 Bijna helft niet-Amsterdamse festivalbezoekers voor evenement naar Amsterdam gekomen 13 3.2 Kwart niet-Amsterdamse festivalbezoekers blijft meer dan 1 dag 14 3.3 Bijna een op drie bezoekers die langer blijven logeert in een hotel 15 3.4 Helft bezoekers onderneemt ook andere activiteiten in Amsterdam 16 4 Uitgaven 18 4.1 Festivalbezoeker verwacht gemiddeld 64 euro te besteden in Amsterdam op dag evenement 18 5 Communicatie 21 5.1 Negen van de 10 bezoekers gebruiken social media op telefoon 21 5.2 Datum botenparade: via via, social media, media en algemene kennis 21 3 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Bezoekers evenementen Amsterdam Samenvatting In 2016 heeft de gemeente Amsterdam uitgangspunten voor nieuw evenementenbeleid geformuleerd dat moet leiden tot ‘Het vinden van een balans tussen (veilig) feesten en het voorkomen van onredelijke belasting op de omgeving en de stad.’ De gemeenteraad heeft het nieuwe beleid ter kennisname aangenomen en enkele aanvullende vragen gesteld, waaronder: 1: Wat is het percentage Amsterdammers onder bezoekers van evenementen? 2: Wat is de toegevoegde economische waarde van evenementen? De toegevoegde economische waarde wordt gemeten als: = Uitgaven op evenemententerrein = Uitgaven in rest van de stad Om deze vragen te beantwoorden heeft het SEB aan OIS gevraagd een onderzoek uit te voeren onder de bezoekers van zeven evenementen. De vragenlijst is ingevuld door 3.263 bezoekers van zeven door OIS geselecteerde evenementen. Percentage Amsterdammers onder bezoekers evenementen: 48% Bijna de helft (48%) van de ondervraagde bezoekers is afkomstig vit Amsterdam. Daarnaast komt 15% uit de overige gemeenten in de Metropoolregio. De meeste overige bezoekers (29%) komen vit andere Nederlandse gemeenten en 8% is afkomstig uit het buitenland. Het aandeel Amsterdammers verschilt per festival. Bij de kleinere, meer buurtgerichte festivals (Noorderparkfestival en Bier West) is hun aandeel het hoogst. In absolute aantallen is de aanwezigheid van Amsterdammers het grootst bij de botenparade van de Europride (43% van bij benadering 700.000 bezoekers). Pleinvrees en Cityswim trekken relatief veel bezoekers van buiten de regio. Bezoekers evenementen naar woonplaats, procenten (n=3.263) Amsterdam Amsterdam Nederland buitenland onbekend _ totaal Botenparade EuroPride 43 14 25 16 2 100 Prinsengrachtconcert 32 12 32 21 2 100 Jordaanfestival bh 29 24 3 1 100 Pleinvrees 28 9 54 9 1 100 Noorderparkfestival 89 6 4 1 - 100 City Swim 27 15 51 7 - 100 Bier West 72 10 13 4 1 100 totaal 48 15 29 8 1 100 Bezoekers van buiten de stad geven gemiddeld € 93,68 uit op de dag van het evenement Bezoekers aan de zeven geselecteerde evenementen verwachten gemiddeld €64,11 uit te geven op de dag van het evenement: Amsterdammers gemiddeld € 36,05 en bezoekers van buiten de stad gemiddeld € 93,68. 4 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Bezoekers evenementen Amsterdam Hoeveel verwacht u vandaag in totaal uit te geven in de stad? Euro's (n=3.222) Amsterdam 36,05 Metropoolregio A'dam 65,46 elders vit Nederland 87,17 buitenland 152,19 totaal 64,11 Bezoekers van de gratis openluchtfestivals verwachten gemiddeld het meest uit te geven. Deze evenementen worden vaak gecombineerd met horecabezoek, winkelen en/of musea. Op basis van dit onderzoek kan geen onderscheid worden gemaakt naar uitgaven op het festivalterrein en inde rest van de stad. Hoeveel geld verwacht u vandaag in totaal uit te geven in de stad? Euro’s (n=3.222) Botenparade EuroPride 91,37 Prinsengrachtconcert 86,36 City Swim 76,11 Pleinvrees 71,36 Jordaanfestival 68,62 Bier West 45,82 Noorderparkfestival 18,45 totaal 64,11 Bezoekers geven meer vit naarmate zij met een grotere groep naar Amsterdam komen en/of meerdere dagen in stad verblijven. De leeftijd van de bezoekers heeft geen sterke invloed op de hoogte van de uitgaven. Overige opvallende punten n De meeste bezoekers komen in een klein gezelschap van maximaal vier personen. Ruim één op de vijf komt in een grotere groep. Dit zijn vaker jongeren en mensen uit Nederland van buiten de Metropoolregio. = Een kwart van de Amsterdamse bezoekers gaat samen met iemand van buiten de stad naar het evenement. = Vande evenementenbezoekers onderneemt 48% ook andere activiteiten in de stad. = Bijna de helft (45%) van de evenementbezoekers van buiten de stad zou die dag niet naar Amsterdam zijn gekomen als het evenement niet had plaatsgevonden. = Bezoekers die speciaal voor het evenement zijn gekomen blijven meestal maar één dag (85%). = Een kwart van de evenementbezoekers van buiten de stad blijft meerdere dagen in Amsterdam. Een groot deel van hen (37%) blijft logeren bij familie of vrienden, 32% boekt een hotel en 12% boekt een accommodatie via Airbnb. = Negen van de tien bezoekers hebben een telefoon waarop zij gebruik maken van social media. 5 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Bezoekers evenementen Amsterdam Inleiding Onderzoeksvraag, werkwijze en respons In 2016 heeft de gemeente Amsterdam uitgangspunten voor nieuw evenementenbeleid geformuleerd dat moet leiden tot ‘Het vinden van een balans tussen (veilig) feesten en het voorkomen van onredelijke belasting op de omgeving en de stad.’ De gemeenteraad heeft het nieuwe beleid ter kennisname aangenomen en enkele aanvullende vragen gesteld, waaronder de volgende: 1: Wat is het percentage Amsterdammers onder bezoekers van evenementen? 2: Wat is de toegevoegde economische waarde van evenementen? De toegevoegde economische waarde wordt gemeten als: = Uitgaven op evenemententerrein = Uitgaven in rest van de stad Het Stedelijk Evenementen Bureau (SEB) heeft in augustus 2016 aan OIS gevraagd bovenstaande vragen te beantwoorden. Mede omdat op dat moment een groot deel van de evenementen van 2016 al had plaatsgevonden is gekozen voor een beperkte onderzoeksopzet. Bij 7 door OIS geselecteerde evenementen hebben enquêteurs van OIS de bezoekers een aantal vragen voorgelegd waarmee de onderzoeksvragen beantwoord kunnen worden. De vragenlijst is zowel in het Nederlands als het Engels beschikbaar. De vragenlijst is in totaal door 3.263 bezoekers ingevuld, waarvan 8% in het Engels. Tijdens de Botenparade van de EuroPride zijn naast de basisvragenlijst nog een aantal aanvullende vragen gesteld. De volgende evenementen die zijn geselecteerd voor het onderzoek: City Swim Marineterrein, Oosterdok, 11 september 75.000 452 Nieuwe Herengracht, Amstel, Keizersgracht EEN 6 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Bezoekers evenementen Amsterdam 1 Samenstelling bezoekers 1.1 Bijna de helft van de bezoekers komt vit Amsterdam Bijna de helft (48%) van de ondervraagde bezoekers van zeven evenementen in Amsterdam zijn afkomstig vit Amsterdam. Daarnaast komt 15% uit de overige gemeenten in de Metropoolregio. De meeste overige bezoekers (29%) komen uit andere Nederlandse gemeenten en 8% is afkomstig uit het buitenland. Het aandeel buitenlandse bezoekers is relatief hoog bij gratis evenementen in de openbare ruimte van het centrum van de stad (Botenparade EuroPride en het Prinsengrachtconcert). Landelijk bekende festivals trekken relatief veel bezoekers uit de rest van het land, waarbij de bezoekers van het Jordaanfestival vaak vit de Metropoolregio komen. Op meer buurtgerichte festivals (Noorderparkfestival en Bier West) komen voor het merendeel Amsterdammers af. Bezoekers evenementen naar woonplaats, procenten (n=3.263) Metropoolregio elders uit Amsterdam Amsterdam Nederland buitenland onbekend _ totaal Botenparade EuroPride 43 14 25 16 2 100 Prinsengrachtconcert 32 12 32 21 2 100 Jordaanfestival bh 29 24 3 1 100 Pleinvrees 28 9 54 9 1 100 Noorderparkfestival 89 6 4 1 - 100 City Swim 27 15 51 7 - 100 Bier West 72 10 13 4 1 100 totaal 48 15 29 8 1 100 Een derde van de bezoekers aan de evenementen zegt direct bij de locatie of in de buurt te wonen (33%), oftewel 64% van alle Amsterdamse bezoekers. Bezoekers evenementen naar woonplaats, procenten (n=3.263) direct aan de locatie inde buurt _ nietinde buurt _geenantwoord totaal Botenparade EuroPride 4 12 81 3 100 Prinsengrachtconcert 11 11 78 - 100 Jordaanfestival n.b. n.b. n.b. n.b. n.b. Pleinvrees 9 13 71 1 100 Noorderparkfestival 56 15 29 1 100 City Swim 10 9 80 1 100 Bier West 21 22 56 1 100 totaal van alle bezoekers 19 14 66 1 100 totaal Amsterdamse bezoekers 38 26 34 1 100 7 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Bezoekers evenementen Amsterdam 1.2 Alle leeftijdsgroepen bezoeken evenementen De Botenparade EuroPride trekt bezoekers van alle leeftijden. De overige evenementen zijn allemaal meer aantrekkelijk voor een bepaalde leeftijdsgroep. Het Prinsengrachtconcert, het Jordaanfestival en City Swim worden relatief veel bezocht door 50-plussers. Pleinvrees en Bier West trekken een relatief jong publiek en het Noorderparkfestival heeft veel bezoekers tussen 36 en 49 jaar. Bezoekers evenementen naar woonplaats, procenten (n=3.263) <25 jaar 26-35 36-49 50+ totaal Botenparade EuroPride 19 31 23 27 100 Prinsengrachtconcert 9 17 27 47 100 Jordaanfestival 20 21 21 38 100 Pleinvrees 57 37 6 1 100 Noorderparkfestival 8 22 42 28 100 City Swim 12 19 30 39 100 Bier West 26 53 17 4 100 totaal van alle bezoekers 22 28 23 27 100 1.3 Ruim één op de vijf komt met een groep van 6 of meer personen De meeste bezoekers (72%) gaan in een klein gezelschap van maximaal 4 personen naar een evenement. Evenementen die relatief veel groepen trekken van zes of meer personen zijn de Botenparade EuroPride, Pleinvrees en City Swim. Met hoeveel mensen bezoekt u vandaag het evenement, inclusief uzelf? naar evenement, procenten (n=3.263) jn P] 3 4 E) 6-10 INES totaal Botenparade EuroPride 10 28 14 13 10 13 12 100 Prinsengrachtconcert 9 49 12 14 3 8 7 100 Jordaanfestival 7 bh 12 15 6 11 4 100 Pleinvrees 1 23 15 13 8 30 10 100 Noorderparkfestival 13 33 22 13 8 8 4 100 City Swim 9 30 12 14 7 18 11 100 Bier West 2 41 17 19 8 11 2 100 Totaal 7 36 15 14 7 14 7 100 8 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Bezoekers evenementen Amsterdam 50-Plussers gaan vaker in hun eentje of met z'n tweeën naar een evenement dan jongere leeftijdsgroepen. Bezoekers onder de 25 jaar gaan relatief vaak in een groep van zes personen of meer. Met hoeveel mensen bezoekt u vandaag het evenement, inclusief uzelf? naar woonplaats, procenten (n=3.263) jn P] 3 ä E) 6-10 INES totaal <25 jaar 2 31 15 14 8 22 9 100 26-35 jaar 5 34 15 15 8 15 7 100 36-49 jaar 7 29 19 17 8 14 6 100 50+ 14 47 Ke) 12 4 Ke) 6 100 Totaal 7 36 15 14 7 14 7 100 Nederlanders van buiten de Metropoolregio Amsterdam komen relatief vaak in een groep naar Amsterdamse evenementen (31% 6 of meer personen). Bezoekers uit het buitenland zijn vaak met Z'n tweeën (44%). Met hoeveel mensen bezoekt u vandaag het evenement, inclusief uzelf? naar woonplaats, procenten (n=3.263) jn P] 3 ä E) 6-10 INES totaal Amsterdam 10 37 16 13 7 12 5 100 Metropoolregio Amsterdam 5 37 17 17 8 11 6 100 elders vit Nederland 4 30 12 15 7 21 10 100 buitenland 8 bh 13 14 6 10 5 100 totaal 7 36 15 14 7 14 7 100 1.4 Bijna kwart Amsterdamse bezoekers is met iemand van buiten de stad gekomen Ruim een derde van de bezoekers uit de Metropoolregio (34%) bezoekt het evenement samen met minstens één Amsterdammer. Bij de bezoeker vit de rest van het land gaat het om bijna een kwart (23%). Hoe is uw gezelschap samengesteld? naar woonplaats respondent, procenten (n=2.923) alleen alleen Amsterdammersen _ mensen van Le Amsterdammers mensen van elders RE ingevuld | totaal Amsterdam 74 23 2 1 100 Metropoolregio Amsterdam 4 30 66 1 100 elders vit Nederland 1 22 77 1 100 buitenland 2 17 81 4 100 totaal 37 24 39 1 100 9 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Bezoekers evenementen Amsterdam Evenementen waar Amsterdammers en mensen van buiten de stad relatief vaak samen naar toe gaan zijn de Botenparade van de EuroPride, Pleinvrees en Bier West. Hoe is uw gezelschap samengesteld? naar evenement, procenten (n=2.923) alleen alleen Amsterdammers en __ mensen van niet Amsterdammers mensen van elders IE ingevuld _ totaal Botenparade EuroPride 21 29 43 7 100 Prinsengrachtconcert 19 25 56 1 100 Jordaanfestival 35 22 43 1 100 Pleinvrees 13 30 57 - 100 Noorderparkfestival 79 13 6 1 100 City Swim 22 23 55 - 100 Bier West 55 30 15 - 100 totaal 37 24 39 1 100 10 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Bezoekers evenementen Amsterdam 2 Meerdaagse festivals In het onderzoek zijn drie meerdaagse festivals meegenomen: EuroPride, Jordaan en Bier West. Er is slechts op 1 dag geënquêteerd. 2.1 Meerdaagse festivals meestal 1 dag bezocht De meeste bezoekers van meerdaagse festivals bezoeken het festival één dag. Dit geldt vooral voor Bier West (97%). Van de bezoekers van de Botenparade zegt 12% ook op andere dagen naar de EuroPride te gaan en een even grote groep weet dit nog niet. Bij het Jordaanfestival gaat het om respectievelijk 16% en 8%. Gaat u behalve vandaag ook nog op andere dagen naar het evenement? procenten (n=1.475) iets ja _weetik(nog)niet _ totaal Botenparade (EuroPride: 29 juli — 6 augustus) 76 12 12 100 Jordaanfestival (26-28 augustus) 76 16 8 100 Bier West (24-25 september) 97 2 1 100 De bezoekers die meerdere dagen naar een evenement gaan, gaan meestal twee dagen. Hoeveel dagen bezoekt u het evenement? procenten (n=2.923) un P] 3 + _weetik(nog)niet _ totaal Botenparade (EuroPride: 29 juli — 6 augustus) 76 8 2 2 12 100 Jordaanfestival (26-28 augustus) 76 12 4 - 8 100 Bier West (24-25 september) 97 2 - - 1 100 2.2 Botenparade EuroPride Tijdens de botenparade van de EuroPride zijn een aantal aanvullende vragen gesteld. De meeste bezoekers van de Botenparade (62%) gaan niet naar andere activiteiten van de EuroPride, maar 14% bezoekt nog wel dezelfde dag andere activiteiten van de EuroPride. Een groep van 12% gaat ook naar activiteiten op de andere dagen. Van de mensen die meerdere dagen gaan, gaat tweederde 2 dagen naar activiteiten, 15% 3 en 12% 4 dagen. De meesten van hen gaan naar een van de straatfeesten (11% van alle bezoekers). 11 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Bezoekers evenementen Amsterdam Wat heeft u eerder voor EuroPride activiteiten gedaan of wat gaat u vandaag of morgen nog doen? Meerdere antwoorden mogelijk (n=341) % bezoekers botenparade geen andere activiteit 62 straatfeesten (5 en 6 augustus) 11 Roze zaterdag 4 Milkshake 4 slotceremonie (7 augustus) 4 mensenrechtenconcert (24 juli) 2 anders 3 weet niet, geen antwoord 12 De bezoekers van de Botenparade geven de dag gemiddeld een 8,4. Bijna de helft (46%) geeft een 9 of een 10 en het meest gegeven cijfer is een 8 (37%). Een kleine groep van 2% geeft een onvoldoende. Van deze zes respondenten wonen er vijf in Amsterdam in de buurt van het evenement, maar niet direct aan de locatie. Respondenten die direct aan de locatie wonen geven een hoger cijfer dan respondenten die in de buurt van de locatie wonen. Echter, met gemiddeld een 7,8 geeft ook deze laatste groep nog een ruime voldoende aan de botenparade. Wat vindt u vandaag van de Botenparade? Welk cijfer zou u ervoor geven? Naar wel of geen buurtbewoners (n=334) aantal respondenten rapportcijfer woont direct aan de locatie 15 8,9 woont vlakbij de locatie 38 7,8 woont niet in de buurt van de locatie 270 8,4 woonlocatie niet bekend 11 8,6 totaal 334 8,4 12 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Bezoekers evenementen Amsterdam 3 Andere activiteiten in de stad In dit hoofdstuk wordt gekeken welke activiteiten evenementbezoekers van buiten de stad nog meer ondernemen in Amsterdam. 3.1 Bijna helft niet-Amsterdamse festivalbezoekers voor evenement naar Amsterdam gekomen De meerderheid van de evenementbezoekers van buiten de stad (54%) zegt ook naar Amsterdam te zijn gekomen als het evenement niet had plaatsgevonden die dag. Dit percentage is hoger onder buitenlandse bezoekers (83%). Bij de bezoekers vit de rest van Nederland gaat het om net iets minder dan de helft (49%). Zou v ook naar Amsterdam zijn gekomen als het evenement er vandaag niet was? Bezoekers van buiten de stad naar evenement, procenten (n=1.515) Botenparade EuroPride 108 57 39 4 100 Prinsengrachtconcert 152 53 47 - 100 Jordaanfestival 338 60 40 - 100 Pleinvrees 292 35 63 2 100 Noorderparkfestival 38 61 39 - 100 City Swim 265 45 54 1 100 Bier West 80 34 64 2 100 totaal bezoekers Nederland 1.274 49 50 1 100 Botenparade EuroPride 54 89 6 5 100 Prinsengrachtconcert 74 92 8 - 100 Jordaanfestival 19 95 5 - 100 Pleinvrees 42 62 38 - 100 Noorderparkfestival 5 80 20 - 100 City Swim 31 77 23 - 100 Bier West 16 81 19 - 100 totaal bezoekers buitenland 241 83 15 1 100 Botenparade EuroPride 162 66 34 - 100 Prinsengrachtconcert 226 66 34 - 100 Jordaanfestival 357 62 38 - 100 Pleinvrees 334 39 60 1 100 Noorderparkfestival 43 63 37 - 100 City Swim 296 48 51 1 100 Bier West 96 42 56 2 100 totaal bezoekers van buiten A'dam 1.515 54 45 1 100 13 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Bezoekers evenementen Amsterdam 3.2 Kwart niet-Amsterdamse festivalbezoekers blijft meer dan 1 dag Bijna driekwart van de evenementbezoekers (73%) is alleen op de dag van het evenement in Amsterdam. Onder Nederlandse bezoekers gaat het om 85%. Hoeveel dagen blijft v in totaal in Amsterdam? Bezoekers van buiten de stad naar evenement, procenten (n=1.459) Botenparade EuroPride 104 82 5 11 2 100 Prinsengrachtconcert 149 72 19 6 2 100 Jordaanfestival 337 85 10 3 2 100 Pleinvrees 287 86 11 2 1 100 Noorderparkfestival 36 92 5 3 - 100 City Swim 229 91 7 1 1 100 Bier West 78 90 8 - 2 100 totaal bezoekers Nederland 1.221 85 10 3 2 100 Botenparade EuroPride 52 10 19 19 52 100 Prinsengrachtconcert 73 10 25 12 53 100 Jordaanfestival 19 11 21 32 36 100 Pleinvrees 42 21 24 26 29 100 Noorderparkfestival 5 100 City Swim 31 19 29 13 39 100 Bier West 16 6 19 38 37 100 totaal bezoekers buitenland 238 13 23 21 43 100 Botenparade EuroPride 156 58 10 14 18 100 Prinsengrachtconcert 222 51 21 8 20 100 Jordaanfestival 356 81 10 5 4 100 Pleinvrees 329 76 13 6 5 100 Noorderparkfestival 41 83 5 10 2 100 City Swim 260 83 10 3 4 100 Bier West 94 76 10 6 8 100 totaal bezoekers van buiten A'dam 1.459 73 12 6 9 100 Van alle bezoekers van buiten de stad zou 45% niet naar Amsterdam zijn gekomen als het festival niet had plaatsgevonden. Deze groep, die dus speciaal voor het evenement is gekomen, blijft vaker maar één dag in Amsterdam (85% tegenover 73% gemiddeld). Dit heeft vooral te maken met de samenstelling van de groep, omdat bezoekers uit de Metropoolregio en de rest van Nederland vaker speciaal voor een evenement naar Amsterdam komen dan buitenlandse bezoekers van evenementen. 14 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Bezoekers evenementen Amsterdam Hoeveel dagen blijft v in totaal in Amsterdam? Bezoekers van buiten de stad naar herkomst en naar reden van bezoek aan Amsterdam, procenten (n=1.485) bezoekers MRA 166 95 4 1 1 100 bezoekers rest Nederland Lh7 87 9 4 1 100 bezoekers buitenland 38 21 40 18 21 100 totaal bezoekers speciaal voor evenement naar Amsterdam 657 85 9 4 2 100 bezoekers MRA 225 92 6 1 1 100 bezoekers rest Nederland 370 74 17 6 4 100 bezoekers buitenland 198 11 19 21 49 100 totaal bezoekers ook zonder evenement naar Amsterdam 810 64 14 8 14 100 bezoekers MRA 394 93 5 1 1 100 bezoekers rest Nederland 825 81 12 5 2 100 bezoekers buitenland 239 13 23 21 bh 100 totaal bezoekers van buiten 1485 73 12 6 9 100 3.3 Bijna een op drie bezoekers die langer blijven logeert in een hotel Vier van de tien evenementbezoekers die langer dan 1 dag in de stad blijven, logeren bij vrienden of familie (37%) of rijden heen en weer (3%). De meeste overige bezoekers boeken een accommodatie. Het vaakst kiest men voor een hotel (32%), 12% boekt via Airbnb en 4% gaat naar een hostel. Daarnaast kiest 4% voor een plek op de camping. Evenementbezoekers die twee dagen in Amsterdam blijven kiezen er relatief vaak voor bij vrienden en familie te logeren of heen en weer te rijden. Bij bezoeken van vier dagen of langer wordt het vaakst voor een hotel gekozen. Waar logeert u? Festivalbezoekers van buiten de stad die langer dan 1 dag in Amsterdam blijven naar aantal dagen dat ze in de stad blijven (n=390) NE A) (n=94) (n=127) van buiten af (n=390) vrienden {familie 46 35 26 37 hotel 29 22 41 32 Airbnb 3 21 16 12 camping 5 6 2 4 hostel / BnB 5 3 5 4 ik ga heen en weer 6 2 - 3 op de boot 2 1 - 1 anders 3 10 8 6 geen antwoord 1 - 2 1 Totaal 100 100 100 100 15 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Bezoekers evenementen Amsterdam 3.4 Helft bezoekers onderneemt ook andere activiteiten in Amsterdam Bijna de helft van de bezoekers van evenementen (48%) zegt ook andere activiteiten te ondernemen in de stad. Onder bezoekers van buiten de stad ligt dit percentage wat hoger (57%) dan onder Amsterdammers (38%). Zij gaan met name vaker wat eten (33%) of drinken (32%) in de Amsterdamse horeca. De evenementen worden gecombineerd met verschillende activiteiten. De Botenparade gaat vaak samen met horecabezoek, vitgaan en varen. De bezoekers van het Prinsengrachtconcert gaan relatief vaak winkelen, naar het museum en uit eten. Evenementen buiten het Centrum worden minder vaak gecombineerd met andere voorzieningen in de stad (Pleinvrees, Noorderparkfestival en Bier West). Bezoekers evenementen, meerdere antwoorden mogelijk, procenten (n=3.264) 7 Rv Ee É E 2 EE E 5 8 e E d E s 7 E ë 0 0 0 © hr > u 0 5 9 9 es Ee 5 3 2 5 SA Ee Ee 5 E E S 5 SA Botenparade EuroPride 36 41 47 21 7 5 21 14 4 Prinsengrachtconcert 21 46 35 9 26 13 5 13 11 Jordaanfestival 33 31 33 7 6 2 - 15 1 Pleinvrees 60 7 15 6 1 - - 11 6 Noorderparkfestival 62 5 4 1 3 1 - 6 20 City Swim 26 30 36 2 7 5 - 7 14 Bier West 61 14 10 6 5 1 - 10 3 totaal alle bezoekers Ah 24 25 7 7 3 3 11 8 Botenparade EuroPride n.b. 29 40 19 3 1 29 15 3 Prinsengrachtconcert 25 26 24 10 19 3 4 11 23 Jordaanfestival 38 24 30 8 5 1 - 17 1 Pleinvrees 57 4 12 8 2 - - 7 16 Noorderparkfestival 63 4 4 1 3 1 - 6 22 City Swim 30 17 30 2 7 2 - 8 21 Bier West 60 12 9 6 4 1 - 10 3 totaal Amsterdamse bezoekers 50 15 18 6 5 1 3 11 12 Botenparade EuroPride n.b. 52 53 23 11 8 14 13 4 Prinsengrachtconcert 18 55 40 9 30 17 6 14 5 Jordaanfestival 30 37 35 6 6 3 - 15 1 Pleinvrees 61 8 16 6 1 1 - 12 3 Noorderparkfestival 57 11 9 4 2 2 - 8 11 City Swim 25 35 38 2 6 6 - 7 11 Bier West 64 17 13 7 5 2 - 10 2 totaal niet-Amsterdamse bezoekers 38 33 32 8 9 5 3 12 5 16 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Bezoekers evenementen Amsterdam Ruim een op de tien bezoekers zegt naast het festival nog een activiteit in de categorie ‘anders’ te gaan doen. Het vaakst gaat het om rondlopen / sightseeing. Andere antwoorden die vaker voorkomen zijn: = Ajax = Bezoek vrienden / familie = Bioscoop = Boodschappen = Rondvaartboot = Coffeeshop = Theater /concert = Hoeren = Markt = Park = Fietsen = Uitmarkt = Zwemmen = Weet nog niet 17 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Bezoekers evenementen Amsterdam 4 Urtgaven Bij de inschatting van wat men vandaag denkt uit te geven is aan mensen van buiten Amsterdam gevraagd naar het totaalbedrag inclusief maaltijden, verblijfskosten en andere uitgaven. Voor Amsterdammers is alleen gevraagd naar uitgaven in relatie met het evenement. 4.1 Festivalbezoeker verwacht gemiddeld 64 euro te besteden in Amsterdam op dag evenement De bedragen die mensen uitgeven tijdens evenementen lopen sterk viteen: van niks tot € 2.200 in een dag. Gemiddeld verwacht men op de dag van het evenement £ 64,11 uit te geven. Daarbij denkt 10% helemaal niets uit te geven en verwacht 50% niet meer dan €40 euro te spenderen. Bij de gratis openluchtfestivals verwacht men gemiddeld het meest uit te geven. Deze evenementen worden vaak gecombineerd met horecabezoek, winkelen en/of musea. Hoeveel geld heeft v vandaag tot nu toe uitgegeven tijdens het evenement en hoeveel verwacht u in totaal uit te geven in de stad? Euro's (n=3.222) alla) max mediaan gemiddeld E [ej Ied Ec > > > KO [Ce [Ce Ic EE ME: > Ed Sd mn | ed mn | ed mn | pd En AE En cs En cs EE: NEMEN be 8 5 2 SE 2 SE EE: Botenparade EuroPride 0 7 1.200 1.000 15 50 38,71 91,37 Prinsengrachtconcert 0 10 1.500 1.000 8 50 28,91 86,36 City Swim 0 20 2.000 2.200 9 40 44,53 76,11 Pleinvrees 0 5 561 500 58 60 58,28 71,36 Jordaanfestival 0 7 500 2.000 12 40 22,02 68,62 Bier West 0 7 160 300 30 40 33,15 45,82 Noorderparkfestival 0 15 150 700 5 10 9,18 18,45 totaal 0 10 2.000 2.200 18 40 32,71 64,11 Aan de 90 respondenten die meerdere dagen naar het Jordaanfestival gaan, is gevraagd hoeveel zij in totaal denken uit te geven tijdens het evenement. Personen die twee dagen naar het Jordaanfestival gaan denken gemiddeld € 153,64 te besteden en personen die drie dagen gaan gemiddeld €258,48. Hiermee geven bezoekers die meerdere dagen naar het Jordaanfestival gaan per dag met respectievelijk € 76,82 en € 86,16 gemiddeld meer vit dan mensen die één dag naar het Jordaanfestival gaan (€68,62). 18 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Bezoekers evenementen Amsterdam Bezoekers van buiten de stad geven meer vit dan Amsterdammers op de dag van het evenement. Hoeveel geld heeft v vandaag tot nu toe uitgegeven tijdens het evenement en hoeveel verwacht u in totaal uit te geven in de stad? Euro's (n=3.222) alla) max mediaan gemiddeld 2 [ej 0 NE SS a ad lez} ee ee ee tel CE =í je} eK je} eK © le R:'à herkomst Eed EN) Eed 2 > Eed 2 > Eed 2 > Amsterdam 0 13 2.000 2.200 12 25 23,11 36,05 Metropoolregio A'dam 0 8 500 700 20 50 29,65 65,46 elders uit Nederland 0 7 1.500 2.000 30 56 46,77 87,17 buitenland 0 5 1.200 1.000 19 100 47,41 152,19 totaal 0 10 2.000 2.200 18 40 32,71 64,11 Bezoekers van buiten de stad die meerdere dagen in Amsterdam blijven geven per dag circa € 75 meer vit dan bezoekers die één dag in de stad blijven. Dit zijn waarschijnlijk overnachtingskosten. Hoeveel geld heeft v vandaag tot nu toe uitgegeven tijdens het evenement en verwacht u in totaal vit te geven in de stad? Bezoekers van buiten de stad, euro’s (n=1.436) alla) max mediaan gemiddeld 5 [ej 0 Ec > > > u [Ce [Ce [Ce 8 Sé EE: EE: NE: mn) Ed Sd mn) E el mn) | el mn) | bd aantal dagen in 5 ECE; 5 e 2 5 e 2 5 e 2 © CE © eK: © eK: © eK: Amsterdam Em & 5 Em > Em > Em > 1 0 7 1.000 2.000 25 50 39,43 73,90 2 0 5 600 1.000 30 100 53,00 150,40 3 0 3 1.500 700 25 100 67,45 _ 137,20 b4 0 6 1.200 1.000 12 75 47,71 151,95 totaal 0 7 1.500 2.000 25 60 43,55 93,68 19 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Bezoekers evenementen Amsterdam Hoe groter de groep waarmee men komt, hoe meer men verwacht uit te geven. Hoeveel geld heeft v vandaag tot nu toe uitgegeven tijdens het evenement en verwacht u in totaal vit te geven in de stad? Euro's (n=3.222) alla) max mediaan gemiddeld 2 [ej 0 NE 5E 5E 5E Ss ö & Ss IE 8 - ERE: aantal personen in 5 ZS kad 5 Kd 5 Kd 5 Kd En be EE) be 2 s be 2 s 2 IS 1 0 22 180 700 3 15 11,54 35,06 2 0 9 1.500 1.000 14 35 28,26 58,41 3 0 10 600 600 17 40 30,47 58,86 4 0 9 500 1.000 24 50 32,67 67,16 5 0 8 2.000 2.200 20 40 39,40 70,85 6-10 0 7 350 2.000 30 50 42,20 81,51 11+ 0 13 1.200 1.160 23 50 55,64 89,14 totaal 0 10 2.000 2.200 18 40 32,71 64,11 De leeftijd van de bezoekers heeft niet veel invloed op de bedragen die men verwacht uit te geven. Hoeveel geld heeft v vandaag tot nu toe uitgegeven tijdens het evenement en verwacht u in totaal vit te geven in de stad? Euro's (n=3.222) alla) max mediaan gemiddeld 5 [ej 0 Ec > > > DOS ES: EE: EE: 2 Ed Sd mn) E el mn) | el mn) | el 7 cie 5 ES 5 ES ON: iu 8 PS) 8 B 8 8 B 8 8 B 8 <25 jaar 0 9 500 1.000 28 45 35,05 57,57 26-35 jaar 0 8 561 2.000 25 40 33,27 61,62 36-49 jaar 0 11 1.200 1.160 10 34 30,52 69,24 50+ 0 12 2.000 2.200 19 40 32,13 68,09 totaal 0 10 2.000 2.200 18 40 32,71 64,11 20 Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek Bezoekers evenementen Amsterdam 5 Communicatie 5.1 Negen van de 10 bezoekers gebruiken social media op telefoon Negen van de tien bezoekers hebben een telefoon waarop zij gebruik maken van social media. Naarmate men ouder is, neemt het aandeel langzaam af tot 75% onder 50-plussers. WhatsApp en Facebook worden verreweg het meest gebruikt. Gebruikt u social media op uw smartphone? En zo ja welke? naar leeftijd, procenten (n=2.923) <= 25 jaar 26-35 jaar 36-49 jaar Elos gemiddeld nee 1 4 9 25 10 WhatsApp 91 89 83 65 82 Facebook 92 84 72 49 74 Instagram 64 47 29 11 37 Youtube 53 41 25 19 34 Linkedin 33 39 32 16 30 Twitter 16 19 18 9 15 Pinterest 17 17 13 6 13 anders 19 7 3 2 7 5.2 Datum botenparade: via via, social media, media en algemene kennis Voor de Botenparade is gevraagd hoe men op de hoogte was gekomen van de datum van het evenement. Bijna een derde weet dit via vrienden en bekenden. Daarnaast worden sociale media, tv, de krant en internet allemaal door grofweg een op de vijf bezoekers genoemd. Ruim vier van de tien geven een antwoord in de categorie anders. De meeste van hen komen al jaren en vinden het vanzelfsprekend om te weten dat het evenement plaatsvindt. Daarnaast noemt een klein aantal de flyers en bevinden zich ook enkele buurtbewoners tussen de respondenten. Hoe bent u ervan op de hoogte gekomen dat de Botenparade er is vandaag in Amsterdam? Meerdere antwoorden mogelijk, procenten (n=341) vrienden of bekenden 32 social media 24 tv 22 krant 21 internet 18 ik ben hier toevallig 7 mijn werk 4 anders 41 weet niet, geen antwoord 1 21 Xx Xx %
Onderzoeksrapport
22
train